Op een vrijdagavond in De Melkerij, de brasserie in het Peerdsbos van Brasschaat, staat een glaasje platte water naast de microfoon van Koen Hoffman. De hosts hebben rum of whisky of wijn, Hoffman houdt het sober. “We zullen met chingen voor de sfeer zoals ze dan zeggen,“ lacht hij. Hij is CEO van Value Square en zit in een rist besturen, recent ook bij Alychlo, het investeringsvehikel van Marc Coucke. Het laatste interview van de week wordt een blik in een wereld die de meeste luisteraars zelden van binnen zien, die van de Belgische vermogensbeheerder die letterlijk één miljard euro voor zijn klanten draagt.

De viswinkel die geen pasta verkoopt ▶ 1:34

Value Square positioneert zich als een boutique asset manager. Voor wie niet in de financiële wereld zit, vertaalt Hoffman dat onmiddellijk naar iets tastbaarders.

“Zie ons als iemand die enkel één product verkoopt. Laat staan vlees of vis. En wij proberen van in dit geval beursgenoteerde aandelen zoveel mogelijk te weten.“

De analogie blijft de hele aflevering terugkomen. Een goede boutique vishandel kan zich geen slechte vis permitteren. In een groot warenhuis is de slechte vis één rij naast de tonijn die je net wel meeneemt. De vermogensbeheerder die alles aanbiedt, van crypto tot goud tot private equity, raakt vroeg of laat onleesbaar voor zijn klant.

Value Square doet enkel beursgenoteerde aandelen. Geen afgeleide producten, geen private equity binnen het fonds, geen goud, geen crypto. Hoffman doet sommige van die dingen wel privé, maar verleidt zijn zeventien collega's niet om mee buiten de winkel te stappen. “Als morgen in uw viswinkel plotseling pasta wordt verkocht,“ zegt hij, “dan gaat gij zeggen van oei, wat is dat hier?“

Galapagos als testcase voor value investing ▶ 3:07

De filosofie van Value Square laat zich in één zin samenvatten.

“Wij zijn value beleggers. Wij beleggen enkel in bedrijven waarvan we de cashflow kunnen voorspellen.“

Klinkt eenvoudig, maar in de praktijk betekent het dat hele sectoren afvallen. Hoffman gebruikt Galapagos als concrete illustratie. Het Belgische biotechbedrijf met zijn plaats in de Bel 20 is precies het soort succesverhaal waar de gemiddelde belegger zich op stort. Value Square hield zich aanvankelijk afzijdig, en met reden. De eerste jaren was hoogst onzeker of Galapagos eigen producten zou kunnen ontwikkelen, en cashflow voorspellen op een biotech zonder geregistreerd geneesmiddel is een illusie. Pas toen de verkoop voorspelbaar begon te worden, kocht Value Square zich in. Diezelfde discipline werkt ook de andere kant op. Wanneer de waardering zo hoog is dat te veel toekomstig succes al verdisconteerd zit, neemt het fonds afscheid.

Die aanpak verklaart ook waarom Hoffman niet rechtstreeks in pure AI-bedrijven investeert. De cashflow over de komende jaren is daar niet voorspelbaar. Maar in aanverwante bedrijven, zoals Samsung in Korea als ecosystem-speler in semiconductors, zit Value Square wel groot. Dat is volgens Hoffman een van hun betere investeringen geworden, een aandeel dat onrechtstreeks de wind in de zeilen krijgt van de AI-boom.

Waarom zijn dochter geen lening krijgt voor aandelen ▶ 17:36

Hoffman speelt met een hypothese die de hosts onmiddellijk aan het denken zet. Stel dat zijn dochter van 28, met een goed loon, naar de bank gaat. Vraagt ze 350.000 euro lening voor een appartement van 400.000 euro in een chique buurt van Antwerpen, dan tekent de bank zonder problemen. Vraagt ze 100.000 euro lening om 150.000 euro aandelen te kopen, met diezelfde 50.000 euro inbreng en hetzelfde loon, dan wordt het een kort gesprek.

