Waar is iedereen zo kwaad over? Professor Lieven Annemans over geluk als economische investering
De late namiddagzon tekent lange schaduwen in De Melkerij, het oude melkveebedrijf in Brasschaat dat is omgetoverd tot podcast-studio. Lieven Annemans, professor gezondheids- en welzijnseconomie aan de UGent, schuift aan met een glas water. “Ik rijd, dus ik drink niet,“ zegt hij, terwijl de hosts hun shotje heffen. “Zelfs geen slok.“ Wat volgt is een gesprek over een vakgebied dat weinig Belgen kennen, maar dat alles te maken heeft met hoe we als samenleving met elkaar omgaan: gelukseconomie, gezondheid als kapitaal, en de vraag of we wel de juiste dingen meten.
Annemans is geen typische econoom. Zijn parcours begon met lichamelijke opvoeding, daarna bedrijfskunde, handelsingenieur, en uiteindelijk de ontdekking dat er een discipline bestaat die gezondheid en economie combineert. “Mensen horen het woord economie, ze denken direct: ah ja, dat is over besparingen in de gezondheidssector,“ zegt hij. “Maar eigenlijk probeert de gezondheidseconoom gezondheid als prioriteit te stellen.“
“Mensen horen het woord economie, ze denken direct: ah ja, dat is over besparingen in de gezondheidssector. Maar eigenlijk probeert de gezondheidseconoom gezondheid als prioriteit te stellen.“
Het is een omkering van wat veel mensen denken. Geen bezuinigen op zorg, maar investeren in gezondheid omdat dat de samenleving vooruit helpt. Annemans legt uit: als meer mensen gezond zijn, kunnen ze bijdragen, niet alleen op de arbeidsmarkt. “Een 75-jarige die thuis ziek in zijn zetel zit, die gaat niet veel bijdragen aan de samenleving. Maar als je die terug gezond krijgt, gaat hij voor de kleinkinderen zorgen, uitgaan, naar de zee gaan, naar een tentoonstelling. Zo draagt hij mee bij aan de economie.“
Van lichamelijke opvoeding naar gezondheidseconomie: een interdisciplinair parcours
Het pad dat Annemans aflegt is ongebruikelijk. Op zijn zeventiende kon hij kiezen tussen geneeskunde of lichamelijke opvoeding. Hij koos het laatste. “Er was toen ook al wat men noemt een numerus clausus, nogal veel artsen, dus ik dacht van nee. En ik deed heel graag sport.“
Vier jaar later had hij zijn diploma, maar wist hij dat hij geen leraar lichamelijke opvoeding wilde worden. Hij begon te werken en studeerde ondertussen bedrijfskunde, later handelsingenieur. “Dat wil zeggen dat ik nog eens zoveel jaar later verschillende diploma's had, waarvan één meer richting gezondheid en andere richting economie.“
Het licht ging pas op toen hij ergens een artikel las over gezondheidseconomie. “Ik dacht: ja, dat is iets voor mij. Ik heb een opleiding gezondheid én economie. Alles valt nu in zijn plooi.“
Die combinatie van disciplines blijkt zijn kracht. Gezondheidseconomie vraagt om zowel medische kennis als economische scherpte, maar ook om een bredere blik op wat een samenleving gezond maakt.
Geneesmiddelen kiezen op basis van lobby of wetenschap
Voordat Annemans academisch carrière maakte, werkte hij twee jaar op het kabinet van minister van Sociale Zaken Frank Vandenbroucke. Het jaar: 2001. Zijn opdracht: het Belgische geneesmiddelenbeleid hervormen. “Toen was dat meer op basis van goed lobbywerk,“ zegt hij, met een blik die suggereert dat hij nog altijd verbaasd is over hoe het werkte.
Zijn voorstel was eenvoudig maar radicaal: evalueer elk geneesmiddel op vier criteria. Ten eerste: doeltreffendheid. Is het inderdaad een werkzaam geneesmiddel? Ten tweede: kosten-batenanalyse. Wat zijn de effecten in verhouding tot de prijs? Ten derde: impact op het totale budget. Als heel veel mensen hiervoor in aanmerking komen, gaat dat veel geld kosten. En ten vierde: medische noodzaak.
