De minister die nee durft zeggen

In De Melkerij in Brasschaat, waar Discours Met De Boys normaal gezien met een chingetje rum of een glas rode wijn de gesprekken voert, is het deze keer water bij de wijn. Matthias Diependaele, Vlaams minister van Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed, heeft een duidelijke afspraak met zichzelf: geen alcohol tijdens werkuren, en die lopen van negen uur 's ochtends tot negen, tien uur 's avonds. Het is een detail dat meteen de toon zet. Diependaele is iemand die grenzen trekt, regels hanteert, nee durft zeggen. En dat nee zeggen, zo blijkt al snel, is niet alleen zijn persoonlijke devies, maar ook zijn politieke overtuiging.

De N-VA-minister komt niet met gladde praatjes of politieke retoriek. Hij komt met cijfers, met voorbeelden, met frustraties ook. Over een begroting die volgens hem van de Vlamingen zelf is, maar die te weinig Vlamingen zo lijken te ervaren. Over een overheid die te groot is geworden, te veel belooft, te weinig oplevert. Over een samenleving waarin hij een trend naar slachtofferrol ziet groeien. Het wordt een gesprek over geld en macht, over verantwoordelijkheid en vertrouwen, over de vraag wat een overheid wel en niet moet doen.

"Een begroting in evenwicht houden is even gemakkelijk als je maagdelijkheid bewaren: je moet gewoon leren nee zeggen" ▶ 1:00

Diependaele begint met een citaat van Ronald Reagan uit 1976, en het is meteen duidelijk waar hij naartoe wil. Een begroting, zegt hij, is in essentie heel simpel. Het is de vertaling van politieke filosofie naar praktische zaken, de tool om beleid waar te maken. Maar de uitvoering, daar wringt het schoentje.

“Weinig Vlamingen snappen dat die begroting en die cijfers die daar staan, dat dat van hen is. Dat zijn hun centen.“

Het is een frustratie die door het hele gesprek heen sluimert. Elke ochtend hoort Diependaele op de radio voorstellen voor extra uitgaven: meer geld voor dit, meer geld voor dat. Maar waar dat geld vandaan moet komen, daar heeft blijkbaar niemand het over. “Die centen moeten ergens vandaan komen,“ zegt hij. “Die moeten opgebracht worden, door belastingen, betaald door mensen die ervoor werken.“

Hij maakt een vergelijking tussen noordelijke en zuidelijke Europese landen. In Nederland, Duitsland, Scandinavië: daar bestaat het besef dat de begroting niet zomaar “een zak geld is die ergens in de lucht hangt bij de overheid waar we aan kunnen tappen zoals we willen.“ Daar hebben ze meer het idee: dit is ons geld, laten we er zuinig mee omgaan. Een zuinige minister is in Nederland een held. Hier niet.

Waarom wij de hoogste belastingen betalen maar de laagste pensioenen krijgen ▶ 3:00

De vergelijking met Scandinavische landen dringt zich op. Waarom doen zij het beter? Diependaele zoekt het niet zozeer in culturele verschillen, al speelt dat ook mee. Het gaat vooral om politieke moed.

“Als politicus moet je aanvoelen wat er leeft in de samenleving, maar je mag niet altijd doen wat men vraagt,“ zegt hij. Je moet durven zeggen: dit kunnen we nu niet aan. En dat, vindt Diependaele, ontbreekt te vaak. In september vorig jaar heeft de Vlaamse regering ongeveer een miljard euro bespaard. Geen gemakkelijke beslissingen, geeft hij toe, maar noodzakelijk. Op federaal niveau gebeurt dat volgens hem te weinig, zeker in Wallonië.

