"Vergeet nooit van waar je komt": Emmanuel Keirse over rouw, dood en waardig sterven

De late namiddagzon valt door de ramen van De Melkerij in Brasschaat. Emmanuel Keirse, 78 jaar, klinisch psycholoog, emeritus hoogleraar geneeskunde en voormalig kabinetschef Volksgezondheid, neemt bedachtzaam een slok van zijn chingetje whiskey. Zijn handen bewegen mee terwijl hij spreekt, een gewoonte die hij zichzelf heeft aangeleerd om te controleren. “Ik schrijf aan de binnenkant van mijn handen 'luisteren, luisteren',“ zegt hij met een glimlach. “Want je hebt de neiging om te snel te antwoorden en oplossingen aan te brengen. En je moet eigenlijk naar mensen luisteren.“

Het is een wijsheid die Keirse zijn hele loopbaan heeft gedragen, van de kankerafdeling in Leuven waar hij als 18-jarige vrijwilliger begon, tot zijn vier jaar als kabinetschef, tot vandaag, dertien jaar na zijn officieel pensioen. “Mijn vrouw zegt dat ze nog niet gemerkt heeft dat ik gestopt ben,“ lacht hij. Het gesprek dat volgt is een reis door de taboes rond sterven, de gebreken in onze gezondheidszorg, en de vraag hoe we als samenleving weer durven om te gaan met het meest menselijke dat er is: verdriet.

"Die ouders weten dat nog niet" ▶ 4:00

Keirse groeit op als tweede oudste in een gezin van elf kinderen in West-Vlaanderen. Zijn vader ging tot zijn twaalfde naar school, zijn moeder tot haar veertiende. Wanneer hij op zijn achttiende naar de universiteit in Leuven vertrekt, gaat zijn moeder mee tot aan de bushalte. “Ze zei: 'Als je zover zijn, van West-Vlaanderen naar Leuven, dat was 120 kilometer, zo ver zijn wij nog nooit geweest in ons leven. Vergeet nooit van waar je komt en alles wat je daar leert toe te passen voor de mensen die de kansen niet gekregen hebben.'“

“Vergeet nooit van waar je komt en alles wat je daar leert toe te passen voor de mensen die de kansen niet gekregen hebben.“

Die boodschap wordt zijn levensspreuk. Als student doet hij vier jaar vrijwilligerswerk op de kankerafdeling van het Leuvense ziekenhuis. Wat hij daar ziet, schokt hem diep. “Men zei nooit aan mensen dat ze zouden sterven,“ vertelt hij. “Als een patiënt zwaarder ziek werd, werd hij uit de kamer van vier weggehaald, in een kamer alleen gelegd op het einde van de gang. Men zei aan de medepatiënten en aan die patiënt zelf dat men nu een zeer bijzondere nieuwe behandeling zou proberen.“

“Men zei nooit aan mensen dat ze zouden sterven en als een patiënt zwaarder ziek werd werd hij uit de kamer van vier weggehaald in een kamer alleen gelegd op het einden van de gang.“

Twee dagen later stierf de patiënt. Terwijl het avondeten werd opgediend bij alle patiënten, werd het bed met een wit laken erover de lift ingeduwd, naar het mortuarium gerold. Maar men zei tegen de patiënten dat de behandeling zo goed gewerkt had dat die patiënt vroeger naar huis was kunnen gaan. “De eerste kamer die ik binnenkwam, zeiden de patiënten tegen mij: 'Het schijnt dat die en die en die ook gestorven zijn. Maar zwijgen hè, want de verpleging weet niet dat wij dat weten.' Dus er was nergens onder.“

Keirse doet ook jarenlang crisis-opvang op de spoedgevallendienst. “Ik heb heel vaak mensen opgevangen die onverwachts met zware accidenten werden geconfronteerd. Een kind dat stierf, een partner die stierf, ouders die stierven in accidenten. Je moest de eerste opvang doen van de familie. Dat was heel intensief, heel veel verdriet van mensen, maar je kon zo ontzaglijk veel betekenen voor mensen als je op een deskundige manier daar aanwezig was.“

