"Ik heb als professional altijd geweten hoe het moest, maar toen werd mijn eigen moeder dement"
Jef Pelgrims schuift aan met een glas rode wijn. Het chinken van weleer blijft achterwege, want de whisky is vandaag niet voor hem. “Die is toch anders,“ zegt hij met een glimlach. Pelgrims is voorzitter van Alzheimer Liga Vlaanderen, maar belangrijker nog: hij is iemand die al 46 jaar vecht tegen de manier waarop de samenleving met dementie omgaat. En die strijd is er, zo zal blijken, een van lange adem.
In 1978 was de realiteit voor mensen met dementie schrijnend eenvoudig: vastgebonden op een ziekenhuisbed, opgesloten op psychiatrische afdelingen, platgespoten als ze 's nachts onrustig waren. Pelgrims besloot dat het anders moest. Hij startte het eerste huis in België waar mensen met dementie op een menselijke manier werden opgevangen. De reacties waren niet louter positief.
"De pastoor heeft in de hoogmis tegen mij gepreekt"
“We begonnen met activering,“ vertelt Pelgrims. “We gingen met die mensen boodschappen doen, wandelen, op vakantie. We gingen dansen en springen. Families reageerden positief, maar de omgeving niet.“ Het hoogtepunt van die weerstand kwam uit onverwachte hoek: de kerk.
“De pastoor heeft in de hoogmis op zondag tegen mij gepreekt dat het niet nodig was om mensen die seniel waren zo af te jagen. Dat was toen de mentaliteit.“
De doorbraak kwam via een documentaire van Paula Sémer, destijds chef bij de VRT. Die film ging wereldwijd en zorgde ervoor dat andere organisaties het model kwamen bekijken en kopiëren. In 1985 richtte Pelgrims samen met dertig anderen de Alzheimer Liga België op. Tien jaar later werd de organisatie gesplitst in een Vlaamse en Waalse vleugel, een logisch gevolg van de communautarisering van het land.
Maar de werkelijke teleurstelling, zegt Pelgrims, is dat er bijna een halve eeuw later nog steeds moet geknokt worden voor diezelfde kwaliteit van leven.
“Eén van mijn ontgoochelingen is dat er nog steeds moet geknokt worden om die kwaliteit van leven van mensen te verzekeren. De mentaliteit is niet meer 'we willen het niet', maar in de praktijk slaagt men er zelden in.“
Waarom "meer handen aan het bed" het verkeerde antwoord is
Het gesprek neemt een onverwachte wending als Pelgrims het oneens blijkt met Margo Kloet, die recent ook te gast was in de podcast. Waar Kloet pleit voor meer handen aan het bed, zegt Pelgrims: “We moeten niet meer handen aan het bed hebben, maar de juiste handen aan het bed.“
Zijn argument is glashelder: de oudere zorg, en zeker de zorg voor mensen met dementie, is vandaag topzorg. Gespecialiseerde, hooggespecialiseerde zorg. Mensen komen pas in een instelling terecht als thuiszorg onmogelijk is geworden, en op dat moment hebben ze gemiddeld zeven à acht verschillende aandoeningen. Van incontinentie tot hoge bloeddruk tot suikerziekte.
“We hebben grote moeite met acties om een kapper die failliet gegaan is of een ober die een carrièreswitch maakt na Corona, die kregen een opleiding van drie weken tot drie maanden en werden dan losgelaten in de instellingen.“
Pelgrims spreekt over “de kroniek van een aangekondigde ramp“. Bij een acuut probleem kan een spoedcursus relevant zijn, maar op lange termijn leidt dat tot kwaliteitsverlies en ontoelaatbare toestanden. Hij zag het al aankomen tijdens de coronacrisis: als er ooit iets zou gebeuren, zou het een ramp zijn.
Het onderste van de piramide
De oudere zorg staat in België onderaan de zorghiërarchie. Pelgrims schetst de piramide: academische ziekenhuizen bovenaan, dan algemene ziekenhuizen, revalidatie, psychiatrie, gehandicaptenzorg, en helemaal onderaan de oudere zorg. Dat verklaart waarom Vlaanderen niet altijd in staat is geweest om dingen te doen zoals in Nederland.
