Opening: Een bisschop tussen twee oevers

De lentezon valt door de hoge ramen van De Melkerij in Brasschaat als Johan Bonny, bisschop van het bisdom Antwerpen, plaatsneemt aan tafel. Een chingetje rum – zoeter dan verwacht – markeert het begin van een gesprek dat meer dan anderhalf uur zal duren. Bonny is geen man van gemakkelijke antwoorden. Hij draagt een erfenis van kruistochten en concilies, maar ook de blik van iemand die elf jaar in het Vaticaan heeft doorgebracht en daar het sacrale beeld heeft zien afbrokkelen tot iets heel menselijks: jaloerse kardinalen, achterklap, baronieën.

Vandaag wil hij het hebben over de positie van zijn kerk in een maatschappij die seculariseert én religieuzer wordt, over waarden die losweken van hun verhaal, over de vraag of je christen moet zijn om een goed mens te zijn. Het antwoord op die laatste vraag geeft hij meteen: nee. Maar de nuance die erop volgt, vult de rest van het gesprek.

"Wij zitten met twee oevers die bijna als een spiegelbeeld tegenover elkaar staan" ▶ 0:00

Bonny begint met een beeld: een rivier die bij overstroming buiten zijn oevers treedt, en bij droogte smaller wordt. Zo zit de katholieke kerk vandaag met één been in de secularisatie, het andere in een groeiende verzameling van godsdiensten. “Van die secularisatie hebben wij het einde nog niet gezien,“ zegt hij. “Het gaat nog verder doorgaan.“ Wie op zondag naar de mis gaat in Antwerpen, komt nu al vooral uit Oost-Europa, het Midden-Oosten, Afrika, Azië of Latijns-Amerika. De Vlaamse katholiek is minderheid geworden in zijn eigen kerk.

Maar dat is slechts één kant van het verhaal. Aan de andere oever groeit een nieuwe werkelijkheid: orthodox-christelijke gemeenschappen, meer dan 150 evangelikale groepen in Antwerpen alleen, moslims voor wie geloof wél nog iets betekent, Aziatische tempels, het jodendom. “De totale verzameling van wie wel met godsdienst bezig is, is jaar na jaar aan het stijgen,“ zegt Bonny. Het gevolg: twee oevers die elkaar bespiegelen. Wat de één niet is, is de ander wél.

“Wij zitten met twee overs die bijna als een spiegelbeeld tegenover elkaar staan. Wat de één niet is, is de ander wel.“

Waarom de katholieke kerk met één been in de secularisatie staat ▶ 3:13

Bonny erkent zonder omwegen dat hij zelf kind is van die geseculariseerde westerse cultuur. “Ik deel de secularisatie met de geseculariseerde westerse cultuur in mijn eigen hart, in mijn eigen geest, mijn denken, mijn gevoelen,“ zegt hij. Hij groeide op in een Vlaanderen waar de Verlichting, de reden, de individuele vrijheid hun intrede hadden gedaan. Die waarden herkent hij, waardeert hij zelfs. “Onze secularisatie is eigenlijk een kind van een kind van het christendom.“

Maar langs die andere kant, die van de godsdiensten, staan heilige boeken, gebeden, rituelen, een God die zich laat kennen. Bonny probeert die twee werelden te verbinden, en weet dat hij daardoor aan beide kanten gewantrouwd wordt. De seculiere westerse mens vindt katholieken naïef: ze lezen nog in de Bijbel, ze geloven nog in God, ze bidden nog. De nieuwe godsdiensten vinden hem te flauw, te rationeel, niet militant genoeg. “Tussen dat radicalisme en dat je-m'en-foutisme proberen wij kerk te zijn,“ zegt Bonny. Geen gemakkelijke opdracht.

"De meeste katholieken die nu op zondag naar een kerk gaan, komen nu al uit Oost-Europa, Midden-Oosten, Afrika, Azië, Latijns-Amerika" ▶ 5:46

De verschuiving is radicaal. In Antwerpen alleen telt Bonny meer dan 150 evangelikale gemeenschappen “die zoals paddenstoelen uit de grond komen.“ Daarnaast zijn er orthodoxe kerken – Russisch, Roemeens, koptisch, Servisch, Georgisch – die de afgelopen vijftien jaar katholieke kerkgebouwen hebben overgenomen. “In de basisscholen, in de middelbare scholen is dat nu al de meerderheid van de kinderen komen uit moslim families en die hebben wel iets met geloof,“ zegt Bonny.

