Peter De Roover over de afstand tussen politiek en burger: "De mensen lijden aan reactiediarree"

In De Melkerij te Brasschaat, waar het rode licht van de late namiddag door de ramen valt en de glazen rode wijn op tafel staan, neemt Peter De Roover plaats voor een gesprek dat lang zal duren. De fractievoorzitter van N-VA in de Kamer heeft tijd uitgetrokken, en dat is geen overbodige luxe. Want wie met De Roover praat over de verhouding tussen politiek en burger, over de rol van expertise in beleid en over de vraag hoe een democratie eigenlijk hoort te functioneren, krijgt geen soundbites maar analyses. Geen slogans maar nuance. En vooral: geen simpele antwoorden op ingewikkelde vragen.

De Roover is iemand die graag denkt voordat hij spreekt, en die verwacht dat zijn gesprekspartners hetzelfde doen. Die houding kleurt het hele gesprek, waarin hij niet alleen de vinger legt bij de tekortkomingen van de politiek, maar ook bij die van burgers, journalisten en het maatschappelijk middenveld. Het is een gesprek over verwachtingen en teleurstellingen, over de ruimte die nodig is om goede politiek te bedrijven, en over de prijs die we betalen als die ruimte er niet is.

"De afstand tussen burger en politiek is enorm klein geworden" ▶ 0:30

Het idee dat politici ergens ver weg in hun ivoren toren zitten, is volgens De Roover “behoorlijk flauwekul“. Hij reist met de trein, koopt zijn lasagne in de Colruyt, en wordt regelmatig aangesproken door burgers. Na een nachtzitting in het parlement wordt hij met een Brusselse taxichauffeur naar huis gebracht, die hem meteen herkent en een gesprek begint over de buurt waar hij woont.

“De afstand is enorm klein geworden. Je kan nu via sociale media rechtstreeks reageren, terwijl je vroeger een brief moest schrijven, een postzegel moest kopen en naar de post moest gaan.“

Dat is op zich geen probleem, zegt De Roover, maar het heeft wel gevolgen.

“Het creëert soms een reactiediarree. Mensen lijden daaraan omdat ze niet meer even nadenken voordat ze reageren.“

Die directe verbinding tussen burger en politicus is laagdrempelig geworden tot het punt waarop elke oprisping, elke emotionele reactie meteen geuit kan worden. Vroeger waren er negen stappen nodig om een brief naar een politicus te sturen. Nu volstaat één klik. Het gevolg is dat de toon van het publieke debat is veranderd, niet per se omdat mensen slechter zijn geworden, maar omdat de drempel om zich te uiten is verdwenen.

De burger heeft ook werk te doen ▶ 4:06

Hier komt De Roover met een stelling die niet iedereen zal bevallen.

“Een burger in een democratie heeft ook werk te doen: je moet je informeren. Als je ongeïnformeerd blijft en toch een mening wilt geven, dan vraagt dat wel iets.“

Hij zegt het zonder omwegen: wie niet bereid is de moeite te doen om zich te informeren, mag best een mening hebben, maar die mening zal nu eenmaal minder gefundeerd zijn. En dat heeft gevolgen voor de kwaliteit van het publieke debat.

“Als je morgen wilt kaarten, moet je de spelregels een klein beetje kennen. Dat is toch niet te veel gevraagd?“

Het is een vergelijking die hij vaker maakt: democratie is geen passieve aangelegenheid. Je kunt niet verwachten dat politici alle problemen oplossen terwijl je zelf geen inspanning levert om te begrijpen wat er speelt. De Roover vindt dat geen arrogantie, maar realisme. Een democratie werkt alleen als burgers hun verantwoordelijkheid nemen. En dat betekent: je informeren, nadenken, en dan pas reageren.

Tegelijk erkent hij dat niet iedereen dag en nacht met politiek bezig wil zijn.

