In de Melkerij in Brasschaat heft Stefan Goethaert zijn glas Discours-whisky. De CEO van Colruyt Group is langs gekomen voor een gesprek dat in de Vlaamse retailwereld zelden in deze vorm gebeurt. Geen perspraat, geen belegrechtvaardiging, wel een uur lang doorpraten over wat het betekent om aan het hoofd te staan van een lokaal verankerd bedrijf met meer dan tien miljard euro omzet en dertigduizend werknemers in België.

Goethaert kwam binnen op het moment dat een onbedoelde culturele lapsus in de boekhouding genoteerd staat als de drukste agenda van het podcast-jaar. Hij was de eerste CEO die zonder voorbehoud over de symbiose tussen zelfstandige Spar-uitbaters en geïntegreerde Colruyt-winkels durfde te praten, en die de paritaire comités niet als gegeven beschouwt maar als een Belgische curiositeit die al tientallen jaren had moeten worden vereenvoudigd.

Wat er allemaal onder de vlag van Colruyt Group zit ▶ 1:31

De meeste consumenten kennen Colruyt van de Colruyt-winkels, OkayDay en Spar. Maar Goethaert wil meteen het bredere beeld schetsen. Voeding is de grootste tak, maar lang niet de enige.

In B2B-distributie zit Solutions actief, met merken als Daddies en Val Frame. In gezondheid zit NewPharma actief in België, Frankrijk, Duitsland, Nederland en Zwitserland, plus een gezondheidsplatform Yobo waar apothekers op aangesloten zijn, en sinds kort vier fysieke apotheken. In fashion zitten Zep, Bike Republic en Carré onder de overkoepelende vlag Fashion Society. Daarnaast nog Mirias, een team van enterprise- en IT-architecten die diensten aan andere bedrijven leveren, een eigen drukkerij, en een resterende participatie van 30 procent in energiespeler Virya.

“Ja, het is breed. Het is echt wel een waanzinnig bedrijf en toch weer een knapstaaltje Vlaams-Belgisch ondernemerschap.“

De groep doet ondertussen tussen 10,5 en 11 miljard euro omzet. Het is daarmee een van de grootste Belgische bedrijven die nog steeds lokaal verankerd zijn, in een tijd waarin Vlaanderen wel goed is in bedrijven creëren maar minder in ze hier houden. Goethaert benadrukt dat de familie nog altijd het merendeel van de aandelen bezit en dat de raad van bestuur betrokken is met meerdere familieleden, ondanks de beursnotering die af en toe ter discussie wordt gesteld.

“Ik hoor die vraag al tien jaar. Ze blijft komen, we blijven antwoord geven.“

Twee modellen in food retail, en waarom ze elkaar nodig hebben ▶ 5:21

Goethaert beschrijft food retail als een markt met twee modellen: grote internationale spelers die hun model van land naar land kopiëren, en lokale spelers die verticaal verankerd zijn. Colruyt valt in die tweede categorie, en de keuze is bewust.

“We zijn één van de weinige die effectief end-to-end volledig in België georganiseerd zijn. Maar dat komt met een kost.“

Dat eind-tot-eind betekent: voedingsproductie, eigen logistiek, eigen distributie, plus een belang in lokale landbouw. De groep werkt rechtstreeks samen met ongeveer zesduizend Belgische landbouwers, sommigen al meer dan dertig jaar.

“Als het een keer moeilijk gaat, een seizoen is moeilijk of wat dan ook, probeer je elkaar te helpen. Het leidt tot niets om de zaken onmogelijk te maken voor die producent. Want dan kan die het toch niet volhouden en volgend jaar moeten we een ander zoeken.“

De winstmarges in de sector zijn dun. De groep noteerde over het laatst gepubliceerde boekjaar 4,1 procent EBIT. “Vooraan in het peloton“, noemt hij dat zelf, maar tegelijk een marge die een paar tegenslagen niet veel ruimte geeft. Dat geldt voor de hele sector, en het verklaart waarom schaal en efficiëntie zo centraal staan.