Het contrast is scherp. Waar de autochtone Vlaming zich heeft teruggetrokken uit kerk en religie, groeit er een nieuwe gemeenschap van gelovigen die wél waarde hecht aan heilige geschriften, aan rituelen, aan een God die richtinggevend is. Die ontwikkeling is geen randfenomeen. Het is de nieuwe werkelijkheid van Vlaanderen, en de katholieke kerk probeert daar een plek in te vinden.

“Voor Antwerpen alleen zijn er meer dan 150 evangelikale gemeenschappen die zoals paddenstoelen uit de grond komen.“

Waarden zijn eigenlijk lege dozen ▶ 10:37

Het gesprek verschuift naar de vraag die in elke discussie over secularisatie opduikt: wat blijft er over van christelijke normen en waarden als het geloof verdwijnt? De hosts wijzen op iets opvallends: ook zonder kerk kent onze samenleving nog altijd een destillatie van christelijke waarden. Solidariteit, naastenliefde, rechtvaardigheid – ze zijn doorgedrongen in het DNA van het Westen, zelfs bij wie God allang heeft opgegeven.

Bonny knikt, maar voegt een waarschuwing toe. “Waarden zijn eigenlijk lege dozen. Je stopt erin of je haalt eruit wat dat je wil.“ Zonder een verhaal, zonder een persoon aan wie je die waarden koppelt, worden ze vrijblijvend. Liefde? Trouw? Zelfopoffering? Iedereen vult dat maar in. “Het verhaal geeft inhoud aan de waarden,“ zegt Bonny. “Waarden hangen samen met personen en de identificatie.“

Hij gebruikt een vergelijking: koken. Iedereen kan koken, maar als je wilt leren kóken, dan zeg je: ik wil koken zoals Piet Huysentruyt, zoals Sergio Herman. De persoon is het ankerpunt. Zo is het ook met waarden. “Mijn christendom is gebonden aan de relatie met een persoon. De persoon van Jezus Christus van wie ik zeg: hij is het. Dat is mijn man.“ Aan hem koppelt Bonny alles wat wijsheid, wat waarden, wat inzicht is.

“Waarden zijn eigenlijk lege dozen. Je stopt erin of je haalt eruit wat dat je wil.“

"Moet je christen zijn om een goed mens te zijn? Het antwoord is nee" ▶ 13:20

Dat brengt hem bij de kern: moet je christen zijn om die waarden te hebben, om een goed mens te zijn? Bonny aarzelt geen seconde. “Het antwoord is nee.“ Hij heeft bewondering voor wie zich inzet zonder geloof, voor wie lijdt zonder christen te zijn. “Het lot van de Palestijnen daar raakt mij heel diep. Alhoewel ik weet dat 95% van hen geen christen zijn.“

Maar dan volgt de keerzijde. “Om christen te zijn moet je Jezus graag zien. Dat is het punt.“ Voor Bonny is het christendom geen catalogus van morele principes. Het is een relatie met een persoon, en die persoon is Jezus Christus. “Kunt je ook een goed mens zijn als je daar andere bronnen voor hebt?“ vraagt hij retorisch. “Ja.“ Maar voor hém is die bron Jezus, en dat maakt het verschil.

“Om christen te zijn moet je Jezus graag zien. Dat is het punt. En kun je ook een goed mens zijn als je daar andere bronnen voor hebt.“

Hoe duurzaam zijn waarden als ze losgekoppeld zijn van het geloof? ▶ 15:13

Bonny ziet een risico in de westerse secularisatie: waarden die ooit geworteld waren in een verhaal, in een gemeenschap, in een God, worden nu vrijblijvend. Hij vergelijkt het met een gezin. “Als er liefde is, komen er vanzelf afspraken. De dag dat je mekaar niet meer graag ziet, vallen die waarden als een kaartenhuisje in elkaar.“

Hetzelfde geldt voor een samenleving. De binding tussen waarden en geloof is niet louter symbolisch – ze is dragend. Hoe lang blijven waarden als solidariteit, trouw, rechtvaardigheid overeind als de bron opdroogt? Bonny verbergt zijn scepsis niet. “Hoe duurzaam zijn die waarden als ze losgekoppeld zijn van het geloof?“ Het is geen retorische vraag. Het is een waarschuwing.

