De Melkerij in Peersbos, Brasschaat. Het is een namiddag waarop Myriam Parys met een hoestje en een glas water aan tafel komt zitten, en dapper een glaasje rum probeert. “Ik ben geen rumdrinker, maar ik zal het proberen. Goed voor de keel te smeren.“ Sinds 2023 is ze Vlaams ombudsvrouw, na een carrière als stadssecretaris. De Vlaamse Ombudsdienst, vertelt ze, kreeg in 1999 het eerste werkingsjaar 99 klachten te behandelen. In 2025, 26 jaar later, kreeg de dienst er precies 10.000.

“Ze zeggen soms zelfs van: een klacht is een gratis advies.“

Het is een uitspraak waar ze in de loop van het uur op terug zal komen. Voor de meeste mensen klinkt het ombudswezen droog. Het is dat niet, niet zoals zij erover vertelt. Het is, in haar woorden, “de verdediger van het volk“, en aan de tafel van Discours krijgt die verdediging eindelijk een gezicht. Niet streng. Niet predikend. Maar koppig, helder, en met een aardig portfolio aan verhalen die het systeem opentrekken.

Wat de Ombudsdienst doet, en wat niet ▶ 1:56

Een ombudsdienst is geen klachtendienst. De Vlaamse Ombudsdienst is een tweedelijnsdienst. Wie een probleem heeft met De Lijn, VDAB, de Vlaamse Belastingdienst of Kind en Gezin, moet eerst naar de klachtendienst van die instantie zelf gaan. Komt daar geen oplossing uit, dan staat in elke brief en mail van die instantie een verplichte zin: “Indien u niet akkoord kan gaan met deze beslissing, kan u klacht indienen bij de Vlaamse Ombudsdienst.“

Parys zit fysiek in het Vlaams Parlement, ze is door dat parlement benoemd, ze legt er één keer per jaar verantwoording af. Maar in haar dagelijkse werk is ze volledig onafhankelijk. “Niemand mag aan mij iets zeggen over hoe wij klachten behandelen, of dat nu de regering is of het parlement.“

“Wij behandelen eigenlijk de meer hardnekkige klachten waarbij in eerste instantie niet direct een oplossing kon gevonden worden.“

De cijfers zeggen iets over twee bewegingen tegelijk. De Vlaamse overheid heeft elk jaar meer bevoegdheden gekregen door staatshervormingen, en met die bevoegdheden meer raakvlakken met de burger. En de burger zelf is meer geneigd zijn ongenoegen te formaliseren, dankzij digitale formulieren, mailcontact en algemene democratisering van klagen. Tien jaar geleden was er volgens haar nog een aparte categorie burgers die aan zelfcensuur deed, die zich afvroeg of een klacht wel “ernstig genoeg“ was om in te dienen. Vandaag is die zelfcensuur grotendeels weg.

De top vijf: De Lijn, de digitale meter, het sociaal huis ▶ 9:01

Welke klachten zijn het meest? Parys somt ze op. Eén: energie. Vooral de uitrol van de digitale meter door Fluvius, met afspraken die geannuleerd worden, aannemers die niet komen opdagen, problemen na installatie. Twee: wonen, vooral sociale huisvesting. Schimmel, jarenlange wachttijden, geluidsoverlast die niet wordt aangepakt, defecte liften op de tiende verdieping. “Soms schrijnende gevallen.“

Drie: mobiliteit, en daar springt ze even uit haar gewoonlijke neutraliteit.

“De Lijn heeft twee zeer slechte jaren gehad. Vorig jaar hadden we 50 procent meer klachten over De Lijn dan de jaren ervoor.“

De nieuwe dienstregeling met haar focus op hoofdaslijnen schrapte talloze haltes in dorpen. Bussen die niet komen opdagen, bussen die overvol zitten en doorrijden. Het zijn klachten waar Parys voor één keer geen geduld voor verwacht. “Dus in ons jaarverslag schrijven we daar gewoon over: De Lijn, een bewogen jaar. De onvoorspelbaarheid van de verplaatsing.“ Vier: omgeving, vooral water. Hoge waterfacturen, telefonische wachttijden van een half uur en meer, mails die maanden onbeantwoord blijven. Vijf: welzijn, met daarin het groeipakket, de wachtlijsten in de gehandicaptenzorg en jeugdzorg, en een crèche die plots sluit en gezinnen zonder opvang achterlaat.

