Bisschop op de brug: Johan Bonny over God, geloof en de geseculariseerde samenleving

Het is een zachte voorjaarsdag in Brasschaat. In De Melkerij, een plek die ondertussen vertrouwd terrein is geworden voor de hosts van Discours Met De Boys, schuift Johan Bonny aan. Bisschop van Antwerpen, een man die carrière maakte in het Vaticaan en nu de leiding heeft over een bisdom dat van alle Vlaamse bisdommen misschien wel het meest de spanningen van onze tijd weerspiegelt. Hij is in pak, ontspannen, en neemt bereidwillig deel aan het chingetje met de Rum Omerta. “Lekker,“ zegt hij met een glimlach als de zoete rum zijn keel passeert. “Het doet het ook best wel goed.“

De setting is bewust gekozen. Want wat volgt is geen vrome preek, maar een poging om grip te krijgen op een van de fundamentele vragen van onze tijd: wat gebeurt er met het christendom in een samenleving die het religieuze grotendeels achter zich heeft gelaten? En wat betekent het om bisschop te zijn op het moment dat de oever aan beide kanten verschuift?

"Wij zitten met twee oevers die als een spiegelbeeld tegenover elkaar staan"

Bonny begint met een nuancering die meteen de toon zet. “Hoe gaat het met het christendom?“ is een vraag zonder uniform antwoord. In Afrika, Azië, Oost-Europa, Latijns-Amerika bloeit het geloof. Maar hier, in West-Europa, in Vlaanderen, is het verhaal ingewikkelder. Veel ingewikkelder.

Hij gebruikt het beeld van een rivier die buiten zijn oevers treedt bij hoogwater, en zich terugtrekt bij droogte. “Als het heel lang droog blijft, wordt die stroom eigenlijk smaller en smaller, en zijn de oevers zelfs te breed.“ Dat is wat er gebeurt met het traditionele katholieke leven in Vlaanderen. De secularisatie vaagt het weg, verhult het, maakt het tot een privézaak van enkelen.

“Wij zitten met twee oevers die bijna als een spiegelbeeld tegenover elkaar staan. Wat de één niet is, is de ander wel.“

Maar er is een tweede oever, vertelt Bonny, en die groeit juist. Het is de verzamelde som van iedereen die wél met godsdienst bezig is. Katholieken uit Oost-Europa, het Midden-Oosten, Afrika, Azië, Latijns-Amerika. Orthodoxe gemeenschappen: Russisch, Roemeens, Koptisch, Servisch, Georgisch. “In de voorbije vijftien jaar heb ik, omdat er katholieke kerkgebouwen vrijkomen in Antwerpen, aan de meeste orthodoxe kerken hun kerk kunnen overdragen.“

En dan zijn er de evangelikale gemeenschappen. “Voor Antwerpen alleen zijn dat meer dan 150 gemeenschappen die zoals paddenstoelen uit de grond komen.“ Tel daarbij de moslims, de Aziatische godsdiensten, het jodendom. De totale verzameling van wie wél met godsdienst bezig is, neemt jaar na jaar toe.

"In de basisscholen is de meerderheid van de kinderen uit moslimfamilies"

De cijfers zijn niet abstract. Ze worden voelbaar in de scholen, de buurten, de kerken. “In de basisscholen, in de middelbare scholen is dat nu al de meerderheid van de kinderen komen uit moslimfamilies en die hebben wel iets met geloof.“

Voor Bonny betekent dit dat de katholieke kerk in Vlaanderen met één been staat in de secularisatie en met het andere in de wereld van de godsdiensten. “Ik deel de secularisatie met de geseculariseerde westerse cultuur in mijn eigen hart, in mijn eigen geest, mijn denken, mijn gevoelen. Evenoed als mijn familie daarin deelde en mijn vrienden.“

Het is een opvallende erkenning: een bisschop die zegt dat de secularisatie ook in hemzelf woont. Dat hij niet op een vreemde planeet leeft, maar deel uitmaakt van dezelfde wereld die hij tracht te begrijpen. “Met dat andere been sta ik langs de kant van de godsdiensten.“

