In de Melkerij in Brasschaat heft Johan Vandermeulen zijn glas Discours-whisky. De COO van British American Tobacco is uit Londen overgevlogen, met een Brussels Airlines-vlucht die niet ongebruikelijk vertraagd was. Voor hem op tafel staat de Eigenmaakte Discours-fles. Vandermeulen is een Vlaming die op zijn negentiende als trainee bij een lokale tabaksfabrikant in Edegem begon, en die nu een van de operationele topfuncties bekleedt bij een wereldspeler met een omzet van 35 miljard euro en 45.000 medewerkers. Hij rookt zelf niet. Hij gebruikt nicotine.

Wat volgt is een gesprek dat een tabaksbestuurder zelden krijgt: een uur lang inhoudelijk debat met een tegenpartij die hem niet welwillend, maar wel open benadert. De toon is broederlijk, dat is in deze sector niet vanzelfsprekend, en de hosts wijzen er meermaals op dat ze hem het voordeel van de twijfel willen gunnen, maar dat ze die twijfel niet kunnen wegnemen.

Waarom de verbranding het probleem is, niet de nicotine ▶ 2:18

Het kernverhaal van Vandermeulen begint met een onderscheid dat in de publieke perceptie nog steeds niet helemaal scherp staat. De gezondheidsschade van een sigaret komt niet voort uit de nicotine, maar uit de verbranding van organisch materiaal.

“Nicotine is verslavend, maar nicotine is niet kankerverwekkend. Het probleem ontstaat op het moment dat je een organisch materiaal zoals tabak gaat verbranden.“

De Amerikaanse Food and Drug Administration en het Royal College of Physicians spreken zich in vergelijkbare termen uit, evenals de Belgische Hoge Gezondheidsraad. Bij verhitting boven achthonderd graden komt de schadelijke cocktail vrij die de longen doet verzieken. Bij verhitting op driehonderd graden, het principe van de heat-not-burn-toestellen, niet.

Een van de hosts duwt door op de samenstelling van de sigaret zelf. In de productie wordt tabak verzacht zodat het roken minder hard op de keel komt. Vandermeulen geeft toe dat de industrie historisch heeft geprobeerd de tabak te wassen en te bewerken om risico te verlagen, maar dat geen van die experimenten een wezenlijk effect had. Wat blijft, is de verbranding zelf als kernoorzaak. En het zijn de drie alternatieve platformen die om die reden zijn ontwikkeld.

50 procent smokeless tegen 2035: een Harvard-case waarover niet wordt geschreven ▶ 5:24

De strategische lat ligt voor BAT op een markant punt. Tegen 2035 wil het bedrijf de helft van zijn omzet halen uit smokeless producten, een lat die voor een traditionele tabaksonderneming neerkomt op het zelf disruptief afbouwen van zijn kernmarkt. Op de huidige omzet van ongeveer 35 miljard euro betekent dat een verschuiving van zeventien tot achttien miljard euro naar producten die in 2015 nog niet eens bestonden.

“Als wij niet in een tabaksindustrie zaten, zouden er Harvard business cases over geschreven worden. Het is een fantastisch transformatieverhaal.“

De cijfers die Vandermeulen erbij plaatst, zijn de cijfers waarmee hij elke morgen werkt. Wereldwijd zijn er één miljard rokers. Daarvan zijn er vandaag ongeveer 115 miljoen overgeschakeld op een smokeless alternatief. De pivot ligt voor BAT dus niet bij het overtuigen van niet-rokers, maar bij het overhalen van een groep van bijna negenhonderd miljoen mensen die hun nicotine vandaag nog via verbranding tot zich nemen.

“Wij hebben de filosofie: als je niet rookt, begin er niet mee. Als je rookt, stop. En als je toch wil verder gaan met nicotine, switch dan naar een van onze alternatieven.“

Drie platformen die geen tabak meer verbranden ▶ 8:28

De alternatieven die BAT in de markt zet, vallen uiteen in drie types. Het eerste is heat-not-burn: een verkleinde tabaksstaaf die in een batterijapparaat wordt verhit op driehonderd graden in plaats van verbrand op achthonderd. De nicotine en smaakstoffen komen vrij, de schadelijke stoffen door verbranding niet. Dit product is in een aantal Aziatische markten breed verspreid, in België is het niet beschikbaar.

Het tweede platform is vaping, waarbij geen tabak meer aanwezig is en de nicotine in farmaceutische zuiverheid wordt geleverd, met smaakstoffen uit de voedingsindustrie. Het derde, jongste platform is nicotinezakjes, organische pouches die onder de lip worden geschoven en de nicotine via de bloedvaten in de mond afgeven, zonder enige inhalatie.

