In de Melkerij in Brasschaat staat een glas Discours-whisky voor Lies Eeckman. De CEO van Polestar Benelux is afgezakt naar het binnenland voor een gesprek dat bewust de auto-industrie als zodanig aansnijdt, maar evenzeer het Europese klimaatbeleid, de Chinese geopolitiek en een verschuiving in het businessmodel die buiten de sector zelden wordt opgemerkt. Polestar bestaat als zelfstandig merk amper vijf jaar, en haar Belgische dochter zelfs nog korter. Sinds enkele weken hoort ook Nederland erbij, en daarmee draagt Eeckman de Beneluxhoed.

Het tempo waarmee Polestar groeide, is in autoland uitzonderlijk. In 2019 begon het bedrijf als kleine startup met de Polestar 1, een hybride die ooit als Volvo bedoeld was. Vandaag is het een fully fledged automotive speler met after-sales, tweedehandswagens, een eigen distributiestructuur en een aanwezigheid in 29 landen. Wat eens een tuning-divisie was binnen Volvo, opereert nu als zus binnen de Geely-groep. Het is een traject dat Eeckman zelf een rollercoaster noemt, met de droge rust van iemand die er niet door geslingerd wil zijn maar er wel met handen aan het stuur door wil rijden.

Van tuning-tak van Volvo tot zus in de Geely-groep ▶ 1:31

Polestar begon als overgenomen race-team binnen Volvo, in een periode waarin elke premium fabrikant zijn eigen performance-merk wou hebben. BMW had M, Mercedes had AMG, Volvo had Polestar. Wat als upgrade-divisie in 2017 een volwaardige spin-off werd, dankt zijn bestaan aan het tekentafelwerk van toenmalig Head of Design Thomas Ingenlath. Hij ontwierp wat de Polestar 1 zou worden, en het bestuur vond het ontwerp zo afwijkend van het Volvo-DNA van familie en veiligheid dat het buiten de moederbrand werd geplaatst.

“Volvo staat voor familie en veiligheid. Voor ons ontwerp was dat geen ideale match. Daarom is er beslist om er een stand-alone merk van te maken.“

Polestar bouwt vandaag op de fundering van Volvo, deelt deels haar productieplatformen, maar opereert vanuit een eigen hoofdzetel in Gothenburg met een eigen Zweedse organisatiecultuur. De Geely-relatie is voor de buitenwereld vaak verwarrend, omdat Geely een Chinees automotive concern is, maar binnen Polestar wordt benadrukt dat de operationele en culturele aansturing in Zweden gebeurt. Wat in 2019 een kleine startup was, is in 2024 uitgegroeid tot een merk met een gestabiliseerde supply chain, een eigen R&D-divisie, en een Polestar 6 die in oktober 2024 op de Knokke-Zoute Grand Prix wordt onthuld.

Waarom 2035 niet langer een ambitie is maar een ondergrens ▶ 8:29

Het Europese klimaatdoel is voor de auto-industrie een ondergrens, geen plafond. Tegen 2035 moet de volledige shift naar 100 procent elektrische voertuigen voltooid zijn, ondanks dat de implementatieagenda voor België op zijn aanvankelijke 2030 stond en nu opschuift naar het Europees standaarddoel. Eeckman is daar onomwonden over.

“Europa heeft een duidelijke target gezet. Dat is niet iets wat Europa zomaar gaat halen. Maar het is wat nodig is. Een 100 procent elektrisch wagenpark tegen 2035 om kans te maken om binnen de targets van 2050 te blijven.“

Het automotive-aandeel in de wereldwijde CO2-uitstoot bedraagt ongeveer 15 procent, een cijfer dat ze omkadert om duidelijk te maken dat het probleem niet uitsluitend in de auto zit, maar dat de oplossing er ook geen excuus voor mag zoeken. Wat in West-Europa op dit moment 20 procent elektrisch is in jaarlijkse aankoopcijfers, ligt in de Verenigde Staten op 12 procent en in Nordic landen tussen de 60 en de 90 procent. Noorwegen heeft de ondergrens al overschreden, zonder dat haar bestaande wagenpark daar volledig gekanteld is. China zit volgens Eeckman tussen het Amerikaanse en het Europese percentage in, maar in absolute aantallen produceert en consumeert het meer elektrische wagens dan elke andere markt.