En daar gaat Pelgrims dieper op in. Hij heeft dertig jaar in Nederland gewerkt, omdat hij daar als professional wél kon werken zoals hij wilde. Wat hij aantrof toen hij in 2017 terugkeerde naar België? Een tijdmachine waarin de tijd was blijven stilstaan.
Het fundamentele verschil zit hem in de mentaliteit. “Als een Nederlander geboren wordt, zegt hij 'ik heb recht op zorg'. In Vlaanderen hebben wij nog altijd een soort Caritas-idee. Wij zijn dankbaar dat er iemand voor ons zorgt.“
De host nuanceert: we zijn ook snel geneigd om te zeggen dat we recht hebben op dingen, terwijl we vaak dure systemen organiseren die niet altijd de beste kwaliteit opleveren. Pelgrims erkent dat het om evenwicht gaat, maar de basishouding blijft anders.
“Wij zijn in Vlaanderen meesters in het improviseren. Als er een nood is gaan wij daar snel op inspelen, maar 10 jaar later is dat nog altijd niks in orde. Er is geen structuur.“
In Nederland, vertelt Pelgrims, gaan ze drie jaar aan tafel zitten, richten ze commissies op, praten en onderzoeken. Maar na drie jaar komen ze naar buiten met financiering, een personeelskader, een structuur, middelen voor aangepaste gebouwen. Dan beginnen ze pas. “Wij hebben al zes jaar alles opgelost ondertussen, maar achteraf zitten we met de gebakken peren omdat de structuur niet volgt.“
De host merkt op dat dit niet alleen in de zorg zo is, maar eigenlijk heel het Belgische beleid kenmerkt. Pelgrims beaamt het.
Alzheimer is niet hetzelfde als dementie
Voordat we verder gaan, een belangrijke verduidelijking. Veel mensen kennen vooral Alzheimer, maar eigenlijk is dat slechts één vorm van dementie. Pelgrims legt uit: “Het is een neurodegeneratief proces, een aftakeling van de hersenen dat verschillende vormen kan aannemen afhankelijk van de locatie, de leeftijd en andere factoren.“
Alzheimer is de ouderdomsvariant, de meest voorkomende vorm. Maar er zijn andere varianten die op veel jongere leeftijd beginnen en waarbij bijvoorbeeld gedragsveranderingen plaatsvinden. Iemand die altijd zachtaardig was wordt plots agressief. Bij Lewy Body-dementie kunnen mensen regelmatig agressieve buien krijgen, vaak getriggerd door externe prikkels zoals lawaai of drukte. Dat maakt het extra moeilijk voor families om te blijven zorgen.
“Er zijn varianten die op veel jongere leeftijd beginnen waarbij iemand als persoon totaal verandert. Iemand die altijd heel zachtaardig was wordt een agressieve man of vrouw.“
De term “Alzheimer“ dekt de lading niet meer, erkent Pelgrims. De Liga zit steeds meer knel met die naamgeving. In Europa en wereldwijd wordt al gediscussieerd of de organisaties hun naam niet moeten veranderen naar “Dementia Organization“ in plaats van “Alzheimer“.
En het verloop is onvoorspelbaar. Je kunt geen patronen herkennen, geen voorspellingen maken. Het kan alle kanten uit gaan. Pelgrims zag het dikwijls: mensen proberen hun vader te vatten, zeggen “hij gaat achteruit maar hij herkent zijn kinderen nog“, en dan krijgt vader een hersenbloeding. Ze denken dat hij het niet zal overleven, maar hij overleeft het wel en kan plots nog veel minder. De familie past aan, accepteert minder en minder, en elke keer als ze denken “nu hebben we het ergste gehad“ gebeurt er weer iets.
Jongdementie: "Ik ben het vergeten, sorry"
Jongdementie is een relatief nieuw begrip. Twintig jaar geleden werd er niet over gesproken. Iemand die niet meer functioneerde op zijn werk had een burnout of was depressief. Nu ziet men dat het geen burnout is, maar echt jongdementie.
En daar begint een schrijnend verhaal. Het diagnosestellen is een moeizaam proces dat meestal twee tot vier jaar duurt. In het begin maakt iemand fouten, vergeet dingen, voelt zich beschaamd. In het bedrijf ontstaat irritatie.
