In De Melkerij in Brasschaat staat een rond glas op tafel met een goudkleurige likeur. Whiskey met honing, zoet, voor de echte drinkers verschrikkelijk. Rudi Vranckx neemt een eerste slok. “Limonadewhiskey is goed als je ziek bent.“ De gastheren grinniken. Wat volgt is een gesprek van ruim een uur over een vak dat geen ander Vlaams gezicht zo lang heeft volgehouden: oorlogsverslaggeving voor de openbare omroep, sinds 1988, toen volgens Vranckx zelf “de dieren nog spraken“.
De insteek van Discours is helder. Geen breaking news, geen dagjournaal, geen opsomming van fronten. Een gesprek over hoe propaganda werkt, hoe een oorlogsmisdaad vandaag gereconstrueerd wordt, en wat dertig jaar tussen kogels balanceren met een mens doet. De hosts duwen waar het kan, Vranckx neemt zijn tijd.
Hoe een geschiedenisstudent in Roemenië 1989 in een revolutie liftte ▶ 2:22
Vranckx begon bij wat toen nog de BRT heette. Geen buitenlandredactie, geen oorlogsplekken op de planning, gewoon alles doen wat een jongste van dienst moest doen. Hij had geschiedenis gestudeerd, gewerkt op het Centrum voor Strategische Studies in Leuven, en eerder die zomer al clandestien Chinese studenten in Beijing opgezocht na de onderdrukking op het Tienanmenplein. Toen hij met Kerstmis 1989 als jongste in dienst werkdagen kreeg, vroeg de redactie hem naar Roemenië af te reizen. “Ze dachten het wordt ook een feest“, zegt hij over de val van Ceaușescu. Het werd geen feest.
Hij stond aan de Roemeense grens met een hulpmissie van Artsen Zonder Grenzen, kreeg te horen dat hij beter niet meeging, en liftte op eigen houtje verder. Twee Franse fotografen pikten hem op en namen hem mee naar Timișoara, waar de opstand begonnen was.
“Ik dacht: ah, ziet zo'n oorlogsfotograaf eruit. Twee Franse fotografen die namen mij mee tot ginder, en voilà, en zo is dat gegaan, zo simpel is het.“
Die eerste keer iemand zien doodschieten was, zegt hij, geen ervaring, dat woord klopt niet. Hij stond erbij, hoorde een kogel afketsen, zag mensen schuilen, en deed het hen na. Geen schrik. Hij wist eenvoudigweg niet waar hij schrik van moest hebben. “Het besef van waarvan je schrik moet hebben, dat is later wel gekomen.“
Filmstills, geen helden, en toch in de rol blijven hangen ▶ 6:57
Zijn beeld van oorlog kwam, eerlijk gezegd, uit Hollywood. Vranckx noemt The Year of Living Dangerously, The Killing Fields over Cambodja, Under Fire, The Deer Hunter. “Verplichte kost“, zegt hij. Films waarin journalisten de helden waren. Hij wilde dáár naartoe.
Wat hij niet had ingecalculeerd, is hoe weinig je nog uit zo'n rol stapt zodra je hem eens vervuld hebt. “Als je één keer in uw leven Greta in Faust gespeeld hebt, dan is dat de rol voor de rest van uw leven.“ De vergelijking maakt hij zelf, glimlachend, met een vleugje zelfspot. Hij heeft moeite gedaan om te diversifiëren, naar Human Interest documentaires, maar de kern bleef altijd conflict en mensen in conflict. Tot een regisseur waar hij al lang mee samenwerkt hem het verlossende woord gaf: “Hier op de VRT, en in de media, lopen honderden mensen rond die hun hele leven naar hun ding zoeken. En jij hebt het gevonden.“
“In economische termen uitgedrukt is het een groeimodel, vrees ik. Meer mensen, meer conflict.“
De hosts proeven de zelfrelativering en pushen door. Is dat niet ook gewoon adrenaline, thrill seeking? Vranckx schudt het van zich af. Geen thrill seeking. Gewoon: ik wilde dat zien, ik wilde dat meemaken.