“Het enige probleem in Wallonië is heel simpel: er moet met meer mensen gewerkt worden. Als dat niet gebeurt, is er geen enkele mogelijkheid om de problemen aan te pakken.“

Het is een van de stellingen die Diependaele zonder omwegen op tafel legt. Geen diplomatieke wolligheid, gewoon: dit is het probleem. Meer mensen aan het werk, punt. Niet meer overheidstewerkstelling, wel meer mensen in de private sector. Maar dat vraagt wel een overheid die durft te zeggen: we gaan de werkloosheidsuitkering niet onbeperkt uitbetalen. En daar botst het politiek.

Ondertussen betalen Belgen de hoogste pensioenbijdragen van Europa, maar krijgen ze de laagste pensioenen. “Dat is gewoon niet goed,“ zegt Diependaele. Het geld verdwijnt in een inefficiënte sociale infrastructuur, in verzuiling, in organisaties die geld opslorpen maar weinig opleveren. Scandinavische landen scoren beter omdat ze efficiënter zijn, niet omdat ze per se meer geld uitgeven.

Verzuiling en verspilling: waar verdwijnt het geld? ▶ 13:20

Een concreet voorbeeld van die inefficiëntie: de sociale zekerheid. Diependaele wijst naar de ziekenfondsen, naar het CM, naar de socialistische en liberale organisaties die verweven zijn met de overheid. “Er is heel veel geld dat daar doorheen vloeit, en dat komt niet altijd op een voldoende degelijke manier terug,“ zegt hij.

“Er vloeit zeer veel geld naar ziekenfondsen en verzuilde organisaties. Dat komt niet altijd op een voldoende degelijke manier terug.“

Ook justitie noemt hij als voorbeeld. “Bij justitie slagen we er niet in om dat deftig te organiseren. Dat is voornamelijk omwille van puur ons bestel zelf, de instelling zelf die slecht georganiseerd is.“ Hij erkent dat het moeilijk is om daar aan te raken – advocaten en rechters verzetten zich tegen hervormingen – maar vindt het noodzakelijk.

Het zijn geen zachte kritiekpunten. Diependaele wijst naar structurele problemen in het systeem, naar plaatsen waar belastinggeld weglekt zonder dat er voldoende effectiviteit tegenover staat. Hij pleit voor meer managementcontrole, voor doorlichtingen, voor durven ingrijpen.

De squeezegeneratie: schulden van het verleden afbetalen én je eigen toekomst afbouwen ▶ 11:00

Diependaele noemt zijn generatie, en die van de hosts, “de squeezegeneratie.“ Ze moeten de schulden van het verleden afbetalen – België heeft een overheidsschuld van 450 à 500 miljard euro – en tegelijk hun eigen toekomst afbouwen. Dat betekent: hoge belastingen blijven betalen, maar weinig terugkrijgen van de overheid.

“Wij zijn de squeezegeneratie. Wij moeten de schulden van het verleden afbetalen, maar anderzijds moeten we het ook voor onszelf afbouwen. We blijven hoge belastingen betalen maar krijgen weinig terug.“

Nederland zit in een comfortabelere situatie, legt hij uit. Hun overheidsschuld schommelt rond de 60 procent. Ze hoeven niet die gigantische last van het verleden weg te werken, maar gewoon zorgen dat de begroting in evenwicht blijft. Hier is het een dubbele uitdaging: de schuld laten dalen én de eigen begroting afbouwen. Het is een boodschap die politici moeilijk durven brengen, maar volgens Diependaele is het de enige eerlijke. Hij erkent hoe moeilijk dit is: “Je kunt niet in één keer die schuld afbetalen, want dan sla je de samenleving dood. Maar je moet toch die schuld laten dalen.“

Bij de start van de huidige Vlaamse regering in 2019 is er een duidelijke afspraak gemaakt: vanaf 2020 of 2021 een begroting in evenwicht, geen schuld meer opbouwen. Dat was de harde politieke realiteit waar Diependaele mee aan de slag moest.