“Niet verbaasd zijn. Dat is ondanks dat ze hetzelfde loon heeft, dezelfde terugbetalingscapaciteit. Dat die bank, en dat is geen verwijt naar een bank, dat die bank zegt: juffrouw, dat gaan we niet doen.“

De hosts duwen terug. Een huis is een huis, dat geeft de bank een onderpand. Hoffman erkent het, maar zijn punt is breder, het illustreert hoe diep het Belgische wantrouwen tegenover beleggen zit, zelfs bij de instellingen die geacht worden kapitaal te alloceren. Als je tijdens je studententijd al de term Belgian dentist hoorde vallen, weet je dat de mythe van de spaarzame Belg ooit precies door de banken georkestreerd werd.

De dood van de Belgian dentist ▶ 16:04

“Tot 2003, 2004 had men in België het fenomeen van de Belgian dentist. Dus de Belg was de kampioen in het sparen. Sparen op de beurs, voor beursgangen, voor obligaties. En dat is nu wel een beetje kapot gemaakt door de attitude van de overheid.“

Hoffman wijst niet hysterisch met de vinger. Hij beschrijft eerder een vorm van slijtage. Politici hebben in de loop der jaren zoveel kapitaalbelastingen aangekondigd, ingevoerd, gewijzigd of weer ingetrokken, dat het reflex van het Belgische gezin werd om kapitaalvorming als iets verdachts te beschouwen. Een beurstaks die elke twee jaar van regime verandert, is voor een bediende of een onderwijzer niet te volgen. Het resultaat is dat veel mensen het hebben opgegeven en hun spaargeld blijven parkeren op een rekening die hen reëel doet verarmen.

De vergelijking met de Verenigde Staten is meteen ingrijpend. Daar moet je gedwongen voor je eigen pensioen sparen, en je mag dat zelfs rechtstreeks op de beurs doen. Geen pensioenreserve betekent geen pensioen. In België groeit men op met de veronderstelling dat vader staat het wel zal regelen, en dat die geruststelling kraakt is volgens Hoffman precies de transitie die nu pijn doet.

Beleggen wordt nog steeds als casino gezien ▶ 13:00

“Investeren in bedrijven wordt dikwijls weggezet als gokken, kapitalisme met een negatieve bijklank. En dat is het allermoeilijkste bij ons.“

Deze zin gaat Hoffman als een rode draad door zijn werkdag heen. Hij is dikwijls verbaasd dat klanten bij Value Square binnenkomen met een ondermaatse kennis van wat aandelen eigenlijk zijn. In het curriculum van het secundair onderwijs zijn aandelen nog steeds zo goed als afwezig, terwijl elke jonge Belg geacht wordt te begrijpen wat een hypotheek doet. En dus blijft beleggen voor velen iets dat met een rookgordijn en een gokverslaving wordt geassocieerd.

Het drama daarvan zit in de cijfers. Een van de Value Square-fondsen werd gelanceerd één maand voor de financiële crisis in 2008. Het aandeel ging uit aan 100 euro en zakte binnen de maand naar 60. Wie toen niet verkocht en bleef bijbeleggen, zit vandaag in de buurt van 300 euro. Wie hetzelfde geld in obligaties hield, zit op zo'n 140 euro. De voorbije vijftien jaar bewijzen de regel.

Het wonder van compound voor de bediende ▶ 16:51

Value Square heeft veel klanten van wie je nooit zou vermoeden dat ze vermogend zijn. Onderwijzers, bedienden, mensen die elke maand een klein bedrag opzij zetten en dat consequent volhouden over een carrière.

“Als die mensen elke maand een beetje sparen, dan ben je soms verbaasd met welk vermogen dat die op het einde van hun carrière naar huis gaan. Mensen houden daar niet voor mogelijk.“

De term die hij gebruikt is compound, en hij weet dat het woord lacherig klinkt voor wie het nooit zelf heeft zien werken. Maar regelmaat over twintig of dertig jaar is volgens Hoffman precies wat de gemiddelde Belg over het hoofd ziet. Niet de timing van de markt, niet de stockpick van het decennium, maar het verschil tussen iemand die wel en iemand die niet aan beleggen begint.