“Wij proberen met één been, zeker wij westerse katholieken, ja, wij zijn geen kinderen van een vreemde planeet.“

Die positie, op de brug tussen twee werelden, maakt de kerk kwetsbaar. Vanuit de seculiere hoek klinkt het: “Die katholieken, die zijn nog naïef. Die lezen nog in de Bijbel, die geloven nog in God. Die bidden nog.“ Vanuit de kant van de godsdiensten: “Die zijn te flauw, te voorzichtig, te behoedzaam. Die zijn niet militant genoeg.“

"Waarden zijn eigenlijk lege dozen"

Een van de hosts werpt een interessante stelling op: het christendom heeft normen en waarden gedestilleerd die ook voor de seculiere mens nuttig zijn. Het organiseert onze samenleving, bepaalt hoe we met elkaar omgaan. Wat gebeurt er als die koppeling met het geloof verdwijnt?

Bonny knikt. Het is een vraag die hem bezighoudt. “Waarden zijn eigenlijk lege dozen,“ zegt hij. “Je stopt erin of je haalt eruit wat je wil.“

Het verhaal geeft inhoud aan de waarden, legt hij uit. Liefde, trouw, rechtvaardigheid: iedereen vult het anders in. Maar christenen verwijzen naar iemand: Jezus Christus. “Zoals koken. Als je echt wilt koken, dan zeg je: ik wil koken zoals... en nu moet je maar invullen. Gij zult zeggen Piet Huysentruyt.“

“Mijn christendom is gebonden aan de relatie met een persoon. De persoon van Jezus Christus van wie ik zeg: hij is het. Dat is mijn man.“

De vergelijking is verrassend direct. Bonny gebruikt het beeld van een liefdesrelatie. Net zoals waarden in een gezin vanzelf voortkomen uit het feit dat je elkaar graag ziet, zo komen christelijke waarden voort uit de liefde voor Christus. “Als er liefde is, komen er vanzelf afspraken. De dag dat je mekaar niet meer graag ziet, vallen die waarden als een kaartenhuisje in elkaar.“

En daar zit het risico. Hoe duurzaam zijn de waarden als ze losgekoppeld zijn van het geloof? Bonny verhult zijn bezorgdheid niet. Hij verwijst naar de Palestijnen, wier lot hem diep raakt, hoewel 95% van hen geen christen is. Het gaat niet om geloofsgenoten, maar om mensen die een type lijden ondergaan dat hij herkent in het verhaal van Christus. Tegelijk benadrukt hij dat hij bewondering heeft voor niet-christenen die zich inzetten voor rechtvaardigheid en solidariteit. Waarden zijn niet exclusief christelijk, maar de vraag blijft: wat gebeurt er met die waarden als de binding met het verhaal dat ze droeg, verdwijnt?

"Moet je christen zijn om een goed mens te zijn? Het antwoord is nee"

De vraag komt op tafel: moet je dan christen zijn om die waarden te hebben? Bonny is verrassend helder. “Moet je christen zijn om een goed mens te zijn? Het antwoord is nee.“

“Om christen te zijn moet je Jezus graag zien. Dat is het punt. En kun je ook een goed mens zijn als je daar andere bronnen voor hebt.“

Hij heeft bewondering voor niet-christenen die zich inzetten, voor anderen die waarden nastreven zonder geloof. Maar voor hem persoonlijk draait alles om die ene persoon. Jezus is zijn ankerpunt, zijn meter, zijn referentiekader. Alle waarden, alle wijsheid, alle inzicht zijn daaraan gekoppeld.

Een van de hosts duwt door: maar Amerika is ook een katholiek land, en daar hebben ze Trump. Dat redt toch ook niet alles? Bonny nuanceert meteen. “Een vierde is katholiek, maar ja, dat legt de vinger op het probleem.“ Trump is voor hem een opportunist, amoreel, iemand voor wie het morele principe geen leidraad is. Biden, daarentegen, stond heel consciëntieus in hoe hij omging met de Bijbel en zijn geloof.