“In de beginfase voelen mensen beschaamd en zeggen 'sorry, ik ben het vergeten'. In het bedrijf begint dan irritatie. Niemand denkt op dat moment dat iemand dement aan het worden is.“
Mensen worden op ziektekast gezet, storten in, krijgen na maanden of jaren eindelijk een diagnose. Maar dan is het vaak te laat. Bedrijven zeggen: sorry, maar dan houdt het op. En dat terwijl mensen in die fase nog heel veel mogelijkheden hebben.
Pelgrims vocht vorige week letterlijk voor dit thema. Samen met Voka, de werkgeversorganisatie, organiseerde hij een congres over mensen met verschillende aandoeningen, waaronder dementie, die langer actief op de werkvloer gehouden kunnen worden. Het voorbeeld van DHL was veelzeggend: een heftruckchauffeur die het werk niet meer aankon, kreeg de opdracht om de magazijnen schoon te houden zodat de heftrucks goed konden rijden. Daardoor kon die man nog jaren langer werken.
“Als gij op 55 afgeschreven wordt, dan krijg je een heel ander financieel statuut en zit je thuis met drie kinderen die naar de universiteit moeten. Die krijgen het bijzonder moeilijk.“
En niet alleen de partner lijdt eronder. De Liga probeert ook kinderen van mensen met jongdementie te ondersteunen. Als je zestien bent en je vader loopt thuis rond en vergeet alles, is dat verschrikkelijk. Die kinderen samenbrengen in groepen, zodat ze met elkaar kunnen praten en hun verhaal kunnen delen, is cruciaal.
143.000 mensen, maar eigenlijk bijna een miljoen
De cijfers zijn indrukwekkend en tegelijk onderschat. Op dit moment zijn er 143.000 mensen in Vlaanderen gediagnosticeerd met dementie. In heel België 200.000. Maar die getallen zijn waarschijnlijk te laag, juist omdat het diagnosestellen zo moeizaam is en jaren duurt.
Maar daar stopt het niet. Rond elke persoon met dementie staan drie tot vijf mensen die zorgen. Mantelzorgers. Familie.
“Als je de mantelzorgers meetelt, dan hebben we het niet over 140.000 mensen in Vlaanderen maar over bijna een miljoen mensen die er direct mee te maken hebben.“
En die mantelzorgers houden het systeem draaiend. Zeventig procent van de mensen met dementie woont nog thuis. Als al die mensen vanaf het moment van diagnose naar een instelling zouden moeten, gaan de kosten de pan uit zwingen. Het is een economische realiteit die zelden wordt benoemd: mantelzorgers sparen de samenleving enorme bedragen uit.
Pelgrims ziet die mantelzorgers tot het uiterste gaan. Families die alles doen om te vermijden dat vader of moeder moet opgenomen worden. “Ik heb het heel dikwijls meegemaakt als directeur van organisaties in Nederland dat families uiteindelijk hun vader of moeder kwamen afzetten in een instelling, en dan dachten wij: de zoon en de dochter die er zes jaar voor gezorgd hebben, die zijn er slechter aan toe dan de man of vrouw die opgenomen wordt.“
Vaak hoor je oudere mensen tegen elkaar zeggen: “Luister, als er met mij iets gebeurt, zorg dat ik niet naar een instelling moet.“ En dan belooft de vrouw of de man dat ze ervoor zullen blijven zorgen zolang als ze kunnen. Die belofte wordt in de praktijk vaak tot het uiterste nagekomen. Het is fantastisch van de ene kant, maar het is onverantwoord dat het op die manier moet, zegt Pelgrims.
"Op hogere leeftijd heeft een vrouw meer kans op dementie dan op kanker"
De epidemiologische cijfers zijn zorgwekkend. Eén op de vijf mensen wordt geconfronteerd met dementie, een voorzichtige schatting die waarschijnlijk nog zal stijgen. En de genderverschillen zijn significant.
“Op dit ogenblik is het al zo dat een vrouw op hogere leeftijd meer kans heeft om dement te worden dan dat ze kans heeft op kanker.“
Het is geen ziekte die je simpelweg kunt voorkomen, benadrukt Pelgrims voorzichtig. De oudere vorm is waarschijnlijk in grote mate te vertragen, maar niet echt te voorkomen. En toch verschuift de focus langzaam naar preventie.
