Een gesprek met God, goed en kwaad in de Melkerij van Brasschaat

De rode wijn glimt in het glas, de avondzon valt door de ramen van De Melkerij. Rik Torfs, emeritus hoogleraar kerkelijk recht aan de KU Leuven en opiniemaker bij uitstek, schuift aan bij De Boys voor een gesprek dat van whiskey tot wijsheid gaat, van democratie tot transcendentie. Na jaren van uitstellen is hij eindelijk naar Brasschaat gekomen, gewapend met een scherpe geest en een arsenaal aan paradoxen. “Ik ben ook al een dag ouder en dat is waar,“ lacht hij, terwijl hij voorzichtig aan de Jack Daniels Honey nipt.

"Wie zegt dat we vroeger ongelijk hadden en nu gelijk?" ▶ 3:02

Torfs begint met wat hij zelf een brede vraag noemt over de stand van onze samenleving. Zijn antwoord is meteen kenmerkend: hij gelooft niet in lineaire vooruitgang.

“Wie zegt dat we vroeger ongelijk hadden en nu gelijk? Het kan ook zijn dat we vroeger gelijk hadden en nu ongelijk, en nog straffer: vroeger ongelijk en nu ook, maar dan met een ander standpunt.“

Het is een gedachte die hij heeft overgenomen van Max Frisch, en die de toon zet voor het hele gesprek. Torfs ziet “knikken in de curve“ - momenten waarop trends omslaan. Een eerste trend die volgens hem op zijn retour is: de antireligieuze houding in de samenleving. “Ik heb recent met verschillende mensen gesproken die terug meer religieuze belangstelling hebben,“ vertelt hij. Informele gesprekken met figuren uit de entertainmentwereld en het bedrijfsleven hebben hem doen geloven dat de erfenis van het religieuze niet zomaar wordt weggegooid.

De val van de moreel superieure culturele elite ▶ 4:06

Een tweede trend die volgens Torfs aan het aflopen is, doet hem zichtbaar genoegen.

“De tijd van de moreel superieure culturele elite die de simpele sterveling met een paar rake judo grepen tegen de grond probeert te leggen, die tijd is denk ik voorbij.“

De hosts vragen door: waarom deze evolutie? Het antwoord raakt aan de kern van zijn observaties over onze tijd. Mensen durven weer zeggen wat ze voelen, vertelt hij, verwijzend naar een gesprek met lingerieontwerper Marlies Dekkers die bekende dat ze zich altijd gelovig had gevoeld maar dat tot voor kort niet durfde te zeggen omdat de trend de andere richting uitging.

Het academisch proletariaat ▶ 4:38

De derde trend die Torfs identificeert, raakt aan een pijnlijke realiteit van onze tijd.

“Ik denk dat we in de richting gaan van een academisch proletariaat: mensen met universitaire diploma's die het moeilijk hebben in het leven en volledig worden overvleugeld door loodgieters en elektriciens.“

Het is de terugkeer van het handwerk, zegt hij, waar hij een “enorme bewondering“ voor heeft. In Brussel zijn er meer elektriciëns en chauffagisten nodig dan stadssociologen, merkt hij droog op.

“We hebben veel te veel mediocre intellectuelen, mensen die gestudeerd hebben maar niet echt intellectueel kunnen worden genoemd.“

Waarom God misschien dichter is dan we denken ▶ 7:03

Het gesprek neemt een wending naar het religieuze. Voor Torfs is religie in de eerste plaats “openheid voor het transcendente“ - niet zozeer een richtsnoer voor goed leven, maar een verbreding van de blik. De moraal die daaruit voortkomt, kun je volgens hem ook hebben als ongelovige.

