Boris Daenen over een pauze van muziek, zijn nieuwe app en waarom competitie in drum and bass bestaat
De Melkerij in Brasschaat. Een rustige avond, de glazen worden gevuld. Boris Daenen, beter bekend als Netsky, schuift aan tafel. Het is zijn eerste podcast ooit. “Ik ben niet nerveus,“ zegt hij met een glimlach die suggereert dat hij dit soort gesprekken gewend is, al is de setting dan anders. Voor de hosts is het een bijzonder moment: ze zijn opgegroeid met zijn muziek, met die melodieën die begin jaren 2010 door elke festivalweide dreunden. Voor Daenen zelf is het een kans om te reflecteren op een carrière die intussen vijftien jaar omspant, en op de keuzes die hij het afgelopen jaar heeft gemaakt. Keuzes die hem ver van de studio hebben gebracht.
"Come Live was mijn allereerste track, geschreven toen ik 19 of 20 was" ▶ 0:00
Netsky's doorbraak lijkt intussen een eeuwigheid geleden. Come Live, het nummer dat zijn naam vestigde, ontstond toen Daenen amper twintig was. “Dat was in 2010 ofzo,“ vertelt hij. “Mijn eerste tour. Ik was redelijk jong begonnen.“ Die vroege start betekende ook dat hij zijn jeugd grotendeels doorbracht in vliegtuigen, backstages en hotelkamers, in plaats van op de schoolbanken.
De drum and bass scene waarin hij opgroeide was een hechte, maar ook competitieve wereld. “Er waren al drum and bass feestjes hier, 300 tot 500 man in Wijnegem bijvoorbeeld. In Antwerpen had je Labyrinth op vrijdagavond,“ herinnert Daenen zich. Internationale DJ's kwamen al regelmatig langs. Het was een underground scene, maar wel een met internationale ambities. Voor hem was de stap naar professionele muziek geen bewuste carrièrekeuze, maar eerder een organische ontwikkeling. “Ik wilde serieus genomen worden. Dat was de enige mijlpaal waar ik naar streefde als student, als kind: dat ik mijn energie niet aan de universiteit moest spenderen, maar aan professionele muziek.“
“Vanaf dat ik er een klein beetje geld mee begon te verdienen nam mijn omgeving mijn passie serieus, inclusief mijn ouders.“
Die erkenning kwam er pas toen de eerste inkomsten binnenstroomden. Daenen's ouders gingen “meteen aan boord“ zodra bleek dat hun zoon daadwerkelijk zijn brood kon verdienen met beats maken. Maar die acceptatie was niet vanzelfsprekend: zonder financieel succes was muziek maken een hobby gebleven, geen roeping.
"Ik kreeg heel vaak backstabbing van Engelse DJ's die vonden dat ik drum and bass voor meisjes maakte" ▶ 7:08
Succes brengt ook weerstand. In de beginjaren van zijn carrière kreeg Daenen regelmatig kritiek van puristen binnen de drum and bass scene. “Engelse DJ's vonden dat ik drum and bass voor meisjes maakte,“ zegt hij. “Dat het allemaal te nice en soft was, in plaats van dark en underground in een basement.“
Die kritiek raakte een gevoelige snaar. De Britse drum and bass cultuur was stoer, donker, antielitair. Daenen's Belgische achtergrond, zijn “joviale, toffe“ benadering, paste niet in dat plaatje. Maar in plaats van zich aan te passen, koos hij ervoor de kritiek te omarmen. “Ik heb gezegd: ja, drum and bass for girls, perfect. I have girls in the club.“
“Er waren meisjes. Better. Dat vrouwelijk publiek is zo belangrijk voor een nieuw genre.“
Die openheid naar een breder publiek bleek een slimme zet. Daenen besefte dat een diverse crowd, inclusief vrouwen, essentieel was om drum and bass uit de underground te trekken. “Het is niet enkel ravers. Het kan ergens breder gaan.“ Hij begon bewust te zoeken naar manieren om R&B-invloeden in zijn muziek te verweven, om een toegankelijker geluid te creëren zonder zijn roots te verloochenen.