“Iedereen heeft recht op een leven, op Netflix kijken, op ontspanning. Maar wie dan wél een mening wil geven over beleid, mag wat inspanning leveren.“

De Roover maakt het onderscheid: het recht om niet geïnteresseerd te zijn is er, en dat is prima. Maar wie dan wél wil meebabbelen over beleid, mag het huiswerk maken. Anders lever je werk in zonder de opdracht gelezen te hebben.

Polarisatie is van vorm veranderd, niet van intensiteit ▶ 5:47

Is de wereld vandaag meer gepolariseerd dan vroeger? De Roover aarzelt. Hij definieert polarisatie als “de negatieve emotionele geladenheid van gesprekken“, en erkent dat de toon is veranderd. Maar tegelijk wijst hij erop dat de geschiedenis ons leert dat mensen altijd al op scherpe wijze met elkaar in debat zijn gegaan.

“In de 19e eeuw tijdens de Franse Revolutie stonden er pamfletten waarin Marie Antoinette beschuldigd werd van pedofiele praktijken. De mens is niet fundamenteel verbeterd of verslechterd.“

Het punt dat De Roover hier maakt is vooral: mensen zijn altijd al extreem geweest in hun oordelen over andersdenkenden. Polarisatie is niet nieuw. Wat wél nieuw is, is het platform waarop die polarisatie zich afspeelt. Het verschil is dat die extreme meningen vroeger in een kroeg werden geuit, waar ze bleven hangen tussen de toog en de pintglazen. Nu staan ze op Twitter, in hetzelfde lettertype als serieuze commentaren.

“Het probleem is dat die commentaren op Twitter in hetzelfde lettertype staan als een serieus commentaar. Dus je geeft eigenlijk te veel belang aan waanzin.“

Vroeger, zegt De Roover, was er een zekere schaamte, een fatsoensnorm die nu soms verdwijnt. Niet omdat mensen slechter zijn geworden, maar omdat ze zich tot een publiek richten zonder dat ze het gevoel hebben dat ze daar direct verantwoording voor moeten afleggen. Wie zijn dronken mening in een kroeg ventileert, krijgt daar meteen reactie op. Wie dat online doet, kan zich verschuilen achter een scherm.

De Roover's conclusie is genuanceerd: polarisatie is niet erger geworden, het heeft alleen een andere vorm gekregen. Wat vroeger in de kroeg bleef, staat nu voor iedereen online.

De echo van de eigen gelijk ▶ 11:12

Een ander probleem, vindt De Roover, is de filterbubbel waarin mensen terechtkomen.

“Je gemiddelde Facebookpagina is minder divers dan een bruine kroeg. In een kroeg kwam een socialist, een flamingant, iemand die geen letter las, ze zaten allemaal samen.“

Nu creëren mensen hun eigen digitale wereld, waarin iedereen het met hen eens is. En dat voelt goed, maar het klopt niet.

“Als iedereen het met je eens is, dan voelt dat goed maar klopt er iets niet. Want iedereen vindt niet hetzelfde, de democratie werkt niet zo.“

De Roover wijst erop dat er mensen naast je wonen die in een totaal andere digitale werkelijkheid leven. Voor hen is hun waarheid de waarheid, net zoals voor jou jouw waarheid de waarheid is. En dat maakt het publieke debat ingewikkeld, omdat mensen denken dat ze de realiteit kennen, terwijl ze slechts een fractie ervan zien.

“Er zijn mensen die naast u wonen in een digitale wereld die totaal anders is dan die van u. Voor mij is dat realiteit en voor hen is het realiteit, en allemaal denken ze dat hun waarheid de waarheid is.“

De oplossing is niet eenvoudig. Je kunt mensen niet dwingen om uit hun bubbel te stappen. Maar je kunt wel bewust op zoek gaan naar andere perspectieven, naar meningen die je niet direct delen. De Roover zelf doet dat door bewust profielen te bekijken van mensen die totaal anders denken.

