Het is vrijdagochtend in De Melkerij in het Peerdsbos van Brasschaat. Een chinkje rum, een vingertje wijn, het glas tegen het glas. Cind Du Bois, hoogleraar economie aan de Koninklijke Militaire School en betrokken bij het kabinet van minister van Defensie Théo Francken, doet voorzichtig mee. Vanaf het derde zinnetje gaat het al over koopkracht, kolonels in roebels, en wat onze 2 procent BBP eigenlijk koopt.

Du Bois schreef in april 2026 samen met professor Buts (VUB) een paper over de Belgische defensie-uitgaven na de Koude Oorlog. Het wordt het kompas voor het hele gesprek.

Hoe ons leger in koopkracht terug op het niveau van 1990 belandde ▶ 1:31

Wat ze met Buts heeft uitgerekend, klinkt ontnuchterend. België kende decennialang een lange decline.

“We hebben een heel lange periode van decline gehad. We teerden op het peace dividend, er ging geen oorlog meer komen. We hebben ons leger afgebouwd tot het dieptepunt, ergens rond 0,88% van het BBP, terwijl we intussen naar 2% en zelfs 3,5% moeten.“

Militair materiaal kent een eigen, veel snellere inflatie dan een liter melk. Een F-35 wordt elk jaar duurder, de geleverde stuks per euro dalen.

“Als je in koopkrachttermen kijkt, dus wat we vandaag met dat budget kunnen kopen, dan zitten we eigenlijk op het niveau van 1990. In nominale cijfers lijkt het alsof het budget enorm gestegen is, maar de inflatie van militair materiaal is veel hoger dan die van consumptiegoederen.“

De hosts duwen voorzichtig terug: is zo'n abrupte ramp-up dan wel verstandig? Du Bois deelt die zorg. Uitgaven verhogen is niet moeilijk, dat efficiënt spenderen iets anders. Ze had liever een graduele ramp-up gehad over meerdere jaren. Niet hoeveel, maar wat je ermee doet: het wordt de rode draad door het hele uur.

Waarom een minister geen fregat koopt en de NAVO de bestellijst tekent ▶ 3:49

Wie denkt dat een Belgische minister van Defensie zelf beslist welke wapensystemen er bijkomen, dwaalt. Het is de NAVO die elke lidstaat concrete capability targets oplegt. Voor België betekent dat elf extra F-35's bovenop de bestaande bestelling. Die toestellen zijn knooppunten in een gelaagd luchtafweer rond het Belgische grondgebied, met de Antwerpse haven als uniek doelwit.

“Onze gevechtsvliegtuigen zijn een onderdeel van ons luchtafweer. Dat is gelaagd. Je begint met counterdrone en je hebt korte afstand, middellange afstand, lange afstand. De haven van Antwerpen, port of entry, is een mogelijke target. De bedoeling is om ons volledige grondgebied te beschermen.“

Die havenredenering, gecombineerd met de geografische ligging als oost-westcorridor, is volgens Du Bois ook waarom een uniform BBP-percentje voor België een vreemde maatstaf is. België is in oorlogstijd vooral logistieke draaischijf.

FN Herstal als uitzondering en wat tier-twee betekent ▶ 7:40

Wat betekenen al die miljarden voor de Belgische economie? Het regeerakkoord ambieert maximale economic return bij elke aankoop, en de banken, lang huiverig om defensie te financieren, beginnen te kantelen. Militaire noodzaak komt eerst, maar daarna kijkt het kabinet of een Belgisch bedrijf in een internationale waardeketen past.

“FN Herstal is misschien de uitzondering. Voor de rest hebben wij geen Rheinmetall, geen Leonardo, geen grote tier-one. Maar we hebben wel heel specifieke bedrijven die echt top notch zijn in een stukje van die waardeketen, en daar moeten we op inzetten.“

Vlaanderen en Wallonië hebben wel nichespelers van wereldformaat: FN Herstal, John Cockerill, Sonaca, SABCA. Tier-two leveranciers zonder wie een fregat of een toestel niet rijdt of vliegt. Voor die bedrijven is overleven op het Belgische budget alleen onmogelijk. Ze moeten exporteren, en het kabinet organiseert die exit-route via handelsmissies en partnerships.

