De Brasschaatse rust van een 35-jarige veteraan ▶ 0:45

In de zachte avondsfeer van De Melkerij in Brasschaat, met twee glazen whisky tussen de gastheren in en een sereen ruisen op de achtergrond, schuift Thomas Leysen aan. De mannen van Discours hebben een cv proberen te capteren waar amper een blad voor gevonden kon worden. Voorzitter van Umicore. Voorzitter van Mediahuis. Voorzitter van DSM-Firmenich. Ex-voorzitter van KBC, van het VBO, van Agoria, van de Koning Boudewijnstichting. Drie bedrijven van boven het miljard omzet, één daarvan zelfs ruim daarboven. “Op zich heb ik geprobeerd uw cv te capteren, niet gemakkelijk“, zegt de host bijna verontschuldigend, terwijl Leysen rustig knikt en aan zijn glas nipt.

Wat het gesprek meteen sympathiek maakt: Leysen presenteert zichzelf niet als een titaan. Hij vertelt dat hij in 1989 binnenkwam, niet als CEO, maar als manager van de commerciële afdeling. Pas in 2000 werd hij topman, op zijn 39e. “Ik heb die kans gekregen“, zegt hij, alsof het ergens een lot was. In de tien jaar daarop bouwde hij het toenmalige Union Minière grondig om, naar wat Umicore vandaag is: een speler in materialentechnologie, batterijen, katalysatoren en recyclage van edele metalen.

“Ik ben begonnen als een relatief jonge manager tot een grijze voorzitter, maar blijkbaar wel een goede keuze, want 15 jaar later zit ik er nog altijd.“

De sfeer is meteen gezet. Geen ronkende industrieel die zijn eigen mythe komt verkopen. Wel een 64-jarige zakenman die het grootste deel van zijn leven met één bedrijf is meegegroeid en daar nuchter, zelfs onthecht, over praat.

Waarom een CEO-voorzitter een dubieuze kunst is ▶ 3:51

Leysen werd in 2009 voorzitter van het bedrijf waar hij negen jaar CEO was. Een delicate overgang, want in goed bestuur geldt de stelregel: een CEO mag niet zomaar opschuiven naar de voorzittersstoel. Belangenvermenging, blinde vlekken, de oude topman die zijn opvolger op de vingers blijft kijken. Leysen geeft zelf toe dat de raad van bestuur er “grondig over gesproken heeft“.

“Is dat een goede zaak dat een CEO voorzitter wordt? We hebben uiteindelijk gekozen om dat wel te doen. Er waren in dit geval meer voordelen dan nadelen aan verbonden.“

De hosts duwen door. Hoe blijf je nog in staat om met afstand te kijken naar het bedrijf dat je zelf hebt vormgegeven? Leysen schetst het anders. Een voorzitter, zegt hij, is geen tweede CEO. “Een CEO staat 24 uur op zeven voor zijn bedrijf. Als voorzitter heb je een andere rol.“ Hij legt drie taken uit: klankbord zijn voor de CEO, ervoor zorgen dat raad van bestuur, aandeelhouders en management één strategische visie delen, en de performantie van het bedrijf bewaken.

Het is, in zijn woorden, een functie die op afstand staat. Tot er een crisis is. “Als er echt een groot probleem is, als men niet meer tevreden is over het management, dan staat de voorzitter wel in eerste lijn.“ Geen ondankbare functie, vindt hij, maar wel eentje die meer reflectie dan operatie vergt.

De twee zware peilers die kraken ▶ 13:57

Dan komt de vraag waar het hele gesprek naar toe heeft willen werken: hoe staat het met de Europese industrie? De analyse van Leysen is genuanceerd, niet doemdenkerig, maar ook niet geruststellend. Twee traditionele zwaargewichten staan onder structurele druk: de chemische industrie en de auto-industrie. Niet toevallig de twee sectoren waar Europa decennialang toonaangevend was.

“In de auto-industrie zijn de Europese bedrijven gemiddeld de laatste 20, 30 jaar succesvoller geweest dan de Amerikaanse bedrijven. In de chemische industrie is dat ook het geval. Maar die twee industrieën staan nu om verschillende redenen onder druk, en dat zijn twee zware peilers van Europa waar we lang op geteerd hebben.“

De oorzaak is volgens Leysen tweeledig. De chemische industrie kraakt onder de hogere energiekosten, een gevolg van de Russische invasie in Oekraïne en het wegvallen van goedkoop Russisch gas. “Amerika heeft de laatste 20 jaar door dat schaliegas een structureel kostenvoordeel.“ In de auto-industrie was Europa een early mover in de transitie naar elektrische wagens, maar werd in snelheid gepakt door Aziatische spelers en Tesla. Bedrijven die 100 of 120 jaar oud zijn, moeten zichzelf in versneld tempo heruitvinden, terwijl ze concurreren met Chinese spelers zonder erfgoed.

