Björn Rzoska over politieke dialoog: "Het zullen maar de redelijken zijn die de oplossingen vinden"
Aan tafel bij Discours zit Björn Rzoska, gemeenteraadslid in Lokeren, gewezen fractieleider van Groen in het Vlaams Parlement en auteur van “Gedeelde Grond“. Hij slaat het chingetje af, en anders dan bij sommige gasten weet de host meteen waarom: Rzoska drinkt ook na de opname niet, en dat vindt hij consistenter dan wie het glas voor de camera laat staan om er daarna wel aan te beginnen. Het is een klein moment dat de toon zet voor een gesprek over iets groters: wat er nodig is om in de politiek nog echt met elkaar te praten, en waarom dat steeds moeilijker lukt.
Je eigen positie durven verlaten ▶ 2:20
De hosts merken op dat Rzoska over de partijgrenzen heen gewaardeerd wordt, iets wat je van weinig politici hoort. Zijn verklaring begint bij respect en bij een tweetrapsvisie op elke politieke discussie.
“In het eerste deel van een politieke discussie mag het voor degenen die hier buiten rondlopen en die af en toe moeten gaan kiezen duidelijk zijn wie voor wat staat. Maar als je echt vooruit wil geraken, moet je op een gegeven moment ook durven je eigen positie een stuk loslaten om dichter bij een oplossing te geraken.“
Twee momenten uit zijn loopbaan springen er voor hem uit, en het is veelzeggend welke. De deputatie in Oost-Vlaanderen die hij mee optuigde met N-VA en CD&V, en het voorzitterschap van de coronacommissie in het Vlaams Parlement, waar hij erin slaagde kamerbreed naar een honderdtal aanbevelingen te werken.
“Dan praat je met mensen die soms ideologisch heel ver van je afstaan. Zodra er wat mij betreft voldoende stappen vooruit in zitten, ben ik bereid om mijn positie te verlaten. Dat geldt trouwens ook aan de andere kant.“
De historicus die in andermans schoenen gaat staan ▶ 4:39
Waar die reflex vandaan komt, brengt hij deels terug tot zijn opleiding.
“Ik vraag me in een discussie soms af: waarom zegt iemand nu zoiets, waar komt dat vandaan? Dat is misschien een stuk mijn opleiding als historicus, dat ik getraind ben om in iemand anders zijn schoenen te gaan staan.“
Over zijn vertrek uit het parlement is hij ontwapenend eerlijk. De waardering die toen van alle kanten kwam, verraste hem zelfs.
“Het leek wel alsof ik op de eerste rij van mijn eigen begrafenis zat. Op de duur had ik zoiets van: is dit nog geloofwaardig? Maar de waardering deed wel deugd.“
Achter de schermen wel, ervoor niet ▶ 6:12
Is er vandaag nog genoeg respect in de politiek? Rzoska maakt een scherp onderscheid dat de rest van het gesprek kleurt.
“Achter de schermen wel. Ik kan zo goed als met iedereen in het parlement en in de Wetstraat een pint gaan drinken, dat is geen enkel probleem. Voor de schermen stel ik mij daar soms vragen bij.“
Het is niet de botsing zelf die hem stoort, integendeel.
“Ik vind het niet erg dat je duidelijk je standpunt neerlegt, en daar mag het ook botsen, inhoudelijk. Waar ik wel last van heb, zijn de gevechten omwille van de gevechten, en het persoonlijk gaan raken van iemand. Dan haak ik af.“
Wat volgens hem in hoog tempo verloren gaat, is niet het debat maar de afloop ervan. Mensen verwachten dat er na verloop van tijd een oplossing op tafel ligt, en politici laten zich intussen verleiden tot een hardere communicatiestijl, mee aangestuurd door de sociale media.
Iedereen krijgt een hand, ook het Vlaams Belang ▶ 8:37
Op de vraag of politici elkaar over ideologische grenzen heen nog vinden, relativeert Rzoska het beeld van kampen. Zijn beste samenwerking in het parlement was met Matthias Diependaele, wat op papier niet de meest voor de hand liggende match is. Met de fractieleiders onder elkaar, Bart Somers, Joris Vandenbroucke en Koen Van den Heuvel erbij, kwam hij een heel eind.