Waarom geneeskunde dood en sterven niet doceert ▶ 8:45

Wanneer Keirse afstudeert en halftijds gaat werken in een psychiatrisch ziekenhuis in Sint-Truiden, maakt hij iets mee dat zijn carrière definitief richting geeft. Op een woensdagmiddag verneemt hij dat de dag ervoor een 22-jarige patiënt tijdens een elektroshockbehandeling is overleden. Een te hoge dosis elektrische stroom door zijn hersenen. “Ik zeg: 'Hoe hebben die ouders daarop gereageerd?' 'Maar die zijn nog niet op bezoek geweest, die weten dat nog niet.'“

“Die ouders weten dat nog niet. Ik dacht wat, die ouders? En men wachtte tot die ouders op bezoek kwamen.“

Men wachtte tot de ouders toevallig op bezoek zouden komen. Dat had kunnen duren tot de zaterdag of de zondag. “Ik zeg: 'Geef me dat adres. Ik rijd naar die mensen naartoe, dat moet.' Maar niemand durfde dat doen.“ Het is het moment waarop Keirse beseft: mensen moeten opleidingen krijgen in het voeren van slecht-nieuwsgesprekken, in omgaan met rouw en verdriet.

Waarom is die angst zo groot? Keirse wijst op een paradox. “Mensen die geneeskunde gaan studeren, die studeren geneeskunde om mensen te genezen, geen dode. Je zou eens in de cursussen moeten kijken van de studenten in geneeskunde. Hoeveel keer het sterven daar ter sprake komt?“ Hij vertelt over zijn oudste broer, die geneeskunde studeerde. “Toen ik op die kankerafdeling stond, wilde ik leren van: wat kan je voor mensen doen in die situatie? Ik vroeg aan mijn broer. Mijn broer dacht dat wij hek geworden zijn. 'Wij studeren wel geneeskunde hè, niet om mensen te laten doodgaan.'“

Vandaag komt het onderwerp wat meer aan bod, maar nog steeds te weinig. “Ik heb de tijd geweten in de jaren '70 dat een assistent aan een patiënt bevestigde dat hij zou sterven, toen die patiënt zei: 'Ik denk dat ik dit hier niet overleef.' Die assistent werd bijna aan de deur gezet door zijn professor. Want zoiets zeiden we niet tegen patiënten.“

Een jongetje van vier en warme chocolademelk ▶ 11:19

Maar Keirse heeft zelf geleerd hoe het wél kan. Hij is zes jaar oud wanneer in zijn straat een jongetje van vier wordt overreden door een vrachtwagen. “'s Avonds gingen we met de vier oudste kinderen en onze moeder afscheid nemen van dat kind van vier jaar. Ik zie dat nog voor ogen alsof dat gisteren was. Ik zie nog altijd dat jongetje liggen tussen die witte lakens in die voorkamer. Enkel een handje van het kind konden wij boven die lakens zien. Het hoofd was één grote bol wit verband, want het hoofd was verpletterd onder de wielen van die vrachtwagen.“

Het klinkt traumatisch, maar Keirse herinnert het zich anders. “Ik heb daar geen afschrikwekkend beeld van overgehouden. Ik herinner me die avond uit mijn kinderjaren als een avond waar wij veel langer mochten opblijven dan normaal, een avond waarop wij intens gesprek hadden met onze ouders, wat niet altijd mogelijk was in een gezin met elf kinderen, en een avond waarop we midden in de week een tas warme chocolademelk kregen, wat toen in die tijd enkel op grote feesten gebeurde.“

“Wie zouden vandaag nog met vier kinderen tussen drie en zeven een groet gaan brengen aan een kind van vier waarvan het hoofd verpletterd is onder de wielen van een vrachtwagen?“

