De Groene Jager in Brasschaat. Koen Dejonckheere komt binnen, knikt naar het glas rum, en gaat met de rust van iemand die al 17 jaar aan het hoofd van een investeringsmaatschappij staat aan tafel zitten. Sinds 2008 is hij CEO van Gimv, het 47 jaar oude private equity-fonds dat ooit werd opgericht door een coalitie van Vlaamse politici onder het mom van wat toen “Vlaanders Technology International“ werd genoemd. Gaston Geens, Norbert De Batselier, Wivina Demeester, Jean-Luc Dehaene. “Een coalition of the willing“, zegt Dejonckheere. Met als doel: Vlaanderen niet enkel laten investeren in zijn klassieke sectoren, kolenmijnen, scheepswerven, textielfabrieken, maar ook in het nieuwe.

“Cluster van kapitaal is nodig om grote projecten risk te kunnen investeren. Maar we zijn nog steeds een EU van vele landen. En in die landen heb je dan nog regio's. We hebben de neiging, omdat we democraten zijn, om iedereen zijn enveloppe te geven. Dat betekent dat je eerst gaat fragmenteren, en dan gaan we heel lang met elkaar in overleg om te zien of we niet een beetje terug kunnen clusteren om een groot project te doen.“

Het is de zin waarmee de aflevering opent, gemonteerd vooraan in plaats van als slotreflectie. Want het is precies wat hij in zijn 17 jaar als CEO van Gimv heeft gezien gebeuren: een Europees kapitaal-ecosysteem dat zichzelf in democratische naam verdunt. En het is de stelling die hij in een uur lang met anekdotes onderbouwt, van een geroofd Russisch bedrijf tot een tankstation in de Russische steppe dat een bordeel bleek.

Van 125 naar 60 participaties: focus als groei ▶ 3:20

Toen Dejonckheere in 2008 aantrad, had Gimv 125 participaties met een totaal geïnvesteerd vermogen van een half miljard euro. Vandaag zijn dat er 60 met een investeringsbedrag van een miljard euro. De portfolio is dus halvering en verdubbeling tegelijk.

“Klinkt dubieus, maar focus inderdaad. Waar wij vroeger heel veel kleine participaties hadden en ook nieuwe namen, denk ik dat wij vandaag meer investeren met en in onze bestaande bedrijven. 20 tot 50 overnames per jaar in vier kantoren waar wij acht à tien nieuwe eigen participaties nemen voor Gimv zelf.“

Het is de evolutie die elk doorlevend private equity-fonds doormaakt: van breed aanwezig naar diep aanwezig. Wat Gimv op die manier opbouwt is geen tweede beurs, maar een actief management-platform. Bedrijven blijven niet één jaar in portefeuille, ze blijven gemiddeld vijf tot zeven jaar, en in die periode wordt er fundamenteel ingegrepen op strategie, structuur en groei. Verkoopkanalen openen, internationale uitbreiding, fusies en overnames die het oorspronkelijke bedrijf in zijn eentje niet had aangedurfd.

Anekdote uit Moskou: het bedrijf dat verdween, en terugkwam ▶ 7:20

Eén van de meer bizarre passages van het gesprek gaat over de tijd dat Gimv in Rusland investeerde. In een joint venture met de European Bank for Reconstruction and Development hadden ze portfolio-bedrijven in heel Centraal- en Oost-Europa, ook in Rusland zelf.

“Plots is daar een bedrijf dat van ons was. Zijn daar een aantal mensen uitgestapt uit een aantal camions en zijn alles beginnen opladen en inladen. De CEO die wij daar hadden heeft zijn mond niet opengedaan en heeft weken aan een stuk geen woord meer gezegd.“

Wat doe je dan? Een Vlaming die Rusland bezocht en de taal sprak, ging op pad. Eerst diplomatieke kanalen. Dan advocaten. Dan, na enkele telefoontjes naar bekende contacten in de Russische zakenwereld, gebeurde wat in geen enkel investeringsboek staat. “De security-diensten van Gazprom hebben een paar telefoontjes gedaan. Twee dagen later is alles teruggebracht en teruggezet alsof er nooit iets gebeurd is.“ Een tweede anekdote uit dezelfde periode: Gimv investeerde mee in een tankstation langs de E17, een snelweg die diep in Rusland doorloopt. Een restaurant erbij. Een hotel. Bij de inhuldiging bleken er neonlichten te branden, en bleek het core-business niet helemaal te bestaan uit “croque-monsieurs en koffie“. Dejonckheere lacht erom, vandaag. Toen waren zijn mensen “als versteend“.