“Als ik een profiel overloop, zie ik dan een totaal andere wereld. Een echokamer die ik zelf mag noemen, een echokamer, maar eentje die andere dingen deelt en op ander nieuws valt.“

Sociale media belonen extremen ▶ 13:33

De mechaniek van sociale media helpt niet, zegt De Roover.

“Sociale media werken met likes. Je kunt niet zeggen: dit is goed geïnformeerd, dit is genuanceerd. Alleen positief of negatief. Je kunt alleen een extreme reactie geven.“

Het systeem beloont niet de beste argumenten, maar de meest geclickte berichten. En dat zijn vaak de meest extreme, de meest emotionele, de meest polariserende. Journalisten werken onder dezelfde druk, zegt De Roover, en ook daar heeft dat gevolgen.

Het algoritme is ontworpen om aandacht vast te houden, niet om genuanceerd debat te stimuleren. Wie dat begrijpt, snapt waarom het publieke debat de vorm heeft aangenomen die het nu heeft. Het is geen kwestie van slechte bedoelingen, maar van mechanismen die een bepaald gedrag belonen.

Journalisten onder druk: begrip én kritiek ▶ 16:29

De Roover heeft veel begrip voor journalisten, maar tegelijk ook kritiek. Hij begint met de excuses.

“Journalisten werken onder een heel hoge tijdsdruk. Toen ik jong was bestond er zoiets als een deadline, maar nu is er geen komkommertijd meer. Nu moet je uur na uur klaar staan om iets te brengen.“

Zijn fractie heeft 25 medewerkers, maar geen enkele redactie heeft 25 journalisten om alle thema's op te volgen.

“Geen enkele redactie heeft een redactie van 25 man om alle thema's op te volgen. Mijn fractie heeft 25 mensen, maar een journalist moet alle thema's van 10 parlementairen volgen.“

De Roover snapt dat journalisten onder commerciële druk werken, dat kranten en tv-zenders geld moeten verdienen, en dat nieuws niet alleen informatie is maar ook een product. Hij begrijpt dat ze voortdurend moeten schakelen tussen thema's, zonder de tijd om zich echt te verdiepen. Dat alles maakt hun werk moeilijk.

Maar, zegt hij, dat neemt niet weg dat er problemen zijn.

“Wat mij als parlementair klaar bij betreuren is dat journalisten te veel aandacht besteden aan het spectaculaire en te weinig aan het inhoudelijke werk van het parlement.“

Het voorbeeld dat hij geeft is veelzeggend: een parlementslid dat maanden serieus werk verricht, krijgt geen aandacht. Maar een collega die plots met hetzelfde voorstel naar buiten komt, haalt wel de krant.

“Man bijt hond, dat is nieuws. Een parlementslid van mijn partij die maanden serieus werk heeft verricht, krijgt geen aandacht. Maar een collega die plots met dat voorstel naar buiten komt, haalt wél de krant.“

De Roover noemt geen namen, en dat is bewust. Het gaat hem niet om individuele gevallen, maar om een patroon. Een patroon waarin inhoudelijk werk ondergesneeuwd raakt omdat het niet spectaculair genoeg is. Het gevolg is dat parlementairen die zich inspannen, gefrustreerd raken. En dat journalisten onbedoeld bijdragen aan het beeld dat politici niets doen.

De frustratie van wie werkt maar niet gezien wordt ▶ 18:18

Die frustratie is reëel, zegt De Roover.

“Sommige parlementairen krijgen een gevoel van onrechtvaardigheid. Ze werken hard, maar niemand schrijft erover. En kwaliteitsjournalistiek hoort te zeggen: die doet wel werk en die doet niets.“

De Roover wordt vaak gevraagd voor tv of kranten, maar als hij zegt dat een specifieke collega veel beter geplaatst is om over een bepaald thema te praten, is het antwoord vaak: “Maar niemand kent die.“ Het is een vicieuze cirkel: wie niet bekend is, krijgt geen aandacht. En wie geen aandacht krijgt, blijft onbekend.

