De diplomaat die de zon in andermans ogen liet schijnen

In De Melkerij te Brasschaat, tussen de kleine glaasjes Jack Daniels en de herinnering aan een grootvader die vocht aan de IJzer, schetst Frans Van Daele een wereld waarin problemen complexer worden gemaakt om ze op te lossen. De voormalige kabinetschef van Koning Filip, ambassadeur in Washington en permanent vertegenwoordiger bij de Europese Unie en de NAVO, praat met de rust van iemand die weet dat diplomatie geen spektakel is, maar een ambacht. “Diplomatie is een vergeten beroep,“ zegt hij, “dat probeert problemen op te lossen, geschillen tussen landen op een vreedzame manier, in plaats van naar andere middelen te moeten grijpen.“

Van Daele, geboren en getogen in Nederland maar al decennialang Belg in hart en nieren, heeft nooit een fractie van een seconde spijt gehad van zijn carrière. Van Griekenland tot Washington, van de eurocrisis tot de veiligheidsraad, hij heeft de wereld gezien vanuit de kamers waar de beslissingen vallen. En nu, officieel met pensioen maar in werkelijkheid nog altijd druk bezig, blikt hij terug op een loopbaan waarin sociale contacten, complexiteit en het begrijpen van andermans dwangfactoren de sleutel waren.

Waarom je een probleem soms complexer moet maken om het op te lossen ▶ 4:45

Het klinkt contraïntuïtief, maar Van Daele legt uit waarom complexiteit soms de bondgenoot is van de onderhandelaar. “Hoe complexer een probleem is, hoe meer speelruimte er is, hoe meer materie er is waar je op in kan pikken,“ zegt hij. “Als je een probleem hebt van één tegen één, plus of min, dan heb je niet veel keuzes. Soms moet je een probleem complexer maken om het opgelost te krijgen.“

“Hoe complexer een probleem is, hoe meer speelruimte er is, hoe meer materie er is waar je op in kan pikken. Soms moet je een probleem complexer maken om het opgelost te krijgen.“

Die logica kwam aan bod tijdens de eurocrisis, toen Van Daele werkte onder Herman Van Rompuy, toenmalig voorzitter van de Europese Raad. Zijn meest uitdagende tegenpartij waren niet andere diplomaten, maar de financiële markten. “Je moest dingen doen waarop de financiële markten reageerden om het vertrouwen te helpen herstellen,“ herinnert hij zich. Het ging erom overheden te overtuigen garanties te bieden, niet omdat ze het zelf niet wisten, maar omdat ze hun eigen parlement, pers en publieke opinie moesten meekrijgen. “Het probleem van die overheden was niet dat ze het niet wisten, ze moesten hun eigen parlement, hun eigen pers, hun eigen publieke opinie ervan overtuigen dat dat de juiste weg was.“

Over zijn eigen rol is Van Daele uitdrukkelijk bescheiden: “Ik heb daar mijn steentje bijgedragen, maar ik zou op deze plaats kijken naar de man die toen voorzitter was van de Europese Raad.“ Het was de strategische leiding van Van Rompuy, benadrukt hij meerdere keren, die het verschil maakte. “Het succes was een collectieve inspanning, niet het werk van één persoon.“

De kunst van begrijpen wat er achter de kaarten zit ▶ 6:12

Wanneer De Boys vragen naar de technieken van de diplomatie, lacht Van Daele. “De meest bekende raadgeving is: als je aan tafel zit met een onderhandelaar moet je zorgen dat de zon in zijn ogen schijnt en niet in die van jou. Maar dat is een lachertje.“ Waar het werkelijk om draait, is iets fundamentelers: begrijpen onder welke druk je gesprekspartner opereert.

