In de Melkerij in Brasschaat, met de avond die valt over de Antwerpse rand, schenkt Joël De Ceulaer zich een glas rode wijn in terwijl zijn gesprekspartners kiezen voor een chingetje rum. Het decor is vertrouwd voor wie de podcast Discours Met De Boys volgt, maar de stemming voelt anders. Gespannener, misschien. Want De Ceulaer komt niet alleen als journalist van De Morgen, maar ook als iemand die de voorbije jaren midden in de storm heeft gestaan, van coronadebatten tot Twitter-ruzies, van vaccinatieadviezen tot beschuldigingen van partijdigheid.

De man die tegenover ons zit is mild en bedachtzaam, maar zijn reputatie gaat hem vooraf. “Ik word elke dag honderd keer uitgescholden op sociale media,“ zegt hij zonder veel emotie. “Voor zover dat mag: no problem.“ Het is een openingszin die de toon zet voor een gesprek dat alle grote vragen van onze tijd zal raken.

"Ik ben op dat punt helemaal van mening veranderd" ▶ 4:08

Wie verwacht dat De Ceulaer de klassieke progressieve journalist zal spelen, komt bedrogen uit. “In de jaren '90 was ik buitengewoon politiek correct en vond ik dat je met die mensen beter niet aan het woord liet, geen forum, boot, enzovoort.“ Hij spreekt over extreemrechts, over Vlaams Belang, over de partijen die hij toen wegzette maar nu wel degelijk interviewt.

“Ik ben op dat punt van mening veranderd. In de jaren '90 was ik buitengewoon politiek correct en vond ik dat je met die mensen beter niet aan het woord liet. Ik ben daar helemaal van mening veranderd.“

Die evolutie maakt van hem, naar eigen zeggen, “een beetje Amerikaans“ geworden in het democratische debat. Hij heeft inmiddels “ze allemaal geïnterviewd: Annemans, Dewinter, kerel, Van Langenhove.“ De reden is even simpel als principieel: “Ik ben een tamelijke absolutist wat betreft free speech.“

Het cordon sanitaire? Daar heeft hij het moeilijk mee. Persoonlijk zou hij zelfs de negationismewet afschaffen, al houdt hij zich vanzelfsprekend aan de bestaande wetgeving. “Als iemand wil zeggen dat de Holocaust niet heeft plaatsgevonden, dan mag hij dat doen. Dan is hij een buitengewoon domme en onnozelaar en dan moet dat tegengesproken worden.“

Iemand blokkeren op Twitter is mijn Freedom of Speech ▶ 8:16

Maar vrijheid van meningsuiting betekent niet dat je naar alles moet luisteren, benadrukt De Ceulaer. Hij heeft een eigen Twitter-strategie ontwikkeld die past bij zijn filosofie: maximale bandbreedte voor het debat, maar met behoud van fatsoen en omgangsvormen.

“Iemand blokkeren op Twitter is mijn Freedom of speech. Ik hoef niet elke scheet en boer en scheldpartij te horen.“

De cijfers zijn indrukwekkend: “Ik heb 1500 accounts geblokkeerd op Twitter en ongeveer 3000 op mute staan. Dat zijn er 4500 die ik niet zie en nog word ik elke dag bedolven onder de bagger.“ Het verschil met figuren als rector Torfs is duidelijk: waar die 140.000 volgers heeft en zelf 24 mensen volgt, volgt De Ceulaer er 2500. “Voor mij is Twitter een interactieplatform, niet een megafoon.“

De grens ligt bij de vorm, niet bij de inhoud. “Je mag tegen mij zeggen dat ik een domme kloot ben en dat ik een gezicht heb om op te slaan. Dat mag allemaal. Maar je mag niet op mijn gezicht slaan.“ Schelden mag, geweld niet. Onbeleefdheid leidt tot een onmiddellijke blokkering.

Een journalist moet de ware toedracht der dingen ontbloten ▶ 13:31

Over zijn rol als journalist is De Ceulaer kristalhelder: “Een journalist moet naar eer en geweten zo correct mogelijk de ware toedracht der dingen ontbloten.“ Simpel gezegd, maar de praktijk is complexer. Want hoe combineer je die objectiviteit met een duidelijke politieke overtuiging?

