De filosoof die het kleine pauzeke tussen impuls en actie zoekt
Lang voor De Melkerij in Brasschaat de vaste stek werd, en lang voor de boys in pak voor de camera zaten, ging Discours in 2022 op huisbezoek bij Ignaas Devisch. De filosoof, op dat moment hoogleraar aan de UGent en kort daarna CEO van Itinera, opent de aflevering met een zin die later tot een soort grondplan van het hele gesprek uitgroeit. “Al die individuen op zoek zijn naar eigen leven, vrijheid, keuzes, autonomie. Maar finaal kom je bij de vraag: hoe verbinden we al die individuen nog tot een groter geheel?“
Die zin is geen mooi-praat. Hij is, zoals zal blijken, de motor onder elk van de uren waarin de hosts en hun gast over publiek debat, polarisering, vrouwenbesnijdenis, Bin Laden, sociale zekerheid, Capitol Hill en columns met scheldbrieven zullen praten. Devisch is niet de man van het bondige soundbite. Hij is de man die elke vraag verlengt tot een vraag erachter, en daarachter weer een. De hosts duwen geregeld terug, in een dialoog die meer op kruisvuur dan op interview lijkt.
“Hoe verbinden we al die individuen nog tot een groter geheel? Dat is het spanningsveld van een moderne samenleving.“
Waarom de lezersbrief van vroeger zo veilig was ▶ 2:36
Devisch begint met een definitiekwestie die zijn hele filosofische jas verraadt. Een publiek debat is, in zijn omschrijving, “het debat dat je voert met mensen van buiten de huiskamer“. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar het is precies hoezeer dat verschoven is, dat tot de problemen van vandaag leidt. Vroeger, zegt hij, “had je hooguit inbreng als gewone burger via de lezersbrief in de krant, die al dan niet werd gepubliceerd“. De middelen om publiek te debatteren zijn intussen “spectaculair toegenomen“. Wie nu een telefoon op zak heeft, draagt een potentiele megafoon met zich mee.
Maar uitbreiding is geen verbetering. En de coronajaren maakten dat brutaal duidelijk. “Sinds corona is het debat niet verbeterd,“ constateert Devisch droog. “Omdat er veel te veel emoties tussen de uitwisseling van gedachten stonden, en een gebrek aan gemeenschappelijke grond. Soms moet je het eerst eens zijn over basale dingen, zoals: regent het nu of niet?“
Het beeld blijft hangen. Twee mensen aan dezelfde keukentafel, een buiten ramen waar het regent, en een discussie of dat regent of niet. Tot zo ver waren we al gekomen.
Het algoritme als spiegelpaleis ▶ 5:12
Een eerste verklaring legt Devisch op tafel: de algoritmische tunnelvisie. “Door de werking van algoritmes wordt je vooral bevestigd in datgene waarvan je al overtuigd bent, waardoor je tunnelvisie op de wereld steeds verder doorgaat en je steeds minder de neiging hebt om van idee te veranderen.“
“Door de werking van algoritmes wordt je vooral bevestigd in datgene waarvan je al overtuigd bent.“
Dat klinkt, voegt hij er zelf aan toe, ironisch genoeg op het oude geloof. De Verlichting heeft dat moeten opruimen, en terecht, het rationeel uitwisselen van argumenten was precies de losbarsting van publiek debat zoals de Atheners ze ooit lanceerden. Maar de moderne mens kreeg er een nieuw soort gesloten kader voor in de plaats. Niet langer de godsdienst, wel de zelfbevestigende informatiestroom waar je nooit meer uitkomt.
"Ik ben mijn eigen naamloze vennootschap" ▶ 11:28
Naast het algoritme staat het tweede fenomeen: de opmars van het individu als vennootschap met beperkte aansprakelijkheid. Hier verbreekt Devisch even het filosofische register voor een formule die de hosts laat lachen.
“Ik ben mijn eigen naamloze vennootschap. Alles wat daartoe dient, is fijn. Alles wat een hinderpaal is, staat in de weg voor mijn vrijheidsbeleving.“
Het is een formule die in een paar woorden de hele liberale individualisering vat. Het ik als bedrijfsvorm. Andere mensen, instellingen, regels, zelfs de gemeenschap, worden externe factoren die ofwel de winstgevendheid van mijn leven ondersteunen, ofwel ze hinderen. Wie zo redeneert, zoekt geen common ground. Hij zoekt klanten en concurrenten.