“Als je met iemand onderhandelt die andere belangen heeft dan jij, moet je altijd proberen begrijpen wat zijn de contraintes, wat zijn de dwangfactoren waaronder die andere man of vrouw opereert.“

Voor een permanent vertegenwoordiger bij de Europese Unie is het cruciaal geïnformeerd te worden over de binnenlandse situatie in andere landen, legt hij uit. “Daarom is het voor een permanent vertegenwoordiger bij de Europese Unie heel belangrijk om geïnformeerd te worden over de binnenlandse toestand in een aantal landen. We hebben een diplomatie van zeer goed gehalte die zeer goed geïnformeerd is over wat er eigenlijk achter de kaarten zit. En dan heb je echt wel nodig om te weten: ja, naar dat gaat niet lukken want daar zitten ze vast, maar daar is het wel mogelijk en daar moeten we op doorduwen.“

Die kennis bepaalt of een voorstel haalbaar is of vastzit in de politieke realiteit van het thuisfront. Zonder dat inzicht in andermans dwangfactoren is onderhandelen zinloos. “Begrijpen waar ander, welke dwang, onder welke hemingen de andere gesprekspartner functioneert is wel belangrijk om tot een resultaat te komen.“

Maar Van Daele erkent ook de spanning die diplomatie met zich meebrengt. Als De Boys opmerken dat diplomatie per definitie een stukje minder directe democratie impliceert, knikt hij. “De menselijke factor speelt altijd een rol. De menselijke factor zowel op het vlak van degene die aan de tafel zitten onderhandelen als op het vlak van de regeringen die daar achter staan als op het vlak van de publieke opinie die achter die regeringen staat.“

Toch verdedigt hij het systeem. “Een Belgische ambassadeur handelt binnen de logica of zelfs op instructie van de Belgische regering, die een democratische regering is. We zijn geen vrije vliegers.“ Van Daele benadrukt dat de Belgische diplomatie “een vrij wel georganiseerd en gedisciplineerd korpsje“ is. “Soms neem je als ambassadeur beslissingen omdat je weet dat dat binnen de lijn valt van de regering, soms vraag je om instructies. Als een minister van Buitenlandse Zaken dingen doet, brengt iedereen zijn eigen persoonlijkheid mee, maar het is niet zo dat we blind vliegen.“

De complexiteit van België zelf, met zijn federale structuur en politieke verdeeldheid, was zelden onderwerp van diplomatieke discussie. “Iedereen heeft zijn eigen complexiteit. De mensen die vragen stellen zijn dezelfde die goed weten hoe complex het ook in een aantal andere landen kan zijn. Zolang het systeem uiteindelijk uitkomsten genereert, is dat maar goed.“

De NAVO: waar politiek toezicht militaire actie controleert ▶ 30:00

Als permanent vertegenwoordiger bij de NAVO tussen 2007 en 2009 leerde Van Daele de fijne balans kennen tussen militaire operaties en politieke controle. “Permanent vertegenwoordigers van alle lidstaten kwamen eens per week bijeen,“ legt hij uit. “Er waren veel van onze landen die toen actief waren in Afghanistan, dan brachten militairen verslag uit over wat er gebeurd was en dan konden wij daar politiek op reageren.“

“Het idee is dat je bij militair optreden altijd een diplomatieke of civiele of politieke factor moet hebben die het politiek toezicht op wat er militair gebeurt, incasseert.“

Die wekelijkse bijeenkomsten waren cruciaal voor de democratische controle op militaire missies. Naast de permanent vertegenwoordigers heeft de NAVO ook een hele hiërarchie militair, met een Belgische die vertegenwoordigt, een Amerikaanse enzovoort. Daarnaast is er een politieke of diplomatieke structuur. Het systeem zorgt ervoor dat geen enkele militaire operatie plaatsvindt zonder politieke verantwoordelijkheid. “Dat was een belangrijk onderdeel van de NAVO.“

Met de huidige geopolitieke spanningen in het oosten voelt hij soms de prikkeling om weer actief te zijn, geeft hij toe. Maar hij kent de kunst van het loslaten. “Je moet ook de kunst beheersen om dingen los te laten. Ik volg natuurlijk van nabij wat er gebeurt, want eens diplomaat altijd diplomaat. Maar het heeft geen zin om je te mengen in dingen waar je ooit mee bezig geweest bent. Ondertussen is de wereld geëvolueerd, de mensen zijn geëvolueerd. Het is goed van me in contact te blijven maar postnatale substitutie lijkt me geen goed idee.“