De boutique tegenover de ETF-tsunami ▶ 19:55

De hosts brengen het onvermijdelijke tegenargument op tafel. Waarom een boutique met zeventien analisten betalen als een goedkope passieve ETF de index gewoon volgt? Hoffman gaat niet in de verdediging.

Hij ziet ETF's als de motor die zijn eigen sector dertig jaar lang heeft helpen groeien. In 1995 was het marktaandeel van ETF's en vergelijkbare passieve indexproducten ongeveer vijf procent van het totale beheerd vermogen. Vandaag zit dat richting de zestig procent. Dat creëert volgens hem zelfs een vorm van selffulfilling prophecy, want hoe meer kapitaal in passieve indexfondsen vloeit, hoe meer de grootste namen automatisch verder stijgen, want de tracker moet ze in gewicht aankopen.

“Ik heb daar niets tegen,“ zegt hij erbij. Een spaarder die anders niets met zijn geld doet, zit beter in een gespreide ETF dan op een depositorekening. Maar de boutique-rol is volgens Hoffman precies aanvullend, niet vervangend. Indexen werken van boven naar beneden, op basis van marktkapitalisatie. Value Square werkt bottom-up, vanuit cashflow-analyse en gesprekken met directies. Wie alle eieren in passieve trackers stopt, koopt impliciet ook alles wat slecht bestuurd wordt.

De Belgische beurs als professionele frustratie ▶ 23:01

Dan komt het gesprek bij wat duidelijk Hoffmans grootste professionele wonde is.

“Iedereen heeft een frustratie professioneel in zijn leven en ik kijk daar met lede ogen naar hoe klein hij wordt. Terwijl er in België onwaarschijnlijk veel mooie bedrijven zijn.“

In de voorbije vijf jaar is welgeteld één bedrijf naar de Belgische beurs getrokken, het bedrijf van een eerdere podcastgast. De hosts halen de aflevering van een tiental nummers geleden aan, waar de oprichter zelf zijn keuze voor een IPO toelichtte. Het sloeg in als een uitzondering. Hoffman beschrijft hoe hij in zijn KBC-jaren een vergelijkbaar droogteseizoen meemaakte. Tussen 1987 en de Cooremanwet was er volgens hem dertien jaar lang geen enkele beursgang in België. Dat soort cycli is niet nieuw, maar het maakt het er niet minder pijnlijk om.

En er is een keiharde economische verklaring voor.

“Tot zolang dat private equity hogere waarderingen geeft dan public equity, blijft iedereen in private equity.“

De Belgische banken financieren bedrijven boven verwachting goedkoop, private equity-fondsen leggen vandaag waarderingen op tafel die de beurs niet kan matchen, en dus is er voor de meeste ondernemers geen rationele reden om publiek te gaan. Wie publiek wil gaan, doet dat omwille van credibiliteit of acquisitievaluta, niet omwille van het geld zelf.

Toen er duizend bedrijven op de Belgische beurs stonden ▶ 28:23

Hoffman heeft op zijn bureau een oud aandeel hangen van de tram van Gent, een aandeel dat hij ooit cadeau kreeg.

“Aan het begin van de vorige eeuw stonden er bijna 1000 bedrijven op de Belgische beurs. Toen was er een hyperactiviteit.“

Trams, treinlijnen, individuele lokale projecten, alles ging op zoek naar publiek kapitaal. Vandaag staat datzelfde aandeel in Hoffmans bureau als versiering, niets meer waard, een bedrijf dat allang failliet ging. Maar het beeld blijft hangen. Er was een tijd dat de Belgische publieke markt levendiger was dan vandaag. Het is een herinnering aan een normaal die geen utopie hoeft te zijn.

