In de Melkerij in Brasschaat staat een glas Discours-whisky voor Axel Ronse. De fractieleider van N-VA in het Federaal Parlement merkt droogjes op dat het in de cafetaria van zijn werkplek niet zou mogen. “Federaal is dat ook verboden.“ Maar niets belet een minister of een fractieleider om de avond door te brengen met een gesprek dat in een politiek bedrijf van detectoren en lekken zelden zo openlijk verloopt.

Ronse zit in zijn eerste honderd dagen als fractieleider in een meerderheid die zichzelf begin dit jaar vormde rond een Arizona-coalitie van N-VA, MR, Vooruit, CD&V en Engagés. De tegenstellingen zijn ideologisch scherp, het regeerakkoord ambitieus, en de begrotingsuitdaging buitenmaats. Hij vertelt erover met een mengeling van trots, voorzichtige hoop en de droge nuchterheid van iemand die bereid is om “elke week dingen te stemmen waar je tegen bent en elke week dingen weg te stemmen waar je voor bent.“

"Federaal is een ongelooflijk machtig parlement" ▶ 2:17

Ronse heeft jaren in het Vlaams Parlement gezeten voordat hij naar Brussel verhuisde. Het verschil tussen beide is voor hem geen gradatie, het is een sprong.

“Federaal parlement is een ongelooflijk machtig parlement dat echt leidt tot ideologische grote debatten. Ik kom uit het Vlaams Parlement, dat was een redelijk saai parlement. Zakelijk. Federaal gaat het echt over heidens diepe debatten.“

De aanwezigheid van wat hij “alle toppers uit de politiek“ noemt, helpt. Paul Magnette van de PS, Bart De Wever als premier, Georges-Louis Bouchez van MR. Het is een arena waar ideologische tegenstellingen “eigenlijk nog nooit zo groot zijn geweest“, en waar de Latijnse cultuur van de Franstalige partijen een toonzetting brengt die in het Vlaams Parlement systematisch ontbreekt.

Voor wie net uit het oppositie-veld komt, lijkt het meerderheidsleven beperkend. Ronse vindt het tegendeel. “Als je een deftig regeerakkoord maakt en een deftig beleid in elkaar sleutelt, dan is dat fantastisch om dat te mogen verdedigen. Zeker tegen oppositiepartijen zoals PVDA, PS en Groen.“

Waarom een meerderheidspartij nul keer tegen haar eigen voorstel stemt ▶ 3:49

Een host stelt de vraag die elk eerlijk parlementair gesprek vroeg of laat krijgt: hoe vaak stem je tegen een voorstel dat uit de eigen regering komt?

“Uit de regering komend, nul keer.“

Ronse rekent het ook af met een retoriek die in de Vlaamse media regelmatig opduikt. Een meerderheidspartij die haar eigen voorstellen wegstemt, breekt de regering op vertrouwensbreuk en valt. “Op zich vind ik dat niet erg. Maar dat zou een gezond functioneren van een democratie ondergraven.“ Een host plaatst er een nuance bij dat een fractie ook 150 individuen niet at random over wetten kan laten beslissen. Ronse erkent dat. “Het mooie aan een partij is dat ze veel mensen samenbrengt onder een koepel. Niet iedereen is het eens. Dat zou heel straf zijn. Het zou niet goed zijn zelfs.“

Maar de principekwestie blijft staan. Voor Ronse zijn de grote lijnen belangrijk. Een overheid die minder belastingen heft, meer mensen aan de slag krijgt, de schuldgraad telt en ondernemen stimuleert. Wie dat onderschrijft, accepteert de details als compromis.

“Als je impact wilt hebben in de politiek en stenen wilt verleggen, dan moet je bereid zijn om elke week dingen te stemmen waar je eigenlijk tegen bent en elke week dingen weg te stemmen waar je voor bent.“

250.000 Belgen langer dan twee jaar werkloos en wat een wet om dat in te tomen kan opleveren ▶ 7:40

De meest ingrijpende hervorming die Ronse persoonlijk in dit regeerakkoord heeft helpen vorm geven, is de tijdsbeperking van de werkloosheidsuitkering. Het cijfer dat hij erbij plaatst, is opvallend.