Die strategie werkte. Maar Daenen erkent ook dat hij soms te ver afweek van zijn eigenlijke sound. “Ik heb wel gemerkt dat er momenten waren waarop ik een disconnect had met mensen. Ik schreef meer voor mezelf, of ik deed iets waarvan ik dacht dat het commercieel zou werken, terwijl fans dat net als een commerciële tijd zagen.“ Het is een constant balanceren: trouw blijven aan jezelf, maar niet te veel afdwalen van wat je publiek verwacht.
Competitie bestaat, maar het is vaak een gezonde rivaliteit ▶ 9:54
De elektronische muziekwereld wordt vaak voorgesteld als één grote, liefdevolle familie. Peace, love, unity, respect, de mantra's van de ravescene. Daenen is daar genuanceerder over. “Competitie bestaat zeker,“ zegt hij. “In drum and bass zitten we met vijf grote gasten die allemaal een tour willen doen. Sommigen steken al hun budget in vuurwerk en CO2, puur om de beste show te hebben.“
Maar hij voegt er onmiddellijk aan toe: “Het is een gezonde competitie. We zijn wel buddy's.“ Die balans tussen vriendschap en rivaliteit is essentieel. Backstage drink je een biertje met collega's, maar ondertussen proberen managers elkaars bookings te ondergraven. “Er zitten achterpoortjes,“ geeft Daenen toe. Dat is geen geheim, maar ook geen drama. Het hoort bij de business.
“Het is een gezonde competitie. We zijn wel buddy's. Maar er zitten achterpoortjes, managers die proberen onze tour beter te maken.“
Die competitie speelt zich vooral af in specifieke markten. Daenen noemt Nieuw-Zeeland als voorbeeld, een land met drie miljoen inwoners waar hij op drie shows in een maand tussen de 20.000 en 25.000 bezoekers trekt. “Dat is mijn eigen show. Dat is mooi. En er zijn veel andere artiesten die een soort gelijk vibe hebben daar.“ In zo'n kleine markt wordt het een zero-sum game: elke bezoeker die naar de ene DJ gaat, gaat niet naar de andere.
"Ik ben letterlijk naakt achter een muurtje moeten gaan staan en roepen naar een buitenwachter voor swimming trunks" ▶ 24:26
Het DJ-leven klinkt glamoureus. Private jets, uitverkochte shows, afterparty's met de sterren. De realiteit is vaak anders, en soms ronduit absurd. Daenen vertelt over een show op Bali, begin jaren 2010. Het was zijn eerste keer op het Indonesische eiland, hij was er met een vriend en besloot een uur voor zijn show te gaan skinny dippen. “We waren aan het zwemmen tot een half uur voor mijn set. We draaien terug en alles is gepikt: onze kleren, GSM, alles. Uiteraard. Fuck.“
“Ik ben letterlijk naakt achter een muurtje moeten gaan staan en roepen naar een buitenwachter voor swimming trunks.“
Daar stond hij dan: naakt, een halfuur voor showtime. “Ik ben naar het festival toegelopen, heb me verstopt achter een muurtje en stond te roepen naar een buitenwachter om een zwembroek te vinden. Anything. I don't care.“ Het verhaal wordt nog surreëler: terwijl hij halfnaakt achter dat muurtje stond, kwam een superfan voorbij die hem herkende en een gesprek wilde beginnen. “Die had niet door dat ik naakt was achter een muurtje. Maybe is not a perfect time right now.“
Vijf minuten voor de show vond hij ergens backstage een zwembroek. “Heb ik die aangetrokken, gesprint naar het podium in mijn zwembroek, zonder fuck all, en een show kunnen spelen.“ Het meisje dat hem vergezelde zag hij pas twee jaar later terug in Australië. “Het is allemaal goed gekomen, maar dat was wel echt één van die fuck-momenten.“
"Er is een switch. Je hebt het gevoel 5 minuten voor de show, dan krijg je een soort psychologische urgentie" ▶ 28:26
Hoe hou je energie vast als je drie nachten per week voor duizenden mensen moet presteren? Daenen erkent dat het soms moeilijk is. “Ik kom heel graag in de situatie waar je een klein beetje stress hebt. Als je vlucht vertraagd is vind ik dat heel aangenaam, als alles technisch in orde is.“ Die lichte spanning helpt hem gefocust te blijven.