“In China heb je nieuwe spelers die geen Legacy hebben, geen bagage uit het verleden, die 10, 15 jaar geleden volop voor één ding gegaan zijn. Terwijl Europese bedrijven nog met één oog kijken naar het beschermen van bestaande business.“

Leysen wil expliciet niet als doemdenker overkomen. Sectoren als farma, biotechnologie, voeding en luxe blijven volgens hem sterk in Europese handen. Maar de zwakke plek zit in tech: “In Silicon Valley of Amerika in het algemeen hebben we geen of nauwelijks wereldspelers. We hebben een culturele rijkdom, maar ook een verspreide markt met 27 talen.“

De energie-handicap die geen beleid is ▶ 23:56

De hosts proberen Leysen te trekken naar een politiek standpunt. Is de energiecrisis verkeerd beleid van Merkel geweest? Leysen weigert die framing. “Sommige mensen zeggen dat mevrouw Merkel teveel bij Rusland heeft aangeleund. Uiteindelijk heeft men geprobeerd Rusland bij het westen te betrekken. Was een legitieme poging. Het is spijtig genoeg niet gelukt, maar dat was geen reden om het niet te proberen.“

“Als we daar goedkoop gas hadden, was het ook ergens normaal dat we dat eerst gebruikten. Maar vandaag is dat er niet meer.“

De nuance is belangrijk. Leysen verdedigt geen geopolitieke gokfout, maar legt uit dat het nu een nieuwe realiteit is waarmee Europa moet leren leven. Bepaalde activiteiten kunnen wellicht niet meer in Europa floreren. “Als dat onvermijdelijk is, dan moeten we dat onder ogen zien en moeten we vooral nieuwe sterke punten vinden.“ De pijnpunt zit volgens hem precies daar: de twee historische peilers chemie en automotive raken het extra moeilijk, terwijl de sterke sectoren te smal zijn om de verlies volledig op te vangen. En in tech, waar de groei zit, hinkt Europa achterop.

Waarom Belgacom 2 miljard waard is en de Amerikaanse 200 ▶ 34:41

Een van de scherpste passages van het gesprek gaat over de Europese antitrust-cultuur. Leysen heeft het zelf zien gebeuren, en zijn observatie is zelden zo concreet verwoord.

“In Amerika zijn er in het geheel drie mobiele telefoonaanbieders voor heel Amerika. Wij hebben er drie in België en willen er nog een vierde bij creëren. Dan krijg je een Belgacom dat vandaag minder dan 2 miljard euro waard is, terwijl die Amerikaanse bedrijven 100, 150, 200 miljard waard zijn.“

Dat is een orde van grootte van honderdvoudig verschil. Leysen wijt het aan een bewuste Europese keuze om competitie binnen elke landsgrens af te dwingen, een keuze die liberaal te verdedigen valt, maar die fusies tot wereldspelers vrijwel onmogelijk maakt. “Vanuit een liberaal marktperspectief is daar veel voor te zeggen. Maar anderzijds heeft men daar de creatie van grote wereldspelers gefnuikt.“

Een van de hosts probeert hem op te trekken in een breder verhaal over de Belgische cultuur. Belgen, en bij uitbreiding Europeanen, zijn cultureel sceptischer tegenover groot kapitaal en groei dan Amerikanen. “In België zit een cultuur die het midden zoekt tussen socialisme en kapitalisme.“ Leysen volgt die vaststelling deels, maar weigert volledig de Amerikaanse kant te kiezen.

“Ik denk dat Europa nog altijd een betere maatschappij is dan Amerika. Amerika heeft de laatste 20 jaar meer groei gekend, maar die is ook maar aan een heel klein gedeelte van de bevolking ten goede gekomen.“

Hij vertelt over een Umicore-fabriek in Oklahoma, twee tot drie uur rijden van de hoofdstad. “Als je daar naartoe rijdt, kom je echt terug of je dan denkt dat je in de 19e eeuw zit. Het individualisme heerst daar wel iets te hard.“ Een Belgisch industrieel die zijn eigen Amerikaanse vestiging beschrijft als een terugreis naar de negentiende eeuw, dat is een verfrissende observatie in een tijd waarin het Vlaamse zakenleven graag het Texaans-libertaire model omarmt.