Vroegere medewerkers die nu die functies bekleden komen wel met hem in contact. “Vroegere medewerkers die nu allemaal die functies bekleden, die kom ik wel natuurlijk wel mee in contact omdat zijn allemaal goede vrienden geworden en dan praat je over die dingen. Maar het is aan hen om te spelen met de kaarten die ze hebben. Als ze mijn mening vragen geef ik ze dat voor wat het waard is.“

Washington: de stad waar alles draait rond wie je kent ▶ 43:27

Als ambassadeur in Washington leerde Van Daele dat diplomatie voor een groot deel sociaal werk is. “Washington is een heel sociale stad waar alles draait rond contacten. Het is de hoofdstad van een groot imperium met enorm veel knappe mensen. De business of the town is met elkaar praten over wat er gaat gebeuren, analyses vergelijken, informatie verzamelen.“

Recepties, vaak afgedaan als sociaal vertier, zijn in werkelijkheid gestructureerde informatievergaring. Van Daele legt met precisie uit hoe dat werkt: “Als je naar een receptie gaat met 200 mensen organiseer je jezelf zodat je na 2 uur 40 mensen gesproken hebt en een heleboel dingen hebt bijgeleerd die je anders niet zou weten. Je spreekt met iemand die je kent die geeft je een stukje verhaal dat je nog niet kent, die je gaat naar de volgende die zegt ja ik heb gehoord dat, heb je dat ook gehoord, enzovoort, en je komt veel wijzer buiten dan je binnen gekomen bent.“ Of het nu met spuitwater of Belgisch bier is, doet er niet toe. Wat telt is het netwerk, je hoofd laten zien, en dat je er bent.

“Onze residentie in Washington ontving tussen de vier en vijfduizend mensen per jaar. Dat hele huis werd gerund door mijn echtgenote. Alleen zou ik dat nooit aangekund hebben.“

Van Daeles vrouw speelde een cruciale rol in deze diplomatie. “Het is in Washington wel bekend dat als je een echtgenoot hebt die soort dingen ook interesseert dat je daar een dubbele informatiestroom krijgt. Ons huis ontving tussen de vier en vijfduizend mensen per jaar. Dat was echt wel een continue bedrijf als ik het zo mag uitdrukken. Alleen zou ik dat nooit aangekund hebben.“

Via zijn vrouw kwam hij zelfs in contact met Bill Clinton, een voorbeeld van hoe persoonlijke verbindingen diplomatieke deuren kunnen openen. Het weekend was zelden heilig. “Hoe langer je blijft in een stad, hoe meer mensen je kent, hoe meer dingen je gevraagd wordt. Een aantal van die dingen gebeurt tijdens het weekend en dan ga je daar ook naartoe, ook omdat het wel iets oplevert in termen van contacten en informatie.“

Wanneer De Boys vragen naar House of Cards, glimlacht Van Daele. De serie overdrijft, maar niet alles is fictie. “Een aantal van die dingen die gebeuren wel: intrigeren, samenwerkingen, noem maar op, die zijn van alle tijden. Maar de serie geeft de indruk dat het dag dagelijks zo is. Het is niet dagelijks zo. Je hebt ook een hele administratie, het parlement, het Congres, en zo, daar gebeuren ook allerlei dingen. Er gebeuren ook wel een aantal dingen die zijn op samenwerking, op dingen die men samen doet, of dingen die gewoon op basis van de merites van de zaak. Die dingen gebeuren allemaal.“

De manier waarop de serie bepaalde aspecten overbelicht is natuurlijk om goede televisie te maken, maar Van Daele waarschuwt: “Zo maak je een goede televisie: een paar aspecten overbelichten. Maar dat is natuurlijk een beetje overdreven.“ De essentie van diplomatie komt wel naar voren, ook al is de dagelijkse realiteit minder dramatisch.