Maar er is ook iets anders. “Er is een switch,“ legt hij uit. “Je hebt het gevoel vijf minuten voor de show, dan krijg je een soort psychologische urgentie.“ Op dat moment maakt het niet uit hoe moe je bent, hoeveel jetlag je hebt of hoelang je niet geslapen hebt. Zodra die duizenden ogen op je gericht zijn, vind je die energie ergens diep vanbinnen.
“Ik ben op de spoedbank geweest met uitdroging. Gewoon letterlijk vergeten water te drinken.“
Maar die switch heeft zijn prijs. Daenen vertelt over een keer dat hij op de spoedafdeling belandde. “Met uitdroging. Gewoon letterlijk vergeten water te drinken. Dan komt er shots, je blijft drinken met de rest.“ Het klinkt onschuldig, bijna grappig, maar het illustreert het gevaar van dat leven: je lichaam stuurt signalen, maar je negeert ze omdat de show doorgaat. “Ik doe geen drugs,“ benadrukt Daenen. “Ik denk dat dat heel erg helpt. Als ik naar collega's kijk...“
Ook zonder drugs is het DJ-leven uitputtend. Constant reizen, onregelmatige uren, oppervlakkige contacten. “Heel veel vluchtige vriendschappen, heel luchtige interacties,“ zegt Daenen. “Je gaat heel veel diepe vriendschap zoeken bij iemand die je totaal niet kent. Dat blijft niet lang overeind staan vaak.“
Zes jaar lang toerde hij met een live band, van Coachella tot Glastonbury ▶ 57:50
Niet iedereen weet dat Netsky jarenlang niet alleen als DJ optrad, maar met een volledige band. “Michael Schack was onze drummer. Dat is een bekende drummer hier in Vlaanderen, een ongelofelijk klassiek jazz getrainde pianist. Crazy guy, ongelofelijk.“ Zes jaar lang toerden ze samen, van Coachella tot Glastonbury. “Alle grote festivals, letterlijk. Super vet.“
Die periode was de beste tijd van zijn leven, zegt Daenen. “Op een tourbus voor twee maanden was fucking zalig.“ Maar het was ook onhoudbaar. “Dat kun je niet jaren volhouden. Ik kan dat niet in ieder geval.“ Uiteindelijk koos hij ervoor terug te keren naar DJ-sets, naar het comfortabele ritme van vliegtuigen en hotels in plaats van wekenlang in een bus.
“Ik mis het superhard. Ik mis vaak het gevoel van met meerdere mensen het podium te delen, de ups en de downs.“
Wat hij vooral mist is de inspiratie die ontstond in de repetitieruimte. “Je speelt een nummer totaal anders, en de hele avond wordt veranderd. Dat was een hele leuke manier om aan muziek te werken, want ik werk vaak graag alleen in de studio, in donkere kamers.“ De band dwong hem uit die isolatie. Nu zit hij er soms weer middenin.
