Een whisky met water, een bank zonder filiaalfetisj

Bij Discours Met De Boys is het ritueel van de chink een vast gegeven, een glaasje whisky bij het begin van het gesprek. Maar Dirk Wouters, CEO van Bank Van Breda, heeft nog een vergadering in de namiddag, en dus klinken de hosts en hun gast met Spa Blauw. “Pas op, zeer lekker, van een goed jaar“, grapt iemand. Daarmee is de toon gezet voor een gesprek dat van een gewone podcast over bankieren uitloopt op een filosofische zit, op een terras in de Melkerij in Brasschaat.

Wouters was tot eind 2023 ook ondervoorzitter van Febelfin, twee mandaten samen met Johan Thijs, voorzitter en CEO van KBC. Vanuit die positie kreeg hij wat hij “het overzicht“ noemt: meepraten met de Nationale Bank, de FSMA, het kabinet Financiën. Zijn dagelijkse arena is een andere. Bank Van Breda is met 1 tot 2 procent van de Belgische deposito's en kredieten een speldenprik tussen Belfius en KBC. Toch heeft de bank bij ondernemers een marktaandeel van bijna tien procent, en bij medische vrije beroepen ligt dat aanzienlijk hoger. Klein in omvang, groot in niche.

“We hebben op vlak van deposito's en kredieten tussen 1 en 2 procent van de Belgische markt, wat toch wel heel weinig is. Bij de ondernemers hebben we een marktaandeel van een kleine 10 procent, en bij de medische vrije beroepen is dat nog aanzienlijk hoger.“

Waarom een nieuwe bank oprichten quasi onmogelijk is geworden ▶ 4:34

De hosts trekken de discussie meteen open: hoe is het om als bank te ondernemen in een sterk gereguleerde sector? Wouters wijst op project Newb, de poging die jaren geleden in de media verscheen om een nieuwe Belgische bank met een ander model op te richten. De regelgeving en de IT-investeringen maken de vaste kost zo aanzienlijk dat je niet langer in de spreekwoordelijke garage kan beginnen.

Die observatie is geen technocratische klacht maar een vaststelling met implicaties. De banksector is een fortress geworden, niet vanwege beschermend beleid maar door de cumulatieve kost van regelgeving. Toch ervaart Wouters binnen dat strenge kader veel ruimte. Communicatie en dialoog. Het verschil maken op de essentie van financiële beslissingen, niet op de kleine lettertjes.

“De regelgeving en de IT-investeringen maken de vaste kost toch wel aanzienlijk, en daardoor is het niet zoals in sommige andere sectoren dat je in de spreekwoordelijke garage kan beginnen.“

Buffers, leverage en de architectuur van vertrouwen ▶ 6:52

De hosts willen weten of de regelgeving na de bankencrisis de zaak echt heeft veranderd, of dat het cosmetica is. Wouters geeft een opmerkelijk transparante uitleg. Vóór de crisis hadden sommige banken een eigen vermogen van 3 procent of minder van het balanstotaal. Een buffer van niets.

Vandaag zit het Europese gemiddelde tussen de 5 en de 6 procent. Bank Van Breda zelf zit op zo'n 8 procent. Hij weet dat die hogere buffers de kostprijs van krediet doen stijgen, maar weigert dat als nadeel te framen. De capaciteit van de financiële sector om de economie te ondersteunen wordt er niet existentieel door geraakt, vindt hij.

“Er waren banken waar de buffer aan eigen vermogen 3 procent of minder was van het balanstotaal, en dan mag er niet veel mislopen of die buffer dreigt weg te zijn en dan ontstaat de paniek.“

Een van de hosts brengt het filosofische punt. Een bank werkt op het concept dat je geld erin steekt en op elk moment kunt terughalen, terwijl het natuurlijk niet allemaal in een kluis ligt. “Dat is eigenlijk wel een zot idee.“ Wouters knikt en zegt het in één zin: het concept van krediet bestaat al eeuwen, en het fundament daarvan is vertrouwen. Geen technische verdediging, gewoon de erkenning dat het hele systeem op collectief geloof draait.

De ondernemer als eigenaar versus de manager op payroll ▶ 10:43

Wouters maakt onderscheid tussen twee soorten klanten in zijn kredietcommissie. Hij doet dat dossierwerk al meer dan twintig jaar mee, op dinsdag- en donderdagavond, en betrapt zichzelf erop eerst naar de gekende namen te kijken voor hij begint te lezen.