Minstens twintig landen in de wereld rollen landelijke preventieprogramma's uit. Zuid-Korea zet massaal in op oefeningen. De Scandinavische landen volgen het model van het Karolinska Instituut in Zweden, dat parameters zoals voeding en beweging in een preventiemodel heeft gezet. Hoe vroeger je ermee begint, hoe beter. Niet op kinderleeftijd, maar vanaf volwassenheid is het zaak om erop te letten.
De Alzheimer Liga zal eind dit jaar het eerste Belgische congres over preventie organiseren. Het is een verschuiving van strategie: niet alleen wachten op een geneesmiddel over twintig jaar, maar nu al kijken wat mensen kunnen doen om het proces te vertragen.
De top drie van preventieve maatregelen? Intellectuele arbeid (ja, sudoku helpt), op de voeding letten (minder vet), en bewegen. Simpele adviezen die al decennialang gelden voor cardiovasculaire gezondheid, blijken ook relevant voor het brein.
Voetbalherinneringen als tijdmachine
Maar er zijn ook lucide momenten bij mensen met dementie. Prikkels uit het verleden kunnen mensen even terughalen uit de mist. Als ze een liedje horen, een bepaalde geur ruiken, iets uit hun verleden tegenkomen, dan krijgen ze weer een helder moment. Ze kunnen dan eindeloos praten over die periode.
De Liga experimenteert met vernieuwende manieren om die momenten te creëren. Een van de meest succesvolle projecten: voetbalmemories. Samen met de Pro League introduceert de Liga in alle clubs van Eerste Nationale maandelijkse bijeenkomsten waar supporters die dement geworden zijn naartoe kunnen komen.
Ze ontmoeten er spelers uit hun tijd, zien filmpjes van kampioenvieringen, praten over legendarische matchen. Vraag zo iemand wie er nu in de ploeg staat: niemand. Maar vraag naar de ploeg van 1967 die kampioen speelde: ze noemen ze allemaal op.
“We zijn nu bezig met de Pro League om in alle clubs van Eerste Nationale voetbal memories te introduceren, waar supporters die dement geworden zijn spelers uit die tijd tegenkomen.“
De Liga maakt ook de stadions zelf dementievriendelijker. Stewards en horecamedewerkers worden opgeleid in hoe om te gaan met iemand die dement is in de chaos van een match. Wegwijzers worden anders gemaakt. Want mensen die dement zijn haken vaak af uit angst: onze vader is niet meer in staat om naar de voetbal te gaan, want ik was hem drie uur kwijt.
Er zijn zelfs sporttassen die je kan ontlenen met oude trues, artikels uit de Gazette, en een flesje met de geur van een kleedkamer. Zweet, gras, alles erbij. Als je ooit gevoetbald hebt, weet je hoe dat stinkt. Het zijn dit soort prikkels die mensen even terughalen.
Wanneer de familie uiteenvalt
Bij jongdementie komt het voor dat partners afhaken, zegt Pelgrims. Iemand van vijftig die denkt: nee, ik kan het zelf niet, ik moet nog denken aan mijn eigen komende tien, twintig jaar. Maar bij mensen op hogere leeftijd komt dat quasi nooit voor.
Wat wel gebeurt: de diagnose dementie veroorzaakt ongelooflijke discussies tussen kinderen. Pelgrims hoort die verhalen regelmatig. “Ik heb de laatste vijf jaar voor onze pa gezorgd, ik wil meer van de erfenis.“ Of: “Ik wil dat onze vader thuis blijft“, terwijl een ander kind zegt: “Ja maar hoe gaan we dat dan doen? Ik kan niet komen helpen.“
Onderzoek toont aan dat het vaak de dochters zijn die het dichtst bij wonen die de pineut zijn. Van hen wordt bijna vanzelfsprekend verwacht dat zij voor moeder zorgen, omdat ze vlakbij wonen. Maar dan zijn er nog vier andere dochters die zeggen: “Ons moeder naar een instelling? Daar is geen sprake van.“
“Heel vaak hoor je mensen zeggen 'zorg dat ik niet naar een instelling moet'. Families gaan vaak eindeloos ver om te proberen vader of moeder toch thuis te houden en ze gaan over alle grenzen.“
Soms proberen ze het echt: vier dochters die om beurten komen helpen. Maar op termijn is dat niet vol te houden. Ze hebben hun eigen gezin, hun werk, van alles. En dan zegt er één: “Maar ik kan niet meer, voor mij moet het stoppen.“ Waarop de anderen reageren: “Wat zegt gij? Dat bestaat toch niet!“
Het schrijnende is dat meestal beiden gelijk hebben. Inderdaad is het de familie die moet zorgen, maar inderdaad heeft iedereen ook een eigen leven. De werkelijkheid is voor iedereen anders.