“Gaat het over een geneesmiddel voor een belangrijk gezondheidsprobleem? Of is het eerder comfort?“
Het centrale punt was om twee soorten fouten te vermijden: een geneesmiddel terugbetalen dat het niet verdient, of een geneesmiddel weigeren terwijl het wel terugbetaling verdient. Sindsdien, zegt hij, worden er “veel meer juiste beslissingen“ genomen, vooral bij het eerste type fout. Geneesmiddelen die terugbetaling verdienen, krijgen die ook vaker.
“We moeten een geneesmiddel gaan evalueren op basis van zijn doeltreffendheid, de kosten-batenanalyse, de totale impact op het budget én de medische noodzaak.“
Wat als je gezond bent maar niet gelukkig, of ziek maar toch gelukkig?
Ongeveer acht jaar geleden deed Annemans een ontdekking die zijn onderzoek opnieuw een andere richting duwde. In gezondheidsprojecten zag hij mensen die wel gezond waren, maar niet gelukkig. En anderen die ernstig ziek waren, maar toch gelukkig. “Dat fascineerde mij,“ zegt hij. “Het lijkt alsof die niet samenhoren, maar er is wel een verband. Hoe gezonder je bent, hoe meer kans je hebt om gelukkig te zijn. Maar het zijn niet twee dezelfde concepten.“
“Ik ondervond dat in sommige van onze projecten er mensen waren die wel gezond waren maar niet gelukkig, en andere die ziek waren, soms zelfs ernstig ziek, en toch gelukkig.“
Zo begon zijn interesse in welzijnseconomie. Hoe kunnen we als samenleving investeren in geluk? De hosts blijven sceptisch. “Ik ben gewoon altijd cynisch over de mens,“ zegt een van hen. “Ik weet niet tot in hoeverre hij daar klaar voor is.“
Maar Annemans maakt een cruciaal onderscheid. Het gaat niet om het oppervlakkige genot van een stuk chocolade of een glas rosé op een terras. “Dat is puur het dopamine-effect, gelukkige gevoelens. Ons onderzoek gaat over: wat maakt dat iemand kan zeggen 'ik heb een gelukkig bestaan'.“
“Als ik aan mensen vraagt wat maakt u gelukkig, dan hoort ge van alles. Een stuk chocolade, een fris glasje rosé op een terrasje in de zon. Maar dat is puur het dopamine-effect. Ons onderzoek gaat eigenlijk over: wat maakt dat iemand kan zeggen 'ik heb een gelukkig bestaan'.“
De meest gebruikte methode om dat te meten is de Cantril-ladder. Respondenten krijgen een vraag: stel je een ladder voor met traptreden van 0 tot 10. Nul is het slechtst mogelijke leven dat je je kunt indenken, tien het best mogelijke. Waar sta je vandaag? Wie een acht of negen scoort, is gelukkig. Vijf of minder? Niet gelukkig.
“In een samenleving waar meer mensen gelukkig zijn, zien we minder geweld, minder criminaliteit, meer verdraagzaamheid,“ zegt Annemans. Geluk is geen ijdel doel, het heeft concrete effecten. Maar hij waarschuwt onmiddellijk: “Het risico is dat we ook obsessief met geluk gaan bezig zijn. Dat gaat er niet gelukkig van worden.“
“Het risico is dat we ook obsessief met geluk gaan bezig zijn. Dat gaat er niet gelukkig van worden. Mijn punt is wel: we kunnen als samenleving groeien.“
Het gemiddelde liegt: waarom gelukkige landen ook ongelukkige mensen hebben
België staat op de Cantril-ladder ongeveer op een zeven van de tien. Internationaal gezien de 17e plaats wereldwijd. “Which is pretty good,“ zegt Annemans. Maar er is een verschil tussen Vlaanderen en Wallonië. Wallonië scoort gemiddeld iets lager, maar dat heeft een oorzaak. “Als je een Waal en een Vlaming neemt die een gelijk inkomen hebben en gelijke job, dan scoort de Waal beter dan de Vlaming.“
“De Waal scoort beter dan de Vlaming als je corrigeert voor inkomen en job. Cultureel is de Waal wat gemakkelijker content.“
Het verschil? Sociaal-economisch. Wallonië heeft gemiddeld een slechtere economische situatie. Maar cultureel gezien, zegt Annemans, is de Waal “wat gemakkelijker content“. De Vlaming blijft streven, pushen, nooit tevreden.