Waarom DPG Media subsidies krijgt: een vraag die gesteld mag worden ▶ 15:00

Een voorbeeld dat Diependaele gebruikt om vragen te stellen over subsidiesystemen: DPG Media, het mediabedrijf met een winst van 219 miljoen euro op een omzet van 1,5 miljard. Toch kreeg het bedrijf twee miljoen euro subsidie van de Vlaamse overheid voor digitalisering van personeel.

“DPG Media heeft 219 miljoen winst op een omzet van anderhalf miljard, maar kreeg twee miljoen euro subsidie voor digitalisering van personeel. Moeten wij als overheid dat geven?“

Of het bedrijf dat van frisdranken naar sapjes wil overschakelen en subsidie vraagt voor “strategische transformatie.“ Diependaele stelt de vraag: is dit wel verstandig? Moet de overheid dit soort investeringen doen? Hij stelt het niet altijd als vaststaand feit, maar als vraag die gesteld moet worden. “Ik zeg niet eens ja of nee, maar laten we de vraag stellen: is dit goed besteed geld?“

Het is een pleidooi voor meer uitgavendoorlichtingen, voor kritischer kijken naar waar het geld naartoe gaat. Maar hij erkent ook dat er legitieme redenen kunnen zijn voor bepaalde subsidies, bijvoorbeeld om innovatie in waterstof te stimuleren. Het gaat erom de juiste keuzes te maken, case by case.

Drie miljard aan dienstencheques: het werkende voorbeeld ▶ 18:00

Diependaele introduceert het concept van “uitgavendoorlichtingen,“ een systeem dat nog in de kinderschoenen staat maar volgens hem cruciaal is. Het idee is simpel: als je een euro uitgeeft om een maatschappelijk doel te bereiken, moet je ook nagaan of die euro zijn effect heeft bereikt.

“Als je een euro uitgeeft voor een bepaald maatschappelijk doel, moet je de vraag stellen: heeft die euro zijn effect bereikt? Die controle doen we veel te weinig.“

Het beste voorbeeld: dienstencheques. Daar geeft Vlaanderen ongeveer drie miljard euro per jaar aan uit. Een gigantisch bedrag, met drie doelstellingen: zwartwerk tegengaan, werk voorzien voor laagopgeleiden, en de combinatie arbeid-gezin bevorderen. Diependaele liet het onderzoeken, samen met de Europese Commissie. De conclusie: ja, het werkt. Goed besteed geld dus.

“We hebben dienstencheques laten onderzoeken. Het werkt: zwartwerk wordt tegengegaan, de combinatie arbeid-gezin wordt bevorderd, er komt werk voor laagopgeleiden.“

Maar dan komt de pijnlijke vraag: hoeveel andere uitgaven zijn eigenlijk nooit doorgelicht? Het geld dat naar armoedebestrijding gaat, bijvoorbeeld. Gaat dat effectief naar armen, of naar organisaties die erover praten? Hebben we de armoede teruggedrongen? Diependaele wil daar meer naar kijken, al voelt hij meteen de politieke sensitiviteit van zo'n vraag. “Ik zeg niet eens ja of nee, maar laten we de vraag stellen.“

"Moet elk kind met een beperking drie uur op de bus zitten?" ▶ 22:00

Een concreet voorbeeld van hoe moeilijk beleidsvoering kan zijn: het vervoer van kinderen naar het buitengewoon onderwijs. Vandaag geeft Vlaanderen 100 à 120 miljoen euro uit aan dat transport. Maar sommige kinderen zitten drie uur per dag op de bus. Iedereen is het erover eens dat dat te lang is.

De voor de hand liggende oplossing: meer busjes, meer begeleiding. Maar dat kost enorm veel geld. De andere optie: een deel van de verantwoordelijkheid bij de ouders leggen. Kunnen ouders hun kinderen niet naar een centrale plek in de gemeente brengen, van waaruit ze dan verder vervoerd worden? Bespaart geld, verkort de reistijd.

