In de Melkerij met Johan Van Overtveldt: "Laat ons stoppen met flauw te doen over Europa"

De avond valt over Brasschaat, maar in De Melkerij brandt het licht nog volop. Johan Van Overtveldt, voorzitter van de Europese begrotingscommissie en lijsttrekker N-VA voor het Europees Parlement, schuift aan met een glas water. Geen whisky, geen rum, zelfs geen chingetje. “Water met een licht bruisje,“ zegt hij met een glimlach. “Prikkelt het genoeg?“ Het zal de enige keer zijn dat de prikkels vanavond ontbreken.

Van Overtveldt is geen man voor liners en simplisme. Dat maakt hij binnen de eerste minuten kristalhelder. De voormalige minister van Financiën en ex-hoofdredacteur van Trends heeft een missie: de Europese Unie uitleggen aan jongeren die binnenkort voor het eerst mogen stemmen. Maar vooral: doorprikken wat er écht speelt achter de Brusselse schermen.

“Ik stoor mij mateloos aan de liners en het simplisme waarmee veel dossiers worden omringd,“ zegt hij. “Dat doorbreken is echt wel een opgave voor de politiek.“

De cultuur van "wij praten niet over uitgaven"

Toen Van Overtveldt in 2019 voorzitter werd van de begrotingscommissie, volgde meteen een cultuurschok. In de eerste vergaderingen over de begroting voor 2020 deed hij wat voor hem vanzelfsprekend was: praten over inkomsten én uitgaven.

De reactie was onthutst. “Er was zo onmiddellijk een sfeer van: van welke planeet komt hij?“ herinnert hij zich. “Wij praten niet over uitgaven in Europa. Uitgaven die Europa doet zijn per definitie goed.“

“In die eerste besprekingen zei ik bijna automatisch: oké, inkomsten maar ook uitgaven. Er was zo onmiddellijk een sfeer van: van welke planeet komt hij? Wij praten niet over uitgaven in Europa.“

Van Overtveldt sloeg zich er doorheen. “Ik heb toen echt gezegd: sorry, maar dat gaat niet meer gebeuren op die manier. Als je een begroting maakt, kijk je naar inkomsten maar ook naar uitgaven.“ Niet iedereen was even enthousiast, maar er waren medestanders. Samen begonnen ze aan wat hij omschrijft als “het verzetten van die bak“.

Die mentaliteitsverandering was hard nodig. Want toen de pandemie uitbrak, werd Europa geconfronteerd met uitgaven van een ongekende omvang. En met de vraag: wie controleert dit allemaal?

Het 735 miljard-experiment: "Bijna 50% gaat naar Spanje en Italië"

Het Recovery and Resilience Facility, het coronafonds van 735 miljard euro, is wellicht het meest ambitieuze Europese project sinds de invoering van de euro. 320 miljard in de vorm van subsidies, bijna 400 miljard aan leningen. Europa leent op de kapitaalmarkten en geeft het geld weg aan lidstaten om hun economie te herstellen.

Maar dan komt de bijsluiter. Van Overtveldt buigt zich voorover: “Bijna 50% van al die middelen gaan naar Spanje en Italië. Die twee landen die een kwart van de euro-constructie vertegenwoordigen.“

“Laat ons stoppen met flauw te doen. Het is wat het is. Spanje en Italië zijn twee noodlijdende landen die nauwelijks nog in staat zijn om zelf economische groei te creëren en die naar Europa grijpen om dat te doen.“

Het is een analyse die hij in het openbaar niet vaak hoort. “Aan de koffiemachine zijn veel mensen het met mij eens,“ zegt hij droog. “Maar weinigen durven het even luidop te zeggen.“ Het begrip is er wel, erkent hij. Want als Italië in een Griekse situatie terechtkomt, staat niemand klaar met antwoorden. “Dan staan we natuurlijk voor een situatie waarvan niemand in staat is om te zeggen waar dat gaat eindigen.“

Toch ergert die “flauwartistiek“ hem mateloos. De 320 miljard aan subsidies worden terugbetaald uit wat Brussel eufemistisch “new own resources“ noemt. Van Overtveldt vertaalt: “Dat is een complete bullshit-term, want dat betekent nieuwe belastingen.“ En niet: we groeien ernaartoe, dus de belastinginkomsten stijgen vanzelf. Nee, gewoon nieuwe belastingen.

