De zoektocht naar waarheid in tijden zonder houvast
De avond valt over Brasschaat. In de Melkerij schenkt Xenia Geysemans zichzelf een glas water in, terwijl Thomas en Laurens tegenover haar hun eerste ging nemen. Geysemans doceert ethiek aan de Universiteit Antwerpen en de Arteveldehogeschool, en ze is, zoals ze zelf toegeeft, dertien weken zwanger. Vandaag geen alcohol dus, maar wel een gesprek over de fundamenten waarop we ons leven bouwen, of proberen te bouwen, in een tijd waarin die fundamenten voortdurend lijken te verschuiven.
“Empathie is het startpunt van de ethiek,“ zegt Geysemans meteen in de opening. “Het gaat om verdieping, verheldering en vooral proberen dieper na te denken dan puur het oppervlakkige.“ Het is een stelling die de toon zet voor een gesprek dat zich ontvouwt als een poging om grip te krijgen op de postmoderne conditie, die vloeibare tijd waarin, zoals de socioloog Zygmunt Bauman het formuleerde, alle grote verhalen zijn gecrasht en we zitten op een wrak in de maalstroom.
"We zijn meer dan een lichaam" ▶ 1:32
Het gesprek begint bij het individu. Geysemans werkt aan de diversiteitsmarkt op de Arteveldehogeschool, waar ze voor haar module 'De verpleegkundige als wereldburger' studenten confronteert met hete hangijzers als abortus, euthanasie, vaccinatieplicht en beleid in woonzorgcentra. Dit jaar gaat het online vanwege haar zwangerschap, maar het format blijft hetzelfde: debatten met studenten uit verschillende politieke strekkingen, van links tot rechts, van conservatief tot progressief.
“We zijn meer dan een lichaam. Mensen hebben een spirituele dimensie, een geestelijke dimensie, een relationele dimensie. Je moet echt wel verder durven kijken.“
Voor Geysemans gaat ethiek om reflectie en verdieping. “Ik probeer mijn studenten te laten zien dat je verder moet kijken dan het oppervlakkige,“ zegt ze. “Verpleegkunde, psychologie, dat gaat niet alleen over het lichaam. Het gaat over de hele mens in al zijn dimensies.“
Thomas en Laurens herkennen het probleem. “Het grootste probleem,“ zegt Thomas, “is dat heel veel mensen gewoon enkel op hun emoties reageren en daar niet voorbijgaan.“ De eerste emotie wordt als waarheid aanschouwd, zonder verdere reflectie. Geysemans knikt. Dat is precies waar ze tegen vecht in haar lessen.
Autonomie versus verbondenheid ▶ 3:06
De paradox van onze tijd, zo blijkt al snel, is dat iedereen uniek en authentiek wil zijn, terwijl we tegelijkertijd ergens bij willen horen. “Iedereen wil hyper individueel zijn, vanuit die autonomie en zelfontplooiing,“ zegt Geysemans. “Maar tegelijkertijd zoeken we ook naar geborgenheid en verbondenheid.“
“Autonomie en verbondenheid zijn even belangrijk. Wij zijn relationele wezens en kunnen niet zonder elkaar.“
Het is een balans die moeilijk te vinden is. Om bij een groep te horen, moet je iets van je uniciteit opgeven. Om jezelf te blijven, moet je soms afstand nemen van de groep. Laurens werpt op dat deze balans in de praktijk altijd prioriteiten vereist. Wanneer primeert het individu, wanneer het collectief?
Geysemans grijpt terug naar het fundament: “Wij worden geboren uit onze moeders. Wij zijn van in het prille begin al relationeel en verbonden. Dat is primair.“ De verbondenheid komt eerst, het individu ontstaat erin. “Maar,“ voegt ze eraan toe, “in deze tijd staat autonomie zo centraal dat we die andere kant soms vergeten.“
Voor Geysemans ligt de uitdaging in het vinden van harmonie tussen beide polen. “Die balans vind ik heel moeilijk,“ erkent ze. “We zijn sociaal maar we zijn ook heel individueel. Hoe kunnen we die harmonie zoveel mogelijk bewerkstelligen zonder onszelf te verliezen, maar ook zonder de omgeving te verliezen?“
Vaccinatie als ethisch vraagstuk ▶ 8:02
Het gesprek krijgt een concrete wending als corona ter sprake komt. Niet als medisch vraagstuk, maar als ethische kwestie. Is vaccinatie een keuze vanuit autonomie, of vanuit solidariteit?
