Een filosoof aan de keukentafel van De Melkerij ▶ 0:51

In De Melkerij in Brasschaat staat een proefflesje op tafel. Geen klassieke whisky maar een huisgemaakte likeur, batch one, met honing en een rits andere ingrediënten. Aan de andere kant van de tafel zit Michaël Vlerick, wetenschapsfilosoof en assistent-professor aan Tilburg University. Hij is recent met een nieuw boek de wereld in: 'Waarom we niet gelukkiger zijn'. Wat volgt is geen geluksgoeroe-cursus en geen zelfhulp. Het is een ruim uur waarin een filosoof rustig de aanname uitlegt waarop zijn werk berust: dat je vragen over de menselijke geest niet kunt beantwoorden zonder evolutie mee te denken, en dat je geluk zonder ongeluk evenmin kunt begrijpen.

Vlerick is duidelijk over zijn vertrekpunt. Wij hebben een geest die in een heel ander tijdperk gebouwd is dan dat waarin ze nu functioneert. Twee psychologische kenmerken vallen volgens hem op.

“Wij zijn van nature geneigd om enorm lang stil te staan bij wat slecht ging, slecht gaat en slecht zou kunnen gaan in ons leven. En anderzijds wennen we razendsnel aan verbeterde omstandigheden, waardoor we telkens hunkeren naar meer.“

De eerste eigenschap noemt hij de negativity bias. Voor onze voorouders was het levensreddend om bedreigingen voortdurend in kaart te brengen. Vandaag, in een veilige Vlaamse keuken, zadelt diezelfde reflex ons vooral op met nodeloos gepieker. De tweede eigenschap is de hedonische adaptatie. Wij verleggen de goalpost zodra we hem bereiken. Het volgende doel staat al klaar voor we stilgestaan hebben bij het vorige.

De drie hefbomen die de wetenschap nu blootlegt ▶ 3:56

Vlerick wijst op drie hefbomen waarvan de wetenschap het potentieel volgens hem steeds duidelijker aantoont. Eerst: leren om negatieve emoties niet te voeden. Dat heeft niets met onderdrukken te maken. Het gaat over de cirkel onderbreken voor hij zichzelf op zwepen krijgt.

“We zitten vaak in een vicieuze loop. Er gebeurt iets dat ons niet aanstaat, een emotionele reactie volgt, dat voedt alarmistische gedachten, die maken de reactie weer sterker. Onderzoek toont aan: als je een negatieve emotie niet voedt, zou die niet langer dan negentig seconden mogen duren.“

Negentig seconden is volgens Vlerick de tijd die je lichaam nodig heeft om adrenaline en cortisol te absorberen. Daarna houden wij de stress zelf in leven door blijven malen. Mindfulness, vertelt hij, traint precies dat afkappen. De tweede hefboom is tevredenheid cultiveren. Vijf goede dingen per dag opsommen klinkt geforceerd, maar onderzoek wijst uit dat het brein na verloop van tijd spontaan tevredener registreert wat zich voordoet. De derde hefboom volgt uit de langste geluksstudie ooit, een studie die Harvard in 1938 startte met een kleine duizend mensen en in 2018 kon afronden.

“Verreweg de belangrijkste voorspeller van niet enkel hoe gelukkig, maar zelfs hoe gezond en hoe lang die levens waren, was de kwaliteit van de sociale relaties. Niet hoeveel vrienden, maar hoe innig die contacten waren.“

Eén échte sociale connectie weegt volgens Vlerick zwaarder dan tien gewone vriendschappen.

Waarom we het keer op keer opnieuw moeten leren ▶ 6:58

Een van de hosts duwt terug. Als boeddhisten en stoïcijnen al duizenden jaren precies hetzelfde verkondigen, waarom slagen we er dan niet in? Is het niet gewoon een fout in ons brein? Vlerick erkent het direct: er is wel degelijk een bias. De boeddhisten in Azië en de stoïcijnen in het oude Griekenland kwamen volledig onafhankelijk van elkaar tot dezelfde diagnose en bijna dezelfde oplossingen. Sinds een halve eeuw vindt de wetenschap stelselmatig opnieuw uit wat zij destijds al beschreven.