Het schrijnende einde: "een hoopje mens"
Pelgrims' eigen moeder doorliep het volledige spectrum van dementie. Als professional wist hij dertig, veertig jaar lang altijd wat hij moest zeggen als mensen hem over het onderwerp aanspraken. Hij wist hoe de begeleiding moest. Maar toen zijn eigen moeder dement werd, veranderde alles.
“Mijn eigen moeder is het hele spectrum doorgegaan, helemaal afgetakeld totdat er een hoopje mens overbleef. Als professional wist ik altijd hoe het moest, maar toen werd het helemaal anders.“
Die persoonlijke ervaring kleurt zijn visie op euthanasie bij dementie. Als voorzitter van de Liga moet hij officieel beide kanten verdedigen: mensen die zeggen dat euthanasie nooit mag, en mensen die smeken om die mogelijkheid. Hij erkent dat dat een lastige positie is. Toen de commissie voor bio-ethiek hem jaren geleden uitnodigde om advies te geven, moest hij toegeven dat hij geen eenduidig antwoord kon geven omdat hij beide standpunten moet respecteren.
Maar persoonlijk hoopt hij dat euthanasie bij dementie mogelijk gemaakt wordt, vooral vanwege de schrijnende situaties waarin het moeilijk is om nog te spreken van een menswaardig bestaan.
Het dilemma is complex. Het kan zijn dat je in je broek zit te plassen en je kinderen niet meer kent, maar dat je voor de rest stralend gelukkig rondloopt en in een andere wereld leeft. Ga je zo iemand een spuitje geven? Aan de andere kant zijn er situaties waarin iemand heeft opgeschreven dat hij niet verder wilde als hij zo ver was, maar nu kan hij het niet meer zeggen omdat hij dement is, en dus mag het niet.
De Liga krijgt wekelijks minstens een paar keer de vraag: wanneer gaat euthanasie mogelijk zijn voor mensen met dementie? Tijdens de verkiezingsperiode waren veel partijen plots bereid om erover te praten. Pelgrims is benieuwd of dat na de verkiezingen nog zo zal zijn.
Wanneer je vrouw je niet meer herkent maar rondloopt met een ander
De impact op relaties is vernieuwend. Pelgrims vertelt over situaties die hij meemaakte als directeur: een man die rondloopt met een vrouw aan zijn arm en zegt “dat is mijn vrouw“, terwijl de echte vrouw op bezoek komt en niet erkend wordt.
“Ik heb situaties meegemaakt waar een man rondliep met een vrouw aan zijn arm en zei 'dat is mijn vrouw', terwijl de echte vrouw op bezoek kwam en niet erkend werd.“
Het vraagt heel veel werk van de begeleiding om die echte vrouw dan te zeggen: “Ja maar hij bedriegt u niet, hij mist u zodanig dat hij denkt dat gij die andere vrouw zijt.“
Alle echtparen hebben problemen met dementie in hun relatie. Het verandert alles. Partners zeggen: “Ik ben mijn vrouw kwijt“, terwijl die vrouw er nog altijd levend wel is, maar anders. Daarom start de Liga nu in samenwerking met het Leuven Brain Institute een onderzoek naar relatiestrategieën. Wat betekent het als je man of vrouw dement wordt? Hoe kun je die relatie in stand houden?
Het Leuven Brain Institute is een consortium van 150 professoren en 450 onderzoekers die zich allemaal bezighouden met hersenonderzoek. De Liga heeft een vierjarig contract gesloten waarin ze financiering geeft voor praktisch bruikbaar onderzoek: tips en methodes om mantelzorgers te versterken zodat ze het langer en beter volhouden.