Soft power zonder rechtersbevoegdheid ▶ 13:27

Parys heeft één instrument dat ze regelmatig boven haalt en dat de hele dynamiek met de administraties kantelt: een brief aan de minister.

“Als ik vind dat de burger gelijk heeft maar de administratie blijft halsstarrig op haar positie, dan stuur ik een brief aan de minister. De minister heeft 40 dagen om dat te onderzoeken en mij een gemotiveerd antwoord te geven.“

Daarbovenop heeft ze haar jaarverslag, waarmee ze in alle parlementaire commissies langskomt. In de commissie Mobiliteit vertelt ze over De Lijn, in commissie Werk over de VDAB, in commissie Welzijn over de wachtlijsten. Parlementsleden, vooral uit de oppositie maar ook uit de meerderheid, springen erop om de minister aan de tand te voelen. “Op die manier hebben wij echt impact, hoewel ik geen rechter ben. Ik heb soft power. Maar ik zie wel dat er genoeg koortjes zijn waaraan ik kan trekken om druk te zetten.“

Ze haalt een ander principe boven dat haar typeert. Ze gaat zelden naar de pers. Ze is in haar eerste werkjaar bewust beginnen bouwen aan goede relaties met al die klachtendiensten en administraties. “Als ze tegen mij zeggen: doe er niets mee, maar wij beloven u dat we eraan bezig zijn en over twee maand is het in orde. Dan ga ik het meestal ook zo laten. Tenzij we twee maand later vaststellen: er is niks gebeurd. En dan gaan we dat blijven aankaarten.“

De QR-code en het IT-budget ▶ 15:59

Een concrete zaak die haar irriteerde, en waar ze toch moest plooien, gaat over de Vlaamse Belastingdienst. Op het aanslagbiljet voor roerende voorheffing kun je sinds kort de QR-code inscannen en daarmee meteen betalen. Goede innovatie, lacht ze, maar er gebeurt iets ongelukkigs. Bij bedragen onder de 500 euro krijgt de burger een waarschuwing. Bij bedragen boven 500 euro wordt het direct van de rekening gehaald, soms duizend euro of meer, terwijl de burger het later op de maand wilde plannen.

“Wij kregen klachten van mensen die zeggen: oei, dat zou ik op het einde van de maand willen betalen, zoals dat bij bankbetalingsopdrachten kan. Die denken dat het hier ook zo zal zijn, en dan is het ineens weg.“

Parys nam het mee naar haar overleg met de Vlaamse Belastingdienst. Het antwoord was eerlijk en frustrerend tegelijk. “Wij snappen dat het vervelend is voor mensen, maar we hebben een beperkt IT-budget en wij gaan dit jaar dat en dat doen. Voor dit te herprogrammeren is geen budget meer.“ Ze betreurt het. Ze begrijpt het ook. Het komt elk jaar terug in haar jaarverslag, met de hoop dat een volgend budget het ooit oplost.

De droom van één voordeur voor 30 ombudsdiensten ▶ 7:09

België heeft, alleen al, dertig ombudsmannen en -vrouwen. De ombudsdienst voor telecom, voor het spoor, voor de post, voor pensioenen, voor consumenten, voor banken, voor verzekeringen, voor mutualiteiten, en de parlementaire ombudsdiensten zoals de hare.

“Ik weet niet of dat veel is, maar wij zijn al met drie ombudsdiensten bevoegd voor stukken van energie. Als je een klacht hebt over energie moet je al weten welke van de drie het moet zijn. Dat is voor de burger gewoon onheilig.“

Haar droom is “één voordeur voor heel België“. Eén plek waar de burger met een klacht binnenkomt, en waar in de backoffice de ombudsdiensten onderling de klachten doorgeven naar wie bevoegd is. Ze begint er nu voorzichtig aan. Vanaf april 2026 trainen ze een large language model om klachten te labelen en automatisch door te verwijzen, met “human in the loop“ voor controle. “Ik ben heel vriendelijk, wij verwijzen mensen door, maar even goed kan dat slimmer.“

Vier op tien is digitaal kwetsbaar ▶ 31:48

De cijfers waar ze het meest aandacht voor blijft vragen, gaan over digitale kwetsbaarheid. Eén op vier mensen kan een basisprocedure nog wel, maar verder dan dat al moeilijk. Vier op tien Belgen is in totaal digitaal kwetsbaar. Het is geen nicheprobleem, het is een vijfde van de Vlamingen.