Devisch koppelt dat aan een veel groter inzicht: dat we ons collectief vergisten in 1989. Toen de Berlijnse Muur viel, dachten we, met Fukuyama in de hand, dat de geschiedenis was afgelopen. “Toen hadden we gedacht: de wereld zal bestaan uit een soort management van rechten en vrijheden, en de vrijmarkt.“ Drie decennia later kijken we naar het tegenovergestelde: 30 jaar identiteitsstrijd in steeds kleinere regio's en groepen.
"Niet uw schuld, maar wel uw verantwoordelijkheid" ▶ 17:13
De hosts grijpen het thema beet. Een van hen levert een klassieke Discours-stelling: zelfverantwoordelijkheid is de motor van een werkende samenleving. Ouderwets misschien, maar onmisbaar. “Verantwoordelijkheid wilt eigenlijk niet meer zeggen dan: alles is uw verantwoordelijkheid, ongeacht wie schuld heeft. Want je bent altijd de oplossing.“ Het is, geven ze toe, een redeneerwijze die de DNA-vergelijking aankan. Mijn DNA is niet mijn schuld, maar wel mijn verantwoordelijkheid om er iets mee te doen.
Devisch knikt, en hij duwt meteen terug. Want wie luistert, hoort dat zelfverantwoordelijkheid in deze formule altijd post-actie komt. “Stel: ik wandel hier op straat en iemand wordt boos. Het is mijn verantwoordelijkheid om mijn boosheid onder controle te houden. Het is altijd post-actie, na dat er iets is gebeurd. Maar wat met de verantwoordelijkheid om preventief iets niet te doen?“
“Het is altijd post-actie. Maar wat met de verantwoordelijkheid om preventief iets niet te doen?“
Het is de eerste kleine pushback. Niet vijandig, wel scherp. Want zelfverantwoordelijkheid in zijn radicale vorm gaat ervan uit dat iedereen alle informatie evenveel goed kan verwerken, dat iedereen rationeel weegt, dat iedereen de mentale capaciteit heeft om elke impuls te beheersen. Dat is, zegt Devisch, niet hoe mensen werken.
De vrije Bin Laden ▶ 21:21
Halverwege schiet Devisch in een passage die het ongemak van moderne vrijheid scherp neerzet. Devisch haalt Bin Laden aan om de logica van grenzeloze vrijheid te illustreren. Wie de individuele keuze tot grondnorm maakt, heeft geen filosofisch wapen meer tegen de keuze om vliegtuigen op torens te sturen.
“Een radicaal vrij mens kan letterlijk alle kanten op. Bin Laden was geen terugval in de middeleeuwen, hij was een hypermoderne held die deed wat hij wilde.“
Aristoteles, zegt hij, geloofde nog dat de natuur ons gericht had op het goede. De moderne wereld heeft die gerichtheid losgelaten. We zijn vrij. Daarom moeten we ook leren leven met de prijs van die vrijheid: ze kan letterlijk overal heen.
Vrouwenbesnijdenis als testcase ▶ 24:30
De testcase die Devisch dan op tafel legt, is geen papieren oefening. Hij komt regelmatig in Belgische rechtszalen langs en hij stelt het liberale tolerantieprincipe op een manier scherp die zich niet laat wegfilosoferen. “Vrouwenbesnijdenis is de testcase. Als je zegt: in een liberale democratie heeft iedereen recht op zijn vrijheid, en de ene zegt ik ben voor vrouwenbesnijdenis, dan is dat niet te combineren met een land waar vrouwenrechten een belangrijke zaak zijn.“
Het toont volgens Devisch dat de liberale grondnorm, ik respecteer jouw mening, jij de mijne, niet sluitend is. Sommige overtuigingen vreten aan de fundamenten van de democratie zelf. En dan kom je terecht bij wat hij het sociaal contract noemt. “Dan moet je het wel eens zijn over het feit dat de vrijheid van de een niet die van de ander mag bedreigen. Bovendien moet je bereid zijn om in de publieke orde een aantal spelregels te aanvaarden.“
Spelregels die niet vrijblijvend zijn. Waar het thuis nog kan, ophoud waar de deur opengaat. De seculiere samenleving, zegt hij, is daar zijn naam aan verschuldigd. Je mag geloven wat je wilt, maar je mag het niet aan de ander opdringen, en je moet bereid zijn de andere zijn geloof onaangeroerd te laten. Een afspraak die alleen werkt zolang iedereen ze maakt.
