In de Melkerij in Brasschaat staat een glas Discours-likeur voor Noël Slangen. De algemeen directeur van POM Limburg, Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij, is officieel geen whiskydrinker, maar doet vriendelijk mee. “In dat geval ga ik doen alsof ik het lekker vind“, lacht hij bij het klinken. Een kleine gewoonte die hem typeert: hij past zich aan, maar verliest zijn eigen lijn niet. In een uur en een kwartier ontleedt hij hoe een ex-communicatiestrateeg een provinciale ontwikkelingsmaatschappij anders aanstuurt, hoe een provincie die geen grootstad heeft toch op plaats 20 van de Europese competitiviteits-index staat, en waarom de man die als kind het water afgesloten zag worden vandaag het Kinderarmoedefonds van de Koning Boudewijnstichting voorzit.
Slangen is een bekend opiniemaker met een lange carrière in communicatie. In 2012 verkocht hij zijn laatste communicatiebedrijf, omdat hij naar eigen zeggen op die wereld was uitgekeken. Daarna deed hij een tijdje CEO-coaching, begeleidde herstructureringen, en werkte zelfs een half jaar fulltime bij Het Laatste Nieuws en VTM in de aanloop naar verkiezingen om politieke analyses te maken. Vijf jaar geleden werd hij algemeen directeur van POM Limburg, onder de toen aantredende voorzitter Tom van de Put. Vakken waar hij vroeger op gebuisd was, fysica en chemie, omringen hem nu in zijn nieuwe job.
“Het is interessant als je ineens kunt gaan werken in een totaal nieuwe omgeving, waar veel fysica en chemie bij komt kijken. Vakken waar ik vroeger altijd op gebuisd was. Maar nu ben ik gelukkig omgeven door heel slimme mensen die daar alles van kennen.“
De observator ziet hier een ander type leiderschap aan het werk: faciliterend, vragenstellend, regisserend. Slangen formuleert het zelf nuchterder. Hij geeft toe dat hij van fysica en chemie te weinig weet, en wijst naar zijn collega's. Het past bij wat een POM nodig heeft, een organisatie die per definitie niet zelf de innovatie produceert maar de structuur creëert waarin innovatie kan ontstaan.
Wat een Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij eigenlijk doet ▶ 1:33
POM Limburg is voor wie niet uit Limburg of West-Vlaanderen komt vaak een vreemd begrip. In de meeste Vlaamse provincies speelt het provinciebestuur een ondergeschikte rol naast de grootsteden. In Limburg en West-Vlaanderen is dat anders. Er zijn geen grote steden zoals Antwerpen of Gent die de economische dynamiek alleen aankunnen, en het provinciebestuur neemt een centrale rol op.
“POM Limburg is eigenlijk de economische regisseur van het provinciebestuur. We proberen bijvoorbeeld de Einstein-telescoop naar Europa te halen, naar ons deel van Europa. Maar ook zorgen dat innovatie versneld wordt, heel wat campussen gebouwd rond health, kunststof, bouw.“
Op Limburgs grondgebied zijn meerdere campussen ontwikkeld die deze rol concretiseren. Corda Campus is de bekendste, met EnergyVille rond energie, Droneport rond drones, de bouwcampus, en de Health Campus die op Limburg DC wordt opgericht. Daar komen kennisinstellingen en de Universiteit Hasselt samen met ondernemers, om innovatie te versnellen door interdisciplinair contact mogelijk te maken.
“We hebben samen met Genk de laatste Ford-terreinen gekocht, en daar zijn we nu een logistieke campus op aan het ontwikkelen.“
Een concreet voorbeeld dat Slangen geeft: samen met de Universiteit Hasselt is een laboratorium ontwikkeld waarin bouwmaterialen versneld kunnen verouderen. Op een paar weken tijd kun je het effect van jaren regen en weer simuleren, om materialen te testen voor ze in een gebouw belanden. Dat is het soort innovatie dat alleen mogelijk wordt wanneer kennis en industrie fysiek dichter bij elkaar zitten.
De tikklok afschaffen om mensen op resultaten te evalueren ▶ 4:37
De eerste structurele beslissing die Slangen bij zijn aantreden nam, was de tikklok afschaffen. Niet omdat hij vond dat mensen minder moesten werken, maar omdat hij ze wilde evalueren op resultaten in plaats van op aanwezigheidsuren.