Hij geeft een concreet voorbeeld: wettelijke feestdagen. Zeven op tien komen uit het christendom, maar voor de meeste mensen zijn het gewoon vrije dagen. De emotionele, symbolische waarde is verdwenen. Wat overblijft is iets praktisch, iets leegs. “Als het te lang losstaat van geloof wordt het iets heel praktisch, en iets dat heel praktisch is verliest eigenlijk de emotionele waarde van het praktische.“

“Hoe duurzaam zijn die waarden als ze losgekoppeld zijn van het geloof?“

Trump, Biden en de vraag naar christelijke authenticiteit ▶ 20:40

De hosts werpen een ongemakkelijke vraag op: als het christendom zulke sterke waarden draagt, hoe verklaar je dan een figuur als Donald Trump? Amerika profileert zich als christelijk land, maar Trump lijkt de tegenpool van alles waar Jezus voor stond. Bonny grijnst. “Trump is een opportunist van de dag. Amoreel zou ik zeggen, niet immoreel.“

Voor Trump, zegt Bonny, kan het geen jota schelen. Het is puur politiek opportunisme. Vandaag zegt hij het ene, morgen het andere. Het morele principe is niet zijn leidraad. Maar Biden – katholiek, consciëntieus – stond wél met beide benen in zijn geloof. “Biden stond heel conscientieus, gewetensvol in hoe hij omging met de Bijbel en hoe hij vanuit zijn bijbels christelijk geloof keek naar de samenleving.“

Het voorbeeld toont de kloof binnen het christendom zelf. Niet iedereen die zich christen noemt, leest de Bijbel op dezelfde manier, trekt dezelfde conclusies, leeft dezelfde waarden. “Wat van zelfs het christendom en wat men christelijk noemt is een open debat,“ zegt Bonny.

“Trump is een opportunist van de dag. Amoreel zou ik zeggen, niet immoreel.“

Over water lopen: letterlijk of interpretatief? ▶ 24:40

Een van de fundamentele scheidingslijnen binnen het christendom is de manier waarop gelovigen de Bijbel lezen. Bonny legt uit: “Hoe lees je die teksten? Lees je die op een zeer letterlijke, fundamentalistische manier die direct de zin leest zoals het daar staat, zonder interpretatiesleutels?“ Of lees je tussen de lijnen, met oog voor context, voor beeldspraak, voor de tijd waarin de tekst geschreven werd?

Hij geeft een voorbeeld: Jezus liep over het water. “Is dat heel letterlijk? Hij zette zijn voeten over het water en hij bleef erop. Of wil over water lopen zeggen: het onmogelijke toch aandurven en erin slagen?“ Het verschil is niet academisch. Het bepaalt hoe je als gelovige in de wereld staat, hoe je oorlog en vrede benadert, hoe je omgaat met land en territorium.

“Staat er in het Oude Testament dat je mag veroveren? Ja, dat staat daarin,“ zegt Bonny. “Wij zeggen ondertussen: dat land heeft eigenlijk geen betekenis meer.“ Voor christenen is de boodschap universeel geworden. Waar je woont, wie je bent, uit welke cultuur je komt – het maakt niet uit. Maar andere tradities lezen die teksten anders, en dat leidt tot conflict.

“Over water lopen, is dat heel letterlijk of wil het zeggen het onmogelijke toch aandurven en erin slagen?“

Waarom de kerk te soft is geworden (en waarom jongeren daar aanstoot aan nemen) ▶ 29:16

De hosts stellen een prikkelende vraag: is het christendom de afgelopen decennia niet té soft geworden? Andere godsdiensten – de islam, orthodoxe joodse gemeenschappen – profileren zich scherper, duidelijker, zichtbaarder. Waarom doet de katholieke kerk dat niet?

Bonny erkent het. “In de laatste 50, 60 jaar zijn wij hier heel soft geworden. We willen niet provoceren. We willen niet anders zijn op een manier dat we onbegrijpelijk worden.“ De kerk wilde dicht bij de mensen blijven, nabij, toegankelijk. Verschillen werden gerelativeerd. Als iemand iets niet wilde, zei de kerk: “Dan zullen wij onze positie wel verlaten.“

Maar die strategie heeft een prijs. “Veel van die jongeren vandaag nemen daar wat aanstoot aan,“ zegt Bonny. Hij krijgt regelmatig brieven: waarom zijn jullie niet wat feller? Waarom profileren jullie je niet duidelijker? In een gediversifieerde samenleving, zeggen ze, is duidelijkheid geen luxe. Het is noodzaak. Andere godsdiensten laten zien hoe ze zich kleden, hoe ze zich gedragen, welke regels ze hanteren. De katholieke kerk doet dat niet, of nauwelijks.

