De Groene Jager in Brasschaat. Steven De Smet komt binnen, zit zonder veel poespas aan tafel, en houdt zich keurig aan het ritueel met de rum. “Mag nooit chingen en niet drinken, hè. Dat is illegaal.“ 43 jaar zat hij operationeel bij de Gentse politie, vandaag is hij ere-hoofdcommissaris en auteur van “De Nieuwe Politie“, een boek waarin hij ondubbelzinnig pleit voor een terugkeer naar wat hij zelf de “basics“ noemt. Wie het uur uitziet, hoort iemand die niet om sentimentaliteit draait, maar om institutioneel realisme. Wat de politie in 2026 doet, is volgens hem niet wat ze zou moeten doen. En wat ze niet meer kan doen, ligt minder aan budget dan aan structuur.

“Wij moeten back to the basic. Wij zijn overgestructureerd. Niemand kan u uitleggen bij de politie welke jobs er allemaal gedaan worden.“

Het is de zin waarmee de aflevering opent, en het is de stelling die De Smet 80 minuten lang met concrete voorbeelden onderbouwt. Niet hardliner-discours over harder optreden. Niet softere benadering. Maar een terugkeer naar functies waarvoor de politie er ooit was, en het loslaten van alles wat erbij is gekomen.

Van Gentenaar tot 24-uur Gentse Feesten met 150 politiemensen ▶ 1:24

De Smet trad in 1982 in dienst bij wat toen nog “Gestapo Gent“ werd genoemd, een bijnaam die de Gentse stadspolitie zelf met enige zelfspot droeg. In die tijd had elk gemeentepolitiekorps zijn eigen jurisdictie, naast de federale Rijkswacht en de Gerechtelijke Politie bij de parketten. Drie verschillende politiediensten, met overlappende bevoegdheden en geen gedeelde communicatie.

“98 procent van de criminaliteit in Gent werd ook door mensen gepleegd die in Gent woonden. Als wij in die tijd een onderzoek moesten doen met een Antwerpenaar, dat was alsof je vandaag het vliegtuig naar Barcelona neemt. Zo eng was dat. Wij leefden het echt nog in die stad.“

De voorbeelden die hem vandaag het meest bijblijven, gaan over de organisatie van de Gentse Feesten. In zijn beginjaren werden die geleid door 150 politiemensen op een 24 uur. Allemaal Gentenaars. Die kenden de stad, kenden de herbergen, kenden veel feestgangers persoonlijk vanuit de buurt. “Alle herberg-uitbaters van Gent, dat was eigenlijk ons personeel. Want wij kenden elkaar allemaal persoonlijk.“ Vandaag heb je daar 500 mensen voor nodig, vertelt hij. Niet omdat de feesten groter zijn, maar omdat de politie verder van de mensen staat. “Jonge collega's komen ergens anders vandaan. Die begrijpen die cultuur en die sfeer niet. Je moet die passieve veiligheid omzetten in actieve veiligheid, en dat vereist meer mensen.“

CCC, Bende van Nijvel, Heizel: drie crisismomenten in drie jaar ▶ 3:39

Wat aan de basis lag van de huidige politiestructuur, herinnert De Smet zich nog levendig uit zijn officiersjaren. De jaren tachtig waren in België chaotischer dan men vandaag wil herinneren.

“Wij hadden hier in België ons eigen terroristische organisatie, de CCC, die bomaanslagen pleegde. De Bende van Nijvel weer. Het Heizeldrama op 29 mei 1985. Drie jaar tijd zijn er zaken gebeurd in België die gigantisch waren omdat de politie het niet aan kon.“

Die drie incidenten waren in één opzicht hetzelfde. Ze toonden aan dat de toenmalige politieorganisaties, ondanks hun symbolische gewicht, niet samen werkten. Communicatie tussen Rijkswacht, Gerechtelijke Politie en gemeentelijke korpsen was zo dun dat informatie zelden verder kwam dan de eigen dienst. Voor wie nu de Bende van Nijvel-dossiers leest met daarin de informatie die op verschillende plekken aanwezig was maar nooit werd samengebracht, klinkt het alsof de politie van de jaren '80 strikt genomen niet één politie was, maar drie netwerken die elkaar niet erkenden.