Maar dan komt de grote nuance. Een van de hosts haalt aan: Scandinavië scoort vaak als gelukkig, maar heeft ook hoge zelfmoordcijfers en hoog gebruik van antidepressiva. Hoe kan dat?
Annemans knikt. “Dat is de illusie van het gemiddelde. Je hebt een gemiddeld geluksniveau in een land en je hebt er die boven dat gemiddelde zitten en die eronder. Ge kunt dus perfect een situatie hebben waar dat gemiddelde hoger ligt, maar waar dat uw staart aan de lage kant toch een langere staart is. Dus ja, inderdaad, door de band genomen zijn de Scandinavische landen gemiddeld gezien gelukkiger. Maar het is niet omdat een land gemiddeld gelukkiger is dat iedereen daar gelukkiger is.“
“Dat is de illusie van het gemiddelde. Het is niet omdat een land gemiddeld gelukkiger is dat iedereen daar gelukkiger is. Je kunt een hoger gemiddelde hebben, maar toch een langere staart van mensen die helemaal niet gelukkig zijn.“
Het is een fundamentele waarschuwing tegen simplistische geluksmetingen. Een hoog gemiddelde kan extremen verbergen.
De vijf pijlers van een gelukkig bestaan
Maar wat maakt iemand dan concreet gelukkig? Annemans somt vijf determinanten op. Ten eerste: voldoende autonomie ervaren. Als je in een relatie, op de werkplek of in een vereniging alle autonomie naar zich toe trekt en anderen hebben niks te zeggen, is dat niet bevorderlijk voor het geluk van die anderen.
Ten tweede: warme relaties. Elkaar met de nodige vriendelijkheid bejegenen. “Ge ziet soms op de werkvloer in een vergadering dat de leidinggevende in bijzijn van alle andere mensen iemand begint gewoon uit te maken voor rotte vis. Dat is niet bevorderlijk voor die zijn geluk, nog het geluk van die andere die dat allemaal ervaren.“
Ten derde: je bekwaam voelen in wat je doet. Ten vierde: purpose in je leven. Dat je opstaat en zinvolle dingen kunt doen. Ten vijfde: peace of mind, de mentale rust waar we het later over zullen hebben.
“Als je kunt werken aan uw autonomie, betrokkenheid, competentie, purpose, peace of mind, als je al die vakjes kunt aanklikken, ja dan verhoog je de kans om een gelukkig persoon te zijn.“
En dan is er nog een zesde element, zegt Annemans met een glimlach. “Geregeld ook een keer iets plezants doen. Want sommige mensen denken dat gelukkig zijn dat dat saai is, maar gelukkige mensen hebben gemiddeld door de band veel humor en gaan geregeld ook een keer een frats uithalen.“
De hosts kijken elkaar aan. “Stel u voor,“ zegt een van hen droog. “Een keer iets stom doen. We zijn gelukkig.“
Drie manieren om je prefrontale cortex te trainen
Tijdens het gesprek komt de term “prefrontale cortex“ voorbij, het deel van de hersenen dat instaat voor reflectie, bezinning, het herkennen en plaatsen van emoties. Mensen met een onderontwikkelde prefrontale cortex worden snel woedend, zijn geïrriteerd, ontwikkelen gemakkelijker slechte gewoonten. “We zien dat vandaag heel veel mensen smartphone-dependent zijn,“ zegt Annemans. “Dat zijn typisch mensen die niet meer dat bewustzijn hebben omdat hun prefrontale cortex onvoldoende ontwikkeld is.“
Gelukkig is die te trainen. “Ieder moet daar een beetje zijn ding in vinden,“ zegt hij. Meditatie is de bekendste techniek, en hij verwijst naar neuroloog Steven Laureys die er boeken over schreef. Maar het kan ook luisteren naar klassieke muziek zijn, een wandeling in de natuur, yoga, puzzelen, breien. “Je moet je ding vinden, maar het komt erop neer: je geest de nodige peace of mind geven.“