“In de laatste 50, 60 jaar zijn wij hier heel soft geworden. We willen niet provoceren, we willen niet anders zijn.“

"De wereld is genuanceerd" – maar is dat wel genoeg? ▶ 31:21

Bonny's reflex is veelzeggend. Als de hosts aandringen op meer duidelijkheid, zegt hij: “Ja, maar de wereld is genuanceerd.“ Kracht haal je uit je geloof, maar ook uit hoe je het kunt duiden, verwoorden en begrijpen. “Het is niet met een simplificatie heel luid te verkondigen en daarvoor met uw schoppen op tafel te slaan, dat je meer gelijk hebt.“

Een van de hosts duwt terug. De wereld is niet vredelievend. In Afrika worden christenen uitgemoord. Er zijn religieuze oorlogen, harde conflicten. En vaak lijkt de katholieke kerk aan de zijlijn te staan, te nuanceren, te tolereren. “Wat gaan we doen?“ vraagt de host. “Want het gewoon tolereren of accepteren of nuanceren is ook al niet het antwoord daar.“

Bonny aarzelt. Hij wijst erop dat christenen in veel conflicten de enigen zijn die geen milities meer hebben, geen gewapende krachten. “Dat is ons drama in het Midden-Oosten,“ zegt hij. Het gevolg: massale emigratie. Binnen 100, 200 jaar zullen de christenen daar verdwenen zijn, en wat overblijft zijn de harde, gewapende stellingen. De buffers verdwijnen.

“De wereld is genuanceerd. Uw kracht moet je halen uit uw geloof, maar ook in hoe je het kunt duiden, verwoorden en begrijpen.“

Geweldloosheid is gebonden aan de persoon van Jezus ▶ 34:59

Waarom neemt de kerk niet gewoon de wapens op? Bonny legt uit waarom dat onmogelijk is. “Geweldloosheid is een waarde voor ons die hangt vast met de persoon van Jezus Christus.“ Vechten voor grond, voor land – dat moet je niet doen. Maar wat als iemand anders wordt aangevallen? “Als gij geslagen wordt, dan moet ik u verdedigen,“ zegt Bonny. Maar hoe ligt dat in collectieve conflicten, in oorlogen, in geopolitieke spanningen?

Hij heeft geen eenvoudig antwoord. De christelijke traditie is wars van geweld, maar ook van passiviteit. Het is een spanning die hij niet oplost, maar blootlegt. Geweldloosheid is geen tactiek. Het is een waarde, verankerd in een persoon, en daarom niet verhandelbaar.

“Geweldloosheid is een waarde voor ons die hangt vast met de persoon van Jezus Christus. Vechten voor grond, voor land, dat moet je niet doen.“

"Christenen zijn de enigen die niet meer over milities beschikken. Dat is ons drama in het Midden-Oosten" ▶ 35:36

Bonny spreekt met pijn in zijn stem over het Midden-Oosten. Hij werkte er elf jaar voor het Vaticaan, verantwoordelijk voor de relaties tussen de katholieke kerk en andere christelijke kerken in Egypte, Ethiopië, Libanon, Syrië, Irak, Iran, Armenië, Zuid-Indië. “Daar ben ik met mijn hart gaan lopen,“ zegt hij. “Niet Rome heeft mijn hart gestolen, maar die oosterse kerken.“

Vandaag is de positie van christenen daar dramatisch. Ze hebben geen milities, geen gewapende krachten. Het enige alternatief: wegtrekken. “De massale immigratie van het christendom uit het Midden-Oosten, binnen 100, 200 jaar zal iedereen hen daar missen,“ zegt Bonny. Wat overblijft zijn de harde stellingen, de radicale groepen die elkaar het leven betwisten. “De buffers zullen verdwijnen.“

“Christenen zijn de enigen die niet meer over milities of over gewapende krachten beschikken. Dat is ons drama in het Midden-Oosten.“