“Ik wil mensen kunnen evalueren op een resultaat en niet op het aantal uren dat ze aanwezig zijn.“
Het was geen populaire maatregel bij iedereen. Een paar mensen haakten af in de eerste jaren. Slangen zegt er droog bij dat dat misschien maar goed ook was. POM Limburg heeft een vrij onafhankelijke raad van bestuur waarin zowel werkgeversorganisaties als vakbonden zitten, plus politici uit zowel meerderheid als oppositie. Dat zorgt voor een werkelijk neutrale koers die verder gaat dan een politieke kleur. POM Limburg telt vandaag 45 medewerkers, meer dan de meeste andere POM's, maar minder dan West-Vlaanderen, dat met zijn 120 medewerkers de grootste is omdat het ook binnenhavens uitbaat.
Waarom je een provincie pas kunt afschaffen na gemeentefusies ▶ 6:10
Het debat over de afschaffing van de provincies steekt om de zoveel jaar weer de kop op. Slangen heeft daarover een eigenzinnige positie. Hij is geen voorvechter van het provinciebestuur als zodanig, maar hij wijst erop dat het afschaffen ervan in Limburg en West-Vlaanderen pas zin heeft als de gemeenten eerst zouden fuseren tot vijf à zes grote.
“Het kan perfect, maar dan moet je ervoor zorgen dat je in West-Vlaanderen en in Limburg gemeenten laat fusioneren, zodat je nog vijf of zes grote hebt. Net zoals het heel duidelijk is dat de stad Antwerpen en de stad Gent geen provinciebestuur nodig hebben.“
In de Antwerpse Kempen, waar geen grote stad ligt en waar het provinciebestuur volgens hem minder actief is, zorgt het ontbreken van een sterke regiocoördinator nu al voor problemen.
Van Waalse provincie naar plaats 20 op de Europese competitiviteits-index ▶ 8:29
Limburg heeft volgens Slangen een specifiek economisch verhaal. Bij zijn vertrekbasis was Limburg eigenlijk een Waalse provincie: gebouwd op mijnindustrie, met enkele grote werkgevers zoals Ford en Philips, die uiteindelijk sloten en alle bekende sociale drama's veroorzaakten.
“Wij hebben Vlaanderen bijgebeend qua tewerkstellingsgraad. We hebben nu evenveel mensen aan de slag als de rest van Vlaanderen. Op de Europese competitiviteits-index staan wij op plaats 20.“
De Waalse provincies zitten volgens hem rond plaats 60 tot 90, met uitzondering van Waals-Brabant. Zelfs West-Vlaanderen staat met plaats 25 achter Limburg. Het potentieel is voor Slangen aanwezig. Het probleem is dat de toegevoegde waarde per werknemer in Limburg nog onder het Vlaamse gemiddelde ligt.
“We hebben pas tweede of derde generatie ondernemerschap. De toegevoegde waarde per werknemer ligt een stuk lager dan het Vlaams gemiddelde.“
"Niet harder werken, niet langer werken, slimmer werken" ▶ 9:15
Wat Slangen als operationele prioriteit voor zijn provincie formuleert, is een herkenbaar mantra dat hij vaak in zijn lezingen herhaalt.
“We moeten niet harder gaan werken, en ook niet langer werken, we werken nu even lang als de rest van Vlaanderen. We moeten vooral slimmer gaan werken.“
Slimmer werken vertaalt zich voor hem in concrete sectoren. De Limburgse kunststoffen-industrie is volwassen, en samen met die industrie wordt nu gewerkt aan bio-kunststoffen die niet uit aardolie maar uit hennep kunnen worden gemaakt. Hennep is een gewas dat tussen twee oogsten in op landbouwgrond kan groeien.
In de bouwindustrie wordt gewerkt aan innovaties met hogere toegevoegde waarde, voorbij het traditionele aannemerswerk. En in de health-economy speelt de Universiteit Hasselt een grote rol via data sciences, een specialiteit die tijdens de coronapandemie zichtbaar werd in de epidemiologische analyses die uit Hasselt kwamen.