Het gesprek raakt aan een fundamenteel punt: wat zijn eigenlijk de significante verschillen tussen christelijke tradities? En waarom zijn die er nog? Bonny vindt dat daar de laatste decennia te weinig aandacht voor is geweest. “Er is meer dat ons verbindt dan wat ons scheidt, dat is een riedeltje geworden.“

"Over water lopen, is dat heel letterlijk of wil het zeggen: het onmogelijke toch aandurven?"

Een van de grootste verschillen tussen christelijke kerken en andere godsdiensten, zegt Bonny, zit in de manier waarop heilige teksten gelezen worden. Lees je de Bijbel letterlijk, fundamentalistisch? Of lees je tussen de lijnen, interpreteer je, heroverweeg je de zin van toen in het licht van vandaag?

“Jezus liep over het water. Wat is de betekenis van die uitdrukking? Is dat heel letterlijk, of wil het zeggen: het onmogelijke toch aandurven en erin slagen?“

De letterlijke interpretatie maakt verschil. Als in het Oude Testament staat dat je mag veroveren, dat het land van jou is, dan vecht je daarvoor. Christenen zeggen: dat land heeft geen betekenis meer. Jezus heeft de mens gered, waar die ook woont.

“Staat er in het Oude Testament dat je mag veroveren? Ja, dat staat daarin. Wij zeggen ondertussen: dat land heeft eigenlijk geen betekenis meer.“

Die herlezing is niet vrijblijvend. Ze heeft consequenties voor hoe je in de wereld staat, hoe je oorlog en vrede begrijpt, hoe je omgaat met geweld. En daar zit ook een spanning: christenen zijn in veel conflicten de enigen zonder milities. “Dat is ons drama bijvoorbeeld in het Midden-Oosten.“

"De massale immigratie van het christendom uit het Midden-Oosten, binnen 100 jaar zal iedereen hen daar missen"

Bonny kijkt somber naar de toekomst van het christendom in het Midden-Oosten. Christenen zijn er de enigen zonder gewapende krachten. Het enige alternatief is wegtrekken. “De massale immigratie van het christendom uit het Midden-Oosten, binnen 100, 200 jaar zal iedereen hen daar missen. Omdat de twee radicale groepen die daar elkaar het leven betwisten, elkaar zullen overschieten.“

De buffergroepen verdwijnen: christenen, gematigde moslims, gematigde joden. “De harde stellingen en de gewapende stellingen zullen overblijven, de buffers zullen verdwijnen.“

“Christenen zijn de enigen die niet meer over milities of over gewapende krachten beschikken. Dat is ons drama in het Midden-Oosten.“

Is geweldloosheid dan het antwoord? Bonny worstelt met de vraag. “Geweldloosheid is een waarde voor ons die hangt vast met de persoon van Jezus Christus. Vechten voor grond, voor land, dat moet je niet doen.“ Maar als iemand anders wordt aangevallen, dan ben je verplicht om tussen te komen. Het blijft een dilemma, zeker in collectieve contexten waar het niet om individuele verdediging gaat maar om structurele machtsstrijd.

"In de laatste 50, 60 jaar zijn wij hier heel soft geworden"

Een van de hosts stelt een scherpe vraag: is de katholieke kerk niet te soft geworden? Andere godsdiensten zijn agressiever, zichtbaarder. Moeten katholieken niet harder zijn, trotser, zichzelf meer afdwingen?

Bonny herkent het, en geeft toe dat er iets in die kritiek zit. “Iets daarvan is juist in die zin: in de laatste 50, 60 jaar zijn wij hier heel soft geworden. We willen niet provoceren. We willen niet anders zijn op een manier dat we onbegrijpelijk worden.“

“In de laatste 50, 60 jaar zijn wij hier heel soft geworden. We willen niet provoceren, we willen niet anders zijn.“

Die nabijheid, die wens om dichtbij de mensen te blijven, heeft ertoe geleid dat de kerk verschillen heeft gerelativeerd. “We hebben onze positie wel verlaten als iemand dat niet wilde. We doen alsof we het niet gezien hebben en niet gehoord hebben.“

Jongeren nemen daar aanstoot aan, vertelt Bonny. Ze schrijven hem: waarom zijn jullie niet wat feller? In een gediversifieerde samenleving met zoveel godsdiensten die zich duidelijker profileren, verlangen ze naar meer duidelijkheid van de katholieke kerk.