Een Belgische loonkost-paradox van 25 tot 30 procent ▶ 25:18

Wat Goethaert benoemt als een eigen Belgische curiositeit, is wat in de wandelgangen “paritaire comités“ heet. Eenzelfde job kan binnen Belgi�� in een ander paritair comité 25 tot 30 procent meer of minder betalen, afhankelijk van het systeem waarin de werknemer valt.

“Dat is een heel oud, bollig systeem. Dat had eigenlijk al tientallen jaren geleden kunnen aangepast zijn. Nooit gebeurd. We zitten daar voor min of meer dezelfde activiteiten van klein tot heel groot, met vijf verschillende paritaire comités en zelfs nog subcomités.“

De redenering achter zijn pleidooi is niet om het paritair comité af te schaffen of zelfstandige ondernemers te ontmoedigen. Integendeel, Goethaert verdedigt dat zelfstandige Spar-uitbaters en geïntegreerde Colruyt-winkels naast elkaar moeten kunnen bestaan. Een grote groep kan in duurzaamheid en technologie investeren wat een kleine ondernemer niet kan. Een lokale Spar-uitbater met een slager-achtergrond kan op een manier verankerd zijn die een ketenmodel niet kan reproduceren.

“Die twee systemen vinden we moeten naast elkaar kunnen blijven bestaan. Maar dat is moeilijk in een Belgische context.“

Het probleem is volgens hem niet de duale structuur, het is de complexiteit. Vijf paritaire comités met subcomités voor in essentie dezelfde activiteiten, dat lukt niet meer in een tijd waarin loonkost het verschil maakt met buitenlandse concurrenten.

“Ik denk dat er ten minste een stuk vereenvoudiging zou kunnen komen. Misschien twee soorten in plaats van vijf. Dat je het niet allemaal complexer maakt.“

Waarom een Colruyt-winkel niet hoeft te oogen ▶ 33:43

Een host stelt Goethaert een directe vraag waarvoor de meeste CEO's een gepolijst antwoord paraat hebben: “Het oog wil ook wat, maar als je bij Colruyt binnenkomt, heb je dat gevoel niet.“

Goethaert geeft een eerlijk antwoord. De keuze voor een soberder winkelconcept is niet onbedoeld, het is een onderdeel van de waardepropositie. “Een Colruyt-winkel is een Colruyt-winkel.“ Dat impliceert een zekere code die regelmatig buitenlandse bezoekers verrast, maar die in de logistieke processen een efficiëntiewinst oplevert die in de prijszetting zichtbaar is.

“Daarvoor moet je het uiteindelijk niet doen, want dat gaat nooit het verschil maken. Maar ook over de logistieke processen: je moet ook op een efficiënte manier die producten in de rekken krijgen.“

Die efficiëntie reikt tot in details die alleen bij grote schaal renderen. Goethaert vertelt over de plastic flappen aan de koelvitrines, die een tijdje waren verwijderd “voor het gemak“, en die tijdens de energiecrisis terug werden gehangen omdat tests aantoonden dat ze “echt wel een substantiële energiebesparing“ opleverden. Het bedrag noemt hij niet, maar het was groot genoeg om de operationele last te rechtvaardigen.

In dezelfde lijn investeert de groep volgens hem in eigen winkelinfrastructuur omdat dat de CO2-voetafdruk van een aankoop merkbaar lager maakt. Hij geeft geen exact cijfer, maar schat dat een aankoop bij Colruyt 20 tot 50 procent minder CO2-impact heeft dan eenzelfde aankoop bij een concurrent.