Het alternatief dat Hoffman ziet komen, is tokenisation. Bedrijven die hun aandelen via tokens kunnen versplinteren, zodat je vanaf je smartphone rechtstreeks in een onderneming kan investeren. Hij noemt het zelf het nieuwe modewoord, hij positioneert zich niet als de technische expert. Maar de richting is duidelijk, als de overheid het via de klassieke beurs te ingewikkeld maakt, zal de markt vroeg of laat een omweg vinden.

Hoe AI in vijf minuten doet wat een analist dagen kost ▶ 32:12

De aflevering gaat onvermijdelijk over AI, en Hoffman vertelt het verhaal het liefst aan de hand van een concrete anekdote uit zijn bestuurderswerk. Hij is voorzitter van Fagron, waar Value Square nooit in investeert wegens conflict of interest. Tijdens een board-meeting daagt hij zelf uit, gewoon om het te tonen.

“Een rapport van 20 pagina's met sectorachtergrond tot zelfs issues die in de US mogelijk naar boven konden komen. En dan zie je dat heel die analyse volledig gedemocratiseerd kan worden.“

Het werd stil rond de tafel. Het was niet alleen indrukwekkend dat een AI-tool in minuten een sectoroverzicht maakte. Het was de erkenning dat het werk dat een team van analisten dagen kostte, ineens beschikbaar werd voor wie weet welke vraag te stellen.

Wat betekent dat voor de edge van een vermogensbeheerder? De hosts brengen het standaardargument naar voor dat in de financiële theorie alles wat je kan bedenken al ingeprijsd zit. Hoffman erkent het, maar nuanceert. Bedrijven worden bestuurd door mensen die elke maand met onverwachte omstandigheden moeten omgaan. Die keuzes zijn niet helemaal te modelleren. Maar in pure cijferanalyse zal AI volgens hem alleen maar verder optrekken. De edge verschuift naar het sentiment en naar de bestuurskwaliteit.

De junior analist mag fouten maken, AI niet ▶ 36:02

Hoffman wijst op iets wat hij in veel boards observeert.

“Als die AI-tool één klein dingetje fout heeft, dan zegt men rubbish moet weg.“

Intussen tolereren bedrijven hetzelfde foutje bij een junior analist van 25 jaar met de glimlach. Hij moet nog veel leren. AI moet daarentegen perfect zijn vanaf de eerste prompt. Dat dubbele meetlat is voor Hoffman een blokkering, niet de technologie zelf. Wie de AI behandelt zoals een net afgestudeerde, met aanvankelijk wantrouwen maar ruimte om te groeien, zal er volgens hem veel uithalen.

Een tweede vooruitziende observatie die hij meegeeft, gaat over de overheid.

“Stel dat tussen nu en 30 jaar de overheid zal gerationaliseerd worden, niet door de politici, maar door AI, en daardoor dat we misschien de helft van de overheid efficiënter gaan krijgen.“

Hij voegt er onmiddellijk respect aan toe voor onderwijzers, verplegers, brandweermannen en politiemensen. Maar wie het werk doet dat een algoritme straks beter, sneller en goedkoper kan, zal volgens hem zien dat verandering van bovenaf zelden door de politiek wordt geforceerd. De vraag is of de transitie geleid wordt of overkomt.

Beleggen is nog nooit zo democratisch geweest ▶ 49:50

Het contrapunt op de Belgische klaagcultuur over beleggen levert Hoffman zelf.

“De toegang tot de verschillende mogelijkheden tot investeren is nog nooit zo democratisch geweest dan vandaag. Nog nooit. Maar echt nog nooit.“

Hij voegt er een beeld aan toe waar de hosts om moeten lachen.