“250.000 mensen zijn langer dan 2 jaar werkloos in dit land.“

De simulatie waar hij mee werkt, gaat ervan uit dat van die 250.000 personen ongeveer een derde zou doorstromen naar ziekteuitkering of leefloon, terwijl de rest weer aan het werk gaat. Het netto-budgettaire effect zou ongeveer 1,5 miljard euro besparing zijn.

“Het is veel geld. Maar op de totale budgettaire uitdaging die we hebben, is dat in de marge.“

Want het tekort van de federale overheid bedraagt momenteel 27 miljard euro. Als de huidige trend doorzet, zou dat tegen 2029 oplopen tot 43 miljard. De werkloosheidshervorming alleen heeft die ramp niet gestopt, maar zonder die hervorming was er volgens Ronse geen geloofwaardige startpositie.

De grote zorg in zijn eigen analyse is doorstroom-misbruik. Wie van de werkloosheid gaat, kan in de richting van de ziekteuitkering of het leefloon worden gestuwd, zeker via wat hij “mentale gezondheid“ noemt. Bij een gebroken arm is het bewijs simpel; bij een burn-out of een depressie wordt de toets ingewikkelder.

“Die toegangspoort richting de ziekteuitkering, die moet wel goed dichtgetimmerd zijn. Iemand die werkelijk mentaal ziek is, kan ik helemaal begrijpen dat hij niet moet opgeroepen worden om te werken.“

De controle blijft volgens hem vooral een Waals probleem, “waar daar nauwelijks op gecontroleerd is“ volgens hem. De N-VA-positie is dat de hervorming zonder strikte controle aan de inkomende kant geen besparing oplevert maar alleen een verschuiving.

Hoe het regeerakkoord wel de structuur aanvalt en waarom dat niet genoeg is ▶ 12:15

Naast de werkloosheidshervorming zit in het regeerakkoord een serie maatregelen die Ronse “een echt plan“ noemt. De pensioenhervorming. De aanpak van langdurige zieken. Het aanspreken van dokters die volgens hem te veel ziekteattesten voorschrijven, soms onterecht. Mensen die langdurig ziek zijn worden onderworpen aan een herzicht of ze nog kunnen werken in een andere sector. Plus de meerwaardebelasting, die N-VA er in een coalitie-onderhandeling met Vooruit bij heeft moeten nemen.

“Ik ben absoluut geen fan van een meerwaardebelasting. Maar ik vind in het geheel der dingen, om een regering te kunnen maken die doet wat we nu doen, neem ik het er wel graag bij. Vooruit was daar heel cruciaal in. Ze zeiden: als we heel veel vragen aan alle mensen, dan vinden wij ook dat degenen die winst maken op de verkoop van aandelen een deel mogen bijdragen. Dat wordt afgetopt op 500 miljoen.“

De fiscale lijn van het akkoord is voor de werknemer netto positief. De belastingsvrije som wordt opgetrokken; werkgeversbijdragen op laagloon-jobs gaan omlaag. Onderaan de streep voorspelt Ronse 1,2 tot 1,5 miljard euro minder belastingen op het einde van de legislatuur dan vandaag.

Een host plaatst er een algemene reflectie naast: in deze hervorming valt het op dat de scope incrementeel blijft. Geen sprong, geen 10 procent fiscale verlaging, geen breaking up van een bestaand systeem. Ronse erkent dat openlijk.

“We zijn meer van hetzelfde aan het doen, hè. Het was eigenlijk mijn grootste bedenking bij de regeringsonderhandeling. Je vertrekt van bestaande structuren en gaat na hoe je dat kunt verbeteren. Maar zeker in België zou je voor een aantal beleidsdomeinen, fiscaliteit, sociale zekerheid, arbeidsrecht, gewoon van een totaal nieuw wit blad moeten vertrekken.“

Hij zou er zelfs een nieuw initiatief voor willen, partijoverstijgend, gericht op een radicale herformulering. Een ambitie die hij toegeeft op dit moment niet in een coalitieakkoord te kunnen krijgen.

Het West-Romeinse rijk en wat Trump aan Europa heeft duidelijk gemaakt ▶ 28:17

Wanneer Ronse over Europa spreekt, gebruikt hij een metafoor die in een N-VA-monoloog ongebruikelijk is.