“Bij Corona hoorde je iedere keer professoren van de Universiteit Hasselt. Dat komt omdat in data sciences de Universiteit Hasselt aan de top staat.“
"Iedereen denkt dat de bevolking lijkt op zichzelf" ▶ 0:00
In de openingsmaten van de podcast formuleert Slangen een observatie die zijn levensfilosofie samenvat.
“Wat mij altijd opvalt, is het gebrek aan inlevingsvermogen in de situatie van anderen. Een klant gaat er altijd vanuit dat iedereen de krant leest die hij of zij leest, dat iedereen luistert naar de radiozender die hij of zij luistert. Iedereen is zoals mij. En dat is natuurlijk niet zo.“
In de politieke context is dat probleem volgens hem nog acuter. Politici denken dat ze de bevolking zien op hun mosselfeest. Wie de echte bevolking wil zien, moet ergens anders kijken.
“Als je de bevolking wil zien, dan moet je door de gangen van een ziekenhuis gaan lopen. Want daar komt iedereen.“
De zelfopgelegde regel om niet te doen wat de privésector doet ▶ 12:19
Een principe dat Slangen meermaals herhaalt, is uitdrukkelijk geen-overheidsuitbreiding. POM Limburg doet niets wat de privésector zelf wil doen.
“Ik kom uit de private sector. Mijn visie is dat je als overheid eigenlijk nooit iets moet doen wat de private sector zelf doet. Daarom willen wij geen gebouwen zetten die de private sector wil zetten. Wij willen geen concurrent zijn.“
Concreet betekent dat dat de bedrijvencentra die Slangen aantrof bij zijn aantreden, vijf jaar geleden, allemaal zijn verkocht aan de privésector. Wat POM wel zelf bouwt, is precies waar de privésector het laat afweten. Bijvoorbeeld in Voeren, waar geen privé-investeerder ondernemen wou. Daar bouwde POM een circulaire kmo-zone die ondertussen goed verkoopt en een voorbeeldfunctie heeft voor heel midden-Europa.
Hetzelfde principe geldt voor relaties met andere partijen. Wat werkgeversorganisaties of LRM, de Limburgse investeringsmaatschappij, kunnen doen, doet POM niet. POM positioneert zich als hefboom, niet als concurrent.
“Wij zijn geen regelgevend gegeven. Op één ding na: wij moeten advies geven op het ogenblik dat men ruimtelijk bepaalde dingen wil inrichten.“
Wat een burgemeester die kmo-units wil zien, te horen krijgt ▶ 13:50
In dat ruimtelijk-advies zit een spanningsveld dat Slangen frequent ervaart. Burgemeesters of schepenen bellen hem om hen te helpen een groot bedrijfsterrein om te zetten naar kleinere kmo-units, omdat de financiële opbrengst per vierkante meter daar hoger is. Slangen zegt nee.
“Als je dat iedere keer doet, heb je nooit nog ruimte voor een groot bedrijf en voor industrie. Dus daar zijn we vrij streng in. Op het ogenblik dat we telefoon krijgen van een schepen of een burgemeester die zeggen 'we kennen die ondernemer, dat is een sympathieke en die doet dat goed', dan zeggen we: dat kan wel zijn, maar dat is bijna alsof je autosnelwegen zou maken waar geen vrachtwagens meer op mogen rijden.“
De analogie is treffend. Een autostrade zonder vrachtwagens is voor de individuele autorijder comfortabeler, maar maakt het hele economische verkeer onmogelijk. Een industrieterrein vol kmo-units is voor de individuele kmo voordelig, maar maakt het op middellange termijn onmogelijk om grote bedrijven te huisvesten die de provinciale economie mee dragen.
Voor Slangen is die strengheid een kernfunctie van de POM. Ruimtelijke economische ordening kan niet democratisch worden gestuurd op gemeente-niveau, omdat geen enkele gemeente de externaliteit van zijn keuzes voor de buurprovincie of de hele regio meeneemt.
