In de Melkerij met Daan Schalck: de man die havens door de energietransitie moet loodsen
De late namiddagzon valt door de hoge ramen van De Melkerij in Brasschaat. Daan Schalck, CEO van North Sea Port, schuift aan met een glas whisky. Geen zware Islay, verduidelijkt hij meteen, maar “de zachte zoete, de cherry cask, gerijpt in sherry vaten“. Het lijkt een metafoor voor zijn aanpak: pragmatisch, genuanceerd, wars van scherpe kantjes.
North Sea Port is een unicum in de Europese havenwereld. De fusie van de Vlaamse haven van Gent met de Nederlandse havens Terneuzen en Vlissingen werd in 2018 werkelijkheid, ondanks dat niemand er echt in geloofde. Twee landen, twee havensystemen, ongeveer even groot. “Jan en ik zijn ooit begonnen met voorzichtige gesprekken in een hotel in Brugge,“ vertelt Schalck over zijn Nederlandse collega. “We hebben daar met een team van ongeveer acht man aan gewerkt. Een keer per maand samenkomen, dezelfde tien mensen. Oké, zitten we nog op het juiste pad?“
Die fusie was niet toevallig. Beide havens danken hun bestaan aan dezelfde historische gebeurtenis: koning Willem I en de korte periode dat België en Nederland één land waren. “In die 15 jaar is de universiteit gesticht in Gent en het kanaal Gent-Terneuzen gegraven,“ legt Schalck uit. “Als er nooit een scheiding was geweest, waren er nooit twee havens geweest. Economisch zijn Terneuzen en Gent op dat kanaal gewoon één geheel.“
Vandaag is North Sea Port de nummer acht haven van Europa op volume. Zes keer kleiner dan Rotterdam, maar met een heel ander model. “Wij gaan heel bewust niet meedoen in de concurrentiestrijd voor de containers,“ zegt Schalck. “We focussen op het industriële weefsel: staal, automotive, voedingsindustrie, energie.“
Waarom 600 miljoen ton containers zonder waarde blijft
Het is een bewuste keuze die veel zegt over hoe Schalck naar havens kijkt. Hij gaat achterover zitten en legt uit waarom tonnage niet alles is. “Is het 600 miljoen ton containers? 90% komt op je kaai en gaat weer af zonder dat de container open is gegaan. Wat heb je dan gecreëerd aan waarde, aan jobs?“
“Bij ons is industrie, en daar creëer je veel meer. Als je kijkt naar die havens, het zijn er nu maar twee niet meer, dat is ongeveer 7% van onze economie.“
Die industrie is massief. “Neem Antwerpen en Gent weg als industriegebied, dan heb je veel basisindustrie weg. Die afgeleide jobs zijn een veelvoud van je directe jobs.“ Hij noemt concrete cijfers: “Als je hier bijvoorbeeld 7000 man directe werkgelegenheid hebt, dan is het multiplier effect minstens 3 à 4 keer zo groot.“
In totaal vertegenwoordigen de Belgische havens ongeveer zeven procent van de economie. “Stel dat de haven van Antwerpen acht weken zou uitvallen, binnen een aantal dagen leg je België lam. Je gaat geen kerosine meer hebben voor de vliegtuigen.“
Het is een essentieel onderscheid. Waar Rotterdam en Antwerpen knokken om containervolumes, kiest North Sea Port voor verankering. “60% van alle stromen die wij hier behandelen is tussen Europese landen. Dat zijn wij met Finland, Zweden, Noorwegen, Spanje, Portugal.“ Als er nieuwe energiestromen moeten komen, zegt Schalck, “heb ik liever Noorwegen dan dat ik Saoedi-Arabië moet gaan onderhandelen.“
Die internationale oriëntatie heeft een prijs, erkent hij. “Havensteden zijn per definitie internationale steden. Als je kijkt naar de maatschappij, voel je dat in de sfeer van een stad.“ Het brengt openheid en diversiteit, maar ook kwetsbaarheid. De drugsproblematiek bijvoorbeeld, die Antwerpen momenteel in zijn greep houdt.
