Een ongemakkelijke waarheid over België: "Kijk eens in de spiegel in plaats van de bevolking de schuld te geven"

In de vertrouwde setting van De Melkerij in Brasschaat, met een glas rode wijn binnen handbereik, schetst Ivan Van De Cloot een vernietigend portret van het Belgische bestuur. De hoofdeconoom van denktank Itinera spreekt met de directheid van iemand die er na vijftien jaar onderzoek van overtuigd is geraakt dat het systeem fundamenteel disfunctioneert. “Dertig jaar lang stemmen mensen voor verandering en verbetering, maar ze krijgen het niet,“ zegt hij terwijl hij het glas neerzet. Het is een stelling die de toon zet voor een gesprek waarin weinig heilig blijft.

"Het schaamteloze zit erin" ▶ 6:06

Van De Cloot wijst naar het vernietigende rapport van het Rekenhof over Brussel als bewijs voor zijn stelling. “Dit zijn geen Chinese cijfers,“ benadrukt hij scherp, verwijzend naar landen waar cijfermanipulatie de norm is. “In China weet je eigenlijk bijna zeker dat de cijfers niet kloppen, dat ze gemanipuleerd zijn. Maar dan valt de zelfgenoegzaamheid weg van wij zijn het centrum van Europa.“

Het probleem is niet dat de cijfers kloppen of niet, meent de econoom, maar de reactie erop:

“Het schaamteloze zit erin. We weten dat eigenlijk en we komen daar mee weg als politieke klasse. Niemand ligt daar nog wakker van, niemand wordt daar nog pijn van.“

Die schaamteloosheid strekt zich uit tot alle niveaus van het bestuur, van politici tot ambtenaren. “Ze nemen het gewoon niet ernstig,“ aldus Van De Cloot. “Die rekeningen die kloppen niet, maar dat is ook niet nieuw.“ Het wordt pas problematisch wanneer hij als expert probeert de situatie te benoemen zoals ze werkelijk is. “Als ik het benoem zoals het eigenlijk in mijn opinie wel degelijk is, dan maak ik mezelf het leven heel moeilijk.“

Het venster van het toelaatbare debat ▶ 8:01

Van De Cloot spreekt van een “heel smal venster waarin nog dingen gezegd mogen worden.“ Journalisten bevestigen dit fenomeen in privégesprekken, vertelt hij. Hun dilemma is praktisch:

“Journalisten zeggen: ik kan schrijven of een interview doen zoals jij het wilt en dan heb ik elke week miserie, of ik kan gewoon mijn standaard stukje insturen, dan is het leven veel toffer.“

Het gevolg is een journalistiek die te dicht bij de macht aanschurkt, niet uit kwade wil maar uit gemakzucht. “Ze zijn te gemakzuchtig,“ oordeelt Van De Cloot. “Het is kortetermijndenken, maar dat is een reëel probleem in onze maatschappij.“

Deze beperking van het debat heeft verregaande gevolgen. Onderwerpen zoals migratie, ontwikkelingssamenwerking en zelfs corona-aanpak worden omringd door taboes die een eerlijke analyse bemoeilijken. “Vandaag zitten we echt in een probleem dat veel van het discours die ik hanteer beginnen te vallen uit dat venster van het toelaatbare debat,“ aldus de econoom.

Parlement als theater: "Zo hoort u te stemmen vandaag" ▶ 10:25

De kern van het probleem ligt volgens Van De Cloot bij het parlement dat zijn rol niet meer vervult. Hij beschrijft een werkelijkheid die ver afstaat van de democratische idealen:

“In de werkelijkheid krijgen parlementsleden 's morgens een lijstje met zo hoort u te stemmen vandaag. Op vraag 1 stemming rood, op vraag 2 stemming groen. Zo gebeurt het vaak.“

Het verschil tussen fictie en werkelijkheid wordt pijnlijk duidelijk in het voorbeeld van toenmalig parlementslid Yvan Mayeur, die later burgemeester van Brussel werd. Mayeur zei letterlijk in het parlement dat er geen onderzoekscommissie over Dexia zou komen omdat “we dan bij onze eigen mensen uitkomen.“

“Ik vertegenwoordig niet het volk, ik vertegenwoordig mijn eigen partij. Maar dat is dus niet zoals het hoort. Dat is het verschil tussen de fictie en de werkelijkheid.“

Deze partijpolitieke verwording heeft volgens Van De Cloot alles te maken met de financiering van politieke partijen. Waar vroeger ledenpartijeën voor legitimiteit en financiële middelen zorgden, komen die middelen nu gewoon van belastingsgeld.

"Met 10 à 15 procent ben je een machtspartij" ▶ 13:28

Van De Cloot citeert politici die hem letterlijk zeggen dat leden niet meer nodig zijn:

“Politici zeggen letterlijk: 'Het interesseert ons niet meer om leden te hebben van een ledenpartij.' Nu komen onze middelen gewoon van belastingsgeld.“

Het gevolg is een perverse logica waarbij partijen campagnes kopen in plaats van overtuiging te organiseren:

“Met 10 à 15 procent van de stemmers ben je eigenlijk een machtspartij. Dan zitten we in het bestel en dan kunnen we beleid voeren.“

De econoom wijst erop dat een kwart van de stemmen toch al verloren gaan door het kiessysteem. “Die tellen niet mee in onze Wetstraat-rekenkunde.“ Het resultaat is dat partijen met een beperkt draagvlak toch kunnen regeren, zonder zich nog druk te hoeven maken over hun principes of de wensen van de bevolking.