Zwijgen is geen optie voor een diplomaat, benadrukt hij expliciet. “Je moet natuurlijk weten wat je zegt en wat je niet zegt, maar als je niks zegt krijg je ook niks binnen. Als je zwijgt, dan krijg je ook geen respons. Dus je moet met mensen spreken. Er zijn bepaalde dingen die je beter voor jezelf houdt, andere dingen kan je gebruiken om een respons uit te lokken.“

75 jaar welvaart die iedereen maar normaal vindt ▶ 9:25

Hoe geslaagd is de Europese Unie? Voor Van Daele is het antwoord helder, zelfs als de vraag complex is. “De Europese Unie heeft ons 75 jaar welvaart en veiligheid gebracht op een continent waar welvaart en veiligheid verre van verzekerd waren,“ zegt hij. “We zijn zo goed geslaagd dat iedereen dat maar normaal vindt en zegt: ja oké, wat verwacht je dan wel? Maar het is wel een inspanning geweest van een heleboel generaties.“

“De Europese Unie heeft ons 75 jaar welvaart en veiligheid gebracht op een continent waar welvaart en veiligheid verre van verzekerd waren. We zijn zo goed geslaagd dat iedereen dat maar normaal vindt.“

Die normalisering van vrede en voorspoed is paradoxaal genoeg een probleem. Mensen vergeten dat de interne markt, vooral voor kleine landen zoals België, een enorme groeiprikkel is geweest. “Dat heeft geleid tot de schepping van een grote interne markt die zeker voor landen als België die daar in het midden liggen in één zich een kleinere economie vertegenwoordigen een zonder gelukkige groei prikkel zijn geweest.“

Maar Van Daele ziet ook lacunes. “Onze slagkracht als diplomatieke en militaire eenheid bestaat wel, maar niemand zal tegenspreken dat daar nog een heleboel dingen kunnen gebeuren. Je moet altijd in staat zijn om je eigen verworvenheden te kunnen verdedigen en dat impliceert een aantal dingen die we half hebben maar nog niet helemaal in onze buitenlandse gereedschapskist. Daar zitten heel veel soft power in maar hard power is nog altijd het voorrecht, het privilegie van de individuele soevereine lidstaten.“

Het probleem zit in de verdeling van bevoegdheden. Sommige landen willen defensie organiseren via de NAVO met de Amerikanen, wat het niet evident maakt om die volgende stap te maken. Maar, voegt Van Daele eraan toe, “vroeger laat zal hij er wel komen.“

Van Daele beschrijft de EU als een “pre-federaal systeem“. “Ik zeg pre omdat in een federaal systeem je vanuit een centrale staat naar staten gaat, en wij leven in een pre-federaal systeem. Waarom zeg ik pre? Omdat in een federaal systeem ga je vanuit een centrale staat, en in alle federale modellen die bestaan zie je dat er een bepaalde vorm van verdeling is tussen de staten en de federale staat. Nu in elk van die federale landen ligt die scheidingslijn wel ergens anders.“

Het gaat erom te bepalen wat je beter samen doet en wat afzonderlijk, volgens het principe van subsidiariteit. “Er zijn heel veel dingen die we best afzonderlijk doen en die de lidstaten met meer of minder succes ook doen en die echt niet centraal moet geregeld worden.“ Maar defensie en buitenlandse politiek liggen anders. “De vraag over defensie en buitenlandse politiek is eigenlijk in het verleden al beantwoord geworden. We hebben er iedereen heeft er een voordeel bij dat die dingen meer samen gedaan worden. Als je het louter theoretisch bekijkt ligt het voor de hand om te zeggen dat doen we beter met meer nuttig effect samen dan afzonderlijk.“

Toch staat daar een groot maar tegenover. “Dat stelt in zulke landen problemen rond de soevereiniteit. Er zijn grote landen met een langere geschiedenis die daar wat moeilijk mee hebben. Dus dan moet je dat doen op een manier die we nu eigenlijk toepassen in sommige gevallen: we ondernemen militaire actie gezamenlijk ad hoc tussen een aantal lidstaten.“

De schaalvoordelen die we maar blijven vergeten ▶ 24:24

Wanneer De Boys vragen naar het democratisch gehalte van de EU, reageert Van Daele met een geduldige uitleg over institutionele legitimiteit. “Het democratisch gehalte is er wel: de Europese Commissie wordt aangesteld door een Raad van verkozen premiers en door een parlement van verkozen parlementsleden. Dus met andere woorden, het democratisch gehalte is er wel.“

