Michel Vandenbosch over dertig jaar GAIA: "Ik heb gezien wat pure haat eigenlijk betekent"

In de strakke kantoorruimte van GAIA, niet in De Melkerij dit keer, schuift Michel Vandenbosch aan. Geen tsjingetje vandaag. De oprichter en voorzitter van wat hij zelf de invloedrijkste dierenrechtenorganisatie van België noemt, vertelt met de rust van iemand die te lang met deze strijd bezig is om er nog van op te schieten. Hij is al bijna veertig jaar bezig met dieren, GAIA bestaat ondertussen sinds 1992, en met de 80.000 leden van vandaag staat de organisatie waar hij in de jaren negentig nog van droomde.

“Wij zijn opent op Belgische ehm bedoeling altijd geweest om het belang van de dieren wil zijn zoveel mogelijk in de meeste, zo niet ten liefst alle geledingen van de samenleving te doen doordringen.“

Politiek, gerecht, bedrijfsleven, onderwijs. Vandenbosch somt het zonder ophef op. En toch, op één van die treffende kantelmomenten waarin een gast plots zijn maatschappelijk verzet aan zijn eigen lijf moet uitleggen, komt het verhaal aan zijn 1998-jaar van de paardenmarkt in Anderlecht. Maar daar zijn we nog niet. Eerst de filosofische bedding.

Dieren als individuen met gevoel, niet als objecten ▶ 3:03

Een buurman die zijn hond verwaarloost is niet wat GAIA aanspoort. Vandenbosch is daar nadrukkelijk over. De organisatie richt zich op de georganiseerde, geïnstitutionaliseerde vormen van dierenmishandeling, op de schaal waar het leed in de duizenden tot miljoenen loopt. De intensieve veeteelt is daar de aartsvijand.

“De aantallen dieren die in België alleen al geslacht worden, slachthuizen, die zijn astronomisch. Dus mensen moeten wel beseffen dat dat door vlees eten zij bijdragen en dan verschrikkelijk veel leed.“

De wetenschappelijke onderbouw van zijn pleidooi is in de afgelopen decennia steeds steviger geworden. Vandenbosch wijst op de boekenlawine over dierlijk bewustzijn: cognitie bij kraaien, taal bij walvissen, empathie bij olifanten, complex sociaal gedrag bij varkens en kippen. Wat de mens vroeger nog als spreken-uit-onwetendheid kon afdoen, valt steeds moeilijker vol te houden.

“Wij weten veel van dieren, maar we weten nog veel te weinig. Wij blinken uit in de dierlijke capaciteiten en kwaliteiten altijd maar te onderschatten.“

Hij stelt het scherp: de mens onderschat dieren bewust, omdat onderschatting een handig excuus is om uit te buiten. Voor Vandenbosch begint dierenrechten bij het besef dat dieren individuen zijn, geen objecten die je kan verbruiken zonder ethische rekening.

De paardenmarkt van Anderlecht en de echo van pure haat ▶ 12:15

De gemoedelijke filosofische opening kantelt halverwege het gesprek naar het persoonlijke. In 1998, op de paardenmarkt van Anderlecht, werd Vandenbosch in mekaar geslagen door veehandelaars. Niet één klap, een methodische afranseling. Hij vertelt het zonder bombast.

“Ik heb aan den lijve ondervonden hoe het is om eigenlijk een dier te zijn, zoals die koeien die ze elke week afkloppen, afsloegen. Die haat uit die mensen hun ogen vergelijkelijk.“

Hij is nooit van het besef teruggekeerd dat er die dag puur, geconcentreerde haat aan tafel zat. Niet alleen tegen GAIA. Tegen hem als persoon, gefilterd door een sectorbelang dat zijn omzet zag eroderen onder de scherpe blik van een activist die de gruwel die ze zo zorgvuldig hadden afgeschermd, weer aan het licht bracht. Wat er nadien volgde, is een hoofdstuk dat veel mensen vergeten zijn.

Het complot, de Rijkswacht en het onderduiken ▶ 21:28

De vakbladen van de landbouwsectoren in die jaren staan vol lezersbrieven met taal die Vandenbosch beschrijft als oproepen. Het kondigde zich aan, zegt hij nu. Er stond iets te gebeuren. De Rijkswacht ontdekte een plan, een complot dat hij niet uit zijn duim zoog en waar één figuur uit de vleesmaffia bij betrokken zou zijn geweest.