“We hebben in onze toestellen geen Candy Crush, geen suikerspin, geen Coca-Cola toestanden. We richten ons niet op jongeren.“

De keuze om geen kindvriendelijke smaken of speelelementen toe te voegen, is volgens Vandermeulen een principekeuze. Wat hij in het Britse en Amerikaanse vapinglandschap ziet aan agressieve tieneraankleding, blijft uit het BAT-aanbod weg. Hij erkent dat dit niet voor het hele segment geldt, en daar haakt hij in op een tweede draad in zijn betoog: de illegale markt.

WHO Artikel 5.3 als discriminatieartikel ▶ 13:49

De wereldgezondheidsorganisatie heeft in haar tabakskaderverdrag een artikel 5.3 dat lidstaten oproept om in beleidsvorming geen contact te onderhouden met de tabaksindustrie. Vandermeulen noemt dat zonder eufemismen een discriminatieartikel.

“Vertrouw ze niet, ga er niet mee praten, ga er niet mee samenzitten. Dat is pure discriminatie.“

Het uitsluitingsmechanisme heeft tot gevolg dat een sector die in de afgelopen tien jaar fundamentele technologische doorbraken heeft gerealiseerd, niet aan tafel zit wanneer het beleid wordt gemaakt dat over die doorbraken gaat. Dat de Trump-administratie de WHO heeft verlaten, is voor Vandermeulen een betreurenswaardig moment, maar de gevolgen voor zijn industrie blijken er ironisch genoeg een opening in te leggen. De druk op het Europese beleid om een vergelijkbaar gesprek te voeren is door de Amerikaanse exit toegenomen.

Een host suggereert in een ironische dans dat het, als de claim van Vandermeulen klopt en smokeless inderdaad een gezondheidswinst oplevert, juist slim zou zijn om in de tabaksindustrie te investeren. De transformatie zou dan sneller gaan en gezondheidskosten zouden eerder dalen.

“We zijn al tien stappen verder, want ze willen nog niet eens in dialoog gaan. En gij wil al investeren.“

Een derde van de Belgische sigarettenmarkt is illegaal ▶ 16:08

De cijfers over de Belgische tabaksmarkt zijn voor wie ze niet kent, ontnuchterend. Op een pakje sigaretten van tien à twaalf euro gaat ongeveer 80 procent naar de overheid via accijnzen en btw. Op jaarbasis levert dat de Belgische schatkist 3,7 tot 3,8 miljard euro op. Tegelijk is een derde van de sigarettenmarkt in België illegaal.

“In 2024 zijn er hier tussen de twaalf en dertien illegale sigarettenfabrieken ontdekt en ontmanteld. Een derde wordt vandaag niet meer gekocht in een legaal kanaal.“

De marge tussen de officiële verkoopprijs en wat een illegale aanbieder kan vragen, is enorm. De accijnsen die op een legaal pakje wegen, vormen voor een illegale producent een prijsbuffer waarmee distributeur en eindverkoper allebei nog winst kunnen maken. Op vaping-vlak ligt het percentage volgens Vandermeulen nog hoger, ergens rond de helft. De combinatie van strikte legale productnormen, een halfjaardurig notificatieproces voor elk ingrediënt, en steeds duurder wordende fiscaliteit drijft een groot deel van de markt naar buiten het systeem dat het probeert te reguleren.

Een host vat het verhaal op een lijn samen die de logica van het beleid blootlegt: als roken zo schadelijk is, maak het illegaal. Vandermeulen legt geduldig uit waarom dat geen oplossing is, maar de paradox blijft hangen. De staat heft hoog op een schadelijk product, en gebruikt die heffing zowel als gezondheidsbeleid als als verdoken belasting.

Hoe een licentiesysteem de zwarte markt zou beteugelen ▶ 21:30

Wat Vandermeulen wel voorstelt, is een licentiesysteem voor wie nicotineproducten verkoopt.

“Een licentie van de overheid om nicotineproducten te verkopen. Wie betrapt wordt op verkoop aan minderjarigen krijgt geen vijftig euro boete, maar vijfduizend euro. Een tweede keer ben je je licentie kwijt.“

De redenering combineert handhaving met markttoezicht. Een licentiehouder heeft iets te verliezen, en zal daarom ook investeren in leeftijdscontrole en in productkennis. De huidige bestraffing is volgens hem te symbolisch om gedrag te veranderen. Een licentiesysteem doet wat het bewijs van goed gedrag al doet voor cafés en horeca: een sectorbreed netwerk van actoren die zelf belang hebben bij naleving.