Een drone van duizend euro tegen een tank van twee miljoen ▶ 8:25

De hosts halen Oekraïne erbij. Een drone van duizend euro kan een tank van twee miljoen onschadelijk maken. Du Bois nuanceert: het is geen of-of, het is een en-en. De F-35 blijft nodig, maar de drone-revolutie heeft de aankooplogica structureel veranderd.

“Vanuit de oorlog in Oekraïne hebben we geleerd dat de life cycle van een drone heel kort is. Op zes weken tijd kunnen ze iets nieuws creëren. We willen niet dat we counterdrone-materiaal kopen dat binnen twee maanden onbruikbaar is omdat de technologie al verouderd is.“

Een klassieke wapenaanbesteding, met jaren tussen offerte en eerste eenheid, wordt onbruikbaar voor counterdrone-systemen. De huidige Belgische tender wordt daarom een partnership met een consortium. Daarbij hoort ook de oprichting van ODIN, dat bedrijven en start-ups langs R&D, prototypes en effectieve tests moet loodsen. En dat laatste is voor België de pijnlijkste leemte.

“Oekraïne heeft een real battlefield, wij hebben dat niet in België. Wat wij wel gaan doen is battlefield tests creëren voor bedrijven. ODIN, het Office for Defense Innovation and Industry, ondersteunt bedrijven en start-ups om militaire R&D te doen en prototypes effectief te gaan testen.“

Waar Belgische start-ups echt willen weten of hun systeem werkt, sturen ze het via Oekraïne het slagveld op, op vraag van Oekraïne zelf. Belgische technologie tegen Russische technologie in een echte arena.

Het webshop-leger waarin troepen zelf hun wapens kiezen ▶ 10:43

Van alle Oekraïense innovaties is wat Du Bois omschrijft als het webshop-systeem misschien de meest verrassende. Het is een markt van onderop, met de soldaat zelf als consument.

“Oekraïne heeft dat befaamde webshop-systeem waar militairen of units zelf kunnen beslissen welk materiaal het beste is. Het beste materiaal wint dan, krijgt meer geld, en de militairen krijgen meer credits.“

Het contrast met een klassieke top-down aanbesteding kon nauwelijks groter zijn. Niet generaals debatteren over één tender, het slagveld duidt de winnaar aan. Wat Kiev daar opbouwt, is een asset op zich. Met Saoedi-Arabië werd een ruil afgesloten: Oekraïense kennis over drones en counterdrone in ruil voor financiering. Meerdere landen werken nu samen met Oekraïne aan nieuwe wapensystemen via het Brave-initiatief, en België wil mee op die golf surfen.

Twaalf miljard uitgaven, acht miljard budget, en de truc met de militaire pensioenen ▶ 16:54

Het is hier dat het gesprek het meest technische en politiek beladen punt raakt.

“Ik ben een koele minnaar van die procenten van het BBP. Dat is een input-maatstaf. Terwijl we eigenlijk willen weten wat een land daarmee doet. Wat draagt België effectief bij?“

En dan komt het detail dat in geen enkele krantenkop staat. De NAVO-norm telt defensie-uitgaven, niet het defensiebudget. Het verschil is geen rekenfout, het zijn de pensioenen.

“Er is een groot verschil tussen defensie-uitgaven en defensiebudget. Het verschil is geld dat niet van het defensiebudget komt, maar wel naar defensie gaat. En dat zijn vooral de pensioenen van de militairen. Voor 2024-2025 spreken we over 12 miljard defensie-uitgaven en 8 miljard defensiebudget.“

Vier miljard verschil. Vier miljard die in de internationale boekhouding meegeteld worden als militaire inspanning, maar geen extra kogel of tank opleveren. Du Bois laat de cynische gevolgtrekking onomwonden vallen.

