De Groene Jager in Brasschaat. Kjell Vander Elst is een opvallend jonge gast. Sinds twee jaar zit hij voor Open VLD in het federaal parlement, op de Kamercommissies Defensie en Buitenlandse Zaken. Hij neemt het glas rum aan, knikt naar de hostpartij, en zit op het puntje van zijn stoel. Aan tafel zit hij om over een functie te praten waar de meeste Belgen weinig van afweten: het werk van een parlementslid uit de oppositie in een tijd waarin defensie van een marginaal naar een centraal politiek thema is verschoven.

“De kloof is groter tussen mensen die pas in het parlement zitten en mensen die er al drie of vier legislaturen in zitten. Je voelt dat aan de manier van debatteren.“

Het is geen kritiek op zijn senior collega's, maar een observatie. De jongere generatie parlementsleden komt binnen met andere referenties, andere tools, andere verwachtingen. Voor Vander Elst, die in 2024 op de tweede plaats van zijn lijst stond en uit het niets verkozen werd, is het zijn eerste politieke job. En het is een job die hem dagelijks confronteert met de spanning tussen wat een parlement zou moeten kunnen en wat het in 2026 nog kan.

De Commissie Defensie en de jongensdroom ▶ 1:34

Wie het parlement binnenkomt, vecht meestal om een commissie. Voor Vander Elst was dat geen strijd.

“Het is gemakkelijker in een kleine fractie. En in de oppositie. Ze hebben mij verteld dat als je 10 jaar geleden in het parlement terechtkwam, het altijd een strijd was: welke commissie? Voor mij was het een jongensdroom om in de Commissie Defensie terecht te komen.“

Defensie en buitenlandse zaken hebben hem altijd geboeid. Wat hij niet had voorzien: hoe centraal die thema's zouden worden in zijn eerste jaar in het parlement. De Russische invasie in Oekraïne, de Gaza-oorlog, de drone-incidenten boven Belgische militaire kwartieren, de NAVO-discussie over 2 procent en daarna 3 procent BBP. “Ik zat in dat moment dat ik plots elke week voor camera's stond, terwijl ik amper een paar maanden in functie was.“

Het luchthaven-pesten en het Russisch hybride conflict ▶ 20:03

Eén onderwerp dat deze maanden de Belgische defensiediscussie domineert: drones boven militaire kwartieren in Vlaanderen. Een fenomeen dat plots in het nieuws kwam, terwijl het volgens Vander Elst al langer speelde.

“Plotseling is dat hot, die drones, vooral dan de antidrone-discussie. Dat probleem stond al veel langer op de tafel, maar nu is het mediageniek geworden.“

Wat de drone-incidenten kenmerken: ze zijn vooral pesterijen, niet fysieke bedreigingen. “Ze vormen geen enkele fysieke bedreiging in de zin dat ze ergens iets kunnen vernietigen.“ Maar ze zijn gericht. Specifiek België. Specifiek na uitspraken die Belgische ministers deden over Euroclear of over de Belgische rol in NAVO-operaties. “Vladimir Sergejevitsj of wie dan ook in het Kremlin heeft een lijstje met landen die ze pesten als die landen iets zeggen dat hen niet aan staat. België staat daar nu opvallend hoog op.“

Voor de minister van Defensie betekent dat: het luchtruim boven militaire kwartieren bewaken. Maar het luchtruim boven civiele luchthavens zit bij Binnenlandse Zaken. “Je voelt direct weer parapluut trekken.“ Het Belgische bevoegdheids-versplintering komt ook hier weer in beeld als institutionele rem op effectief optreden.

2 procent gehaald, en nu? ▶ 27:44

België had aangekondigd om de NAVO-norm van 2 procent BBP voor defensie tegen 2029 te halen. Dat is intussen versneld bereikt. De vraag is nu of we naar 3 procent moeten, en zo ja, waar dat geld vandaan komt.

“Op dit moment is dat de enige post waar de federale overheid echt geld bijsteekt. Naast de groei-norm van de gezondheid, maar dan zijn we echt aan de essentie. Ik vind dat er binnen het defensiebudget keuzes moeten worden gemaakt: niet alles, maar wel iets goed.“

Voor Vander Elst is dat de kernvraag. Zonder kritische massa heb je geen efficiënte defensie. Maar zonder focus heb je een leger dat van alles een beetje doet en niets goed. Hij pleit voor specialisatie binnen het Belgische leger op terreinen waar we al sterk in zijn: cybersecurity, radarsystemen, dronedetectie, expertise rond complexe geopolitieke conflicten. Niet voor de aankoop van peperdure tanks of verkenningsschepen die we toch niet effectief kunnen inzetten.

Quick wins en 50 miljoen ▶ 31:36

De minister van Defensie heeft net een 50 miljoen euro plan gepresenteerd voor “quick wins“ op defensie-gebied.

