In de Melkerij in Brasschaat staat een glas Discours-whisky voor Rika Coppens. De CEO van House of HR proeft voorzichtig en glimlacht. “Het is zoet, het is gelijk limonade.“ Een whisky-drinker is ze niet, maar ze laat zich verleiden door de inclusieve gewoonte van het format. Coppens kwam binnen met een correctie van haar voorstelling. “Geen CEO meer van Accent. Zo ben ik gestart bij House of HR. Maar ondertussen zit daar iemand anders, Stijn Vandervorst.“ Een vroeg klein punt dat haar managementstijl typeert: zij houdt graag de verhoudingen scherp, ook over haarzelf.

House of HR is een internationale groep met tien zogeheten “powerhouses“ in HR-services. Accent is daarvan de Belgische bekendste. Coppens leidt het geheel, met operaties in België, Nederland, Frankrijk, Duitsland, Spanje, Italië, Polen en Roemenië. In dat laatste land heeft de groep een specifieke functie: internationale rekrutering. Het is een term die Coppens bewust verkiest boven “arbeidsmigratie“.

Tien powerhouses, één doel: gespecialiseerde matching ▶ 2:18

Het organisatiemodel van House of HR is opgebouwd rond gespecialiseerde dochterondernemingen, geen brede generalisten.

“We hebben tien powerhouses, en elk powerhouse heeft eigenlijk zijn eigen specialisatie. Omdat we daardoor merken dat als we gespecialiseerd te werk gaan, we veel meer waarde kunnen toevoegen. Zowel naar de kandidaten als naar de klanten.“

Het missie-spectrum loopt breed: van iemand die voor vijf uur achter een bar moet staan, tot een IT-specialist die een implementatieproject moet trekken, tot een permanente aanwerving voor een ziekenhuis of een publieke instantie. Wat de specialisatie volgens Coppens oplevert, is dat een powerhouse kan inschatten wat een sector écht nodig heeft, en dat klanten zonder uitleg-overhead worden bediend.

Vijf manieren om een arbeidstekort op te vangen ▶ 3:50

België, en bij uitbreiding heel Europa, kampt met de laagste werkloosheidscijfers in de moderne geschiedenis en met een structureel tekort aan arbeidskrachten. Coppens telt vijf hefbomen om dat tekort op te vangen: met zijn allen langer aan de slag blijven, zoveel mogelijk werklozen en langdurig zieken activeren, flexibiliteit toevoegen, en internationale rekrutering.

“Veel mensen geven aan dat ze eigenlijk wel meer willen werken, maar op voorwaarde dat ze zelf kunnen kiezen waar en wanneer.“

Het is een lijst die in het Vlaamse politieke debat zelden zo systematisch wordt gepresenteerd. Wat opvalt, is dat Coppens geen voorkeur uitspreekt voor één van de hefbomen. “De oplossing is een combinatie van alles.“ Wie alleen op internationale rekrutering inzet, lost de mismatch tussen vraag en aanbod niet op. Wie alleen op activering inzet, vergeet dat een grote groep niet zomaar in actief werk te krijgen is.

Waarom "internationale rekrutering" en niet "arbeidsmigratie" ▶ 4:36

De terminologie is voor Coppens niet retorisch maar inhoudelijk. Wanneer een woord automatisch politiek geladen is, sluit het de discussie af voordat de feiten op tafel liggen.

“Arbeidsmigratie heeft inderdaad altijd een beetje de connotatie van volume voor meer laaggeschoolde jobs. Zo klinkt dat vaak.“

Een Belgische werkgever zoekt niet “iemand uit Polen“ of “iemand uit Brazilië“. Hij zoekt iemand die een specifieke job kan doen waarvoor in België niet voldoende kandidaten zijn.

“Het is gewoon: ik heb hier bepaald werk te doen en ik vind het hier niet.“

Het tekort manifesteert zich op alle scholingsniveaus, niet alleen in laaggeschoolde sectoren zoals bouw of horeca. Ook hooggeschoolde profielen, IT-specialisten, onderzoekers in de farma, ingenieurs, zijn schaars. Soms is het tekort het gevolg van te weinig opleiding, soms van arbeidsmarktomstandigheden die ervoor zorgen dat een job onaantrekkelijk is geworden.