De slag om controle: toen Rutte vijf dagen lang Europa blokkeerde

Herinner je de zomer van 2020? Toen de Europese regeringsleiders samenkwamen om het coronafonds goed te keuren, blokkeerde de Nederlandse premier Mark Rutte vijf dagen lang de onderhandelingen. “Historisch, nooit gezien,“ zegt Van Overtveldt. “Politiek Brussel stond op stelten.“

Waar ging het over? Controle. Hoe gaan we een ernstige controle op de besteding van die middelen organiseren?

“Rutte had honderd procent gelijk dat er meer controle moest komen. Hij heeft uiteindelijk toegegeven, en toen hebben wij ons geweird als een duivel in een wijwatervat om toch meer controle te krijgen.“

Samen met enkele collega's vocht Van Overtveldt voor meer bevoegdheden voor het Europese Rekenhof en de European Public Prosecutor Office, de Europese openbare aanklager. Het lukte, deels. Maar nu die miljarden vloeien, blijkt Rutte's intuïtie correct.

“We zijn nu al aan het tweede Italiaanse en Griekse dossier van manifeste fraude met dat geld,“ onthult Van Overtveldt. “Het gaat al over honderden miljoenen.“ Niet over inefficiënt spenderen, niet over een grijze zone. Volop fraude.

In alle bescheidenheid, zegt hij, is hij er toch een beetje fier op dat die extra controles er zijn gekomen. “Stelt u voor dat dat allemaal zomaar zou passeren.“ Binnen de Europese Commissie begint men nu ook vragen te stellen bij de efficiëntie van dit soort fondsen.

Moral hazard: als de rekening bij een ander ligt

Het probleem zit dieper dan enkel controle. Van Overtveldt gebruikt de term “moral hazard“: je creëert een omgeving waarin het omgaan met geld anders is dan wanneer je zelf de rekening moet betalen.

Spanje en Italië krijgen elk tegen de 80 miljard aan subsidies, maar staan maar voor een fractie van de terugbetaling in. Die wordt gespreid over alle lidstaten, naar rato van hun economische gewicht. “Daar zit je wat economen noemen moral hazard,“ legt hij uit.

Transfers op zich zijn niet het probleem. “Als je samenleeft, samenwerkt, samen een economie hebt, is dat zo.“ België is daar het perfecte voorbeeld van. Het probleem ontstaat wanneer die transfers langdurig eenzijdig zijn, continu van A naar B.

“Als die transfers langdurig eenzijdig zijn, continu van A naar B, wat er zou moeten gebeuren is dat degene die op die schouders gaat leunen verplicht wordt om hervormingen te doen zodat die steun niet meer nodig is. En dat gebeurt weinig.“

In België kennen we dat verhaal. De transfers van Vlaanderen naar Wallonië duren al decennia, zonder dat er structurele hervormingen plaatsvinden die de afhankelijkheid verminderen. Op Europees niveau dreigt hetzelfde scenario.

Van Overtveldt verwijst naar het recente rapport van Enrico Letta over de interne markt. “Dat ademt de filosofie gecombineerd met een stuk wanhoop van een Italiaanse socialist uit, die merkt dat zijn land echt in de shit zit en die eigenlijk in Italië geen uitweg meer ziet.“ De conclusie? Europa moet voor de redding zorgen.

“Dat is natuurlijk onverdedigbaar,“ zegt Van Overtveldt. Maar hij erkent de paradox: als je Italië aan zijn lot overlaat, destabiliseer je de hele eurozone. “De Italianen weten dat. Ze kunnen het zelfs als dreigmiddel gebruiken.“

Hoe de euro ontstond: het verhaal dat iedereen vergeten is

Om te begrijpen waarom de eurozone zo kwetsbaar is, moet je terug naar 1990. De Duitse hereniging. François Mitterrand en Margaret Thatcher waren er faliekant tegen. Te veel trauma's van de Tweede Wereldoorlog, te veel angst voor een economische grootmacht in het hart van Europa.