“Als we morgen de pensioenen van onze militairen verdubbelen, gaan zij allemaal heel gelukkig zijn. Maar dat wil niet zeggen dat we daarmee weerbaarder gaan zijn. We gaan wel onze target sneller behalen.“

Het verklaart waarom ze het idee van een uniform BBP-percentage voor alle lidstaten naar de prullenmand verwijst. België is geen Polen, geen Estland, geen Italië. Maar 2 procent en 3,5 procent zijn politiek gemakkelijk te verkopen. Iedereen kent het cijfer intussen.

Honderdzeventig wapensystemen tegen een handvol Amerikaanse ▶ 19:57

Kan Europa militair concurreren met de Verenigde Staten? Du Bois antwoordt nuchter.

“Wij zijn niet de Verenigde Staten van Europa. Zeker op defensievlak blijft dat echt nationale bevoegdheid. We hebben ook geen Europees leger. Dat gaat er in mijn leven ook nooit komen, denk ik.“

De fragmentatie heeft een prijs, en die wordt zichtbaar zodra je het aantal wapensystemen telt.

“In Europa hebben wij 170 wapensystemen, in Amerika 30 à 40. Je moet dat allemaal onderhouden, logistieke ketens, en het is veel minder efficiënt. Oekraïne zegt soms: geef ons gewoon één type munitie, één shell, want voor hen is het ook moeilijk.“

De Europese Commissie duwt naar standaardisatie. En toch, zegt Du Bois met een diplomatisch “we gaan geen namen noemen“, blijven sommige lidstaten hun eigen industrie voortrekken. Frankrijk wil mobiele voertuigen voor zijn Afrika-aanwezigheid, Polen en Estland willen ander materieel voor de oostflank. Het pijnlijkste voorbeeld is SCAF.

“Het pijnlijke tegenvoorbeeld is het SCAF-project. Frankrijk en Duitsland zouden samen een sixth-generation fighter jet ontwikkelen. Het is nog niet volledig dood, maar bijna. Het werkt gewoon niet door die industriële belangen. En dan zie je in plaats van één Europees project plots al een alternatief project, dat het eerste beconcurreert.“

Twee versplinterde projecten die elkaar kannibaliseren in plaats van één gebundeld R&D-budget. Daarom koopt Europa de F-35 (de Amerikaanse jet van Lockheed Martin): volgens Du Bois omdat er geen Europees alternatief op de plank ligt dat operationeel even goed is.

Geen verdienmodel, wel een big stick ▶ 27:38

Komen er bij die nieuwe miljarden ook economische motieven kijken? Verdienmodellen voor Polen, Duitsland of Belgische bedrijven? Du Bois schudt het hoofd. Soft power is belangrijk, maar je moet ook een big stick kunnen dragen, je tegenstander geloofwaardig afschrikken. De verhoging is geen marketingbudget voor de wapenindustrie, het is een nationale strategie die de industrie incidenteel laat profiteren.

Die nuance wordt zichtbaar in de handelsmissies. De vorige ging naar Californië, defensie naast sport en entertainment in Silicon Valley. De volgende staat gepland naar Turkije, mét een letter of intent tussen de twee regeringen over diepere samenwerking in de defensie-industrie.

Van Department of Defense naar Department of War ▶ 30:43

Waar de hosts dan naar vissen, is de mentaliteitsverschuiving achter al die cijfers. In de Verenigde Staten gebeurde dat al letterlijk, in de rebrand van Department of Defense naar Department of War. Du Bois noemt de symboliek voorzichtig: passief versus actief, niet alsof we morgen oorlog moeten voeren, maar wel met het besef dat een verdedigingsmindset concreet iets moet willen bereiken. Een generatie die geen oorlog kent, vindt iedere euro voor defensie te veel. Du Bois nuanceert met haar eigen biografie.