“De doelgroep is ontzettend divers. Het cliché dat het sowieso enkel senioren zijn, dat is absoluut niet waar. Ook jongeren, kortgeschoolden, anderstaligen.“

Wat haar het meest bevreemdt, is de combinatie van twee geletterheden die we te vaak verwarren. Digitale geletterdheid is niet hetzelfde als administratieve geletterdheid. “Het is niet omdat gij goed kunt swipen en scrollen en TikTokken dat gij een verbouwpremie kunt aanvragen.“ Voor een mijnverbouwpremie heb je niet alleen toegang tot een formulier nodig, maar ook het inzicht in welk attest waar uploaden, in welke volgorde, voor welk specifiek artikel van welk besluit. En als je dat allebei niet hebt? Dan loop je subsidies, premies en toelagen mis. Of erger, je krijgt boetes terwijl je dacht in orde te zijn.

“De toegang tot de overheid moet voor iedereen gewaarborgd zijn, of je nu heel goed met dit spel uit de voeten kunt of niet. Dat is zo basic.“

De wachtlijsten als schandvlek van de Vlaamse overheid ▶ 36:36

Eén onderwerp keert obsessief terug in haar jaarverslagen. De wachtlijsten. Voor sociale huisvesting tien jaar wachten. Voor gehandicaptenzorg jarenlang wachten. Voor jeugdzorg eveneens. Voor Parys is het een fundamenteler probleem dan administratieve traagheid.

“Een overheid moet doen wat ze belooft. Ik las eens van een prof: de overheid zou moeten overpresteren en onderbeloven. En nu gebeurt vaak het omgekeerde. Overbeloven en onderpresteren.“

Wat haar gevangen houdt, is dat de overheid een recht uitspreekt en dat recht vervolgens niet kan invullen. “Ik krijg van u een recht. Voilà. Maar ik kan u dat nu niet geven. Blijf maar wachten.“ Voor de burger die op een wachtlijst staat is dat geen recht, maar een belofte zonder dekking. En dat ondermijnt niet alleen de individuele toekomst, maar het vertrouwen tussen burger en overheid in zijn geheel.

Het recht op vergissing en de Tesla-premie ▶ 42:42

Een dossier waar Parys met de andere ombudsdiensten in heel België een resolutie voor heeft opgesteld, gaat over het “recht op vergissing“. In Frankrijk bestaat het sinds zeven jaar als wet. Het werd intussen al twee miljoen keer gebruikt. Een burger kan zelf melden aan de administratie: “Ik heb mij vergist. Ik wil dat rechtzetten.“ En de administratie laat de boete of belastingverhoging eenmalig vallen, mits eerlijke melding.

In België bestaat het alleen bij de federale fiscus, en dan nog beperkt. Parys haalt de Tesla-premie aan als illustratie van waarom het breder zou moeten gaan.

“Mevrouw bestelt die premie en vult alles perfect in. Blijkt dat het voertuig op naam staat van haar echtgenoot. Ah, geen premie. Door een ongelooflijke stommiteit.“

Dat zijn er tientallen, vertelt ze. De bedoeling van de Tesla-premie was mensen aanmoedigen om een elektrisch voertuig te kopen. Niet om hen te disqualificeren omdat hun echtgenote de aanvraag deed. Hetzelfde geldt voor erfbelasting. Een aangifte die je vermoedelijk maar één keer in je leven invult, voor bedragen waar belastingverhogingen van twintig procent op kunnen volgen bij een onschuldig vinkje. Het is “ja heel cynisch“, glimlacht ze, “maar wij pleiten ervoor om naar de bedoeling van het beleid te kijken in plaats van naar de letter.“

Hoe wantrouwen een vicieuze cirkel maakt ▶ 46:50

Eén van de meest substantiële delen van het gesprek gaat over een dynamiek die ze in haar dagelijkse praktijk overal terugziet. De spiraal van wantrouwen.