Maar Bonny legt meteen nadruk op nuance: “De wereld is genuanceerd. Uw kracht moet je halen uit uw geloof, maar ook in hoe je het kunt duiden, verwoorden en begrijpen. Het is niet met een simplificatie heel luid te verkondigen en daarvoor met uw schoen op tafel te slaan, dat je meer gelijk hebt. Je moet je gelijk ook kunnen uitdrukken in verhalen, in voorbeelden, in een filosofisch kader.“ Voor Bonny is nuance geen zwakte, maar een vereiste. De wereld vraagt om onderscheidingsvermogen, niet om bombarie.

"Door te blijven doen wat je doet en te blijven staan als het decor verandert, ben je op de duur de linkse"

Bonny wordt vaak als progressief omschreven. Hij verwerpt die karakterisering resoluut. “Voor mezelf denk ik: ik ben opgeleid in de jaren zeventig. Mijn seminarie in Brugge, Leuven. Ik ben een product van onze goede, stevige academische vorming.“

Die vorming was klassiek, conservatief zelfs. Vanuit andere provincies werd daar toen op neergekeken als “oubollig“. “Als er iets is waar ik eerlijk meen, is dat ik in mijn intellectuele vraagstelling, mijn vorm van argumenteren, de bronnen die ik gebruik, dat ik op diezelfde plek eigenlijk ben blijven staan.“

“Door te blijven doen wat je doet en te blijven staan als het decor verandert, ben je op de duur de linkse omdat het hele decor rechts geschoven is.“

Het is een analytische observatie die verder reikt dan persoonlijke verantwoording. Bonny stelt dat niet hij is veranderd, maar de kerk. Onder Johannes Paulus II en Benedictus XVI is het hele decor naar rechts geschoven. “Wie hier bleef doen wat hij altijd gedaan had, stond plots aan de linkse kant van het kader.“ Zijn positie verschoof niet, het referentiekader deed dat.

Het is een observatie die verder reikt dan de kerk. Het geldt voor de politiek, voor de maatschappij, voor godsdiensten. Als het decor verschuift, verschuift je positie mee, ook al blijf je zelf op dezelfde plek staan. Wat Bonny impliciet benadrukt: hij ziet zichzelf niet als progressief, maar als consistent. Dat hij er vandaag progressief uitziet, is het gevolg van een verschoven context, niet van een verschoven standpunt.

"Communie op de hand of op de tong, dat is de moeite niet waard om daar een ideologisch gevecht over te houden"

Bonny geeft een voorbeeld van zo'n verschuiving. In de jaren zeventig ontving iedereen de communie op de hand. “Zelfs de meest vrome juffrouw.“ Nu zijn er jongeren die het terug op de tong willen. “Alles in mij zegt: waarom is dat eigenlijk nodig? Wat wil je daarmee bereiken?“

Hij zou het kunnen weigeren, maar doet het niet. Het is de moeite niet waard om daarover te strijden. “Sommige dingen zijn de moeite niet waard om erover te strijden. Als die dat dan zo wil, geef die dat.“

“Communie op de hand of op de tong, dat is de moeite niet waard om daar een ideologisch gevecht over te houden.“

Maar er zijn wel zaken waar hij als bisschop moet zorgen dat het kompas juist blijft staan: hoe de kerk spreekt over man-vrouwrelaties, over homoseksualiteit, over oorlog en vrede, over migranten. Daar moet de richting kloppen.

"Zelfs het atheïsme is een vorm van avrechtse theologie"

Het gesprek gaat over de vraag of je de kerk kunt seculariseren: het goddelijke een beetje dimmen, de leer interpreteren, maar niet langer alles projecteren op Jezus. Een praktisch boek voor mensen die de verlichting hebben doorlopen en nooit meer de klik naar geloof zullen maken.