De val van het Rusland-tijdperk ▶ 10:19

Vandaag is investeren in Rusland onmogelijk. Sinds 2022 zijn alle Europese investeringskanalen in Russische bedrijven gesloten. Voor Dejonckheere is dat het einde van een tijdperk, en niet alleen voor zijn eigen bedrijf.

“Wat vind ik daarvan? Ik vind dat doodjammer. Maar we kunnen niet vreemd zijn aan alles wat er gebeurt.“

Hij is allesbehalve een verdediger van de Russische invasie. Maar hij wijst op iets dat in het hedendaagse debat zelden hardop wordt gezegd. Het Europa van de 19e en 20e eeuw, voordat de twee wereldoorlogen het verbrokkelden, was een continent waarin Parijs, Londen, Berlijn, Wenen en Moskou met elkaar handelden, met elkaar spraken, en elkaar regelmatig in een oorlog vonden, maar nooit het contact verloren. “We zijn met 6 procent van de wereldbevolking in EU-27. Tot aan de Oeral moeten we toch niet discussiëren of we hetzelfde continent zijn.“

Voor de toekomst, zegt Dejonckheere, moeten we nu al nadenken over hoe we over twintig of dertig jaar weer met Rusland omgaan. “Daarvoor moet je diplomatie voeren. Mensen nodig hebben die over die problemen heen kunnen kijken en bereid zijn om te praten.“

Europa's kerncrisis: vragen om enveloppe, klagen over fragmentatie ▶ 0:02

De grootste these van het uur volgt direct daarna. Europa heeft, volgens Dejonckheere, een fundamenteel kapitaalprobleem dat niemand serieus aanpakt.

“Een Europa van 27 lidstaten dat democratisch wil zijn, geeft elke lidstaat een enveloppe. En vervolgens proberen we die ergens te clusteren om grote projecten te kunnen doen. Maar dat is moeizaam, traag, en de Amerikanen en Chinezen kijken niet meer.“

Het concrete voorbeeld dat Vincent Van Quickenborne in een eerdere Discours-aflevering ook al opbracht: Aikido, een Belgische cyber-security scale-up, moest 60 miljoen euro ophalen voor zijn volgende fase. Dat geld was in Europa gewoon niet te vinden bij private equity-fondsen die de schaal hadden om in één keer zo'n bedrag te alloceren. Het bedrijf trok naar de Verenigde Staten waar één Amerikaans fonds het in een week tijd toezegde. Voor Dejonckheere is dat geen incident maar systematisch. “Onze unicorns die wij in ons land willen bouwen, kleine techbedrijven die naar één miljard willen, die moeten naar het buitenland geld gaan zoeken.“

Spaarboekjes vol met "dom geld" ▶ 11:28

Hoe komt dat? Niet omdat er geen geld is. België alleen al heeft meer dan 300 miljard euro op spaarboekjes liggen.

“Op spaarboekjes staat dat geld dood. 1 procent rente, terwijl de inflatie 2 procent is. Mensen worden elke dag armer. Tegelijk is dat geld de motor die we niet aan ondernemers durven uit te lenen.“

Hij verwijst, net als Van Quickenborne, naar de wet Cooreman-De Clercq uit 1982. Een fiscale aftrekpost voor wie in de beurs investeerde, dreef de Belgische beurskapitalisatie in een paar jaar tijd op van 7 miljard naar 35 miljard frank. Vermenigvuldiging met vijf, in een paar jaar. Vandaag staan we mijlenver van zo'n cultuur. In de Verenigde Staten zit 47 procent van de bevolking direct of via fondsen op de beurs. In Nederland aanzienlijk meer dan in België, dankzij hun pensioenfondsen die een aanzienlijk deel van het collectieve sparen wel naar kapitaalmarkten leiden. In België zijn we op dat vlak structureel achterop.

Het Nederlandse pensioenfonds-model en de Belgische schade ▶ 13:40

In het pensioenstelsel zien we het Belgische probleem letterlijk. Het Belgische systeem is op repartitie gebaseerd: jongeren betalen voor de huidige gepensioneerden. Het Nederlandse is op kapitalisatie: elke generatie spaart voor zichzelf, en dat geld wordt belegd. Het verschil is enorm.