Carrièreswitch op één maand wat hij vroeger op één dag verdiende ▶ 15:22
Hoe belandt een gevierd communicatiestrateeg in een provinciale ontwikkelingsmaatschappij. Slangen vertelt het rustig. Hij was in 2017 al eens als interim-directeur ingehuurd voor een herstructurering. Toen werd hem gevraagd om te blijven, maar dat heeft hij geweigerd. “Je doet niet de herstructurering en blijft dan zelf, dat zou ik niet correct vinden.“ Drie jaar later kwam de functie opnieuw vrij, samen met een nieuwe voorzitter, Tom van de Put, die een ambitieus programma naar voren schoof om de campussen verder uit te bouwen.
“Dacht ik van: oké, daar wil ik wel voor kandideren. Ook al verdien ik daar maar op een maand wat ik vroeger soms op een dag verdiende. Maar ja, dat was een motivatie. Ik zou het nooit in een andere provincie gedaan hebben.“
De motivatie was emotioneel. Slangen is in Limburg geboren en getogen, en wou daarvoor terugkomen. Hij wijst naar Mark Michiels, die ook van de privésector overstapte naar Kom op tegen Kanker, als parallel verhaal: op een bepaald moment in een carrière wil je het puur zelfgerichte overstijgen.
"Iedereen die de Lotto wint, denkt ineens heel anders over belastingen" ▶ 21:33
Een rode draad in Slangens werk is het gebrek aan inlevingsvermogen. In bedrijven, in de politiek, en tussen rijk en arm.
“Mensen hebben altijd de neiging om zichzelf als norm te nemen. Dat is een beetje zoals mensen die de Lotto winnen, denk je ineens heel anders over belastingen dan daarvoor.“
Slangen brengt dat punt op met een directe verwijzing naar zijn voorzitterschap van het Kinderarmoedefonds van de Koning Boudewijnstichting. Wat hij daar elke dag tegenkomt, is volgens hem de afstand tussen de groep die het beleid maakt en de groep waarvoor het beleid bedoeld is.
Inefficiëntie is geen overheidsspecifiek fenomeen ▶ 19:13
In zijn POM-keuken berekent Slangen wat elke vergadering kost. Hij laat dat zijn medewerkers ook weten. “Deze vergadering kost zoveel geld. Is het dat waard voor de Limburgers?“ Het is een reflex die volgens hem in grote organisaties weinig leeft, of die nu publiek of privaat zijn.
“Men doet soms alsof inefficiëntie iets eigen is aan heel wat overheden, maar ik heb ook redelijk wat grote multinationale bedrijven begeleid en je ziet dat eens wanneer de omvang zeer groot wordt, dat je daar hetzelfde ziet.“
Het probleem is volgens hem niet publiek versus privaat. Het is omvang en cultuur. Wanneer een organisatie abstract wordt, vermenigvuldigt verspilling zich. Hij verwijst kritisch naar het Elon Musk-narratief: dat zogenaamde efficiëntie-oefening van DOGE in de Verenigde Staten gaat tot nu toe over slechts vijf procent van alle federale ambtenaren, en de federale overheid is daar maar een fractie van het geheel. “Eigenlijk is dat Europa“, zegt hij, want elke Amerikaanse staat heeft eigen bevoegdheden, vergelijkbaar met onze lidstaten.
"Hoeveel tanden moet je trekken om multimiljonair te worden?" ▶ 24:38
In een passage over Belgische risico-aversie maakt Slangen een vergelijking met de Verenigde Staten. In Amerika heb je geen vangnet, maar ook minder schrik om te falen. De keerzijde is dat de extremen er groter zijn.
“Je hebt er ziekenhuisdirecteurs die multimiljonair worden, tandartsen die multimiljonair zijn. Ik heb dan van: ja, hoeveel tanden moet je eigenlijk trekken om multimiljonair te worden?“
Het is een terloopse, droge opmerking, maar ze zit precies op het punt waar Slangen meestal mee speelt: ons Belgische systeem is geen catastrofe, het is gewoon een ander evenwicht, met andere voor- en nadelen.
Why Nations Fail, eigendomsrecht en de koning die de hoeve afpakt ▶ 29:12
De vraag waarom sommige landen welvarend worden en andere niet, is voor Slangen geen mysterie. Hij verwijst naar het boek Why Nations Fail.
“Dan zie je eigenlijk dat landen die gewoon naast mekaar liggen, dat puur waar de zit het soms aan de ene kant van de grens welvaart is en aan de andere kant armoede en chaos.“
Twee voorwaarden bepalen volgens dat boek het verschil. Een politieke klasse die niet enkel gericht is op de versterking van de eigen groep, en een centrale overheid die over het hele grondgebied erkend wordt. Maar het derde element, dat Slangen er zelf bij haalt, is eigendomsrecht.