Drugs: een maatschappelijk probleem dat havens alleen niet kunnen oplossen
Schalck kiest zijn woorden zorgvuldig als het over drugs gaat. Hij wil geen paniek zaaien, maar ook niet bagatelliseren. En hij wil vooral niet de indruk wekken dat de haven dit probleem in zijn eentje kan of moet oplossen.
“Ik voel nu een soort druk op de haven alsof de haven het moet oplossen. Dat denk ik niet,“ zegt hij direct. “Het zal een samenspel zijn van douane, politie, fiscaliteit, en die mensen in de beugelzetten.“ Hij maakt een vergelijking met mensenhandel. “In Zeebrugge hebben ze dat goed aangepakt, maar het heeft zich ondertussen verplaatst naar het strand, met kleine bootjes vanuit Calais.“
“Als wij die havens hermetisch afsluiten, vrees ik dat er over 50 kilometer buiten de haven dingen in zee gedropt worden die op een andere manier op het strand komen.“
Zolang er vraag is naar drugs, zal er aanbod zijn, benadrukt hij. “Zolang dat er een vraag is naar druggebruik en daar geld mee te verdienen valt, gaat dat niet weg. Je kunt bepaalde mensen straffen maar het blijft.“ De haven kan niet meer doen dan zijn deel. Hermetisch afsluiten is illusoir en lost het onderliggende probleem niet op.
Maar wat hem wel raakt, is de menselijke kant. “Het grootste risico is dat mensen die in de haven werken zo bedreigd worden en gechanteerd worden, tot en met hun familie, dat ze bijna moeten meedoen. Dat is de menselijke factor.“
Hij wordt indringender als hij het concrete mechanisme beschrijft. “Gij hebt sommige die slecht bedoeld zijn, die eraan meedoen om rap geld te verdienen. Maar sommige zijn ook echt wel goed bedoeld. Maar als gij dan zo iemand voor u krijgt die zegt: kijk, ik heb een foto, ik weet waar dat uw kinderen naar school gaan. Als jij nu die container niet aflevert bij mij, dan weten we wat er gaat gebeuren.“
“Zelfs al heb jij nooit iets slecht bedoeld, wat ga jij doen als vader? Dat is wel een probleem dat we niet mogen onderschatten. Er gaat in die criminele wereld zoveel geld om dat mensen die in zo'n haven werken zo onder druk gezet worden en chanteerbaar zijn dat ze bijna moeten meedoen.“
Het raakt hem persoonlijk. “Zonder in detail te gaan, ja, ik ben daar al mee geconfronteerd geweest bij bepaalde van mijn medewerkers. Die dan proactief naar u komen en zeggen: kijk, dit is gebeurd.“ Hij zwijgt even. “Dat moet je heel discreet mee omgaan.“
Die menselijke factor weegt zwaarder dan de financiële impact, benadrukt hij. “De impact op je prijzen en op je haveneconomie is relatief beperkt. Het grootste risico zit op menselijk vlak, niet op financieel vlak voor de haven.“
Waarom de grootste CO2-uitstoot ook de grootste kans is
Als er één onderwerp is waar Schalck's ogen beginnen te glimmen, is het de energietransitie. Het klinkt misschien vreemd voor een CEO van een havencomplex dat mee verantwoordelijk is voor een enorme CO2-uitstoot, maar daar zit precies de kans.