“Had je ons met vijf laten doen, dan denk ik dat wij een aardig akkoord zouden geschreven hebben voor Vlaanderen, waar voor iedereen eten en drinken in zat.“
Bij het Vlaams Belang ligt het anders, en daar maakt hij een onderscheid dat hij consequent volhoudt.
“In de gemeenteraad van Lokeren krijgt iedereen van mijn hand bij het binnenkomen. Ik bestrijd die mensen niet. Ik bestrijd wel die ideeën, omdat ik die verfoeilijk vind.“
Muilkorven is voor hem geen optie, en dat is geen tactische keuze maar een principiële.
“Ik moet er net voor zorgen dat ook die afwijkende meningen zonder enig gevaar kunnen uitgesproken worden. Ik hoop wel dat we ze zo klein mogelijk houden.“
Mensenrechten haal je niet uit een rek ▶ 11:30
Waarom is hij dan wel voorstander van het cordon sanitaire? Zijn antwoord is het scherpste beeld van het hele gesprek.
“Mensenrechten zijn geen dingen die je van een schap in de supermarkt pakt, waar je de maandag goesting in hebt en de woensdag misschien in iets anders.“
Precies daar ligt voor hem de grens van het compromis.
“Ik kan met iedereen een compromis maken, bij wijze van spreken van N-VA tot aan de andere kant van het spectrum. Met het Vlaams Belang heb ik een probleem.“
Hij wijst op de gemeenten waar nu een stresstest loopt, waar coalities met het Vlaams Belang naar een ethisch charter grijpen om mensenrechten te waarborgen, terwijl die afdelingen zeggen dat ze de nationale problemen nationaal houden.
Wel het gesprek, niet de coalitie ▶ 13:03
De hosts leggen de vinger op de spanning: is het cordon niet in strijd met zijn eigen pleidooi voor empathie en dialoog? Rzoska maakt het onderscheid meteen.
“Ik ga de dialoog niet uit de weg. Als ik word uitgenodigd op een debat en er zit iemand van Vlaams Belang bij, dan ben ik niet degene die zegt: sorry, ik pak mijn boekentas en ik stap buiten.“
Bij de promotie van zijn boek komt hij naar eigen zeggen ook in milieus die daar dichter bij aanleunen, en dat ziet hij als vanzelfsprekend.
“Die mensen hoeven het absoluut niet met mij eens te zijn. Ik ben niet iemand die binnenkomt en zegt: ofwel zijn we het eens, ofwel gaan we ruzie maken. Je moet gewoon een beetje dichter bij elkaar komen, en vooral de tafel met respect kunnen verlaten.“
Waarom hij alcohol in het parlement mist ▶ 14:06
Dan volgt een verrassend pleidooi. Rzoska betreurt dat er in het Vlaams Parlement geen alcohol meer geschonken wordt, en hij is er eerlijk over dat hij daar ook tegenargumenten voor ziet: op geen enkele werkvloer krijg je gratis drank, en de cafés rond het parlement zouden die centen best kunnen gebruiken. Maar het punt eronder is serieus.
“Er moet voldoende ruimte zijn voor die informele momenten, want ik denk dat het daar echt gebeurt.“
Die momenten bestaan volgens hem nog altijd, ook zonder drank: in de wandelgangen, in de commissies wanneer een minister te laat is.
“Mocht je mijn gsm openleggen, daar zitten een pak nummers in, en die gaan over alle partijgrenzen heen.“
Het compromis dat een optelsom wordt ▶ 16:10
De hosts brengen een fundamentele bedenking in: leidt de Belgische compromiscultuur niet tot een optelsom van deelbelangen waarin het beste idee sneuvelt? Rzoska geeft hun deels gelijk.