Migratie en de pedagogische kracht van een gemengde samenleving ▶ 39:09

Een van de hosts vraagt of al die buitenlandse gelovigen – christenen, moslims, orthodox – wel écht integreren in de westerse, geseculariseerde cultuur. Bonny is optimistischer dan je zou denken. “Onze samenleving, al loopt zij niet achter morele principes, de waarden die onze samenleving neerzet hebben ook een pedagogische betekenis.“

Kinderen die opgroeien in een gemengde klas – gelovigen en ongelovigen, christenen en moslims, hetero en homoseksueel – veranderen. “Ik ben niet zo negatief. Mensen veranderen wel,“ zegt Bonny. Het bewijs: wie hier tien jaar gewoond heeft, wil zelden definitief terug. Jongeren die hier basis- en middelbaar hebben gedaan, een hogeschool hebben afgerond, blijven liever hier. “Dat zegt toch ook iets.“

Het is een verrassend progressief geluid van een bisschop. Bonny gelooft niet in statische identiteiten. Culturen evolueren, mensen passen zich aan, waarden verschuiven. De vraag is niet óf dat gebeurt, maar hoe we dat begeleiden.

"Ik geloof dat Jezus leeft. En dat hij op één of andere manier leeft. Dat is voor mij het punt" ▶ 45:05

Dan stelt een van de hosts de meest directe vraag van het gesprek: gelooft u dat Jezus letterlijk leeft, dat hij actief intervenieert, of is hij een gedachte, een leidraad, een verhaal? Bonny neemt even de tijd. “Dat is de beslissende vraag.“

Hij legt uit dat hij drie jaar filosofie heeft gestudeerd. Plato en Aristoteles waren betere filosofen dan Jezus, die geen letter heeft geschreven. “Als ik op zoek ben naar gedachten, naar mooie verhalen, naar beeldspraak, lees dan Plato.“ Maar Plato leeft niet. Zijn gedachten wel, maar hijzelf niet.

“Voor mij is inderdaad het punt: ik geloof dat Jezus leeft. En dat hij op één of andere manier leeft. Wat ik niet geloof van Plato en Aristoteles.“ Hoe dat eruitziet, hoe dat werkt? Bonny past. “Dan moet ik passen. Dan zeg ik: nee, ik geloof die leeft op één of andere manier.“ Het is de kern van zijn geloof, en het verschil met elke filosofie: Jezus is geen idee. Hij is een persoon, en die persoon leeft.

“Ik geloof dat Jezus leeft. En dat hij op één of andere manier leeft. Dat is voor mij het punt. Wat ik niet geloof van Plato en Aristoteles.“

"Zelfs het atheïsme is een vorm van avrechtse theologie" ▶ 48:30

Bonny breidt het verder uit. Als je iets over God wilt weten, zijn er veel interessantere bronnen dan het Nieuwe Testament. Romeinse mythen, Griekse sagen, eeuwen aan theologische literatuur. “Zelfs het atheïsme is een manier om over God te spreken. Om redenen te vinden waarom hij niet zo mag zijn zoals we denken dat hij zou zijn. Dus zelfs het atheïsme is een vorm van avrechtse theologie.“

Het is een verrassend inclusieve visie. Bonny ziet atheïsme niet als de afwezigheid van God, maar als een manier om ermee te worstelen. “Mijn uitgangspunt om christen te zijn zit niet in de theologie,“ zegt hij. “Ik geloof in Jezus Christus en omwille van hem geloof ik in wat hij over God te zeggen heeft.“

“Zelfs het atheïsme is een vorm van avrechtse theologie. Een manier om over God te spreken door redenen te vinden waarom hij niet zo mag zijn.“

Hoe de bisschop progressief werd door stil te blijven staan ▶ 57:23

Een host vraagt of Bonny zichzelf als progressief beschouwt. Bonny lacht. “Ik ben opgeleid in de jaren 70. Mijn seminarietijd was tussen '73 en '80, in Brugge en Leuven, op een heel klassieke manier.“ Vanuit andere provincies werd die vorming zelfs als oubollig beschouwd. “En toen keek men vanuit andere provincies een beetje op die vorming ook in Brugge neer als: dat is toch redelijk oubol.“