Het gevolg is dat parlementairen die echt werk verzetten, zich afvragen waarom ze de moeite doen. En dat andere parlementairen leren dat je meer media-aandacht krijgt door spectaculaire uitspraken dan door serieus werk. Dat is slecht voor de kwaliteit van de politiek, en slecht voor het vertrouwen in de democratie.

Netflix en het recht om niet geïnteresseerd te zijn ▶ 20:17

De Roover begrijpt dat niet iedereen dag en nacht met politiek bezig wil zijn.

“Iedereen is dag in dag uit met politiek bezig, maar de meeste mensen hebben een leven. Ik wil desnoods Netflix kijken. Maar laten we niet met fictie omgaan alsof het feiten zijn.“

Dat recht om niet geïnteresseerd te zijn, erkent hij volmondig. Maar tegelijk verwacht hij dat mensen die wél een mening willen geven, de moeite nemen om zich te informeren. Het is een evenwicht tussen respect voor de burger en verwachtingen over wat een burger in een democratie hoort te doen.

De vergelijking met Netflix is treffend. Wie naar een serie kijkt, weet dat het fictie is. Wie over politiek praat op basis van halve informatie, doet alsof het feiten zijn. En dat verschil is cruciaal.

Objectiviteit bestaat niet, maar transparantie wel ▶ 22:59

Over journalistiek zegt De Roover dat de grote verzuiling grotendeels overwonnen is, maar dat mensen met meningen soms duidelijke brillen opzetten.

“De grote verzuiling is grotendeels overwonnen, maar mensen met meningen hebben soms duidelijke brillen. Als die geëxpliciteerd wordt, heb ik daar geen probleem mee.“

Hij vindt het geen probleem dat een journalist een bepaalde achtergrond heeft, zolang die maar duidelijk wordt gemaakt. Wat hem wel stoort, is het idee dat journalisten en experts boven het gewoel staan, alsof ze geen mening hebben. Iedereen heeft een mening, zegt De Roover, en het is beter om daar transparant over te zijn.

“Wat mij stoort is de zogenaamde neutraliteit van journalisten of experts. Iedereen heeft een mening, ook experts. Maar die mening kan wel het resultaat zijn van onderzoek.“

De Roover heeft zelf een economische opleiding, en hij weet dat economie geen exacte wetenschap is. Het is een techniek waarbij je een onderzoeksvraag formuleert, en die onderzoeksvraag heeft een bepaalde achtergrond. Dat maakt de uitkomst niet waardeloos, maar het maakt wel dat je moet weten waar iemands mening vandaan komt.

Experts versus politici: de kunst van het kiezen ▶ 25:26

Een van de meest interessante passages in het gesprek gaat over de rol van experts. De Roover weet wat expertise inhoudt, maar hij wijst ook op de grenzen ervan.

“Een expert is per definitie deskundig in een onderdeel van het probleem. Een politicus moet alle onderdelen samenbrengen en keuzes maken tussen verschillende oplossingen.“

Hij geeft het voorbeeld van corona. Als je daar uitsluitend een virologische benadering op loslaat, vergeet je de economische en psychologische effecten.

“Bij corona: als je daar uitsluitend een virologische benadering op loslaat, vergeet je de economische en psychologische effecten. Drie maanden scholen sluiten heeft gevolgen voor kinderen.“

De expert kan je vertellen wat het virologische effect is van scholen sluiten. Maar de expert kan je niet vertellen of die prijs de moeite waard is. Dat is een politieke keuze. En die keuze is nooit perfect.