“Schaarste voor een bepaalde job bestaat niet alleen omwille van het feit dat het ongelooflijk hoog geschoold is, maar in veel gevallen ook omdat de omstandigheden ervoor gezorgd hebben dat we in België niemand vinden die die job nog wil doen.“

40.000 officiële arbeidsmigranten, 200.000 gedetacheerden ▶ 6:54

De cijfers die Coppens op tafel legt over arbeidsmigratie naar België zijn voor een Belgische lezer mogelijk verrassend.

“Als je kijkt, de meeste buitenlandse arbeidskrachten die in België zitten komen eigenlijk niet binnen via arbeidsmigratie of internationale rekrutering. Dat zijn er een 40.000 in België. Het gros, 200.000, komt binnen via detachering.“

Detachering is het juridische mechanisme waarbij een buitenlands bedrijf, Tsjechisch, Slowaaks, Spaans, Pools, zijn werknemers tijdelijk in België laat werken voor een specifieke opdracht. De werknemer blijft formeel in dienst van het buitenlandse bedrijf, betaalt sociale zekerheid en belastingen in het land van origine, en valt buiten de Belgische arbeidsmarkt.

“Ons vermoeden is dat met het onofficiële stuk je dat cijfer maal twee mag doen. Dus dat je dus eigenlijk spreekt over 400.000 mensen die hier in België zitten via legale of illegale detachering.“

Van de 40.000 officiële arbeidsmigranten komen er 32.000 uit de EU en 8.000 van buiten de EU. Het verschil met arbeidsmigratie zit in twee elementen. Eén: een gedetacheerde werknemer betaalt geen Belgische RSZ en geen Belgische belastingen. Twee: er is geen Belgische controle op de huisvesting en de werkomstandigheden. De Borealis-case, die enkele jaren geleden aan het licht kwam, was volgens Coppens geen incident maar de illustratie van een structureel mechanisme: een onderaannemer die werkte met mensen uit het Verre Oosten, die onder de radar het land binnenkwamen.

Hoe het illegale circuit werkt ▶ 9:12

Coppens geeft een operationele beschrijving van hoe ondergrondse detachering werkt, en de eenvoud ervan is ontnuchterend.

“In Spanje of in Portugal kun je makkelijk mensen uit Brazilië naar Europa halen. Die krijgen dan een Europees Spaans paspoort. Dus eigenlijk zijn het dan ook European citizens.“

Daarna kan de werknemer naar België worden gestuurd, ingeschreven in Spanje of Slovakije, met een lager belasting- en RSZ-regime, en in België een opdracht uitvoeren in de bouw, in een slachthuis, of op een ander knelpunt in de productieketen. De Belgische overheid heeft daar geen aangrijpingspunt: noch de werkgever, noch de werknemer is formeel in België actief.

“Ze worden in een land van herkomst 900 euro per maand betaald of 700 euro per maand. Ze betalen daar RSZ misschien 20% op die 700 euro. En dan komen ze naar België en hier krijgen ze dan een onkostenvergoeding die dan waarschijnlijk wel een stukje zwart circuit is. En die onkostenvergoeding ontsnapt aan alle RSZ en aan alle belastingen.“

Het mechanisme is voor de gedetacheerde werknemer niet altijd voordelig. Wat hij netto in handen krijgt, kan onder Belgische minimumvoorwaarden liggen. Maar paspoorten worden in sommige gevallen ingehouden, en de positie om bottom-up over te stappen op het correcte Belgische systeem is in de praktijk vaak beperkt. De hosts duwen terug op dit punt: als die mensen hier zien dat ze in een slechtere positie zitten, waarom stappen ze dan niet over? Coppens nuanceert.

“Ik heb al gehoord inderdaad dat paspoorten worden ingehouden effectief. Dus dat het allemaal niet zo correct gebeurt.“

Bij arbeidsongevallen is de gedetacheerde werknemer wel via de werkgever in het buitenland verzekerd, maar de feitelijke verzorging valt vaak ten laste van de Belgische overheid, niet van de werkgever die er financieel het meest baat bij heeft.

Waarom Nederland de huisvesting beter regelt ▶ 8:26

Een van de pijnpunten in het Belgische systeem dat Coppens herhaaldelijk benoemt, is de huisvestingscontrole. In Nederland is wettelijk geregeld dat gedetacheerden onder bepaalde minimumvoorwaarden moeten worden gehuisvest. In België niet.