"Ik was misschien een beetje rock. Mindloos aan het toeren en ik zag geen toekomst buiten muziek" ▶ 34:07
Er komt een moment in elke carrière waarop je jezelf afvraagt: is dit het? Voor Daenen kwam dat moment geleidelijk. “Ik was misschien een beetje rock aan het worden,“ zegt hij. “Mindloos aan het toeren. Ik zag geen toekomst buiten muziek, en dat was het enige waar ik op focuste.“
Die tunnelvisie was jarenlang productief. Het leidde tot hits, uitverkochte tours, samenwerkingen met grote namen. Maar op den duur werd het verstikkend. Daenen besefte dat hij meer wilde dan alleen maar de volgende show, het volgende nummer, het volgende festival. “Ik besef dat ik ook heel veel andere dingen wil. Een familie opbouwen. Dat heeft wel iets veranderd de laatste jaren.“
De vraag is: hoe bouw je een leven op als je elke week in een ander land bent? De hosts peilen naar zijn ervaring. Daenen is verrassend nuchter. “Ik kan makkelijk maanden wegblijven. Ik ben nooit homesick. Ik heb ergens de juiste persoonlijkheid om lang weg te zijn.“ Hij heeft een vriendin, een paar goede vrienden, een moeder die hij graag ziet. Maar de afstand weegt niet zwaar genoeg om hem thuis te houden.
Toch is er iets veranderd. “Ik heb het laatste jaar bijna geen muziek gemaakt,“ zegt Daenen plots. De stilte die volgt is voelbaar. Voor iemand wiens identiteit zo nauw verweven is met zijn muziek, is dat een opzienbarende bekentenis.
"Ik heb het laatste jaar bijna geen muziek gemaakt. Misschien twee drie weken in de studio gezeten" ▶ 37:53
“Ik heb het laatste jaar bijna geen muziek gemaakt. Misschien twee drie weken in de studio gezeten.“
Het is een bewuste keuze, benadrukt Daenen. Geen burn-out, geen crisis. “Ik wou even een break pakken, iets totaal anders opzoeken.“ Maar wat doe je als je een break neemt van het enige wat je ooit hebt gedaan?
Voor Daenen was het antwoord verrassend: programmeren. “Ik ben redelijk nerdy ingesteld. Ik ben altijd een goede student geweest in technologie.“ Toen hij muziek begon maken, benaderde hij dat ook als een soort probleemoplossing: hoe krijg je die sound, hoe bouw je die track op? Nu past hij diezelfde mindset toe op software.
“Ik ben gewoon beginnen te programmeren. Ik ben een app aan het maken.“ Daenen is voorzichtig met details, maar het gaat om projectmanagementsoftware specifiek voor muzikanten. “Monday en Asana zijn te business-focused,“ legt hij uit. “Ik wil een centrale plek waar ik alles kan bundelen rond mijn muziek.“ Het klinkt niche, maar Daenen is overtuigd van het potentieel. Hij heeft zichzelf anderhalf jaar gegeven om het af te maken.
“Ik heb mezelf anderhalf jaar gegeven om de app af te maken. Vier mensen per dag gebruiken het product is geweldig.“
Het is nog pril, nog experimenteel. Maar Daenen's enthousiasme is aanstekelijk. “Vier mensen per dag die je product gebruiken is geweldig. Het is een hele spannende uitdaging, iets compleet anders dan muziek.“ Die afstand van de studio was nodig, beseft hij nu. “Ik had het heel hard nodig. Dat heb ik wel gemerkt, die break van mezelf.“
Muziek blijft evenwel deel van zijn DNA. “Muziek als carrière kan ik me inbeelden dat ik een andere carrière op ga. Maar ik ga nog altijd muziek maken sowieso. Muziek spelen is therapeutisch. Ik denk dat ik dat waarschijnlijk veel meer nodig heb.“ De pauze is geen afscheid, eerder een herkalibratie.
"Mijn manager stuurt vijftien keer een email om de laatste versie van een nummer te krijgen" ▶ 41:02
Het softwareproject is meer dan een zijstap. Het is een manier om opnieuw na te denken over creativiteit, over hoe artiesten werken, over de tools die ze nodig hebben. Daenen spreekt met kennis van zaken: hij heeft vijftien jaar getourd, gewerkt met labels, met managers, met producers. Hij weet hoe chaotisch het kan zijn om versies van een track te delen, feedback te verzamelen, deadlines te bewaken.
