De Groene Jager in Brasschaat. Luc Vandenbulcke komt binnen, neemt het glas rum aan zonder veel poespas. Sinds 2018 is hij CEO van DEME, het wereldwijde maritieme bedrijf dat ooit als baggeraar begon en vandaag opereert in offshore wind, decontaminatie van vervuilde gronden, ontmanteling van oude staalindustrie en infrastructuurprojecten op zeeën die de meeste Belgen alleen op kaarten herkennen. Aan tafel zit hij om over een sector te praten waar Vlaanderen wereldwijd in toonaangevend is, maar waar de Europese Unie zichzelf, in zijn ogen, langzaam de pas afsnijdt.

“De manier waarop de EU ook met zijn regeltjes komt, die heel doorgedreven zijn, en consultants die daarop inspringen. Er is weinig ruimte voor nuance.“

Het is de zin waarmee de aflevering opent, en het is wat Vandenbulcke 80 minuten lang met concrete voorbeelden onderbouwt. Niet ideologische klimaat-skepsis. Niet anti-Europa-retoriek. Maar de bezorgdheid van iemand die zijn bedrijf ziet vechten in een wereldmarkt waar Europese spelers met administratieve handicaps moeten concurreren tegen Chinese, Amerikaanse en Midden-Oosterse rivalen.

Wat DEME wel en niet is ▶ 1:31

Voor de gemiddelde Vlaming is DEME “het baggerbedrijf“. Vandenbulcke probeert dat beeld bij te stellen.

“Wij noemen onszelf een maritiem bedrijf. We zijn ook baggerbedrijf, maar dat is niet het hele verhaal. Bagger en offshore wind, ja, dat zijn pijlers. Maar ook decontaminatie van vervuilde grond. Oude vervuilde sites van oliebedrijven of staalbedrijven die wij volledig opruimen, en dan nieuwe ontwikkeling op maken.“

DEME staat al op een aantal Antwerpse projecten zoals Oosterweel, waar de opruiming van decennia oude grond aan het bedrijf is gegund. In Vlaanderen is dat in zekere zin “uit de kluiten gewassen“ KMO-werk. Internationaal werkt DEME in 120 landen, met hoofdkwartieren in Zwijndrecht en projecten van Singapore tot Maine. De omzet zit ruim boven 3 miljard euro, het bedrijf is beursgenoteerd op Euronext Brussels en familiebedrijf-gestuurd, een unieke combinatie in de sector.

Offshore wind sinds 1999 ▶ 3:48

Een van de strategische bewegingen die DEME al meer dan 25 jaar geleden inzette: de pivot naar offshore wind. Toen vrijwel niemand in Europa dacht aan grote windturbines op zee, zat DEME al klaar om kabels te leggen en funderingen aan te brengen.

“Vanaf 1999 was het al duidelijk dat wind een belangrijke factor zou worden. Het is uw eigen energie die je oogst. Vandaag, met de geopolitiek, nog meer dan anders.“

Wat Russisch gas in 2022 plotseling ophield te zijn, was de motivatie waarom Europa zich versneld op hernieuwbare energie zou storten. Voor wie de Belgische Noordzee bewerkt, was dat al lang gepland werk. DEME had al jaren ervaring met windparken voor Nederlandse, Engelse en Deense kusten. De expansie naar de Verenigde Staten, met grote projecten in New York, Massachusetts en Maryland, gebeurt nu, ook al ligt het beleid daar onder Trump opnieuw onder druk.

CRM-mechanismen, gascentrales en het einde van vrijwillig investeren ▶ 6:54

Wat Vandenbulcke onderscheidt van klassieke energie-evangelisten: hij is openhartig over de subsidies en de prikkels die de hernieuwbare-energiesector vandaag draaiende houden.

“Een gascentrale in België: niemand zou die bouwen als er geen CRM-mechanisme is dat ze ondersteunt. Want zo'n centrale draait maar een aantal uren per jaar. En dat is niet alleen in België, dat is in heel Europa.“

Voor wie het Capacity Remuneration Mechanism (CRM) niet kent: het is een Belgisch overheidsmechanisme waarbij een vergoeding wordt betaald aan elektriciteitsproducenten om productiecapaciteit beschikbaar te houden, ook al wordt die niet altijd gebruikt. Het zorgt dat er voldoende reservecapaciteit is voor piekmomenten of als de wind niet waait. Zonder dat mechanisme zou geen enkele rationele investeerder vandaag een gascentrale bouwen, want de momenten waarop ze nodig zijn zijn schaars en het rendement op de investering zou nooit gehaald worden.