Bonny is glashelder: dat kan niet. “Je kunt de boodschap niet verder losmaken van de persoon van Jezus Christus. Dat kan niet. Omdat juist het eigene is: wij houden van die persoon.“

Hij verwijst naar de filosofie. “Er liepen in alle eeuwen veel betere filosofen rond dan Jezus Christus, die overigens geen letter geschreven heeft.“ Plato, Aristoteles, ze hadden meer wijsheid, betere logica, mooiere beeldspraak.

“Er liepen in alle eeuwen veel betere filosofen rond dan Jezus Christus, die overigens geen letter geschreven heeft.“

Maar voor Bonny draait het niet om gedachten. Het draait om leven. “Ik geloof dat Jezus leeft. En dat hij op één of andere manier leeft. Dat is voor mij het punt. Wat ik niet geloof van Plato en Aristoteles.“

Zelfs het atheïsme is voor Bonny een vorm van theologie. “Een manier om over God te spreken door redenen te vinden waarom hij niet zo mag zijn zoals we denken dat hij zou zijn.“ Het is een avrechtse theologie, maar het blijft een manier om met God bezig te zijn.

“Zelfs het atheïsme is een vorm van avrechtse theologie. Een manier om over God te spreken door redenen te vinden waarom hij niet zo mag zijn.“

"Er zijn soorten van liefde, maar wat is liefde? Is nog net iets dieper dan wat is seksualiteit"

De vraag over homoseksualiteit en de zegening van homokoppels komt op tafel. Het is een onderwerp waarop Bonny door velen als vooruitstrevend wordt gezien, al ziet hij zichzelf eerder als iemand die consequent theologie en ethiek toepast. Hoe denkt hij erover?

Hij begint met de Bijbel. Er staan zinnen in die negatief spreken over homoseksualiteit. “Je kunt er zo twintig op tafel leggen die altijd in een negatief licht zijn gelezen en gecommentareerd.“ Maar de vraag is: wat betekent die zin uit die cultuur, in die context? Wat wilde dat toen zeggen en wat wil dat nu zeggen?

Dieper dan die zin over homoseksualiteit is een andere waarheid: ieder mens is kind van God. “God houdt van iedere mens. Iedere mens is geschapen voor het geluk. Liefde is liefde.“

“Er zijn soorten van liefde en er zijn soorten van relaties in de liefde. Maar wat is liefde? Is nog net iets dieper dan wat is seksualiteit.“

Er is een hiërarchie van waarheden, zegt Bonny. Je moet eerst het fundament leggen voordat je de rest kunt begrijpen. En dat fundament is: God houdt van iedereen.

Daarnaast speelt de wetenschap een rol. Wat drie eeuwen geleden geen probleem was, kan dat vandaag wel zijn. Of omgekeerd. De cultuur evolueert. Hij geeft het voorbeeld van zijn vader, die op de boerderij producten gebruikte die vandaag ethisch niet meer verantwoord zijn. “Heb ik iets aan mijn vader te verwijten? Nee, want dat waren de producten die iedereen toen in goed geweten gebruikte.“

En dan is er de ethiek: je moet onderscheiden. Wat zeg je aan wie, in welke omstandigheden? “Eenzelfde daad kan bij de ene een misdaad zijn en bij de ander zeggen: dit is nu het beste waartoe die in staat is.“ Het hangt af van de situatie, de verantwoordelijkheden, de mogelijkheden.

Het is het beeld van een leerkracht die de ene leerling “mooi gedaan“ zegt bij een zes op tien, en de andere “je was lui vandaag“ bij een zeven op tien. Beiden moeten nog groeien, maar ze staan op verschillende plekken.

"Ik geloof dat Jezus leeft, en dat hij op één of andere manier leeft"

Een van de hosts stelt de beslissende vraag: is Jezus voor u iemand die in leven is, die actief dingen doet en intervenieert? Of is het iemand die een gedachte heeft achtergelaten waar je aansluiting bij vindt, maar je beseft dat er geen actieve interventie meer is?

Bonny aarzelt niet. “Dat is de beslissende vraag.“ Hij verwijst naar zijn opleiding in de filosofie. Als hij op zoek is naar gedachten, naar mooie verhalen, naar beeldspraak, dan leest hij Plato. Als hij wetenschap zoekt, logica, dan leest hij Aristoteles.