Verwacht het onverwacht: hoe de wereld terug aan het slaapwandelen is ▶ 10:47
De les uit drie decennia conflictjournalistiek vat Vranckx samen in vier woorden. Verwacht het onverwacht. Wie had gedacht dat Rusland een Europees land zou binnenvallen aan de grens van de Europese Unie? Dat ministers en stafchefs plots munitiefabrieken willen bouwen, dat Engeland over dienstplicht praat? Hij voelt het ongemak: het gevoel van veiligheid en voorspelbaarheid waar Europa decennia in leefde, blijkt een waas geweest.
Vranckx trekt de lijn breder. Hij is historicus van vorming en ziet patronen. De wereld kantelde van bipolair tijdens de Koude Oorlog naar unipolair na de val van de Sovjet-Unie, en is nu in een paar decennia multipolair geworden. China, India, BRICS-landen die hun eigen ding willen. “Niks zo instabiel als verschillende machten die zich aan het zetten zijn, die groeien, die meer invloed willen.“
“Wie had gedacht dat Rusland een Europees land zou binnenvallen aan de grens van de Europese Unie, en dat nu plots iedereen de defensie gaat versterken?“
Hij verwijst naar Henry Kissinger, die zijn doctoraat schreef over de periode rond het Congres van Berlijn, een tijd waarin Europa volgens hem in dezelfde verscheurdheid leefde. Eind 19e eeuw, begin 20e eeuw, de aanloop naar de Eerste Wereldoorlog. Het concept dat hij telkens opnieuw aanhaalt is sleepwalking. Slaapwandelend in een groot conflict gerold, omdat een gefactiekaart van allianties uit de hand loopt zonder dat iemand het overziet.
Energie, transport en communicatie: drie ontregelingen die ooit eindigen in oorlog ▶ 14:37
Wat hij in dezelfde adem toevoegt, klinkt minder bekend. Een andere historicus, schetst hij, ziet conflicten kristalliseren wanneer drie technologische omwentelingen tegelijk plaatsvinden: in energie, in transport en in communicatie. “Dan krijgt je ongelooflijke ontregeling van de wereld.“ Eind 19e eeuw was dat telegrafie, stoomtreinen, eerste vliegtuigen. Nu, zegt Vranckx, zit Europa midden in een vergelijkbare cocktail. AI en sociale media in de communicatie, klimaatverandering en energieomslag bovenop, technologische versnelling op alle assen.
“We zitten exact in dezelfde technologische nieuwe tijd, een nieuwe tijd waarvan we nog niet weten hoe die eruit gaat zien.“
De stroomversnelling komt ooit weer tot rust, denkt hij, maar niet zonder nieuwe regels en, vrees hij, niet zonder oorlogen om die regels af te dwingen. India zal China en Amerika de komende decennia mogelijk economisch overstijgen. Iedereen zoekt zijn plek. Een new world order, niet als complottheorie maar als geleidelijke verschuiving in economisch gewicht. Dat is, zegt hij ernstig, het soort tijdsgewricht waarin paniek niet helpt en geheugen wel.
De dubbele moraal die elk westers nieuwsbulletin doortrekt ▶ 12:20
De hosts schuiven door naar berichtgeving. Speelt onze journalistiek niet snel partij? Vranckx erkent het, met nuance. In het geval van Oekraïne is voor hem de zaak helder: wie is wie binnengevallen, wie veroorzaakt massagraven? Daar heeft hij ze gezien. Daar heeft hij verhalen van foltering gehoord. Maar hij wijst meteen op een ongemakkelijker dossier. Gaza is moreel veel complexer.