Jaren later, aan het sterfbed van zijn moeder die op 63-jarige leeftijd aan kanker sterft, vertelt hij haar dit verhaal. Ze zegt: “Goed dat jij psychologie gestudeerd hebt, dat wij zo rustig kunnen praten over alles wat ik meemaak.“ Keirse antwoordt: “Mama, denk je dat ze zoiets leren in de studies van psychologie?“ “Waar heb je dat dan geleerd?“ “Ik denk hier thuis.“

De huisarts van het dorp was die avond bij alle gezinnen met kinderen langsgekomen. “Hij had gezegd: 'Ga met je kinderen afscheid nemen, want die kinderen moeten morgen door diezelfde straat terug naar school, en dan moeten die kinderen dat verstaan.' En hij had gezegd: 'Als je thuis een warme sfeer wilt creëren, wat doe je dan met je kinderen?' 'Pannenkoeken bakken, warme chocolademelk maken.' 'Voor pannenkoeken heb je geen tijd,' zei de huisarts. 'Geef ze een tas warme chocolademelk en neem al je tijd om naar je kinderen te luisteren.'“

Kinderen die vragen stellen over de dood ▶ 12:48

Keirse krijgt vaak de vraag van ouders: “Mijn kind van zes stelt zich vragen over de dood, moet ik niet mee naar een psychiater?“ Zijn antwoord: “Nee, dat is op die leeftijd normaal.“

Hij vertelt over zijn jongste kleindochter, die op vijfjarige leeftijd zijn bureau binnenstapt. “Opa, ik moet eens iets met u bespreken. Mijn mama heeft gezegd dat gij alles weet over de dood. Elk kindje heeft twee opa's, ik had ook twee opa's, maar opa Louis die is dood, want die is in zijn bord gevallen.“ De schoonvader van zijn dochter heeft ooit een infarct gedaan terwijl ze aan tafel zaten en is voorover gezakt in zijn bord.

“Opa Louis die is dood want die is in zijn bord gevallen. Heb jij opa Louis gekend? Kunt je mij dan vertellen over opa Louis? Dan leer ik hem ook kennen, dan heb ik ook twee opa's.“

“De wijsheid van zo'n kind,“ zegt Keirse. “Het was grootouderdag geweest op school. Sommige kinderen hebben vier grootouders en anderen hebben er maar drie. En kinderen stellen vragen daarover.“

"Verdriet heeft te maken met liefde" ▶ 0:00

Die boodschap vormt de kern van Keirse's benadering van rouw. Hij begint zijn lezingen altijd met dezelfde woorden: “Verdriet heeft te maken met liefde, met verbondenheid. Als je van iemand houdt, is toch normaal dat je diep verdriet voelt als daar iets mee gebeurt.“

“Verdriet heeft te maken met liefde, met verbondenheid. Als je van iemand houdt is toch normaal dat je diep verdriet voelt als daar iets mee gebeurt.“

“Dat helpt mij althans al mijn hele leven om in het diepste verdriet naar mensen naartoe te durven gaan, te weten dat dit te maken heeft met het feit dat ze in staat zijn om liefde te geven en liefde te ervaren. En wat is er nu meer typisch voor mensen dan dat?“

Maar de samenleving denkt daar anders over. Keirse vertelt over een vrouw van 88 jaar die net haar man heeft verloren na 70 jaar samenleven. “Die krijgt van iedereen te horen: 'Je mag blij zijn dat je hem zo lang hebt kunnen houden.' In plaats van die vrouw te zeggen: 'Je mag best verdrietig zijn, want je bent na 70 jaar samenleven je partner kwijt.' Mensen denken dat dat troostend is, maar ze zijn wel kwijt hè.“

De vingerafdruk van verdriet ▶ 23:15

Keirse schreef een geschenkboekje voor mensen in verdriet met als titel Vingerafdruk van verdriet. “Een vingerafdruk, dat herkent iedereen. Maar ook al herkent iedereen een vingerafdruk, twee vingerafdrukken zijn nooit gelijk. En zo is dat ook in rouw.“