“Er bestaat geen beste antwoord, alleen het minst slechte. Dat wil zeggen: je maakt keuzes en daar zit een prijs aan. De ene politicus wil die prijs betalen, de andere een andere prijs.“

Dat is precies waar politiek om draait, zegt De Roover. Niet om het vinden van de waarheid, maar om het maken van keuzes tussen verschillende waarheden. De expert levert de bouwstenen, de politicus bouwt het huis. En dat huis zal nooit perfect zijn, want elke keuze heeft gevolgen.

“Elke maatregel heeft een prijs. Welke prijs je wilt betalen, dat is het maatschappelijke debat. En daar zijn verschillende meningen over, omdat het geen wiskundeoefening is maar een keuze.“

Andersdenkend is niet hetzelfde als vijand ▶ 28:13

De Roover is geen voorstander van het verbloemen van tegenstellingen. Integendeel.

“Er mag polarisatie zijn, maar die moet fatsoenlijk gevoerd worden. Ik vind niet dat maatschappelijke tegenstellingen verbloemd moeten worden.“

Het verschil zit hem in de toon, niet in de inhoud. Er mogen scherpe standpunten zijn, maar de manier waarop die geuit worden, maakt het verschil. En hier introduceert De Roover een onderscheid dat hij cruciaal vindt.

“Ik zie een fundamenteel verschil tussen andersdenkend en vijand. Dat is een groot verschil waar veel mensen niet bij stilstaan.“

Een andersdenkende is iemand met wie je van mening verschilt, maar die je respecteert als gesprekspartner. Een vijand is iemand die je buiten het debat wilt plaatsen. De Roover vindt dat verschil cruciaal. Als je iedereen die anders denkt als vijand beschouwt, wordt samenwerken onmogelijk.

Hij geeft zelf het voorbeeld: in de Kamer heeft hij met collega's van andere partijen goede contacten, ook al verschillen ze fundamenteel van mening. Dat kan omdat hij het onderscheid maakt tussen anders denken en vijand zijn.

“Ik heb met collega's van andere partijen goede contacten, ook al verschillen we fundamenteel van mening. Dat onderscheid is belangrijk.“

Achter gesloten deuren: ruimte voor oplossingen ▶ 31:44

De Roover geeft een inkijk in hoe het er achter de schermen aan toegaat. In de conferentie van voorzitters, waar alle fractievoorzitters samenkomen, gebeuren dingen achter gesloten deuren. En dat is geen probleem, zegt hij, want daar is ruimte om oplossingen te zoeken zonder meteen het risico te lopen verrader genoemd te worden door je eigen achterban.

“Bij commissiezittingen achter gesloten deuren kun je feitelijk samen oplossingen zoeken zonder dat je onmiddellijk het risico loopt verrader genoemd te worden door je eigen achterban.“

Maar er is een paradox: als mensen zeggen dat politici elkaar moeten vinden achter gesloten deuren, wordt dat meteen verdacht gemaakt als achterkamertjespolitiek.

“Als mensen zeggen dat politici elkaar moeten vinden achter gesloten deuren, wordt dat meteen verdacht gemaakt als achterkamertjespolitiek. Maar er moet ergens ruimte zijn om te zoeken naar oplossingen.“

De Roover ziet dat als een vorm van hypocrisie in de publieke opinie. Mensen willen dat politici tot oplossingen komen, maar zodra ze dat achter gesloten deuren doen, wordt het verdacht gemaakt. En zodra ze het in het openbaar doen, wordt het als showpolitiek afgedaan. Het is een onmogelijke situatie.

Tegelijk erkent hij dat transparantie ook voordelen heeft. Het zorgt ervoor dat politici verantwoording moeten afleggen. Maar het maakt het ook moeilijker om tot compromissen te komen, omdat je meteen het risico loopt dat je eigen achterban je afvalt. De Roover is hier genuanceerd: beide benaderingen hebben voor- en nadelen, en het ideaal ligt ergens in het midden.