“Men richt zich op mijn autonomie,“ zegt Geysemans. “Ik ben de baas over mijn eigen lichaam, dat is ethisch gelegitimeerd op basis van autonomie. Maar langs de andere kant: solidariteit, verbondenheid, kwetsbaarheid.“
“Dit is iets waar ik heel graag op wil inpikken: wanneer is het conformisme en wanneer is het een juiste keuze om iedereen te vaccineren?“
Ze formuleert het nadrukkelijk als open vraag, niet als stelling. “Is een vaccin interessant voor een selecte groep van de bevolking? Of verzwakken we uiteindelijk het immuunsysteem van de hele maatschappij? Wat is dan eigenlijk het belangrijkste?“
Laurens trekt het breder: het gaat eigenlijk over de balans tussen sterken en zwakken. Wanneer kies je voor de kwetsbaren, wanneer laat je de natuur haar werk doen? “Moeten we nu kiezen voor de zwakken,“ vraagt Geysemans zich hardop af, “of moeten we zeggen: wij leven niet meer op zo'n basisprincipe, we zijn geëvolueerd en rationeel geworden?“
Thomas brengt Darwins wet van de sterkste ter sprake. In de natuur overleven de best aangepaste individuen. Maar we zijn geëvolueerd, we hebben empathie ontwikkeld, een ethisch kader. Waar ligt de grens?
Geysemans wijst op de complexiteit. “Als je nu kiest voor volledige vaccinatie en het gevolg is dat het immuunsysteem verzwakt, dan kan dat jaren later een groter probleem worden. Dan hebben we het probleem naar de toekomst geduwd.“ Ze laat de vraag open. “Het kan het midden zijn, maar het heeft sowieso gevolgen.“
De droom van designer baby's ▶ 13:31
“Als we alle kwetsbaarheid wegfilteren en designer baby's gaan maken, worden we allemaal superhelden,“ zegt Geysemans. Ze laat een stilte vallen. “Dat is het ideaal van Hitler. Echt niet oké.“
“Als we alle kwetsbaarheid wegfilteren, wat gebeurt er dan? Als we alles maakbaar maken, worden we allemaal hetzelfde.“
De logica van het maakbare, zo betoogt ze, leidt tot een gevaarlijke utopie. In Japan, in de VS, wordt al geëxperimenteerd met genetische selectie: kleur van de ogen, intelligentie, schermen op genetische afwijkingen. De technologie bestaat. Maar moeten we die inzetten?
“We leven in een tijd waarin alles maakbaar is,“ zegt Geysemans. “Maar als het dan niet lukt, ben je een loser omdat het toch allemaal maakbaar is. Volg maar vijf stappen om gelukkig te worden, vier stappen voor een spiritueel leven, dat kun je kopen in de winkel. Maar stel dat je het niet lukt, dan voel je je een ongelooflijke loser.“
“We leven in een tijd waarin alles maakbaar is. Maar als het dan niet lukt, ben je een loser omdat het toch allemaal maakbaar is.“
Thomas en Laurens voelen de spanning. Enerzijds bewondering voor de menselijke vindingrijkheid, anderzijds het besef dat niet alles wat kan ook moet. “Kwetsbaarheid omarmen,“ zegt Geysemans, “kan ons heel gelukkig maken. Het is niet alleen maar romantisch, het is ook realistisch.“
Ze verwijst naar Ik de Wachter, professor en kinderpsychiater, die een pleidooi houdt voor acceptatie van kwetsbaarheid. “Als je kwetsbaarheid accepteert, dan accepteer je de dood als deel van het leven.“
“Kwetsbaarheid omarmen kan ons heel gelukkig maken. Het is niet alleen maar romantisch, het is ook realistisch.“
Postmoderniteit: wrak in de maalstroom ▶ 18:07
Het gesprek verschuift naar de filosofische grondslag. Wat is postmoderniteit eigenlijk? Geysemans haalt Jean-François Lyotard aan, de filosoof die in 1979 schreef dat alle grote verhalen zijn gecrasht. Het marxisme, het liberalisme, het katholicisme: de verhalen die decennialang richting gaven aan individuele levens, zijn niet langer vanzelfsprekend.