“Het is niet meer de periode van de kasteelheer die samen met andere kasteelheren besliste wat er in Congo of ergens anders ging gebeuren.“

Wie zich wenst te informeren en wil investeren, kan vandaag vanaf relatief kleine bedragen overal in. Public equity, private equity, specifieke domeinen, sectorfondsen. Wie het tegendeel beweert, zegt Hoffman, moet echt goed nadenken voor hij iets durft te schrijven. Tegelijk geeft hij de nuance mee dat te veel democratisering ook gevaarlijk wordt. Pre-IPO aandelen van een Amerikaans rakettenbedrijf vind je als je gewoon zoekt, maar of de doorsnee 25-jarige bediende daar zonder begeleiding in moet stappen, is iets anders.

In de bestuurskamer bij Marc Coucke ▶ 53:42

De hosts loodsen Hoffman richting Alychlo, het investeringsvehikel van Marc Coucke. Hoffman kent Coucke al lang en kreeg het verzoek om in het bestuur te zetelen op een moment dat hij dat als eer beleefde.

“Dat houdt risico's in. En niet denken dat die man dat niet beseft als een superintelligente kerel. Maar die wil met zoveel exposure investeren in België.“

De driehoek waarmee Coucke volgens Hoffman werkt is concreet, België, plezier en rendement. Op verschillende momenten kantelt het zwaartepunt van die drie. Soms wordt een dossier gedaan omwille van een lokale verankering, soms omwille van het geld, soms omdat het Coucke zelf leuk lijkt. Hoffman vertelt over de heropening van een golfclub in Deurle, waar een complete lokale economie aan opgehangen wordt. De dossiers gaan van ijscrèmemakers tot grote vastgoedoperaties.

De hosts duwen terug. In de pers lees je over Alychlo vooral als het ergens fout gaat. Hoffman erkent het zonder omzeilen.

“In België heeft men heel graag, dat is nogal Vlaams, dat als er één ding is in Vlaanderen, wij verkneukelen ons in het niet succes van iemand.“

Die week was er een Belgisch bedrijf met succes verkocht in het buitenland, een meerwaarde met meerdere nullen. De pers schreef erover, maar veel minder dan over de occasionele tegenvaller bij een andere ondernemer. Hoffman vat het samen, in Vlaanderen lukt het maar moeilijk om fier te zijn op het eigen succes.

“We hebben het heel moeilijk om vier te zijn op ons eigen.“

Hij illustreert het met een Amerikaanse anekdote. In een restaurant in de Verenigde Staten zag hij stoemp met worst als signature dish staan, een gerecht waar zo'n keuken duizend euro aan etiket op kan plakken. Wij zouden er volgens hem nooit op komen om dat als gastronomisch op te dienen. Het is geen kritiek op het gerecht, het is een vraag aan de cultuur waarom ze zichzelf zo systematisch klein houdt.

De enige graadmeter voor een bestuurskamer ▶ 59:46

Hoffman bouwt het gesprek toe naar een overtuiging die hij na decennia in besturen en investment banking heeft gedistilleerd.

“Er is maar één graadmeter voor een bestuurskamer. Dat is het gehalte aan ondernemerschap.“

Hij geeft het bewuste, harde, oncomfortabele gevolg eraan vast.

“Bedrijven gaan failliet als ze hun ondernemerschap verliezen.“

Als Bpost ooit failliet zou gaan, dan is dat niet omdat de postsector op zich onhoudbaar is, maar omdat het ondernemerschap in de bestuurskamer is opgehouden. Dat kan veroorzaakt zijn door de directieleden zelf, door de vakbond, door politieke interventie. Maar zodra het ondernemerschap stopt, krijg je behoud in plaats van groei. En behoud, vergelijkt Hoffman, is wat iemand doet die alleen zijn bestaande vrienden wil behouden, die eindigt zonder vrienden.

Marc Coucke is volgens Hoffman een extreme illustratie van het tegenovergestelde. Flamboyant, met fouten, soms dom in publieke perceptie, maar in al zijn bedrijven onverstoorbaar het ondernemerschap aan het cultiveren. Het is een eerlijk portret, geen lofzang.

Geld erop gooien is geen oplossing ▶ 1:02:06

Hoffman geeft een laatste klacht over de Belgische reflex.