Maar dan komt meteen de politieke gevoeligheid. Dit zijn kwetsbare kinderen, ouders die het al moeilijk hebben. Kun je hun die extra last opleggen? Diependaele worstelt er zelf ook mee. Hij begrijpt de bezwaren, maar vindt ook dat er meer mag nagedacht worden over efficiëntie. Het is een gedachte-experiment, zegt hij, niet per se een vaststaand voorstel.

België stuurt 8 procent naar buitengewoon onderwijs, Europa gemiddeld 2 procent ▶ 24:40

Een statistiek die Diependaele aanhaalt en die opvalt: België stuurt 8 procent van de kinderen naar buitengewoon onderwijs. Het Europees gemiddelde is 2 procent. Dat roept vragen op: moeten al die kinderen naar buitengewoon onderwijs? Of zouden we meer kunnen integreren in het regulier onderwijs?

“België stuurt 8% van de kinderen naar buitengewoon onderwijs. Het Europees gemiddelde is 2 procent. Misschien moeten we denken: moeten die allemaal naar buitengewoon onderwijs?“

Het M-decreet, dat inclusief onderwijs moest bevorderen, is volgens Diependaele een goedbedoeld principe dat in de praktijk niet werkt. Het decreet ging uit van een internationale afspraak: elk kind met een beperking zou in principe naar een normale school moeten gaan, en alleen als het niet anders kan naar buitengewoon onderwijs. Maar de maatstaf “als het niet anders kan“ bleek in de praktijk onduidelijk.

Scholen hebben de capaciteit niet, leerkrachten zitten overvraagd. Er is al een tekort aan leerkrachten, en dan krijgen ze er nog eens jongeren met extra ondersteuningsbehoeften bij. Dat is niet houdbaar, hoort Diependaele vanuit het onderwijs. Nu wordt het decreet weer wat teruggeschroefd, meer richting buitengewoon onderwijs. Maar ook daar zijn ouders verdeeld: sommigen willen per se inclusief onderwijs, anderen zweren bij buitengewoon onderwijs.

Het is een illustratie van een breder punt: voor elk beleid zijn er winnaars en verliezers, en iedereen zal op een bepaald moment ontevreden zijn.

Wachtlijsten erfgoed opgelost zonder extra budget ▶ 19:00

Diependaele geeft een voorbeeld van hoe problemen soms zonder méér geld opgelost kunnen worden. Er was een wachtlijst voor premies voor restauratie van onroerend erfgoed: lokale besturen moesten vijf, zes, zeven jaar wachten voordat ze premies kregen. Een berg van 300 miljoen euro.

De meest voor de hand liggende oplossing: meer geld vragen. Maar Diependaele koos voor een andere aanpak: het systeem van financiering hervormen. De wachtlijst groeit nu niet meer aan, en elk jaar kunnen alle aanvragen behandeld worden. Het zal nog even duren voor de oude wachtlijst weg is, maar het probleem van de toekomst is opgelost, binnen hetzelfde budget.

“We hadden een wachtlijst van 300 miljoen. In plaats van meer geld te vragen, hebben we het systeem hervormd. De wachtlijst groeit nu niet meer aan.“

Het is een voorbeeld van wat Diependaele bedoelt met anders naar problemen kijken: niet altijd meteen met geld gooien, maar eerst kijken of het slimmer kan. Hij erkent wel dat de oplossing niet altijd zo helder is. “Soms is er een probleem, en dan moet je kijken: waarom is er een probleem, wat is de oorzaak, en hoe kunnen we dat oplossen zonder dat het meer geld kost?“

Vlaanderen kan zijn eigen fiscaliteit vereenvoudigen ▶ 27:00

Over fiscale vereenvoudiging heeft Diependaele concrete ideeën. Op Vlaams niveau is de fiscaliteit al een stuk eenvoudiger dan federaal, zegt hij. Vlaanderen heeft de verkeersbelasting (ongeveer 1,4 miljard euro), de erfenisrechten, wat belastingen op afval en spelen, en de onroerende voorheffing. Dat is behapbaar. Daar kun je aan werken, hervormen, vereenvoudigen.