Maar Bonny is niet veranderd. “De methode, ik ben niet verrechtst, ik ben niet verlinkst, maar de kerk is veranderd. De wereld is veranderd.“ Hij gebruikt een simpele vergelijking: als het decor verschuift, verschuift je positie mee, zelfs als je zelf stilstaat. “Door te blijven doen wat je doet en te blijven staan als het decor verandert, ben je op de duur de linkse omdat het hele decor rechts geschoven is.“

Bonny vindt het een beetje absurd. Hij deed in de jaren 70 niet mee met de linkse betogingen in Leuven, waar marxisten en trotskisten de toon zetten. Seminaristen werden toen voor rechts versleten. Nu, vijftig jaar later, noemen ze hem progressief. “Maar dat is een beetje gelijk vandaag dan uw vader beoordelen voor het DDT te gebruiken,“ zegt een host. Bonny knikt. Het is geen correcte interpretatie.

“Door te blijven doen wat je doet en te blijven staan als het decor verandert, ben je op de duur de linkse omdat het hele decor rechts geschoven is.“

Het gecumuleerde effect van Johannes Paulus II en Benedictus XVI ▶ 1:00:00

Bonny erkent dat de katholieke kerk in de afgelopen decennia conservatiever is geworden. “Het klopt wel dat het gecumuleerde effect van de tijd van Johannes Paulus II – dat was de jaren 80, 90 tot een beetje na 2000 – en het pontificaat van Benedictus XVI, dat heeft zeker een verrechtsende effect gehad.“

Of waren die pausen de oorzaak, of waren ze zelf het gevolg van een bredere verschuiving? “Wat is de kip en het ei?“ vraagt Bonny. Het resultaat is hetzelfde: “Bepaalde stellingen, houdingen die in de jaren 70 evident waren, zijn nu plots… wat scheelt er met die?“

Bonny geeft een banaal voorbeeld: communie op de hand of op de tong. In de jaren 70 ontving iedereen – zelfs de meest vrome juffrouw – de communie op de hand. Vandaag zijn er jongeren die eisen om de communie op de tong te ontvangen. “Alles in mij zegt: ja, waarom is dat eigenlijk nodig?“ Maar hij accepteert het, omdat het geen effect heeft op hoe je met anderen omgaat. “Sommige dingen zijn de moeite niet waard om erover te strijden.“

Maar andere kwesties wél. Hoe de kerk spreekt over de man-vrouwrelatie, over homoseksualiteit, over oorlog en vrede, over migranten. “Daar moet ik als bisschop wel zorgen dat het kompas juist blijft staan.“

Homoseksualiteit en de hiërarchie van de waarheden ▶ 51:04

De hosts brengen het gesprek bij een gevoelig punt: homoseksualiteit en het zegenen van koppels van hetzelfde geslacht. Bonny is bekend om zijn progressieve standpunten hierover. Hoe denkt hij daarover na als bisschop, wetende dat hij rekening moet houden met de Bijbel, met het Vaticaan, met zijn eigen regio?

Bonny legt uit dat de Bijbel inderdaad negatief spreekt over homoseksualiteit. “Je kunt er zo 20 op tafel leggen die negatief daarover spreken en die ook altijd in een negatief licht zijn gelezen.“ Maar de vraag is: wat betekent die zin uit die cultuur, in die context? “Wat wilde dat toen zeggen en wat wil dat nu zeggen?“

Bonny ziet een hiërarchie in waarheden. Dieper dan die zinnen over seksualiteit ligt een fundamentelere overtuiging: ieder mens is kind van God. God houdt van iedere mens. Liefde is liefde. “Er zijn soorten van liefde en er zijn soorten van relaties in de liefde. Maar wat is liefde? Is nog net iets dieper dan: wat is seksualiteit.“

Het is zijn manier om ruimte te maken zonder de Bijbel te verloochenen. De tekst staat er, maar de lezing verandert. Context, menswetenschappen, omstandigheden – alles speelt mee. “Je moet onderscheiden. Wat zeg je aan wie en in welke omstandigheden?“

“Dieper dan die zin over homoseksualiteit is de overtuiging: ieder mens is kind van God. Dat is de diepere waarheid.“

De ethische driehoek: Bijbel, wetenschap, context ▶ 54:52

Bonny werkt met drie niveaus. Eerst de Bijbel: hoe lees je die teksten, letterlijk of interpretatief? Tweede, de menswetenschappen. Wat drie eeuwen geleden geen probleem was, kan vandaag ethisch onverantwoord zijn. Denk aan DDT, aan landbouwproducten, aan ecologische vraagstukken. “Wat mijn vader deed in de jaren toen wij klein waren, de producten die hij toen gebruikte in de landbouw, vandaag is dat ethisch niet meer verantwoord.“