“Wat in Nederland dan wel beter geregeld is, is huisvesting, wat in België absoluut niet geregeld is en er dus ook totaal geen controle op is.“

Het gevolg is dat tien gedetacheerden in een huis kunnen wonen dat eigenlijk voor één gezin is bestemd, met alle gezondheids- en veiligheidsrisico's die daaruit voortvloeien. Voor de Belgische arbeidsmarkt is dat niet alleen een ethisch probleem, het is ook een concurrentievertekening. Wie geen Belgische huisvestingsstandaarden hoeft te respecteren, kan zijn diensten goedkoper aanbieden dan wie dat wel doet.

“Mijn groot pleidooi is van zorg gewoon dat we het in België goed regelen. Dan gaan we die mensen ook het juiste salaris betalen. Ze gaan in België misschien sociale zekerheid betalen en belastingen. Dus dan hebben we er ook nog iets aan.“

Het Knelpuntberoependossier als symbool ▶ 6:54

Een specifiek dossier waarover Coppens zich kritisch uitspreekt, is de wijziging in de knelpuntberoepenlijst, die in haar lezing als bezuinigingsdossier is verkocht.

“Dat is een politiek dossier omdat arbeidsmigratie, het woord migratie staat erin. Dus men wil dat bannen en dat is eigenlijk een beetje een symbooldossier.“

De redenering loopt als volgt. De knelpuntberoepenlijst raakt vooral die 8.000 mensen van buiten de EU binnen het officiële kanaal van 40.000 arbeidsmigranten. De Europese vrije verkeersregels worden er niet door geraakt. Het gros van de buitenlandse arbeid in België loopt via de 400.000 gedetacheerden. Het symbool wordt afgeschoten terwijl de echte vis onaangetast blijft.

“Het gaat hem eigenlijk over 8.000 man waarvoor dat die knelpunt beroepenlijst nu beperkt wordt. Terwijl dat het eigenlijke issue die 400.000 is die in detachering zitten.“

De index, niet tegen, wel anders ingedeeld ▶ 20:39

Op de index is Coppens niet de stem die veel werkgevers verwachten. Toen Nederland de inflatieschok van 23 spreidde over twee jaar (twee keer ongeveer 6%), trok België in één klap een sprong van 10 of 11%. Dat kostte Belgische bedrijven veel geld op één jaar. Toch wil Coppens de index niet afschaffen.

“Ik ben niet tegen index op zich, en daar ga ik misschien heel veel werkgevers mee verrassen om dat te zeggen als CEO.“

Haar nuance ligt elders: in de uniformiteit van de index over alle salarissen heen.

“Waar ik wel misschien een aanpassing aan die indexering zou doen is moet je een index ook per se evenveel zijn op elke hoogte van salaris? Kun je niet zeggen dat je een hogere index hebt voor de eerste, ik zeg maar iets, 3500 euro, voor het stuk tussen de 3,5 en de 5 is het al een stuk lager, en alles boven de 5 moet daar nog eigenlijk geïndexeerd worden of aan een veel lager percentage?“

De redenering: een index dient om koopkracht te bestendigen. Bij hogere lonen vloeit het overgrote deel van de indexsprong via de progressieve belastingschijven en de niet-geplafonneerde RSZ-werkgever in België terug naar de overheid. Daar zit voor Coppens dus ook de reden waarom de regering niet snel naar afschaffing van de index zal grijpen: de overheid is er zelf de grootste netto-ontvanger van.

Europese loontransparantie, "verschrikkelijk" ▶ 23:41

Op de Europese loontransparantie-richtlijn die in nationaal recht omgezet moet worden, is Coppens fel.

“Ik vind dat geen goede zaak.“

De wetgeving verplicht werkgevers om medewerkers te informeren over de loonschalen waarin ze zich bevinden, geeft hen het recht om te vragen of ze ten opzichte van collega's correct betaald worden, en eist transparantie over toekomstperspectieven voor het salaris. De host benoemt het bot als “verschrikkelijk“, omdat het volgens hem talent, persoonlijkheid en input wegdrukt ten gunste van een mechanisch loonschalen-model. Coppens deelt die zorg, maar nuanceert haar afkeuring met een sociologisch zelfbewuste opmerking.

“Wij zijn Belgen en wij zijn er anders in. Blijkbaar in andere landen zijn er veel opener in over al die lonen enzo. Dus misschien is het mijn cultuur die spreekt me.“

Haar voorspelling is operationeel: er ontstaat een scope creep, waarin werkgevers gedwongen worden alle medewerkers binnen marges rond dezelfde lijn te betalen, met als gevolg dat de persoonlijke onderhandelingsmarge wegvalt en hardere werkers minder snel vooruit te incentiveren zijn.