“Wij zitten met een dom pensioensysteem. Repartitie. Wij betalen nu voor de gepensioneerden, terwijl we eigenlijk ons pensioen zouden moeten opbouwen via kapitalisatie. Als je die kapitalen in de markt steekt, doe je de economie veel beter draaien.“

Voor Dejonckheere is dat het structurele probleem. Niet alleen ontbreekt er in België een gewoonte om te beleggen, ook ontbreekt er een institutioneel mechanisme dat dat collectieve sparen in productieve kapitalen omzet. Het Nederlandse pensioensysteem heeft, naast pensioenzekerheid voor zijn deelnemers, ook 1.500 miljard euro aan kapitaal opgebouwd dat als investerings-motor in de Nederlandse en Europese economie functioneert. België heeft, met een vergelijkbare bevolkingsschaal, een fractie daarvan. En dat verschil voelt elke ondernemer die op zoek gaat naar groeikapitaal.

Kapitaalsfragmentatie in 27 lidstaten ▶ 0:02

De Europese paradox is dat we wel kapitaal hebben, maar het versnipperd is over 27 lidstaten met elk hun eigen pensioenwetgeving, hun eigen belastingstructuur, hun eigen private equity-cultuur en hun eigen investeringsfondsen. Wat in de Verenigde Staten één continentale markt is, blijft in Europa een patchwork.

“We hebben de neiging, omdat we democraten zijn, om iedereen zijn enveloppe te geven. Eerst fragmenteren, dan in lange overleggen proberen weer te clusteren. Voor grote projecten gaat dat niet werken.“

De Capital Markets Union, een Europees project dat al sinds 2015 op de agenda staat, zou dit moeten oplossen. In de praktijk verloopt het traag. Voor Dejonckheere ligt de oorzaak in de structurele weerstand bij lidstaten om hun fiscale en regulatoire autonomie op te geven. “Iedereen vindt het concept goed, niemand wil zijn enveloppe inleveren.“ Het resultaat is dat Europese ondernemers zich gedwongen voelen naar Amerika of Azië te kijken voor hun groeikapitaal, en dat Europese investeerders te weinig ruimte vinden om grote ronden samen te stellen.

Banken, hypotheken en de liquiditeits-paradox ▶ 14:20

Eén nuance brengt Dejonckheere zelf in. Het hoge spaarsaldo op Belgische rekeningen heeft ook één voordeel.

“In Nederland hebben de banken minder middelen omdat geld in pensioenfondsen zit. Daardoor is hun hypotheekrente hoger. Bij ons is de variabele rente nog steeds onder controle, mede door de spaargelden die we op rekeningen hebben.“

Het is een paradox die zelden in financiële discussies opduikt. Wie meer kapitaalmarkt-cultuur wil, accepteert daarmee ook minder beschikbaar bankkapitaal voor traditionele kredieten. De Nederlandse hypotheekrente was in de afgelopen jaren significant hoger dan de Belgische. Voor wie een huis koopt, is dat een direct nadeel. Dejonckheere is dan ook geen voorstander van een copy-paste van het Nederlandse model. Wat hij wel pleit, is voor een hybride aanpak: een aanvullende kapitalisatie-pijler in het pensioenstelsel, een fiscale prikkel à la Cooreman-De Clercq voor beleggen, en een Capital Markets Union die werkelijk barrières slecht. “Niet alles veranderen. Maar de instrumenten toevoegen die er ontbreken.“

Het verlichte ondernemerschap van de jaren '80 ▶ 1:23

Wat Gimv 47 jaar geleden tot stand bracht, kan vandaag volgens Dejonckheere niet meer in dezelfde vorm. De oprichtingscoalitie van Geens, De Batselier, Demeester en Dehaene werd gevormd in een tijd toen de Vlaamse industrie zich heroriënteerde van mijnen en textiel naar tech en internationale handel.

“In die spirit en dat waren de politici van toen. Een coalition of the willing. Het mocht of moest in Antwerpen zijn. Het economisch bewustzijn van Vlaanderen, een Antwerpen dat een groot economisch centrum had met zijn haven, met zijn industrie, met zijn VEV, met de hoofdkwartieren van grote Vlaamse bedrijven.“

De Boerentoren huisvestte de Kredietbank. AGFA was een toonaangevende speler. Barco zat al in de portefeuille van Gimv vanaf het begin en groeide samen met het fonds. Het was een industriële samenleving die zichzelf wist te heruitvinden in een korter tijdsbestek dan de meeste landen vandaag durven dromen. De vraag voor de huidige generatie politici en ondernemers, voegt Dejonckheere eraan toe, is of zij dezelfde durf hebben om het volgende grote investeringsplatform op te richten. Niet voor mijnen of textiel, maar voor cyber-security, biotech, kwantumcomputing, AI-infrastructuur. De economische dynamiek vraagt het. De institutionele bereidheid is veel onzekerder.