Hij koppelt het voorstel aan een technologische uitwerking. BAT test sinds enige tijd in tweehonderd Belgische winkels een gezichtsherkenningssysteem dat de leeftijdscontrole moet automatiseren. Een groen scherm bij een meerderjarige, een rood scherm bij een minderjarige, met een nauwkeurigheid van meer dan 95 procent. Een host wijst meteen op het Chinese karakter van zo'n systeem, en duwt terug op de privacy-implicaties.

“Het is een verantwoordelijkheid. We worden continu aangevallen omdat we ons op jongeren zouden richten, terwijl we dat niet doen. Wij zijn technisch in de mogelijkheid om vapingtoestellen te activeren via It's Me of een elektronische identiteitskaart.“

Van 4500 naar 1500 dagbladhandels en wat we kwijtraakten ▶ 19:58

Een persoonlijke noot in het gesprek raakt aan iets wat ver van tabak ligt: de teloorgang van de dagbladhandel. Toen Vandermeulen twintig jaar geleden uit België vertrok, telde Vlaanderen ongeveer 4500 dagbladhandels. Vandaag zijn er nog ongeveer 1500.

“Als een jongere bij die dagbladhandelaar in zijn dorp probeerde een pakje te kopen, ging die handelaar dat niet verkopen. Hij kende de vader. Zondag bij de bakker zei hij: hou je zoon in het oog, hij is bij mij geweest voor sigaretten. Dat zijn we kwijt.“

Het verhaal staat los van de strikte tabaksdiscussie, maar illustreert iets breders. De sociale infrastructuur die de zelfregulering van de markt ondersteunde, is verdwenen, en is in deze sector vervangen door tankstations en nachtwinkels waar de informele controle dunner is. Wat resteert, is een voldongen feit waarover je in de huidige debatformat zelden hoort spreken: de kruidenier-distributie van een gezondheidsschadelijk product is verschoven naar punten waar handhaving moeilijker valt te organiseren.

Beyond nicotine: shots, gezichtsherkenning en de minimumleeftijd 16 naar 18 ▶ 23:01

BAT heeft inmiddels ook stappen gezet buiten de directe nicotine-categorie. In Australië test het bedrijf met kleine “shots“ die functionele effecten beloven: relaxatie, focus, energie. Het zijn stimulanten in andere vorm, gemaakt vanuit dezelfde R&D-infrastructuur die voor nicotine is ontwikkeld. BAT investeert volgens Vandermeulen vandaag honderden miljoenen per jaar aan onderzoek en ontwikkeling, met meer dan 1200 mensen die er voltijds mee bezig zijn.

Een test met cannabisderivaten via vaping is volgens Vandermeulen niet doorgezet. CBD heeft geen tractie gekregen, en in België ligt de cannabisdiscussie politiek nog te koud om er een opener pad in te kappen.

“Wij hebben het wetsvoorstel destijds gesteund om de minimumleeftijd voor nicotineproducten in België op te trekken van 16 naar 18 jaar. Met alcohol is dat nog altijd niet het geval.“

Vandermeulen wijst op het feit dat zijn industrie een aantal regulerende stappen niet alleen heeft aanvaard, maar zelf actief heeft gesteund. Het beeld van een sector die elke regelgeving bevecht, klopt niet meer met de manier waarop BAT vandaag opereert. Wel met de manier waarop ze vroeger operieerden, daar geeft hij de hosts onmiddellijk gelijk.

Iedereen lobbyt, maak het transparant voor iedereen ▶ 46:52

Het lobby-onderwerp komt vrijwel niet ontleed aan dit soort tafels, en Vandermeulen behandelt het niet als een aangename plicht maar als een principekwestie. Een journalistieke oproep om alle contacten tussen tabakslobbyisten en parlementsleden of ministers te publiceren, valt volgens hem in goede aarde, op één voorwaarde.

“We hebben niks te verbergen. We gaan ons verhaal brengen zoals iedereen. Maar publiceer het dan voor iedereen. Voor mondmaskers, voor geneesmiddelen, voor alcohol. Iedereen lobbyt.“

De single-sector publicatieverplichting die door sommigen wordt voorgesteld, draagt het risico van symbolische gerechtigheid in zich, terwijl de feitelijke beleidsbeïnvloeding ook in andere sectoren zonder enige openbaarheid loopt. Wat Vandermeulen betreft, mag iedereen aan dezelfde transparantieverplichtingen worden onderworpen, en hij signaleert dat hij zijn telefoonnummer beschikbaar laat voor elke beleidsmaker die wil overleggen.