“Ik ben een kind van de jaren 80. Toen waren de defensie-uitgaven procentueel veel hoger dan vandaag. En toch ben ik in een ziekenhuis geboren, ik ben naar school kunnen gaan, dat was allemaal mogelijk. Nu lijkt het alsof oei, we moeten naar 2% of 3,5% en dat gaat niet meer. Jawel, we moeten gewoon de juiste keuzes maken.“

Die observatie illustreert ook waarom willingness to fight voor Belgen en Fransen blijft hangen op een schamel percentage.

“België en Frankrijk staan in de willingness-to-fight-for-country-statistieken maar op 17 procent. Rond Rusland zit dat op 60, 70, 80 procent. Je ziet hoe echt de dreiging voelt of wat je hebt meegemaakt.“

Zelfs een redelijk voorstel als het noodpakket voor crisissituaties werd in mediabredte afgedaan als bangmakerij. Du Bois plakt er een spreuk bij.

“Better to be a warrior in a garden than a gardener in a war. Beter voorbereid zijn en niet hoeven, dan in oorlog terechtkomen zonder dat je iets kunt.“

Vijfhonderd miljoen per dag voor één dichtgegooide zeestraat ▶ 33:46

Oorlog vandaag is veel breder dan tanks en drones in een loopgraaf.

“Economische oorlogvoering is denk ik vandaag minstens even belangrijk. Geen dodelijke slachtoffers, geen spectaculaire beelden, maar de kosten zijn enorm. Het sluiten van de straat van Hormuz kost Europese bedrijven 500 miljoen per dag. Op twee maanden tijd is dat 27 miljard, meer dan twee keer ons defensiebudget.“

Dat ene cijfer herkalibreert het hele defensiedebat. Europa's afhankelijkheid van scheepvaartroutes, energie en mineralen maakt even kwetsbaar als ontbrekende tanks. De hosts halen het bekende frame aan dat tariff voor Trump het mooiste woord uit de dictionary is. Du Bois pakt vooral het mechanisme erachter beet.

“Dat is puur economische oorlogvoering met tarieven tegen tegenstanders, maar ook tegen Spanje als ze hun luchthavens niet ter beschikking willen stellen. En China dreigt met exportverboden als je de Dalai Lama ontvangt of Taiwan officieel erkent.“

ADIV, 5G-masten en de stille screening van overnames ▶ 38:23

Aan Belgische kant zit Defensie mee aan tafel bij een werkgroep economische veiligheid, over zowel de gasafhankelijkheid van Rusland als het detecteren van dreigende overnames van strategische bedrijven. Een specifieke cel binnen ADIV, de militaire inlichtingendienst, houdt het wetenschappelijk en economisch potentieel van het land in de gaten. Staatsveiligheid screent civiel, ADIV legt er een militaire bril overheen.

De rode lijn is concreet: kroonjuwelen mogen niet in handen vallen van minder vriendelijke staten. Wanneer een Belgisch defensiebedrijf dreigt te worden overgenomen, of wanneer een buitenlandse partij interesse toont in 5G-masten of andere kritieke infrastructuur, kruipt ADIV in actie. Volgens Du Bois gebeurt dat met een vergrootglas, zeer selectief: telecominfrastructuur, havens, energiebevoorrading en bedrijven gelinkt aan de defensie-industrie staan voorop.

Die nationale reflex past in een Europese inkadering: de economische veiligheidsstrategie van 2024.

“Er is op Europees niveau een economische veiligheidsstrategie gebaseerd op drie P's. Protect, bescherm uw eigen economie. Promote, zorg dat eigen bedrijven kunnen concurreren met Chinese en Amerikaanse. En Partner, zoek partnerlanden zoals India en de Mercosur-deal, zodat je niet afhankelijk bent van één land.“

Die laatste P brengt het verhaal naar New Delhi. John Cockerill werkt er samen met een Indisch bedrijf, Thales zit ook ter plaatse, en de regeringen staan in de laatste fase om een letter of intent te ondertekenen. Bescherming van Belgisch IP blijft een aandachtspunt.