“Ik denk dat je daar een punt hebt. Wie een compromis maakt, lokaal, provinciaal, Vlaams of federaal, moet ervoor zorgen dat het wel een coherent verhaal is en dat het herkenbaar is. En daar durft het soms aan te mankeren.“
Zijn oplossing is de rode draad: één herkenbare lijn waar het hele akkoord omheen geweven wordt. Federaal zou dat volgens hem stevige hervormingen kunnen zijn, van de staatsstructuur tot fiscaliteit en gezondheidszorg. In Oost-Vlaanderen was het transparantie in het vergunningenbeleid, na aanhoudende problemen daarmee.
Wetten die niemand nog leest ▶ 18:29
Het gesprek kantelt naar de kwaliteit van wetgeving. De hosts merken op dat teksten zo gedetailleerd zijn geworden dat de essentie verdwijnt, wat wantrouwen verraadt. Rzoska steekt de hand in eigen boezem: het opruimen van verouderde wetgeving wordt vaak beloofd en zelden gedaan, terwijl dat nochtans bij het parlement zelf ligt. Hij verwijst naar Jan Peumans, die daar een groot voorstander van was.
Wel wijst hij op het instrument dat het wel probeert te doen: de memorie van toelichting.
“Dat is de vlot geschreven tekst waar normaal gezien elke sterveling zou moeten kunnen lezen waarom ze dit willen regelen en hoe. In het decreet zelf zit vaak technische kak.“
Zijn eigen maatstaf is bondig.
“Goede wetgeving is helder en transparant en zou zo min mogelijk ruimte mogen laten. Dat is geen hogere wiskunde.“
Waarom politiek gezond mag achterlopen ▶ 22:42
Een opvallende nuance komt wanneer het over regelgeving en technologie gaat. Rzoska verdedigt dat politiek per definitie wat trager is dan de samenleving, en noemt dat geen gebrek.
“Politiek zal altijd wat achterlopen op wat er in de samenleving gebeurt, maar dat is gezond. Dat een samenleving gezond conservatief is, is slim, want waar we nu zijn, is het resultaat van de hele mensheid opgeteld.“
Hij past het toe op artificiële intelligentie: eerst kijken waar de toepassingen naartoe gaan, in plaats van vanuit de politiek al zaken uit te sluiten voor je weet waar je uitkomt.
Twee grootvaders, twee kampen ▶ 25:21
Het gesprek verschuift naar zijn boek “Gedeelde Grond“, en daarmee naar het persoonlijkste deel. Het is het oorlogsverhaal van zijn twee grootvaders, en meteen ook de verklaring waarom er Rzoska's in Vlaanderen rondlopen.
“Het is de Poolse kant, maar het is eigenlijk ook mijn Vlaamse kant. Mijn grootvader heeft gecollaboreerd, stevig gecollaboreerd. Die heeft in 41 rechtstreeks bij de Waffen-SS getekend en is dan een aantal jaren aan het oostfront en het westfront geweest. Dat tweede was voor mij nieuw.“
Het onderzoek was zwaar werk: archieven, toegang vragen tot een strafdossier, Poolse bronnen, het familiearchief. En het leverde een ontnuchterende vaststelling op over het interview dat hij dertig jaar geleden met zijn grootvader deed.
“Als ik wat ik gevonden heb daarnaast leg, dan heeft hij zijn kleinzoon behoorlijk stevig om de tuin geleid.“
Twee families die trouwden ▶ 28:26
Wat het verhaal spannend maakt, is dat die twee werelden in de jaren zeventig samenkwamen: zijn ouders leerden elkaar kennen in hetzelfde dorp en trouwden in 1972.
“Dan kom je wel met heel verschillende rugzakjes aan tafel te zitten. Maar dat maakt het ook boeiend.“
Op de feesten waar beide grootvaders samenkwamen, liep het volgens hem best goed, vooral omdat er niet over de oorlog gesproken werd. Zijn Poolse grootvader was een rustige man die liever achter het behangpapier verdween, zijn Vlaamse grootvader had iets provocatiefs en was zelfbewuster. Wat hij graag zou willen, is terugkeren in de tijd en door het dorp lopen op het moment van de huwelijksaankondiging.