“Als Rusland zegt: wij vinden dat Oekraïne van ons is, dan zegt het Westen: dat mag niet. Maar Israël kan dat doen met de bezette gebieden. Dan wordt het al een beetje anders, dan spreken ze over dubbele moraal.“
Hij zet er andere voorbeelden naast. Azerbeidzjan dat Nagorno-Karabach binnenviel, en geen haan die ernaar kraaide. Een potentieel conflict over Guyana. China en Taiwan, Noord-Korea en Zuid-Korea. “Welk land in Centraal-Amerika wil daar een stuk van Guyana pakken omdat ze vinden dat het van hun is?“ Hij somt het op zoals een geschiedenisleraar die wil duidelijk maken dat de breuklijnen niet één front hebben. Wanneer de regels niet meer gelden, en dat is waar hij naartoe wil, dan komt de wereld in het scenario dat hij sleepwalking noemt.
Een werkregel voor 33 jaar: als je niet binnenmag, is er stront aan de knikker ▶ 16:53
Vranckx heeft één richtlijn die hij voor zichzelf altijd gehanteerd heeft. Wie een journalist niet wil binnenlaten, heeft iets te verbergen. “Als Rusland u niet toelaat om te gaan werken, dan hebben ze al een gele kaart gekregen.“ Met die simpele heuristiek is hij in zijn eigen woorden zelden uit de bocht gegaan.
Die helderheid heeft grenzen, geeft hij toe. Op sociale media, vertelt hij, ziet hij bewust hoe pro-Palestijnse of Israëlkritische berichtgeving algoritmisch lijkt weggefilterd te worden. Wat doen Meta en X met hun algoritmes, vraagt hij hardop. Algoritmes zijn afgestemd op sensatie. Hij verwijst naar Jon Stewart, die zijn satirische Daily Show in de VS hervat heeft net nu Trump opnieuw kandidaat is. Tussen de regels leest Vranckx dat Stewarts vorige contract bij Apple TV moeilijk liep omdat Apple een grote afzetmarkt in China heeft die niet bruskeert wil worden.
“Sociale media zijn een riool. Maar wat burgerjournalisten in Gaza doen en brengen, is een onmisbaar stuk van de puzzel.“
De spanning maakt hij benoembaar. Klassieke journalistiek moet zichzelf de gatekeeperrol blijven toe-eigenen, anders is ze niet meer relevant. Maar te hard gatekeepen, en de mensen voelen zich gecensureerd. Hij beweert niets meer dan: zeggen wat je weet, zeggen wat je niet weet, en transparant zijn als je een fout maakt.
De Eerste Wereldoorlog leerde dit, en de New York Times bevestigde het in 2003 ▶ 26:08
De Irakoorlog van 2003 noemt Vranckx zijn referentiecase voor wat propaganda met een hele beroepsgroep doet. Het concept embedded, dat journalisten alleen mochten meegaan met de Amerikaanse of Britse troepen mits zij tekenden wat zij al dan niet mochten tonen, kwam neer op je journalistieke ziel afgeven. “You're with us or against us“, de hele Angelsaksische pers ging in dat frame mee. Hij werd op de vingers getikt door collega's omdat hij het woord invasie gebruikte. “Maar dat is een invasie, dat is gij trekt binnen, dat is een invasie in een ander land.“ Het Latijnse woord invadere, herhaalt hij, is helder.
“Ik werd op de vingers getikt omdat ik over een invasie sprak. Hoezo invasie? Wat is dat? Dat is een invasie. Dat is gij trekt binnen in een ander land.“
Het duurde drie jaar voor The New York Times op zijn frontpagina toegaf dat de redactie te ver was meegegaan in de hetze. Vranckx hecht aan dat moment, omdat het krediet geeft aan een instituut dat zichzelf herzag. Hij verwijst er ook bij naar het boek The First Casualty over de geschiedenis van oorlogsjournalistiek, met een citaat van een Britse premier uit de Eerste Wereldoorlog dat hij parafraseert: “Mensen weten het niet, en ze willen het niet weten, en als ze het zouden weten, zouden ze het toch niet mogen weten.“ Het is, zegt hij, van alle tijden.