Honderd mensen die niets anders doen dan prijzen vergelijken ▶ 36:50

De claim “lokaal de laagste prijs“ wordt operationeel afgedwongen door een team van ongeveer honderd mensen die niets anders doen dan prijzen monitoren. De claim geldt voor merkproducten en wordt ook voor eigen merkproducten gevolgd. Wanneer een concurrent een actie of een prijsbeweging doorvoert, wordt het systeem geactiveerd om de Colruyt-prijs te corrigeren.

“Elke dag zijn er honderd mensen die niks anders doen dan prijzen vergelijken. En elk jaar krijg ik wel een paar keer de vraag: hoe lang gaan we dat nog volhouden? En dan zeg ik: we doen dat nu al vijftig jaar. We zullen dat waarschijnlijk nog vijftig jaar blijven doen.“

De concurrentie met discounters als Aldi en Lidl beschrijft hij als complementair eerder dan vervangend. Wat Colruyt typeert, zijn grote karren met grote aankopen. Dat is een ander gebruikspatroon dan een Aldi-bezoek, en het verklaart waarom het discounter-model de lokale concurrentie niet zomaar overneemt.

Een host plaatst de moreel-economische kritiek op tafel: een laagste-prijs-claim drukt automatisch op leveranciers en kan boeren benadelen. Goethaert antwoordt zonder ontkenning. Er zijn twee soorten onderhandelingen.

“Met de grote internationale groepen, daar gaan we het spel ook spelen zoals zij het spelen. Dat moet correct verlopen, maar we hebben elkaar ook nodig.“

Met lokale producenten en boeren is het anders. Daar staat duurzaamheid in de relatie boven de eenmalige prijsdruk. De groep onderhandelt soms in internationale verbanden, bijvoorbeeld via Agor (een Zwitsers-Italiaans-Spaans-Duits-Belgisch retail-consortium), maar voor de tienduizend Belgische leveranciers ligt de vector op continuïteit.

Wat consumenten écht onder duurzaamheid verstaan ▶ 8:26

Een paar jaar geleden heeft Colruyt Group consumenten gevraagd wat duurzaamheid voor hen betekende. Het antwoord was, vóór covid al, niet wat de marketingafdeling had verwacht.

“By far het belangrijkste onderdeel voor een consument als het gaat over duurzaamheid, was gezondheid.“

Die uitkomst heeft de strategie van de groep mee bepaald. Voeding wordt niet alleen gepositioneerd als een functioneel product maar als een gezondheidsfactor. Goethaert wijst op de macro-trends die in de andere richting wijzen: obesitas en diabetes-cijfers die in België verder oplopen, en een gezondheidssysteem dat onder financiële druk staat.

“Gezondheidszorg begint meer en meer onbetaalbaar te worden. Volgens mij is er maar één manier om daarmee aan de slag te gaan: meer inzetten op preventie en de curatieve kosten naar beneden halen.“

De groep claimt dat een rol te kunnen spelen via voeding, beweging, slaap en stress. Het Yobo-platform en de NewPharma-tak passen in die positionering, maar Goethaert is voorzichtig om te zeggen dat een retailer alleen het probleem kan oplossen. “Het gaat ook over inspiratie en goede informatie.“ Een consument kan vandaag perfect 100 procent gezond leven, het assortiment is er, maar het vraagt cognitieve inzet die de meeste mensen niet automatisch aan een supermarktbezoek koppelen.

Online groeit niet meer spectaculair, en dat is een keuze ▶ 6:54

Tijdens covid is de online-tak gegroeid, maar daarna stabiliseerde het patroon. Wat Colruyt ondertussen wel anders deed, is de uitbreiding van het Collect & Go-netwerk: pickup-points en huisleveringen die een steeds bredere geografische dekking kregen.

“Tijdens covid heeft dat een boost gekregen, maar het is niet zwaar afgevlakt daarna. Eigenlijk redelijk constant gebleven. Maar het stijgt niet spectaculair door.“

De fysieke winkel blijft volgens Goethaert het hart van het foodgebeuren, vooral voor verse producten. Mensen willen zelf kiezen, zien, en vergelijken. De online-groei is daardoor structureel begrensd door consumentenvoorkeur, niet door technische capaciteit.