Lifelong learning en de Belgische bijscholingsweerstand ▶ 27:32

Een van de pijnlijkste cijfers van het gesprek komt uit een enquête die House of HR samen met Federgon afnam.

“80% van de Vlamingen vindt het niet nodig om zich bij te scholen.“

In een arbeidsmarkt met chronische skills mismatch, met AI als nieuwe productiviteitsschok bovenop een toch al oudere werkende bevolking, is dat een verontrustende bevinding. Coppens koppelt het aan een dieperliggend cultureel probleem: hoe Belgen werk definiëren.

Ze haat het woord work-life balance.

“Er is toch niemand gestopt met ademen op het moment dat hij begint te werken.“

Bij Accent hebben ze TGI Friday omgedraaid naar TGI Monday. Een van de hosts duwt direct terug. “Dat is dan weer.“ Een andere host probeert door TGI Wednesday te suggereren als alternatief. De afkeuring is zichtbaar: de wedijver tussen werken-als-zingeving en werken-als-belasting is niet zo gemakkelijk om te keren. Coppens houdt voet bij stuk en duidt op de pers en de media als verantwoordelijke voor de toonzetting: maandagochtend “blut, en we moeten weer“, vanaf woensdag aftellen naar het weekend. Ze wil daar verandering in brengen.

“Mijn oma deed alleen haar schort uit op zondag om naar de mis te gaan, bij wijze van spreken.“

In de discussie over employer branding van bedrijven die opleidingen aanbieden waarvan medewerkers geen gebruik maken, valt het Engelse spreekwoord: “You can bring a horse to the water, but you can't make it drink.“ Werkgevers dragen volgens Coppens een verantwoordelijkheid om opleiding aantrekkelijk te brengen, in verschillende formats: korte video's voor wie zo leert, naast-de-werker-coaching voor wie het in de praktijk oppikt. Maar ergens moet de intrinsieke motivatie van de medewerker zelf vandaan komen.

De ancienniteitspremie en de leeftijdscurve ▶ 42:06

In een arbeidsmarkt waar steeds langer gewerkt moet worden, en waar functies fysiek of cognitief evolueren, raakt het automatisch jaarlijks doorstijgende salaris in de knel. Coppens trekt een conclusie die in werkgevers-Vlaanderen niet vaak luidop wordt gezegd.

“Ik denk ancieniteitspremie voor mij hoeft eigenlijk niet. Ik denk dat het gebaseerd op merit. We moeten er ons bij neerleggen dat ons salaris misschien op een bepaalde leeftijd ook naar beneden gaat. Je hebt het op dat moment ook minder nodig.“

Een persoon piekt fysiek ergens tussen 30 en 40, en daarna gaat de fysieke output omlaag. Toch blijft het loon volgens de huidige Belgische logica via ancienniteit lineair stijgen. Coppens stelt dat in vraag, ze ziet liever een merit-gebaseerd model. Een treinbestuurder of brandweerman die niet meer op een ladder kan klimmen tegen zijn 65, hoeft niet zomaar met pensioen of in volle activiteit te blijven: hij kan ook in een callcenter van een ambulancedienst gaan zitten of een andere functie binnen dezelfde organisatie opnemen. Skill-hopping als alternatief voor het ene-job-tot-aan-pensioen-model.

“Mensen zitten nog veel te veel in hun gedachten met ik heb hier een job en die moet ik tot het einde van mijn dagen doen.“

Vakbonden en mutualiteiten als pervers systeem ▶ 43:39

Coppens benoemt een structureel mechanisme dat in het maatschappelijke debat zelden expliciet op tafel komt.

“Vakbonden gaan hun inkomsten nu ook zien dalen, want vakbonden worden betaald op basis van het aantal werkloosheidsuitkeringen die ze uitbetalen. Dus hoe minder werkloosheidsuitkering dat een vakbond uitbetaalt, hoe minder inkomsten dat ze hebben. Dus dat is eigenlijk een heel pervers systeem.“

Hetzelfde geldt voor de mutualiteiten en het langdurig zieken-dossier: hoe meer langdurig zieken, hoe meer financieringsstroom richting de mutualiteit. De prikkels lopen voor beide instituties precies de verkeerde kant op. Coppens is niet anti-vakbond. Ze erkent dat vakbonden in de twintigste eeuw onmisbaar werk hebben verricht. Haar punt is dat de instituties hun eigen relevantie ondermijnen door zich aan een verouderde financieringslogica vast te klampen.

