De burgemeester van Vlaanderen die er geen is

Jeroen Windey leidt een organisatie waar de meeste Belgen nog nooit van gehoord hebben, maar die raakt aan alles wat lokaal bestuur doet: gemeentebelastingen, fusies, vergunningen, digitalisering, gelijke kansen. Het Agentschap Binnenlands Bestuur is het knooppunt tussen de Vlaamse overheid en de 300 gemeenten.

“Men kijkt naar de minister van Binnenlands Bestuur als de burgemeester van Vlaanderen,“ zegt Windey, “maar dat klopt niet. Het federale niveau bepaalt nog steeds veel rond veiligheid en sociale zekerheid. Ik heb niet de pretentie om als een coördinerend superentiteit boven de gemeenten te staan.“

Hij ziet zijn rol dubbel: toezichthouder én ondersteuner. Enerzijds controleren of gemeenten de rechten van burgers en bedrijven respecteren. Anderzijds die gemeenten sterker maken. En die balans is delicater dan ze klinkt.

Het toezicht dat veranderde

Tot twintig jaar geleden werd elke beslissing van een lokaal bestuur door de hogere overheid nagekeken. Dat systeem is gelukkig verleden tijd. Het agentschap heeft een switch gemaakt van betuttelend toezicht naar advisering: kennis delen, doorverwijzen naar gemeenten die gelijkaardige problemen al opgelost hebben, juridisch advies geven voordat er problemen ontstaan.

Toch blijft het toezicht belangrijk, vooral rond gemeentebelastingen. Elke maand komen klachten binnen van burgers en bedrijven die een belasting onwettig of disproportioneel vinden. Windey respecteert de lokale autonomie — hij doet geen uitspraak over de opportuniteit van een belasting — maar als er rechtsonzekerheid ontstaat door een slecht reglement, dan grijpt hij in. Voor de burger, maar ook voor het bestuur zelf.

De digitale worsteling van 300 gemeenten

Misschien wel het meest concrete deel van het gesprek gaat over digitalisering. De situatie is historisch gegroeid en complex: identiteitskaarten en rijksregister zijn federaal, omgevingsvergunningen zijn Vlaams, en gemeenten hangen voor hun ICT af van intercommunales als CIPAL en Cevi.

Recent werd de softwareafdeling van CIPAL verkocht aan een Canadees investeringsfonds — een verontrustend signaal voor een organisatie die de digitale ruggengraat van veel Vlaamse gemeenten vormt. Windey erkent het probleem en wijst op het programma 'Gemeente zonder Gemeentehuis': vanuit Vlaanderen mee het digitaliseringsvraagstuk oplossen, in plaats van elke gemeente dat alleen te laten uitzoeken.

Het principe: openheid, deelbaarheid, schaalbaarheid. Coalitions of the willing bouwen. Gemeenten die met hetzelfde probleem zitten samenbrengen en de oplossing delen. Het klinkt als gezond verstand, maar in een landschap met 300 gemeenten, meerdere softwareleveranciers en historische legacy-systemen is het een titanenwerk.

Autonomie versus efficiëntie

De rode draad door het hele gesprek is de spanning tussen lokale vrijheid en centrale sturing. Gemeenten willen autonoom beslissen — over belastingen, over fusies, over investeringen. Maar die autonomie leidt soms tot inefficiëntie, rechtsonzekerheid, of simpelweg tot het uitvinden van het wiel in 300 verschillende versies.

Windey navigeert die spanning met een pragmatisme dat past bij iemand die al lang genoeg in het systeem werkt om te weten dat revoluties zelden werken. Zijn aanpak: ondersteunen, niet opleggen. Overtuigen, niet dwingen. En als het echt misgaat, terugfluiten — maar liefst voordat het zover komt.