Want fundamenteel wetenschappelijk onderzoek duurt nog tien, twintig jaar voordat er iets bruikbaars uitkomt. De mensen die nu geconfronteerd worden met dementie moet je nu helpen. Je maakt hen niet blij door te zeggen dat er over twintig jaar wel iets gevonden wordt.
Professor De Strooper van Leuven werkt aan een baanbrekende theorie: dat dementie mogelijk werkt zoals kanker, als een soort immuunreactie van het lichaam. Als dat klopt, kunnen er misschien aangrijpingspunten gevonden worden zoals bij de behandeling van kanker. Het is nog fundamenteel onderzoek, maar het biedt perspectief.
Cohousing: wanneer je zelf je zorgverleners kiest
Pelgrims pleit sterk voor kleinschalige projecten en cohousingprojecten. Hij heeft voorbeelden gezien in de Scandinavische landen waar mensen zelf kiezen: vrienden die elkaar al dertig, veertig jaar kennen kopen samen een appartement of een huis, gaan daar samenwonen, en kiezen ook hun zorgverleners.
In Stockholm zag hij een huis waar zeventien mensen samenwoonden die twee zelfstandige verpleegkundigen hadden. Niet zoals nu bij grootschalige zorgorganisaties, waar elke dag iemand anders komt die niet weet waaraan.
“In Stockholm zag ik een huis waar 17 mensen samenwoonden die hun eigen zorgverleners kozen.“
Het probleem: in België mogen sociale woningbouwmaatschappijen dit soort woonvormen niet ontwikkelen volgens hun statuut. Pelgrims heeft het zelf geprobeerd in zijn dorp, maar liep tegen die muur aan. Jammer, want dan zou het financieel al een heel stuk makkelijker zijn.
De ramp in instellingen is dat je niet kiest bij wie je komt. Je komt misschien in een milieu dat haaks staat op hoe jij geleefd hebt, en je moet het accepteren want je hebt geen keuze. Dat maakt het verschil tussen een routineuze job en empathische zorg nog groter.
In de gehandicaptenzorg is dit al veel gebruikelijker: ouders die samen met zes, zeven andere ouders een woonvorm opstarten voor hun kind dat gehandicapt is, en zelf regelen welke zorg ze willen. Pelgrims gelooft sterk in dat concept, maar het is niet de norm. Dat zou het wel kunnen worden als het beleid het zou faciliteren.
"We krijgen van Hilde Crevits 12.000 euro per jaar voor alles"
De financiële realiteit van de Alzheimer Liga is schrijnend. Het werkingsbudget is 2,5 miljoen euro per jaar. Van minister Hilde Crevits krijgen ze 12.000 en een paar honderd euro per jaar. Voor alles.
“We krijgen van Hilde Crevits als minister 12.000 en een paar honderd euro per jaar voor alles. Ons werkingsbudget is 2,5 miljoen per jaar en daarmee moeten we alles doen. We zijn voor 99% afhankelijk van giften.“
Pelgrims wordt zichtbaar geïrriteerd als hij eraan denkt. De Liga bestaat bij de gratie van giften en legaten. Met die 2,5 miljoen per jaar moeten ze informatie verstrekken, mensen begeleiden van diagnose tot einde, wetenschappelijk onderzoek stimuleren, sensibiliseren, een telefoonlijn bemensen waar mensen informatie en steun kunnen krijgen, evenementen organiseren, sportprojecten opzetten, kinderen van mensen met dementie ondersteunen.
Sinds Pelgrims voorzitter is, breidt hij het ambtelijk apparaat uit. Wat oorspronkelijk een vrijwilligersorganisatie was met honderden vrijwilligers, heeft nu in elke Vlaamse provincie een vaste stafmedewerker. Iemand die bezig is met sport en buddywerking. Een eventmanager die naar braderijen gaat als iemand een actie voor de Liga organiseert. Communicatiemedewerkers voor sensibilisering. In totaal tien mensen plus een vacature voor een nieuwe directeur.
“Eigenlijk zouden wij nog minstens evenveel en nog meer mensen moeten hebben,“ zegt Pelgrims. Maar het geld is er simpelweg niet.