“Ik geloof dat Jezus leeft. En dat hij op één of andere manier leeft. Dat is voor mij het punt. Wat ik niet geloof van Plato en Aristoteles.“

Het christelijke geloof draait voor Bonny om de verrijzenis. Eén is opgestaan uit de dood. Hij leeft. “Als je nu vraagt: duid dat eens allemaal uit, dan moet ik passen. Dan zeg ik: nee, ik geloof die leeft op één of andere manier. En het is de moeite om je leven, wat je doet, wie je bent, op zijn kaart te zetten, met hem te verbinden.“

En dat geldt ook voor God. Als je over God wilt lezen, zijn er veel interessantere boeken dan het Nieuwe Testament. De Romeinse mythen, de Griekse sagen, de bibliotheken vol theologische literatuur. “Mijn uitgangspunt is niet dat ik theologie heb gestudeerd. Ik geloof in Jezus Christus en omwille van hem geloof ik in wat hij over God te zeggen heeft.“

Het is een God ondersteboven, zegt Bonny. “Dat is een gekruisigde mens die mij mag zeggen wie God is.“

"Er is geen wereldorganisatie die over zulke competente, geloofwaardige leiders beschikt"

Het gesprek komt op Bonny's elf jaar in het Vaticaan. Hij werkte daar voor de relaties tussen de katholieke kerk en andere christelijke kerken in het Midden-Oosten. Het zijn jaren waar hij dankbaar aan terugkijkt, maar die ook zijn blik op de kerk hebben veranderd.

“Ik heb daar de kerk vanuit een bepaald standpunt leren kennen die je alleen daar kunt meemaken. Internationaal, wereldbetrokken.“ Hij heeft zijn hart verloren aan de oosterse kerken, aan de complexiteit van het Midden-Oosten, aan de miserie en de oorlogen die de regio kapotmaken. “Ik had dat graag nog wat doorgedaan, maar goed, dan kwam de vraag om naar Antwerpen te gaan.“

Rome zelf vond hij een mooie maar zware stad om in te wonen. “Heel druk, lawaaierig, een heel vochtige warmte.“ Het Vaticaan is voor hem een gezegende plek, maar ook behept met zwakke plekken. “Ik heb me daar ook vaak gezakkerd en moeten doen alsof ik het niet zag en hoorde.“

“Het Vaticaan heeft voor mij een hele menselijke betekenis gekregen. Dat sacrale beeld is daar wel wat weggevallen.“

Wat bedoelt hij daarmee? “Niets menselijks is hen vreemd. Jaloers kunnen zijn, mekaars plek kunnen bestrijden, lobby's vormen, baronieën vormen, achterklap vertellen.“ Het is een menselijke realiteit, en dat moet je erbij nemen.

Maar hij verdedigt ook nadrukkelijk de structuur. “Een kerk heeft zoiets nodig. Het is de kracht van de katholieke kerk dat er daar een postfiguur is.“ Johannes Paulus II, Benedictus XVI, het waren uitzonderlijke personen. “Er is geen wereldorganisatie die persoon na persoon over zulke competente, geloofwaardige leiders beschikt die iedereen ook kent en die proberen voor heel de wereld van betekenis te zijn.“

“Er is geen wereldorganisatie die persoon na persoon over zulke competente, geloofwaardige leiders beschikt.“

Die waardering blijft overeind, ondanks de menselijke tekortkomingen die hij zag. Het sacrale stukje is gedaald in waarde, geeft hij toe, maar niet omdat het louter theater is. “Je moet door de schijn heen kunnen kijken. Je moet de scène zien en dan doorheen de scène kunnen kijken en zeggen: wat is er hier nu eigenlijk aan de gang?“ Men houdt het verhaal van het evangelie recht, men steunt goede mensen overal in de wereld. Maar ja, je moet er ook de zwakke kanten bij nemen.

"Willen wij in onze samenleving stilteplekken behouden, bezinningsplekken?"