Hij maakt het concreet met een anekdote. Vroeger had je koningen die echt iets te zeggen hadden, en als zo'n koning een hoeve zag die het goed deed, dan kon hij beslissen dat hij die hoeve wou hebben. Een paar soldaten stuurde hij erheen, en de hoeve was van hem. “Stel je maar eens voor: waarom zou je nog werken om een eigen woning te kopen, als morgen de burgemeester kan zeggen: ik wil dat mijn zoon daar gaat wonen?“
Dat is volgens hem ook de reden waarom het communisme is ingestort. Op het ogenblik dat je geen eigendom erkent, is het heel moeilijk om een staat duurzaam te maken.
Belasting op arbeid is "totaal van de pot gerukt" ▶ 31:33
Slangen verbindt eigendom direct met fiscaliteit. De terechte verontwaardiging over dubbele belasting komt volgens hem van het feit dat we al veel te veel betalen op arbeid. Iedereen koopt zijn woning van arbeid, dus voelt het onrechtvaardig om daar nog eens belasting op te betalen.
“Als je een rechtvaardig fiscaal systeem moet hebben, dan moet je over zoveel mogelijk verschillende transacties uw belasting zien te spreiden. Het probleem met belasting op arbeid is dat die totaal van de pot gerukt is. Je betaalt nu meer dan vijftig procent op arbeid.“
Hij verwijst naar de Scandinavische landen, waar mensen meer belasting betalen maar minder ontevreden zijn omdat ze het gevoel hebben dat ze ook iets terugkrijgen. Slangen nuanceert wel: in landen met grote olie-reserves zoals Noorwegen is dat positieve som-gevoel makkelijker dan in een land zonder. Het principe blijft staan: liever tien keer vijf procent belasting op verschillende transacties dan vijftig procent op één.
"Dertien procent van het inkomen van Elon Musk komt van de staat" ▶ 37:40
Het Belgische probleem is volgens Slangen niet uniek Belgisch. Het is hypocrisie. Werkgeversorganisaties pleiten voor minder belasting en minder regels, maar vragen tegelijk de meeste subsidies. Burgers ergeren zich aan vergoedingen voor anderen, maar staan in de rij voor eigen subsidies. En dan is er nog de luchtigste vorm van diezelfde hypocrisie.
“Het is niet alleen Belgisch. Als je ziet hetgeen wat Elon Musk vandaag zegt, ja, een dertiende van zijn inkomen is wel van de staat gekomen.“
Een van de absurdste lokale uitwassen ervan zijn volgens Slangen de frigobonnen, de cheques die in coronatijd uitgereikt werden aan zijn dertiende-van-de-zinnen. Tegelijkertijd reiken we cheques uit voor zonnepanelen of voor elektrische wagens, terwijl we de vraag of dat wel de juiste verdeling is amper stellen.
"We hebben blijkbaar wel begrip voor wie belastingen probeert te vermijden" ▶ 43:27
Een van de scherpste passages van het gesprek gaat over de 50.000 langdurig zieken in België. Slangen noemt het cijfer een van de “zeer extreem slechtste statistieken“ van het land.
“Het feit dat we 50.000 langdurig zieken hebben, is absurd. Dat is wel van onze zeer slechtste statistieken, waar we blijkbaar totaal geen idee hebben wat we daaraan moeten doen.“
Hij gaat ervan uit dat heel veel van die mensen echt ziek zijn, maar ook dat heel veel van hen dat niet zijn. Het probleem is structureel: het Belgische systeem werkt met categorieën in plaats van met spectra. Je bent ziek of je bent niet ziek. Wie genezen is en wil terugkeren naar werk in een lagere loonschaal, verliest financieel.
“We hebben blijkbaar wel begrip wanneer iemand probeert de belastingen te vermijden, maar we hebben geen begrip wanneer iemand een job probeert te vermijden. Ik vind dat we voor allebei even veel of even weinig begrip moeten hebben.“
Hij is voorstander van gemeenschapsdienst, voor mensen die langdurig uit het arbeidscircuit zijn. Maar hij waarschuwt: dat is geen besparing. Het kost veel begeleiding.