“De Rijkswacht heeft mij geadviseerd om onder te duiken. Er was toen één Rijkswacht-officier dag en nacht bereikbaar voor mij.“

Hij zegt het zonder bravoure. Een handvol maanden van zijn leven die hij vooral als surrealistisch beschrijft, met het besef dat zijn dood politiek hoogstwaarschijnlijk weinig had veranderd. De berekening van zijn aanvallers ging precies in de tegengestelde richting van wat ze hadden gehoopt. De samenleving stond niet achter de slagers, maar wel achter de man die door hen werd geviseerd. Het bracht GAIA in een nieuwe versnelling.

Hoe België van achterblijver werd tot Europese koploper ▶ 10:43

Wat begin jaren negentig nog onbespreekbaar was, is volgens Vandenbosch in dertig jaar fundamenteel veranderd. Hij is bevoorrecht getuige.

“Toen ik eraan begon, lag België echt wel achteraan in de rij, zo'n beetje naast Spanje en Frankrijk als de allerslechtste leerlingen van de Europese klas. Vandaag staan we mee aan de top, zonder enige twijfel.“

Hij ontkent niet dat GAIA daar een grote rol in heeft gespeeld. Historische feiten, noemt hij het. Maar de prijs was hoog: doorzettingsvermogen, fysiek risico, en jaren waarin de meeste mensen hem en zijn medestrijders met argwaan bekeken. De waardering kwam pas achteraf, zoals dat meestal gaat met activisten van wie de stellingname later mainstream blijkt.

Het cognitief-dissonantieprobleem in elke supermarktrij ▶ 30:44

Een van de hosts probeert het probleem zelf onder woorden te brengen. Dat ene moment, in een supermarktrij, waar het verpakte vlees zo proper en gestileerd verschijnt dat het bijna geen verband meer houdt met wat er voor in de slachterij gebeurde. Vandenbosch knikt scherp.

“Het feit van dat psychisch psychologisch fenomeen van cognitieve dissonantie waar wij natuurlijk heel sterk in zijn. Als er iets is wat ons onderscheidt van dieren, dan is het precies dat psychologisch fenomeen.“

Hij zegt het bijna verbaasd. Dieren stappen niet vlot over een innerlijke tegenstrijdigheid heen om hun gedrag onveranderd voort te zetten. Mensen kunnen dat met spectaculaire snelheid. Wie zich druk maakt om dierenleed in een YouTube-fragment, koopt vrolijk een goedkoop kippetje in de winkel. Vandenbosch verwijt niemand. Hij wijst, met enige berusting, op een hele cultuur die in elkaar zit als een ingewikkeld systeem van zelfgeruststelling.

Vijf tot zeven procent vegetariërs, en de plafondvraag ▶ 33:04

Vandenbosch ontfutselt geen heldenmagie. Hij citeert ruwe cijfers: vandaag bestaat ongeveer vijf tot zeven procent van de Belgische bevolking uit vegetariërs of veganisten. Hij ziet die groep in tien tot vijftien jaar wellicht doorgroeien tot tien à vijftien procent. Daarmee geeft hij een eerlijk antwoord op waar veel activisten te zelden bij stilstaan: de grote meerderheid blijft vlees eten. Voor Vandenbosch is dat geen reden om de droom op te bergen.

“Als je het aantal vegetariërs misschien tot pakweg tien à vijftien procent kunt krijgen, dan blijft de grote meerderheid nog altijd vlees eten.“

Hij verwijst naar mensen die hem zelf vertellen dat ze minder vlees zijn gaan eten, niet meer dagelijks. Dat is niet de ideale beweging, maar het is wel een beweging. Daarvoor is hij niet te trots om dankbaar te zijn. Maar het verklaart ook waarom hij niet wacht op de massabeweging die zou zegevieren. Hij zet zijn kaarten op een andere kaart.

Kweekvlees, en waarom Vandenbosch er voluit voor gaat ▶ 35:23

Voor wie de naam Vandenbosch nog met onverbiddelijke veganistische strengheid associeert: de oprichter van GAIA pleit nadrukkelijk en uitgesproken voor kweekvlees. Niet omdat hij de smaak heeft gemist, maar omdat het de enige ethisch verantwoorde route is om de overgrote meerderheid die aan vlees blijft, een uitweg te bieden zonder dieren te laten lijden.

“Wij zijn absoluut voor kweekvlees. In België zijn wij de enige organisatie die die maatschappelijke aanvaardbaarheid wil vergroot zien.“

GAIA is aangesloten bij het project Respect Farms, dat onderzoekt hoe boeren een actieve rol kunnen spelen in de overgang naar kweekvleesproductie. Het idee dat boeren simpelweg moeten verdwijnen, vindt Vandenbosch onrealistisch en bovenal contraproductief. Op kleine schaal zou kweekvlees, geproduceerd in tankreservoirs zoals bij bierbrouwerij, een nieuwe inkomstenbron kunnen worden voor sectoren die nu vast zitten in industriële veeteelt.