“Mijn manager stuurt vijftien keer een email om de laatste versie van een nummer te krijgen,“ zegt hij lachend. “Hele simpele probleempjes die tot een product hebben geleid.“ Het is die frustratie die hem dreef. Niet de ambitie om een tech-gigant te worden, maar de wens om zijn eigen leven makkelijker te maken, en misschien dat van anderen.
De app zal features bevatten die specifiek voor muzikanten zijn ontworpen. “Een soort heatmap krijgen van kijken wat mensen in het nummer meer naar luisteren, welke stukjes, voordat het nummer uitkomt. Muziek echt begrijpen.“ Het gaat om inzicht dat verder gaat dan een plek op SoundCloud. “De content van de muziek blijft altijd onkwantificeerbaar, maar de stadia eromheen kunnen veel dieper gaan.“
“Ik wil graag een soort mentorship programma doen. Ik zou niet weten wat ik kinderen kan bijbrengen maar het kan inspirerend zijn.“
Het project heeft hem ook een nieuw perspectief gegeven op zijn eigen carrière. “Ik kijk nu totaal anders naar een iPhone, naar hoe kleine animaties in een user interface zitten.“ Die verwondering, dat respecteren van andere vakgebieden, is iets wat hij altijd al had. Maar nu ervaart hij het aan de andere kant: niet als gebruiker, maar als maker.
Daenen wil zijn kennis ook doorgeven. “Ik wil graag een soort mentorshipprogramma doen. Ik zou niet weten wat ik kinderen kan bijbrengen, maar ik denk dat het wel inspirerend kan zijn.“ Zelf had hij mentors, producers die Diamond van Rihanna en Fireworks van Katy Perry hadden gemaakt. “Die hebben mij enorm geïnspireerd. Ik heb toen tegen mezelf gezegd: ik wil dit ooit ook voor iemand kunnen betekenen.“
"Ik luister heel vaak naar bossa nova het laatste jaar. Vraag me niet naar mijn favoriet artiest, dat is meer een stijl waar ik op zoek naar ga" ▶ 19:35
Muziek is nog altijd alomtegenwoordig in Daenen's leven, ook al maakt hij er zelf minder. “Er zijn meer momenten wanneer ik wakker ben dat er muziek op staat dan niet,“ zegt hij. Muziek is een tool, een manier om elke setting te kleuren. Werken, trainen, ontspannen: voor elk moment heeft hij een soundtrack.
Maar zijn smaak is veranderd. “Ik luister heel vaak naar bossa nova het laatste jaar. Vraag me niet naar mijn favoriet artiest, dat is meer een stijl waar ik op zoek ga.“ Ook veel soul, R&B, hiphop. Drum and bass en elektronische muziek lijken minder prominent. “Ik kijk echt naar elektronische muziek en naar techno als iets heel therapeutisch. Een soort escapisme.“
“Muziek is zo onbegrijpelijk. Hoe bepaalde nummers zo'n impact hebben op mensen over heel de wereld vind ik iets magisch.“
Die verwondering over muziek is er nog altijd. “Ik vind het iets magisch, iets onuitsprekelijks. Die arrogantie van denken dat je het allemaal begrijpt wordt heel vaak en snel weggevaagd door kunst en muziek.“ Voor Daenen, die zichzelf beschrijft als atheïst, zijn kunst en muziek bijna spiritueel. Ze tonen aan dat er dingen zijn die we niet kunnen rationaliseren, dingen die ons overstijgen.