Marc Dutroux en de hervorming van 2001 ▶ 4:55

De directe katalysator voor de grote politiehervorming was paradoxaal genoeg geen van die drie gebeurtenissen. Het was Marc Dutroux die ontsnapte tijdens een gerechtelijk onderzoek.

“Niet omdat hij kinderen opsloot, niet omdat hij kinderen heeft vermoord, maar omdat hij een boswandeling maakte. Zeer belangrijk. Een jaar voor de verkiezingen. Een zeer belangrijke factor.“

Dutroux was kort onderweg ontsnapt en nadien teruggevat. Voor het Belgische publiek was dat de spreekwoordelijke druppel die de emmer deed overlopen. Eerste minister Jean-Luc Dehaene zette door wat al sinds de Bende van Nijvel op de planning stond. De grote hervorming die in 2001 effectief in werking trad, met één geïntegreerde politie op twee niveaus: lokaal en federaal. Drie diensten werden samengevoegd tot een nieuwe structuur, waarvan iedereen aanvankelijk dacht dat het de inefficiëntie zou oplossen. Maar zoals dat met grote hervormingen gaat, ontstond er een nieuwe inefficiëntie.

2007: smartphone, en de politie die niet bewoog ▶ 5:14

Wat De Smet vandaag het meest stoort, is dat de politie sinds 2001 structureel niet meer veranderd is. De wereld waarin ze opereert wel.

“In 2007 is de smartphone uitgekomen. En wij werken nog met organisaties en structuren van 1998 vorige eeuw. Wij zijn op dit moment niet aangepast aan de maatschappelijke ontwikkeling.“

Met de smartphone kwam ook social media, kwamen permanente filmpjes van burgers die elke politie-interventie vastlegden, kwam de mogelijkheid voor groepen om in een uur tijd via Telegram of Snapchat een betoging te organiseren. De politie van 2001 was geen politie die met die snelheid van de samenleving om kon gaan. En die van 2026 nog steeds niet, vindt De Smet. Niet uit slechte wil, maar uit structuur. Een hervorming die bedoeld was om communicatie en data-uitwisseling te verbeteren, heeft in de praktijk een organisatie opgeleverd waar de digitalisering zelfs binnen de instelling nog gefragmenteerd zit.

"Back to the basics": wat de politie wel moet doen, en wat niet ▶ 0:02

Eén van de hardste passages van het uur is wanneer De Smet uiteenzet wat hij ziet als de belangrijkste oorzaak van politie-uitputting. Niet de criminaliteit zelf, maar de oneindige stroom van bijkomende taken die op de schouders van de korpsen wordt gelegd.

“Kindjes, moeten die overgelaten worden aan het school? Natuurlijk moet dat gebeuren. Moet de politie dat doen? No fucking way. Weet je hoe duur dat op dat moment die politie is? Die heeft andere essentiële taken die hij moet doen.“

Hij doelt op de schoolinterventies waar politie soms de halve dag wordt ingezet voor problemen die schoolzorg, jeugdwelzijn of sociale dienst zou moeten oppakken. Op het invullen van administratieve aanvragen die geen criminaliteit raken. Op het signaleren van problemen die niet structureel onder de politie horen. “Wij worden de instantie van laatste redmiddel voor alles wat de andere maatschappelijke diensten niet meer kunnen of willen doen.“ Voor De Smet is dat geen kritiek aan de politie, het is kritiek aan de samenleving die de politie als veelvuldige restcategorie gebruikt. Wat hij wil, is helderheid in functie. Wat is essentieel politiewerk: criminaliteit voorkomen, vaststellen, en de gerechtelijke autoriteiten ondersteunen. Wat is rest-werk: laat elke andere instantie haar eigen verantwoordelijkheid weer opnemen.

Legerdienst afgeschaft, betogingstechnieken vergeten ▶ 6:02

Eén concrete vergeten vaardigheid raakt hem persoonlijk. De Belgische legerdienst, die werd afgeschaft in 1995, leerde een hele generatie officieren technieken die zonder bewust besluit verloren zijn gegaan in de politieopleiding.