Vakbonden, symbiose en de rode lap van het oude conflict ▶ 29:08

Goethaert plaatst de relatie met de vakbonden in een lange-termijn-frame. De vakbond heeft zijn rol gespeeld toen het kapitalisme de extreme uitwassen produceerde, maar het systeem moet nu zijn eigen succes onder ogen durven zien.

“Op een bepaald moment heeft een systeem zijn doel bereikt en moet het zien dat het zichzelf niet per ongeluk in de voet schiet. We zijn op dat moment gekomen waarin we voelen dat 'altijd verder en verder gaan' op een gegeven moment een middel is dat het doel verwart.“

Hij benadrukt dat positief ondernemerschap leidt tot een omgeving waarin medewerkers willen werken. Werkgever en werknemer zijn voor hem geen abstracten meer, het is een symbiose. Binnen Colruyt Group beschrijft hij de relatie met de syndicale partners als constructief.

“Ik vind dat we daar echt herkend zijn als een voorbeeld voor velen. Dat vraagt inspanning langs beide kanten.“

Maar systemen die al decennia bestaan, hebben hun eigen inertie. Bijsturen vergt politieke wil die over partijgrenzen heen reikt, en die wil ontstaat zelden vanzelf.

Wat een Vlaams-Belgische groep van 11 miljard met de toekomst doet ▶ 47:34

Op de vraag naar de groepsambitie geeft Goethaert geen omzetdoel maar een meerdimensionaal antwoord. Hij verwijst naar de “5 P's“ waarmee de groep stuurt: financieel, mensen, planeet, plus twee meer recente. Een EBIT-marge tussen 4 en 5 procent ziet hij als noodzakelijk om duurzaam te blijven investeren, want de groep stopt jaarlijks meer dan 400 tot 450 miljoen euro in nieuwe infrastructuur, gebouwen en technologie.

“Het is niet zo dat we morgen zeggen: stagnatie, we zijn tevreden, laat ons gewoon efficiënter worden. Je moet daarin blijven evolueren. In leven blijven is groei.“

De cash-and-carry-formule is een concrete uitbreiding: vier nieuwe winkels exclusief voor professionele klanten, met de ambitie om dat aantal te verdubbelen. Ze ontstonden uit de vaststelling dat professionelen met grote karren in de gewone Colruyt-winkels het assortiment voor andere consumenten dreigden uit te dunnen.

Een familiebedrijf dat in generaties denkt, niet in kwartalen ▶ 47:34

Wat in het hele gesprek meermaals terugkomt, is het lange-termijn-perspectief dat een familiebedrijf van een beursgenoteerde concurrent onderscheidt.

“Als wij spreken over de lange termijn, dan gaat dat niet over de volgende vijf jaar. Dan spreken we over de volgende generaties.“

Dat verklaart waarom de groep durft investeren in eigen vastgoed voor Colruyt-winkels (terwijl de Spar-zelfstandigen in veel gevallen zelf in hun gebouwen investeren), in interne logistieke infrastructuur, en in technologie waarvan de payback over een decennium loopt. Het verklaart ook waarom de paritaire-comité-discussie voor Goethaert een lange-termijn-prioriteit is, ook al ligt de beslissing niet bij hem.

In de afronding zegt hij iets dat opvallend is voor een CEO van een grote groep. Niet de omvang is de drijfveer, het is de duurzaamheid in de tijd. Een groep van 20 miljard die over een paar jaar weer in een herstructurering zit, is voor hem geen succes. Een groep van 11 miljard die over vijftig jaar nog steeds onder Belgische verankering opereert, lokale leveranciers in stand houdt en duurzaamheidsambities concreet maakt, is dat wel.

“Het is meer de beweging die je in leven moet houden.“