Ontmoeten die werelden elkaar vandaag nog? ▶ 30:26
De kernvraag van het gesprek. Rzoska denkt dat het vandaag slechter gaat dan vijftig jaar geleden, en hij legt de vinger op het mechanisme.
“Er mag af en toe hard gediscussieerd worden, daar heb ik geen enkele last mee. Iets anders is als je op een hele goedkope, makkelijke manier polarisatie binnenduwt in een debat. Dan wordt het debat bijna onmogelijk, want dan blijft iedereen op zijn positie zitten.“
Hij formuleert er meteen zijn eigen versie van de paradox bij waar het boek van de hosts naar verwijst.
“Wij hebben veel meer communicatiemiddelen en communicatiekanalen, en toch wordt de communicatie moeilijker.“
Niemand is neutraal, en dat is oké ▶ 31:58
De hosts brengen de ontzuiling in: een samenleving die dacht dat ze neutraal was, en nu terugglijdt naar ideologische segregatie. Rzoska heeft daar zijn mening over herzien.
“Een samenleving is niet neutraal, mensen zijn ook niet neutraal. Vroeger dacht ik dat je een neutrale positie kon innemen, eigenlijk niet. Maar dat betekent niet dat je oogkleppen moet opzetten of niet geïnteresseerd hoeft te zijn in wat er in andere ideologieën gebeurt.“
Ook binnen zijn eigen partij ziet hij die veelvormigheid, en dat vindt hij gezond: mensen met affiniteit voor de Vlaamse beweging, anderen die liberaler of roder denken en daar hun groene overtuiging in plaatsen.
“Mocht ik een partijbestuur meemaken waar de agenda op drie kwartier kan afgehandeld worden omdat iedereen hetzelfde denkt, dan denk ik dat het niet gezond zou zijn.“
De grens is voor hem dezelfde als in het parlement.
“Op het einde van een discussie moet je wel nog altijd met iedereen kunnen buitenstappen en een pint gaan drinken. Ik denk dat discussies vandaag soms zo ver zitten dat dat tweede niet meer kan.“
De champagnekurken bij zijn eigen vertrek ▶ 33:55
Dat geldt ook binnen partijen, geeft hij toe, en hij is daar zelfverzekerd genoeg voor om het luchtig te brengen.
“Ik vermoed dat er op een aantal plekken champagnekurken ontkurkt zijn op het moment dat ik gezegd heb dat ik het parlement verlaat. Ook wel in mijn eigen partij.“
Diezelfde openheid toont hij wanneer het over zijn eigen kandidatuur voor het voorzitterschap gaat: hij stelde dat de vernieuwing vooral uit het centrum zou moeten komen, en lag daarmee al voor een deel van het congres.
Stemplicht: de discussie met zijn eigen zoon ▶ 36:12
Over opkomstplicht is Rzoska van mening veranderd, en dat vertelt hij met de nuance die hij zelf bepleit.
“Ik ben nogal voorstander van opkomstplicht. Je moet niet stemmen, maar je moet wel komen. Mensen hebben daarvoor gevochten, en om de zoveel tijd is het je verantwoordelijkheid in je samenleving om tenminste te komen op het moment dat je mening gevraagd wordt.“
Vijf jaar geleden had hij wellicht voor afschaffing gepleit. De klassieke tegenwerping, dat je zo ondoordachte stemmen binnenhaalt, hoort hij dagelijks thuis.
“Ik hoor mijn oudste zoon praten. Ik heb met hem krak dezelfde discussies.“
Zijn wedervraag is scherp: ook wie vrijwillig komt opdagen, weet vaak pas in het stemhokje waarop hij gaat stemmen. De host bekent dat hij er zelf niet uit is, en dat voor beide standpunten argumenten bestaan.