“Ik geloof zelf dat God nooit dichter bij de mens was dan in de persoon van Jezus Christus, maar misschien wel even dichtbij. Wie zijn wij om God in zijn vrije tijd te controleren?“

Het is een uitspraak die de boys doet glimlachen, maar Torfs meent het serieus. Hij bekent dat hij zijn geloof vandaag openlijker uitspreekt dan vroeger, toen het nog bon ton was om katholiek te zijn. “Ik heb altijd de neiging om me te richten op de minderheid, want om akkoord te gaan met de meerderheid hoeft je niet na te denken.“

Het probleem met definities ▶ 13:45

Als jurist heeft Torfs paradoxaal genoeg “een hekel aan definities“. Ze zijn moeilijk uit het hoofd te leren, zegt hij, en bovendien bind je jezelf ermee. “Als je een definitie geeft, ben je er zelf door gebonden, wat de homo ludens in zijn mogelijkheden beperkt.“

Dit wordt duidelijk wanneer het gesprek naar concepten als racisme gaat. Torfs heeft geen racistische uitspraak op zijn kerfstok, benadrukt hij, maar waarschuwt voor het instrumentele gebruik van zulke termen.

“Je kunt ook de term racisme gebruiken als concept om je machtspositie te verstevigen tegenover verontwaardiging. Dat is een soort morele verontwaardigingskaart trekken, vaak instrumenteel.“

"Domme mensen kunnen relevante dingen zeggen" ▶ 21:00

Een kerngedachte die door het gesprek heen loopt, is Torfs' verzet tegen intellectuele arrogantie.

“Domme mensen kunnen relevante dingen zeggen en relevante mensen kunnen heel domme dingen zeggen. Dat vergeten we soms. We gebruiken altijd het individu om de credibiliteit te detecteren.“

Dit botst met wat hij “het nieuwe dogma van de expertise“ noemt - waarbij de expert niet langer iemand is die wetenschappelijk blijft nadenken, maar juist iemand die discussies afsluit en definitieve antwoorden geeft.

“Hoe meer dat je zegt 'dit is de waarheid', hoe groter de kans dat je ernaast zit. De grootste experts zitten bijna op het niveau van iemand die er niks van kent qua zelfvertrouwen.“

De zoektocht naar universele zingeving ▶ 23:14

Het gesprek neemt een filosofische wending wanneer gevraagd wordt naar universele zingeving. Torfs gelooft niet dat zingeving iets exclusief menselijks is.

“Er zijn misschien totaal andere vormen van zingeving in het leven van een dier die wij niet kunnen vatten, of zelfs in het samenspel van planten in een bos.“

Zijn antwoord op de vraag naar zingeving is kenmerkend: hij is een tegenstander van krampachtigheid en gelooft meer in de homo ludens, de spelende mens.

“Een spel is niet echt maar toch echt, je kunt erin opgaan.“

Het stoïcijnse als antidote ▶ 46:29

Torfs diagnose van onze tijd is scherp: we zijn hysterisch geworden.

“Onze tijd is hysterisch en dat heeft te maken met de overwinning van sentimentaliteit op sentiment. Sentimentaliteit gooit er direct uit, terwijl het stoïcijnse de sentimentaliteit verjaagt maar het sentiment verhoogt.“

Het gaat over gematigdheid, een klassieke waarde die volgens hem vandaag minder in de cultuur zit. Interessant genoeg ziet hij tekenen dat stoïcijnse concepten terug opkomen bij jongeren, onder meer via sociale media.

Verantwoordelijkheid als zingeving ▶ 48:47

Wanneer de hosts vragen naar één kernwaarde uit religie voor praktische zingeving, geeft Torfs een verrassend antwoord. Religie schept ruimte - het vermogen om een stap achteruit te zetten.

“Je kunt een toeschouwer zijn bij het spel waarin je zelf meespeelt. Daarom zie ik gelijkenissen tussen religie en humor.“

Voor hem hoeft verantwoordelijkheid niet verpletterende ernst te zijn. Het kan ook lichtvoetig zijn.

