De filosoof die het wokespook wilde ontmantelen
In de Melkerij te Brasschaat schenkt Evelien Geerts zich een glas whisky in. De filosoof en onderzoeker aan de University of Birmingham heeft net een genealogisch speurwerk afgerond dat haar eigen wereldbeeld op de proef stelde. Want wie denkt dat “woke“ een recent fenomeen is, heeft het mis. Het woord dook al op in 1962, ironisch genoeg als kritiek op witte beatniks die African American street language probeerden over te nemen zonder credit te geven. “Het grappige is dat woke begonnen is als kritiek op hoe witte beatniks termen hebben overgenomen zonder credit te geven,“ lacht Geerts. Vandaag zijn de rollen omgedraaid.
Waarom "woke" plots overal opdook sinds 2014 ▶ 7:07
“Google 'woke' sinds 2004 was er eigenlijk niks aan de hand en dan in een keer zo rond 2014 zie je die spike.“
Die plotse explosie is geen toeval. In 2014 introduceerde Black Lives Matter de hashtag #StayWoke na de moord op Michael Brown, om bewust te blijven van anti-zwart politiegeweld. Maar Geerts ontdekte dat de oorsprong veel verder teruggaat. In 1962 schreef William Kelly in The New York Times een ironisch stuk over beatniks die cool probeerden te zijn door zwarte straattaal over te nemen. Kelly definieerde “woke“ toen al als “up to date“ zijn - wakker zijn voor wat er werkelijk speelt.
“Het woord 'woke' komt voor het eerst in 1962 in print door William Kelly in een kritiek op witte beatniks die African American street language probeerden over te nemen,“ vertelt Geerts. Decennialang bleef het een begrip binnen activistische kringen, gekoppeld aan bewustwording rond discriminatie en onderdrukking. Tot het plots mainstream werd - en meteen gekapt door politieke tegenstanders.
"Er wordt een soort woke-spook gecreëerd" ▶ 16:02
“Er wordt een soort woke-spook gecreëerd van iemand die alles aanklaagt - alles is racisme, alles is seksisme, alles is homofobie.“
Dat spook heeft weinig te maken met de oorspronkelijke betekenis, benadrukt Geerts. Ze onderscheidt twee stromingen: enerzijds de authentieke genealogische lijn vanuit de civil rights beweging, anderzijds een conservatieve reactie die vanaf de jaren '80 politieke correctheid begon aan te vallen. Denkers zoals Allan Bloom en later Francis Fukuyama waarschuwden dat te veel focus op identiteit de liberale democratie zou bedreigen.
“Fukuyama zegt dat woke en identiteitspolitiek een bedreiging vormen voor de liberale democratie,“ vat Geerts samen. Het resultaat is een totale verwarring over wat “woke“ eigenlijk betekent. Iedereen heeft zijn eigen definitie, meestal ingegeven door politieke voorkeuren en social media-algoritmes.
Hoe identiteit een negatief concept werd ▶ 5:41
“Identiteit wordt in de westerse filosofie altijd op een heel negatieve manier omschreven: ik ben een subject door het verschil met de ander.“
Geerts wijst op een fundamenteel probleem in het westerse denken over identiteit. Van Hegel tot vandaag wordt identiteit gedefinieerd via negatie - wat je niet bent. Dat creëert automatisch een machtsstrijd: wie moet erkenning geven aan wie? “Dan heb je eigenlijk een soort van Hegeliaanse machtsstrijd of herkenningsstrijd waarbij verschil eigenlijk een heel negatieve connotatie krijgt,“ legt ze uit.
Die filosofische erfenis kleurt nog altijd het debat. In plaats van verschillen te waarderen, ontstaat er competitie om erkenning. Het leidt tot wat Geerts “identiteitsfetishisme“ noemt - het verafgoden of verketteren van identiteitscategorieën zonder naar de onderliggende concepten te kijken.
De paradox van meer hokjes creëren ▶ 31:09
“Door alles te gaan benoemen en identificeren met meer hokjes komen er meer hokjes en zijn we paradoxaal bezig in een vicieuze cirkel.“
Hier botsen de perspectieven van Geerts en de hosts. Waar zij pleit voor aandacht voor structurele ongelijkheid, zien zij het gevaar van eindeloze categorisering. “We leven in een maatschappij waarin dat neoliberale idee van het individu verantwoordelijk is voor zijn eigen succes wordt aangeleerd,“ stelt Geerts. Daarom hebben mensen nood aan groepsvorming om structurele problemen aan te kaarten.
Maar de hosts blijven sceptisch. Hun punt: door alles te benoemen, creëer je net meer verdeeldheid. Geerts erkent de paradox, maar wijst erop dat het systeem zelf geënt is op categorisering. “Het systeem is geënt op het idee dat mensen elkaar onderverdelen in categorieën - we zijn daar nog niet vanaf.“
Waarom studenten niet meer durven spreken ▶ 43:36
“Studenten durven niet meer iets te zeggen omdat ze bang zijn dat het wel eens fout zou kunnen zijn.“
Als pedagoog ziet Geerts de gevolgen van de verharding. Zelfs aan progressieve universiteiten durven studenten nauwelijks nog vragen te stellen uit angst iets verkeerds te zeggen. “Ik geef op gender studies en dat zijn vakken waarin je misschien makkelijker het gevoel kan hebben dat je iets fout zegt,“ erkent ze.
Haar oplossing? Een combinatie van kritische en affirmatieve pedagogie. “We hebben nood aan kritische en affirmatieve pedagogie waarbij fouten gemaakt mogen worden maar je er respectvol mee omgaat.“ Fouten zijn onvermijdelijk, maar de manier waarop je ermee omgaat, bepaalt of er geleerd wordt of polarisatie ontstaat.