“In de postmoderniteit is niks meer absoluut. Niemand heeft de waarheid meer in pacht. We vertoeven in een soort relatieve waarheid.“
“In de moderniteit stond de mens centraal,“ legt Geysemans uit. “God was aan de kant geschoven, de mens was autonoom, rationeel, optimistisch. Vooruitgang was het ideaal. Maar na twee wereldoorlogen dachten we: wacht even, we zijn toch niet het middelpunt.“ In de postmoderniteit is er een verschuiving gekomen. Niet langer de mens als maat der dingen, maar een verbinding tussen het transcendente en het menselijke, zonder vaste houvast.
“We zitten op een wrak in de maalstroom, we gaan mee met de golven. Dat is de metafoor van het postmoderne leven.“
Die metafoor komt van Edgar Allan Poe: een groep zeelieden zit vast op wrakstukken in een draaikolk, niet wetend of ze zullen overleven. Sommigen springen, anderen blijven zitten. Het is een beeld van existentiële angst en onzekerheid, en precies daar bevinden we ons volgens Geysemans.
Ze wijst op de hedendaagse kenmerken van postmoderniteit: de wegwerpmaatschappij, consumentisme, het ludieke naast het serieuze. “We kunnen over de dood praten maar ook over zoete dingen, over erotische dingen. Het is eigenlijk een mengelmoes van alles, eclectisch.“
Geysemans erkent meteen dat haar perspectief gekleurd is. “Ik ben nogal een klassieke blok,“ zegt ze. “Ik wil een draad in mijn leven, een structuur. Dat is mijn eigen voorkeur.“ Ze is katholiek opgevoed, heeft altijd in tradities geleefd, en voelt de spanning met de hedendaagse fragmentatie. “Ik heb een nogal negatieve visie op de postmoderniteit,“ geeft ze toe, “maar dat komt voort uit mijn eigen verlangen naar houvast.“
Vier archetypen van navigeren zonder houvast ▶ 21:25
Geysemans leunt op Zygmunt Bauman, haar favoriete socioloog, om de verschillende manieren te beschrijven waarop mensen omgaan met postmoderne angst. Bauman onderscheidt vier archetypen, maar Geysemans benadrukt meteen: “Niemand is een extreem, iedereen zal van alles wel stukjes herkennen.“
De speler springt in de maalstroom. Vol zelfvertrouwen, ondernemend, overtuigd van eigen kunnen. Deze mensen nemen risico's, zetten in op zichzelf, zijn weinig empathisch. “Ze zijn hyper individueel gericht,“ zegt Geysemans, “en denken: ik red mezelf wel.“
De toerist is enthousiast maar durft niet te springen. Deze mensen willen wel meedoen, maar houden zich vast aan wrakstukken, aan tradities, aan structuren. Ze bewegen pas als de spelers aankomen en zeggen: kom, spring dan. Ze hebben schrik om los te laten.
“De toerist is iemand die vol enthousiasme is, maar eigenlijk niet durft te springen. Die heeft schrik en houdt vast aan een wrakstuk.“
De vagebond is de vloek van de moderniteit, zegt Bauman. Mensen die nergens bijdragen, die overal zijn maar niets ondernemen. Ze zweven mee op de stroom zonder doel, zonder inzet. Geysemans noemt het voorbeeld van eeuwige studenten die blijven studeren zonder ooit af te maken, terend op het geld van hun ouders.
“De vagebond is de vloek van de moderniteit. Mensen die nergens bijdragen, gewoon overal zijn maar niets ondernemen.“
De flaneur ten slotte is de oppervlakkige observer. Deze mensen hebben veel contacten, veel oppervlakkige ontmoetingen, maar geen diepgang. Ze blijven aan de oppervlakte, doen nergens echt aan mee.