“Op die boot, in Singapore, daar staat het op het menu. Volgens consumentenonderzoek vinden veertig procent van de Belgen het al een goed idee, dus zouden het wel eten.“

Het opvallende daarbij is dat het aanvaardingscijfer al bestaat voor een product dat in België nog niet eens verkocht wordt. Voor Vandenbosch is dit het bewijs dat de samenleving op een verandering wacht die de industrie nog niet helemaal gaat aanbieden.

De vraag van de vissen, en waarom de empathie achterloopt ▶ 40:50

Een van de hosts werpt op dat veel mensen die geen vlees meer eten, vis wel blijven verorberen. Waar zit het mentale verschil? Vandenbosch erkent dat het probleem reëel is. Zoogdieren delen onze structurele biologie, gezichten met ogen die ons rechtstreeks aankijken. Vissen zijn anatomisch verder van ons af.

“De wetenschappelijke antwoord op die vraag is: ja, ze kunnen pijn voelen, ze kunnen lijden, ze hebben bewustzijn. De vraag is kunnen die dieren voelen, kunnen die dieren lijden.“

Het besef sijpelt langzaam door, maar volgens hem te langzaam. Wereldwijd worden miljarden vissen gevangen, vaak door verstikking aan boord. Voor Vandenbosch is de morele rekening even gegrond. Wie zoogdieren ethisch beschermt en vissen niet, baseert dat onderscheid op nabijheid, niet op rechtvaardigheid.

Anderhalf miljoen handtekeningen voor proefdiervrij onderzoek ▶ 45:27

De recente strijd van GAIA loopt rond het thema dierproeven. Een Europees burgerinitiatief had één miljoen handtekeningen nodig om door de Europese Commissie te worden behandeld. GAIA, samen met Cruelty Free International, haalde er meer dan anderhalf miljoen, waarvan de Europese Commissie er 1,2 miljoen valideerde. De drempel werd ruim gehaald.

“Wij hebben er 1,4 gehaald, meer dan 1,4, bijna anderhalf miljoen. De drempel werk te maken van een transitie naar proefdiervrij onderzoek.“

Het doel is geen onmiddellijk verbod, maar een traject. Sluitende cosmetica-uitzonderingen dichten, het REACH-regelgevingsbeoordelingskader verstrengen, en bedrijven beter ondersteunen die uit eigen wil naar dieren-vrije alternatieven willen overstappen. Vandenbosch heeft zelfs toxicologen ingehuurd om bedrijven gratis hun protocollen door te lichten, om aan te tonen welke proeven echt overbodig zijn. De Europese Ombudsman vond na klacht van GAIA dat de chemische middelen-instantie haar werk niet goed deed. Het zijn de details die de transitie waarmaken.

Waarom een minister een titel met "dierenwelzijn" moet hebben ▶ 1:14:12

Op de vraag of het GAIA-pleidooi ook structureel politiek vertaald wordt, schuift Vandenbosch een opvallend punt naar voor. Hij heeft een Europese Commissaris voor Dierenwelzijn op zijn lijstje. Niet omdat een commissaris alles oplost, maar omdat een naam in een titel dwingt tot rekenschap.

“Politiek is niet alleen feitelijk beslissingen nemen en compromissen sluiten. Er is ook een psychologische dimensie aan politiek. Als die bevoegdheid in je titel hebt, ben je benaderbaar plicht om er wat van te maken.“

Hij wijst op de drie ministers van Dierenwelzijn die België vandaag heeft, niet één van die titel exclusief. Het komt er allemaal naast Onderwijs of Sport bij. Voor Vandenbosch is dat geen detail, maar een signaal dat de politiek hen niet ernstig genoeg neemt. Een commissaris zou de strijd van een aantal getalenteerde campagnedirecteurs in een formele structuur gieten. Voorlopig krijgt hij daar gehoor voor in Brussel.

Het zeehondenpels-handelsverbod als blauwdruk ▶ 1:18:02

Het strategische geheim van GAIA, in Vandenbosch zijn eigen woorden, zit in het slim afwisselen tussen bottom-up en top-down. Een van de meest succesvolle voorbeelden komt uit de strijd tegen de zeehondenjacht in Canada.

“Wij hebben de wereldhandelsorganisatie voor het eerst in haar geschiedenis tot een uitspraak gedreven die zegt: dierenwelzijn is een universele waarde.“

Dat is geen detail. De Wereldhandelsorganisatie, normaal een instituut dat zich enkel om de economische as draait, bevestigde voor het eerst dat een handelsverbod om ethische redenen toelaatbaar is. Het pad daarvoor was zorgvuldig gelegd: eerst één Belgisch handelsverbod, dan andere lidstaten erin meegekregen, dan een Europees verbod, en dan de Canadese druk tegen het Europese verbod overstegen via de WTO. Bottom-up wordt top-down wanneer de wereld dat eindelijk inziet.