“Wat is het meest vervelende dat men in België doet? Dat is dat men problemen wil oplossen door er geld naartoe te gooien in plaats van het probleem aan te pakken.“

Hij illustreert het met een fabriek in Wallonië die hij van binnen kent. Kleine batches geneesmiddelen worden er gemaakt door Belgische arbeiders. In India kan men diezelfde pillen aan een derde van de prijs maken. De reflex is dan om te subsidiëren, om de bestaande structuur in stand te houden. Hoffman ziet dat als de slechtst denkbare keuze. De realiteit komt sowieso, en wie er niet op anticipeert, betaalt twee keer.

Die analyse is geen oproep tot Amerikaans kapitalisme. Hoffman is daar uitgesproken over.

“Je kunt Amerika en Europa echt niet vergelijken op die dingen. Wij doen dat te vaak en wij gebruiken te vaak Amerikaanse voorbeelden.“

Wat hij wel wil, is een Belgische cultuur die ondernemerschap niet afdoet als kapitalisme met een vies geurtje, en een politieke klasse die transities organiseert in plaats van ze met subsidies probeert tegen te houden.

Vooruitgang heeft tot vandaag altijd gewonnen ▶ 1:04:25

De aflevering rondt zich af met een geloofsbelijdenis die Hoffman zelden expliciet maakt.

“Vooruitgang heeft tot hier toe altijd naar een betere wereld geleid. En tegengaan van vooruitgang is altijd vanuit een verdedigingsmechanisme.“

Hij illustreert het met de smeden die in de straten van Parijs auto's kapotsloegen bij de komst van de eerste wagens. Ze waren overtuigd dat hun job zou verdwijnen. Frankrijk werd vervolgens de auto-industriële grootmacht van het continent en creëerde meer werk in die sector dan ooit. Het internet veegde businessmodellen weg en bouwde er twee keer zoveel nieuwe op. AI zal niet anders zijn, denkt Hoffman. Sommige bedrijven gaan kopje onder, en wie de transitie mist verliest. Maar het netto-effect, na vijf, tien of dertig jaar, was tot nu toe altijd positief.

De sleutel is volgens hem dat de overgang slim georganiseerd wordt. Niet door geld te storten in stervende sectoren, niet door subsidies aan businessmodellen die niet meer levensvatbaar zijn, maar door mensen te helpen schakelen, door onderwijs voor te bereiden op de banen van overmorgen, en door beleidsmakers eerlijk te laten zijn over wat ze niet kunnen redden.

Epiloog, een glas water in De Melkerij

Het glas water staat nog steeds half vol voor Koen Hoffman. Buiten valt de vrijdagavond in over Brasschaat, en in de Melkerij ruimen de obers de tafels op. Het gesprek is werkelijk verschillende richtingen uitgegaan, van een vishandel tot Marc Coucke, van tokenisation tot de Belgian dentist en Bpost.

Wat in al die richtingen blijft hangen, is hetzelfde grondprincipe. Hoffman gelooft dat de wereld vooruitgaat, mits we de moed hebben om eerlijk te zijn over wat verandert. Beleggen is geen casino maar een ambacht. Een vermogensbeheerder is een viswinkel die maar één product verkoopt en het beter kent dan wie ook. De Belgische beurs is moe, maar de Belgische ondernemers zijn dat niet. En de bestuurskamer is geen abstracte plek waar het kapitalisme zijn duivelse plannen smeedt, maar de enige plek waar je kan zien of een bedrijf nog van plan is te overleven.

Dat past bij wat Discours probeert te doen, het abstracte tastbaar maken, de stilte achter de cijfers vullen met de stem van iemand die het van binnen kent. Hoffman drinkt zijn glas water leeg en glipt de schemering in. Aandelen, zo blijkt na een uur gesprek, gaan zelden over getallen alleen, maar bijna altijd over de mensen die ze beheren en over de cultuur die rond hen staat.