Rouwarbeid kan je opdelen in vier taken, legt hij uit. “Die vier taken zijn herkenbaar als een vingerafdruk, maar geen twee mensen doen dat op dezelfde manier. Dat is telkens anders en verschillend.“

“Rouwarbeid kan je opdelen in vier taken en die zijn herkenbaar als een vingerafdruk, maar geen twee mensen doen dat op dezelfde manier.“

Het verschil zit niet alleen in de relatie tot de overledene. “Als vier kinderen hun moeder begraven, ook al is het dezelfde vrouw die wordt begraven, dat is niet dezelfde moeder voor die vier kinderen. Dat is een heel andere moeder.“ Voor de puber die nog zware discussies had met zijn vader voordat die aan een plots infarct neerzakte, is het een andere vader dan voor de jongste dochter. “En voor die kinderen is dat hun vader, en voor die moeder is dat haar man, en voor die grootouders is dat hun zoon, en voor de collega's is dat hun collega. Het is dus telkens anders en verschillend.“

“Als vier kinderen hun moeder begraven, ook al is het dezelfde vrouw die wordt begraven, dat is niet dezelfde moeder voor die vier kinderen.“

Er zijn ook verschillende stijlen van rouwen, zegt Keirse. Hij beschrijft de instrumentele stijl (“de mannelijke stijl“) en de intuïtieve stijl (“de vrouwelijke stijl“), hoewel die benamingen niets met biologie te maken hebben maar alles met opvoeding. “Die instrumentele stijl: je bent meer rationeel bezig, praktisch, je wil daar iets aan doen, je wil vooruit, je wil rapper aan de toekomst denken en je vindt dat je niet teveel mag in tranen en in verhalen verliezen. Die intuitieve stijl komt meer in tranen naar buiten, je wil dat delen met vriendinnen, je wilt daarover praten.“

In gezinnen waar een kind sterft, leidt dit vaak tot conflict. “Vrouwen zeggen: 'Mijn man praat nooit over ons dochtertje, zou dat betekenen dat hij daar nooit van gehouden heeft?' Nee, die heeft gewoon een andere stijl van rouwen. En mensen zouden dat moeten weten, dat dat twee complementaire stijlen zijn die elkaar aanvullen.“

Rouwen gaat over elk verlies ▶ 54:30

Een belangrijk inzicht dat Keirse meegeeft: rouwen heeft niet alleen te maken met het verlies van een dierbaar iemand, maar met elke vorm van verlies. “Ook roken laten is iets dat men niet zomaar vanzelfsprekend moet vinden en waar mensen steun en hulp en houvast nodig hebben.“

Toen hij kabinetschef was, had hij een pak kettingrokers op zijn kabinet Volksgezondheid. “Ik heb een werkgroep opgericht. Alle rokers kwamen samen. Vier op de vijf zijn dankzij de sociale steun gestopt met roken.“ Het was geen medische interventie, geen nicotinepleisters, maar simpelweg de kracht van een groep mensen die samen een verlies doormaakten: het afscheid van hun relatie met tabak.

“Ik had een pak kettingrokers op het kabinet. We hebben een werkgroep opgericht. Vier op de vijf zijn dankzij de sociale steun gestopt met roken.“

Denk nu na over je levenseinde, niet later ▶ 27:05

Keirse pleit al twintig jaar voor vroegtijdige zorgplanning. “Maar als je door een gemiddeld dorp zou bevragen, als 20 procent dat zou gedaan hebben, zal het veel zijn.“ Het probleem is dat mensen denken dat het nog lang niet nodig is.