Tegenover deze postmoderne types stelt Bauman de pelgrim uit de moderniteit: iemand met een doel, een lange termijnvisie, die bevrediging kan uitstellen. “Maar wij willen alles nu,“ zegt Geysemans. “Kijk naar de bol.com mentaliteit: alles moet onmiddellijk.“
“In de moderniteit hadden we pelgrims die hun bevrediging konden uitstellen. Nu willen we alles nu. Kijk naar de bol.com mentaliteit: alles moet onmiddellijk.“
Een cacofonie van karikaturen? ▶ 33:33
Thomas merkt op dat dit een nogal negatieve visie is op de huidige tijd. Geysemans geeft meteen toe dat dit klopt, en dat het voortkomt uit haar eigen achtergrond. “Het is een cacofonie van karikaturen,“ zegt ze, “mensen die vooral voor zichzelf gaan, zonder veel empathie. Heel gefragmenteerd, heel episodisch. Vandaag dit, morgen dat, zonder rode lijn.“
“De postmoderniteit is een cacofonie van karikaturen. Heel gefragmenteerd, heel episodisch. Vandaag dit, morgen dat, zonder rode lijn.“
Ze noemt religie shoppen als typisch voorbeeld van postmoderne fragmentatie. “Een keer boeddhistisch, dan tarotkaarten, dan scientology,“ zegt ze. “Dat is de overlevingsstijl geworden omdat we dingen snel beu worden en voortdurend op zoek zijn naar nieuwe impulsen.“
“Religie shoppen is typisch voor deze tijd. Een keer boeddhistisch, dan tarotkaarten, dan scientology. Dat is de overlevingsstijl geworden.“
Laurens springt hierop in. Hij herkent zich in die houding, maar ervaart het anders. Voor hem is het geen oppervlakkigheid, maar juist een zoektocht naar diepgang. “Ik kijk naar verschillende systemen omdat ik wil begrijpen hoe ze werken,“ zegt hij. “Ik ben gefascineerd door mezelf, maar ook door wat anderen denken. Ik neem mee wat interessant is.“
Het leidt tot een interessante discussie. Is dit bricoleren, het bij elkaar rapen van losse elementen, of is het een bewuste poging om een eigen ethisch kader te bouwen? Geysemans blijft kritisch. “De vraag is: kun je echt doordringen tot de essentie van een systeem als je van alles een beetje pakt? Of blijf je aan de oppervlakte?“
Laurens countert: “Maar wie bepaalt wat de essentie is? Voor mij is de essentie datgene wat werkt voor mij. Ik maak mijn eigen rode draad door te kijken wat werkt, wat logisch is, wat me helpt groeien. Dat is mijn rode draad.“
Het is een fundamentele botsing tussen twee visies op waarheid en authenticiteit. Geysemans ziet het gevaar van oppervlakkigheid en gemis aan diepgang. Laurens ziet de kans om een eigen synthese te maken uit verschillende bronnen. Beide posities blijven staan, zonder dat er consensus wordt bereikt. “Misschien,“ zegt Geysemans voorzichtig, “is dat ook precies de spanning waarin we leven.“
Het liefdesbuffet en de vraag naar verbinding ▶ 45:07
Geysemans brengt het gesprek naar een ander terrein: liefde en relaties. Ze geeft lezingen over de vijf vormen van liefde en stelt haar studenten een prikkelende vraag: waarom blijven er, ondanks alle dating apps en het enorme keuzeaanbod, zoveel mensen single?