Hij denkt terug aan vroegere periodes in zijn leven, toen zijn emotionele toestand zijn muziek vormgaf. “Ik denk dat Come Live en al die nummers in mijn depressieve tijden zijn geschreven, toen ik jonger was. Toen had ik minder. Het was gewoon feest. Het was gewoon puur denken van: hoe kan ik meer mensen laten feesten?“ Nu, als het goed gaat, schrijft hij ander werk. “Als ik blij ben maak ik echt supergoed muziek, heb ik het gevoel. Als ik in een dip zit moet ik mezelf eventjes opschrijven, en dan voelt het totaal anders.“
Commercieel of authentiek? Een debat over K-pop, autotune en de grenzen van fabricage ▶ 31:33
Het gesprek komt even op K-pop, een genre dat Daenen fascineert maar de hosts duidelijk met argwaan bekijken. Een van hen oppert dat de meest populaire muziek vandaag “zo gemaakt“ voelt. “Je hebt zo allemaal boze mannen rond, of vrouwen, die de artiest volledig kneden. Marathon-onderzoek. Het wordt zo gemaakt, en geld erin pompen. De ziel is voor mij een beetje uit.“
Daenen is het daar niet meteen mee eens. “Dat is niet iets van vandaag,“ stelt hij. “Als je de documentaire over Elvis ziet: de muziekindustrie heeft al heel lang artiesten gebruikt. Er zijn heel veel slechte verhalen.“ Ja, K-pop is extreem gecontroleerd, maar Daenen vindt het oneerlijk om dat genre als uniek problematisch te bestempelen. “Jonge artiesten in halve slavenarbeid leren dansen, de muziek is bijna wiskundig samengesteld. Maar het werkt.“
Een van de hosts dringt aan: maar werkt het niet omdat het zo top-down is, zo gecalculeerd? Daenen knikt. “Ik ben naar een show geweest in Seoul. De helft van het stadion gevuld omdat het te veel werk is om alles te vullen. Iedereen krijgt een lichtstick, drie camera's op de perfecte punten.“ Het is de droom van elke promotor, maar ook iets ongemakkelijks: zo gecontroleerd, zo geënsceneerd dat de spontaniteit verdwijnt.
“K-pop is echt gecreëerd en gekneed. Het is de droom van elke promotor. Iedereen wil dat ergens bereiken: zoveel mogelijk emotie laten zien op zo kort mogelijke tijd.“
De host blijft sceptisch. “Maar de mensen die daarover nadenken zitten niet op TikTok. De mensen die daar nadenken zijn niet de groep die ze willen aanspreken.“ Daenen erkent dat, maar draait het ook om: moeten we niet blij zijn dat jonge fans een geweldige ervaring hebben? “Gaan we klagen als ze drie maanden naar een grote show gaan en de beste tijd van hun leven hebben?“
Een ander discussiepunt: autotune. Een van de hosts zegt dat hij daar moeite mee heeft, dat het een misbruik is van technologie. Daenen is het daar resoluut niet mee eens. “Technologie brengt heel vaak een toon voort die je nog nooit hebt gehoord en heel creatief kan zijn. Misbruik van autotune is voor mij even afgrijselijk als een heel slechte melodie of slecht gezongen. Maar de technologie zelf is niet het probleem.“
Het is een kernverschil in visie. Voor de hosts lijkt commercialisering iets inherent verdachts, iets dat de essentie van kunst aantast. Voor Daenen is het genuanceerder: kunst heeft altijd binnen kaders gewerkt, altijd met opdrachtgevers, altijd met beperkingen. “Michelangelo kreeg opdracht van de koning. Klinkt dat commercieel? Het was wel een beperking waarbinnen hij moest werken.“
De discussie lost niet op, maar maakt wel duidelijk dat Daenen niet gelooft in een scherp onderscheid tussen “puur“ en “commercieel“. Voor hem is muziek maken altijd een balans: iets maken dat jezelf raakt, maar ook iets wat anderen kan raken. “Kan ik me inbeelden dat 100.000 man hiermee zingt? Fuck, dan raak ik 100.000 mensen aan op dat moment.“
"Mijn Russische vriend zijn vrouw moest letterlijk te voet de grens over omdat alle creditcards in 24 uur werden geblokkeerd" ▶ 1:14:32
Het gesprek neemt een onverwachte wending als de oorlog in Oekraïne ter sprake komt. Daenen aarzelt even, weet dat het een polariserend onderwerp is. Maar het raakt hem persoonlijk. “Ik heb heel veel Russische vrienden waar ik mee ben opgegroeid als kind, en Oekraïense vrienden waar ik veel contact mee heb gehad de laatste twee jaar.“
Hij vertelt over een vriend, een Rus die in Duitsland woonde toen de oorlog uitbrak. “De dag dat alle creditcards werden geblokkeerd moest zijn vrouw letterlijk te voet de grens over. Van vandaag op morgen, in 24 uur, zo snel.“ Het is een voorbeeld van hoe conflict individuen raakt, hoe geopolitieke beslissingen levens ontwrichten.