“Als je de collectiviteit van wat men de mainstream media noemt neemt, krijg je een relatief betrouwbare weergave van de werkelijkheid.“

Individuele journalisten hebben blinde vlekken, erkent hij, maar als collectief functioneert het systeem. “Wat de ene laat liggen, pakt de andere op. Waar de ene een beetje teveel naar ginder opinie heeft, heeft de andere een beetje teveel naar hier.“ Er is kritiek van alle kanten, dat wijst volgens hem op een zekere balans.

Toch geeft hij toe dat de redacties van De Morgen, De Standaard en Knack zich “overwegend in het centrum en aan de centrum-linkse kant van het spectrum bevinden.“ Hij heeft “niet veel Vlaams Belangers als collega's“ gehad. Dat is voor hem geen probleem, zolang er maar een breed aanbod is voor de lezers.

"Doorbraak is geen journalistiek meer" ▶ 17:49

Dat brengt hem bij de alternatieve media, een onderwerp dat hem zichtbaar raakt. Aanvankelijk juichte hij het ontstaan van doorbraak toe, eindelijk kwamen er stemmen aan bod die elders geen platform kregen. Maar zijn waardering is omgeslagen in scherpe kritiek.

“Doorbraak is geen journalistiek meer. Ze hebben geen hol meer aangetrokken van feiten of waarheid.“

De wending kwam tijdens de coronacrisis, toen volgens De Ceulaer “de gekste complottheorieën“ werden gepubliceerd. Hij trekt zijn woorden terug, herformuleert voorzichtiger vanwege collegialiteit, maar de boodschap blijft helder: “Ik vind dat doorbraak niet de juiste journalistieke principes volgt.“

Het raakt aan een fundamenteel punt: het verschil tussen het democratische debat en het wetenschappelijke debat. In de democratie moet de bandbreedte maximaal zijn, iedereen die zich aandient bij de kiezer moet ondervraagd worden. Maar de wetenschap is anders.

"Het wetenschappelijk debat speelt zich niet af op het publieke forum" ▶ 21:01

Hier wordt De Ceulaer stellig, bijna pedagogisch. “De wetenschap is een heel andere zaak, die bandbreedte bestaat niet in de wetenschap.“ Het onderscheid is cruciaal voor hoe hij de coronacrisis beoordeelt.

“Het wetenschappelijk debat speelt zich niet af op het publieke forum. Wij met z'n drieën gaan het wetenschappelijke debat niet voeren omdat wij geen wetenschappers zijn.“

Van hem mag je op doorbraak beweren dat de aarde plat is, dat is democratisch debat. “Wij met z'n drieën gaan nu zeggen: ja, maar de aarde is plat, dat is toch wel een beetje raar, hè.“ Maar wetenschappelijke consensus over zaken als vaccins of klimaatverandering valt in een andere categorie. “Een minister van Volksgezondheid moet zich laten informeren door wetenschap en kan op basis daarvan keuzes maken, maar wetenschappers moeten niet de macht krijgen om beslissingen te nemen.“

Het debat wordt verhit wanneer zijn gesprekspartners hem confronteren met de snelheid waarmee tijdens corona beslissingen werden genomen. Was er wel voldoende consensus? De Ceulaer haalt het voorbeeld aan van de handenhygiëne bij Semmelweis: “Het feit dat je je handen niet moest wassen, dat was helemaal niet onderzocht, daar bestond geen consensus over, daar werd gewoon niet aan gedacht.“

"Die vaccines hebben miljoenen levens gered" ▶ 34:14

Het gesprek krijgt een persoonlijke wending wanneer blijkt dat zijn gesprekspartners niet gevaccineerd zijn tegen corona. De Ceulaer reageert met een mengeling van verbazing en respect voor hun keuze, maar houdt vol dat de wetenschap hem gelijk heeft gegeven.