“De havencomplexen in Rotterdam en North Sea Port zijn vandaag verantwoordelijk voor ongeveer 60% van de CO2-uitstoot van heel België en Nederland samen,“ zegt hij. Even laat hij dat bezinken. “Als we daar kunnen reduceren, is het met miljoenen ton tegelijk. Daar valt de grote winst te rapen richting 2030 en 2035.“
In de haven van Gent staat één fabriek die verantwoordelijk is voor acht miljoen ton CO2 per jaar. “Die ene fabriek. Sommige mensen denken: waarom moet dat hier nog allemaal zijn? Dat is een reuze kans. Want als we daar kunnen reduceren, is het met miljoenen ton tegelijk.“
“De havencomplexen in Rotterdam en North Sea Port zijn vandaag verantwoordelijk voor ongeveer 60% van de CO2-uitstoot van heel België en Nederland samen. Als we daar kunnen reduceren, is het met miljoenen ton tegelijk.“
Het nieuwe model is samenwerking. “Je gaat nooit nog een businessmodel kunnen bouwen op basis van de volumes van één bedrijf,“ legt hij uit. “Bedrijven moeten met elkaar connecteren. CO2 vloeibaar maken, dat via een schip of een pijpleiding exporteren en in gasvelden opslaan: je gaat dat nooit doen op basis van de volumes van één bedrijf.“
In Gent werken ArcelorMittal, Cargill, Dow, Yara en Zeeland Refinery samen aan CO2-reductie. “Hier zijn ze zelfs geen concurrenten. Staal, de andere automotive, een ander chemie, maar hun klimaatuitdagingen zijn voor allemaal dezelfde. Dat waterstofnetwerk, die pijpleiding voor CO2, daar hebben ze allemaal nodig.“
Die shift verandert ook de rol van de haven fundamenteel. “Vroeger was het alleen kaaien, wegen en sporen. Nu spreken we ook over pijpleidingen. We gaan verbinden, terrein geven, bedrijven in contact brengen met elkaar.“ North Sea Port kijkt of het zou kunnen participeren in een pijpleidingennetwerk voor waterstof en CO2. “Misschien zijn wij vandaag minderheidsaandeelhouder, maar binnen 50 jaar misschien niet meer. Dat businessmodel verandert.“
De cijfers laten het zien. “Tien jaar geleden was 60% van onze inkomsten uit de scheepvaart. Vandaag nog 40%, ondanks dat we gegroeid zijn in volume. Onze grondinkomsten zijn van 40% naar 60% gegaan.“
Zes miljoen ton CO2 per jaar exporteren: van probleem naar product
Over twintig jaar zal de haven er radicaal anders uitzien, voorspelt Schalck. Kolen verdwijnen, petroleum volgt later. Maar daar komt iets voor in de plaats. “Wie zou 20 jaar geleden durven zeggen dat wij 6 miljoen ton CO2 per jaar gaan exporteren met een schip naar Noorwegen en daar havengeld aan gaan verdienen?“
CO2 wordt een handelswaar, net als recyclage. “Wie had durven dromen dat wij misschien een paar miljoen ton afvalrecyclage gingen doen in de haven?“ vraagt hij. “Vandaag petroleum grondstoffen, maar in de toekomst kunststofrecyclage, betonrecyclage.“
Die circulariteit past perfect in North Sea Port's strategie. Schalck geeft het voorbeeld van papierrecyclage. “We gaan nu waarschijnlijk binnen drie, vier jaar of vier, vijf totaal nieuwe papierrecyclagefabrieken hebben, 100% gerecycled papier voor verpakkingsmateriaal. Dat gaat geen import zijn vanuit China en Zuid-Amerika. Dat gaat uit België, Nederland, misschien de UK en een beetje Noord-Frankrijk komen.“
“Voor mij is lokaal Europa. We gaan niet het beton dat we gaan opnieuw vermalen om te gebruiken in de nieuwe bouw, naar China sturen. We gaan dat hier eigenlijk gebruiken.“
Het is een terugkeer naar een kleinschaliger model, zonder terug te vallen in protectionisme. “Voor mij is ook lokaal, ik bedoel in Europa,“ verduidelijkt hij. “Het moet circulariteit zijn, waar mogelijk.“