De instant gratification samenleving en het ontbrekende pauzeke ▶ 28:04
De hosts pakken een ander draadje op: de moderne consument. Een van hen formuleert het tegen Devisch ronduit: “We leven in een instant gratification samenleving. Te vaak kijk ik naar bedrijven die marketing op een bepaalde manier doen. Ik geloof dat er zoiets is als een impuls en een actie, en daar zit een kleine pauze tussen, dat noem ik bewustzijn.“
Het is dat kleine pauzeke dat verdwijnt. De afstand tussen wat ik voel en wat ik doe, tussen de notification en de tweet, tussen de prikkel en de reactie. Dat pauzeke is, in de woorden van de hosts, “een vorm van keuze, een heel praktische keuze om op te leiden tot de enige manier waarop een samenleving vooruit kan gaan“. Het is wat hij degelijkheid noemt. En het is precies wat de moderne aandachtseconomie het minst tolereert.
Devisch luistert en duwt opnieuw terug. Hij is bang dat het verhaal van degelijkheid een individueel probleem maakt van wat ook een structureel probleem is. “Ik heb de neiging om minder de nadruk te leggen op alleen menselijk gedrag, en meer op de toch aanwezige marktsystemen, ideologieen en belangen die in de samenleving spelen.“ Cambridge Analytica passeert. Brexit. Trump. De informatie-ecosystemen die mensen niet alleen passief vormen, maar actief manipuleren.
"We hadden te weinig gedeeld collectief verhaal" ▶ 32:14
De diagnose loopt door tot bij het multiculturalisme. “Wat we te lang hebben gedaan, is verondersteld dat als ieder zijn eigen ding kan doen, het daarmee geklaard zou zijn. Maar we hadden te weinig gedeeld collectief verhaal, waardoor iedereen zijn eigen weg ging.“ Het sociaal weefsel, zegt hij, is hierin cruciaal. Een buurt waar mensen nihil contact hebben terwijl ze in dezelfde straat wonen, is een buurt waarin gedeelde normen stuurloos worden.
Het is geen pleidooi om normen op te dringen. “Normen en waarden opdringen heeft geen nut, dat is godsdienst en dat is over en uit.“ Wel een pleidooi om te beginnen met zoeken naar wat we al delen. Wat verstaan we onder vrijheid? Wat onder respect? Pas als die volgorde duidelijk is, kun je iets als gemeenschappelijke regels invullen.
Empathie tot in de derde graad ▶ 36:57
Devisch verzet zich tegen het cliche dat empathie de oplossing is. Niet omdat hij empathie afkeurt, maar omdat hij meent dat ze haar grenzen kent. “Empathie is een belangrijke voorwaarde om betrokken te zijn op elkaar. Maar ik kan niet met alles en iedereen ten alle tijden betrokken zijn.“ Hij rekent zelfs voor: bij de moeder van een vriend ga je naar de begrafenis, bij een vriend van een vriend misschien ook, maar in de derde graad zit je die zaterdagochtend niet meer in de kerk.
“In de derde graad zit ik die zaterdagochtend niet meer op de begrafenis. Niet dat die moeder mij niks kan schelen, maar ik ben er niet meer op betrokken.“
Wat doe je met empathie als ze niet schaalbaar is? Devisch geeft een antwoord dat misschien de meest filosofisch interessante van het gesprek is: de moderne samenleving heeft net daarom onverschillige systemen nodig. “Sociale zekerheid is een onverschillig systeem. Als jij 600 euro per maand afgeeft, en die wordt verdeeld, dan moet die man die zijn been heeft gebroken niet bij mij komen aankloppen.“ We hebben het zo georganiseerd omdat we wisten dat empathie niet tot 11 miljoen mensen reikt.
Een georganiseerde manier van ruzie maken ▶ 44:14
Het politiek debat van vandaag, zegt Devisch, lijdt aan een handelaarsmotor. “Het is een soort polariserend effect dat puur voor het effect wordt nagestreefd, om in een politiek systeem te kunnen manoeuvreren.“ Polarisatie is een businessmodel. Dat is geen morele tirade, het is een sociologische vaststelling. Maar, voegt hij eraan toe, zolang kiezers blijven belonen wat polariseert, blijven politieke partijen polariseren. “Het feit dat we ons daar zelf niet tegen verzetten, dat is ons probleem.“
Wat zou een gezond politiek debat dan wel zijn? Devisch grijpt naar een oude Franse filosoof, ongenoemd, die de democratie omschreef als “een georganiseerde manier van ruzie maken“. Dat klinkt cynisch, maar het is precies omgekeerd bedoeld. We hebben instellingen opgericht om het conflict te beheersen. Het parlement, vaak denigrerend praatbarak genoemd, is exact die plek. “We richten plaatsen op waar we verbouwen met elkaar in de clinch gaan, om het niet fysiek te moeten uitvechten.“
Maar zelfs dat georganiseerde ruziemaken vooronderstelt iets. Dat je in staat bent te luisteren. Dat je bereid bent een stap van je eigen standpunt af te zetten. En dat je finaal het algemeen belang als voorwaarde aanvaardt om de ruzie te kunnen voeren. Drie voorwaarden die, in een Twitter-tijdperk, niet vanzelfsprekend zijn.