“Ik raad mensen aan: denk daarover na nu, niet later. Begint vandaag. Want als je nu niet kunt nadenken als het niet voor de deur staat, is het nog veel beangstigender als het voor je deur staat.“

“Een patiënt kan maar kiezen als die goed geïnformeerd is,“ legt Keirse uit. “En als je in je leven daar nooit over hebt geïnformeerd... Als het niet voor de deur staat is het nog veel beangstigender als het voor je door staat en dan kunnen mensen het ook niet meer.“

Mensen moeten op voorhand nagedacht hebben over wat ze nog zouden willen of niet meer zouden willen, en in welke omstandigheden. “Dat vraagt om grondhoudingen en attitudes, en die verander je niet met daarop te duwen. Je verandert die met vorming en sensibilisatie. Sommige dingen vragen twee, drie generaties om het algemeen in het burger te krijgen.“

Euthanasie: wanneer bevrijding nodig blijft ▶ 18:59

Het gesprek schuift naar de euthanasiewet, een thema waarover Keirse een genuanceerd standpunt heeft. “Ik ben geen voorstander van euthanasie, maar ook geen tegenstander. Ik snap het. Maar ik ben geen voorstander omdat ik vind dat men op tijd moet stoppen met behandelingen die niet meer zinvol zijn.“

Zijn ideaal is voorkomen dat mensen in extreme lijdenssituaties terechtkomen. Maar hij erkent ook dat de realiteit weerbarstig is. “Als je iemand zo lang in leven hebt gehouden over de grenzen van wat het menselijk leefbare is, moet je ook bereid zijn om je techniek te gebruiken om mensen daaruit te bevrijden.“

“De eerste patiënt aan de Katholieke Universiteit van Leuven die via euthanasie uit het leven is gestapt was een rooms katholieke missionaris. De helft van zijn gelaat was weggerot door kanker.“

Hij vertelt over de eerste euthanasie aan de KU Leuven. “Dat was een rooms-katholieke missionaris. De helft van zijn gelaat was weggerot door kanker. En toen zijn tweede oog werd aangetast, zei ik: dit niet doen. Op dat moment is het mensonwaardig. Maar die man zou nooit in die toestand gekomen zijn had men op tijd gestopt met behandelingen die niet meer zinvol waren.“

“Als je iemand zo lang in leven hebt gehouden over de grenzen van wat het menselijk leefbare is, moet je ook bereid zijn om je techniek te gebruiken om mensen daaruit te bevrijden.“

“Bij wijze van spreken: chemotherapie gaan we nog opstarten, terwijl de vraag moet zijn: is het nog zinvol nog een nieuwe therapie op te starten?“ Het probleem, zegt Keirse, is dat het niet alleen de verantwoordelijkheid is van de geneeskunde. “Als dokters op tijd zouden stoppen, gegarandeerd krijgen ze dan hun broek met de families en met een aantal patiënten. 'Mijn man heeft toch recht op alles wat er bestaat.'“

De spanning blijft: Keirse pleit voor tijdig stoppen, maar erkent ook dat er situaties zijn waarin euthanasie de enige weg naar bevrijding blijft wanneer de medische techniek mensen te ver heeft gebracht.

Wet patiëntenrechten: "Straks wordt je opgevreten door de leeuwen" ▶ 28:29

Van 2001 tot 2004 is Keirse kabinetschef Volksgezondheid. Een van zijn belangrijkste dossiers is de wet patiëntenrechten. Wanneer de wet er is, wordt hij uitgenodigd om te spreken voor 200 artsen in Antwerpen. Moderator Sifr Bracke stelt eerst een vraag aan de zaal: “Wie is er voor die wet patiëntenrechten?“

Drie handen gaan op.