De Trump-paradox in de zakenwereld ▶ 39:22

Leysen kijkt met groeiende zorg naar wat er in Amerika gebeurt sinds de verkiezing van Donald Trump. Hij benoemt het concreet en zonder politiek correct gewriemel.

“De beurs reageert enthousiast op de verkiezing van Trump, minder regulering, minder belastingen. Dat is allemaal heel fijn op korte termijn. Maar ik maak mij wel grote zorgen over waar Amerika naartoe gaat.“

Hij legt drie pijlers van economische welvaart uit die volgens hem aangetast worden: open markten worden vervangen door protectionisme, budgettaire discipline gaat overboord doordat Amerika zich door de positie van de dollar veel kan permitteren, en de rechtsstaat wordt aangetast. “Belangenvermenging tiert welig. Als je ziet wie er nu in die regering benoemd wordt, ja, dat is nepotisme, despotisme, een soort oligarchie die zich daar begint te installeren.“ Hij voegt eraan toe dat hij dat “misschien wat karikaturaal“ formuleert, maar dat het hem oprecht zorgt.

“Heel wat mensen ook in de zakenwereld gaan daar misschien wat te snel aan voorbij.“

Voor Europa betekent de verkiezing van Trump volgens Leysen dat het continent op defensievlak meer voor zichzelf zal moeten instaan. Niet onverklaarbaar, vindt hij, en zelfs niet onredelijk. Maar het komt bovenop een al uitdagende situatie waarin Europa onder druk wordt gezet om volledig in het Amerikaanse kamp te kiezen tegen China, terwijl Europa juist gebaat is bij een tussenpositie. Een kapitaalmarktoplossing, het project Capital Markets Union dat de Europese kapitaalmarkten zou bundelen, blijft volgens Leysen één van de hefbomen om grote Europese bedrijven groter te laten worden.

Een baken zonder zendingsdrang ▶ 43:09

Wat moet Europa dan doen in een wereld die haar gewicht niet meer respecteert? Leysen kiest voor een ingehouden, bijna stoïsche houding.

“Europa moet zichzelf blijven, een baken van democratie. We moeten niet noodzakelijk lessen geven aan de hele wereld over hoe ze het moeten doen, daar zijn we ook niet meer volledig credibel in. Daar zit niemand op te wachten. Maar we moeten voor onszelf de waarden die we hebben rond democratie, een zekere coherente samenhang in de maatschappij, en duurzaamheid blijven verdedigen.“

En dan, met een onontkoombare nuchterheid: “Misschien gaan we de laatste zijn in de wereld, en moeten we ons daarbij neerleggen. Maar ik vind niet dat we onze waarden overboord moeten gooien.“ Een zin die in zijn berusting iets van Europese fierheid bewaart, zonder triomfantelijk te worden.

De hosts proberen hem te peilen op de Bilderberggroep, waar Leysen lid van is. Hij ontmythologiseert het zonder mysterieuze samenzweringen voor te schotelen. Het is, in zijn beschrijving, gewoon een conferentie van 2,5 dagen waar Europese en Amerikaanse vooraanstaanden uit politiek, academie, wetenschap, zakenwereld en media samenkomen om over wereldproblemen van gedachten te wisselen. “Goede feestjes en goed drinken? Nee, hoort er niet bij. Je krijgt daar deftig te eten, maar feestjes zijn dat niet.“

“Het is belangrijk dat we in dialoog blijven gaan. Ik sta op geen enkele lijn van Trump, maar het is wel belangrijk te horen hoe die mensen denken en waarom ze dat denken. We verketteren mensen snel, waardoor we onszelf de poging tot begrip ontnemen.“

Die zin sluit haarfijn aan bij de ethos van Discours zelf, dat Bouchez evengoed aan tafel zet als Tobback en zelden iemand vooraf wegzet.

Hoe je een tanker keert in de mediabusiness ▶ 49:19

De transitie naar de mediabusiness komt zachtjes. Leysen is voorzitter van Mediahuis, dat 10 of 15 jaar geleden nog “een kleine Vlaamse uitgever“ was, met titels als De Standaard en Het Nieuwsblad, hooguit nummer 15 of 20 in Europa. Vandaag, na fusies met onder meer Belang van Limburg, expansie naar Nederland en Ierland, behoort het tot de twee grootste nieuwsuitgevers van Europa.