Een niet-roker als COO en een doorsneekantoor ▶ 49:59

Een vraag die hosts wel eens bewaren voor het einde, maar die hier vroeg in het gesprek wordt geplaatst, gaat over de cultuur binnen het bedrijf zelf. Toen Vandermeulen begon, mocht in de meeste Europese kantoren nog gerookt worden. Vandaag is een groot deel van de werkvloer rookvrij, en hij is zelf niet-roker.

“Als je bij ons op kantoor komt, heb je eigenlijk een doorsnee van de samenleving. Bij ons wordt aan niemand gevraagd om te roken om hier te kunnen werken. Laat ons dat contractje tekenen met een sigaret. Nee, helemaal niet.“

BAT heeft 45.000 medewerkers wereldwijd, ontvangt jaarlijks bijna een half miljoen sollicitaties, waarvan 100.000 van pas afgestudeerden. Tachtig procent van de promoties komt van binnenuit. Het is een werkgevers­verhaal dat met de industrie zelf weinig te maken heeft, maar wel met de kwaliteit van een arbeidsmarkt die zelfs een bedrijf met een ongemakkelijk verleden niet uit de weg gaat.

“We rekruteren niet voor een job, we rekruteren voor een carrière.“

De volgende verschuiving: van schadelijkheid naar verslaving naar jeugd ▶ 56:08

Wanneer een host de toekomst van het beleid voorspelt, plaatst Vandermeulen zijn eigen tegen­voorspelling ernaast. Het tabaksdebat is in de eerste decennia van zijn carrière gegaan over schadelijkheid voor de individuele roker. In de laatste tien jaar verschoof het naar verslavingsproblematiek, en vandaag verschuift het opnieuw naar jeugdbescherming. De volgende fase wordt volgens hem niet de schadelijkheid van smokeless producten, maar opnieuw de toegang van jongeren tot nicotine.

“Sigaretten, dan verslaving, nu jeugd. Die trend zien we wel.“

De impact van die verschuiving op alcohol vergelijkt hij in passing. Het kankerinstituut in Parijs heeft alcohol op de lijst van kankerverwekkende stoffen geplaatst. De marketingbeperkingen die in de afgelopen vijftien jaar op tabak werden ingevoerd, zullen volgens Vandermeulen onvermijdelijk ook op alcohol gaan landen, met dezelfde gevolgen voor merkenwerving en distributie. Het verschil dat hij overeind houdt: nicotine is verslavend, maar nicotine is niet kankerverwekkend.

De stellingenoorlog die we moeten verlaten ▶ 0:00

Helemaal aan het begin van de aflevering, in de teaser die Discours voor de podcast heeft uitgesneden, formuleert Vandermeulen wat een rode draad blijkt door alles wat hij die avond zal zeggen.

“Het is heel moeilijk om dat debat te blijven voeren op een emotionele basis. Op het moment dat we overschakelen naar een rationeel debat, kunnen heel veel zaken worden opgelost. Maar we zitten in een stellingenoorlog.“

De stellingenoorlog is voor hem niet een metafoor voor het feit dat rookbeleid moeilijk is. Het is een specifieke vorm van beleidsvorming waarin partijen zich op extreme posities ingraven en niet meer naar elkaar luisteren. Voor de tabaksindustrie heeft die stellingoorlog tot gevolg dat de wetenschappelijke doorbraken van het laatste decennium niet of slechts in de marge worden meegewogen wanneer een regering een rookvrije generatie als ambitie formuleert.

In de afronding herhaalt Vandermeulen wat zijn boodschap aan elke beleidsmaker is. Niet als poging tot lobbying, maar als analyse vanuit een industrie die voor één keer hardop mag aangeven wat ze wel en niet vermag.

“Begin alstublieft werk te maken van het probleem. Want ondertussen blijven we ter plaatse trappelen en maken we geen vooruitgang. En een rookvrije samenleving in 2040 zonder ons aan tafel: die haalt het niet.“

Het is een uitspraak die in een podcast als Discours staat als een kostenraming. Niet wat het kost om met de tabaksindustrie te praten, wel wat het kost om er niet mee te praten. En in dat tweede getal zit, in het diagnostisch frame van Vandermeulen, een aanzienlijke gezondheidswinst die vandaag, telt of niet, op rekening van een dogmatisch beleidsapparaat blijft staan.