“We zijn echt geprogrammeerd om geluk op de misse plaats te zoeken. We denken telkens: oh, als ik die promotie krijg, dan ga ik gelukkig zijn. Hoe goed we de zaken ook voor elkaar hebben, dat zal nooit ophouden.“

Hij verwijst naar onderzoek bij Olympische kampioenen, topacteurs en CEO's. Niet bovengemiddeld gelukkig. De adaptatie heeft hen ingehaald.

"Maak van geluk geen rechtstreeks doel" ▶ 11:34

De hosts werpen op dat de geluksindustrie zelf een deel van het probleem is. Misschien zou het helpen om gewoon te stoppen geluk tot project te promoveren. Vlerick gaat daar gretig op door en verwijst naar Dirk De Wachter, die in zijn werk dat punt maakt: de obsessie met geluk houdt ons ongelukkig.

“Maak van geluk geen rechtstreeks doel, want dat is contraproductief. Dat staat ook in al die wijsheidstradities. Maak doel van die negatieve emoties niet voeden, van tevredenheid cultiveren en van die liefdevolle interacties. Dan gaat een gelukkig zinvol leven vanzelf volgen.“

Geluk reduceren tot blijdschap of vreugde is volgens Vlerick juist de val. Vreugde mag er zijn, maar wie het hele emotionele spectrum buiten dat ene gevoel als bedreiging ervaart, maakt de marteling alleen langer. Een van de hosts brengt het scherper: misschien helpt het om geluk en ongeluk niet zo strak te benoemen als positief en negatief, en te aanvaarden dat het leven ze afwisselt. Vlerick beaamt dat. Alle emoties op het spectrum hebben een functie.

Pushback: ik verander niets als ik gelukkig ben ▶ 16:10

Een van de hosts gooit een ander idee op tafel. Misschien is een zekere onvrede precies de motor van groei.

“Ik heb nog nooit iets in mijn leven veranderd als ik gelukkig ben. Vooral als je ongelukkig bent, dan begin je dingen vast te pakken. Als je gelukkig bent, hoeft er geen verandering te zijn.“

En iets later: misschien is de strijd zelf hetgeen wat ons gelukkig maakt, omdat zij betekenis levert. Vlerick had net beschreven hoe iemand die begint te werken aan zijn baseline tijdelijk ongelukkiger kan worden, omdat de verandering bovenop een al moeilijke staat komt.

“Misschien is die strijd zelf hetgeen wat ons gelukkiger maakt, omdat we het gevoel hebben iets zinvols te doen. Veel meer dan uiteindelijk het antwoord te vinden.“

Vlerick begrijpt het, maar relativeert. Het zou volgens hem fout zijn de praktijk te beoordelen vanuit de verwachting dat je daarna alleen nog vreugde voelt. Dat is precies de misvatting waardoor mensen meditatie opgeven na drie weken.

“Het gaat nooit om negatieve emoties niet te voelen of enkel vreugde te voelen. Dat gaat niet veranderen, die emoties gaan nog komen. Ze gaan veel minder lang duren omdat je ze niet blijft voeden, maar je blijft dat hele emotionele spectrum ervaren.“

De winst zit in het wegvallen van de weerstand.

Wat samen afvuurt, gaat samen vervlechten ▶ 22:16

Vlerick legt uit waarom de oefening pas werkt als ze geregeld gebeurt. De neurowetenschap zegt het in een Engels rijmpje dat hij meegeeft aan tafel.

“What fires together, wires together. Als je de hele tijd op een trigger reageert met frustratie of angst, dan worden die paden in je hersenen breder en breder. Mensen met een kort lontje: hoe meer ze boos worden, hoe korter dat lontje dreigt te worden.“

Wie elke dag boos wordt, traint boze reacties. Die paden worden breder en sneller. Zo werkt het ook omgekeerd: wie geregeld zijn aandacht uit een spiraal trekt, leert dat circuit verzwakken. De hosts vragen het verschil tussen blijdschap en geluk. Vlerick is streng. Geluk is geen emotie. Blijdschap, vreugde, opgetogenheid wel. Geluk is voor hem de bredere staat waarin men niet ten prooi valt aan langgerekte negatieve mentale reacties.