Capitol Hill als waarschuwing ▶ 47:51
De realiteit-check komt twee minuten later. Devisch verwijst naar het Belgische Jurgen Conings-moment, en naar Capitol Hill in januari 2021. “Als een ex-militair zegt: ik knal een viroloog neer omdat zijn kop me niet aanstaat, dan heb je risicozones binnen de democratie. Als Capitol Hill bestormd wordt, zie je: democratie is geen verworvenheid.“
Het is misschien de zin waar het gesprek het hardste in de huid van de luisteraar bijt. Niet als alarmkreet, wel als nuchtere notitie dat de democratische orde niet automatisch terugveert. Hij is af te bouwen, vergiftigd door een mediasysteem dat het mededogen voor elkaar al jaren ondergraaft. “Dan stimuleer je het creeren van vergif, en we plukken er nu de vruchten van.“
De expert wordt principieel gewantrouwd ▶ 52:31
Wie het paradoxaalst denken wil, moet kijken naar wat we als legitiem bewijs aanvaarden. Devisch wijst op een tweespalt die niet zomaar weggaat. “Waarom slagen mensen erin om eerst een wetenschappelijke paper zeer kritisch te lezen, en vervolgens de grootste onzin voor waar aan te houden? Omdat ze die eerste niet geloven en die tweede wel. Die vertrouwen ze, zoals sommige Trump-kiezers zeggen: ik geloof hem omdat hij authentiek is.“
Authenticiteit als waarheidstoets. Een rampscenario voor wie nog gelooft dat feiten objectief zijn. Want authentiek voelt subjectief, het hangt af van wie je vertrouwt, niet van wat klopt. En zo zit Devisch met een omkering die de hele rede in haar hemd zet. “Vroeger zei je: ik ben een expert, dus ik wantrouw. Nu is het omgekeerd. Hoe krijgen we terug dat vertrouwen in elkaar?“
“Vroeger zei je: ik ben een expert, dus ik wantrouw. Nu is het omgekeerd.“
Antwoord, voorzichtig: door van kleins af aan te leren omgaan met informatie. Door op school kritisch te leren denken. Door als volwassenen onszelf te leren remmen wanneer we de zoveelste tweet voor waar nemen. Een opvoedingsopdracht die de schaal van de boekdrukkunst-revolutie evenaart, alleen krijgen we ze in een paar decennia te slikken.
"Ik hou van je, dus je hebt automatisch gelijk" ▶ 58:41
Een derde verschuiving zit in hoe we waarheid en sympathie verstrengelen. “Het maakt niet uit of jij het zegt of ik. Wat we zeggen is veel belangrijker en interessanter dan wie het zegt.“ Maar in de huidige influencer-economie is dat omgekeerd. “Doordat we veel meer op die bekendheid zijn gaan werken: ik hou van je, dus je hebt automatisch gelijk. Dat is niet de waarheid.“ Een rampscenario voor wie nog gelooft dat feiten objectief zijn, want sympathie hangt niet samen met wat klopt.