Panacheren en de tweede stem ▶ 35:07
Uit die discussie komt een concreet idee waar Rzoska naar eigen zeggen wel oren naar heeft: kiezers een eerste en een tweede keuze laten aanduiden, zodat er bij moeilijke meerderheidsvorming meer informatie op tafel ligt. Het sluit aan bij het vroegere panacheren, waarbij je lokaal op mensen van verschillende lijsten mocht stemmen. Hij erkent meteen de beperking van zijn eigen enthousiasme.
“Ik heb er nog niet over nagedacht, maar ik ben benieuwd welke impact het heeft. Soms zijn er goede ideeën die geen impact hebben.“
Ook politici zelf, merken de hosts op, moeten die afweging maken: je bent het nooit honderd procent eens met je eigen partij. Rzoska beaamt dat hij af en toe standpunten probeerde te kantelen, en dat hem dat met de opkomstplicht ook gelukt is.
De radicalisering binnen centrumpartijen ▶ 39:54
Het scherpst wordt Rzoska over iets wat hij niet buiten maar binnen de politiek ziet gebeuren, en hij noemt daarbij nadrukkelijk niet alleen de flanken.
“Ik zie op dit moment binnen partijen, en dan heb ik het zelfs niet over extreme partijen maar ook binnen centrumpartijen, vaak een vorm van radicalisering.“
Activisten die de boel opjagen vindt hij niet erg, integendeel. Maar zijn conclusie is de zin waarmee de aflevering ook opent, en die zijn hele politieke stijl samenvat.
“Het zullen maar de redelijken zijn die de oplossingen gaan vinden, en die samen de oplossingen gaan vinden. Want alleen ga je er nooit geraken.“
De olifant in de porseleinkast ▶ 46:02
Hoe leer je zo'n stijl? Rzoska vertelt over zijn eigen debuut in de gemeenteraad van Lokeren, en hij is er niet mild over.
“Het eerste halfjaar ging ik echt als een olifant in een porseleinkast. Elke gemeenteraad opnieuw tekeergaan, op alle slakken zout.“
Die zomer ging hij voor de spiegel staan met twee vragen: ga ik dit volhouden, en heeft dit impact? Het antwoord was twee keer nee, want zo'n houding is van de andere kant makkelijk te counteren.
“Wat heb je nu op die zes maanden bereikt? Ja, nul nog bollen.“
Sindsdien werkt hij anders: de meerderheid kun je volgens hem veel moeilijker maken door redelijke argumenten netjes op te lijsten. Ook in commissies past hij dat toe.
“Als ik echt fundamentele commentaar heb, dan moet je dat kunnen verpakken in drie of vier argumenten. Want bij het vijfde haakt iedereen af, en bij het zesde is niemand nog aan het luisteren.“
Waar de plenaire show ophoudt ▶ 47:34
Doet het Vlaams Parlement nog echt zijn werk, of is het een praatbarak geworden? Rzoska verdedigt het instituut, maar wel met een duidelijk onderscheid tussen waar het gebeurt en waar het gespeeld wordt.
“Goede ministers komen niet met afgewerkte zaken naar een commissie, maar polsen eerst. Het gebeurt zelfs dat we samen met de meerderheid amendementen schrijven om wetgeving beter te maken.“
De plenaire vergadering is een ander verhaal.
“De plenaire, dat is je theater, dat is een showmoment. Daar zit vaak een showelement in en daar moet je doorheen kunnen kijken. Er wordt in een plenaire ook wetgevend werk gedaan, en dat is na de show, als de camera's weg zijn en niemand nog kijkt.“
Op de vraag of dat op den duur niet vermoeiend wordt, komt het droogste antwoord van het gesprek.
“Laat het mij zo omschrijven: niet iedereen doet zijn show even geslaagd.“
De lege commissiezaal ▶ 49:12
Wat volgens hem wél structureel beter kan, is de cumul. Hij verwijst naar het Waals Parlement, waar maar een derde van de vergadering een lokaal uitvoerend mandaat mag combineren, met een merkbaar gevolg: meer volk in de commissies en meer werk achter de schermen.