“Ondanks alle dating apps en het enorme liefdesbuffet blijven meer mensen single. We kunnen kiezen uit miljoenen, maar dat maakt het moeilijker.“
Ze noemt het het liefdesbuffet: Tinder, Bumble, Hinge, oneindig swipen. De illusie van grenzeloze keuze. Maar in de praktijk leidt dat tot verlamming, niet tot verbinding. “Wat zouden we kunnen doen,“ vraagt ze als pedagogische provocatie aan haar studenten, “om ervoor te zorgen dat minder mensen single zijn?“
Ze gooit drie provocerende opties op tafel om discussie uit te lokken: polygamie invoeren, het ideaalbeeld van de perfecte partner aanvallen, of terugkeren naar gearrangeerde huwelijken. “Geen van de drie zou helpen,“ zegt ze meteen, “maar het zijn interessante denkrichtingen om te verkennen.“
Thomas merkt meteen op dat de vraag uitgaat van een normatieve premisse. “Je gaat ervan uit dat single zijn een probleem is. Maar veel singles willen helemaal geen relatie.“ Geysemans erkent het punt. “Dat klopt, maar ik zie toch veel jongeren die wel een diepe verbinding zoeken, maar het niet vinden.“
Laurens gooit het over een andere boeg. “Het probleem is dat we een norm hebben gecreëerd: monogamie, een vaste partner, trouwen. Maar waarom zou dat de enige waarheid zijn?“ Hij stelt dat we eigenlijk in een tijd van poly-monogamie leven: meerdere relaties na elkaar, waarin je telkens even diep gaat.
“We leven eigenlijk in poly-monogamie: verschillende relaties na elkaar. We experimenteren constant.“
Het gesprek wordt technisch. Wat is monogamie, wat is polyamorie, wat is authenticiteit in een relatie? Geysemans introduceert de term “seriële monogamie“: relaties die na elkaar komen, niet tegelijk, maar wel met dezelfde intensiteit.
Thomas werpt op dat transparantie cruciaal is in elke relatie. Je moet elkaar kunnen vertellen wat je voelt, ook als dat ongemakkelijk is. Geysemans nuanceert. “Transparantie is belangrijk,“ zegt ze, “maar soms moet je ook discretie hebben. Niet alles tegen elkaar zeggen is ook oké. Misschien moeten we daar ook een balans in vinden.“
“Transparantie is belangrijk, maar soms moet je ook discretie hebben. Niet alles tegen elkaar zeggen is ook oké.“
Ze verwijst naar de middeleeuwse traditie van het Feest der Dwazen, een jaarlijks moment waarop alle regels losgelaten mochten worden. Een dag van totale vrijheid, gevolgd door een jaar van structuur. “Misschien hebben we iets van dat ritueel nodig,“ zegt ze, “maar dan wel gecontextualiseerd.“
Het blijkt een voorbeeld van hoe tradities en rituelen houvast kunnen bieden, zonder de vrijheid volledig op te geven. Maar hoe ziet dat er vandaag uit? Laurens merkt op dat iedereen tegenwoordig zijn eigen rituelen moet creëren. Geysemans knikt. “Dat is niet gemakkelijk. Rituelen brengen rust, maar ze moeten wel passen bij wie je bent.“
Empathie versus sentimentaliteit ▶ 50:00
Het gesprek keert terug naar het begin: empathie. Wat betekent dat eigenlijk? Geysemans vertelt over twee Russische dames die naar een opera gaan, Romeo en Julia, intens meeleven met het drama op het toneel, huilen en treuren, maar buiten volkomen negeren dat de portier twee uur in de gietende regen heeft gestaan om de deur voor hen open te houden.
“Dat is sentimentaliteit,“ zegt Geysemans, “geen empathie. Pure emotie zonder actie, zonder echt oog voor de ander die voor je staat.“
“Empathie is niet alleen medeleven. Het is echt oog hebben voor wat goed is in deze context, ook aandacht voor de kleine zaken.“
Thomas gooit een moeilijke vraag op. “Stel: iemand is dik, ongezond dik, en vraagt of hij er goed uitziet. Wat is empathisch? Zeggen dat hij er goed uitziet, of zeggen dat het ongezond is?“
Geysemans aarzelt, denkt na. “Ik zou de vraag terugkaatsen,“ zegt ze uiteindelijk. “Hoe voel je je zelf? Vind je het zelf erg? Dan kun je het gesprek aangaan vanuit zorg, niet vanuit oordeel. Als de gezondheid ervan afhangt, moet je zeggen waar het op staat. Maar je moet het kaderen vanuit zorg, niet vanuit oordeel.“
“Als je met een dik persoon empathisch wilt zijn, moet je durven zeggen dat het niet gezond is als de gezondheid ervan afhangt. Maar je moet het kaderen vanuit zorg.“
Laurens wijst op de complexiteit. “Maar wat als die persoon gelukkig is met zijn gewicht? Dan ben je toch niet empathisch als je zegt dat hij moet afvallen?“ Het leidt tot een discussie over de definitie van empathie. Is het je inleven in de ander, of is het handelen vanuit wat je denkt dat goed is voor de ander?