“Zij ondergraven hun eigen kracht en zinvolheid.“

Werkgevers kunnen ook niet meer zo functioneren als vroeger, voegt ze toe: door arbeidsmarktschaarste zijn ze gedwongen transparanter en aantrekkelijker te zijn. De dialoog tussen werkgever en werknemer is volgens haar volwassener geworden, daar waar ze allebei over hetzelfde doel beschikken (bijvoorbeeld de bruto-netto-kloof verkleinen) zou er gewoon samengewerkt moeten worden.

DEI in de koelkast: bedrijven die zwichten voor Trump ▶ 47:31

Coppens deelt een observatie die ze vlak voor het gesprek nog op LinkedIn had gezet.

“Heel veel bedrijven, waaronder ook law firms, die dat nu in de koelkast steken omdat Trump dreigt dat als ze er teveel mee profileren mogen ze niet meer voor de US government werken. Ja, dat betekent eigenlijk het feit dat je daar zo rap voor zwicht in mijn opinie wil zeggen dat je er nooit in geloofd hebt.“

Diversiteits-, Equity- en Inclusion-beleid was voor haar nooit een marketing-vehikel. Wie er nu plotseling van afstapt omdat de politieke wind in de Verenigde Staten draait, geeft impliciet toe dat de policy alleen om optiek ging. Tegelijk problematiseert ze de tegenovergestelde extreme: een DEI-policy die in elk wervingsproces dwingend categoriseert hoe iemand zich identificeert, voegt feitelijk meer hokjes toe in plaats van ze af te bouwen.

“Het feit dat er een policy voor moet zijn is eigenlijk een een is al een stukje verkeerd. Het is gewoon een logisch gegeven en maak er niet zoveel hijaar rond. Implementeer het gewoon in plaats van er een policy rond te schrijven.“

Hetzelfde geldt voor de uitstel van de Europese CSRD-rapportageverplichting. Coppens noemt dat uitstel een goed ding. Niet omdat ze duurzaamheid of compliance afwijst, House of HR is bijna SBTi-gecertificeerd, maar omdat de rapportage-overhead vaak prevaleert boven de werkelijke gedragsverandering.

“Compliance of de juiste dingen doen zit vooral tussen de twee oren en niet in een stuk rapportage.“

Powerhouses en boutiques: freedom within the frame ▶ 52:08

House of HR draait een omzet van 3,4 miljard euro. De helft van die groei kwam organisch, de helft via overnames. Bij elke overname kiezen ze er bewust voor om de identiteit van het verworven bedrijf te bewaren. Geen herbranding, geen integratie in een centrale moederstructuur. Het hoofdkantoor in Kortrijk heet “support center“, niet “headquarter“. De groep beschrijft zichzelf als een verzameling van speedboats. Tien powerhouses, en daaronder nog eens een schil van wat ze “boutiques“ noemen.

“Bijna butieken. Maar het was niet slecht. Zeker niet slecht.“

De host had hen even verkeerd “boetieken“ genoemd, een fonetische variant op “butiek“ en “boutique“. Coppens corrigeert het glimlachend en gebruikt voortaan “boutiques“. Op die structuur zit een operationele filosofie die ze “Freedom within the frame“ noemt.

“We hebben eigenlijk een kader afgesproken van rond kandidaat, klant en eigen medewerkers, daar beslist je zelf over. Behalve bij het overschrijden van bepaalde bedragen. Dan moet je een stap doorgaan.“

Een tweede pijler die het mogelijk maakt om die decentrale structuur intact te houden: van de 5.000 interne medewerkers zijn er ongeveer duizend medeaandeelhouder van House of HR. Coppens doet jaarlijks een interne roadshow bij die aandeelhouders om de strategie en de bedrijfswaarde toe te lichten. Dat helpt om de neuzen in dezelfde richting te zetten zonder centralistisch top-down te moeten dirigeren.

Op de vraag of dat decentrale model wel werkt, geeft een van de hosts een fundamentele tegenwerping: de meest succesvolle bedrijven van de afgelopen decennia waren in hun groeijaren gerund door autocraten. Hij verwijst naar Steve Jobs als voorbeeld. Coppens duwt niet hard terug, ze erkent het spanningsveld.

“Er is een heel goed argument te maken voor eigenlijk de meest succesvolle bedrijven zijn in hun succesjaren altijd gerund door autocraten.“

Ze relativeert het zelf: in elk concreet bedrijfsvoorbeeld zal er een goed en een slecht ding te zeggen zijn. De cultuur en uitvoering bepalen het succes, niet het abstracte model. Bij House of HR zelf is de hiërarchie expliciet: in the end there is a boss, en dat is zij. Maar het kader laat ondernemerschap toe op het lokale niveau.