“Naar Belgische normen relatief beperkt. Maar het zijn quick wins, in de zin dat het tactische verbeteringen zijn voor de korte termijn: meer drone-capaciteit, betere counter-drone-systemen, sterkere luchtverdediging.“

Voor wie de Belgische begrotings-realiteit kent, is dat reëel. Voor wie het probleem in zijn omvang ziet, is het volstrekt onvoldoende. NAVO-partners als Polen of de Baltische staten investeren een meervoud van wat België doet, in absolute en relatieve termen. Maar Vander Elst houdt het pragmatisch. “Beter een 50 miljoen euro pakket dat realistisch is dan een 5 miljard euro plan dat alleen op papier bestaat.“

Belgische dual-use industrie en het FPIM-defensiefonds ▶ 33:09

Wat Vander Elst opvalt: dat de Belgische industrie verrassend veel dual-use capaciteit heeft. Bedrijven die voor 90 procent civiele klanten bedienen, maar 10 procent van hun productie kunnen heralloceren naar defensie-toepassingen.

“Bij de FPIM, het Federaal Participatie- en Investeringsmaatschappij, is er nu een defensie-fonds dat kan investeren in dual-use industrie. Dus niet alleen in bedrijven die alleen voor defensie produceren, maar in bedrijven die in vrede 90 procent civiel doen en in oorlog kunnen versterken.“

Het is een model dat al lange tijd in Israël en Zuid-Korea wordt toegepast. In Europa is het lange tijd taboe geweest, deels omdat banken weigerden om in defensie te investeren. Dat verandert. “Bij de banken is dat ook aan het versoepelen. Niet alle banken al, maar steeds meer.“ Voor Vander Elst is dat een interessante ontwikkeling. Niet om Belgische bedrijven in oorlogseconomie te trekken, maar om hun civiele expertise resilient te maken voor het geval dat plots nodig is.

Het regeerakkoord dat te punctueel is ▶ 13:06

Eén van de structurele problemen waar Vander Elst tegenaan loopt: het Belgische parlementaire systeem zit muurvast in een logica van meerderheid versus oppositie.

“Een regeerakkoord is muur dicht. Je hebt bijna geen manoeuvreerruimte. Zeker niet als regeringspartij of minister: je kunt niet zeggen 'ik vind dit een goed voorstel van de oppositie' want het past niet binnen ons akkoord. Wat ik zou willen is een zwak maar visionair regeerakkoord van 10 pagina's waar nog discussie over kan gevoerd worden.“

Hij vergelijkt het met het Amerikaanse systeem. Daar stemmen Republikeinen wel eens voor democratische voorstellen en omgekeerd. In België zelden tot nooit, op enkele ethische dossiers na. “Voor onderwerpen zonder budgetaire impact zou je als regering eigenlijk vrij moeten laten.“ Federale kieskring, ethische thema's, systeemwijzigingen: allemaal dossiers waar het parlement een grondiger debat zou moeten kunnen voeren zonder dat de fractiediscipline elke variatie afsnijdt.

Een week dat journalisten plotseling Vander Elst vroegen ▶ 6:10

Een ervaring die de jonge parlementaire bevreemdde: hoe snel hij in mediastorm kwam te zitten. Tijdens de eerste maanden, toen Gaza wereldwijd in het nieuws was en hij in de Commissie Buitenlandse Zaken zat, vlogen de journalisten zijn kabinet binnen.

“In het begin zoiets van: hé, ik ga echt niet terug daarheen om me te verstoppen. Maar bon, je leert daarmee omgaan en je let er ook minder op.“

Voor wie zelf nooit op TV is geweest, lijkt dat triviaal. Voor een 27-jarige met geen ervaring, was het een leerschool die elke politicoloog wel zou willen meemaken. Hoe pak je een interview aan dat eindigt in twintig seconden van montage? Hoe zorg je dat je geen quote geeft die uit zijn context wordt getrokken? Hoe zorg je dat de positie van je partij doorklinkt en niet je persoonlijke meningen? Vander Elst geeft toe dat de eerste maanden moeilijk waren. “In het begin houd je daar heel veel rekening mee. Met de tijd let je daar minder op, je vertelt wat je vindt en de journalist filtert het.“

De Open VLD herpositionering ▶ 50:46

Veel van het uur draait niet rond defensie maar rond zijn eigen partij, Open VLD, die de afgelopen verkiezingen historische verliezen leed.

“Ik kwam binnen na de moeilijke verkiezingen. Iedereen was eufoor of ontgoocheld. Een keiwoeilijk jaar achter de rug gehad. We zijn op zoek geweest: welke richting?“

De keuze die de partij gemaakt heeft, onder de nieuwe voorzitter Frederik De Hugt, is “donkerblauw“. Niet ethisch progressief, maar economisch rechts. Liberaal in de zin van vrije markt, beperkte overheid, lage belastingen, en bescherming van ondernemerschap. “Niet meer dat brede liberalisme dat van alles tegelijk wilde zijn. Nu wel een specifiek profiel.“

Voor Vander Elst is dat een keuze die hij ondersteunt, ook al brengt het electorale risico's met zich mee. “Sommige kiezers gingen voor de progressieve kant van de oude Open VLD. Die zullen niet terugkomen. Maar we krijgen nieuwe kiezers die zich aangetrokken voelen door de heldere positionering.“

De pensioenleeftijd en de cap op legislaturen ▶ 41:35

Een gedurfde gedachte die hij in het uur deelt: een cap op het aantal legislaturen voor parlementsleden.