“Wie is er voor die wet patiëntenrechten? Drie handen gingen op. Al de rest waren er tegen. Ik werd straks opgevreten door de leeuwen.“

“Sifr Bracke zei: 'We gaan je nu voor de leeuwen gooien. Leg het nu eens uit waarom die wet er moest komen. Je krijgt daar tien minuten tijd voor, want daarna gaan we discussiëren met die zaal en word je opgevreten door de leeuwen.'“

Keirse noemt drie redenen: België heeft in Europees verband een akkoord ondertekend, het staat in het regeerakkoord, en het kabinet kreeg gemiddeld tien tot twaalf brieven per week van mensen die ernstige problemen ervaarden in de gezondheidszorg. “Die drie redenen zijn voor mij voldoende om daar iets rond te doen.“

De wet omschrijft zeven rechten: recht op kwaliteitsvolle dienstverstrekking, recht om zelf je zorgverstrekker te kiezen, recht op discretie, recht op informatie, recht om een behandeling te weigeren. “Ik heb de zaal gevraagd: 'Recht op kwaliteitsvolle dienstverstrekking, wie van jullie hier in de zaal vindt dat aan uw vrouw en aan uw kinderen moet onthouden worden?' Niemand stak zijn hand op.“

Wat was er dan zo controversieel? “De vrijheid. 'Wij moeten kunnen doen wat we willen.' Eén van de rechten was dat je een patiënt moet informeren over de kostprijs van wat je zou doen. Daar hadden ze het immens moeilijk mee.“ Keirse: “Ik zeg: dat is toch zeer eenvoudig. Je moet nu eens een wasmachine gaan kopen en je mag niet op voorhand weten wat dat kost. Dat is toch crazy zoiets.“

“Je moet nu eens een wasmachine gaan kopen en je mag niet op voorhand weten wat dat kost. Dat is toch crazy zoiets.“

Vandaag blijft het probleem bestaan. Veel artsen zijn niet geconventioneerd en vragen supplementen zonder die vooraf te communiceren. “Als ik de praktijk ga bekijken: de supplementen liggen niet bij de artsen die het minst verdienen. De grootste supplementen liggen bij de grootste verdieners in de geneeskunde.“

De nomenclatuur: de nefrologie als melkkoe ▶ 33:43

Een ander structureel probleem in de Belgische gezondheidszorg is de nomenclatuur, het systeem dat bepaalt hoeveel artsen krijgen voor welke handelingen. “Dat is gebaseerd op historische elementen die altijd zijn aangepast aan de index,“ legt Keirse uit.

“Als men morgen zou stoppen met alle medisch technische onderzoeken die bewezen overbodig zijn, dan zou men heel veel geld kunnen sparen in de gezondheidszorg.“

Een voorbeeld: nierdialyse. “Toen men daarmee startte, stond een professor, een vast staflid, een assistent, twee verpleegkundigen en een hoog opgeleide technieker 24 uur bij het bed van die patiënt. Men heeft uitgerekend wat dat kost, men heeft daar een prijs op geplakt. En die prijs is altijd met de index mee naar omhoog gegaan. Maar vandaag heeft men gesofisticeerde apparaten, de dokter moet om het paar weken daar eens langslopen, dat wordt door verpleegkundigen bediend. Men noemt de nefrologie de melkkoe van de gezondheidszorg.“

Hetzelfde met cardiochirurgie. “Men heeft daar een prijs op geplakt op het moment dat men daar een dag met een team mee bezig was. Vandaag kan een goede cardiochirurg vier tot vijf ingrepen doen per dag. Is dat nog steeds geldig, die prijs?“ Hier en daar is er iets aan gebeurd, maar zeer minimaal.

Waarom wordt het niet hervormd? “De paritaire commissies die je moet consulteren, wie zaten daarin? De artsen wiens inkomen doorliep als ze in vergadering zaten: radiologen, nefrologen, klinisch biologen, waar het werk verder gedaan werd door hun verpleegkundigen en hun techniekers. Maar de kinderarts, de psychiater, de geriater: als die in een vergadering zaten, hadden die geen inkomen. Dus de grote inkomens zaten met die vergaderingen.“

Frank Vandenbroucke heeft beloofd de nomenclatuur te hervormen, maar het is uitgesteld tot na de verkiezingen. “Wat gebeurt er bij de minister die dat hervormt? Die wordt heel onpopulair. Al de artsen die iets moeten afgeven gaan de patiënten opzetten tegen die minister. We hebben ooit geprobeerd om aan de dialyse iets te doen en werd gedreigd met een nationale doktersstaking.“