Maar hij begrijpt de kritiek op de afstand tussen burger en Europees beleid. “Ik begrijp dat sommige mensen het gevoel hebben dat dat grote Europese geheel soms beslissingen treft die een beetje ver van de gemiddelde burger bestaan. Dat is natuurlijk een prijs die betaald wordt voor die grootheid, het grote ensemble. Wat ik allemaal hoorde over Washington in de provincies in Amerika komen ook niet altijd heel scherp zijn over wat er in Washington gebeurt. Maar goed, als je groot geheel hebt dan heb je natuurlijk die afstand.“

Die afstand is, erkent Van Daele, onvermijdelijk. “Het feit dat je die opschaling doet, zelfs met een juiste bevoegdheidsverdeling tussen deelstaten en lidstaten, brengt onvermijdelijk met zich mee een grotere afstandelijkheid tussen de top en de basis van onze driehoek.“ Als dat arrogantie is, zegt hij, “dan komt het daar maar zo, maar voor mij gaat het erom dat we een geheel scheppen waar iedereen zich in kan terugvinden.“

Het echte probleem ligt elders, stelt Van Daele. “We kunnen toch veel beter en duidelijker uitleggen waarom die dingen noodzakelijk zijn, waarom we die doen en wat het voordeel is voor iedereen. Dat hangt in hoge mate af van nationale regeringen. Nationale regeringen hadden moeten durven uitleggen, kunnen uitleggen met een bevestigende vorm wat er in Brussel gebeurt, waarom het gebeurt en waarom dat in het belang van iedereen is.“

“Nationale regeringen hadden moeten durven uitleggen wat er in Brussel gebeurt, waarom het gebeurt en waarom dat in het belang van iedereen is. Constant vandaag de dag: als iets niet gelukt is, dan wijst men naar Europa want daar is het geblokkeerd. Als men iets heeft gedaan binnen Europa, kijk dan wat ik heb gedaan.“

Te vaak spelen politici het cherry-picking-spel. “Constant vandaag de dag: als iets niet gelukt is, dan wijst men naar Europa want daar is het geblokkeerd. Als men iets heeft gedaan binnen Europa, kijk dan wat ik heb gedaan. Het is altijd een beetje cherry picking van feiten waardoor je nooit die communicatie krijgt waar we het over hebben.“

Toch is Van Daele fundamenteel optimistisch. “Ik stel toch nog altijd vast in de landen waar ik kom dat er uiteindelijk nog altijd in de bredere bevolking een belangrijke meerderheidsgroep is die het Europese project blijft steunen.“ Hij wijst op een veelzeggende politieke dynamiek: “Er zijn partijen, ik ga ze nu niet bij naam noemen maar ik kan het zelf wel invullen, die in de oppositie een anti-Europees standpunt bepleiden en die achteraf dat standpunt hebben opgegeven, al dan niet nadat ze in de regering getreden waren. Waarom? Omdat ze wel aanvoelen dat op het ogenblik dat je regeert of op het ogenblik dat je tot de publiek opinie spreekt, er een sterke meerderheid is die voorstander is van Europa.“

Hij wijst ook op de rol van de Commissie tijdens de coronapandemie en andere crises. “Ik vind dat de Commissie bijzonder goed bezig is, ook in een aantal domeinen waar geen evidente bevoegdheidsoverdracht is gebeurd. Denk aan de rol van de Commissie om te verhinderen dat de interne markt aangetast werd op het ogenblik van de covid, de rol die de Commissie gespeeld heeft op een gemeenschappelijk vaccinatiebeleid, wat de Commissie nu bezig aan het doen is op het vlak van de wapenvoorzieningen naar Oekraïne. Dit bewijst dat deze Commissie toch aanvoelt dat afzonderlijke lidstaten iets niet afzonderlijk aankunnen.“

Van Daele is bewonderend over die proactieve houding. “Ik vind de Commissie bewonderenswaardig in de manier waarop zij daarop inspringt en dus voor zorgt dat onze krachten gebundeld worden.“