Derde niveau: context en onderscheid. Eenzelfde daad kan bij de ene een misdaad zijn, bij de ander het beste wat die in staat is. “Zoals een leerkracht in de klas. Als hij alle werken wiskunde binnen heeft, moet hij aan de ene kunnen zeggen: 'Manneke gedaan', ook al heeft hij maar zes op tien. En aan een ander die zeven op tien heeft moet hij kunnen zeggen: 'Gij zijt lui geweest vandaag.'“

Ethiek is maatwerk. En dat maakt het ingewikkeld. Bonny weet dat zijn nuance hem in conflict brengt met wie op zoek is naar heldere regels, naar zwart-wit.

Elf jaar in het Vaticaan: waar het sacrale beeld afbrokkelde ▶ 1:13:33

Tegen het einde van het gesprek komt de vraag: hoe was het om in het Vaticaan te werken? Bonny kijkt even weg, glimlacht. “Dat zijn jaren waar ik heel dankbaar aan terugkijk, die mijn leven op een andere lijst hebben geschoeid.“ Hij werkte elf jaar voor de relaties tussen de katholieke kerk en andere christelijke kerken in het Midden-Oosten. “Daar ben ik met mijn hart gaan lopen. Niet Rome heeft mijn hart gestolen, maar die oosterse kerken.“

Rome zelf? “Een mooie stad, maar ook een zware stad om in te wonen als je daar werkt. Heel druk, lawaaierig, een heel vochtige warmte.“ Het Vaticaan is een gezegende plek, zegt Bonny, maar ook behept met veel zwakke plekken. “Ik heb me daar ook vaak gezakkerd en moeten doen alsof ik het niet zag en hoorde.“

Het sacrale beeld? Weg. “Het Vaticaan heeft voor mij een hele menselijke betekenis gekregen.“ Jaloerse kardinalen, lobby's, baronieën, achterklap. “Niets menselijks is hen vreemd.“ Bonny zegt het zonder cynisme, maar ook zonder illusies. De top van de katholieke kerk is bevolkt door uitzonderlijke personen – Johannes Paulus II, Benedictus XVI – maar ook door mensen die gewoon mens zijn, met alle zwakheden van dien.

“Het Vaticaan heeft voor mij een hele menselijke betekenis gekregen. Dat sacrale beeld is daar wel wat weggevallen.“

"Niets menselijks is hen vreemd" ▶ 1:16:11

Bonny legt uit dat er geen wereldorganisatie is die over zulke competente, geloofwaardige leiders beschikt als de katholieke kerk. Pausen die iedereen kent, die proberen voor de hele wereld van betekenis te zijn. “Dat heb ik altijd met heel veel waardering daar zien gebeuren.“

Maar ook een menselijke realiteit. Mensen die samenwerken, elkaar beconcurreren, jaloers zijn. “Jaloers kunnen zijn, lobby's vormen, baronieën vormen, achterklap vertellen. Niets menselijks is hen vreemd. En dat moet je er wel bij nemen.“ Het sacrale, de theaterkant, de scène – daar moet je doorheen kunnen kijken. “Je moet door de schijn heen kunnen kijken en zeggen: wat is er hier nu eigenlijk aan de gang?“

Bonny heeft die les geleerd. Het Vaticaan is geen hemels koninkrijk. Het is een plek waar mensen proberen het evangelie recht te houden, goede mensen te steunen, voor de goede zaak te gaan. Maar je moet er ook een aantal zwakke kanten bij nemen.

“Niets menselijks is hen vreemd. Jaloers kunnen zijn, lobby's vormen, baronieën vormen, achterklap vertellen.“

Waarom de katholieke kerk iets als het Vaticaan nodig heeft ▶ 1:18:29

Een host vraagt of het Vaticaan niet té menselijk is, té politiek, en daarmee net wegneemt waarvoor het bestaat. Bonny schudt zijn hoofd. “Ik wil wel zeggen: een kerk heeft zoiets nodig. Het is de kracht van de katholieke kerk dat er daar een paus is. Ook al heb je kritiek of onbegrip voor bepaalde posities, het zijn allemaal uitzonderlijke personen geweest.“

Hij noemt Johannes Paulus II, Benedictus XVI – “uitzonderlijke, capabele figuren. Er is geen wereldorganisatie die persoon na persoon over zulke competente, geloofwaardige leiders beschikt.“ Dat weegt voor Bonny zwaarder dan de menselijke zwakheden, de lobby's, de baronieën.