“Je moet eigenlijk rekenen dat het eerste jaar dat je één begeleider nodig hebt om zes mensen die ver van de arbeidsmarkt staan terug te integreren. Zeer onrendabel in het begin, totaal.“
Paper trails afleren als cultuurinterventie ▶ 54:23
Toen Slangen bij POM begon, moest hij zijn medewerkers iets afleren waarvan ze zichzelf niet eens bewust waren. Het bouwen van paper trails. Documenten waarmee mensen zich indekken om achteraf nooit een fout aangerekend te krijgen.
“Daarom heb ik gezegd: als hier geen fouten gebeuren, dan zijn we fout bezig. Dat creëert heel veel energie, als je dat wantrouwen en dat indekken eruit haalt. Veel te veel mensen gaan ervan uit dat hun belangrijkste job erin bestaat om nee te zeggen en die nee op papier te zetten.“
Het is voor Slangen een van de dingen die op het level van bedrijfscultuur ingrijpen. Geen enkele organisatie kan output-georiënteerd worden zolang elke medewerker bezig is met zich indekken voor de volgende controle. Hij wijst er wel meteen op dat het oplosbaar is: de federale pensioenadministratie noemt hij als een Belgische administratie waar het wel goed loopt.
Hij voegt er een principe aan toe dat hij in zijn POM ingevoerd heeft: als je nee zegt, moet je altijd zeggen wat het alternatief is. Je moet altijd op zoek naar een oplossing, want anders ben je overbodig. De klanten van de POM zijn de burgers.
Politieke communicatie als hobby in een land zonder verkiezingen ▶ 1:06:41
Voor wie Slangen kent als de man achter veel politieke campagnes, is de volgende uitspraak verrassend. Hij benadert het werk dat hem internationale bekendheid bracht als zelfstandige sector compleet anders.
“Politieke communicatie bestaat in België amper. Ik ben daar bekend mee geworden, maar het was 3 procent van wat we deden. Dat was eigenlijk een hobby. Een hobby die mij ook nog veel last bezorgde.“
Het probleem is structureel. Verkiezingen zijn er om de vijf à zeven jaar. Wie er een professioneel team rond wil bouwen, heeft tussendoor geen rendabel werk. In de Verenigde Staten is dat anders, daar heb je elk jaar wel ergens verkiezingen, plus privaat campaign-kapitaal. Hier dus niet, en daarom is hier niemand die er echt professioneel mee bezig is.
Slangen vergelijkt politieke communicatie met de relatie van een pastoor met zijn kerk. Politici moeten hun eigen achterban geruststellen, terwijl ze nieuwe mensen proberen te overtuigen.
“Je moet je voorstellen als een kerk, en in de kerk zitten er een heleboel die de hele tijd met hun misboek op hun schoot zitten en die ieder verkeerd woord veroordelen. Terwijl je eigenlijk als pastoor moet proberen de mensen van buiten de kerk naar binnen te krijgen.“
Hardeschijven, korte programma's en marktonderzoek boven intuïtie ▶ 1:03:39
Hoe hij zelf werkte als communicatiestrateeg, blijft technisch precies. Veel mensen denken volgens hem dat een goede communicator op zijn buikgevoel werkt. Slangen ontkracht dat.
“Men ging er heel vaak van uit dat dat te maken had met good feeling. Ik kan dingen vrij eenvoudig uitleggen, maar de eerlijkheid gebiedt mij om te zeggen dat ik immens veel investeer in research, in marktonderzoek, in bevragingen.“
Maar marktonderzoek mag je nooit letterlijk nemen. Je moet snappen waarom mensen zeggen wat ze zeggen. En je moet de evolutie kunnen plaatsen tegenover een paar jaar geleden of tegenover vorig jaar.
In een van zijn boeken over communicatie schreef Slangen het uit. Hij vergelijkt mensen met een harde schijf van een computer.