Vandaag het hoogste zelfdodingscijfer van Europa ▶ 38:34

De geestelijke gezondheidszorg krijgt momenteel 6 procent van het gezondheidszorgbudget. Keirse vindt dat veel te weinig. “Je kunt je vandaag niet indenken dat iemand met een zwaar dreigend hartinfarct de cardioloog opbelt en te horen krijgt: 'Ik kan u een afspraak geven binnen elf maanden.' Maar in de geestelijke gezondheidszorg is dat wel zo.“

“Vandaag is het zelfdodingscijfer in ons land het grootste van Europa. Aan een hartinfarct kan je doodgaan, maar aan psychische problematiek kan je ook doodgaan.“

“Mensen die een kind hebben met zware kinderpsychiatrische problematiek moeten maanden wachten voor een consultatie en soms een jaar voor een opname. Aan een hartinfarct kan je doodgaan als je niet op tijd aangepaste zorg hebt, maar aan psychische problematiek kan je ook doodgaan. En we hebben vandaag het hoogste aantal zelfdodingen van Europa.“

De hosts wijzen erop dat het beter zou zijn om te investeren in preventie, in het aanpakken van de oorzaken: social media, de maatschappij van vandaag. Keirse is het deels eens. “Maar het is opvallend: als je over geestelijke gezondheidszorg spreekt, zegt men: 'We moeten meer naar die preventie gaan.' Maar al de cardiologische problemen die ontstaan door een verkeerde levenswijze? Daar ligt ook heel veel verantwoordelijkheid bij de mens.“

Mark Noppen, directeur van het UZ Brussel, heeft ooit gezegd: “60 procent van de mensen die in mijn ziekenhuis liggen, liggen daar door een foute levenswijze.“

“Mark Noppen heeft ooit gezegd: 60 procent van de mensen die in mijn ziekenhuis liggen, liggen daar door een foute levenswijze.“

Meer informatie, slechtere gezondheid ▶ 41:28

Het is een paradox: we leven in een informatietijdperk waarin alle kennis over gezond leven beschikbaar is, en toch gedragen mensen zich slechter dan ooit. “Iedereen weet dat een hamburger ongezond is, maar mensen gedragen zich slechter dan vroeger. We hebben allemaal veel meer obesitas en we weten eigenlijk wel beter wat leidt tot obesitas. Meer objectieve informatie leidt niet altijd tot een collectieve gedragsverandering.“

De hosts brengen scherp in dat dit niet alleen gaat om individuele wilskracht. De luxepositie die we de afgelopen decennia hebben gecreëerd, social media, de cultuur van “je bent oké zoals je bent“, goedkoop junk food en agressieve marketing spelen allemaal een rol. Het is een structureel probleem, niet louter een kwestie van persoonlijke keuze.

Keirse erkent de moeilijkheid, maar blijft terugkomen op individuele verantwoordelijkheid. “Waarom is er zoveel junk food? Omdat ze dat kopen. Oké, dat is marketing, maar ze laten zich doen door al die marketing. Als iedereen individueel sterk genoeg is en als maatschappij naar voren komt, dan stellen wij de eis. Dat is uiteindelijk de democratie, van wat wil de mens?“

“Als iedereen individueel sterk genoeg is en als maatschappij naar voren komt, dan stellen wij de eis. Dat is uiteindelijk de democratie.“

De host blijft sceptisch: “Maar de mens wilt constant dat slechte eten. De macht ligt daar wel, maar wordt gewoon niet genomen. We zijn gewoon zwak, de macht ligt bij de marketing, bij de media.“

Het is een discussie zonder echte resolutie. Keirse hamert op persoonlijke keuze, de hosts wijzen op structurele krachten. De spanning tussen beide