“Wij moesten normaal met vijftien mensen in elke commissie zijn. Ik heb commissievergaderingen meegemaakt waar we met drie of vier zaten, omdat de commissieleden burgemeesters of schepenen waren die zeiden: niet de moeite om naar Brussel te gaan.“
Als oppositie gebruikte hij dat soms als hefboom door bij een stemming de zaal te verlaten, zodat het quorum niet gehaald werd. Dat er dan gebeld en geschorst moest worden om mensen naar Brussel te krijgen, vindt hij veelzeggend.
“Je kunt in mijn ogen maar één job fulltime goed doen. Als daar een tweede bijkomt, moet dat ergens gecompenseerd worden.“
Hij heeft ook een naam voor een fenomeen dat hij vaak zag: de kwart-na-vier-parlementariërs, die precies op tijd binnenstapten voor de stemmingen.
Waarom links nationalisme verdween ▶ 53:40
Een van de meest historische passages gaat over de vraag waarom nationalisme in Vlaanderen vrijwel uitsluitend rechts is. Rzoska wijt dat aan de schaduw van de oorlogsjaren, en noemt die reflex intellectueel gemakzuchtig.
“Ik vind het intellectueel lui en intellectueel makkelijk om alles wat met Vlaams-nationalisme en de Vlaamse beweging te maken heeft te verlengen tot de oorlogsjaren, terwijl dat maar een klein aspect is van het grotere geheel.“
De Vlaamse beweging bestaat volgens hem veel langer en begon als taalbewustzijn. Hij was erbij toen Frans-Jos Verdoodt het historisch pardon uitsprak op de IJzerbedevaart, en beschrijft de beweging als een huis met vele kamers.
Interessant is dat hij de verantwoordelijkheid niet eenzijdig legt. De vooroorlogse Frontpartij was volgens hem een pluriforme Vlaams-nationalistische partij, tot die diversiteit werd doodgeknepen, ook van binnenuit.
“Die pluriformiteit van stemmen is doodgeknepen door een aantal katholieken in de Frontpartij, die zeiden: dat moet een Vlaams-nationalistische katholieke partij zijn, wij zijn niet geïnteresseerd in vrijzinnigen en linksen.“
Binnen zijn eigen partij was hij niet de enige met die affiniteit. De groep rond hem werd intern wel eens de Vlaamse flank van Groen genoemd, al lachend door sommigen en met toegeknepen neus door anderen.
De minuut stilte waar hij bleef staan ▶ 56:00
Het meest persoonlijke moment gaat over een incident in zijn eigen fractie. Bij het overlijden van Oswald Van Ooteghem, oud-senator voor de Volksunie en als zestien-, zeventienjarige naar het oostfront getrokken, hield het parlement zoals gebruikelijk een minuut stilte. Toen bekend raakte wie de man was, verliet een groot deel van het progressieve blok de zaal. Rzoska probeerde zijn fractie te overtuigen dat niet te doen.
“Als ik als groene politicus geloof in een rechtsstaat, dat mensen fouten maken, dat die man tot inkeer is gekomen, zijn straf heeft uitgezeten, zijn rechten terugkrijgt, op een lijst gaat staan en verkozen wordt, wie ben ik dan om zoveel jaren na zijn dood nog eens te proberen de Tweede Wereldoorlog te winnen? Dat is onzinnig.“
Zijn impact was beperkt: buiten hemzelf bleef alleen Johan Danen staan. De hosts koppelen het aan de bredere vraag hoe je individuen uit het verleden vandaag beoordeelt, en aan het besef dat moraliteit voortdurend evolueert.
Heeft Groen zijn doel bereikt? ▶ 1:01:23
Richting het einde volgt een ongemakkelijke vraag: als alle partijen intussen klimaatstandpunten innemen, heeft Groen dan zijn bestaansreden niet gewoon vervuld? De hosts trekken de vergelijking met vzw's die hun doel bereiken maar zichzelf nooit ontbinden.
Rzoska wijkt niet uit met het makkelijke antwoord dat de kiezer wel zal beslissen.