“De prefrontale cortex, dat is dat deel van ons brein dat instaat voor reflectie, voor bezinning, voor het herkennen van emoties. We zien dat mensen die een minder goed ontwikkelde prefrontale cortex hebben, voor het minste woedend worden.“
Annemans zelf mediteert nog drie keer per week. “Genoeg om die te onderhouden. Pas op, ik ben soms ook eens geïrriteerd hoor, maar veel minder dan vroeger.“
Een goede nachtrust is ook essentieel, voegt hij eraan toe. Slecht slapen is niet bevorderlijk voor de prefrontale cortex. “Hoe beter dat je die ontwikkelt, hoe meer dat die ook ontwikkeld blijft. Ik kom in een positieve spiraal.“
PAVA: waarom gelukkige mensen weerbaarder zijn
De hosts duwen terug: betekent al die aandacht voor geluk niet dat we te veel bezig zijn met comfort, met het vermijden van ongemak? Dat we mensen minder weerbaar maken? Annemans schudt zijn hoofd. “Gelukkige mensen hebben eigenlijk meer veerkracht, zijn weerbaarder.“
Hij haalt het PAVA-model aan van Joos van Hoof. P staat voor perceptie. “Ik ga nu een stom voorbeeld geven. Een herfstmidag, ge staat op en ge ziet dat uw terras vol bladeren ligt. Een minder gelukkige persoon die gaat beginnen te zagen: godverdomme, mijn terras, en ik moet morgen werken. Gelukkige mensen gaan zeggen: ah, mooie herfstkleuren vandaag op mijn terras. Die gaat gewoon de juiste perceptie hebben.“
A staat voor acceptatie. Iets dat gisteren gebeurd is, kun je niet meer veranderen. “Ge ziet sommige mensen die chikaneren over wat dat er zelfs 10 jaar geleden gebeurd is. Kun er niks meer aan veranderen.“
De hosts lachen ongemakkelijk. “Hoe doe je dat, accepteren?“ vraagt een van hen. “Dat vind ik moeilijk.“
“Door een sterke prefrontale cortex te ontwikkelen,“ zegt Annemans. “Dat ga ik straks vertellen. Maar eerst mijn PAVA-model afmaken.“
V staat dan voor visie en A staat voor actie. “Gelukkige mensen hebben een goede perceptie, acceptatie voor wat dat er gebeurd is, ontwikkelen een visie en gaan ook tot actie overgaan wanneer ze zien dat de dingen niet goed gebeuren.“
“Gelukkige mensen hebben een goede perceptie, acceptatie voor wat dat er gebeurd is, ontwikkelen een visie en gaan ook tot actie overgaan wanneer ze zien dat de dingen niet goed gebeuren. Dus gelukkige mensen gaan zelfs dankzij die sterke mind meer in staat zijn om de samenleving weerbaarder te maken.“
Het is een belangrijk argument. Geluk maakt niet passief, het maakt juist actiever. Een gelukkige samenleving kan beter reageren op een crisis.
Het land waar elke dag een feestje is, versus het land waar een nieuwe fiets al genoeg is
Annemans noemt de “Blue Zones of Happiness“, gebieden waar mensen gemiddeld duidelijk gelukkiger en weerbaarder zijn. Costa Rica is er een. “Die hebben bij wijze van spreken elke dag wel iets te vieren. Die lopen mekaars deur plat. Die ervaren enorme sociale cohesie. Die zijn uitbundig, extravert.“
Maar in Denemarken, ook een Blue Zone, is de sfeer totaal anders. “Daar zijn ze veel serieuzer. Die leven meer in hun eigen gesloten kring. Die gaan niet tafelspringen. Een nieuw fietje is al goed genoeg, heel down to earth.“ Toch zijn beide even gelukkig, op hun eigen manier. Het toont aan dat er geen universeel recept is. Geluk heeft vele gezichten.
Health in All Policies: wat als elke minister gezondheid vooropstelt?