De stoïcijnen in één zin ▶ 24:32

Een van de hosts vraagt Vlerick het stoïcisme samen te vatten als een praktische levensvorm.

“De stoïcijnen vatten het in één zin. Maak het onderscheid tussen wat je wel en niet in de hand hebt, en hecht enkel maar belang aan het eerste. Wat heb je wel in de hand? Je reacties, wat je zegt en wat je doet. Al de rest niet volledig.“

Ligt wakker van wat je wél in de hand hebt. De deugd die de stoïcijnen cultiveerden was wijsheid, gelijkmoedigheid, tevredenheid en altruïsme. Vlerick introduceert dan een specifieke techniek die in zijn boek als praktische tool terugkeert.

“De stoïcijnen deden iets dat ze negatieve visualisatie noemden: rampzalige scenario's voor de geest halen die je niet zijn overkomen. Beseffen dat moest dat wel het geval zijn, je er alles voor over zou hebben om in jouw situatie nu te zijn. Hoe onvoorstelbaar dankbaar ben je dan niet?“

In het Latijn heet het premeditatio malorum. Het is geen pessimisme, het is de tegenpool van de hedonische adaptatie. Een host brengt in dat stoïcisme volgens velen vooral over emotionele matigheid gaat. Vlerick ontkracht dat beeld. Vreugde mag geuit worden. Liefde mag exuberant zijn. Het ging de stoïcijnen om aanvaarding, niet om onderdrukking.

Lottowinnaars, verlamden en de baseline ▶ 29:10

Een van de meest schokkende stukken in het gesprek gaat over een Amerikaans onderzoek uit de jaren zeventig dat twee groepen mensen volgde met diametraal tegengestelde lotswisselingen.

“Lottowinnaars waren aan het begin euforisch. Na zes maanden was dat effect zo goed als uitgewerkt. Mensen die verlamd uit een ongeval waren geraakt zaten in een diepe crisis, maar na zes maanden waren ook zij ongeveer terug op datzelfde punt.“

De les voor Vlerick is keihard. Wie wil dat zijn baseline omhoog gaat, moet aan zichzelf werken, niet aan zijn omstandigheden. Hij voegt nuance toe over genetica. Een omstreden cijfer suggereerde ooit een verdeling van vijftig procent erfelijkheid, veertig procent gedrag en tien procent omstandigheden. Vlerick neemt dat met een korrel zout. Hij verwijst naar de boeddhistische monnik Matthieu Ricard, die ooit de bijnaam van gelukkigste mens ter wereld kreeg nadat hersenscans buitengewone patronen onthulden. Ricard zou zelf aangeven dat hij als kind en puber regelmatig in frustratie zat. De jarenlange dagelijkse meditatie maakte het verschil.

“Het is een beetje als sport. De ene heeft daar meer talent voor dan de andere. Maar iemand met weinig talent die elke dag traint en iemand met veel talent die in de zetel blijft zitten: ik zet mijn geld op degene die elke dag traint.“

De pil voor geluk en de regen in Caïro ▶ 33:01

Een van de hosts speelt advocaat van de duivel. Stel dat we morgen een veilige geluk-pil hebben, geen vervelende neveneffecten. Dan moeten we niet meer mediteren. Vlerick lacht en geeft toe dat het een interessante vraag is, maar waarschuwt voor de aanname.

“Ik heb ooit in Caïro gewoond. Daar regent het één dag per jaar, en dat is de dag dat iedereen feest. Als je altijd vreugde voelt, ga je ergens goed vinden om iets anders te voelen.“

Bovendien, voegt hij eraan toe, staat genetische modificatie wél in de startblokken. CRISPR-Cas maakt het op termijn niet ondenkbaar dat we de genetische basis van geluk in ongeboren kinderen zouden bijschaven. Hij ziet daar even veel ethische dilemma's als opportuniteiten in. Een host pikt het op vanuit eigen ervaring: een gezonde basis-onvrede is misschien niet slecht voor langetermijngeluk. Vlerick beaamt: ambitie is welkom, maar de meest duurzame variant is intrinsiek gemotiveerd.