De Amerikaanse president Bush senior steunde de hereniging wel. Maar de Fransen speelden een tactisch spel.

“De monetaire unie kwam er eigenlijk door de Duitse hereniging. Mitterrand en Thatcher waren totaal tegen een eengemaakt Duitsland. De Fransen zeiden: oké, maar jullie geven je monetaire hegemonie af.“

De Deutsche Mark domineerde Europa. De Bundesbank was oppermachtig. De deal: Duitsland mocht herenigen, maar moest de D-mark opgeven voor een Europese munt en een Europese Centrale Bank. De Duitse kanselier Helmut Kohl stemde toe, tot grote ergernis van de Bundesbank.

Meteen klonken waarschuwingen. Milton Friedman schreef: “This is doomed to failure.“ Waarom? Een monetaire unie zonder politieke unie kan niet functioneren. Je hebt geen mechanisme om discipline af te dwingen, geen convergentie in beleid.

Jean-Luc Dehaene, de Belgische premier, dacht daar anders over. “Ik herinner mij nog interviews met hem,“ zegt Van Overtveldt. “Hij zei: Europa groeit door crisissen, we gaan in die crisissen de oplossingen brengen die er moeten zijn.“

“Jean-Luc Dehaene zei: Europa groeit door crisissen, we gaan in die crisissen de oplossingen brengen. Daar heeft hij zich fundamenteel vergist, want we zitten nog altijd met een ernstig onafgewerkt geheel.“

25 jaar later zitten we nog altijd met een onafgewerkte constructie. De crisissen zijn er gekomen, de Griekse schuldencrisis, de pandemie, maar de structurele oplossingen niet.

Het Hemingway-moment: "Very slowly, and then all of a sudden"

Kan de euro overleven zonder verdere politieke integratie? Van Overtveldt waarschuwt voor voorspellingen. Elke prognose is mogelijk, zegt hij, met verschillende waarschijnlijkheidspercentages. Maar een splitsing in een Noord- en Zuid-euro lost niets op. “Dan heb je op kleinere schaal waarschijnlijk dezelfde problemen.“

Hij verwijst naar een scène uit Hemingway's The Sun Also Rises. Twee vrienden praten over faillissement. “How did you go bankrupt?“ vraagt de een. “Very slowly, and then all of a sudden,“ antwoordt de ander.

“Het Hemingway-moment: how did you go bankrupt? Very slowly, and then all of a sudden. Zo gaat dat altijd in zo'n crisis.“

Zo werkt het met overheidsschuld, met financiële crisissen. Maandag is alles nog rustig, tegen donderdag dansen de poppen. “'s Morgens om 10 uur nog perfect kalm, om 3 uur 's namiddags zijn de poppen aan het dansen.“

Toch ziet hij die crisis minder snel komen bij de Verenigde Staten dan bij Europa. Twee redenen: de Amerikaanse economie groeit systematisch sneller (bijna het dubbele van Europa), en de VS hebben nog enorme belastingmarge.

“De Verenigde Staten hebben twee enorme voordelen: hun economie groeit systematisch veel sneller, en als ze morgen een simpele BTW invoeren is hun begrotingstekort zo weg.“

Europa zit al aan het plafond van belastingdruk. De VS hebben geen federale BTW. “Als zij morgen een simpele BTW invoeren, brengt dat, gegeven de omvang van die economie, honderden miljarden op.“ De markten weten dat. Daarom maken ze zich minder zorgen over Amerikaanse schuld dan over Europese.

Waarom unanimiteit afschaffen geen oplossing is

“Europa moet af van het unanimiteitsprincipe.“ Het is een slogan die je vaak hoort. Orbán blokkeert, Slowakije heeft een nieuwe president met “Orbán-eske kenmerken“. De frustratie is begrijpelijk.

Maar Van Overtveldt waarschuwt. “Je moet ook eens goed stilstaan bij wat dat betekent als je morgen dat unanimiteitsprincipe opheft.“ Stel dat je overschakelt naar een gewone of gekwalificeerde meerderheid voor belangrijke beslissingen. Dan neem je dus beslissingen waar één, twee, drie, vier, vijf lidstaten niet mee akkoord zijn, maar die ze wél moeten uitvoeren.