Een bipolaire wereld waarin Europa zijn plaats moet vinden ▶ 36:10

De geopolitieke verschuivingen dwingen Europa tot heroriëntatie. Van Daele ziet een terugkeer naar een bipolair systeem, maar met China in plaats van Rusland als tweede pool. “We hebben jarenlang tot de val van de muur van Berlijn geleefd in een bipolair systeem: Amerika met zijn bondgenoten in Azië en Europa versus Rusland met de zijne, en dan had je de derde wereld die eigenlijk zei: laat ons gerust. Waar gaan we nu naartoe? Ik denk dat we terug gaan naar een bipolair systeem, maar waarvan één polariteit natuurlijk een andere is, namelijk China in plaats van Rusland.“

Daarbovenop spelen regionale grootmachten een actiever rol dan vroeger. “Ten tweede is dat die regionale grootmachten die zich eigenlijk afzijdig hielden vroeger nu een actiever rol spelen om een plaats te vinden in het geheel. Denk maar aan Saoedi-Arabië, denk aan Iran, denk aan India, en je kan een aantal voorbeelden vermenigvuldigen. Maar in essentie kom je in een bipolair systeem.“

Europa moet in die constellatie zijn plek vinden. Van Daele gelooft dat de Atlantische band met Amerika cruciaal blijft. “Amerika is eigenlijk een Europese mogendheid. We hebben de, Amerika heeft een aantal jaren, dus begonnen in de tijd van Bill Clinton is toch een aantal jaren doorgegaan, gezegd: ja nu de muur van Berlijn gevallen is, is er voor ons geen strategische inzet meer in Europa. Ik hoor nog altijd Bill Clinton zeggen op een bepaald ogenblik: it's your backyard, guys. Dit is natuurlijk die heeft zich gewroken door de gebeurtenissen in Oekraïne. Europa als geostrategisch inzet is natuurlijk terug op tafel gekomen.“

“Ik denk dat het belangrijk blijft op dit ogenblik, zeer zeker, dat wij een samenwerkingsband blijven hebben met de Verenigde Staten. We hebben zoveel belangen gemeen en zoveel waarden gemeen, zoveel overtuiging: we zijn allemaal democratie.“

Zelfs in een hypothetisch scenario waarin Europa een veel meer geïntegreerde militaire macht zou zijn, zou de samenwerking met de VS blijven bestaan. “Nu heb je Amerikaans leiderschap en de rest van ons die daar tegenaan zit. Veronderstel nu dat we een veel meer geïntegreerd Europees geheel zouden hebben, dan nog zou je een soort Atlantisch concordia hebben, dat was vroeger het woord voor de Frans-Engelse alliantie in de vorige eeuw. Zelfs in de hypothese die er nu nog niet is, maar in de hypothese dat je een groot, veel meer geïntegreerd Europa zou hebben, zou je nog altijd denk ik onvermijdelijk, omdat de belangen in die richting wijzen, onvermijdelijk een hoge graad van samenwerking hebben tussen Amerikanen en Europeanen, maar in een andere verhouding.“

De relatie met China en Rusland is complexer. “Europeanen hebben twee geopolitieke uitdagingen: hoe dit is al niet in mijn oude storm, productieve verhouding met China in stand houden, en de tweede is wat zal er gebeuren, wat wordt de positie van Rusland. Waar komt Rusland terecht, één van neer zonder wil tijdvergen, deze oorlog en einde is, en Rusland zal er nog altijd zijn, dan altijd liggen waar het ligt. Je moet daarvoor een manier vinden om mee om te gaan.“ Voor die uitdagingen, voegt hij eraan toe, zal diplomatie van cruciaal belang zijn.