“De meest duurzame vorm van ambitie is gedreven door intrinsieke motivatie. Ik doe dat echt graag, ik kan mij hier helemaal in kwijt. En dat je het gevoel hebt dat je er anderen ook bij baat. Altruïsme in alle mogelijke vormen is enorm gelinkt met geluk.“

Het experiment met het briefje van twintig euro ▶ 37:36

Vlerick brengt een concreet experiment ter sprake dat het effect van altruïsme onderzocht.

“Een groep mensen kreeg een som geld. Eén helft moest het voor zichzelf uitgeven, de andere helft voor iemand anders. Wie voelde zich gelukkiger? De groep die het weggaf. Op voorhand denken we vaak: nu doe ik iets liefs maar ik haal iets van mij. Eigenlijk zijn we daar zelf bij gebaat.“

De hosts spelen ermee. Betekent dat dat de Belgen, die via belastingen meer afdragen dan velen, de gelukkigste burgers ter wereld zouden moeten zijn? Vlerick lacht. Het probleem is dat we het gevoel niet hebben dat we iets aan het geven zijn. We zien niet waar het naartoe gaat. Hij verwijst naar de Belgische geluksonderzoeker Jan-Emmanuel De Neve, die hij persoonlijk kent.

“Belgisch onderzoeker Jan-Emmanuel De Neve liet mensen op hun belastingaangifte zien waar het geld naartoe ging. Bruggen, scholen, straten. Twee resultaten: er werd minder ontdoken, en mensen waren veel gelukkiger met het betalen van die belasting.“

De abstractie van publieke uitgaven is volgens Vlerick één van de grootste remmen op het altruïstische gevoel dat geluk normaliter oplevert.

Microdosing, MDMA en de val van Woodstock ▶ 39:52

De hosts gooien hun nieuwsgierigheid in. Hoe ver staan we met de farmacologische route? Vlerick lijkt zichtbaar in zijn element. Hij maakt eerst een onderscheid: microdosing zoals het in Silicon Valley populair werd, gericht op creativiteit, is een ander veld dan onderzoek met begeleide therapeutische sessies.

“Psychedelica zijn niet verslavend, werken niet in op het dopaminesysteem en zijn lichamelijk niet toxisch. Maar ze kunnen wel enorme psychologische gevolgen hebben. Voor mensen met kwetsbaarheid voor schizofrenie ten sterkste af te raden.“

De potentie zit volgens hem in de combinatie met therapie, niet in de chemische werkstof alleen. Een host haalt aan dat het bij veteranen wordt onderzocht voor posttraumatische stress, en dat MDMA-sessies opduiken om relaties te lijmen. Vlerick beaamt het. De eerste echte ontdekkingen vonden in de jaren zestig en zeventig al plaats, maar recreatief misbruik heeft het serieuze onderzoek nadien jarenlang tegengehouden.

Klein beginnen, gewoonte per gewoonte ▶ 45:15

Vlericks praktische pleidooi: alles wat hij beschreven heeft, blijft theorie zolang de lezer geen gewoontes vormt.

“Begin niet direct te zeggen: oké, ik ben overtuigd, ik ga vanaf nu een half uur per dag mediteren, dankbaarheid doen, sporten en stoppen met drinken. Dat gaat niet lukken. Doe het gewoonte per gewoonte. Je hebt anderhalve maand nodig voor één duurzame gewoonte.“

Gewoontes afleren werkt anders dan gewoontes vormen. Je verwijdert ze niet, je vervangt ze. De trigger blijft, maar je koppelt er een andere routine aan. De alternatieve routine hoeft niet edel te zijn, gewoon laagdrempelig en voldoende anders.