“Moet je eens inbeelden wat voor soort resentment dat creëert,“ zegt hij. “Als er op termijn kampen worden gecreëerd van dat altijd dezelfde zijn. Dan gaat de animositeit tussen landen misschien nog veel groter worden dan dat ze vandaag is. Dat is helemaal nefast voor het Europese project.“

“Denk je nu echt dat een land als Frankrijk gaat zeggen: oké ja, Europa gaat heel kwaad worden dus we gaan 50 miljard extra besparen? It will never happen.“

Het alternatief, gedwongen meerderheidsbeslissingen, institutionaliseert het verzet. “Dan zegt de ene: gij dringt mij dat op, maar ik zal ervoor zorgen dat gij daar ook iets gaat slikken waar je niet goed van wordt.“

Je blijft te maken hebben met 27 soevereine staten, benadrukt hij. Met heel andere culturen, andere prioriteiten. Dat maakt besluitvorming moeizaam, maar het is de realiteit waar elke Europese structuur mee moet werken.

Wisselmeerderheid: het voordeel van geen vaste coalities

In het Europees Parlement bestaat geen klassieke regering-oppositie dynamiek. Dat maakt het een permanente lobbymachine, zegt Van Overtveldt, maar niet per se in negatieve zin.

“Door die continue interactie omdat meerderheden moeten gebouwd worden, krijg je ook een rijkdom aan ideeën,“ legt hij uit. “Als je echt met facts en figures komt, zijn mensen bereid om te zeggen: oké, dat moeten we meenemen.“

“Door die continue interactie omdat meerderheden moeten gebouwd worden krijg je ook een rijkdom aan ideeën. Als je echt met facts en figures komt zijn mensen bereid om te zeggen: oké, dat moeten we meenemen.“

Het nadeel? Soms krijg je een opbod. Het meest flagrante voorbeeld: CO2-reductiedoelen. “50%, dan nee, nee, 52%. Weet je wat, 58%. Op de duur: jongens, kom, wat voor flauwekul is dat nu?“

Die dynamiek werd in de eerste twee jaar van de legislatuur 2019-2024 gedomineerd door de strijd tussen groenen en socialisten. Commissaris Frans Timmermans, de man achter de Green Deal, speelde daar op een “fijne, sommigen zullen zeggen perfide manier“ op in.

Maar de tegenkrachten groeiden. Van Overtveldt en zijn fractie bleven hameren: dit loopt economisch en industrieel fout. En ze wonnen een cruciale slag.

De ommekeer: kernenergie als duurzame energie

Een jaar geleden keurde het Europees Parlement met ruime meerderheid goed dat kernenergie duurzame energie is. “In 2021 was dat ondenkbaar geweest,“ zegt Van Overtveldt.

Voor de stemming begonnen medewerkers nerveus te tellen. Het zou nipt worden, dachten ze. “Ik denk dat we uiteindelijk, op 700 stemmen, ruim boven de 400 zaten. Een meer dan behoorlijke meerderheid.“

“Een jaar geleden hebben we met een onverwacht grote meerderheid goedgekeurd dat nucleaire energie duurzame energie is. In 2021 was dat ondenkbaar geweest.“

Het was het resultaat van pleitbezorgers van centrum-rechts, waaronder de N-VA. Maar ook van de groeiende signalen dat de Green Deal fout liep. Grote bedrijven waarschuwden dat ze niet konden concurreren met Chinese en Amerikaanse rivalen onder de opgelegde normen. De gele hesjes in Frankrijk waren een politiek brandalarm.

“Als we vandaag met een probleem van extreem rechts en extreem links zitten, dan durf ik beweren dat dat voor een stuk te maken heeft met die Green Deal,“ zegt Van Overtveldt. “Mensen zeggen: ik ga die rekening betalen.“

En dan was er het absurdisme. Duitsland sluit kerncentrales die geen CO2 uitstoten, en gaat vervolgens bruinkool stoken om het elektricitetstekort op te vangen.