“Dan zie je een enorme veerkracht. Als het wat slechter gaat in de economie, dan voel je het verschil tussen de ondernemer die eigenaar is en de manager die op de payroll staat en al solliciteert voor een functie ergens anders.“

Covid bracht dat verschil scherp naar boven. Ondernemers die zichzelf heruitvonden en doortastend ingrepen, en daar vaak als winnaar uit kwamen. Bij Wouters klinkt dat minder als marketingtaal en meer als de observatie van iemand die de cijfers én de gezichten gezien heeft.

De bankier als emotionele buffer ▶ 13:09

De hosts halen de Japanse correctie van enkele weken eerder aan, indices die plots in het rood gingen. Voelen ze dat ook bij Bank Van Breda? Wouters verdeelt het vermogen van een klant in twee componenten: een veilig deel dat nooit onder nul gaat, en een rendementsgericht deel dat volatiel is. De kunst zit niet in het kiezen van een aandeel maar in het stabiel houden van die verdeling, ongeacht het marktsentiment.

“De essentie is om voor uzelf te bepalen hoe ga ik mijn vermogen verdelen tussen die twee, en om dat te doen voor de lange termijn en niet in functie van het sentiment.“

Hij is zichtbaar trots dat tijdens de coronapaniek amper klanten verkocht hebben. “Als je op zo'n moment verkoopt en niet terug bent ingestapt, ja dan heb je de trein gemist en dat kan je nooit inhalen.“ De bank presenteert zich niet alleen als beheerder, maar als emotioneel anker.

Waarom een huis kopen anno nu lastig is ▶ 16:13

Een van de hosts schakelt over op de particuliere realiteit. Waarom is een woonkrediet vandaag zo moeilijk te krijgen? Wouters wijst naar de gouverneur van de Nationale Bank, die volgens hem beter geplaatst zou zijn voor dit antwoord, en doet er een knipoog bij: “We zijn wel met hem in gesprek, dus misschien binnenkort.“

Dan komt de uitleg. De Nationale Bank heeft een paar jaar geleden ingegrepen met 20 procent eigen inbreng als richtlijn. Banken mogen binnen limieten afwijken voor jonge gezinnen die een eerste woning kopen.

“Een paar jaar geleden was dat volop aan het gebeuren, het overbieden tegen elkaar op. En recent is het door de stijging van de marktrentes uiteraard, dat het vandaag evenwichtiger is.“

Wouters legt de Belgische trots open. Sinds de jaren 0 van de vorige eeuw was er geen echte crisis meer op de Belgische vastgoedmarkt. Geen Nederland, geen Scandinavië, geen UK met luchtbellen die barsten. Hij rekent dat toe aan macroprudentieel toezicht en aan de voorzichtige houding van Belgische banken. Tegelijk erkent hij dat dit beleid jonge gezinnen zonder ouderlijk steuntje in de problemen brengt. De hosts springen op een detail: looptijden tot 30 jaar zijn weer in opmars. Wouters wijst op de 50-regel, het maandbedrag mag niet meer dan de helft van het inkomen opslorpen, en bij stijgende rentes komen jonge gezinnen daar niet onder uit zonder de looptijd te verlengen.

Negatieve rente, deflatie en de bazooka van de ECB ▶ 24:41

Verdienen banken nu niet bovengemiddeld door de scheve doorgifte van rente naar spaarboekjes? Wouters geeft het cijfer onversneden mee. De rentemarge van Bank Van Breda in 2023 was ongeveer 1,7 procent, de hoogste sinds 2014. Vijf jaar geleden konden ze daar alleen van dromen. Tien jaar geleden, voor de negatieve-rente-periode, was diezelfde 1,7 procent normaal. “Wat is de New Normal?“

“Vanuit conceptueel standpunt kun je toch niet begrijpen dat je moet betalen om te sparen, of dat je geld krijgt als je leent. Dat is een beetje te gek.“

Een bank-CEO die luidop reflecteert op de absurditeit van zijn eigen sector. Dan komt de uitleg waarom het toch gebeurd is. Deflatie, niet als technisch begrip maar als ramp. Als consumenten weten dat een auto binnen drie maanden goedkoper is, stellen ze de aankoop uit. Hij verwijst naar de jaren 30, naar de echte depressie, en naar de globalisering die alles goedkoper maakte tot een sneeuwbal-deflatie dreigde. De ECB-bazooka was geen paniekreactie maar noodzakelijke correctie.