Van Daele benadrukt ook dat Europa's houding tegenover China nuances kent. “Onze houding tegenover China heeft toch wel een heleboel nuances in vergelijking met de Verenigde Staten. Het feit dat we bondgenoot te zijn, maar er zijn natuurlijk accentverschillen die ook te maken hebben met economische verhoudingen.“

Mensenrechten als proces, niet als plotse beslissing ▶ 59:08

Wanneer De Boys vragen of Van Daele gelooft in universele normen en waarden, antwoordt hij zonder aarzelen. “We hebben zeker een gemeenschappelijk waardenpatroon, het staat in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Of die spelregels ook altijd door iedereen worden toegepast is een heel ander verhaal, maar ik vind dat we toch op die spelregels moeten blijven de nadruk leggen.“

“Als er nu handelsakkoorden worden afgesloten door de Europese Unie, komen die mensenrechten daar ook in voor. Vroeger was dat niet zo, nu wel. Dus er is vooruitgang.“

Het Westen moet blijven hameren op die rechten, niet zozeer voor zichzelf, maar omdat in veel landen bepaalde groepen onderdrukt worden. “Niet zozeer bij ons, want we passen ze toe en respecteren en vereren die regels, maar waarom blijven wij nadruk leggen op die regels? Omdat in een aantal landen de mensen onderaan de ladder of bepaalde groepen, want dienst gegroepen, etnische groepen die worden toch wel onderdrukt, met andere woorden hun rechten en hun waarden worden niet gerespecteerd. En ik vind dat goed dat landen zoals onze daarop blijven hameren.“

Van Daele gelooft niet in grote, plotse veranderingen, maar in processen. “Ik geloof niet in éénmalige plotse grote beslissingen maar wel in processen. Die zijn culturele processen. En dus door steeds opnieuw op die spijker te hameren denk ik dat je op den duur wel een aantal dingen kan doen evolueren. Er zijn gevallen waar er een terugval is, dat is allemaal juist, maar ik denk dat dankzij de nadruk die een aantal landen zoals de onze leggen op de mensenrechten en op de grondrechten dat dat wel een wezenlijk verschil heeft gemaakt bij een aantal landen waar dat dat voor de hand liggend was.“

Handelsakkoorden zijn een hefboom. “Als landen begrijpen dat een handelsakkoord goedgekeurd moet worden in het Europees Parlement, hebben zij wel belang om te luisteren naar de boodschap over mensenrechten. Het is een proces, want deze dingen zijn verbonden met lokale geschiedenis en lokale cultuur. Maar je moet dat proces blijven voeden, anders is het geen proces meer.“

Moet moraliteit soms ons leven moeilijker maken? “In sommige gevallen moet je hard optreden en met kracht spreken, moet je op tafel kloppen. Dat is wel zo,“ zegt Van Daele. “Maar voor veel gevallen geloof ik in procesmatige vooruitgang. Als je regelmatig terugkomt bij landen waarmee je belangen hebt, waarmee je handelsakkoorden hebt of kan hebben, en je komt altijd terug met dezelfde boodschap, dan begrijpen zij wel, ja, als we een handelsakkoord hebben dat moet goedgekeurd worden in het Europees Parlement, dat ze wel eigenlijk belang hebben om te luisteren naar de boodschap.“

Van Daele wijst ook op vooruitgang. “Wat belangrijk is denk ik is dat zowel voor de Amerikanen als voor de Europese Unie en een aantal andere landen het insisteren op het respect van de fundamentele rechten, de mensenrechten, vast onderdeel van een buitenlands beleid is geweest. En trouwens dat zijn ding: als er nu bijvoorbeeld handelsakkoorden worden afgesloten door de Europese Unie met een met sommige landen, die mensenrechten, die spelregels komen daar ook in voor. Het vroeger was dat niet zo, nu is dat wel zo. Dus er is wel vooruitgang.“

Hij concludeert: “Er is rek. Maar het is altijd spelen met die rek. Dus dat is niet: prom die op tafel kloppen, het is dadelijk niet goed. We zijn een beetje richting gevraagd.“

De koning die de verdeeldheid kan overstijgen ▶ 50:13

Over zijn tijd als kabinetschef van Koning Filip tussen 2012 en 2017 is Van Daele voorzichtig. Hij geeft algemene observaties, maar vermijdt concrete details over specifieke interventies. Hij wijst op de verhouding met Congo en de relatie met president Tshisekedi als voor