Hetzelfde geldt voor offshore wind. Zonder gegarandeerde afnamemogelijkheden of contracten met overheden zijn de mega-projecten financieel niet haalbaar. “Het enige dat draait zonder ondersteuningsmechanisme is zonnepanelen op uw dak. Daar krijg je niets meer voor.“ Voor de buitenstaander klinkt dat als een paradox: hoe kan een sector “lucratief“ zijn als hij subsidies nodig heeft? Vandenbulcke geeft daar een nuchter antwoord. Het is niet de subsidie die het lucratief maakt. Het is de zekerheid van de afnameovereenkomst die de investering verantwoordt. En dat is precies wat de overheid moet leveren.

Energie-eilanden in de Noordzee ▶ 13:53

Een van de meest spectaculaire projecten waar DEME aan werkt: een door België in de Noordzee gebouwd kunstmatig “energie-eiland“ dat als hub voor elektriciteit en mogelijk waterstof zal functioneren.

“Het eiland dient om de energie van de windmolens samen te brengen en naar wal te sturen. In Denemarken zijn ze ook met multifunctionele eilanden bezig waar je waterstof maakt direct van de windenergie.“

Het is een infrastructureel project van een schaal die in Europa nog zelden is uitgevoerd. Voor de gemiddelde Belg is een windmolenpark een ver-van-mijn-bed-show. Voor DEME is het een werkterrein van 12 maanden per jaar. Wat de huidige plannen onderscheidt van vroeger: kabels worden tegenwoordig dieper begraven dan 10 jaar geleden, omdat sabotage door derden niet langer alleen een hypothetisch scenario is. “Wat vroeger genoeg bescherming was tegen schepen die per ongeluk de kabels raakten, is vandaag onvoldoende tegen actoren die ze met opzet willen aantasten.“

De Chinese expansie en de gesloten markt ▶ 20:47

Eén verrassende observatie van Vandenbulcke: hoe de Chinese baggerindustrie internationaal zwaar concurreert, terwijl de Chinese binnenmarkt voor buitenlandse spelers vrijwel ontoegankelijk blijft.

“Er is heel weinig reciprociteit. Die markt is gesloten. Veel export, weinig import. China verdedigt zich meestal met te zeggen: 'Maar dat klopt niet, we hebben ook open aanbestedingen.' Maar in de praktijk werkt het anders.“

Een Chinese baggermaatschappij is in 2022 betrokken bij de overname van de haven van Piraeus in Griekenland en bij honderden andere infrastructuurprojecten in Afrika, Zuidoost-Azië en het Midden-Oosten. Voor DEME is dat geen pure concurrentie. Het is asymmetrische concurrentie, waarbij Chinese spelers in alle Europese aanbestedingen kunnen meedoen maar Europese spelers in China zelden of nooit. Vandenbulcke pleit voor “reciprociteit“ in EU-handelsbeleid: alleen toegang verlenen aan Chinese spelers in zoverre Europese spelers omgekeerd toegang krijgen.

Spionage en de gevoelige informatie ▶ 23:51

Wat de meeste mensen niet beseffen, vertelt Vandenbulcke, is hoeveel gevoelige informatie DEME dagelijks verwerkt.

“Wij doen een gevoelige activiteit. We willen waarschijnlijk ook niet allemaal die info geven aan bedrijven die soms vanuit andere staatsop komen. Het heeft effectief soms te maken met spionage. We zijn ons bewust van die gevoeligheid.“

Wat is gevoelige info bij een baggeraar? Hydrografische data, gedetailleerde dieptemetingen van zeebodems, locaties van pijpleidingen en kabels, militair-strategische infrastructuur in zeegebieden. Voor wie kennis wil over Europese maritieme veiligheid, is een baggerbedrijf met internationale aanwezigheid een goudmijn. DEME compartmenteert daarom zijn informatie strikt, voert continue monitoring uit, en traint zijn personeel in informatieveiligheid. “Wij zijn ons bewust dat dit informatie is die in verkeerde handen gevaarlijk kan zijn.“

Capacity reduction en het 2050-doel ▶ 35:25

Hoe kijkt Vandenbulcke naar de Europese 2050-doelstellingen?