“Als de burger de overheid niet vertrouwt, heeft de overheid meer regels nodig om te duiden: kijk, dit is de reden waarom wij die objectieve beslissing hebben genomen. Die objectiviteit wordt teruggeduwd naar de burger. Je komt in een vicieuze cirkel waarin niemand elkaar vertrouwt.“

Wat ze ziet, is een administratie die zich indekt uit angst voor klachten en juridische vervolging. Wat de burger daarvan ervaart, zijn cryptische brieven die naar artikelen van besluiten verwijzen. Wat dat met het vertrouwen doet, is voorspelbaar: het verdunt. En een dunner vertrouwen leidt tot meer regels, en zo verder. De Nederlandse Ombudsman Reinier van Zutphen, een collega waar ze veel mee samenwerkt, formuleerde het zo: “De overheid kijkt naar de burger als iemand die binnenkort gaat frauderen.“ Voor Parys is het een werkdiagnose. “Wij zijn voor het recht op vergissing. Wij zijn voor een overheid die maximaal uitgaat van de goede trouw van de burger. We hebben de tegengestelde houding genoeg geprobeerd. Er zijn altijd sluipwegen voor wie ze wil vinden. Vertrouw uw burger.“

De toeslagenaffaire en het racistische algoritme ▶ 1:03:12

Wat gebeurt als die spiraal van wantrouwen ontspoort? Parys grijpt naar het Nederlandse voorbeeld. De toeslagenaffaire was geen fraude-zaak, het was een fraude-paniek-zaak. Een beperkte fraudezaak met enkele Bulgaarse netwerken die het systeem misbruikten, leidde tot een hele Nederlandse Belastingdienst die algoritmes ging programmeren om eruit te filteren wat ze zich als verdacht voorstelden.

“Iedereen die een buitenlandse naam had, werd zwaar gecontroleerd. Plus men ging altijd uit van de kwade trouw. Dat heeft geleid tot mensen die niets fout gedaan hadden, en toch boetes kregen van duizenden euro's. Tot zelfs kinderen die uit huis gehaald werden bij die mensen.“

Het was een trauma waar Nederland nog jaren over zal praten. Wat Parys er fascinerend aan vindt, is wat erna gebeurde. Sinds de toeslagenaffaire moet de Nederlandse overheid alle algoritmes die ze gebruikt publiceren. Dat is een stap die België nog niet heeft genomen, en waar Vlaanderen volgens haar over zou moeten nadenken. “Algoritmes worden toegepast door machines, maar zijn mensenwerk. De keuzes om te filteren op buitenlandse namen is een menselijke keuze, uitgevoerd door een machine.“ De illusie van objectiviteit is precies wat een racistisch algoritme zo gevaarlijk maakt.

"Defensor del Pueblo" en de Slowaakse waarschuwing ▶ 1:08:37

In het Spaans heet de ombudsfunctie “Defensor del Pueblo“. Parys vindt het de mooiste vertaling die er bestaat. De verdediger van het volk. In Latijns-Amerika gaat dat zo ver dat de ombudsdienst toezicht houdt op de toegang tot drinkbaar water en elektriciteit. In België is haar bevoegdheid smaller, gericht op de relatie burger-overheid en hoe die fout kan lopen. Maar de geest is dezelfde.

Op een internationale ombudsbijeenkomst in Den Haag spraken ombudsmannen uit alle continenten elkaar. Wat haar het meest is bijgebleven, is het verschil in benoemingsstabiliteit. Haar Griekse collega zit al drie jaar wachten op een formele bevestiging van zijn herbenoeming. Haar Slowaakse collega zat te kijken hoe haar regering de hele functie wilde afschaffen wegens “te kritisch“. Haar Zuid-Afrikaanse collega heeft in de gevangenis gezeten.