“Ik denk nog altijd dat er plaats is voor dat gedachtegoed. De vraag is of je partijlandschap vandaag nog voldoende beantwoordt aan wat de kiezer eigenlijk wil, en dan heb ik het niet enkel over Groen.“
Hij is er ook eerlijk over dat de groene partij een breder verleden heeft dan haar imago.
“De groene partij heeft sinds haar ontstaan aan elke staatshervorming meegewerkt. We hebben ze vaak mee helpen onderhandelen terwijl we niet eens in een meerderheid zaten, omdat er een tweederdemeerderheid nodig was.“
Herverkaveling, naar Nederlands model ▶ 1:04:01
Zijn eigenlijke pleidooi gaat verder dan zijn eigen partij: een fundamentele herverkaveling van het politieke landschap. Een poging daartoe met een aantal mensen stierf een stille dood omdat de verkiezingen te dichtbij waren, en de vraag wanneer het juiste moment dan wel is, blijft open.
“Ik denk niet aan een domme verkaveling van een aantal partijen samenklutsen. Ik denk dat er zich een fundamentelere discussie en een herverkaveling opdringt.“
Als voorbeeld wijst hij op GroenLinks-PvdA in Nederland, en hij benadrukt vooral hoe het daar ontstond.
“Dat is een heel doordachte operatie geweest. Die is ontstaan in de wandelgangen, waarbij mensen van verschillende partijen die verantwoordelijkheden dragen elkaar beginnen vinden. Je kunt het niet opdringen, dus zetten ze een proces op met genoeg checks and balances vanuit beide ledengroepen.“
Hij ziet ook het risico. Doorgedacht over vijfentwintig, dertig jaar eindig je in een tweepartijenstelsel waarin kleine partijen de kiesdrempel niet meer halen, en zelfs in Nederland, zonder echte drempel, ziet hij eenthemapartijen uit beeld verdwijnen.
Het co-voorzitterschap: opdoeken die handel ▶ 1:10:31
Over het experiment met een duo aan de partijtop is Rzoska ongewoon kort, en hij verandert daarbij openlijk van mening.
“Ik was daar zelf een voorstander van, en na het experiment heb ik zoiets van: opdoeken die handel. Het heeft niet gewerkt.“
Bij Ecolo werkt het al jaren wel, merkt hij op, dus aan het model alleen ligt het niet. Wat hem wel tegen de borst stuitte, was de journalistieke reflex eromheen.
“Hoe vaak in het begin gevraagd werd: en wie gaat nu uiteindelijk de beslissing maken? Dat vond ik zo platvloers.“
Zijn conclusie is genuanceerder dan zijn openingszin: het kan werken, maar dan moet het organisch ontstaan in plaats van bedacht worden, anders krijg je wrijving tussen wie zich verkozen voorzitter voelt en wie ernaast staat.
Wat blijft hangen ▶ 1:13:20
Op de slotvraag of hij ooit terugkeert naar de nationale politiek, zegt hij nooit nooit, maar ziet hij het zelf niet gebeuren. Wat hij wel wil, is nog een boek schrijven, want het spelen met taal beviel hem, hoe zwaar het onderwerp ook was. Dat hij daar in Vlaanderen niet van kan leven, weet hij ook, en hij verbaast zich over de muur tussen de Nederlandse en Vlaamse boekenmarkt, ondanks dezelfde taal.
Wat na ruim een uur overblijft, is een politicus die zijn eigen stijl systematisch heeft afgeleerd en heropgebouwd. De olifant in de porseleinkast die na zes maanden voor de spiegel ging staan, de fractieleider die zijn punt in vier argumenten leerde verpakken, de man die iedereen een hand geeft maar bij mensenrechten de grens trekt.
De rode draad is dezelfde als die van Discours zelf: hard mogen botsen op de inhoud, maar de tafel met respect kunnen verlaten. Of, in de zin waarmee de aflevering opent en die zijn hele loopbaan samenvat: het zullen maar de redelijken zijn die de oplossingen vinden, want alleen geraak je er nooit.