“Ons leven loopt voor 90 tot 95 procent op automatische piloot. Maar goed ook. Anders zou alles moeizaam worden, en moest je elke keer je hart doen kloppen.“

Gewoontes zijn niet de vijand. Slecht gekozen of opgedrongen gewoontes wel.

Van geluk naar kritisch denken ▶ 49:04

Vlericks andere boek gaat over kritisch denken. Een host wil weten hoe sterk de mens daarin is. Vlerick is helder: van nature zijn wij geen kritische denkers. Wij zijn vatbaar voor redeneerfouten zoals wij vatbaar zijn voor visuele illusies. Zelfs wie weet dat hij ze maakt, blijft ze maken. De belangrijkste, voor Vlerick, is de confirmation bias.

“Dat redeneervermogen is vooral tot stand gekomen om gelijk te krijgen in sociale settings, niet om gelijk te hebben. We zijn van nature fantastische advocaten, maar niet zo goede wetenschappers.“

Taal is bij de mens vooral ontstaan om over en met elkaar te spreken, om in groepen meningsvorming te voeren. De objectiviteit die de wetenschap vereist, gaat tegen die natuurlijke functie in. Dat verklaart waarom kritisch denken altijd onderhoud vraagt.

Hoe een goede politicus eruit ziet (en waarom we hem afstraffen) ▶ 52:10

De hosts trekken het door naar het publieke domein. Wetenschappers zijn ook mensen, antwoordt Vlerick. Zij hebben confirmation bias als de rest. Maar bij wetenschappers zorgen instituten voor wat hij “open kritiek“ noemt. Bij politici werkt dat omgekeerd.

“Politici en beleidsmakers gaan nog veel sterker aan een standpunt vasthangen. Wanneer ze tegenbewijs krijgen, willen ze daar vaak niet op terugkomen. En erg genoeg spreken we hen er ook nog op aan als ze dat wel doen, terwijl dat juist een teken is van een intellectueel eerlijke en waarschijnlijk goede politicus.“

Een ongemakkelijke spiegel voor publiek en pers. We straffen beleidsmakers af voor wat we eigenlijk van hen zouden moeten verwachten: dat ze hun standpunt aanpassen wanneer de feiten dat vragen.

“Bij goede wetenschap is er een context van open kritiek. Een paper wordt gepubliceerd en collega's proberen die zoveel mogelijk onderuit te halen. Bij pseudowetenschap gebeurt het omgekeerde: men identificeert zich dogmatisch en omringt zich met gelijkgezinden.“

Een host haalt het bekende voorbeeld aan van een arts die ontdekte dat handen ontsmetten bij bevallingen levens redt. Het duurde decennia voor die inzichten algemeen aanvaard werden. Zelfs in de sector waar kritisch denken zou moeten zegevieren, slaat het systeem soms tientallen jaren over.

Wij zijn slechte statistici ▶ 56:01

Vlerick benoemt nog twee biases waar wij vatbaar voor zijn. De overconfidence bias: wij denken dat onze kans om gelijk te hebben hoger ligt dan ze is, juist omdat we door confirmation bias enkel bevestigend bewijs zien. En het feit dat onze intuïtie het bij statistisch redeneren grondig laat afweten.

“Stel dat je een blad van 0,1 millimeter oneindig kunt vouwen. Hoeveel keer moet je vouwen om aan de maan te komen? Het antwoord is 42 keer. Onze geest is niet voor exponentieel denken gemaakt.“

Wij zijn niet voor dit soort problemen gebouwd. Wie statistisch wil denken, moet zichzelf trainen het automatische antwoord te wantrouwen.

“Onze opinies worden bijzonder snel gevormd, en het redeneerwerk is eigenlijk een soort verantwoording achteraf. Dan komen de redenen erbij. Het is dan belangrijk om de intellectuele eerlijkheid te hebben om die opinie toch wat bij te schaven.“

De hosts pikken op dat zoiets onderwijsmaterie is. Rollenspelen waarin je een standpunt moet verdedigen waar je tegen bent. Vlerick beaamt het en doet dat met zijn studenten. Het levert weerstand op, maar achteraf erkennen ze de waarde.