Op federaal niveau ligt het complexer. De vennootschapsbelasting is een mooi voorbeeld: een redelijk hoog tarief, maar enorm veel uitzonderingen, aftrekposten, subsidies vermomd als belastingkortingen. Diependaele vindt het logisch wat minister Van Peteghem in de vorige legislatuur deed: het tarief naar beneden (25 procent) en veel aftrekposten schrappen. Vereenvoudiging. Maar dan zijn er winnaars en verliezers, en dat maakt het politiek moeilijk.

“Voor al die regeltjes, de overgrote meerderheid ervan, is er altijd wel een reden. Maar vanaf dat je daaraan raakt, is er altijd iemand in de samenleving die zijn vinger opsteekt.“

Het probleem is niet zozeer dat er nutteloze regels zijn, vindt Diependaele. De meeste regels hebben wel een reden. Maar ze kunnen vereenvoudigd worden, en dat moet ook. De uitdaging is om de politieke moed te vinden om dat te doen.

De overheid en slachtofferrol: een waarschuwing met nuance ▶ 26:00

Diependaele ergert zich aan wat hij ziet als een groeiende slachtofferrol in de samenleving. Shampoo voor “normaal haar“ wordt uit de rekken gehaald omdat mensen zich beledigd voelen – iedereen heeft blijkbaar speciaal haar. Iedereen is slachtoffer van iets.

“Er is een overheid die daarop inspeelt om iedereen zo veel mogelijk slachtoffer te maken. Want wat betekent dat? Dan hebben we een overheid nodig om voor uw zorg te dragen. Dat is een machtsfactor.“

Hij waarschuwt dat als die trend doorzet, iedereen afhankelijk wordt van de overheid, voor alles heb je een overheidstussenkomst nodig. Maar hij nuanceert meteen zijn punt. Het is niet de taak van de overheid om gelukkig te maken, zegt hij. “Als dat het geval zou zijn, zou ik een publiek aangestuurd relatiebureau moeten beginnen – de belangrijkste factor om gelukkig te worden is een relatie.“ De overheid moet wél zorgen voor mensen die het écht niet kunnen.

“Het is niet de taak van de overheid om gelukkig te maken. Maar we moeten wel zorg dragen voor mensen die het écht niet kunnen. Het is in de eerste plaats uw eigen taak om in uw woning te voorzien, om te werken. Lukt dat niet, dan gaat de overheid bijspringen.“

Sociale woningen: ja, voor mensen die het zelf niet redden. Maar het is in de eerste plaats je eigen taak om voor een woning te zorgen. Werken: als je kunt bijdragen maar niet wilt, dan verwacht de overheid ook dat je het doet. Hij is groot voorstander van sociale economie, van beschutte en beschermde werkplaatsen. Dat vindt hij fantastisch: mensen die moeilijk aan een normale job geraken, krijgen toch de kans om productief te zijn, om zingeving te vinden.

Maar de scheidingslijn is vaak moeilijk te trekken, erkent hij. Wanneer moet de overheid ingrijpen, en wanneer niet? Het zijn niet altijd gemakkelijke afwegingen, en soms zijn er individuele gevallen waar hij zelf ook niet goed raad mee weet.

Zes jaar later aan het werk: een ongemakkelijke ontmoeting ▶ 28:00

Diependaele vertelt een persoonlijke anekdote die zijn punt over rechten en plichten illustreert. Zes jaar geleden belde een vrouw hem op, kwaad omdat hij op de radio gezegd had dat ze arbeidsgeschikt was. Ze zat zes jaar werkloos en kon volgens haar niet gaan werken omdat haar kindje in opvang moest. Diependaele had zelf vier kinderen, en hij en zijn vrouw werkten allebei. Hun kinderen zaten in opvang – die voor hem niet gratis was, maar voor haar wel.

