De bingokaart van de Belgische democratie

Bruno Tobback heeft ze allemaal gehad. Gemeenteraad, provincieraad, Vlaams Parlement, nationaal parlement, en nu het Europees Parlement. “Mijn bingokaart is vol,“ lacht hij wanneer hij zijn parcours overloopt in de Melkerij in Brasschaat. Het is een zeldzame positie: iemand die elk niveau van de Belgische en Europese democratie van binnenuit kent, en er genuanceerd over kan spreken.

Vandaag werkt Tobback in twee commissies: industrie en energie enerzijds, milieu en circulaire economie anderzijds. Het zijn dossiers die abstract klinken, maar die volgens hem de kern raken van waar Europa naartoe gaat — en of het daar snel genoeg geraakt.

Zeven miljard euro aan de wind

Het meest ophefmakende cijfer van het gesprek: Europa gooit jaarlijks 7 miljard euro aan gratis elektriciteit weg, simpelweg omdat het netwerk de stroom niet kan vervoeren. Windmolens worden stilgelegd niet omdat ze niet werken, maar omdat de kabels er niet liggen om de elektriciteit bij de verbruiker te krijgen.

Tobback werkt momenteel aan het European Grids Package — de herziening van hoe Europa zijn hoogspanningsinfrastructuur financiert en plant. Het is technisch, maar de politieke implicaties zijn enorm. De gasprijs steeg met 50% in één week door de Iraanse crisis. De olieprijs met 30%. Elektrificatie is de uitweg, maar daarvoor heb je stroomdraden nodig — of je nu voor windenergie of kernenergie kiest.

Hij trekt de vergelijking met de autosnelwegen: die zijn in de jaren 50-70 gebouwd door mensen die er zelf nooit gebruik van zouden maken. “Mijn grootouders hebben nooit een auto gehad. Ze hebben er altijd belastingen voor betaald. Ze hebben daar ook nooit kwaad over geweest, want ze werkten allebei in een supermarkt, en zonder autostraden was er niet veel te verkopen.“

De windenergie-revolutie die niemand ziet

Een cijfer dat volgens Tobback veel te weinig aandacht krijgt: de Europese windenergiesector stelt rechtstreeks meer dan 220.000 mensen tewerk, en onrechtstreeks bijna een half miljoen. Bijna alles wordt in Europa geproduceerd — van transformatoren tot kabels. Het is een puur Europees product waarin Europa wereldleider is.

De Hamburg Summit van enkele weken geleden versterkte de afspraken rond offshore wind op de Noordzee. België was erbij, met premier De Wever. Maar het publieke debat wordt gedomineerd door discussies over de kosten, niet door de economische kansen.

Ideologie op alle niveaus

Wanneer het gesprek verschuift naar het verschil tussen lokale en Europese politiek, is Tobback verrassend helder: het principe is identiek, de schaal is anders. Of het nu gaat over een gemeentelijk zwembad of over Europese energiegrids — de vraag is altijd dezelfde: wat is een investering waar de samenleving beter van wordt, en hoe betalen we dat op een eerlijke manier?

Het wordt abstracter op Europees niveau, geeft hij toe. En pragmatischer op gemeentelijk niveau, omdat het daar tastbaarder is. Maar de ideologische kern verandert niet.

De afdankertjes van Europa

Het pijnlijkste punt van het gesprek gaat over de kwaliteit van Europese politici. Het cliché wil dat nationale partijen hun mindere goden naar Europa sturen. Tobback nuanceert: in België klopt dat gedeeltelijk, maar om structurele redenen. Met zo weinig zetels per partij kun je geen onbekende gezichten lanceren — alleen al bekende namen maken kans. In grotere landen als Duitsland en Italië, waar partijen 20 mensen op een lijst krijgen, kunnen jonge, beloftevolle politici wel doorbreken.

Het is een systeemprobleem, geen kwaliteitsprobleem. Maar het resultaat is wel dat Europa voor veel Belgen een ver-van-mijn-bed-show blijft — terwijl de beslissingen die daar genomen worden over energie, handel en klimaat meer impact hebben op hun dagelijks leven dan menige federale maatregel.

Kopen van Trump of van Saoedi-Arabië

Tobback schetst een geopolitiek dilemma dat zelden zo scherp wordt gesteld: sinds 2019 zijn de VS de grootste olie-exporteur ter wereld. Europa kan kiezen: kopen van Donald Trump of van Saoedi-Arabië. Trump was nog deze week blij dat de stijgende olieprijzen geld opleveren voor Amerika. De enige die er niet aan verdient, zijn wij.

Het is een argument voor versnelde elektrificatie dat verder gaat dan het klimaatdebat — het gaat over strategische onafhankelijkheid. En dat, zegt Tobback, is precies waar die 7 miljard euro aan verloren windenergie zo pijnlijk wordt.