Slow journalism in Bucha: zo wordt een oorlogsmisdaad gereconstrueerd ▶ 36:11
De hosts halen Vranckx terug naar het concrete. Wat is een oorlogsmisdaad in de praktijk? Hij beschrijft de gelaagdheid van zijn vak als drie snelheden. De fast format, wanneer er iets ontploft en hij eerst aan het journaal moet uitleggen wat er gebeurt. De slow journalism, wanneer hij een case kan uitspitten. En de long format, voor documentaires.
Voor Bucha koos hij de slow weg. Hij was de tweede keer in Oekraïne, drie weken lang. Een beeld dat door de BBC was gemaakt, vertelt hij, van een straat met lichamen, een man dood naast zijn fiets, een vrouw met haar boodschappentas, was zijn aanknopingspunt. Hij ging die straat zoeken op Google Maps, kwam ter plaatse, vond niemand. De Russen beweerden dat de lichamen door Oekraïners waren vermoord. Hij liet zich niet uit het veld slaan.
“Wie heeft wie binnengevallen? Wie veroorzaakt massagraven? Ik heb massagraven gezien. Ik heb verhalen van foltering gehoord. Voor mij is dat helder.“
De doorbraak kwam via een pastoor genaamd André, die was gebleven en met een tractor en parochianen lichamen van de straat had gehaald. Hij toonde Vranckx het filmpje op zijn telefoon, een ruwe documentatie van wat hij gedaan had. Vervolgens vond Vranckx Vitali, een man die nog in zijn kelder zat terwijl boven de Russische commandopost geweest was. Daarna trok hij naar het forensisch onderzoek. Lichamen met handen op de rug gebonden, schot in het achterhoofd. “Daar kunt je redelijkerwijs van uitgaan dat het geen natuurlijke dood was.“
Hij doet dat niet voor de scoop. Hij doet het, zegt hij ernstig, voor één reden die hij beklemtoont: het mag niet ongezien blijven. Niet on my watch. Het materiaal dat zijn ploeg verzamelde over de Yezidi-vrouwen in Irak gaf hij door aan Amal Clooney, die vanuit Engeland een internationale rechtszaak voorbereidde. “Wat mij betreft: you can have it all.“
Waarom Poetin nooit voor Den Haag zal verschijnen, en waarom de rechtszaak er toch toe doet ▶ 41:36
De hosts wrijven door waar veel kijkers haperen. Wat is het praktische gevolg van al dat documenteren als de daders nooit gepakt worden? Vranckx is realistisch. Hij verwacht niet dat Poetin of zijn generaals voor Den Haag zullen verschijnen. “De meesten die in Den Haag veroordeeld zijn, zijn zwarte dictators uit landen waar ze van de macht verdreven zijn. Nuremberg was tegen de nazi's, niet tegen anderen. Oorlogsmisdaad én macht hebben, dat is dan noppes.“
Maar de procedure heeft volgens hem psychologisch en juridisch gewicht. De zaak die Zuid-Afrika tegen Israël aanspande bij het Internationaal Gerechtshof, wijst hij erop, raakt het hart van het Genocideverdrag dat juist na de Holocaust is opgesteld. “Ik kan mij inbeelden dat dat heel gevoelig ligt.“ De aandacht van de wereld vergroot het kostenplaatje van straffeloosheid.
“Het feit dat het onderzocht wordt, dat er aandacht voor is, maakt iets uit. Het belang is: als daar niks gebeurt, en als daar carte blanche gegeven wordt, dan zijn er geen regels meer.“
De hosts pushen of de regels überhaupt nog functioneren. Vranckx erkent dat verdragen tijdens een conflict meestal als wc-papier behandeld worden, maar pareert: stel je een wereld voor waarin die verdragen er niet zouden geweest zijn. Wij zijn zo civilized geworden, zegt hij, omdat we deze normen proberen na te streven. De internationale verontwaardiging die af en toe oplaait, hangt af van die regels om grond onder de voeten te hebben.