“Op die harde schijf staat een heleboel. De vraag is welk stukje programmatuur je eraan toevoegt, dat zo kort mogelijk is en zo weinig mogelijk energie kost. Waar de meeste de fout gaan, is dat ze heel veel bevestigen wat al op die harde schijf staat. Dat zorgt voor heel veel energieverlies.“
De boodschap moet zelfgenererend kort zijn. Geen boek dat iemand moet lezen om van mening te veranderen. En je moet niet lineair denken, niet eerst A, dan B, dan C. Mensen krijgen B niet mee, hebben C maar half gehoord.
“Je moet eigenlijk heel veel lagen over elkaar hebben.“
Toeval, chaos en de matrix achter politieke beslissingen ▶ 59:49
Een rode draad in Slangens schrijven, zegt hij, is dat dingen anders zijn dan mensen denken. Mensen gaan ervan uit dat overal grote strategieën achter zitten. In de praktijk zit er veel meer toeval en menselijke kleinheid achter.
“In de tijd dat ik zelf politiek strateeg was, verschenen mijn stommiteiten ineens in de pers als een geniale zet, en goede strategieën werden ineens niet waargenomen. Er komt veel meer toeval en ook veel kleinmenselijkheid bij kijken dan we denken. De meeste oorlogen gebeuren door kleinmenselijke stommiteit.“
Hij vergelijkt het met de film De Matrix. Wat we waarnemen is het topje van een ijsberg van toevallige kleine gebeurtenissen die samen een resultaat geven. Hij maakt het concreet met een Belgisch contrafeitelijk scenario.
“Stel je voor dat de N-VA een zware verkiezingsnederlaag had geleden, en Bart De Wever was vervangen als voorzitter. Dan had het goed gekund dat we vandaag een Vlaams Belang en Vooruit-coalitie hadden.“
Het effect ervan op de strateeg in de praktijk: je kunt enkel proberen de tijdsgeest te detecteren, en daarop te surfen. Sturen kan amper. Inspelen wel, op voorwaarde dat je het detecteert voor het gebeurt.
Voorzitter Kinderarmoedefonds, zelf in de vierde wereld opgegroeid ▶ 1:08:59
Pas op het einde van het gesprek komt Slangens persoonlijke verhaal naar boven. Hij is voorzitter van het Kinderarmoedefonds van de Koning Boudewijnstichting omdat hij zelf in vierde-wereldmilieu is opgegroeid. Wat dat is, vraagt de host. Slangen legt het uit alsof het in alle nieuwsbulletins zou moeten zitten.
“Derde wereld is buitenland, vierde wereld is de armoede die hier in België leeft. In Vlaanderen hebben we 19.000 kinderen, dus minderjarigen, die in armoede leven. Daarvan zijn er ongeveer 40.000 die geen tweede paar schoenen hebben, die nooit groenten en fruit krijgen.“
Hij heeft het ludiek gezegd, maar hij meent het serieus. Hij is in het 5de middelbaar gestopt met school door omstandigheden. Het Kinderarmoedefonds focust op de eerste 1000 dagen van een kind.
“Die eerste 1000 dagen zijn het moment waarop het talencentrum sterk wordt ontwikkeld, de wiskundige geletterdheid. Als wij kunnen zorgen dat in die eerste 1000 dagen er minder stress in de gezinnen is, meer positieve prikkels, meer taal gehoord wordt, dan kunnen we immense stappen zetten.“
Frigobonnen vindt hij in dat licht hoogstens relevant om bij gezinnen in armoede het energieverbruik te helpen dragen. Het fundamentele werk gebeurt elders. Slangen pleit voor wat hij negatieve btw noemt: in plaats van complexe subsidieprocedures gewoon een lager of negatief btw-tarief op wat we willen stimuleren. Dan heb je geen ambtenarenleger nodig om dat te beheren.
"We hebben weken geen water gehad" ▶ 1:11:15
Het persoonlijkste moment van het interview komt zonder retorische opbouw. Slangen vertelt dat in België bij ongeveer 1500 gezinnen het water wordt afgesloten. Wie dat overkomt, kan procedures volgen, formulieren invullen, en dan komt het water terug. Maar uitgerekend de mensen die het water verliezen, kunnen die procedures niet volgen.