34.500 troepen tegen 2035 en geen kazerne meer in de verkoop ▶ 43:01

Materiaal kopen zonder de mensen om ermee te werken, is een fout die snel zichtbaar wordt. Het kwartierplan, drie weken voor de opname uitgekomen, schrapt elke verkoop van militair patrimonium.

“We gaan naar 34.500 troepen tegen 2035. We moeten enorm gaan recruteren. Het kwartierplan is uit, en er wordt niets meer verkocht. Elk militair kwartier wordt heropgewaardeerd, want we hebben dat inderdaad nodig.“

Zelfs op de KMS, waar zij zelf college geeft, knelt het al. Meer recrutering, meer studenten, te weinig slaapplaatsen. Maar rekruteren is niet alleen een vraag van bedden, het is ook een vraag van profielen.

“Geeks en nerds hebben ook een grote impact op de battlefield, misschien wel de grootste impact. Maar in Oekraïne zijn die niet rechtstreeks verbonden met het echte leger. We moeten echt nadenken hoe we die mensen kunnen aantrekken. Want momenteel hebben we een heel rigide selectieprocedure waarin iedereen hetzelfde moet kunnen.“

Het leger ziet zichzelf nog te vaak als een verzameling Rambo's. Maar de F-35-piloot is een ingenieur en de cyberanalist een specialist. Defensie moet flexibeler in zijn loopbanen en instaprollen. Lonen werden recent verhoogd, een verwijderingspremie compenseert militairen die ver van hun kazerne wonen, maar voor IT'ers en artsen blijft de privé royaler. Die strijd weigert Du Bois te willen winnen, defensie moet inzetten op de extra voldoening van de job zelf.

Een universiteit met een kakientje ▶ 46:50

De KMS is in het Vlaamse onderwijslandschap een vreemde eend. Het academisch kwartiertje bestaat er niet. Studenten zijn werknemer van Defensie, wie binnenkomt staat recht. Er zijn twee faculteiten: polytechniek voor burgerlijk ingenieurs, en sociale en militaire wetenschappen, die ze graag vergelijkt met poli en soc maar dan met een kakientje.

Wie afstudeert is officier, en kiest in functie van de eindranking voor F-35-piloot, infanterist, cyberanalist. Rambo with brains, formuleert ze zelf. Een rendementsperiode van 1,5 keer het aantal studiejaren houdt de officier nog jaren in dienst, of hij betaalt zijn studie terug. De instelling blijft echter onderbekend. Bij universitaire sit-ins staat de KMS telkens bij de politie, niet naast de universiteiten. De open deurdagen trekken nu meer kandidaten.

Silicon Valley, Palantir en de oorlog van morgen ▶ 54:30

Op recente missies bezocht ze de bedrijven die de oorlog van morgen vormgeven. Palantir, Anduril, spelers in unmanned aircraft, helikopterproducenten. Sky the limit, letterlijk en figuurlijk. Bij Palantir, gespecialiseerd in data-interpretatie op een schaal die het concept privacy doet vergeten, sluipt het ongemak binnen. De Belgische defensie werkt niet rechtstreeks met Palantir, de NAVO wel. En de regel die ze haar studenten doorgeeft, laat geen ruimte voor twijfel.

“In oorlog is er no such thing as a silver medal. Je wint of je verliest, er is geen tweede plaats. Dus je moet technologisch echt meeblijven, om die oorlog te kunnen winnen of om afschrikking te doen. We moeten de oorlog van morgen kunnen winnen.“

De hosts kaatsen terug met de observatie dat actuele conflicten net niet meer winnaars of verliezers opleveren, maar verlammende patstellingen.