“Wij zijn de kanarie in de koolmijn. In autoritaire systemen, of dat nu rechts of links is, heeft men niet graag pottenkijkers zoals wij. In een totalitair regime denk ik dat de kans klein is dat een functie als de mijne überhaupt bestaat.“

Het is geen pleidooi voor zelfgenoegzaamheid. Voor Parys is het een herinnering aan wat we in België als vanzelfsprekend zijn gaan beschouwen, en wat we minder vanzelfsprekend moeten nemen. Wanneer Bart De Wever na de vorige verkiezingen sprak over “door het oog van de naald gekropen“, verwees hij naar de groei van Vlaams Belang. De ombudsfunctie is geen grondwettelijk verankerd recht. Parys vraagt al sinds haar aantreden om die verankering, maar het zit vooralsnog niet hoog op de prioriteitenlijst.

Klokkenluiders, onafhankelijkheid en de bescherming ▶ 5:43

Sinds enkele jaren is de Vlaamse Ombudsdienst ook bevoegd voor klokkenluiders. Vlaamse ambtenaren die in hun werkplek inbreuken zien op regelgeving, procedures of normen, en die intern niet gehoord worden, kunnen bescherming komen vragen. Voor de duur van het ombudsonderzoek is de werkgever niet langer toegelaten tuchtprocedures te starten of negatieve evaluaties uit te delen.

Parys is bewust diplomatisch wanneer ze hierover praat. “Ik mag niet veel zeggen over die meldingen.“ Maar wat ze wel deelt, is dat in de meerderheid van de zaken de melding niet uitmondt in een vaststelling van een ernstige inbreuk. Vaak ligt de waarheid in het midden. Vaak is er wel iets, maar niet iets dat juridisch hardgemaakt kan worden. “Ik heb liever dat mensen te veel komen naar ons als ze denken dat iets niet klopt.“

“België is een niet corrupt land, denk ik. Maar niemand is heiliger dan de paus. We hebben soms ook echt wel echte problematieken.“

Slot: de checks en balances werken, en het vertrouwen werkt ▶ 1:02:07

Tegen het einde stelt een van de hosts haar de open vraag of ze cynisch is geworden van haar werk. Ze schiet in de lach.

“Het werkt. Absoluut niet cynisch geworden. Ik zie ook als wij dingen aankaarten dat ik geen harde macht heb maar dat er genoeg koortjes zijn waaraan ik kan trekken om druk te zetten, om te verzekeren dat inbreuken worden aangepakt, dat slechte dienstverlening wordt aangepakt. Ik ben daar eigenlijk heel optimistisch over. En ik ben niet de meest optimistisch geboren mens ter wereld.“

Ze sluit af met een oproep, en ze bedoelt het. Wie ergens vastloopt met een Vlaamse overheidsdienst, of in twijfel zit of de klacht “ernstig genoeg“ is om in te dienen, mag bij de Ombudsdienst aankloppen. De website ombudsman.be helpt naar de juiste van de dertig diensten doorverwijzen. Klachten over een ticketje van twee euro vijftig zijn welkom. Klachten over duizenden euro fiscale boetes zijn welkom. Klachten over de digitale meter, over wachtlijsten, over een wasdroger die niet komt opdagen, over een minister die niet antwoordt, allemaal welkom. “Het is niet aan u om te oordelen wat de juiste klacht is. Wees niet te kritisch voor uzelf. Als u denkt: ik wil dit aankaarten, kaart het aan.“

In haar woorden zit de kern van wat een gezonde ombudsfunctie betekent. Niet streng. Niet streng tegen de burger, niet streng tegen zichzelf. Streng wel, in volharding. In het tienmaal achter elkaar opnieuw aankaarten van die ene QR-code waarschuwing. In het jaar na jaar in haar verslag opnemen van de wachtlijsten. In het beschermen van de klokkenluider terwijl het onderzoek nog loopt. In het uitleggen aan de burger waarom hij wel of niet in zijn recht stond, ook als dat tegenvalt. En in het, op een avond in november in Den Haag, met een glas in de hand bij collega's uit Slowakije en Griekenland en Zuid-Afrika, even beseffen wat een land waarin zij gewoon haar werk kan doen, eigenlijk waard is.