Tijdens het gesprek komt de discussie over kerntaken en middenveldorganisaties aan bod. De host stelt de vraag: is dit een kerntaak van de overheid of hoort het bij burgerparticipatie? Pelgrims heeft een duidelijk antwoord: “Wij moeten de middelen hebben om onze taak te kunnen invullen op een goede manier.“ Die taak is mensen begeleiden vanaf het begin tot het einde, informeren, doorverwijzen, stimuleren dat er wetenschappelijk onderzoek gebeurt.
Hij is bereid om open boek te werken over wat de Liga doet en wat het kost, en daarover te praten. Maar die vraag kunnen ze zelfs niet kwijt. Want als ze zeggen “waarom krijgen wij niet meer middelen“, verwijst men naar andere ziektes. “Ja maar als wij jullie iets geven, staat volgende week de Parkinson Liga hier ook, en de blinden, en de MS Liga.“
Pelgrims erkent zelf dat het geen eerlijke vraag is. “Als ik directeur ben van een instelling voor mensen met een handicap, zeg ik ook dat míjn probleem prioriteit moet krijgen.“ Het is een dilemma waar beleidsmakers dagelijks mee worstelen, en hij snapt dat het moeilijk is.
Maar dan komt de vergelijking met Oekraïne. “Voor Oekraïne komen er ineens miljarden vrij die nergens blijken te zitten. Dat is oké, dat moeten we doen. Maar als wij miljoenen vragen, geen miljarden maar miljoenen, om de levenskwaliteit van mensen met dementie te verbeteren, dan gaat dat niet.“
Hij snapt dat het voor politici moeilijk is. Als de economie niet draait, gaat het ook niet. Maar als de zorg niet draait, is het mensonwaardig. Waar moet je tussen kiezen? Het zijn duivelse keuzes, erkent hij, maar ze moeten wel gemaakt worden.
Waarom grote farmaceutische concerns afhaken
Het onderzoekslandschap voor dementie is klein in vergelijking met kanker. Een kankerinstituut staat tot dementieonderzoek in een verhouding van tien tot één, schat Pelgrims. Misschien twintig tot één.
De voorbije jaren zijn er grote farmaceutische concerns gestopt met onderzoek naar Alzheimer en dementie omdat ze de resultaten niet haalden. Ze zagen het niet zitten, vonden geen medicatie die bruikbaar was, en haakten af. Waardoor er natuurlijk nog minder onderzoek is. Alles draait uiteindelijk om geld: als er geen geld te verdienen valt, kan niemand erin investeren.
In België is er een stichting die zes miljoen euro per jaar inzamelt voor onderzoek, maar dat is vooral fundamenteel onderzoek. De Liga wil nu investeren in praktisch bruikbare oplossingen.
De focus verschuift langzaam van alleen een geneesmiddel zoeken naar preventie. Dertig jaar vroeger beginnen met een andere levensstijl, waardoor die ontwikkelingen in de hersenen zich minder snel voordoen. Cardiovasculaire gezondheid blijkt nauw verbonden met hersengezondheid.
Een wereldepidemie in wording
De cijfers zijn globaal zorgwekkend. Er zijn tussen de 45 en 55 miljoen mensen in de wereld die dement zijn. Dat aantal gaat verdubbelen. Als je de mantelzorgers erbij telt, hebben we het over gigantische hoeveelheden mensen.
“Er zijn op dit ogenblik tussen de 45 en 55 miljoen mensen die dement zijn in de wereld. Dat aantal gaat verdubbelen. Als je de mantelzorgers erbij telt, hebben we het over gigantische hoeveelheden mensen.“
Het is geen ziekte meer die je kunt wegmoffelen in een hoekje, zegt Pelgrims. Heel veel ziektes worden chronisch en beter hanteerbaar. Kanker wordt steeds vaker een chronische aandoening waarmee je op een acceptabele manier kunt leven. Maar bij dementie is dat er nog altijd niet.
Daarom pleit hij ervoor dat dementie een specifieke prioriteit krijgt. Niet dat andere ziektes minder belangrijk zijn, maar voor die andere aandoeningen bestaan al systemen en structuren. Niet optimaal, geeft Pelgrims toe