Een van de hosts brengt een compliment: de katholieke kerk heeft prachtige architectuur aan onze samenleving bijgedragen. Kerken, kathedralen, gebouwen met ziel. Vandaag bouwen we zielloze dozen, zakelijke kantoren, huizen zonder inspiratie.

Bonny herkent het probleem. “Wij zitten volop in die discussie: bestemming, herbestemming van kerken. Het wordt een heel praktisch iets. Ik had er vanochtend ook mee te maken. Volgende week opnieuw.“

Er zit een economische logica achter. Wat kunnen we nog betalen? Wat kunnen we restaureren? Voor hoeveel mensen kun je rationaliseren? “Hoeveel kerken moet je verwarmen als die gelovigen op een afstand van drie kilometer evengoed in één kerk kunnen?“

“Willen wij in onze samenleving iets als stilteplekken behouden, bezinningsplekken? De mens is toch meer dan zakelijkheid, shopping en bedrijfsarchitectuur.“

Wat Bonny mist, is aandacht voor de symbolische waarde. Kerken zijn meer dan functionele gebouwen. Ze zijn plekken van stilte, van bezinning. “De mens is toch meer dan zakelijkheid, dan shopping en bedrijfsarchitectuur, witte vierkante dozen.“

De architectuur is er niet alleen omwille van de kerk gekomen, benadrukt hij. Architecten wilden ook meer: “Wij kunnen meer dan kantoren en huizen en fabrieken bouwen.“ De kerk gaf hen de gelegenheid om met architectuur iets te doen dat de reden overstijgt.

Hij geeft het voorbeeld van een nieuw sacraal gebouw in Herentals, ontworpen door een Spaanse architect. Het is geen klassieke kerk, maar een ruimte die het groen en de natuur nodig heeft om zijn betekenis te krijgen. “Zonder dat groen, zet dat gebouw op een plein en het staat niks meer voor.“ Het wordt een plek voor liturgie, maar ook voor rust, voor bezinning, voor wie niet christelijk is.

"Het is 50 jaar geleden dat er in onze provincie nog een nieuw sacraal gebouw is gebouwd"

De betekenis van architectuur reikt verder dan het praktische. Het vindt zijn oorsprong in een sacraal verlangen, zegt Bonny. “Bijna evenzeer als mythologie, literatuur, poëzie, schilderkunst. Het vindt zijn oorsprong in een verlangen om iets te scheppen dat tijd overstijgt en de reden overstijgt.“

Hij verwijst naar de tempels van de oudheid: Stonehenge, de Griekse tempels, de bouwwerken van de Azteken. Allemaal geboren vanuit geloof, vanuit iets dat groter is dan de mens.

“Het is 40, 50 jaar geleden dat er in onze provincie nog een nieuw sacraal gebouw is gebouwd.“ En dat zegt iets. Want een architect zou zoiets nooit kunnen bouwen als de vraag er niet was vanuit een religieuze achtergrond. “Het is niet praktisch. Het is te duur. Het maakt geen sens. Rationeel ga je niet zeggen: we doen dat.“

Maar, voegt hij eraan toe, de mens heeft het nodig. En dat is waar het om draait.

---

De rode wijn is op, de rum is lang verdampt. Buiten zakt de voorjaarsavond over Brasschaat. Johan Bonny staat op, bedankt voor het gesprek, en vertrekt. Hij laat een indruk achter van een man die worstelt met onmogelijke vragen, maar die weigert om eenvoudige antwoorden te geven. Een bisschop op de brug, met één been in de secularisatie en het andere in de wereld van het geloof. Niet uit onzekerheid, maar uit de overtuiging dat juist daar, in die spanning, de waarheid te vinden is.

Want voor Bonny is christendom geen systeem van waarden dat je kunt overdragen als een verzameling instructies. Het is een relatie met een persoon. En die persoon, gelooft hij, leeft nog steeds. Hoe en waarom, dat kan hij niet helemaal verklaren. Maar het is de moeite om je leven erop te zetten. Dat is genoeg.

Discours Met De Boys blijft zoeken naar dat soort gesprekken: geen gemakkelijke antwoorden, maar wel degelijke vragen. En Johan Bonny heeft laten z