“Wij leerden in het leger zaken die we allemaal echt wel meenamen in de reguliere politie. Toen werd de legerdienst afgeschaft, en die technieken zijn nooit geïntroduceerd in de politieopleiding. Waardoor je vandaag ziet dat we voor betogingen niet meer competent zijn om dat echt goed aan te pakken.“

Het zijn niet de spectaculaire dingen die hij bedoelt. Het zijn de tactische basis-vaardigheden om met grote menigten om te gaan, om escalatie te voorkomen, om met collega's in onverwachte situaties te coördineren. Wie ooit zelf legerdienst heeft gedaan, vertelde mij De Smet, weet wat een konvooidiscipline is, wat een patrouilledynamiek is, wat een communicatieprotocol onder druk inhoudt. De huidige politieopleiding heeft die voor een groot deel niet vervangen door equivalente trainingen. Het resultaat zien we in beelden van betogingen die soms te snel ontsporen, of waar de politie te lang inactief lijkt.

Lokale verbondenheid versus afstandelijke meta-organisatie ▶ 7:33

Wat in 1980 vanzelfsprekend was, is vandaag een uitzondering. Politiemensen die wonen in de stad waar ze werken. Politiemensen die elkaar herkennen op straat als ze niet in dienst zijn. Politiemensen die in dezelfde sportkring zitten als de oudere broers van degenen die ze 's nachts vasthouden.

“Toen ik in dienstrad bij de stad Gent, je moest ook wonen in de stad of in de gemeente waar je actief was. Dat wil zeggen dat je ook buiten je dienst, je papa-mensen ook ontmoette in de toenmalige carvouvre. Je had een verbinding.“

Vandaag is die verbinding grotendeels verdwenen. Politiemensen wonen waar ze willen, soms ver van hun werkplaats, en kennen de buurt waar ze patrouilleren minder dan een postbode dat doet. Voor De Smet is dat de structurele verklaring waarom je vandaag drie keer zoveel agenten nodig hebt om hetzelfde werk te doen. “Het is geen verwijt aan iemand. Maar passieve veiligheid van iemand die de buurt al kent, betekent veel minder werk dan actieve veiligheid van iemand die er voor het eerst rondloopt.“ Hij pleit niet voor verplichte vestigingsplaats, maar voor een herwaardering van het wijkwerk. Politiemensen die structureel verbonden zijn aan een gemeenschap, niet als bezoekers maar als deelnemers.

"De politie bestaat niet": een paraplu van te veel jobs ▶ 9:29

Eén van de meest openhartige observaties van het uur:

“De politie bestaat niet. Je maakt altijd zo'n abstractie. De politie is een paraplu van volgens mij veel te veel jobs die we onder die ene naam plaatsen.“

Wat hij doelt: een wijkagent doet iets fundamenteel anders dan een opsporingsrechercheur. Een verkeersagent doet weer iets anders. Een agent in een ME-eenheid doet iets totaal anders. Een politie-officier in een penitentiaire instelling. Een agent gespecialiseerd in cybercrime. Een agent voor financieel-economische misdrijven. Allemaal “politie“ volgens de loonstrook, maar in dagelijkse praktijk verschillende beroepen die elk hun eigen opleiding, eigen netwerken en eigen belastings-structuren zouden moeten hebben.

De huidige integrale politie probeert al die functies onder één dak te organiseren, met carrièrepaden die wisselen, met ranggraden die niet altijd matchen met expertise. De Smet pleit voor verdere differentiatie. Niet één politie, maar een aantal onderscheiden politie-disciplines met eigen identiteiten en specifieke training. “Iedere job heeft eigen deskundigheid nodig. We doen alsof generalistische politie die hele bandbreedte aan kan, en in de praktijk gaat dat niet.“

Recidive en de keten waar politie laatste stap is ▶ 18:30

Eén thema dat hij aansnijdt heeft hij gemeen met Vincent Van Quickenborne in een eerdere Discours-aflevering. Recidive bij de gevangenisstraffen.