“Wij zijn eigenlijk een beetje het West-Romeinse rijk dat in verval is. We hebben het heel goed. We zijn een welvaartsland. Maar dat is eigenlijk gevaarlijk. We zijn daardoor arrogant geworden, een beetje lui, naïef blind.“

In dezelfde geest plaatst hij Trump en JD Vance. Niet als bewonderde figuren, integendeel. Maar als wake-up-call. “Trump en Vance hebben de ogen van Europa geopend en hebben ons wakker geschud.“

“Je kunt zeggen wat je wilt en de manieren waarop. Maar als je puur kijkt naar de core: he gets shit done.“

Wat in Washington in een paar weken op de rails wordt gezet, kan in Brussel jaren duren. Of niet eens gebeuren. Ronse spreekt zich niet uit over de wenselijkheid van Trump-beleid, maar over het tempo dat eruit blijkt. “Er is een mogelijkheid om snelheid te pakken om dingen te kunnen keren waar wij ook nood aan hebben.“

Een wit blad voor fiscaliteit, sociale zekerheid en arbeidsrecht ▶ 26:00

De passage over een “wit blad“ is voor Ronse niet een retorische dramaformulering. Hij meent het. Een nieuwe arbeidsmarkt, een nieuwe fiscaliteit, een nieuwe sociale zekerheid. Ontworpen vanaf nul, niet als incrementele aanpassing van een bestaand systeem dat al decennia uit zijn voegen is gegroeid.

“Ik vind dat we eens partijoverstijgend moeten kijken. Met de PS, gelijk welke partijen die daaraan willen meewerken. Iets dat ervoor zorgt dat we met minder overheidsbeslag, minder vette staat, meer onze kerntaken kunnen doen.“

Een host plaatst de vraag of het huidige consensusmodel zich daartoe leent. De vergelijking met Zwitserland is opvallend: ondanks Ronse's pleidooi voor een Vlaamse versie van directere democratie, scoort Zwitserland in democratie-indexen vaak hoger dan België. Iets in onze besluitvorming is niet alleen traag maar ook structureel onderontwikkeld.

“We zijn een flawed democracy, hè. Als je naar de cijfers kijkt, scoren we niet beter dan Zwitserland.“

De Europese Commissie en de gold-plating-paradox ▶ 29:51

Ronse beschrijft zichzelf als pro-Europeaan. De Europese Unie heeft volgens hem op een aantal terreinen veel meer slagkracht nodig: defensie, een interne vrije markt, geopolitieke positionering. Maar hij is uitgesproken kritisch over hoe de Commissie haar bevoegdheden uitoefent.

“Een Europese Commissie die totaal niet democratisch is, dat bestaat uit bureaucraten. Niemand weet vanwaar een Europese richtlijn komt. Die moeien zich met wat er in de huiskamer gebeurt.“

Bijna de helft van de wetgeving die in het Belgische parlement wordt gestemd, is volgens hem omzetting van Europese richtlijnen. Daar bovenop komt nog “gold-plating“: het verschijnsel dat lidstaten Europese normen strenger maken dan vereist. België doet dat, volgens Ronse, structureel.

“Europa vindt dan dat elke werknemer mag weten van zijn collega wat hij verdient en een bedrijf moet gestraft worden als ze dat niet zet. Dat soort dingen, laat dat allemaal gewoon lokaal gebeuren.“

De ironie van zijn positie is dat hij precies dezelfde redenering gebruikt voor België als hij voor Europa gebruikt: kerntaken, focus, geen scope creep. Maar in de praktijk wordt fingerpointing aan beide kanten gespeeld. “Belgische politici wijzen graag naar Europa. Maar wij stemmen ook dingen die ik niet had verwacht.“

Waarom Ronse senaat afschaffen geen goed idee vindt ▶ 39:02

Een host plaatst een vraag waarover binnen N-VA wel eens onenigheid is: de senaat. De partij steunt de afschaffing. Ronse niet, en hij zegt het openlijk.