“Ik denk dat alles wat de EU en veel landen in Europa zeggen als doelstellingen, eigenlijk niet haalbaar is op de gevraagde snelheid. Niet omdat we dat niet willen. Maar omdat de transitie technologisch en operationeel veel meer tijd vraagt dan de politici inschatten.“

Voor DEME is dat een dagelijks dilemma. Aan de ene kant: de eigen ambities en investeringen in offshore wind, decontaminatie en duurzame infrastructuur. Aan de andere kant: de pragmatische realiteit dat klanten in landen waar olie en gas nog dominant zijn, ook hun werk gedaan willen. “Wij denken dat olie en gas zal verminderen, voornamelijk olie. Gas zal er nog wel zijn voor de transitie.“ Het is een evolutie, geen revolutie. Een land zoals India zal de komende 20 tot 25 jaar nog steeds met diesel- en gasoline-motoren rijden voor het overgrote deel van zijn voertuigen. Wie verwacht dat dit op vijf jaar omzwaait, mist de schaal van wat zo'n transitie betekent.

"Drill baby drill" en de Amerikaanse wending ▶ 39:59

Vandenbulcke is sceptisch over de huidige Amerikaanse koers onder Trump.

“We zitten nu in een drill baby drill mindset in Amerika. Met schalig gas. Dat moet je dat laatste gas eruit persen, en dat is duur. Maar het houdt de prijzen aan de pomp laag, want lage olieprijzen zijn nodig om alle kosten van het leven te drukken.“

Het is, vindt hij, een zelfbedrog op middellange termijn. Schaliegas-extractie is energie-intensief, milieubelastend en geografisch beperkt tot specifieke geologische zones. Het houdt de Amerikaanse economie kortstondig betaalbaar, maar herstart geen industriebasis die in 2050 nog concurrentievoordelen biedt. Voor DEME betekent het dat Amerikaanse offshore-wind-projecten die onder Biden waren toegekend, nu onder Trump opnieuw worden bekeken. “We hebben grote projecten in New York en Massachusetts. Of die doorgaan, weten we niet altijd zeker.“

Capex, familiebedrijf en de gezonde balans ▶ 53:05

Hoe financiert DEME zijn investeringen? Voor een wereldspeler in een kapitaalintensieve sector, is dat geen triviale vraag.

“Familiebedrijven kijken heel goed mee naar je balans. Wij zorgen dat we een gezonde balans hebben, dat we geen risico's gaan pakken. We zijn niet zo'n bedrijf dat alles op de groei zet. Onze investeringen halen we deels uit eigen cashflow, deels uit gestructureerde financiering.“

DEME's marktkapitalisatie is in de afgelopen jaren relatief stabiel gebleven, terwijl Amerikaanse bedrijven in vergelijkbare sectoren soms wilde stijgingen meemaken. Voor Vandenbulcke is dat geen probleem. “Wij zijn bezig met ons bedrijf goed te doen, niet met op de beurs te scoren. Sommige Amerikaanse bedrijven zijn daar veel meer gokkers in. Op de Belgische beurs is er minder gok-cultuur dan in de VS of in China.“

Het personeelszoeken: 150 vacatures ▶ 1:00:04

Een uitdaging die DEME deelt met vele Europese industriële bedrijven: de moeilijkheid om geschikt personeel te vinden.

“We zoeken nog altijd vandaag een 150 mensen. Voor onze technische profielen, voor onze offshore-werknemers, voor onze IT-specialisten. We zijn worldwide aan het rekruteren, maar we gebruiken bij voorkeur mensen die in hun eigen continent rijden, om de logistiek te beperken.“

Voor DEME is “people business“ een centrale strategische uitdaging. De Belgische technische opleidingen leveren onvoldoende geschoolde profielen op. De arbeidsmarkt in andere Europese landen is concurrentieel. China en India hebben grote voorraden technisch geschoolde mensen, maar vaak met minder ervaring in de complexe operationele omgeving van baggeren en offshore.

“Het is een sector waar je niet binnen vijf jaar geleerd bent. Wie pas afstudeert moet vijf à tien jaar meedraaien voordat hij echt operationeel waardevol wordt.“ Voor de personeelsdienst van DEME betekent dat een lange termijn-aanpak. Eigen schip-opleidingen, beurzen aan jonge ingenieursstudenten, internationale rotaties voor ervaren technici.