Geysemans kiest voor een combinatie. “Empathie betekent voor mij: je voelt iets en je handelt daarop, vanuit de overtuiging dat je de ander ermee helpt. Maar je moet wel eerst het gesprek aangaan, snappen waar die persoon staat. Empathie begint met luisteren.“
Ze benadrukt dat empathie verschilt van sympathie. “Sympathie is medeleven, meevoelen. Maar empathie vergt actie, vergt dat je echt oog hebt voor wat die ander nodig heeft, niet alleen voor wat je zelf voelt bij die situatie.“
Thomas merkt op dat je empathie ook kunt vertonen naar mensen die je niet kent. “Kun je empathisch zijn zonder eerst een gesprek aan te gaan?“ Geysemans aarzelt. “Ik denk het wel, door kleine handelingen, een schouderklopje. Maar zonder context kun je ook de plank misslaan. Misschien staat die portier wel graag in de regen.“
Het is eenvoorbeeld van hoe moeilijk empathie in de praktijk is. Wanneer ben je echt empathisch, wanneer forceer je je eigen ideeën op een ander? Waar ligt de grens tussen helpen en opdringen?
Het gelaat van de ander ▶ 58:18
Tegen het einde van het gesprek wordt de vraag gesteld hoe je in deze tijd een rode draad vindt. Geysemans geeft toe dat ze zelf verlangt naar structuur, naar rituelen, naar houvast. “Ik ben katholiek opgevoed, ik heb altijd een draad gehad. Maar veel jongeren hebben die niet. Rituelen brengen rust, maar iedereen moet zijn eigen rituelen creëren, en dat is niet gemakkelijk.“
Laurens werpt tegen dat een rode draad niet per se extern moet zijn. “Ik creëer mijn eigen rode draad door te kijken naar wat werkt voor mij. Ik neem dingen mee uit verschillende systemen, ik test, ik reflecteer. Dat ís mijn rode draad.“
Thomas vult aan dat het gevaar ligt in het projecteren van je eigen overtuigingen op anderen. “Wanneer ben je empathisch en wanneer forceer je je eigen geloof op iemand anders? Waar trek je de lijn tussen helpen en opdringen?“
Het is een vraag die blijft hangen. Geysemans geeft geen definitief antwoord, maar wijst op het belang van intentie. “Het gaat om waarom je iets doet. Doe je het vanuit een gemis in jezelf, vanuit een behoefte om jezelf te bevestigen? Of doe je het vanuit echte zorg voor de ander?“
Ze sluit af met een verwijzing naar Emmanuel Levinas en het gelaat van de ander. “De ander is niet iets dat je kunt gebruiken, niet een object dat je kunt exploiteren of cumuleren. De ander is een subject, volledig anders dan jij, en die moet je respecteren in zijn of haar eigenheid.“
“De ander is niet iets dat je kunt gebruiken. De ander is een subject, volledig anders dan jij, en die moet je respecteren in zijn of haar eigenheid.“
Het gesprek eindigt niet met antwoorden, maar met een hernieuwde waardering voor de vraag zelf. We zitten inderdaad op een wrak in de maalstroom, maar misschien is het gesprek zelf al een vorm van houvast. Een manier om samen te navigeren, zonder te pretenderen dat we de route kennen.
“Wij worden geboren uit onze moeders. Wij zijn van in het prille begin al relationeel en verbonden. Dat is primair.“
Buiten valt de avond definitief in. Xenia Geysemans pakt haar jas, bedankt voor het gesprek, en verdwijnt richting de parking. Voor haar studenten wacht morgen weer een les ethiek, vol provocerende vragen en ongemakkelijke discussies. Precies zoals het hoort.