De gezondheidseconomische logica die Annemans voorstaat, vereist een grondige heroriëntatie van beleid. “Elk beleidsdomein zou eigenlijk gezondheid als prioriteit moeten stellen,“ zegt hij. De minister van Onderwijs, de minister van Werk, elk gemeentebestuur: iedereen zou bij elke beslissing de vraag moeten stellen wat de impact is op de gezondheid van mensen.
“Als iedereen dat zou doen, dan krijg je een economie die in functie is van gezondheid.“ Het heet “Health in All Policies“, en bij uitbreiding zou je zelfs kunnen spreken van “Happiness in All Policies“. Bij elke beslissing: in welke mate gaat dit een positief effect hebben op het geluk van de mensen?
“Elk gemeentebestuur zou eigenlijk gezondheid ook als prioriteit moeten stellen. Als iedereen dat zou doen, dan krijg je een economie die in functie is van gezondheid.“
De hosts haken in: is dat niet een beetje naïef? Te soft? Annemans schudt zijn hoofd. De meeste gezondheidswinst is te halen buiten de gezondheidssector, zegt hij. Door goede huisvesting, door armoede te bestrijden. “De meeste gezondheidsproblemen hebben te maken met sociaal-economische problemen.“
“De meeste gezondheidswinst is te halen buiten de gezondheidssector, door goede huisvesting, door armoede te gaan bestrijden.“
Hij wijst naar de Scandinavische landen. Die hebben minder grote tegenstellingen tussen rijk en arm, en dat maakt een enorm verschil. “Hun correctie van het kapitalisme is beter uitgevoerd dan bij ons.“
Finland, het land dat in 20 jaar van ongezond naar gezondst ging
Een concreet voorbeeld: Finland. In de jaren 80 scoorde het land als een van de slechtste in Europa wat betreft hart- en vaatziekten. Toen besloot de overheid in te grijpen. Niet door mensen te straffen, maar door ze vanaf de kleuterschool te betrekken. Gezonde voeding en beweging werden ingebed in het curriculum. Maar, cruciaal: “We gaan de kinderen ook uitleggen waarom. We gaan hun daarbij betrekken, we gaan niet topdown paternalistisch toepassen. We gaan daar de kinderen, de ouders mee betrekken.“
“Finland is van in de kleuterschool beginnen met gezonde voeding en beweging, maar we gaan ook aan de kinderen uitleggen waarom. We gaan daar de kinderen, de ouders mee betrekken.“
Het resultaat: op minder dan 20 jaar tijd werd Finland een van de gezondste landen van Europa. Het toont aan dat het mogelijk is. Maar het vraagt geduld. “Het vraagt van kinds af aan en het zal een generatie duren.“
“Op minder dan 20 jaar tijd is dat één van de gezondste landen van Europa geworden. Dus ge ziet wel dat het mogelijk is, maar het vraagt die omkeer eigenlijk om die te maken.“
De obesitastaks die eigenlijk een gezonde-voedingtaks is
Het gesprek raakt een gevoelig punt: obesitas. Moet er een BMI-taks komen? Moeten mensen met overgewicht meer betalen voor hun zorg? Een van de hosts duwt door: “80 procent van de mensen, dat is toch wel een keuze? Dat is misschien een gemakkelijke keuze, maar dan zou ik zeggen dat elke verslaafde er niet aan kan doen.“
Annemans schudt zijn hoofd. “Mensen met obesitas zijn eigenlijk een slachtoffer van hoe onze samenleving in elkaar zit, met de commerciële determinanten die ongezonde voeding pushen. Dan moeten we ook als samenleving mee voor oplossingen zoeken en niet gewoon met de vinger naar hen wijzen.“