De eerste CO2-terminal is in aanbouw. Als alles goed gaat, zal binnen enkele jaren het eerste schip met vloeibaar gemaakte CO2 naar Noorwegen varen, waar het in lege gasvelden wordt opgeslagen. “Dat zou nu de mooiste realisatie zijn,“ zegt Schalck over zijn toekomstambities. “Een totaal ander businessmodel waarbij CO2 een product wordt. Niet dus het zoveelste magazijn waar in plaats van onderdelen van een grasmaaier, onderdelen van een wasmachine liggen.“
De trein die vijf procent groeide terwijl België met 7,5% achteruitging
Bij mobiliteit klinkt Schalck even kritisch als pragmatisch. Hij heeft zitting in het bestuur van de NMBS, en de parallellen met zijn havenwerk zijn groot. “De uitdaging van de trucks is ook de uitdaging van de treinen: vergroot je marktaandeel of ga je krimpen in de toekomst?“
Het grootste probleem vandaag in transport? “Voldoende vrachtwagenchauffeurs vinden in West-Europa,“ zegt hij meteen. “Als wij niet volume op trein en binnenvaart gaan krijgen, gaan wij bepaalde volumes niet meer kunnen verwerken omdat er niet voldoende aanbod is van vrachtwagenvervoer.“
“Het grootste probleem vandaag in transport is voldoende vrachtwagenchauffeurs vinden in West-Europa. Als wij niet naar trein en binnenvaart gaan, krijgen we bepaalde volumes niet meer weg.“
De oplossing ligt in intermodaliteit: korte afstanden met elektrische trucks, lange afstanden per spoor of binnenvaart. “Het ideaal is dat je last mile zo kort mogelijk maakt. Want je moet op een bepaald moment toch in een winkel raken of bij mensen thuis of een industrieterrein dat niet langs het water ligt. Als je hem zo kort mogelijk maakt, kun je dan duurzaam maken, dan kun je met een e-truck beginnen werken.“
Uit aannames vanuit de transportsector blijkt dat e-trucks 80% van de Europese transporten zouden kunnen doen. “Dat is dan het aantal ritten, niet de kilometers. Iets zouden kunnen gebeuren omdat je heen en weer zit op een korte afstand en 's nachts kunt laden.“
Maar er is een andere, minder zichtbare complexiteit. “Vandaag zit je met bepaalde onevenwichten,“ legt Schalck uit. “Wij importeren veel Braziliaans fruitsap dat zit in tanks die zo veilig moeten zijn op vlak van voedselveiligheid. Vaak terug leeg, want we hebben te weinig appelsap in Europa om naar Brazilië te exporteren. Dus dat is altijd vol naar hier, leeg terug.“ Het lijkt simpel om die lege tanks te vullen met iets anders, maar dat kan niet zomaar. “Je gaat geen petroleumproduct of iets anders in die tank steken. Die moet proper blijven voor voedselveiligheid.“
Ook bij schepen speelt dit. “Het is niet omdat een schip dat hier geen kolen kan komen, niet met granen kan varen. Maar chemicaliën en producten die je niet kunt mengen, die gevaarlijk worden als ze nog residuen zouden hebben, dat kun je niet doen.“ Het zijn de verborgen puzzelstukken van logistiek die efficiëntie bemoeilijken.
North Sea Port bewijst dat verbetering kan. “Ondanks de oorlog en economische problemen zijn wij vorig jaar vijf procent gegroeid op spoorvolume, terwijl het spoorvolume in België met 7,5% achteruitging.“ Hoe? Door samen met klanten na te denken over alternatieven. “Tien jaar geleden: nul wagens export vanuit Gent per trein. Vandaag: elke dag treinen vol Volvo's die in de haven staan en naar Noord-Italië gaan, richting Oostenrijk.“
Er vertrok zelfs een trein naar China, via Polen en Rusland, specifiek voor de Volvo-fabrieken in China en Gent. Tot de Oekraïne-oorlog die verbinding zwaar verstoorde. “Van 40% van ons volume op die lijn terug naar 10%,“ zegt Schalck. “Maar dat gaat wel teruglopen, maar anders. We gaan andere wegen vinden.“
Bij de NMBS ziet hij andere obstakels. “Er is veel meer politieke inmenging bij de NMBS dan bij ons,“ zegt hij. Dat komt door de overheidssubsidies voor publieke taken. “De NMBS leeft nog vrij veel van overheidsmiddelen. Moest dat vrije markt zijn, dan betaalde voor je ticketje Gent-Antwerpen 40 euro in plaats van 15.“ Maar dat zou iedereen weer naar de auto drijven.