“Ik ben het daar dus niet mee eens. Het is niet omdat mensen het zo slecht hebben benut, dat het idee en het instrument as such niet goed was. Het is gewoon keislecht benut, waardoor mensen het slechte willen afschaffen.“

Een evocatierecht, een grondwettelijke toetsing op afstand van de kamer, een orgaan dat los van de waan van de dag in de tijdsgeest blijft denken: dat is volgens Ronse een orgaan dat een democratie sterker maakt. Hij geeft toe dat de huidige senaat dat al lang niet meer is. Senatoren zijn geen grondwetspecialisten, het zijn parlementsleden zoals andere. Maar dat is een implementatiefout, geen ontwerpfout.

“Je gaat zien, binnen 100 jaar gaat blijken dat dat toch zinvol was. Dan wordt dat terug ingevoerd.“

Een rechtstreeks verkozen premier voor België? ▶ 34:26

Een idee waarvoor Ronse zich zonder voorbehoud uitspreekt, is een rechtstreekse verkiezing van de uitvoerende macht. Een Belgische premier, gekozen via algemeen stemrecht, niet via een coalitieformatie.

“Dan moet je geen coalities meer vormen. Je hebt mogelijk wel het probleem dat je nu in Frankrijk hebt, een cohabitation, waarbij je uitvoerende macht anders is dan je wetgevende macht. Maar dan wordt een parlement echt een parlement. En dan wordt een uitvoerende macht ook echt een uitvoerende macht.“

Het idee komt voort uit een bredere observatie: in het huidige Belgische bestel is de premier afhankelijk van zijn coalitiepartners voor elke wet. In Amerika kunnen Republikeinse senatoren tegen Trump-wetgeving stemmen, en het systeem werkt nog. In België valt een regering bij de eerste tegenstem.

“Voor mij mag die shift onmiddellijk gemaakt worden. Op dit moment is dat geen actueel debat. Maar als het 20 jaar kan, mag het 20 jaar.“

Nomenclatuur, ministerlonen en de prijs van topprofielen ▶ 43:36

Wanneer een host vraagt naar de wijdverbreide kritiek dat parlementsleden te veel verdienen, geeft Ronse een antwoord dat in N-VA-context ongebruikelijk is.

“Ik vind verschrikkelijk dat partijen mensen daarop kannibaliseren. Politiek is je leven. Je kan dat niet doen als een job.“

Hij verdedigt geen wansmakelijke privileges, maar de marktconforme vergoeding voor topprofielen. Topfiscalisten in de advocatuur verdienen het dubbele of het driedubbele van een parlementslid. Wie graag een top-fiscalist in het parlement wil zien zitten om over nomenclatuur in de gezondheidszorg of over kernenergie-regelgeving te kunnen beslissen, moet aanvaarden dat het beroep een redelijke vergoeding krijgt.

“Als gezondheidszorg, nomenclatuur, artsenvergoedingen, ereloonsupplementen, een complexe materie. Daar heb je mensen voor nodig die dat door en door kennen. Energie, mensen die iets weten van kernenergie. Als je daar topprofielen wil halen, moeten die marktconform verdienen.“

Wat hem wel hindert, is wat hij “prutserij“ noemt. Te veel parlementsleden die het mandaat niet waard zijn. Het aantal parlementsleden moet volgens hem omlaag. De individuele lonen niet.

"We liggen op de bodem van de zee" ▶ 12:15

In de afronding van het gesprek formuleert Ronse zijn ambitie voor deze legislatuur in een beeld dat zijn eigen relativering al meebrengt.

“Ik zeg altijd: we liggen nu op de bodem van de zee. En als we binnen vijf jaar opnieuw het zeeoppervlak zien, dan ben ik al content. Met het zeeoppervlak zien wil zeggen: we liggen nog altijd 3 à 4 meter eronder. Maar ik wil de zon al door de zee zien schijnen.“

Het is een ambitie die geen revolutie belooft, ook geen volledige bestuursherschrijving. Wel een richting. Een fractieleider die weet dat de zee diep is, dat het zicht beperkt, en dat een coalitie zoals deze maar zoveel kan dragen. Maar die er met overtuiging voor kiest dat dat richting boven beweging boven stilstand is.

In een politiek bedrijf waarin pessimisme en cynisme bijna kernvaardigheden zijn geworden, klinkt dat tegelijk nuchter en zeldzaam.