“Die vaccines hebben miljoenen levens gered. Dat was spectaculair, dat heeft zelfs mijn stoutste verwachtingen overtroffen.“

Hij erkent fouten in de communicatie, vaccinologen hadden niet zo snel mogen beweren dat vaccins ook transmissie zouden tegenhouden. Maar zijn fundamentele overtuiging blijft overeind: “Bij infectie verlaagden ze de kans op zware symptomen en eventueel overlijden.“

De discussie leidt tot een filosofisch debat over vrijheid. De Ceulaer introduceert het onderscheid tussen negatieve vrijheid (niemand legt je iets in de weg) en positieve vrijheid (je bent ergens toe in staat). Het voorbeeld van de speelgoedwinkel van filosoof Aleksandra Gryszka illustreert het punt: een kind heeft alle negatieve vrijheid om iets te kopen, maar zonder geld geen positieve vrijheid om het daadwerkelijk te doen.

"Jouw gedrag heeft een invloed op mij" ▶ 37:57

Het schadebeginsel van John Stuart Mill vormt de basis van De Ceulaers coronafilosofie. “Je mag 100 sigaretten per dag roken, maar dat mag niet als je les geeft in een kleuterklas.“

“Jouw gedrag heeft een invloed op mij en mijn gedrag heeft een invloed op jou. Je hebt geen extreme vrijheid om te doen en te laten wat je wil.“

De analogie met het rookverbod in de horeca is voor hem duidelijk: werknemers moeten beschermd worden tegen tabaksrook, net zoals mensen beschermd moeten worden tegen een besmettelijk virus. “Wij vullen deze ruimte met onze adem. Als iemand een microbe heeft, die kan doorgegeven worden.“

Maar hij erkent de beperkingen van zijn eigen redenering. Het covid safe ticket was “contraproductief“, schreef hij zelf, omdat het mensen een vals gevoel van veiligheid gaf. “Het gaf mensen een vals gevoel van veiligheid, je bent wel degelijk ook als je gevaccineerd bent kun je nog besmet raken.“

"Het probleem is: een verkeersongeval is niet besmettelijk" ▶ 59:56

Om de unieke aard van een pandemie te illustreren, vertelt De Ceulaer het verhaal van zijn eigen keukenbrand. Een kapotte thermostaat in de frietketel zorgde voor vlammen die binnen minuten aan de kasten likten. De brandweer kwam, bluiste alles binnen tien minuten.

“Als je de frietketel niet blust, dan staat binnen de tien minuten de keuken in brand. Als je de keuken niet blust, dan staat tien minuten later de gang in brand.“ De exponentiële curve van brand vormt de perfecte analogie voor pandemische verspreiding.

“Het probleem is alleen: een verkeersongeval is niet besmettelijk. Als ik een auto aanrijd, gaat die auto op zijn beurt niet nog eens vier auto's aanrijden.“

“Wat een exponentiële curve is, heel veel ministers hebben dat niet begrepen. De curve gaat zo plat en ineens gaat hij zo omhoog.“ Hij herinnert zich zijn confrontatie met professor Lieven Annemans op televisie in september 2020, toen de cijfers nog laag lagen. “Lieven Annemans zei: er is geen probleem, er wordt gewoon meer getest. Terwijl ik wist: de tweede golf komt eraan.“

"Mijn vraag is dan: wat zou jij gedaan hebben in maart 2020?" ▶ 55:18

De vraag die De Ceulaer steeds opnieuw stelt in discussies over corona luidt: wat had je zelf gedaan met de kennis van toen? “Het is maart 2020, we gaan terug naar maart 2020. Alles wat na maart 2020 is gebeurd, weten we niet.“

In Italië lagen mensen “in de gangen van het ziekenhuis te creperen.“ De eerste schatting van Sciensano sprak van 300 doden, maar biostatisticus Koen Vercammen voorspelde duizenden. “Mijn vraag is: wat doe je dan?“

“Mijn vraag is dan: wat zou jij gedaan hebben in maart 2020? Op basis van wat we toen wisten?“

Hij verdedigt de eerste lockdown, ook al was hij er aanvankelijk tegen. “Ik was super hard tegen omdat ik dacht: dat lijkt mij een pittige overreactie. Achteraf ben ik eigenlijk wel fan geweest van die allereerste lockdown.“ De economische argumenten tegen lockdowns verwerpt hij op basis van “wereldwijd grondig economisch onderzoek.“

Het coronavirus-debat illustreert voor hem een bredere spanning tussen individuele vrijheid en collectieve verantwoordelijkheid. “We leven in een beschaafde wereld en daarin doen wij ons best om iedereen een zo lang mogelijk leven met een zo hoog mogelijke levenskwaliteit te geven.“

"We leven in een beschaafde wereld" ▶ 1:06:12

Wanneer zijn gesprekspartners vragen stellen over de economische kosten van coronamaatregelen, zouden we de vergrijzingskosten niet kunnen “besparen“ door ouderen te laten sterven?, wordt De Ceulaer stellig.