“Het is zelfs democratischer geworden, want zelfs een klein land kan met de juiste bondgenoten en de juiste geopolitiek inzicht een grootmacht onder druk zetten. Hybride oorlog is zoveel diverser geworden, inclusiever en diverser dan ooit.“

Die democratisering klinkt bijna ironisch positief, maar maakt elke samenleving kwetsbaar voor goedkope aanvallen met dure gevolgen.

“Cyberaanvallen die ziekenhuizen platleggen, desinformatiecampagnes. De bedoeling is altijd hetzelfde, het geloof in uw instelling en in uw democratie ondermijnen. Dat is echt gevaarlijk.“

En dan brengen de hosts Anthropic ter sprake, als een AI-model dat krachtig genoeg is om als hacking tool te functioneren, zo zwaar dat het niet eens publiek beschikbaar gemaakt wordt. Du Bois pikt op met de geopolitieke schaal achter dat verhaal.

“Ze zetten een kerncentrale aan compute power op, en China zal er ook een centrale voor bouwen. De oorlog zoals we hem kennen gaat in het kwadraat door die extreme output power.“

Tachtig procent export, één kanaal dicht, en de rekening voor België ▶ 59:53

De sluiting van een zeestraat kost niet alleen directe schade. De gestegen verzekeringspremies, de hogere interestvoeten en de schuivende aandelenprijzen tikken allemaal door op de Belgische economie.

“Met een paar goed geplaatste mijnen is het kanaal toe, en dat kost ons 500 miljoen per dag aan Europese bedrijven. En dan spreken we nog niet over gestegen verzekeringspremies, interestvoeten die omhoog gaan, aandelenprijzen. Enkel kort en op dit moment is dat enorm.“

In die wedloop is België een open economie aan de rand van het continent, afhankelijk van wie aan de hefbomen zit.

“Onze export ten opzichte van het BBP is in België meer dan 80 procent. Dat zorgt voor onze welvaart, maar vandaag is het ook een risico. De VS is onze vierde grootste afzetmarkt. Als de man in het Witte Huis sancties oplegt of import verbiedt, dan heeft dat direct impact.“

Een tarief op staal, een exportverbod op chips, een mijn in een zeestraat. Eén pennenstreek in Washington of Beijing en de Belgische welvaart krijgt een rekening die niet meer in tanks valt af te meten.

Tachtig jaar handelsvrede die niet meer beschermt ▶ 1:02:12

De hosts trekken het gesprek naar het bredere fundament onder de afgelopen 80 jaar. Du Bois noemt het idee van economische verwevenheid als vredesgarantie niet onwaar, wel ontoereikend.

“We hebben 80 jaar vrede gehad. Het idee na de Tweede Wereldoorlog was: meer en meer economisch samenwerken, want landen die samenwerken voeren geen oorlog. Vandaag is duidelijk: dat telt niet meer. We moeten dat strategischer gaan denken, niet enkel goedkoop.“

De gasafhankelijkheid van Rusland was een ader, geen verzekering. Bedrijven moeten zich heroriënteren, een alternatieve leverancier B klaarhouden in plaats van blind in te zetten op just-in-time. Die mindshift, zegt ze, moet er nog komen.

Een rekenles die geen abstractie meer is

Wat Du Bois laat zien, is dat de keuze niet enkel een vraag is van hoeveel procent BBP, maar van wat we ermee bouwen, en voor welke oorlog we ons klaarzetten. Wie 12 miljard van 8 miljard kan onderscheiden, wie 170 wapensystemen weet te plaatsen tegenover een handvol Amerikaanse, wie een drone van duizend euro snapt naast een tank van twee miljoen, die houdt het defensiedebat los van populisme.

Dat is precies de denkmodus die Discours aan tafel probeert te brengen. Niet harder roepen, wel nauwkeuriger meten. Vlaanderen heeft dat soort gesprek nodig, en het is exact waar de podcast het de moeite waard vindt om er een vrijdagochtend aan op te offeren.