De cradle-to-grave berekening die het verkeerde debat ontmaskert ▶ 10:00

Een veelgehoord tegenargument luidt dat een diesel of benzineauto in productie minder CO2 kost dan een elektrische wagen, en dat de elektrische voorsprong pas vanaf een bepaalde kilometrage opweegt tegen de productie-impact. Eeckman erkent het argument, maar wijst op een methodologische fout in de manier waarop de cijfers vaak vergeleken worden.

“Voor een elektric vehicle vergelijken ze de totale levenscyclus, en voor een diesel of benzine vergelijken ze enkel het productiestuk. Het is the wrong debate.“

Polestar werkt volgens de cradle-to-grave methodiek, een benadering waarin elk component vanaf de winning van grondstoffen tot het einde van de levensduur in CO2-equivalenten wordt geboekt. Een doorlopende levenscyclusanalyse, openbaar gemaakt op de website, voor elk model. De zwakke schakel in de berekening is niet de elektrische motor, het is de productiemix van de elektriciteit waarmee de wagen wordt geladen. Eeckman is daar nuchter over: pas wanneer een 100 procent elektrische wagen ook met 100 procent groene elektriciteit wordt opgeladen, kom je tot zero emission. Tot dan blijft het traject incrementeel, maar onomkeerbaar in de richting.

“Je moet alles gaan heruitvinden en alles gaan herdefiniëren. En een wagen bestaat uit 30.000 componenten en meer dan duizend toeleveranciers.“

Een potlood, dertigduizend componenten en een Zero Emission House ▶ 12:21

De ambitie die Polestar heeft gesteld, is concreter dan de Europese klimaattargets. Het bedrijf wil tegen 2030 een volledig klimaatneutrale wagen produceren. Niet door middel van offsetting via aangekochte boomprojecten, maar door werkelijk de keten neutraal te maken. Het experiment begon op een verbluffend bescheiden niveau.

“We zijn begonnen met een potlood. Een potlood bestaat uit drie of vier componenten, en zelfs dat is al een hele uitdaging.“

De redenering achter de potloodtest was even pragmatisch als symbolisch: als je drie tot vier onderdelen al niet zonder uitstoot bij elkaar krijgt, hoe ga je dan dertigduizend onderdelen klimaatneutraal samenstellen? De conclusie was dat het alleen niet zou lukken. Polestar trad toe tot het Zero Emission House, een samenwerkingsverband met 32 bedrijven, universiteiten en R&D-experten dat als doel heeft om gezamenlijk de obstakels weg te nemen voor klimaatneutrale auto-productie.

“Die uitdaging is te groot om alleen aan te pakken. Te complex en te weinig tijd.“

Het verschil met andere fabrikanten zit in het uitdrukkelijke uitsluiten van offsetting. Een aankoop van bospercelen als compensatie voor uitstoot wordt buiten de berekening gehouden. Een marge van 3 tot 4 procent restuitstoot wordt aanvaard, het uitgangspunt blijft echte neutraliteit in plaats van boekhoudkundige.

Subsidies: het Europese verhaal en het Chinese contra-frame ▶ 16:11

Een terugkerend tegenargument tegen de Europese elektrificatieagenda is dat China haar elektrische auto-industrie buitensporig subsidieert. Eeckman wijst dat argument feitelijk niet helemaal af, maar plaatst het in perspectief. De onderzoeken die de Europese Unie liet uitvoeren toen ze vorig jaar invoertarieven instelde op Chinese elektrische wagens, hebben aangetoond dat de subsidieniveaus in absolute termen vergelijkbaar zijn met de Europese.