“Zeven op tien mensen die in een gevangenis hebben gezeten, gaan terug naar de gevangenis. Geen gevangenissysteem werkt en heeft nooit gewerkt.“

Voor De Smet is dat een fundamenteel probleem voor de politie als laatste schakel in de keten. De politie ontvangt elke ochtend de mensen die daags voordien werden vrijgelaten. Zonder begeleiding, zonder reïntegratie, zonder huisvesting, vaak zonder werk. Het is een opvang-mechanisme dat vooral in stedelijke gebieden de capaciteit van de wijkpolitie volledig vraagt. “Wij worden de eerste hulpverlening voor mensen die net uit de gevangenis komen, terwijl de eigenlijke begeleiding bij andere instanties had moeten gebeuren.“

Smartphones, social media en het nieuwe protocol ▶ 35:50

Niets wat de politie van 1980 deed kan vandaag nog op dezelfde manier. Een betoging die in een uur op TikTok wordt georganiseerd. Een filmpje van een interventie dat in tien minuten wereldwijd circuleert. Een complot-theorie over een politiebeleidsbeslissing die zich verspreidt voordat de korps-pers-officier zijn statement heeft kunnen schrijven.

“Probeer maatschappelijk eens voor te stellen wat de Bende van Nijvel was geweest met huidige social media en digitale middelen. Hoe anders dat is.“

Voor De Smet is dat geen reden tot nostalgie maar tot dringende aanpassing. De huidige politie heeft sociale media-cellen, datateams, OSINT-onderzoekers. Maar het is allemaal toegevoegd op een organisatie die in haar fundament niet voor digitale snelheid is gemaakt. Een burger die een melding doet op Facebook van een agressie verwacht binnen tien minuten een respons. De politie-procedure is daar niet op gemaakt. “We zijn een 19e-eeuwse organisatie met 21e-eeuwse middelen. Dat werkt niet.“

"De Nieuwe Politie": waar het boek over gaat ▶ 38:20

Zijn boek “De Nieuwe Politie“ is geen pleidooi voor een specifieke hervormings-blueprint. Het is een diagnose. Wat de Belgische politie vandaag doet, hoe ze tot deze structuur is gekomen, en wat een opnieuw doordachte politie zou kunnen zijn.

“Niet één politie, maar een politie die is opgebouwd uit gespecialiseerde disciplines. Wijkpolitie die echt verbonden is aan een wijk. Recherche die echt is opgeleid voor onderzoek. Veiligheidsdiensten voor evenementen die voor evenementen zijn opgeleid. En dan een uitgekleed centraal apparaat dat alleen coördineert wat moet gecoördineerd worden.“

Het is, zegt hij, niet revolutionair. Het is wat in landen als Nederland en Duitsland in zekere mate al wordt gedaan. De Belgische integrale politie van 2001 was een goede stap voorwaarts in zijn tijd, maar die tijd zijn we 25 jaar voorbij. De volgende hervorming, vindt hij, mag niet langer wachten op de volgende crisis. Ze moet preventief, in een rustige periode worden gepland en uitgevoerd.

Slot: 43 jaar dienst, en de politie van morgen ▶ 41:20

Aan het einde van het uur, met het glas rum nu helemaal leeg en het buiten al donker, kijkt De Smet terug op zijn 43 jaar bij de politie zonder spijt. Hij heeft de Bende van Nijvel-jaren meegemaakt, de Dutroux-zaak, de Heizel-tragedie, de hervorming van 2001, de digitalisering van het politiewerk, de Skype-affaire en de bommen in Antwerpen.

“We moeten back to the basic. Wij zijn overgestructureerd. En de tijd is nu om dat onder ogen te zien, niet pas wanneer de volgende grote crisis ons daartoe dwingt.“

Voor de hosts is het verbazingwekkend hoe iemand met 43 jaar dienstervaring zo kritisch kan zijn op zijn eigen instelling zonder bitterheid. Voor De Smet is dat geen contradictie. Een politie die zichzelf niet kritisch durft te bevragen, kan haar maatschappelijke functie ook niet meer vervullen. De wijkagent die zijn straat kent. De rechercheur die zijn dossier doorgrondt. Het schoolverlater-team dat de jeugd niet langer in de gevangenis stuurt maar in een traject. De cybercrime-eenheid die de fraude opspoort voordat het slachtoffer iets merkt. Allemaal dingen die de politie kan zijn als ze het wil. Maar dan moet ze, vindt hij, eerst stoppen met de jobs die andere instanties haar opdringen. En weer politie worden. Niets meer, niets minder.