Op de slappe koord: een lange stok, en de angst om te vallen ▶ 48:32
Vranckx vraagt expliciet of hij wel eens fouten heeft gemaakt. Niet fundamenteel uit de bocht, antwoordt hij, maar de oorlog tussen Israël en Hamas noemt hij “de meest slappe koord“ die hij ooit heeft moeten lopen. Drukgroepen, lobbywerk, sociale media, alles trekt aan dezelfde journalist. Wat helpt is wat hij zijn lange stok noemt: ervaring en kennis. Hoe langer die stok, hoe beter het balans.
“Mijn takeaway is: Rudi Vranckx heeft een lange stok.“
De host gooit de uitspraak terug en Vranckx grinnikt het weg, maar het beeld zit. Wie de geschiedenis van de regio kent, wie de term bezette gebieden in Palestina volhoudt omdat dat internationaal-rechtelijk klopt, wie weet vanwaar de propaganda komt, valt minder snel. Hij verwijst naar het moment dat een raket het Al-Ahli ziekenhuis in Gaza trof. Hij ging live met de informatie zoals die binnenkwam, maar zei er meteen bij: we weten niet vanwaar de raket kwam. Toen later bleek dat het waarschijnlijk een mislukte raket van de Islamitische Jihad was, paste hij dat aan. Toch werd hij online afgemaakt als leugenmedium.
“Wat je niet weet, moet je ook duidelijk maken. Je moet zeggen wat je weet, en je moet weten zeggen wat je niet weet.“
Het klinkt eenvoudig en het is dat ook, behalve op het moment dat een land je in zijn studio wil hebben en je weigert te zeggen wat je niet weet.
In Syrië verloor hij een collega op drie meter, en zei nog altijd niets ▶ 52:21
Uit zo'n negen of tien situaties heeft Vranckx achteraf geleerd dat hij dood had kunnen zijn. In Syrië, vertelt hij, was hij erbij toen een collega op drie meter van hem werd doodgeschoten. “De camera staat dood, en ik niks.“ Een verloren kogel, dacht hij eerst. Vandaag denkt hij dat de groep journalisten gericht doelwit was, hoewel hij het nooit zeker zal weten. De Syrische autoriteiten wilden hem onmiddellijk in een studio in Damascus zetten om de show going on te houden, met een vooropgezet narratief. Hij weigerde. “Wat ik niet weet, kan ik niet zeggen.“
Een jaar later kreeg hij telefoon: hij mocht terug, op voorwaarde dat hij “eindelijk de waarheid“ vertelde. “Dat is dan het bord linzensoep, of de dertig zilverlingen.“
“Wat ik niet weet, kan ik niet zeggen. Dat is een uitgangspunt.“
In Kosovo had hij eerder al een Servische soldaat tegenover zich met een granaat. Hij overtuigde de man om zich over te geven en bemiddelde een uur later met de NAVO-troepen voor zijn capitulatie. Een Duitse collega die later op dezelfde dag bij dezelfde mannen langsging, kreeg de ontploffing wel. Vranckx vertelt het zonder dramatiek. Hij weet dat zijn psyche littekens heeft, alleen weet hij niet welke precies. Hij heeft amper psychologische hulp gezocht. Wat hem volgens een traumapsycholoog van het leger heeft geholpen, is dat hij en zijn ploeg de beelden onmiddellijk in de safe house keer op keer terugkeken, met drie whisky's, en dat het verwerkingsproces zo direct in gang werd gezet.
Wat 33 jaar oorlog wel doet: motorlawaai op straat dat plots niet meer kan ▶ 56:59
PTSS in zware vorm denkt hij niet te hebben, een milde vorm wel. Wat hij niet meer goed verdraagt is agressie in zijn eigen, rustige omgeving. Een toeterende automobilist, een motor die plots achter hem optrekt: dat zit hij niet meer. “In een oorlog kan ik dat plaatsen. Hier kan ik er niet tegen.“ Het maakt hem niet bitter, maar er is een laagje overgehouden dat niet meer weggaat.