“Mensen met obesitas zijn eigenlijk een slachtoffer van hoe onze samenleving in elkaar zit, met de commerciële determinanten die ongezonde voeding pushen. Dan moeten we ook als samenleving mee voor oplossingen zoeken en niet gewoon met de vinger naar hen wijzen.“
Zijn alternatief: geen BMI-taks, maar een suikertaks. Maak ongezonde voeding duurder, en subsidieer gezonde voeding. “McDonald's is goedkoper dan een slaatje ergens gaan halen. Door een suikertaks en een subsidie voor gezonde voeding maak je eigenlijk de gezonde keuze financieel aantrekkelijker.“
“McDonald's is goedkoper dan een slaatje ergens gaan halen. Door een suikertaks en een subsidie voor gezonde voeding maak je eigenlijk de gezonde keuze financieel aantrekkelijker.“
De taks moet minstens 20 procent zijn om effect te hebben, zegt hij. Anders blijven mensen gewoon ongezonde dingen consumeren. “De dubieuze houding van de overheid die de prijs van sigaretten geleidelijk aan een klein beetje opslaat, heeft geen shock-effect.“
Een van de hosts blijft sceptisch: je straft dan toch ook mensen die wél gezond leven maar af en toe een burger eten? Annemans erkent het spanningsveld. Het systeem is gebaseerd op solidariteit, en er zullen altijd individuele uitzonderingen zijn. Maar hij benadrukt: “Het gaat om het bijsturen van het marktfalen. De ongezonde dingen zijn goedkoper, en als je ziet dat er een blame-the-victim houding is, dat ze eigenlijk het slachtoffer zijn van onze samenleving en dan worden ze nog een keer gestigmatiseerd, dan dienen we als samenleving een correctie in te voeren.“
In Tongeren krijgen daklozen opnieuw fierheid
Het woord “bepampering“ valt meermaals. De hosts willen weten: is de westerse samenleving niet té bezig met mensen beschermen? Annemans nuanceert. “Die bepampering is een soort van tegenreactie geweest tegenover het feit dat het zo'n harde samenleving is. Maar eigenlijk is de werkelijkheid, of de juiste oplossing, van mensen sterker te maken in hun hoofd.“
“Bepampering is een soort van tegenreactie geweest tegenover het feit dat het zo'n harde samenleving is. Maar het risico van bepampering is dat je mensen juist minder sterk maakt in hun hoofd, terwijl gelukkige mensen echt wel sterker in hun hoofd staan, steviger in hun schoenen.“
Maar let op, waarschuwt hij: gelukkige mensen zijn niet bepamperd. Ze zijn sterk. “Door voldoende autonomie te ervaren, warme relaties, zich bekwaam voelen in wat je doet, purpose in je leven, peace of mind. Als je al die vakjes kunt aanklikken, verhoog je de kans om een gelukkig persoon te zijn.“
Annemans ziet mooie initiatieven op lokaal niveau. “In Tongeren is er een gezondheidshuis, die zijn bezig met mensen die dakloos zijn te activeren en die opnieuw een eigen fierheid aan te brengen. Ongelooflijk wat die daar doen. Dat is wat dat er meer moet gebeuren.“
In sommige gemeenten wordt in armere buurten samen gezond koken georganiseerd. “Na een tijd zijn die totaal niet meer geïnteresseerd in een McDonald's. De juiste oplossing is niet McDonald's te gaan verbieden, maar een gezond tegengewicht te geven. Uiteraard ook meer controle op ongezonde voeding.“
Waarom 100 jaar welvaart ons niet gelukkiger maakte
Het gesprek schakelt over naar een historische vergelijking. Als je nu vergelijkt met 100 jaar geleden, is er veel meer welvaart. Maar gemiddeld zijn we niet gelukkiger geworden, zegt Annemans.