Het coronadebat: openheid als proeftuin ▶ 39:47

De Roover geeft een voorbeeld van hoe het ook kan: de hoorzittingen over verplichte vaccinatie tijdens de coronapandemie. Het parlement besloot om een breed debat te voeren, met ruimte voor alle stemmen. Elke fractie mocht mensen aandragen, ook vreemde eenden in de bijt.

“Wij hebben bij corona hoorzittingen gedaan waar elke fractie mensen mocht aandragen. Er zaten vreemde eenden in de bijt, zelfs coronaontkenners. Ik had daar geen probleem mee.“

Het was een bewuste keuze, zegt hij, en niet zonder risico. Maar het resultaat was dat die stemmen werden gehoord, en tegelijk dat ze niet de boel domineerden.

“Door openheid hebben die coronaontkenners de boel niet gedomineerd. Juist door ze erin mee te nemen en kritische vragen te stellen, bleek dat hun verhaal niet standhoudt.“

De Roover is voorzichtig met het idee dat dit tot volledige consensus leidde. Wat wel gebeurde, is dat mensen gedachten wisselden, elkaar hoorden, en soms van mening veranderden. Niet iedereen, niet op alle punten, maar voldoende om tot een werkbare conclusie te komen.

“Door 20 uur debat kwamen we als parlement eigenlijk bijna collectief tot een besluit. Eigenlijk zijn we dichter bij elkaar gekomen, al waren sommige partijen bij de start nog van gedachte dat het wel een goed idee was.“

Het voorbeeld toont wat er mogelijk is als je ruimte geeft voor een fatsoenlijk debat. Maar het vraagt wel inspanning: van politici om te luisteren, van experts om hun kennis te delen, van journalisten om het serieus te nemen, en van burgers om het te volgen. En het vraagt vertrouwen dat niet elke vreemde stem meteen de boel overneemt.

Vivaldi en de profileringsdrang ▶ 47:14

Waarom lukt dat soort samenwerking niet vaker? De Roover wijst naar de huidige regeringscoalitie, Vivaldi, die bestaat uit zeven partijen. Zijn eigen partij, N-VA, zit niet in die coalitie, en dat geeft hem de positie om van buitenaf te kijken.

“De zeven partijen van Vivaldi zitten zo op elkaar te kijken dat ze geen ruimte hebben om de oppositie ook nog eens iets mee te nemen. Ze voelen zich allemaal bedreigd.“

Die profileringsdrang heeft te maken met het feit dat veel partijen in een existentiële fase van hun bestaan zijn. Het is voor hen een kwestie van overleven.

“Die profileringsdrang heeft te maken met het feit dat veel partijen in een existentiële fase van hun bestaan zijn. To be or not to be. Dan moet je aantonen dat je morgen nog nuttig bent.“

De Roover snapt dat, maar vindt het wel een probleem. Want het leidt ertoe dat partijen elkaar beconcurreren in plaats van samen te werken. En dat maakt het bijna onmogelijk om tot goede oplossingen te komen.

Hij geeft een concreet voorbeeld: een fractielid van zijn partij werkte aan een voorstel over adoptie, en vond steun bij collega's van andere partijen. Het voorstel was goed, het kon op brede steun rekenen, en het had echt iets kunnen veranderen. Maar toen het ter stemming kwam, gebeurde er iets anders.

“Een fractielid van ons werkte aan een goed voorstel over adoptie, en vond brede steun. Mijn collega heeft zeer emotioneel tussengekomen in het parlement om het te verdedigen. Maar bijna automatisch werd het weggestemd omdat het van de oppositie kwam. Dat is een droeve manier van politiek bedrijven.“

Het toont dat het systeem samenwerking niet beloont, maar concurrentie. En dat is slecht voor de kwaliteit van de politiek. De Roover vertelt het met zichtbare frustratie, niet omdat zijn partij verloren heeft, maar omdat een goed voorstel sneuvelde om verkeerde redenen.