Het ondernemersklimaat volgens de bevragingen ▶ 29:17

Is het ondernemersklimaat in België echt zo somber als de pers schetst? Wouters baseert zich op systematische bevragingen die zijn bank doet bij haar cliënteel. De recentste editie zette War for Talent bovenaan, en dat alleen al is voor hem een teken dat de motor draait.

“We doen regelmatig bevragingen bij de klanten, en in de recentste kwam toch nog altijd War for Talent bovenaan, wat aangeeft dat het eigenlijk goed gaat met de economie.“

Hij positioneert het Belgische klimaat niet tegen Azië of de VS, maar tegen de buurlanden. Loonkosten blijven hoger dan in Nederland of Duitsland, vennootschapsbelasting ligt in lijn. Wat hij vraagt aan een toekomstige regering klinkt als de samenvatting van zijn cliënteel: zekerheid, lange-termijn-fundamenten, geen slingerbewegingen. Sectoren in transitie zoals stookolieleveranciers en landbouw zijn voorzichtiger geworden, niet uit gebrek aan ambitie maar uit gebrek aan visibiliteit.

KYC, en waarom de bank de overheid wordt ▶ 36:58

Dan komt de scherpste sectie van het gesprek, ingeleid door een anekdote. Een van de hosts vertelt dat zijn bankrekening recent geblokkeerd werd omdat hij een handtekening rond de aandeelhoudersstructuur niet had gezet, terwijl hij de enige aandeelhouder is. “Het ging over een vinkje en een handtekening, en direct had ik geen toegang meer tot mijn eigen gelden.“

Wouters bagatelliseert de regels niet. Hij gaat een laag dieper. Banken hebben drie maatschappelijke verantwoordelijkheden: financiering van de economie, zorg voor het spaargeld, veilig betalingsverkeer. KYC valt onder die derde. Maar de filosofische vraag waar de hosts hem heen leiden, is fundamenteel: is dat eigenlijk wel een taak voor banken?

“Is dat is dat een taak voor de overheid? Of, en dat is wat gebeurd is, de overheid heeft dat gedelegeerd aan de banksector, met zware sancties als die banksector die taak niet afdoende opneemt.“

Wouters formuleert zelf het kritieke punt. Een normale overheid zou zelf moeten registreren wie achter elke vennootschap zit, maar die kostprijs is doorgeschoven naar de banksector. Hij wijst op een lichtpuntje, het Isabel-platform, dat dit jaar wordt uitgerold zodat een onderneming die bij verschillende banken bankiert haar KYC-dossier maar één keer moet samenstellen.

ESG, BP Oil en het probleem met checklists ▶ 42:23

Van KYC schuift Wouters door naar ESG. De parallel is volgens hem onmiskenbaar. Banken krijgen de opdracht om bij hun kredietverlening grote ondernemingen te verplichten een berg ESG-informatie aan te leveren. Een rol die de banksector toebedeeld krijgt zonder zelf de opdrachtgever te zijn.

Een van de hosts werpt een voorbeeld op dat blijft hangen. BP Oil zou ergens een ESG-score van 91 op 100 hebben gehaald. Dat illustreert het risico van een checklist-mentaliteit. Kleine en middelgrote KMO's lijden er het hardst onder, omdat zij niet de capaciteit hebben om hele afdelingen op duurzaamheidsrapportering te zetten en omdat ze afgestraft worden op de scores van klanten waar ze geen invloed op hebben. Wouters gelooft in het inrekenen van externaliteiten, maar maakt geen geheim van zijn bezwaren tegen de uitvoering. Dezelfde filosofische lijn als bij KYC: een nobel doel, een uitwerking die te ver gaat.

Cashgeld, en hoe Wouters van mening veranderde ▶ 44:40

Een van de hosts kondigt aan dat hij in zijn anti-communistische rol gaat kruipen, en wijst op het signaal van de overheid om cashgeld terug te dringen. Wouters reageert ongewoon eerlijk. Vroeger was hij een efficiency-believer. Wie met een bankkaart geld uit een muur haalt, kan toch ook in de supermarkt of bij de bakker met kaart betalen?