En, ben jij eigenlijk gelukkig? ▶ 1:00:37

Na een uur theorie stellen de hosts de vraag die elke gast op enig moment krijgt. Ben jij gelukkig? Vlerick antwoordt direct met een ja, maar voegt het verhaal toe dat het boek niet uit academische nieuwsgierigheid alleen voortkwam.

“Ik was niet ongelukkig daarvoor. Ik had mijn droomleven, de job die ik wilde, op privévlak ging alles super, ik had nul te klagen. En toch had ik zoiets van: oké, is dat het dan? Toen ik dat onderzoek las over die baseline, heeft me dat sterk aangegrepen.“

Zes tot zeven jaar geleden begon hij ernstig te mediteren en bouwde hij stap voor stap de praktijken in waarover zijn boek gaat. De winst, zegt hij, is een bevrijding tegenover de langgerekte negatieve mentale reacties die hem voordien geregeld in hun greep hadden.

“Het is gewoon verliefd worden op het leven. Wat anders staat ons te doen?“

Een host merkt op dat zijn aanpak juist sterker is omdat het pleidooi niet zweverig is, maar wetenschappelijk onderbouwd. Vlerick beaamt het en wijst erop dat veel mindfulness-literatuur in zelfhulpgenre blijft hangen, terwijl het onderzoek stevig staat.

De geest dwaalt 47 procent van de tijd ▶ 1:03:41

Vlerick onderscheidt drie vormen van meditatie. De eerste is concentratiemeditatie, waarbij men de aandacht steeds terugbrengt naar de adem.

“Onderzoek toont aan dat onze geest 47 procent van de tijd dwaalt als we wakker zijn. Dat is gemiddeld. En als de geest dwaalt, voelen we ons beduidend minder goed dan wanneer we met onze aandacht bij zelfs saaie repetitieve taken zijn.“

Een van de hosts protesteert grappend dat 47 procent wel meevalt. Vlerick lacht. Het cijfer dient niet om af te schrikken, het zet enkel scherp dat afwezigheid van geest een grotere rem op het welzijn legt dan de meeste tegenslagen.

De tweede vorm is observatiemeditatie, waarbij men gedachten en emoties observeert zonder eraan vast te haken.

“Je leert observeren en weggaan, observeren en weggaan. En als je dat genoeg doet, krijg je in het gewone leven het besef: een emotie is een ding, een gedachte is een ding. Je laat je niet meer zo aangrijpen.“

De derde vorm is het bewust cultiveren van gelijkmoedigheid, tevredenheid en liefdevolle vriendelijkheid. Een host plaagt dat liefdevolle vriendelijkheid er voor hem niet in zit. Vlerick lacht het weg met een speelse verwijzing naar de genetische samenstelling.

Een filosoof die de bevrijding kent en blijft trainen ▶ 1:07:32

De hosts geven mee dat het boek hen “getriggerd“ heeft, dat ze het zeker zullen lezen. Wat blijft hangen is een man die zijn academische rigor combineert met de bescheiden vasthoudendheid van iemand die het werk zelf heeft gedaan. Geen goeroe-houding, geen retorische pirouettes. Vlerick belooft geen gloed, hij belooft een ander spectrum. Geen vlucht uit emoties, maar een andere verhouding ertoe. Geen kortsluiting met dopamine, maar gewoonte per gewoonte. Geen project waarin geluk de finish is, maar een traject waarin tevredenheid, gelijkmoedigheid en aandacht voor anderen een rustiger leven mogelijk maken. Voor de Discours-missie, het pleidooi voor degelijkheid en dialoog, past dat als een handschoen. Vlerick demonstreert in dit gesprek zelf het advocaat-van-de-duivel-spel waarvoor hij pleit. De hosts duwen terug, hij neemt het op, hij relativeert, hij geeft toe waar hij overdrijft. Wat blijft is de zekerheid dat een filosoof aan de keukentafel meer dan ooit een tegengewicht is tegen de dopamine-stroom van het schermleven.