“Als je die subsidiestructuren gaat vergelijken, zijn die zeker niet buitensporig. Het heeft meer met de keuzes van Europa te maken.“

Wat in China verschillend is, is de richting waarin de subsidies gaan. China heeft de elektrische voertuig-sector als strategisch industrieel speerpunt aangewezen, waardoor de subsidiestromen geconcentreerd zijn. Europa daarentegen heeft een breder gediversifieerd subsidiebeleid, dat tegelijk innovatie, werkgelegenheid en regionale industriële belangen probeert te bedienen. Het effect is dat in absolute getallen de uitgaven vergelijkbaar zijn, maar dat de impact op concurrentievermogen verschilt.

Bedrijven verschuiven, particulieren blijven steken ▶ 17:41

De elektrificatie in België loopt voor de bedrijfswagensector zeer voorop op de particuliere markt. Eeckman becijfert dat 80 tot 90 procent van de bedrijven inmiddels de overstap heeft gemaakt naar 100 procent elektrische bedrijfswagens, terwijl het particuliere aandeel jaarlijks verdubbelt maar nog ver achterop loopt.

“De grote shift bij particulieren is nog niet gemaakt. Daar is het ons inziens dat de stimuli komen, niet alleen financieel maar ook in vertrouwen.“

De fiscale duwstoot voor bedrijfswagens werkt, omdat de bedrijfswagencultuur in België een unieke distributiekanaal is voor wagens. De particuliere markt mist dat hefboomeffect, en moet via andere instrumenten worden gemobiliseerd. Polestar zelf richt zich met financiële leasing-prijzen vanaf 399 euro per maand op de Polestar 2, een prijspunt dat al competitief is met traditionele benzinewagens, en dat met een lagere total cost of ownership beduidend voordeliger uitkomt over een leasingperiode.

Knipperlichtbeleid en de €5000 bonus van vorig jaar ▶ 18:29

Een van de zwakste punten in het Belgische elektrificatiebeleid is volgens Eeckman de stop-and-start-cyclus. Bedrijven en particulieren die een lange-termijn investering willen maken, hebben behoefte aan duidelijkheid en stabiliteit. Wat ze in plaats daarvan krijgen, is wat ze knipperlichtbeleid noemt.

“Vorig jaar was er een 5000 euro bonus op tweedehandswagens. Je kan geen beleid voeren als het een knipperlichtbeleid is.“

De parallel met zonnepanelenbeleid maakt ze expliciet. Particulieren werden eerst aangemoedigd om in zonnepanelen te investeren, om vervolgens binnen het jaar terug regels op een fundamentele manier veranderd te zien worden. Het gevolg is een cultuur van wantrouwen ten opzichte van fiscale stimuli. Voor de elektrische auto, die voor een gemiddeld huishouden een investering van duizenden euro's vergt, is een onbetrouwbaar beleidskader fataal.

“Een bedrijf kan je pas leiden, en ook een privéklant kan je pas motiveren door die gerust te stellen, door perspectief te geven dat niet van vandaag op morgen verandert.“

De positieve kant van het Belgische verhaal is volgens haar de laadinfrastructuur. Vorige week haalde België de mijlpaal van 100.000 laadpalen, een resultaat van een aanhoudend beleid dat de afgelopen jaren wel consistent is gebleven. Tegelijk heeft Polestar 3 een bereik van 703 kilometer per laadbeurt, wat het bereikangst-argument grotendeels uit de weg ruimt.

De baby met de natte luier en de cost of doing nothing ▶ 21:33

Wat Eeckman het meest stoort in de publieke discussie, is de eenzijdige kostenanalyse. Beleidsmakers, journalisten en bedrijven berekenen wel wat de kosten zijn van investeren in elektrificatie, maar niet wat de kosten zijn van niet te investeren.