“Voor een deel van de bevolking wordt budgetbeheer totaal problematisch als men het geld niet meer voelt. Dat is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, en daarom dat ik mijn mening heb bijgesteld.“

Die bocht maakt de aflevering bijzonder. Een CEO die in publiek toegeeft dat hij van mening is veranderd, op basis van onderzoek. Daarom moet de banksector toegankelijkheid van cash via geldautomaten blijven voorzien, ook als dat duurder is, met een spreidingsplan dat de oude situatie van vijf banken in één dorp vervangt door gedeelde infrastructuur. Maar Wouters voegt een tweede argument toe dat onder de radar van de doorsnee bankier ligt: een cashloze samenleving is fragiel.

“Een cashloze samenleving zou efficiënter werken, maar is enorm afhankelijk van energie en technologie. Het gemakkelijkst om een banciair systeem onderuit te halen is gewoon als je heel dramatisch bent, en al het geld is poef.“

Het impliciete vertrouwensverdrag van een halve miljoen ▶ 49:18

De scherpste pushback van de aflevering komt hier. Een host stelt een hypothese. Een welgestelde klant komt binnen en zegt dat hij een half miljoen cash wil afhalen, gewoon omdat hij het systeem niet meer vertrouwt. Wat doet de bank?

Wouters zegt het zonder omwegen. Dan zou de bank dat analyseren en, als ze hem geloven, mogelijk toestaan. Maar in de westerse wereld is het zeer moeilijk om bedragen boven de 10.000 af te halen zonder verklaring. Een van de hosts noemt dat “echt zot“. Wouters knikt en reageert niet defensief: het is een evenwichtsoefening tussen vrijheid en de strijd tegen criminaliteit.

“Iemand die tijdens een financiële crisis zegt van ik vertrouw totaal het financieel systeem niet meer en ik zou mijn geld liever cash in een kluis leggen, dan moeten wij oordelen, is dat plausibel of niet, gaan we het melden, kunnen we de klantenrelatie voortzetten of niet.“

De host wijst op het Amerikaanse principe “not guilty until proven wrong“ en draait het om: in het huidige systeem wordt eigenlijk al uitgegaan van schuld. Wouters ontkent dat niet en erkent dat criminaliteitsbestrijding ervoor zorgt dat van iedereen een bepaalde transparantie verlangd wordt.

Beste werkgever, en de prijs van een keuze ▶ 55:27

De hosts schakelen om naar de thuisbasis. Bank Van Breda werd uitgeroepen tot beste werkgever van het jaar door het Great Place to Work-instituut. “Mijn beste werkgever, ik geloof er allemaal niet zo hard in“, zegt een van de hosts ronduit. Een uitnodiging om de prijs te ontrafelen.

Wouters legt uit. De methodiek combineert een anonieme medewerkersenquête (70 procent van het eindresultaat) en een audit door Vlerick Management School (30 procent). Bedrijven moeten zelf inschrijven, dus alleen wie er met pretentie aan begint, doet mee. Bank Van Breda startte in 2006 en het duurde twintig jaar voor ze op de eerste plaats stonden.

“Wij hebben gezegd, in de plaats gaan we dialoog hebben over motivatie, inzetbaarheid en groei. Dat is er een waar ik overtuigd ben dat die return heeft.“

Wouters en collega's schreven er een boek over, Medewerkers aan zet, waarin hij zichzelf eerder als verslaggever dan als auteur ziet. De grote ingreep was het schrappen van het klassieke jaarlijks evaluatiegesprek, ten gunste van een dialoog over motivatie, inzetbaarheid en groei. Hij leest zelf alle 570 verslagen.

De meest concrete ingreep zat elders. “We gaan vanaf nu als regel opleggen dat je als districtmanager nog maar maximum 30 klanten zelf mag servicen.“ Een drastische keuze die kantoordirecteurs voor een dilemma zette: ofwel commercieel blijven, ofwel echt leidinggeven. Een aantal kwam na een weekend wakker liggen terug en koos om geen districtmanager meer te blijven. Een interventie die niet alleen het organisatiemodel veranderde, maar ook de status-economie van de bank.