“Een dame had zes jaar werkloos geweest en kon niet gaan werken omdat haar kindje in opvang moest. Ik had vier kinderen en mijn vrouw en ik werkten allebei. Die opvang was gratis voor haar, voor mij niet.“

Jaren later, tijdens corona, stond diezelfde vrouw handgel uit te delen bij een testdorp. Ze herkende hem en schold hem uit, in het openbaar. Maar, zo merkt Diependaele op: ze werkte ondertussen wel. Het is een verhaal dat zijn visie op verantwoordelijkheid illustreert, maar ook de moeilijkheid ervan. Hij worstelt zelf met hoe hard je als overheid moet zijn, waar je de grens legt. Hij erkent dat het geen gemakkelijke afwegingen zijn.

"Ik ben het beu dat men doet alsof we in de slechtst mogelijke tijd leven" ▶ 30:00

Diependaele heeft er genoeg van. Het negativisme, het doemdenken, het idee dat alles steeds slechter wordt. Hij vindt het ronduit onzin.

“Ik ben het echt beu dat men het gevoel probeert wereldkundig te maken dat we vandaag in de slechtst mogelijke tijd leven ooit. Durf te zeggen dat we in de beste tijd ooit leven.“

Hij somt op: er zijn nog nooit zo weinig slachtoffers gevallen van natuurrampen. Nog nooit waren er zo weinig mensen die minder dan een dollar per dag verdienen. De gezondheid van de mens is nog nooit zo hoog geweest. De waterkwaliteit in Vlaanderen is beter dan ooit. Jongeren zijn meer betrokken dan ooit: ze studeren langer door, ze doen vrijwilligerswerk, ze nemen verantwoordelijkheid.

Maar hij nuanceert meteen: “2% van Vlaanderen heeft een ernstige materiële deprivatie. Dat is een groot probleem waar de overheid moet optreden.“ Het gaat hem erom dat we ook de vooruitgang durven erkennen, niet om problemen te minimaliseren. Er zijn problemen, absoluut. Maar het algemene beeld is beter dan ooit.

“2% van Vlaanderen heeft een ernstige materiële deprivatie. Dat is een groot probleem waar de overheid moet optreden. Maar kom niet doen alsof het zo slecht is hier.“

De hosts haken aan op het idee van slachtofferdenken. Iedereen wil de top 1 procent zijn, zeggen ze, iedereen wijst met de vinger, maar zelden naar zichzelf. Diependaele knikt instemmend. “Iedereen heeft een vinger om kansen te krijgen, maar de vinger wijst zelden naar zichzelf. Ik denk dat we soms wat meer verantwoordelijkheid moeten nemen om zelf kansen waar te maken.“

Een scholierenparlement en de vraag naar politieke betrokkenheid ▶ 32:00

Diependaele vertelt over een bezoek aan het scholierenparlement in het Vlaams Parlement. Daar werd een stelling voorgelegd: de overheid moet meer inspanningen doen om jongeren, vrouwen en minderheidsgroepen te laten participeren aan politiek.

Zijn reactie was simpel: “Wat gaan jullie zelf doen als jongeren om jullie stem te laten horen? Er zijn al genoeg kansen.“ Hij wijst naar podcasts, radiozenders, sociale media. Iedereen kan zich laten horen. “Kom niet kniezen en klagen dat het niet lukt. Neem initiatief, ga aan de slag.“

Het is een illustratie van zijn bredere punt: verantwoordelijkheid begint bij jezelf, niet bij de overheid die alles moet faciliteren. Solidariteit is belangrijk, vindt Diependaele, maar solidariteit betekent ook dat je zelf actief moet ondernemen, persoonlijke reflectie moet toepassen, altijd een vraag moet stellen aan jezelf.