De honderd jaar vooruitgang van bontproductie en foie gras ▶ 1:17:16

Dezelfde strategie speelt zich nu af rond bontproductie en foie gras. In de meeste Europese lidstaten is bontproductie inmiddels verboden of bezig met uitfasering. Foie gras blijft een schrijnender hoofdstuk, omdat de productie in Vlaanderen ondertussen verboden is, maar in Wallonië nog steeds plaatsvindt, naast Frankrijk en Hongarije.

“De Vlaamse minister van Dierenwelzijn van Ecolo, intelligent, is daar voor als nog niet toe bereid om foie gras te verbieden. Dat is een Waalse bevoegdheid, ondanks onze druk.“

Het importargument, dat een Vlaams verbod weinig effect heeft zolang foie gras gewoon over de grens wordt aangevoerd, zwakt Vandenbosch genuanceerd af. Wie steeds wacht tot de hele wereld klaar is, schaft nooit iets af. Stap voor stap, zegt hij, en hij durft toegeven dat dit langer duurt dan een ongeduldige activist zou willen.

Cognitive en het verwijt richting de mens-superieur-fantasie ▶ 1:20:21

Het filosofische hart van wat Vandenbosch wil verwezenlijken, zit niet in een specifieke wet maar in een ander beeld van wat de mens is. Hij citeert filosoof Martha Nussbaum, één van de meest vooraanstaande hedendaagse rechtsfilosofen, die recent het boek Justice for Animals publiceerde, vertaald als Gerechtigheid voor Dieren.

“Het feit dat wij mensen ons superieur achten boven dieren minachten en in veel gevallen zelfs verachten, die superioriteitsfantasie wonen we zelf al generaties zitten. Daar moeten we van vanaf.“

Een steeds groter aantal academici, juristen en politieke theoretici dragen vandaag bij aan een politieke theorie van dierenrechten. Wat dertig of veertig jaar geleden alleen door radicale activisten werd geopperd, zit nu in serieuze juridische publicaties. Voor Vandenbosch is dat geen kleine winst.

Dieren in de Grondwet, het droomdoel voor deze legislatuur ▶ 1:21:54

De vraag van de hosts naar de droom waar hij zelf nog wil van halen, krijgt een concreet antwoord. Vandenbosch wil het opnemen van dieren in de Grondwet bereikt zien voor het einde van deze legislatuur. Een nieuw wetsvoorstel ligt op de Senaat-tafel, met hoorzittingen waarop GAIA gehoord zal worden.

“Ik hoop dat ook nog te bereiken voor het einde van deze legislatuur. Dat is vrij snel, dat is een nieuw wetsvoorstel dat over een paar weken behandeld zal worden in de Senaat tijdens hoorzittingen.“

Een Ipsos-peiling, uitgevoerd voor het dertigjarig bestaan van GAIA, toonde dat zes op tien Belgen vandaag vinden dat mensen en dieren gelijkwaardig zijn. Vandenbosch nuanceert: in concrete keuzes zal dat percentage waarschijnlijk lager liggen. Maar het mentale beeld is al verschoven. Vandaag stemt een grote meerderheid van Belgen, in Vlaanderen, Brussel én Wallonië, in met een grondwettelijke verankering. Dat is voor Vandenbosch geen kleine zaak.

De pragmatische idealist die nooit van subsidie wil leven ▶ 1:24:14

Aan het einde van het gesprek komt nog een opvallend detail naar voor: GAIA neemt geen overheidssubsidies aan. Niet uit principe-zucht, maar uit overlevingsdrang van onafhankelijkheid.

“Wij houden er niet van om het risico te lopen dat onze handen gebonden zijn aan afhankelijkheid, absoluut niet.“

Dat is een keuze die de afgelopen 30 jaar zelden gepubliceerd werd, maar wel structureel bepaalt wie GAIA wel of niet onder druk kan zetten. Vandenbosch noemt zichzelf een pragmatische idealist met beide voeten op de grond. Hij gelooft dat de geschiedenis van de mensheid, ondanks alles, de goede richting opgaat. Minder geweld, meer ethisch besef, meer juridische bescherming voor wie de minderen waren in de machtsverhoudingen. Voor Vandenbosch behoren de dieren tot die minderen, en het verlengstuk van een ethisch project dat ooit ook bij zwarte mensen en vrouwen werd uitgevochten. Aan een tafel waar de gast zelf zijn aanslag overleefde, klinkt die continuïteit minder als slogan en meer als wat hij is: een levensopdracht die nooit af is.