Software, algoritmes en de toekomst van een baggeraar ▶ 1:02:22

Wat in 1999 manueel werk was, is in 2026 in toenemende mate software-gedreven. Een moderne baggerschip is een drijvende machine met sensoren, GPS-gegevens, hydrografische metingen en algoritmes die in real time beslissen waar gebaggerd moet worden en hoe diep.

“Vroeger was het een goede baggeraar die aan die machine zat en op zijn gevoel werkte. Nu is het meer en meer een ingenieur die met een algoritme werkt om de optimale baggerstrategie te bepalen.“

Voor DEME betekent dat dat het bedrijf zelf software ontwikkelt. Code voor scheepsuitrusting, voor decontaminatieprocessen, voor projectplanning. “We doen veel intern werk daaraan. Net als bij de luchtvaart-industrie, waar de software zo kritisch is geworden dat je niet zonder eigen ontwikkeling kan.“ De vraag is wat dat betekent voor de Belgische personeelssamenstelling van morgen. Minder mensen op het schip, meer mensen in een centrale aansturingspost. Minder kapitein-baggeraars met 30 jaar ervaring, meer software-engineers met een paar jaar.

Innovatie als noodzaak: van diepzee-mining tot waterstof-schepen ▶ 45:22

Een toekomst die DEME mogelijk niet meer haalt maar wel uitwerkt: schepen die niet langer op fossiele brandstoffen varen.

“In trucks zien we de elektrische omschakeling al. Voor schepen heeft het te maken met het gewicht van batterijen. Maar als daar revolutionaire evoluties in zijn, dan sluit ik niet uit dat ooit schepen op batterijen of misschien een combinatie zullen werken.“

Op de korte termijn wordt al getest met methanol en ammonia als scheepsbrandstof. DEME's grootste schepen produceren tot 45 megawatt aan vermogen via dieselgeneratoren. Dat overschakelen naar een ammonia- of waterstof-systeem vraagt jaren ontwikkeling, maar het werk is begonnen. Voor diep-zee-mining-schepen, die op 1.500 tot 2.000 km van de kust opereren, ligt de uitdaging anders. Daar is bunkering met conventionele brandstof onpraktisch, en zou een batterij-achtige oplossing voor een 12-uurs missie wel haalbaar kunnen zijn. Het is, zegt Vandenbulcke, het soort onderzoek dat de komende vijf jaar uitwijst welke technologieën de scheepsbouw wereldwijd zullen domineren.

Slot: een wereldspeler die in Vlaanderen begon ▶ 1:06:10

Aan het einde van het uur, bij het glas rum dat Vandenbulcke vrijwel onaangeraakt heeft gelaten, vat hij de positie van zijn bedrijf samen.

“DEME is een Vlaams familiebedrijf dat wereldwijd opereert. Wij willen dat blijven. Niet omdat we koste wat kost in Belgische handen willen blijven, maar omdat onze cultuur, onze waarden en onze beslissingsprocessen daarin het beste werken.“

Voor wie het uur uitziet, blijft één observatie hangen. DEME is een van de weinige Belgische bedrijven die in een mondiale sector tot wereldspeler zijn uitgegroeid. Niet door massale overheidsstimulansen of strategische allianties met grote Amerikaanse spelers. Maar door drie decennia consistente investeringen in maritieme expertise, in offshore wind voordat het hot werd, en in decontaminatie als de volgende grote groei-as. Als de Europese Unie in 2026 zoekt naar industriële kampioenen die haar geopolitieke onafhankelijkheid kunnen onderbouwen, zit DEME in de eerste rij. Maar die positie verdedigen tegen Chinese concurrenten met staatssteun en tegen Amerikaanse rivalen met scepsis tegen klimaatbeleid, vraagt een Europese politiek die volgens Vandenbulcke vandaag nog niet bestaat.

Wat hij hoopt: dat de volgende decennia een Europese strategie zien ontstaan die niet alleen reguleert, maar ook beschermt. Niet protectionistisch, maar reciprook. Niet ideologisch, maar pragmatisch. Want zonder een sterke Europese maritieme industrie, zegt hij tot slot, “verdwijnt onze hand op de zee. En een continent zonder hand op de zee is op termijn een continent zonder economische soevereiniteit.“