Vertrouwen en degelijkheid, maar ook de grenzen daarvan ▶ 35:00

Het gesprek gaat over democratie, over hoe die werkt en wat ervoor nodig is. Diependaele stelt dat als je democratie perfect wilt laten werken, je perfecte informatie nodig hebt. Dat bereik je natuurlijk nooit. Maar het gebrek aan informatie wordt gecompenseerd door vertrouwen.

“Het grootste gevaar voor de democratie is onverschilligheid. Als je democratie wilt laten werken, heb je perfecte informatie nodig. Dat bereik je nooit, maar het gebrek wordt gecompenseerd door vertrouwen.“

En vertrouwen, dat bouw je op. Diependaele wijst naar Bart De Wever. Die heeft jarenlang dat vertrouwen opgebouwd, met elk optreden, elk debat. Degelijkheid, onversierd kunnen zijn. Dat is wat Diependaele zelf ook probeert.

“Bart De Wever heeft jarenlang dat vertrouwen opgebouwd. Met elk optreden, elk debat heeft hij daaraan bijgedragen. Ik probeer dat ook: degelijkheid opbouwen en onversierd kunnen zijn.“

De hosts brengen een genuanceerd tegengeluid. Ze voelen zich zelf niet altijd bekwaam genoeg om te stemmen, zeggen ze. Ze weten te weinig, lezen niet genoeg kranten, volgen de politiek niet op de voet. Is het dan wel verantwoord om te gaan stemmen? Zijn ze niet te beïnvloedbaar, te gevoelig voor marketing en personal branding?

Diependaele begrijpt de twijfel. Maar hij wijst erop dat je niet alles hoeft te weten. Je moet iemand kunnen vertrouwen. En dat vertrouwen bouw je op door te kijken naar degelijkheid, naar consistent gedrag over tijd. Toch erkent hij ook dat er grenzen zijn: we zitten in een schermmaatschappij waarin imago soms belangrijker lijkt dan integriteit. Dat maakt het moeilijker om te weten of je iemand echt kunt vertrouwen, of dat het allemaal show is.

Stemplicht: "Niet eens uit je bed komen om aan te duiden wie de leiding krijgt?" ▶ 40:00

Op één punt verschilt Diependaele met zijn eigen partij: stemplicht. De N-VA wil af van de opkomstplicht, maar Diependaele is er juist voor.

“Ik ben voor stemplicht. We zijn geen optelsom van individuen, we zijn verbonden. Gaan stemmen is het minimum aan verantwoordelijkheid. Niet eens uit je bed komen om aan te duiden wie de leidende rol krijgt?“

Hij ziet het als onderdeel van een bredere verantwoordelijkheid. We zijn geen optelsom van individuen, we zijn een ploeg. En als je deel uitmaakt van die ploeg, dan draag je ook verantwoordelijkheid. Gaan stemmen is het minimum. Niet eens uit je bed komen om aan te duiden wie de coach van de ploeg wordt? Dan mag je ook niet klagen over de beslissingen die daarna genomen worden.

Het is een punt waar hij bewust afwijkt van het partijprogramma, en hij erkent dat openlijk. “Mijn partij heeft in het programma staan dat we voor stemrecht zijn, dus dat betekent het afschaffen van de opkomstplicht. Ik ben er niet mee eens.“

Stemrecht op 16: alleen als er ook plichten bij komen ▶ 43:00

Over stemrecht op 16 is Diependaele niet overtuigd, tenzij het gepaard gaat met plichten. Als je vanaf 16 mag stemmen, moet je ook vanaf 16 belastingen betalen en burgerrechtelijk en strafrechtelijk aansprakelijk zijn. Deel uitmaken van een samenleving betekent niet alleen het recht om te beslissen wie de samenleving aanstuurt, maar ook de plicht om bij te dragen.

De hosts zijn sceptisch. Ze herinneren zich hun eigen mindset op 18 en vragen zich af of jongeren van 16 wel capabel zijn.