Onbeperkt verlof en de tendens van de toxische leider ▶ 1:02:22

De hosts duwen door. Heeft Bank Van Breda iets gedaan met onbeperkt verlof of bovenmaatse bonussen? Wouters' antwoord is laconiek: nee. Ze betalen marktconform, niet meer en niet minder. Een host duwt op een gevoeliger punt, de tendens dat elke niet-ideale leider toxisch wordt genoemd. Wouters gelooft in hiërarchie, maar dan een hiërarchie van vier rollen: manager (van het Franse ménage, het huishouden runnen), leider met visie, expert met kennis, en vooral coach.

“De beste voetballer is niet altijd een beste coach. Maradona en Pep Guardiola, allebei excellent in wat ze deden, maar Maradona heeft als coach één prijs gehaald, bij een Mexicaanse tweedeklasser.“

De hosts geven zelf toe dat ze voetbalanalfabeten zijn. Wouters hervat de essentie zonder de metafoor. In veel organisaties zijn de beste experten doorgegroeid in het organigram, terwijl ze niet noodzakelijk de beste leidinggevende zijn. De 30-klanten-regel was de manier om dat onderscheid expliciet te maken.

Wat doet een CEO eigenlijk? ▶ 1:07:48

Naar de definitie van zijn eigen functie gevraagd, geeft Wouters een simpel antwoord. “Ik heb binnen Bank Van Breda de bevoorrechte positie dat ik het meeste overzicht heb van iedereen.“ Dat overzicht is een gift van de functie.

“Verbinden is voor mij daar een sleutelwoord. Je hebt mensen nodig die de onderdelen verbinden, en dat geldt zelfs voor de CEO. Als je zelf ook geen goede cirkel hebt van mensen waar je goed mee kunt samenwerken en verbinden, dan slaagt het ook niet.“

Hij merkt twee mensen op die met onafhankelijk maar verwant werk bezig zijn, en wijst hen op de synergie. Of dat het oude hiërarchische model is, vraagt de host. “Nee, dat is gewoon de functie van de CEO, punt.“ Zelfs de CEO kan niet zonder een eigen kring. Checks and balances, ook bovenaan.

VZW's die geen rekening krijgen, en de toekomst van de bankier ▶ 1:11:37

In de afsluitende minuten gooit een host nog een persoonlijk frustratiepunt op tafel. Zijn eigen VZW kreeg geen bankrekening bij Bank Van Breda. Wouters verklaart dat zonder verontschuldiging. VZW's vallen buiten de doelgroep van zijn bank, omdat er geen kapitaal en geen eigenaar achter zit. “Het is een stichting, het gaat een eigen leven leiden.“ Niet elke bank heeft een maatschappelijke verplichting om elk type rechtspersoon te bedienen, daar zijn de grootbanken voor.

“Een groot deel van het financieel systeem zal bancair blijven, is mijn overtuiging. Want je kan via crowdfunding platformen wel iets opzetten, maar je kan nooit de garantie geven die een bank kan geven over het spaargeld.“

De afsluitende vraag is fundamenteel. Startups en scale-ups halen hun kapitaal steeds minder bij banken. Banken zijn risico-dekkend, niet ondernemend. Hoe ziet Wouters de bank over twintig of dertig jaar? Zijn antwoord vat de hele aflevering samen. De omzetting van spaargeld in kredieten met buffer en toezicht zal bancair blijven, omdat geen crowdfundingplatform die garantie kan bieden. Daarnaast voorziet hij een transitie tussen digitaal en persoonlijk.

“Als we praten over vertrouwen, over kapitaal, ga je niet vaak vertrouwen geven aan de computer. Daar gaat er nog altijd een mens van vlees en bloed met een vertrouwensrelatie rond de tafel zitten.“

Voor sleutelmomenten met grote impact, in tijden van paniek of beleggersemoties, blijft er een tafel, en aan die tafel een mens. Niet de bank als gebouw, niet de bank als app, maar de bank als vertrouwensrelatie. Een definitie die past bij Bank Van Breda's nichefocus, en die verklaart waarom Wouters zelf op dinsdag- en donderdagavond nog steeds eerst naar de gekende namen in zijn dossiers gaat kijken. Het past bij waar Discours zelf voor staat: een dialoog die de tijd neemt voor de tegenspraken en de twijfels. Geen ja of nee, geen pamflet, maar een ondernemer die zijn sector beschrijft zoals hij hem ervaart, met de paradoxen die daarbij horen.