"In de VS ben ik extreem wit" ▶ 56:58
“In de VS ben ik extreem wit - mijn witheid geeft me enorm veel privileges in vergelijking tot collega's met een Spaans accent.“
Geerts illustreert hoe context alles bepaalt. In België voelt ze zich minder bevoorrecht vanwege haar klasseback-ground en Antwerps accent. In de VS daarentegen ervaarde ze haar witheid als enorm privilege ten opzichte van collega's uit Puerto Rico. “Ik heb een heel vies amerikaans accent en kan mij makkelijk voordoen als standaard Amerikaan,“ geeft ze toe.
Die ervaring leerde haar het belang van intersectioneel denken - hoe verschillende identiteiten elkaar kruisen en versterken. Maar ook hoe moeilijk het is om vanuit een bevoorrechte positie te spreken over minderheidservaringen zonder in politieke perversie te vervallen.
Gender: meer kinderen dan ooit die zich niet-binair noemen ▶ 48:51
“Er zijn meer kinderen dan ooit die zich niet-binair gaan noemen - dat vind ik een super vreemde beweging.“
Bij het genderonderwerp ontstaat de scherpste discussie. De hosts vragen zich af of de toenemende genderdiversiteit niet contraproductief werkt - meer categorieën betekenen meer verdeeldheid. Geerts begrijpt die reflex, maar vraagt om empathie: “Voor mensen die het gevoel hebben dat ze geboren zijn in het juiste lichaam is het makkelijker om te zeggen: maken al die verschillende genders de boel niet moeilijker?“
Ze pleit ervoor eerst te luisteren naar mensen die wel discriminatie ervaren omwille van hun genderidentiteit. “Die gaat daar wel een ander opinie over hebben omdat die waarschijnlijk wel discriminatie heeft meegemaakt.“ De uitdaging is ruimte maken voor beide perspectieven zonder in extremen te vervallen.
De media heeft woke gekaapt ▶ 46:18
“Woke wordt momenteel enorm hard misbruikt door verschillende politieke stromingen en zet mensen meer tegen elkaar op dan dat het ze verenigt.“
Voor Geerts is de mediahype rond “woke“ het echte probleem. Het oorspronkelijke concept - bewustzijn van structurele discriminatie - is verworden tot een politiek stokpaardje. “De media heeft een gepolitiseerde constructie gemaakt van woke die helemaal niet meer representeert waar het vandaan komt.“
Het resultaat is dat elke discussie meteen gepolariseerd wordt. Zeg je iets positiefs over aspecten van bewustwording? Dan ben je “pro-woke“. Toon je kritiek? Dan ben je “anti-woke“. “Woke wordt gebruikt als politiek middel om polarisering en teaching te creëren in plaats van problemen op te lossen.“
Consciousness raising in de jaren '60 als model ▶ 25:46
“Consciousness raising in de jaren 60: vrouwen gingen in groepjes zitten, ervaringen delen en zo beseffen dat seksisme een maatschappelijk probleem was.“
Geerts verwijst naar de feministische bewustwordingsgroepen als voorbeeld van constructief activisme. Vrouwen deelden persoonlijke ervaringen en ontdekten zo patronen van structurele discriminatie. “Door die ervaringen te delen en te bundelen gaan we beseffen dat seksisme blijkbaar een maatschappelijk probleem is.“
Dat model werkte omdat het bottom-up gebeurde, vanuit gedeelde ervaring. Vandaag lijkt het debat meer top-down gestuurd door media en politiek, wat de echte problemen uit het zicht doet verdwijnen.
Waarom we slow thinking nodig hebben ▶ 46:18
“We moeten ruimte maken voor slow thinking waarin dialoog centraal staat en je tijd hebt om na te denken.“
Als antwoord op de versnelling en verharding pleit Geerts voor vertraging. Te veel discussies worden gedreven door algoritmes die sensatie belonen. “Er moet gewoon ruimte gemaakt worden voor slow thinking waarin je tijd hebt om na te denken.“
Dat vereist een andere mediaaanpak, maar ook een ander onderwijsmodel. “Mijn studenten hebben geen idee dat ze brononderzoek moeten doen - alles wat op een website staat wordt als waarheid aangenomen.“ Critical literacy wordt cruciaal in tijden van informatieoverload.
Het gevaar van politieke perversie ▶ 45:06
“Er is een soort politieke perversie waarbij woke wordt ingezet door mensen in geprivilegieerde posities die zich plotseling slachtoffer voelen.“
Geerts waarschuwt voor de meest gevaarlijke ontwikkeling: wanneer mensen in machtspositjes zich opeens slachtoffer voelen van “wokisme“. “Dan lijkt het alsof zij die deel uitmaakt van de meerderheid zich als slachtoffer van woke denken presenteren - dat is een politieke pervertering.“
Het originele “woke“ - bewustwording van anti-zwart geweld - wordt zo omgevormd tot een instrument om privileges te verdedigen. Extreem-rechtse bewegingen kapen de term om minderheidsgroepen aan te vallen. De cirkel is rond: wat begon als bewustwording wordt wapen tegen bewustwording.
In de Melkerij valt de avond. Geerts heeft haar verhaal verteld - een verhaal over hoe goede bedoelingen worden gekaapt door politieke machinerie, hoe nuance sneuvelt onder druk van algoritmes, hoe dialoog wordt vervangen door stellingnamen. Het gesprek toont aan waarom Discours bestaat: omdat echte gesprekken nog altijd mogelijk zijn, mits je de tijd neemt om naar elkaar te luisteren. En mits je bereid bent je eigen certainties in vraag te stellen - iets wat ironisch genoeg de echte betekenis was van “woke“ zijn.