De hosts vertellen dat ze de week ervoor een gesprek hadden met cartoonist Lectrr en een collega-cartoonist over persvrijheid. Hoe zit het met de juridische dreiging? Vranckx valt mee, zegt hij. Hij krijgt soms te horen dat hij “weg“ moet, soms via een kalasjnikov die in de hoek wordt gezet door een kolonist op de Westelijke Jordaanoever. “Zijde voor of tegen ons?“ Hij weet wat hij moet zeggen. Hij weet wat ze willen testen. Echte gevangenisscenario's heeft hij niet meegemaakt. Het ergste was de aanbieding uit Damascus die op intimidatie neerkwam.
De krant lezen begint bij hem met buitenland en eindigt bij sport ▶ 28:26
Wat doet drieëndertig jaar oorlog met je dagelijkse leven in een welvarend België? De hosts vragen of het frustreert dat hier vooral wordt geruzied over kleinigheden. Vranckx antwoordt verrassend rustig: hij ziet het niet meer. Zijn ochtendkrant gaat over Israël, over Oekraïne, over Noord-Korea, over Foreign Policy, en daarna naar de sportpagina. “Dat is mijn entertainment. De rest is blank bij mij.“
“Iedereen moet kunnen ontspannen. Maar wat journalistiek echt is, dat is de hoofdzaken brengen, en dan mag de garnituur ernaast.“
De hosts wrijven terug. Mensen willen toch ook lichte content? Vranckx geeft het toe, maar onderscheidt entertainment van journalistiek. Beide mogen bestaan, maar moeten niet door elkaar geklutst worden. Hij beschrijft hoe hij sinds enkele jaren samenwerkt met de jongerenredactie van de VRT om zelfs op TikTok in dertig à veertig seconden iets uit te leggen over Oekraïne of Palestina. “Ik ga geen dansjes doen, maar ik probeer me aan hun grammatica aan te passen.“ Het besef leeft bij hem dat de korte vorm niet langer ontwijkbaar is, ook al moet hij waakzaam blijven dat zo'n vorm de inhoud niet uitholt.
Live the moment: wat een bijna-doodervaring nalaat ▶ 1:02:22
De afsluitende vraag is open. Hoe ver moet een conflict van België af staan voor wij ons er niet meer druk over maken? Vranckx draait het om. Hij gaat niemand voorschrijven wat belangrijk hoort te zijn. Wat hij wel kan doen, zegt hij, is voedsel geven voor de geest, in de hoop dat de juiste vorming en opvoeding doet wat het moet doen.
Wat hij voor zichzelf heeft moeten leren, deelt hij wel. Live the moment. “Ik ben helemaal hier, en straks moet ik in de auto springen voor een optreden.“ Een bijna-doodervaring helpt, geeft hij toe, hoewel hij niet weet of het ook gewoon ouder worden is. Hij heeft een huis in Italië, en wanneer hij terugkomt van Oekraïne, openen vrienden daar een goede fles wijn. “That's my moment.“
“Live the moment, dat heb ik geleerd. Het is mijn eerste bewust leven, dus ik kan het niet vergelijken.“
De hosts vragen of hij eind dit jaar, op zijn vijfenzestigste, ook echt stopt. Hij twijfelt. Bloemschikken, zegt hij grijnzend, of toch op de een of andere manier doorgaan. Wie zijn passie tot zijn beroep maakt, krijgt zelden de keuze om er volledig vanaf te stappen. Een theatershow, Kleine Helden, en wie weet wat erna. “De vraag is alleen welke vorm.“
Slot
Wat dit gesprek voor Discours bijzonder maakt, is precies wat Vranckx zelf in zijn vak nastreeft: meerdere puzzelstukken naast elkaar leggen, beseffen wat je niet weet, en niet van de slappe koord vallen. De missie van Discours, dialoog en degelijkheid, vindt in deze aflevering een gespreksgenoot die er zijn hele werkende leven aan gewijd heeft. Geen sloganfilosofie, geen ideologisch frame, alleen de regel dat een massagraf een massagraf is, en dat dat documenteren niet onderhandelbaar mag zijn.