Mijn opinies zijn niet mijn ik ▶ 1:03:34
Naar het einde toe duikt Devisch in een diagnose die het schreeuwerige debat misschien het scherpst verklaart. Vandaag valt onze identiteit grotendeels samen met onze overtuigingen. Wat je denkt, wie je bent, hoe je je kleedt, hoe je voelt, dat zit in een en dezelfde bundel. “Onze identiteitsvorming is een samenhang van alle ervaringen, alle overtuigingen, hoe we eruit zien, hoe we ons kleden, of we ons vrouw of man voelen of de 57 varianten daartussenin.“
Daarom valt elke kritiek op een opinie aan als een aanval op de persoon. En daarom moeten we, zegt hij, oefenen in een bijna onmogelijke discipline. “We gaan veel meer moeten in slagen om een soort emotionele afstand te houden tussen wie we zijn en hoe we denken. Als we dat niet doen, kun je geen intellectuele uitwisseling tot stand brengen.“
“We gaan een soort emotionele afstand moeten houden tussen wie we zijn en hoe we denken.“
Dat klinkt simpel, maar het loopt dwars tegen de huidige timeline-cultuur in. Want als je over je eigen idee spreekt zoals over een jas die je deze winter draagt en volgend jaar misschien niet meer, dan ondermijn je de aandachts-economie zelf. Wie van mening verandert, krijgt minder klikken. Wie ongenuanceerd doordraaft, krijgt erkenning, applaus, abonnees.
De socratische sterkte-oefening ▶ 1:11:37
Hoe doe je dat dan praktisch? Devisch geeft een concreet hulpmiddel dat hij in zijn eigen kleine groepen toepast. “In plaats van de zwakke punten van de andere te zoeken, ga op zoek naar de sterke punten. Geef argumenten waarom de stelling van de ander juist is.“ Een soort ideologische Turing-test: kun je zo goed als de tegenstander zelf zijn standpunt verdedigen? Wie dat kan, heeft het tenminste begrepen.
Standvastigheid als mentale dood ▶ 1:16:16
De klassieke deugd van standvastigheid pakt Devisch om hetzelfde moment beet en kantelt hij. “Wie zichzelf niet meer kan corrigeren, dan ben je mentaal al dood terwijl je nog leeft. Ik moet nog van standpunt veranderen, anders weet ik dat ik niet meer denk.“
“Wie zichzelf niet meer kan corrigeren, dan ben je mentaal al dood terwijl je nog leeft.“
Het is, in hetzelfde gesprek, ook het soort uitspraak waarmee politici hun carriere ruineren. Een politicus die “van standpunt verandert“ is een draaier. Een politicus die “consequent blijft“ is een leider. Maar Devisch keert dat hardop om. Standvastigheid is voor wie niet meer leert. Een mens, zegt hij, hoort zijn eigen mening uit te kunnen schakelen wanneer er een betere voorbij komt.
Polarisatie is voor een groot deel theater ▶ 1:17:20
In de slotseconden valt Devisch nog op een troostende wending. “De wereld is ook niet zo gepolariseerd als het lijkt. Het is ook wel soms een theater, vaak een facade.“ Wie alleen naar Twitter kijkt, ziet polarisatie. Wie met de mensen in zijn dorp en zijn straat praat, ziet meestal de stille meerderheid. Een groot deel van de mensen, zegt hij, “zit ook wat meer rond een midden, en analyseert dingen, maar omdat we denken dat het beeld gepolariseerd is, sturen we onze gesprekken zo dat ze ook polariseren“. Een self-fulfilling prophecy.
“Het is ook wel soms een theater, vaak een facade. Het is net door gesprekken te voeren dat je niet alleen meer leert, maar ook jezelf nuanceert.“
Dat de podcast Discours zelf een poging is om die theatraliteit te doorbreken, is voor de hosts geen geheim. Devisch, die de hele aflevering lang vooral geduwd en getrokken heeft, eindigt met een soort oprecht compliment voor het idee van zo'n podcast. Niet voor wat er gezegd is, geeft hij toe, maar voor het idee om ueberhaupt het gesprek te voeren. Ook dat is een typisch Devisch-zinnetje: de inhoud relativeren om de vorm overeind te houden.
In dat laatste minuten klinkt er ook iets anders door. Een filosoof die wist dat hij naar Discours kwam met de vraag wat publiek debat is. En die in 78 minuten precies het type gesprek heeft gevoerd dat hij zelf voor de toekomst hoopt. Met emotionele afstand tussen wie hij is en wat hij denkt. Met de bereidheid om de hosts gelijk te geven waar ze gelijk hebben. Met de moed om zijn pessimisme over politici en zijn vertrouwen in de praktijk in dezelfde adem uit te spreken.
Het kleine pauzeke tussen impuls en actie, zo blijkt, is precies wat een aflevering van Discours probeert te zijn. Een uur en achttien minuten waarin niemand heeft gewonnen, maar waarin er beter gedacht is dan op de tijdlijn van die ochtend. Dat is, in een tijd waarin van standpunt veranderen door de vakliteratuur als gebrek aan ruggengraat wordt voorgesteld, geen kleine prestatie.