“Duitsland sluit kerncentrales waar geen halve gram CO2 uitkomt en gaat bruinkool stoken om het tekort aan elektriciteit op te vangen. Zotter dan dat wordt het niet.“

De mindshift kwam snel, erkent hij. Maar de tekenen waren er. “We hadden signalen in dichte drommen.“

Waarom Europa een energie-grid had moeten hebben

Een van de grootste gemiste kansen van Europa, volgens Van Overtveldt, is het gebrek aan een geïntegreerd energienetwerk tussen lidstaten.

“Als wij een energie-grid hadden gehad dat echt geïntegreerd was tussen de lidstaten, dan had meneer Poetin ons niet kunnen afpersen met zijn gas,“ zegt hij. De LNG-schepen die in Spaanse en Italiaanse havens aankwamen, raakten het gas niet naar Duitsland, de grootste consument. Er waren geen interconnecties.

“Als we een energie-grid hadden gehad dat echt geïntegreerd was tussen de lidstaten, dan had meneer Poetin ons niet kunnen afpersen met zijn gas.“

Dat is waar Europa toegevoegde waarde heeft, benadrukt hij. Niet reguleren hoeveel olijven in een blik moeten. “Laat ons daarmee stoppen.“ Maar wel infrastructuur die geen enkel land alleen kan realiseren.

Gezondheidszorg en de onbekende onbekenden

De vergrijzingsgolf bedreigt de betaalbaarheid van gezondheidszorg in elk Europees land. Maar Van Overtveldt waarschuwt voor lineaire extrapolaties. Technologie kan alles veranderen.

Zijn voorbeeld: Ozempic, het diabetesmedicijn dat massaal gebruikt wordt voor gewichtsverlies. “Ik heb onlangs een analyse gezien van de bredere gevolgen van Ozempic. Dat is gigantisch.“

Grote voedselbedrijven op de beurzen kelderen, omdat mensen gewoon veel minder gaan eten. Dat betekent op termijn ook veel minder gezondheidsproblemen, mogelijk minder uitgaven. “Degenen die zeggen je kunt niet anders dan je gezondheidszorg elk jaar met 2-3% laten stijgen bovenop economische groei, dat verhaal klopt niet.“

Hij verwijst naar Donald Rumsfeld's beroemde onderscheid: known knowns, known unknowns, en unknown unknowns.

“Je hebt known knowns, known unknowns en unknown unknowns. Ik ben er zeker van dat er met technologische evolutie in de gezondheidszorg dingen op ons afkomen waarvan we nu geen flauw benul hebben.“

In die onzekerheid ligt ook gevaar. “We zijn nu in de 21e eeuw al zo dikwijls verrast geweest door de Black Swans: 9/11, de financiële crisis, de pandemie, de aanval op Oekraïne,“ somt hij op. De volgende disruptie kan uit de gezondheidssector komen, of uit kunstmatige intelligentie, of uit iets dat we nog helemaal niet op het netvlies hebben.

Waarom Belgische bedrijven naar New York gaan

Van Overtveldt vertelt een anekdote uit zijn tijd als minister van Financiën. Bij een officieel bezoek aan New York kwam er onverwacht een gat in het programma. Hij liet zes, zeven Belgische start-ups en scale-ups bezoeken die recent naar de VS waren verhuisd.

In zijn naïviteit dacht hij dat het te maken had met de markt, met technologie. Maar alle bedrijven noemden dezelfde reden: funding.

“In Europa vind je op elke hoek een paar honderdduizend om op te starten,“ zegt hij. “Maar 5 miljoen om door te groeien is altijd een probleem.“

Een ondernemer had via een broker een zoektocht naar 5 miljoen dollar gelanceerd. Twee dagen later, terwijl Van Overtveldt bij hem zat, kreeg hij telefoon: “The money is there.“

“Eén van die ondernemers had via een broker 5 miljoen dollar gezocht. Terwijl wij bij hem zaten, twee dagen na de lancering, kreeg hij telefoon: the money is there. In Europa duurt dat een maand.“

48 uur. In Europa zou dat een maand duren, als je geluk hebt. De private kapitaalmarkt in de VS is fundamenteel anders georganiseerd. High risk, high reward, maar ook: kapitaal stroomt razendsnel naar veelbelovende projecten.