Minder partijen, niet het antwoord ▶ 51:20

Sommigen pleiten voor minder politieke partijen, maar De Roover is daar niet van overtuigd.

“Het aantal meningen vermindert niet met minder partijen. Minder partijen betekent alleen dat er meer meningen in een groep zitten die voorbereid moeten worden achter de deuren.“

Minder partijen betekent niet dat er minder tegenstellingen zijn. Het betekent alleen dat die tegenstellingen binnen grotere partijen uitgevochten moeten worden, achter gesloten deuren. En dat maakt het debat niet per se beter.

“Het echte antwoord is anders maar moeilijk. De tegenstellingen moeten we niet verbloemen. Het is een evenwicht tussen ieder in z'n eigen groep versus allemaal in één grote groep.“

De Roover gebruikt een beeld: stel je voor dat er 100 mensen op een veld staan. Je kunt die 100 mensen verdelen in 20 groepen van 5, of in 4 groepen van 25. Met 20 groepen zitten de mensen dicht bij elkaar binnen hun eigen groep, maar is er weinig ruimte om te bewegen. Met 4 groepen zit je verder uit elkaar, maar heb je meer variatie binnen je eigen groep.

“Die 4 groepen van 25 omvatten meer variatie dan 20 groepjes van 5. Je omvat dan 5 groepjes van vijf man, en zit dus naast mensen waar je deels mee akkoord gaat, deels niet. Binnen zo'n grote groep kom je vanzelf meer andersdenkenden tegen.“

Dat laatste is volgens De Roover belangrijk: binnen een grote groep loop je meer kans om mensen tegen te komen die anders denken, maar waar je toch een gesprek mee kunt voeren. Dat is de proeftuin voor democratie.

Maar, voegt hij eraan toe, elk systeem heeft nadelen. Met minder partijen krijg je misschien meer interne discussie, maar je verliest ook de duidelijkheid van verschillende kleuren. Het is geen kwestie van goed of fout, maar van afwegingen maken.

“Er zijn nadelen aan elk systeem. Als we denken dat we nu eens een keer het systeem vinden zonder nadelen, dan zijn we niet slim genoeg aan het nadenken.“

De burger als eigenaar, niet als toeschouwer ▶ 54:02

De Roover komt terug op de verantwoordelijkheid van de burger, maar nu op een ander niveau. Het gaat niet alleen om informeren, maar om de vraag hoe vaak burgers politici ter verantwoording moeten roepen.

“Als burger ben je eigenaar van het systeem, maar ik verwacht wel dat je als eigenaar een inspanning doet. Je kiest voor mij of niet, maar ik ben niet zo naïef om te denken dat elke burger die job 100% kan doen.“

Hij vergelijkt het met een realityshow op tv, waar het publiek op een knop kan drukken om iemand te stoppen. Maar de politiek is geen gongshow, zegt hij.

“Ik vind niet dat de politiek een gongshow is waar je elke dag op een knop kunt drukken om te zeggen: stop ermee. Een politicus heeft ruimte nodig om aan lange termijn te werken.“

Dat betekent niet dat politici eeuwig door kunnen gaan zonder verantwoording af te leggen. Maar het betekent wel dat er periodes moeten zijn waarin ze kunnen werken zonder dagelijks ter verantwoording te worden geroepen.

“Ergens tussen vier jaar en vier dagen zit een moment waarop de kiezer vertrouwen heeft in de politicus. En dan moet die politicus daarmee aan de slag kunnen.“

Het is een pleidooi voor realisme. Niet elke dag een oordeel vellen, maar ook niet blind vertrouwen geven. Ergens daartussen zit de juiste balans. En die balans verschilt per onderwerp, per situatie, per moment.

Het middenveld: echte makers versus valse politici ▶ 57:29

De Roover maakt een scherp onderscheid tussen twee soorten middenveld, en dit is voor hem een cruciaal punt.

“Er zijn twee soorten middenveld: die zich in de politiek mengen als