“Als we puur economisch kijken: we hebben nog 500 stations in België. Het ideale aantal is minder dan de helft.“
Het probleem is lokale politiek. “Elk stationtje dat echt gesloten wordt, ligt gevoelig. Terwijl als je puur transporteconomisch bekijkt, zou het minder dan de helft moeten zijn.“ Maar dat vergt dan wel een alternatief: sneltrams, bussen op eigen banen. “We hebben daarvoor nog geen infrastructuur,“ erkent hij. “We hebben nog geen sneltrams. Die bussen rijden nog niet allemaal op eigen banen. Dus ja, ik denk dat iedereen misschien zal zeggen dat het waar is, maar we zijn er nog niet klaar voor.“
Bij zijn eigen medewerkers én bij de NMBS stuit hij op hetzelfde probleem: knelpuntberoepen. “Er zijn geen scholen om havenkranen te bedienen. Je moet het on-the-job leren. In North Sea Port staan misschien tussen de 50 en 100 state-of-the-art kranen. Daar heb je geen school voor. Je opleiding duurt maanden naar maanden tegen dat je dat kunt doen.“
Bij treinen ligt het nog gevoeliger. “Bij een magazijn kun je in het begin wankelen, maar met een trein kun je niet zeggen dat je in het begin wankelt. Treinchauffeur zijn: in-job weken.“ Opleidingen duren maanden, soms jaren. Digitalisering en automatisering helpen, maar niet overal. “Het wordt complexer. In bepaalde sectoren heb je meer van die hooggeschoolde profielen nodig.“
Waarom China vandaag geen Europese haven meer zou kunnen kopen
Geopolitiek speelt een veel grotere rol dan vijftien jaar geleden, zegt Schalck. “Twintig jaar geleden stonden we dat China de Piraeus overnam. Dat is gebeurd. Vandaag zou dat niet meer mogelijk zijn. Ik kan me niet inbeelden dat gelijk welk West-Europees land nu een hele haven aan de Chinezen zou besteden.“
De oorlog in Oekraïne versnelde die omslag. “Je gaat niet in de eerste tien jaar weer Russisch gas laten terugkomen. Dat gaat niet meer gebeuren.“ Ook de cyberdreiging is reëel. “Het aantal cyberaanvallen op havens en haveninfrastructuur is een veelvoud van tien jaar geleden, omdat havens voor een land essentiële assets zijn.“
“Ik kan me niet inbeelden dat gelijk welk West-Europees land nu een hele haven aan de Chinezen zou besteden. Dat zou vandaag niet meer mogelijk zijn.“
North Sea Port ziet ook militaire effecten. “Wij hebben heel geregeld troepenbewegingen van Amerikanen met materieel richting West-Europa, nu niet onmiddellijk gelinkt aan de Oekraïne-oorlog, maar dat is een effect.“
Toch blijft Schalck pragmatisch. “Soms moet je pragmatisch zijn. We mogen dan niet meer kou hebben, geen honger hebben. Dan mag je veel ideologie hebben, maar dan gaat het niet werken.“ Die pragmatiek betekent compromissen maken tussen ideaal en werkelijkheid.
Zijn voorkeur gaat uit naar Scandinavische partnerschappen. “Als ik vandaag kijk naar nieuwe stromen import energie, heb ik liever Noorwegen.“ Tussen de 60 en 65 procent van North Sea Port's volumes is intra-Europees, benadrukt hij. “Dat zijn wij met Finland, Zweden, Noorwegen, Spanje, Portugal, Frankrijk.“ Die verankering in Europa is bewust. “Als ik een footprint heb van Volvo Cars en Volvo Trucks in Zweden en hier, dan blijf je op zoek gaan naar nieuwe Zweedse bedrijven.“
Waarden kiezen in een complexe wereld, zonder naïef te zijn
Tussen ideologie en realiteit moet een haven keuzes maken, erkent Schalck. Hij legt drie criteria uit. “Er zijn drie parameters: één, met welke landen handel je die een beetje in onze waardenkaders passen? Twee, hoe zijn die producten gemaakt, op vlak van mensenrechten, scholing? Drie, duurzaamheid.“ Die drie zuiver krijgen is moeilijk, erkent hij direct. “Daar moet je compromissen in doen. Dat is lastig.“
Als haven heb je beperkte invloed op wat er doorheen komt, legt hij uit. “Bedrijven die er zijn, zijn hier. Zolang ze binnen het wettelijke kader van uw land en van Europa opereren, steun je die. Dat is duidelijk.“ Maar bij nieuwe investeringen speelt North Sea Port wel een actieve rol.