“Oorlog is iets verschrikkelijks. Ik geloof in een wereld zonder oorlog maar de valuta blijft bestaan zolang er geld en grondstoffen zijn.“
Daenen vindt het moeilijk om een positie in te nemen. Hij is kritisch over de manier waarop beide partijen het conflict gebruiken. “Er is heel veel gecommuniceerd over Oekraïne, vanuit heel veel hoeken. In Rusland gebeurt dat op een heel slechte manier, dat is door heel veel underground media geconfirmeerd. Maar ook in Amerika is het soms wat gedegouteerd door hoe commercieel ze alles maken. Die hele oorlog wordt een machtsspel om eigen gewin te creëren.“
Die scepsis geldt voor beide kanten, voor de propagandamachine in Rusland én voor de manier waarop westerse media de oorlog verslaan. “Mensen zeggen: ik wil helpen. Maar eigenlijk is het voor een eigen doel, en wordt het misbruikt.“ Het is geen cynisme om het cynisme, maar een voorzichtige observatie van iemand die vrienden aan beide zijden van het conflict heeft.
"Ik vind het Venus Project een fantastische gedachte, maar ik geloof er niet echt in" ▶ 1:24:36
De vraag ligt voor de hand: als oorlog onvermijdelijk is zolang er geld en grondstoffen zijn, wat is dan het alternatief? Daenen heeft daar een antwoord op, al is het een utopisch antwoord. “Ik ken het Venus Project,“ zegt hij. Het is een concept dat hij leerde kennen via zijn toetsenist, een boek dat hem aan het denken zette.
“Het Venus Project pleit voor geen valuta, geen geld in grondstoffen. Technologie beschikbaar voor iedereen. Klinkt utopisch maar het is fantastisch om over na te denken.“
Het Venus Project pleit voor een samenleving zonder geld, zonder economische drijfveren. Technologie zou beschikbaar moeten zijn voor iedereen, talent zou centraal moeten staan in plaats van kapitaal. “In plaats van gewoon een stramien te volgen van universiteit of hogeschool wordt er gekeken naar wat je talent is. Probeer daar gewoon het beste van jezelf in te zijn, probeer dat uit te brengen aan de maatschappij.“
Het klinkt naïef, geeft Daenen direct toe. “Geloof ik erin? Ik vind het een fantastische gedachte. Hoe dat economie zou vervangen, hoe dat welvaart verdeeld zou worden over iedereen, dat technologie gewoon beschikbaar moet zijn: ik geloof dat technologie de belangrijkste factor gaat zijn voor mensen hun leven.“ Maar dan volgt de nuance: “Maar ik denk niet dat we als mens tot stilstand kunnen geraken of een soort hivemind kunnen worden. Dat is ook ergens het mooie aan het leven, want anders zouden er geen culturen zijn, geen verschil.“
De hosts zijn sceptisch. Hoe voorkom je dat mensen alsnog naar eigen gewin streven? Hoe dwing je solidariteit af zonder dwingende structuren? Daenen heeft daar geen antwoord op. “Ik geloof er niet echt in hoor,“ erkent hij uiteindelijk. “Maar ik vind het belangrijk om erover na te denken. Als je pessimistisch realistisch naar de realiteit gaat kijken, gaat er zeker niks veranderen. Dus ik volg wel dat je moet zeggen: let's try and see.“
“Ik denk niet dat we als mens tot stilstand kunnen geraken of een hivemind kunnen worden. Dat is ook ergens het mooie aan het leven.“
Het is typ