Doelmarkt: Benelux, Frankrijk, Duitsland ▶ 17:22

Vandaag werkt Gimv vier kantoren: Antwerpen, Parijs, München, Den Haag. Het focust nadrukkelijk op de Benelux, Frankrijk en Duitsland. Geen Rusland meer, geen China, geen exotische markten. Wel: de regionale Europese economieën waar Gimv door zijn aanwezigheid op de grond verschillen kan maken.

“We hebben minder bedrijven in portefeuille, maar we kunnen er meer mee. Acht tot tien nieuwe per jaar erbij, en met de bestaande 20 tot 50 overnames die zij doen onder ons strategisch leiderschap.“

Het is wat in de sector “buy and build“ heet. Een platform-bedrijf wordt overgenomen, en daaronder worden in volgende jaren een reeks add-ons gepositioneerd om groei te versnellen. De typische Gimv-portefeuille bevat geen jonge start-ups. Het zijn middelgrote bedrijven met een omzet tussen 20 en 200 miljoen euro die in een sector groeipotentieel hebben dat alleen via acquisitie en internationalisering benut kan worden.

De governance-revolutie van het private kapitaal ▶ 28:20

Wat Dejonckheere vooral wil overbrengen, is dat de waarde van een investeringsfonds vandaag minder ligt in het kapitaal zelf en meer in de governance-versterking die het meebrengt. Een familiebedrijf dat na drie generaties stilstaat, kan met een Gimv-investering een professionele raad van bestuur, een gediversifieerde directie en een internationale strategie verwerven die zonder externe interventie nooit zou tot stand komen.

“Niet enkel kapitaal verstrekken, maar ook ondernemers helpen kiezen welke richting ze opgaan. Welke acquisities passen, welke niet. Welk land binnenstappen. Wanneer beursnotering, wanneer trade sale.“

Voor wie van buitenaf kijkt, lijkt het soms op simpele financiële operaties. Voor wie ze van binnenuit meebeleeft, is het een operationele transformatie die jaren duurt. Voor de portfolio-bedrijven van Gimv ligt het verschil tussen vijf jaar groei van 5 procent per jaar of vijf jaar groei van 25 procent per jaar in dat soort begeleiding, niet alleen in het kapitaal zelf.

Slot: Europa's spiegel en de kapitaal-puzzel ▶ 35:50

Aan het einde van het uur, met de tweede slok rum die Dejonckheere bewust naar achter schuift omdat hij straks nog een vergadering heeft, vat hij het samen.

“We zijn 6 procent van de wereldbevolking. Maar we hebben een industriële basis, een wetenschappelijke traditie en een spaargeld-reserve die nergens ter wereld zijn weerga heeft. We doen alleen niet wat we ermee zouden kunnen doen.“

Voor wie aan tafel zat in 1980 toen Gimv werd opgericht, klonk het toen al hetzelfde. Vlaanderen had alle troeven om te transformeren van mijn-industrie naar tech-economie, maar het had institutionele moed nodig om die troeven te gebruiken. Vandaag, op continentaal niveau, ligt dezelfde uitdaging. Europa heeft 18 biljoen euro privéspaargeld liggen. Het heeft de meest open kennismarkt van de wereld. Het heeft in zijn 27 lidstaten een collectief talent waar geen andere regio aan tippelt. Maar het schakelt dat niet om in clusterbare investeringskracht voor de unicorns van morgen.

Wat Dejonckheere hoopt, is dat een volgende generatie politici de “coalition of the willing“ durft te vormen die zijn voorgangers in 1980 vormden. Niet voor Vlaanderen alleen, maar voor Europa als één kapitaalmarkt. Het zal democratie kosten, in de zin dat lidstaten hun individuele enveloppes deels moeten opgeven. Maar de prijs voor het niet doen is, in zijn ogen, het verlies van wat Europa nog rest aan economisch leiderschap. Met de tankstations in de Russische steppe nu definitief van het menu, en de unicorns van morgen die buiten ons continent kapitaal vinden, blijft alleen de keuze om te clusteren of om te ervan te kijken hoe het uit handen gaat. Die keuze ligt nu, zegt hij, op tafel, of moet er heel binnenkort op komen.