“Vanuit een economisch standpunt wordt heel vaak gekeken naar wat de investeringen zijn die ermee gepaard gaan, maar er wordt nooit berekend wat de cost of doing nothing is.“

In een halfslachtig bedoelde grap haalt ze een uitdrukking aan die ze van een veranderingsmanagement-bron heeft.

“De enige persoon die huilt om verandering is een baby met een natte luier.“

De punchline is licht ingeslepen, maar de boodschap is harder dan ze klinkt. Wie verandering vermijdt, accepteert impliciet dat de toestand verergert, met kosten die in latere jaren exponentieel oplopen. De zeespiegelstijging, de droogtes, de hittegolven die de industrie als adaptatiekost zal moeten dragen, leggen het kostenplaatje van vandaag in een ander licht. Investeren in elektrificatie is in haar redenering geen idealisme, het is een actuariële afweging.

Een markt die met -11 procent krimpt en honderdtwintig modellen telt ▶ 41:39

De Belgische automarkt zit op het moment van het gesprek op een year-to-date krimp van ongeveer 11 procent. Dat is voor de auto-industrie een fors negatief jaar, met implicaties voor dealermarges, voor de winstmarges van fabrikanten, en voor de overlevingskansen van kleinere spelers. Eeckman is daar nuchter over.

“Het is bijzonder moeilijk. De change volgt zich heel snel op.“

Tegelijk is het aanbod aan elektrische modellen op de markt explodeert. Toen Polestar in 2019 begon, waren er ongeveer 8 elektrische modellen op de Belgische markt. Vandaag zijn er meer dan 230 modellen beschikbaar van vrijwel elke fabrikant. Het feit dat elektrisch geen onderscheidende factor meer is, vat ze paradoxaal als positief: de markt heeft de technologie genormaliseerd. Wat blijft als onderscheidend, is design, range, prijs en service.

Polestar zit als pure player in een specifieke positie. Anders dan Volkswagen, BMW of Mercedes, hoeft het bedrijf geen verbrandingsmotorenpark te onderhouden, geen bestaande dealerstructuur te managen, geen historische ICE-investeringen af te schrijven. Dat geeft een operationele wendbaarheid die in de huidige markt een concurrentievoordeel is.

“Wij zijn een pure player en we zijn ook van in het begin zo erin gestapt. Dat maakt het makkelijker, maar zeker niet makkelijk.“

De ambitie is om tegen 2026 EBIT-neutraal te zijn, een mijlpaal die voor een bedrijf van vijf jaar oud een ambitieus doel is. Volgens Eeckman zit het bedrijf op het juiste pad, met significante verbeteringen in financiële prestaties die in elke kwartaal-update zichtbaar worden.

Van service-operator naar agency: een nieuw verkoopmodel ▶ 44:45

Wat in de buitenwereld zelden wordt opgemerkt, is hoe sterk Polestar's verkoopmodel afwijkt van de klassieke autohandel. Bij de oprichting koos Polestar voor een service-operator model: investeerders die showrooms uitbaatten waar Polestar Service Advisors actief waren. Die advisors mochten geen wagens verkopen, alleen advies geven en testritten organiseren. De daadwerkelijke verkoop verliep volledig online.

Vorig jaar veranderde Polestar dat model in een genuine agency-contract. De adviseurs in de showrooms mogen nu wel verkopen, maar het verkopende contract loopt nog altijd rechtstreeks tussen Polestar Benelux en de eindklant. De dealer is geen tussenkoper, het is een agent die in naam van Polestar handelt.

“Een dealer in een klassiek model koopt voor 100 en verkoopt voor 110. Bij ons verkopen wij voor 110, maar wij hebben ook geen prijscontrole meer.“

Het effect is dat de geadverteerde prijs op de website ook werkelijk de prijs is in de showroom. Geen kortingen, geen onderhandelmarge, geen optiepakketten die het zicht op de werkelijke kostprijs vertroebelen. De wagens zijn van nature al goed uitgerust, met een beperkt aantal optiepakketten. Dat is voor klanten transparanter, en voor het bedrijf efficiënter.