“Verantwoordelijkheid opnemen is voor mij ook vriendelijk zijn tegenover de mensen die je pad kruisen. Dat wordt soms als weinig beschouwd, maar dat is enorm veel.“

België als slecht voorbeeld van democratie ▶ 56:57

Het gesprek verschuift naar democratie, een onderwerp waarover Torfs weinig illusies koestert wat betreft België.

“België is een slecht voorbeeld van democratie. De democratie dient voor een deel om het status quo te verankeren op institutioneel vlak, waardoor er op andere terreinen ook niks gebeurt.“

Het probleem zit hem in de grote tegenstellingen en weinige overlappingen. Torfs behoort tot de “vrij kleine groep Vlamingen“ die ook naar Franstalige media gaat, maar merkt op dat de twee systemen te veel van elkaar verschillen.

Het pleidooi voor meer verkiezingen ▶ 1:01:05

Tegen de gangbare opinie in vindt Torfs dat er te weinig verkiezingen zijn in België. “We hebben volgend jaar weer verkiezingen, de vorige waren zes jaar geleden, waarvan dat dan twee jaar geen regering is.“ Zes jaar vindt hij veel te lang voor democratische controle.

De hosts opperen alternatieven zoals thematische stemmingen, wat Torfs interessant vindt maar waarbij hij waarschuwt voor het referendum model: “Het voordeel is directe democratie, het nadeel is dat het uit de context kunt rukken.“

"Controle is goed, vertrouwen is beter" ▶ 1:06:49

Een van de krachtigste statements komt op het einde, wanneer Torfs een bekende slogan omkeert.

“Controle is goed, vertrouwen is beter. Ik zou die slogan helemaal omdraaien. De beste leraren zijn misschien al vertrokken wegens de controle omdat ze geen vertrouwen krijgen.“

Het raakt aan zijn bredere kritiek op de regelgeving die onder het Vlaamse beleid alleen maar is toegenomen. “Uiteindelijk hebt je zoveel regels dat je bevoegde ambtenaren moet hebben om die te kunnen toepassen en dat de politiek haar macht verliest.“

De mogelijkheid van een nieuwe partij ▶ 1:06:32

Torfs wordt nog regelmatig benaderd over het oprichten van een nieuwe centrumpartij. Hij gelooft in een “sterke centrumpartij, iets eerder centrum-rechts dan centrum-links, maar wel ook nog sociaal solidair.“ Het probleem is timing: “Het is noodzakelijk om nu iets te doen, maar het kan niet en het lukt niet.“

Hij wijst naar Nederland, waar Pieter Omtzicht wel slaagde in het oprichten van een centrumpartij. “Vernieuwing uit het centrum is iets wat mensen in België niet voor mogelijk houden. Ze gaan nog liever naar de volgende verliezende verkiezing.“

Epiloog: De spelende mens in een hysterische tijd

Na drie uur praten in De Melkerij - van whiskey tot rode wijn - blijft vooral Torfs' pleidooi voor lichtvoetigheid hangen. In een tijd die hij als hysterisch bestempelt, waarin we vervallen in sentimentaliteit in plaats van echt sentiment, biedt hij het beeld van de homo ludens aan. De spelende mens die een stap achteruit kan zetten, die toeschouwer kan zijn bij het spel waarin hij zelf meespeelt.

Het is een visie die past bij de Discours-filosofie van degelijkheid en dialoog. Niet de krampachtige zoektocht naar absolute waarheden, maar de bereidheid om te spelen met concepten, om ruimte te laten voor paradox en ambivalentie. Want zoals Torfs het stelt: “Een van de kenmerken waar je intelligentie kunt herkennen is ambivalentie. Dan kun je zeggen: ik vind dit, maar ik vind ook dit.“

In een samenleving die snel wil gaan naar veroordelingen, houdt Torfs een pleidooi voor traagheid, voor het koesteren van twijfel. Het is misschien niet de meest populaire boodschap, maar wel een die resonneert in de Melkerij van Brasschaat, waar drie mannen proberen te begrijpen hoe we samen kunnen leven zonder elkaar kapot te definiëren.