“We hebben een filosofie van ondernemerschap, kleine bedrijven die op heel veel stukken nog heel veel vrijheid hebben. Bijvoorbeeld we gaan ook niet één IT-systeem opleggen in heel het bedrijf.“

Een illustratie van die culturele zelfkanibalisatie: NowJobs, een zusterbedrijf van Accent, ontstond uit een interne brainstorm onder het mandaat “Kill Accent“. Mensen zaten samen om te bedenken hoe ze het eigen kernbedrijf zouden kapotmaken. Daar kwam NowJobs uit, dat nu een operationele zusteronderneming is. De bewuste cannibalisering van het eigen succes als groeistrategie.

The Culture Map: Duitsland anders dan Spanje ▶ 1:00:32

Het decentrale ondernemersmodel werkt niet in alle landen even goed. Duitsland is voor House of HR een uitdaging.

“In Duitsland hebben we het daar veel moeilijker mee. Met dat ondernemerschap. Die hebben veel meer nood aan die hiërarchie. Als ik zeg van figure it out amongst yourselves, dan kijken die mij aan als deer in the headlights.“

Coppens verwijst naar het boek The Culture Map, dat de werksculturen wereldwijd in kaart brengt. In Duitsland werkt heldere hiërarchie en duidelijke aansturing. Spanje vraagt een andere aanpak. Nederland heeft een opener, directer cultuur.

“Eh in Frankrijk is toch nog op een iets andere manier. Dus je moet je wel een beetje kunnen aanpassen aan de diverse stijlen die er zijn.“

Voor Coppens betekent dat operationeel dat ze niet in elk land hetzelfde managementspeelboek kan toepassen. In Duitsland zetten ze er een Head Off bij, in Nederland kunnen ze de medewerkers veel meer autonoom laten ondernemen. De siesta in Spanje, een andere host vraagt of dat iets is om in België ook te testen, blijft ongetest. House of HR zit niet zwaar in Spanje. Maar de bredere les voor leiderschap is dat een uniforme stijl in een internationaal opererend bedrijf simpelweg niet werkt.

Een correct arbeidsmigratiebeleid als bijdrage aan welvaart ▶ 8:26

Op de vraag waar Coppens als CEO sinds 2017 haar stempel wil drukken, antwoordt ze met een zorg om continuïteit. House of HR wil de komende vijf jaar zijn omzet en winstgevendheid verdubbelen. Maar de echte uitdaging is voor haar om bij die verdubbeling de cultuur en de decentrale structuur intact te houden.

“Als ik dat kan realiseren, dan denk ik heb ik ook kunnen bewijzen dat dit een model is dat ook bij grote bedrijven kan werken. En misschien ook wel het model van de toekomst is.“

In de afronding van het gesprek formuleert Coppens een visie op een correct arbeidsmigratiebeleid die niet als ideologisch standpunt klinkt maar als pragmatische welvaartsoptimalisatie. Het pleidooi is niet om migratie te beperken, maar om haar zichtbaar en correct te organiseren. Wie het detacheringsmechanisme oogluikend toelaat in zijn huidige vorm, accepteert dat een groot deel van de Belgische arbeid in een grijze zone gebeurt waar geen Belgische wetgeving op kan inhaken.

“Als je het niet doet gaan er sowieso andere structuren ontstaan die eigenlijk misschien minder gewenst zijn dan het fenomeen van arbeidsmigratie of internationale rekrutering.“

Het is een typische Coppens-formulering. Ze kiest geen ideologische kant, maar wijst op de operationele consequenties van politieke keuzes. Een politiek die migratie verbiedt zonder detachering te reguleren, levert geen werkgeversbescherming op, levert geen Belgische welvaart op, en levert geen humane werkomstandigheden op. Het levert vooral een groter en dieper grijs circuit op.

In een land met de laagste werkloosheid van de moderne geschiedenis en met een structureel arbeidsmarkttekort, in een tijd waarin AI het middensegment van administratieve jobs uitknijpt en lifelong learning een culturele weerstand ontmoet bij 80% van de Vlamingen, is dat geen kleine kwestie. Het is de kerndiscussie die de Belgische welvaartsstaat de komende decennia zal moeten voeren, of vermijden. House of HR zit op de eerste rij om de rekening te kunnen opmaken.