“In onze inschatting zijn wij qua nieuwsmerken iets groter dan DPG. DPG heeft daarentegen wel een grotere televisietoestel.“

Het is een van de zeldzame gelach-momenten in het gesprek, wanneer Leysen het televisiestuk fonetisch uitspreekt en de hosts er smakelijk om lachen. Maar onder het gelach zit een serieuze analyse: hoe slaag je erin een tanker te keren in een sector die berucht is voor zijn traagheid? Door volgens Leysen heel gefocust met de business bezig te zijn, innovatief te zijn, wetenschappelijk vooraan te staan en ondernemend op te treden.

Hij geeft Umicore als illustratie. “Eén wagen op vier in de wereld geproduceerd heeft een katalysator van Umicore. Dat is een Belgisch bedrijf dat die positie in 20, 30 jaar heeft opgebouwd.“ En de meest complexe metallurgische recyclage-fabriek ter wereld staat in Hoboken. Een van de hosts werpt er met droge humor tussen dat hij “slechte reviews“ van die fabriek had gelezen, een 3,3 op 5. Leysen had dat niet gezien, maar laat zich er niet door uit het lood slaan. Een wereldleider hoeft niet populair te zijn op Google Maps.

De DSM-Firmenich deal: 100 mensen, totaal stilzwijgen ▶ 55:36

En dan komt de fusie waar Leysen de afgelopen jaren over heeft moeten beslissen. DSM, een 125-jaar oud Nederlands bedrijf dat begon als de Limburgse staatsmijnen, drie of vier keer al herwerkt was, en uiteindelijk een voedings-ingrediëntenbedrijf werd. Firmenich, een familiebedrijf uit Genève, vierde of vijfde generatie, wereldleider in smaak- en geurstoffen. Twee bedrijven die elkaar nauwelijks overlapten, maar die complementair waren. Samen ongeveer 12 miljard euro omzet.

“De besprekingen zijn heel confidentieel. Mogen ook maar weinig mensen daarvan weten. Het is een groep van topmanagement, een aantal juristen en een aantal bankiers die dat begeleiden. Op de duur zijn dat toch wel 100 mensen die meebetrokken worden, en dat moet je toch vertrouwelijk houden.“

De hosts boren door op die vertrouwelijkheid. Heeft hij ooit een lek meegemaakt? “Nee“, zegt Leysen, en hij voegt eraan toe dat ook de Mediahuis-fusie tussen Concentra en Corelio voor de buitenwereld “een donderslag bij heldere hemel“ was. Hoe houd je dat? “Het is een combinatie van mensen die je in vertrouwen neemt, professionalisme, NDA's, juridische verplichtingen tegenover de beursautoriteiten.“

De Nederlanders moesten een zware pil slikken: het gefusioneerde bedrijf werd formeel-juridisch een Zwitsers bedrijf. “Voor de Nederlandse trots was dat wel even slikken.“ Leysen kreeg de rol van bemiddelaar, deels door zijn culturele affiniteit met zowel de Nederlandstalige als de Franstalige Zwitsers. “Als Belg was dat ook niet onhandig, dat je tussen die Nederlanders en die Zwitsers zat.“

“Ja, de financiën en parameters kunnen we objectief noemen, maar eigenlijk zijn die toch vrij onderhevig aan een bepaalde subjectiviteit.“

De hosts vragen naar de rationaliteit van zo'n megadeal. Leysen erkent het: een fusie is geen overname. “Om de waarde te behouden, kon en mocht het geen overname zijn van Firmenich door DSM.“ Wanneer het een fusie wordt, is er volgens hem aan beide kanten ook visie nodig om in te zien dat een nieuwe wereldspeler ontstaat. Een pure overname is harder, want dan is er een prijsplafond. “Hier was er wel een overtuiging dat we die deal moesten doen, maar er waren toch harde onderhandelingen die hadden ook kunnen afspringen.“

Het anti-trust traject duurde nog negen maanden. In die periode werd er gewerkt met een zogeheten “clean team“, mensen die net gepensioneerd waren, die wel vertrouwelijke informatie mochten uitwisselen, maar geen contact meer mochten hebben met het bedrijf. Als de deal afspringt, verdwijnt al hun werk in de vuilbak. “Toch ook wel veel vertrouwen dat in dat team ligt“, merkt een host op.

Het minst slechte model voor nieuwsmerken ▶ 1:08:46

De laatste zware vraag van het gesprek is misschien wel de scherpste. Een van de hosts pakt het probleem bij de keel: media zijn ooit ontstaan als een soort waakhond van de democratie, en moet zoiets daarom dan in een businessmodel passen? Hij wijst op HLN als voorbeeld van wat de host “uitspattingen“ noemt, een open vraag voor Leysen, want dat is een titel van DPG, niet van Mediahuis.