Europa is voorzichtiger. “De risk is mitigated, zeker,“ zegt Van Overtveldt. “Daardoor missen we waarschijnlijk de Google, de Tesla. We missen daardoor de extreme, de goede en de slechte.“

Hij illustreert het met een gedachte-experiment. “Stel, we moeten ooit naar Mars. Stel, de aarde gaat ontploffen. Dan hebben we wel, door het high risk high reward-systeem, een Elon Musk gehad die met SpaceX bezig is. Met het Europese low risk low reward-systeem hadden we misschien niet zo'n illusionist gecreëerd.“ Heel dystopian, geeft hij toe, maar soms gaat het letterlijk over de overleving van de mensheid.

De beurskapitalisatie van de top 20 bedrijven wereldwijd? “16 of 17 zijn Amerikaans,“ zegt hij. Ze beschikken over honderden miljarden dollars aan liquiditeiten. “Geld is geen issue voor die bedrijven.“ Ze kunnen elke overname betalen, elk veelbelovend start-up opkopen. “Ze sturen meer en meer de innovatieve processen, gewoon omdat ze letterlijk alles kunnen betalen.“

Dat brengt risico's met zich mee: monopolisering, strikte privatisering. Op lange termijn niet gezond voor basisonderzoek. Maar de performance van die bedrijven is ook ongelooflijk, erkent hij. “Anders zou je zo'n positie nooit kunnen opbouwen, zeker niet vertrekkende vanuit een zeer competitieve Amerikaanse markt.“

De verwachtingen voor de volgende legislatuur

Van Overtveldt is lijsttrekker van de N-VA voor het Europees Parlement. Wat ambieert hij? Geen hoge functies, zegt hij. “Mijn rol spelen in het Europees Parlement. Proberen wetgeving tot stand te brengen.“

Zijn passie ligt bij het veiliger maken van het financiële systeem. De hefboomwerking beperken, de extreme posities aanpakken. “Ik ben getraumatiseerd door de financiële crisis van 2008,“ geeft hij toe. “Dat is waar ik de voorbije legislatuur, ondanks mijn werk als voorzitter van de begrotingscommissie, met de meeste gedrevenheid aan gewerkt heb.“

En hij wil dat voortzetten. Want 2008 heeft niet alleen het financiële en economische systeem geraakt, maar ook het politieke. “Veel van de extremisering in de politiek die we vandaag zien, als je dat goed analyseert, gaat voor minstens een stuk terug tot de gevolgen van die grote financiële crisis. De economische effecten, de sociale gevolgen.“

“Toen ik nog minister was zeiden vrienden binnen mijn eigen partij dat ik nog altijd geen echte politicus ben. Ik zei: ik ben heel blij dat te horen en ik beloof u dat ik dat ook nooit zal worden.“

Geen echte politicus worden: het blijft zijn credo. Hij weigert zich enkel op korte termijn te fixeren. “Het algemeen belang is niet gediend door alleen maar tot aan de volgende verkiezingen te denken.“

---

In De Melkerij wordt het stiller. Het glas water is al lang leeg. Van Overtveldt heeft het Europese labyrint doorlopen, van begrotingsfondsen tot energienetten, van gezondheidszorg tot kunstmatige intelligentie. Telkens met dezelfde boodschap: doorbreek het simplisme, durf de ongemakkelijke vragen te stellen.

Europa is geen heilige koe, maar ook geen mislukt project. Het is een onafgewerkt gebouw waar permanent aan gebouwd wordt, soms met de verkeerde materialen, vaak zonder blauwdruk. Van Overtveldt wil die blauwdruk helpen tekenen. Niet vanuit naïef optimisme, maar vanuit de overtuiging dat de uitdagingen waar we voor staan, van klimaat tot geopolitiek tot technologische disruptie, geen nationale oplossingen meer kennen.

“We zijn nu in de 21e eeuw al zo dikwijls verrast geweest door de Black Swans,“ zei hij aan het begin van het gesprek. De volgende verrassing komt eraan. De vraag is of Europa er klaar voor is.