Een SaaS-model voor opties en de auto die deelt wat hij rijdt ▶ 49:21

Een verschuiving die de hele auto-industrie treft, niet alleen Polestar, is het opduiken van Software-as-a-Service-modellen voor wagenfuncties. Software updates, navigatie-uitbreidingen, performance-tuning op afstand. Het past bij een wagen die als hoogtechnologisch product steeds dichter bij een smartphone staat.

“Service as an option zal effectief gaan komen. Vandaag is het nog kleine dingetjes, maar het wordt een standaard over alle merken heen.“

Polestar werkt voor het operating system samen met Google, een keuze die maakt dat de wagen Google Maps en CarPlay als standaardfunctionaliteiten draagt. Een host duwt door op de privacy-implicaties van een wagen die continu data deelt. Eeckman antwoordt dat Polestar als commerciële organisatie geen toegang heeft tot rij-data, dat alle gegevens geanonimiseerd zijn, en dat alleen in extreme gevallen, zoals een dodelijk ongeval of een diefstal, een blackbox-functie wordt geactiveerd. De relatie tussen gebruiker en data verloopt via Google, niet via Polestar.

Voor het delen van wagens als deelmodel is Eeckman terughoudend over het Belgische perspectief.

“België is een land van lintbebouwing. Voor 700 huizen krijg je twee plaatsen voor deelwagens. Dat is te weinig om een echte gedragsverandering uit te lokken.“

In metropolen werkt het wel, en het zal een toename zijn in het globale aanbod. Maar de Belgische infrastructuur en cultuur ondersteunen volgens haar geen breed deelmodel binnen de komende jaren. Wat wel verschuift, is de leeftijd waarop een eerste wagen aangekocht wordt. Haar oudste zoon van vijfentwintig kreeg pas onlangs zijn eerste bedrijfswagen, na jaren te hebben gefunctioneerd zonder eigen wagen. Een patroon dat ze in haar gezin van vijf kinderen herkent.

Polestar 6 en de no compromise-USP ▶ 1:00:04

In de afronding stelt een host Eeckman een minder gepolijste vraag: verkoop me een Polestar. Wat is de unique selling point van het merk?

“No compromise. Het is een hele esthetische auto, met een minimalistisch design, doordacht tot in elk detail. Onze duurzaamheid is uniek en transparant. En dan de performance, de auto's zijn ongelooflijk fun om mee te rijden.“

De Polestar 6, een GT-performancewagen die in oktober 2024 op de Knokke-Zoute Grand Prix wordt gelanceerd, illustreert die positionering. Engineers met race-circuit-achtergrond hebben de wegligging en het rijgevoel ontwikkeld vanuit een sportieve traditie, en niet alleen vanuit nul-uitstoot-eisen.

In het laatste kwartier van het gesprek wisselt Eeckman tussen de zakelijke logica van een Beneluxchef en de wat persoonlijker bedoelde reflectie van iemand die in een sector zit waar de toekomstvragen tasten naar de actuele businessrealiteit. Het is een sector waar elektrificatie geen ideologie meer is maar regelgeving, waar SaaS-modellen geen futuristische gedachte zijn maar concurrentievoordeel, en waar een merk dat vijf jaar oud is, met een Zweeds-Chinese aandeelhoudersstructuur en een Belgische CEO, op een markt opereert die in -11 procent staat.

“Wij zijn echt wel de juiste dingen aan het doen. We zijn op het goede pad.“

Voor wie het Polestar-verhaal kent, klinkt die zin uitgesproken bescheiden. Voor wie het niet kent, is het de toon van een merk dat in een industrie van rollercoasters voor één keer de relatieve comfort van een Polestar-genoteerd dashboard mag dragen, met een batterij-indicator die voor een verandering naar boven beweegt.