De toekomst: christendom in een samenleving die tegelijk seculariseert en religieuzer wordt ▶ 3:13

Tegen het einde van het gesprek blijft een vraag hangen: wat wordt de rol van het christendom in een Vlaanderen dat tegelijk seculariseert en religieuzer wordt? Bonny heeft geen eenvoudig antwoord. De secularisatie zal doorgaan, de autochtone Vlaming zal zich verder terugtrekken. Tegelijk groeit er een nieuwe gemeenschap van gelovigen – katholieken uit alle continenten, orthodoxen, evangelikalen, moslims.

Bonny staat daartussen, met één been in elke wereld. Hij probeert te verbinden, te overbruggen, het goede van beide kanten te combineren. “Waardoor we langs beide kanten een beetje gewantrouwd worden,“ zegt hij. Maar dat is de opdracht. Geen gemakkelijke, maar wel de enige die hij ziet.

De kerk en de architectuur: ruimte voor stilte in een wereld van witte dozen ▶ 1:07:47

Een van de hosts brengt een onverwacht compliment: de architectuur van de katholieke kerk. Kerken, kathedralen, stiltegebieden – ze hebben ziel. “De meest zielloze gebouwen bouwen wij vandaag alsof het niets is,“ zegt de host. “Ik vind dat we vandaag veel te weinig mooie, zielsprojecten hebben als het aankomt op architectuur.“

Bonny knikt instemmend. Hij zit midden in de discussie over herbestemming van kerken. Wat kunnen we nog betalen? Wat moeten we restaureren? Hoeveel mensen kun je nog rationaliseren? “Daar zit een logica achter, een rationaliteit die wij ook moeten herkennen en waaraan wij meewerken.“

Maar er is ook iets anders. “Willen wij in onze samenleving iets als stilteplekken behouden, bezinningsplekken? De mens is toch meer dan zakelijkheid, dan shopping en bedrijfsarchitectuur.“ Die architectuur is er niet alleen gekomen omwille van de kerk, zegt Bonny, maar omdat architecten ook zeggen: wij kunnen meer dan kantoren en huizen en fabrieken bouwen.

Hij vertelt over een nieuw project in Herentals: een sacraal gebouw dat lijkt op een dolmen, ingevoegd in het groen, ontworpen door een Spaanse architect. Het groen is onderdeel van het gebouw. Binnenin is er een kleine ruimte voor liturgie en gebed, maar ook voor wie niet christelijk is. “Voor wie niet christelijk is, zal zich er ook in herkennen.“

Het wordt een plek om over te schrijven, zegt Bonny. Een antwoord op de vraag: waarnaar is de mens op zoek? En is er een plek mogelijk die verbindt, waar zowel wie God noemt als wie niet komt, hetzelfde kan ervaren?

“Willen wij in onze samenleving iets als stilteplekken behouden, bezinningsplekken? De mens is toch meer dan zakelijkheid, shopping en bedrijfsarchitectuur.“

---

Epiloog

Als het gesprek afloopt, blijft één beeld hangen: die brug waar Johan Bonny op staat, met twee pijlers in twee verschillende werelden. Eén pijler in de secularisatie, de andere in de godsdiensten. Hij probeert te verbinden wat steeds verder uit elkaar drijft, wetende dat hij aan beide kanten gewantrouwd wordt. Te flauw voor de gelovigen, te religieus voor de seculieren.

Maar misschien is dat precies de rol die de kerk vandaag moet spelen: niet kiezen voor één oever, maar blijven staan op die brug. Niet vluchten in simplificaties, niet toegeven aan radicalisme of nihilisme, maar de spanning blijven dragen. Bonny gelooft dat Jezus leeft – niet als een idee, maar als een persoon. En die persoon vraagt geen zwart-wit, maar onderscheidingsvermogen. Geen luide stem, maar nuance. Geen milities, maar liefde.

Of dat genoeg is om de secularisatie te overleven, weet hij niet. Maar het is wat hij heeft. En voorlopig blijft hij staan.