“Het zou misschien helemaal niet slecht zijn dat je een cap hebt op het aantal legislaturen dat je kan doen. Niet omdat ik vind dat mensen die er drie à vier legislaturen in zitten geen waarde hebben, maar omdat we die vernieuwing nodig hebben.“

Hij noemt het “discriminatie op leeftijd“ half-grappend. Maar voor hem is het een ernstige overweging. Een parlement dat structureel ververst wordt, krijgt nieuwe ideeën, nieuwe perspectieven, nieuwe expertise. Een parlement waarvan de helft al twintig jaar dezelfde functies bekleedt, vervalt in routines en debatten die op hun voorganger lijken. “Sommige parlementsleden hebben nog altijd de logica van: hoe langer ik spreek, hoe belangrijker ik ben. Een welsprekendheidstornooi terwijl ik veel liever een efficiënte parlementaire cultuur zou hebben.“

Het is geen formeel partijstandpunt van Open VLD, maar een persoonlijk pleidooi van iemand die zich realiseert dat hij zelf na drie of vier legislaturen ook zou wegmoeten. Voor wie net begint, is dat een opmerkelijk eerlijke stelling.

De staatsvereenvoudiging als enige weg ▶ 55:25

Wat Vander Elst, samen met Vincent Van Quickenborne in een eerdere Discours-aflevering en met Frank Beckx in een andere, sterk verdedigt: staatsvereenvoudiging.

“Wij zijn een land met vier ministers van milieu, zeven ministers van volksgezondheid. Dat werkt niet meer. Dat gaat veel te traag, en de mensen worden er hoorndol van.“

Voor zijn rol in Defensie is dat geen abstract probleem. Het zit in elk dossier. Wie een drone neerhaalt boven een militair kwartier moet weten welk niveau bevoegd is. Wie een bescherming wil vragen aan een Belgisch ondernemer die in de defensie-industrie wil stappen, moet weten of dat federaal, gewestelijk of beide is. Vander Elst pleit voor radicale vereenvoudiging, niet voor verdere federalisering. “Federaliseren betekent meer ministers, meer bevoegdheidsdiscussies, meer parapluut-trekken. Wat we nodig hebben is minder, niet meer.“

De jonge volksvertegenwoordiger en het ondernemende profiel ▶ 53:54

Een patroon dat Vander Elst opvalt over de partij waarvan hij vandaag deel uitmaakt: het ondernemende profiel dat Open VLD wil aantrekken.

“Veel meer mensen die ondernemende individuen zijn. Mensen die een vennootschap willen oprichten, die hun handen uit de mouwen steken, die goesting hebben om iets te doen.“

Het is een keuze die hij steunt. De Belgische politieke landschap zit volgens hem te vol met carrière-politici die uit het studentenleven of het kabinetswerk doorgroeien tot levenslange parlementsleden. Meer mensen met een ondernemende achtergrond, mensen die ooit in een bedrijf hebben gewerkt, mensen die zich ooit in een ondernemingsrisico hebben gestort, geeft het politieke debat een ander register. Voor wie zelf nog nooit een vennootschap heeft opgericht, klinkt het abstract. Voor wie het wel heeft gedaan, weet wat een KMO-eigenaar 's morgens om zes uur doormaakt. Vander Elst pleit voor een Open VLD die voor die laatste groep een politiek thuis is. “Niet alleen voor de juristen of de academici, maar ook voor de mensen die hun handen vies hebben gemaakt in de echte economie.“

Slot: een eerste term die niet zoals verwacht is ▶ 1:03:06

Aan het einde van het uur, met het glas rum nu helemaal leeg, vat Vander Elst zijn eerste twee jaar in het parlement samen.

“Ik dacht dat ik vooral defensie ging doen. En dat doe ik ook. Maar ik doe minstens evenveel partij-politiek, mediabeleid, fractiediscipline, kruisbestuiving met andere commissies. Een parlementslid is op de helft van zijn tijd een politicus, en op de andere helft een specialist. Daar moet je je tijd zorgvuldig over verdelen.“

Voor wie in 2024 bij Open VLD een nieuwe parlementaire instroming hebben verkozen, is hij een van de gezichten van de toekomst van de partij. Voor wie de discussies over defensie de komende jaren wil volgen, is hij een van de meest gespecialiseerde stemmen in het parlement. En voor wie zich afvraagt of een 27-jarige ondervertegenwoordigde stem aan tafel kan blijven aanvoeren naast veteranen die er al twintig jaar zitten, geeft Vander Elst een bemoedigend antwoord. “Het kan, maar je moet bewust kiezen om je niet te laten meeslepen in de gewoonten van het systeem. En dat probeer ik elke dag opnieuw.“

Buiten valt het al donker over Brasschaat. Vander Elst kijkt op zijn telefoon, een Russische drone-incident-melding in het Vlaamse luchtruim van die ochtend, en glimlacht halfslachtig. “Tot binnen twee uur staan we daar weer mee in de Kamer. Dit is wat een parlementaire week in deze tijd is.“