“We leven in een beschaafde wereld en daarin doen wij ons best om iedereen een zo lang mogelijk leven met een zo hoog mogelijke levenskwaliteit te geven.“

Hij begrijpt de economische logica achter de vraag, maar weigert die weg in te slaan. Het gaat om meer dan individuele levens, een overbelasting van ziekenhuizen betekent dat kankerpatiënten niet meer behandeld kunnen worden. “Wat gebeurt er als de ziekenhuizen vol stromen met patiënten met een besmettelijke ziekte? Dan kunnen operaties voor kanker van uw broer of uw moeder niet meer behandeld worden.“

Het is een van de momenten waarop De Ceulaer zijn waarden duidelijk stelt. Bandbreedte in het debat is belangrijk, maar sommige principes staan niet ter discussie. “Het middel ligt niet altijd in het midden,“ zegt hij. “Er waren mensen die hun kinderen niet mishandelen en mensen die hun kinderen elke dag zwaar mishandelen, het middel is pedagogisch niet verantwoord.“

"Ik wil dat de stem van de eerste de beste podcastmaker even zwaar weegt" ▶ 29:42

Ondanks zijn scherpe onderscheid tussen wetenschap en democratie blijft De Ceulaer een fervent democraat. “Ik wil dat de stem van de eerste de beste podcastmaker, journalist, vuilnisophaler of Marc Coucke in het stemhokje even zwaar weegt. Wij zijn gelijk in de democratie.“

“Ik vind dat ontroerend belangrijk. Ik vind gaan stemmen echt serieus, ik kan daar de tranen van in mijn ogen krijgen, die gelijkheid.“

Maar zijn gesprekspartners dagen hem uit: is zijn eigen stem niet meer waard dan die van iemand die zich laat beïnvloeden door social media-campagnes? Het leidt tot een boeiende discussie over de beperkingen van de democratie. Een van hen bekent dat hij vindt dat zijn eigen stem op veel vlakken “maar een 3 op 10“ waard is.

De Ceulaer houdt vast aan zijn egalitaire principe. “Wij leven allemaal in deze samenleving, wij kennen allemaal mensen, we hebben allemaal een beroep, we komen buiten, wij ervaren de wetgeving, en op basis daarvan vormen we een oordeel.“ Iedereen is gelijk in de democratie, ook al heeft niet iedereen dezelfde kennis.

"Ik ben al 30 jaar getraind om het kaf van het koren te scheiden" ▶ 33:39

Zijn eigen rol als journalist ziet De Ceulaer als die van een getrainde waarnemer. “Ik ben al 30 jaar getraind om het kaf van het koren te scheiden. Wat is betrouwbaar, wat niet, wat is nieuws, wat is fake news.“

“Een journalist moet naar eer en geweten zo correct mogelijk de ware toedracht der dingen ontbloten.“

Die training rechtvaardigt volgens hem zijn interventies in het coronadebat. “Ik ben niet onfeilbaar, maar het is mijn taak, het is mijn functie, het is mijn training. Ik sta daar mee op en ik ga daarmee slapen: kijken naar de werkelijkheid, naar de informatie, en het kaf van het koren scheiden.“

Hij onderscheidt daarbij tussen nieuwsartikelen en essays. In analyses gebruikt hij bewust het woord “ik“ en geeft hij zijn mening. “Dat is geen nederig genre. Als ik een essay schrijf, probeer ik mijn visie te geven op basis van de informatie die ik heb.“ De lezer mag het oneens zijn, dat is de bedoeling van het debat.

"Vlaamse media doen te weinig aan zelfkritiek" ▶ 1:21:55

Een van de pijnlijkste momenten komt wanneer De Ceulaer pleit voor meer transparantie in de journalistiek. “Ik vind dat journalisten, inclusief ikzelf, verantwoording moeten afleggen over hoe er over die coronacrisis geschreven is. Welke fouten zijn daar gemaakt?“

“Vlaamse media doen te weinig aan zelfkritiek. Transparantie ontbreekt.“

Hij erkent dat “iedereen vlucht daarvan weg,“ maar vindt zelfkritiek een teken van kracht. Fouten toegeven en zeggen: “Sorry, het was inderdaad fout, maar dit zijn onze conclusies.“ Het zou het vertrouwen in journalistiek ten goede komen.