“In het aantrekken van nieuwe stromen, nieuwe traffic, spelen wij wel een zeer grote rol. Geef mij liever een duurzaam gemaakt product uit Zweden. Dan voel ik mij wel comfortabel.“
“Als je ziet vandaag wat de ambitie is van België, Nederland en een aantal andere Europese landen om offshore windparken te bouwen,“ geeft hij als voorbeeld. “Die vereisen ruimte. In Vlissingen hebben we ongeveer 100 hectare uitgegeven voor offshore wind. Daar vertrekken de bedrijven, zoals Jan De Nul, om Belgische windparken te bouwen.“ North Sea Port faciliteert zo de energietransitie, zonder zelf installaties te bouwen.
Soms blijft het lastig om grenzen te trekken. “Het is niet omdat de haven neutraal wil zijn dat we niet selectief kunnen zijn bij investeringen,“ erkent hij. “Als je kijkt naar die drie standaarden, dan denk ik dat we wel veel kunnen doen.“ Hij maakt een onderscheid tussen bestaande handel, waar de haven weinig over te zeggen heeft, en nieuwe investeringen, waar wel keuzes gemaakt kunnen worden.
“Consumenten hebben ook zelf een zekere macht. Ben je bereid om iets meer te betalen voor groenten die hier geteeld zijn en niet goedkoop gekweekt? Of heb jij ook alleen het goedkope Chinese hemd aan en moet dan al de rest het maar doen?“
Het is een gedeelde verantwoordelijkheid, benadrukt hij. “Heb jij ook de zorg om iets meer te betalen voor groenten die hier geteeld zijn? Of heb jij ook alleen het goedkope Chinese hemd aan en moet dan al de rest het maar doen, als haven, autoriteit of politiek?“
"De mooiste realisatie: die fusie. Niemand verwachtte dat dat ging lukken"
Als Schalck terugkijkt op zijn veertien jaar bij de haven van Gent en nu North Sea Port, is hij het meest trots op de fusie. “Twee landen, twee havens, ongeveer even groot. Niemand verwachtte dat dat ging lukken.“ Het was ook persoonlijk. “Jan en ik hebben dat samen gedaan. We hebben een team van ongeveer acht man gemaakt, een keer per maand samenkomen. Dezelfde tien mensen die dan zeiden: oké, we zitten nog op het juiste pad.“
Vandaag is die fusie volkomen genaturaliseerd. “Zowel in onze commerciële afdeling als alle andere, dat is allemaal gemengd. De Nederlanders gaan naar Vlaamse klanten en omgekeerd. We hebben geen profitcentrum meer die Nederlands en Vlaams zijn. We maken geen vergelijkingen meer van: we hebben toch wat meer verdiend in dat land dan in een ander. Dat is volledig weg.“
De cijfers spreken boekdelen. “Onze omzet is vandaag 126 miljoen euro. Toen ik 14 jaar geleden begon in de haven van Gent was dat nog geen 25 miljoen. Dat is een vijfvoudiging.“ De helft daarvan is te danken aan de fusie, de andere helft aan groei.
“De mooiste realisatie als ik terugkijk is die fusie. Twee landen, twee havens, ongeveer even groot. Niemand verwachtte dat dat ging lukken.“
Vooruitkijkend droomt hij van een andere doorbraak. “De klimaatambities vormgeven, de eerste CO2-terminal opendoen, het eerste schip zien vertrekken, een totaal ander businessmodel waarbij CO2 een product wordt dat je iets mee doet. Dat zou nu de mooiste realisatie zijn.“ Die ambitie weegt minstens even zwaar als de fusie destijds.