“Als je het nu vergelijkt met 100 jaar geleden, is er veel meer welvaart, maar we gemiddeld gezien niet gelukkiger geworden.“
Een van de hosts haakt in: “Als ik terugkijk naar alle mensen voor ons die deze samenleving hebben gebouwd, zou ik zeggen dat gelukkig zijn nu echt wel een surplus was. Al het harde werk is in zekere mate ook wel geleverd door onze voorouders. Zorgt die gelukseconomie ook voor de meeste vooruitgang in een samenleving?“
Annemans waarschuwt meteen. “Het risico is dat we ook obsessief met geluk gaan bezig zijn. Dat gaat er niet gelukkig van worden.“
“Het risico is dat we ook obsessief met geluk gaan bezig zijn. Dat gaat er niet gelukkig van worden. Mijn punt is wel: we kunnen als samenleving groeien.“
Maar zijn ambitie blijft helder. “We kunnen als samenleving groeien. Hoeveel mensen zijn er niet die elkaar een duvel aandoen, die elkaar in de miserie storten? Mijn ambitie is een samenleving waar mensen gemiddeld op een betere manier met elkaar omgaan en daardoor die samenleving verrijken. Niet verrijken in monetaire termen maar sociale cohesie. Praat met elkaar, vertrouwen, dialoog, bereid zijn om kennis van te nemen.“
“Mijn ambitie is een samenleving waar mensen gemiddeld gezien op een betere manier met elkaar omgaan en daardoor die samenleving verrijken, niet verrijken in monetaire termen maar sociale cohesie.“
Die sociale cohesie, zegt hij, is economisch kapitaal. Niet in euro's uit te drukken, maar wel in veerkracht, in vertrouwen, in samenwerking. “Wat kun je daarop tegen hebben?“ vraagt hij retorisch.
De hosts blijven aarzelend. Het klinkt idealistisch. Maar Annemans heeft de cijfers, de studies, de voorbeelden.
Zweden deed het anders, wat kunnen we daaruit leren?
Dan komt Covid ter sprake. Annemans zegt het zonder omwegen: “Daar heeft men de fout gemaakt van te denken dat je omwille van het maatschappelijke belang dingen gaan moeten opdringen of verbieden.“
Zweden deed het anders. Daar hanteerde men de ethische principes van maatschappelijke gezondheid. Mensen informeren, de baten en risico's uitleggen, maar geen harde dwang. En wat blijkt? “Zweden heeft op al die jaren bekeken de minste negatieve impact gehad van de crisis. Die hebben wel degelijk de juiste keuzes gemaakt.“
“Zweden heeft op al die jaren bekeken de minste negatieve impact gehad van de crisis.“
In België zag Annemans een ander beeld. “Ik had daar al voor gewaarschuwd, zo in de zomer van 2020, dat men een verdubbeling zag van aantal depressies, van angst, van familiaal geweld, van armoede.“
“In de zomer van 2020 zag men een verdubbeling van aantal depressies, van angst, van familiaal geweld, van armoede. Die eerste lockdown had ik ook niks op tegen hoor, dat was heel veel onzekerheid. Maar in de zomer en herfst van 2020 wisten we al veel meer van dat virus.“
Hij erkent dat er binnen de wetenschap zelf gebrek aan consensus was. “Enerzijds waren er die voorstander waren van die lockdowns omdat die vooral op dat virus waren gefocust, terwijl anderzijds degene die een bredere visie hadden, ik durf zeggen dat ik bij die groep hoorde, wezen op alle aspecten. Die werden zelfs gecensureerd.“
“Binnen de wetenschap zelf was er een gebrek aan consensus. Er waren die vooral op dat virus waren gefocust, terwijl anderen een bredere visie hadden. Die werden zelfs gecensureerd.“
Een van de hosts: “Wij ook met onze podcast, op sommige afleveringen. Terwijl we nog niet eens het woord Covid in de mond hadden.“ Het is een moment van herkenning.
Annemans toont recent een artikel uit een Belgische krant: “Dit vonden wij ooit normaal.“ Foto's van cirkels op het Sint-Pietersplein in Gent waar studenten per vier in open lucht mochten staan. Een pastoor die een kind doopte met een waterpistool vanaf anderhalve meter afstand. “Mijn reactie erop is: ik heb dat nooit normaal gevonden. Dat was niet normaal.“
“Dit vonden wij ooit normaal. Cirkels op het Sint-Pietersplein in Gent waar studenten per vier in open lucht mochten staan. Mijn reactie: ik heb dat nooit normaal gevonden. Dat was niet normaal.“
De hosts blijven een moment stil. Een van hen zegt: “Ge ziet maar hoe snel een collectief toch wel in een bepaalde richting geduwd kan worden waarvan het zichzelf niet bewust was dat het zich zo zou gedragen.“
Annemans knikt. “En men is geleidelijk aan aan het ontwaken uit die collectieve psychose. Ik kom ook vaak nu mensen tegen die zeggen: ah zeg, ja destijds,