Objectiviteit bestaat niet, erkent hij, “nieuws is blijkbaar subjectief.“ Maar onafhankelijkheid wel. “Ik vind dat een journalist onafhankelijk moet zijn van iedereen, maar wel aan jezelf gehouden en aan je journalistieke waarden en deontologie.“

Die onafhankelijkheid gaat ver: “Mijn devies is altijd: een journalist mag nergens lid van zijn, zelfs niet van de journalistenverbond.“ Toen een stagiair een eindwerk wilde maken over Oxfam en bleek daar lid van te zijn, zei De Ceulaer: “Als je lid bent van Oxfam, mag je daar niet over schrijven als journalist.“

"Debat is geanimeerd, maar dat wil niet zeggen dat ons leven zo moet zijn" ▶ 1:28:12

Tegen het einde van het gesprek wordt De Ceulaer persoonlijk over zijn werkwijze. Het temperamentvolle debat van de avond contrasteert met zijn dagelijkse routine. “Ik werk thuis alleen, omringd door boeken aan mijn laptop. Ik probeer dingen grondig te onderzoeken, ik neem tijd.“

“Debat is geanimeerd, dat is stof, maar dat wil niet zeggen dat daarom ons leven zo altijd moet zijn. Mijn vak is rustig, bedachtzaam.“

De journalist die in het openbaar soms als “de grote polemieker“ overkomt, beschrijft zijn werk als een langzaam, bedachtzaam proces. “Ik lees constant, ik probeer constant nieuwe kennis op te doen, ik interview mensen waarvan ik nieuwe dingen leer.“ Het is een pleidooi voor nuance in een tijd van snelle oordelen.

Hij heeft drie beste vrienden met wie hij “diep en fundamenteel van mening verschilt over zeer belangrijke maatschappelijke vraagstukken.“ Een is een groene ecologist, een ander een traditionele katholiek. “Dat zou ik zorgwekkend vinden, een beste vriend met wie ik het over alles eens ben.“

Een lerend organisme in een gepolariseerd tijdperk

Na anderhalf uur intensief gesprek in de Melkerij blijkt Joël De Ceulaer een complexere figuur dan zijn publieke imago doet vermoeden. De man die Twitter-ruzies niet schuwt en felle standpunten inneemt, toont zich als iemand die voortdurend bijleert en zijn mening durft bij te stellen.

“Ik ben een lerend organisme,“ zegt hij aan het einde van het gesprek. “Journalistiek is voortdurend nieuwe dingen bijleren en dus uiteraard ook jezelf af en toe vergissen en fouten maken.“ Het is een nederigheid die contrasteert met de stelligheid waarmee hij zijn principes verdedigt.

De coronapandemie heeft volgens hem bewezen hoe cruciaal het onderscheid is tussen wetenschappelijk en democratisch debat. In de democratie moet iedereen aan het woord kunnen, zelfs Vlaams Belang, zelfs mensen met wie hij het fundamenteel oneens is. Maar wetenschappelijke consensus verdient respect van politici en journalisten, ook al blijft die altijd voorlopig en vatbaar voor evolutie.

Zijn pleidooi voor meer zelfkritiek in de Vlaamse media klinkt als een echo van de Discours-missie: degelijkheid en dialoog boven polarisatie en oppervlakkigheid. “Transparantie ontbreekt,“ zegt hij. Het is een uitnodiging aan zijn collega's, en aan zichzelf, om het beter te doen.

In een tijd waarin nuance vaak wordt weggezet als zwakheid, toont De Ceulaer hoe je principieel kunt zijn zonder dogmatisch te worden. Zijn Twitter-account mag dan vol staan met geblokkeerde accounts, zijn geest blijft open voor nieuwe inzichten. Het is misschien wel de belangrijkste eigenschap van een journalist in een gepolariseerd tijdperk: de moed om van mening te veranderen wanneer de feiten daartoe aanleiding geven.