“Ik heb het eerlijk gezegd als kind ook meegemaakt. We lieten het bad heel vol lopen en alle emmers, omdat we wisten dat het water ging afgesloten worden en dat we weken geen water gingen hebben.“
Hij laat het er niet bij. Wat zijn we dan aan het doen met sociaal beleid, vraagt hij retorisch, als die situatie er anno 2025 nog steeds is. Hij verwijst naar pilots in Mechelen en Oostende, waar gezinnen in armoede vroeger tien tot vijftien hulpverleners over de vloer kregen, en waar één hulpverlener nu zes gezinnen begeleidde, met de andere hulpverleners op afstand. Na anderhalf à twee jaar hadden veel meer mensen werk, was er veel minder politietussenkomst, en lag de besparing in een doorgerekend businessplan ruim hoger dan de kost.
Het probleem, zegt Slangen, is dat de opbrengst en de kost niet bij dezelfde overheid zitten. Maatwerkbedrijven worden door Vlaanderen betaald, terwijl de besparing in werkloosheidsuitgaven federaal landt. Dat verklaart waarom rationele oplossingen op tafel blijven liggen.
Centraal innen van alimentatie kan kinderarmoede halveren ▶ 1:12:01
Een van de simpelste oplossingen die Slangen voorstelt, gaat over scheidingen. Steeds meer kinderen belanden in armoede door scheiding, omdat ze afhankelijk zijn van alimentatie die de vader vaak niet betaalt. De moeder moet dan naar de rechtbank, zonder geld om dat te doen. Slangen heeft een eenvoudige oplossing klaar.
“Vanaf het moment dat de overheid zegt: nee, wij gaan dat innen en wij betalen dat uit, op dat ogenblik kun je de kinderarmoede halveren. Dat brengt heel veel op. Waarom doen we dat dan bijvoorbeeld niet?“
Het is een retorische vraag, maar Slangen heeft er een politiek antwoord op. De politiek denkt te kort. Niemand investeert vandaag in iets dat pas binnen tien of twintig jaar zichtbaar wordt, omdat een opvolger de vruchten zal plukken.
“Daarom zeg ik altijd tegen een politicus: doe wat goed is. De communicatieadviseur zal dan wel vertellen wat je daarvan moet communiceren om stemmen te halen. Maar denk niet alleen aan de stemmen die je wilt halen, want dan zit je uiteindelijk aan televoting-democratie bezig.“
Het glas raakt leeg, het probleem niet ▶ 1:15:06
Aan het einde van het gesprek ligt de hele kraal klaar. Een ex-communicatiestrateeg die zijn vakgebied vaarwel zei, een POM-directeur die paper trails laat afleren en zegt dat als er bij hem geen fouten gebeuren ze fout bezig zijn, een voorzitter van het Kinderarmoedefonds die zelf de geur van een afgesloten waterleiding kent, en een veteraan in de politieke communicatie die rustig opmerkt dat zijn vak in België helemaal niet bestaat. Slangen mag dan zelden in het openbaar over zichzelf spreken, hij is geen schuilende intellectueel. Hij is iemand die telkens dezelfde reflex toepast: kijk verder dan wat zichtbaar is, vergelijk met andere systemen, hou rekening met toeval, en vooral, ga niet uit van wat jij denkt dat de wereld is.
In de gangen van een ziekenhuis, zei hij in de openingsmaten van het gesprek, zie je iedereen. Op het einde, vier kwartier verder, blijkt dat ook letterlijk gemeend. Het gaat over een vader die zijn alimentatie niet stort, een moeder zonder geld voor een advocaat, een gezin met emmers vol leidingwater op de keukentafel. Het gaat ook over een Limburgse provincie die op plaats 20 van de Europese competitiviteitsindex staat, over Einstein-telescopen en biokunststoffen uit hennep. Slangen ziet dat het allemaal aan elkaar hangt. De kunst is, zegt hij, het systeem zo aan te sturen dat het bij iedereen past. Niet bij de norm in je hoofd.
Voor Discours, dat zich beweegt rond degelijkheid en dialoog, is het een aflevering die de twee benaderingen verzoent. Een gesprek dat begint bij economische beleidstheorie en eindigt bij de eerste 1000 dagen van een kind. Geen empatische peroratie aan het einde, geen oproep tot actie. Gewoon het resultaat van iemand die geleerd heeft dat de wereld zich anders gedraagt dan we denken, en die toch elke dag opnieuw probeert er iets van te maken.