“Over HLN ga ik mij niet uitspreken, dat is mijn probleem niet.“

Leysen pareert beleefd, maar de pushback van de host is op tafel gelegd. Dan komt zijn antwoord, en hij verpakt het in een citaat van Winston Churchill over de democratie. “Een systeem dat alle fouten van de wereld heeft, maar er is er geen beter.“ Privaat eigenaarschap van media is volgens hem het minst slechte model.

“Wat zien we tussen dat spectrum? Enerzijds de volledige nonprofit, in handen van stichtingen. Ofwel zijn die stichtingen zeer ideologisch, zoals dat vroeger was, en beknotten ze de rol van die media. Ofwel worden ze gedragen door goede principes, maar missen ze de bedrijfseconomische reflex en zakken ze toch af.“

Hij verwijst naar Nederlandse stichtingsbedrijven die kopje onder gingen omdat ze geen winst en daarom ook geen reserves opbouwden. “Als die bedrijven een crisis tegenkomen, dan gaan die ineens van geen profit naar verlies en komen die echt in een negatieve spiraal.“ Aan het andere extreem staan de beursgenoteerde bedrijven met kwartaalresultaten, wat “ook zelden een goede match is geweest voor nieuwsmerken“.

“Het model van privaat long-term ownership van media, door ondernemers of door families die zich met die missie verbonden voelen, is denk ik het minst slechte systeem. Daar vind je die bedrijfseconomische prikkel met ook een zekere verantwoordelijkheid voor het medium, een liefde voor het metier.“

Mediahuis steunt volgens hem op precies dat model. De familie Baert is sinds de oprichting van Belang van Limburg meer dan 150 jaar betrokken, in de zoveelste generatie. Een van de stichtende aandeelhouders van De Telegraaf is al 70 of 80 jaar mee verbonden. Zijn eigen familie 50 jaar.

De host laat doorschemeren dat hij “niet volledig tevreden“ is met dat antwoord. “Ik snap wat je probeert te zeggen en ik ben ook fan van het hele concept dat we te weinig vinden.“ Het accent verschuift naar de vzw als formule, een missie die toch zakelijk gerund wordt. Daar vinden de twee elkaar niet helemaal. Leysen blijft beleefd, maar duidelijk: “Ja, oké, ja, we gaan elkaar niet vinden.“

Als slotreflectie vraagt de host of Leysen vindt dat zijn long-term aandeelhoudersmodel leidt tot voldoende diversiteit van opinie. Dat antwoord is opvallend zelfverzekerd: hij durft te beweren dat De Standaard, NRC en De Telegraaf vandaag betere nieuwsproducten zijn dan 50 jaar geleden. Het beste verdedigingsbewijs voor zijn model is, in zijn ogen, niet een retorisch argument maar een kwaliteitsoordeel over het journalistieke product zelf.

De stille kracht van de voorzitter ▶ 1:14:59

Wat dit gesprek bijzonder maakt, is niet één enkele uitspraak, maar de aaneenrijging van een levenservaring. Leysen praat over fusies van miljardenbedrijven, over Bilderberg, over Trump, over de Mediahuis-strategie, alsof het allemaal tot dezelfde stille gereedschapskist behoort. Geen retorische vuurwerken, geen krijger met de vinger op de trekker, geen boze tweets. Wel een man die, zoals hij zelf zegt, “intellectueel uitgedaagd“ wordt door zijn werk.

Wat de hosts goed doen, is hem niet ontzien. Ze duwen door op het CEO-naar-voorzitter-traject, ze duwen door op HLN, ze duwen door op zijn voorzichtigheid over Trump, ze duwen door op de filosofische limietvraag over commerciële media. Leysen pareert ze niet allemaal even succesvol, maar hij gaat ze ook nooit uit de weg. En precies dat is, in deze afleveringen, wat de Discours-missie tracht te bewerkstelligen: een degelijk gesprek waarin niemand zijn pantser hoeft af te leggen, maar waar wel echte vragen op tafel komen.

Leysen sluit af met dezelfde rust waarmee hij begon. De hosts bedanken hem voor zijn tijd. Hij bedankt hen voor de whisky. De Melkerij in Brasschaat keert terug naar zijn alledaagse stilte, en Discours heeft 76 minuten gesprek dat zelden zo helder, zelden zo concreet en zelden zo anti-spektakel was over een sector die meestal in slogans wordt besproken: de Europese industrie en wat ervan rest.