Die lange termijn is wezenlijk voor een haven. “Je moet de goesting hebben om niet alleen op één jaar te denken, maar op vijf, tien, vijfentwintig jaar. Mijn collega Sophie Dutordoir, CEO van de NMBS, één van de beste CEO's die België heeft, zij moet vandaag blij zijn met beslissingen die ze vandaag neemt die een effect gaan hebben over vijf jaar.“
Daarin verschilt een haven van politiek, erkent hij. “Maar bij ons hebben havens in België en Nederland het voordeel dat ze een zekere autonomie verworven hebben, ook financieel. Wij werken niet met geld van de belastingbetaler.“
Sommige investeringen zijn wel publiek. “Een nieuwe sluis, dat is zoals een nieuwe snelweg. Maar de ontwikkeling van de haven, de kranen, de sporen, dat is met geld van onze klanten.“ Die onafhankelijkheid geeft ruimte. “Geen enkele overheid beslist bij wijze van spreken: er moet een nieuwe sluis komen. Drie jaar geleden moesten we wel. Maar er is een draagvlak voor nodig. Er is een verdrag voor nodig geweest. Er is een grondwetswijziging voor nodig geweest.“
“Het aantrekken van een nieuwe sluis is ideologie-neutraal. Van Groen, Vooruit tot en met Vlaams Belang heeft dat unaniem gestemd.“
“Van Groen, Vooruit tot en met Vlaams Belang,“ somt hij op. “Dat is een welvaartsdossier dat ideologie-neutraal is. Ik denk dat de politiek een haven gewoon ziet als een welvaartsdossier.“
Waarom havens internationale steden maken, met alle gevolgen
Buiten valt de avond over Brasschaat. Schalck kijkt terug op het gesprek en formuleert wat havens voor hem betekenen, los van economie. “Ik denk dat havensteden per definitie internationale steden zijn. Steden die een vorm van open leren denken, open economie meebrengen.“
Kijk naar Antwerpen of Gent, zegt hij. “Allez, Antwerpen en Gent zijn in de Europese context, en zeker in de wereldcontext, kleine steden. Half miljoen, nog wat. Alleen al in Frankrijk zijn er tien die groter zijn.“ Maar de haven maakt het verschil. “80% van mijn grote klanten zijn internationale bedrijven. Dat zijn multinationals of kleinere, maar vanuit Scandinavische landen, van overal in de wereld.“
“Havensteden zijn per definitie internationale steden. Als je kijkt naar de maatschappij voelt je dat in de sfeer van een stad.“
Die internationale inbedding brengt ook expats, diversiteit, openheid. “Ik denk dat je dat voelt in de sfeer van een stad.“ In tijden van angst en protectionisme, waarin sommigen roepen dat grenzen dicht moeten, zijn havens het tegenovergestelde. “Havens zeggen: we gaan het open doen, we hebben iedereen nodig, we hebben internationale mensen nodig, internationale handel. Anders gaan we het niet redden.“
Voor Schalck persoonlijk is dat wezenlijk geworden. “Als er één ding is dat mijn leven heeft gemaakt, zeker in deze job, dan is het dat je op het snijvlak zit van overheid, politiek, privé, maar ook internationaal. Geef mij nu een Job waar dat niet meer zo is, dan ben ik een dimensie kwijt dat ik eigenlijk niet meer wil missen in mijn leven.“
De nadelen zijn er ook, erkent hij nog een keer. Drugs, criminaliteit, cyberaanvallen. “Dat moet je niet mooi doen.“ Het hoort erbij. Net zoals het vergt dat een haven nadenkt over waarden: met welke landen handel je, hoe zijn producten gemaakt, is het duurzaam? “Die drie zuiver krijgen is moeilijk. Je moet compromissen maken.“
Maar als haven kun je wel keuzes maken, benadrukt hij. “In het aantrekken van nieuwe stromen, nieuwe traffic, spelen wij wel een zeer grote rol.“ North Sea Port kiest bewust voor Scandinavië, voor intra-Europese handel, voor circulariteit. “Geef mij liever een duurzaam gemaakt product uit Zweden. Dan voel ik mij wel comfortabel.“
Buiten de Melkerij groeit de schemering aan. De whisky is op, het gesprek afgerond. Daan Schalck heeft in ruim anderhalf uur een portret geschetst van een sector in transitie: van tonnage naar waarde, van fossiel naar circulair, van nationaal naar Europees. De haven van de toekomst, dat is zijn overtuiging, is geen doorvoerhaven maar een ecosysteem. Een plek waar bedrijven samen CO2 afvangen, waar waterstof door nieuwe pijpleidingen stroomt, waar oude grondstoffen nieuwe producten worden.
“80% van alle goederen in de hele wereld gaat op een zeeschip,“ zei hij aan het begin van het gesprek. “Dat is nog altijd in orde in de wereldeconomie.“ De vraag is niet óf havens relevant blijven, maar hoe ze relevant blijven. Voor North Sea Port is het antwoord duidelijk: niet door te concurreren op volume, maar door te bouwen aan verbindingen. Tussen bedrijven, tussen landen, tussen heden en toekomst.