De administratieve monster-machine ▶ 19:46

Tweehonderd jaar geleden was de overheid 10 procent van het nationaal inkomen, vandaag bijna 60 procent. Van De Cloot toont aan hoe dit de democratie ondermijnt:

“In Wallonië werkt meer dan 60 procent in overheidsdienst, gesubsidieerde arbeid door de overheid. Ook in Vlaanderen is het al een enorm percentage.“

De vraag die hij stelt is even simpel als pijnlijk:

“Wie gaat er nog kritisch zijn over de overheid als je er eigenlijk 60 procent van de bevolking bijna zijn brood aan verdient?“

Ondertussen gaat de overheid zich bezighouden met zaken die ver van haar kerntaken staan. Van De Cloot geeft voorbeelden die tegelijk komisch en schrijnend zijn:

“We hebben gemeentes zoals Kortrijk waar er tuincoaches zijn. Je krijgt een cheque van de stad waarmee je een tuincoach kunt betalen die bij jou thuis je tuin in orde brengt.“

"Als er een potvis aanspoelt hebben we daar een handboek voor" ▶ 27:37

Terwijl de overheid zich bezighoudt met tuincoaches en andere nevenzaken, falen de kerntaken:

“Tegelijkertijd hebben we wachtlijsten voor gehandicapten, tegelijkertijd hebben we infrastructuur die verloederd is, tegelijkertijd hebben we een disfunctionele NMBS.“

De bureaucratie is uitgedijd tot absurde proporties:

“Als er een potvis aanspoelt op het strand hebben we daar ondertussen een handboek voor. Dat is ondertussen bijna meer dan 50 bladzijden lang.“

Van De Cloot erkent dat zo'n handboek misschien niet onzinnig is, maar het toont wel aan hoe complex het land geworden is. “Onze voorouders wisten wel spontaan wat ze moesten doen als er een walvis op het strand aanspoelde.“

Burgerparticipatie als nieuwe industrie ▶ 29:01

Terwijl politici klagen over populisme, ziet Van De Cloot de oorzaak elders:

“Dertig jaar lang stemmen mensen voor verandering en ze krijgen het niet. Dat zegt iets over hoeveel frustratie en ongenoegen er opgestapeld ligt in dit land.“

Zijn antwoord aan de politieke klasse is helder:

“Dus kijk eens in de spiegel in plaats van altijd maar de vinger naar de bevolking te wijzen. Het zijn allemaal populistische bevolking, stomme bevolking, de bevolking is dit, bevolking is dat. Nou, kijk eens waar meer in de spiegel, dat is mijn antwoord aan de politieke klasse.“

Burgerparticipatie-initiatieven zijn ondertussen een nieuwe industrie geworden, maar de resultaten zijn teleurstellend:

“Recent was er in Overijse een burgerplatform over een thema. Daar waren 20 inschrijvingen en finaal hebben er maar 10 mensen meegedaan.“

“Dit is een nieuwe industrie: burgerparticipatie. Allerlei consultants verdienen daar enorm goed brood mee, maar je ziet hoe weinig er werkelijk naar toe gaat.“

Informatie als machtsinstrument ▶ 33:11

Van De Cloot beschrijft hoe de overheid informatie gebruikt om de macht in eigen handen te houden:

“We hebben zoiets in onze wetgeving, dat heet de openbaarheid van bestuur. Ik noem dat ook weer zo'n fictie. Je kunt proberen informatie af te dwingen, maar dan moet je naar de Raad van State.“

Het paternalisme is wijdverbreid:

“Als je informatie niet aan de bevolking toegankelijk maakt, dan behoud je de macht meer in eigen handen. Dat is wel heel strijdig met de basisprincipes van democratie.“

Dit fenomeen werd nog versterkt tijdens de coronacrisis, toen media in Nederland zelfs openlijk toegaven niet kritisch te willen berichten “want we willen samen door de crisis.“

Corona: "Marc van Ranst was aan het schaatsen" ▶ 39:40

Van De Cloot was al in januari 2020 gealarmeerd over corona, terwijl de officiële virologen een meer ontspannen houding aannamen:

“Ik was in januari 2020 al heel sterk gealarmeerd over corona. Marc van Ranst was op die tijd aan het schaatsen. Ik had de reactie: wat zit die hier te doen, die moet toch in een labo zitten.“

De impact van die late reactie was enorm:

“Elke week vroeger ingrijpen in die fase was 70 procent minder besmettingen geweest. Het inzaaien van het virus was veel minder breed gegaan in onze maatschappij.“

Van De Cloot is kritisch over de rol van zijn collega-economen tijdens de crisis:

“Mijn collega's gezondheidseconomen hebben zich gewoon verstopt heel de crisis. Dat vind ik een schande. Dat zijn professoren die daarvoor betaald worden heel hun leven.“

"Mensen die elkaar verklikken" ▶ 1:00:29

Als sociaal wetenschapper was Van De Cloot geschokt over de maatschappelijke reacties tijdens de pandemie:

“Als sociaal wetenschapper was ik gechoqueerd over wat er allemaal gebeurde in mijn eigen land. Mensen die elkaar verklikken voor de meest onnozele dingen.“

Hij maakt zich zorgen over de toekomst: “Hoe bezorgd ik ben over de toekomst wanneer er ooit echt iets ernstig gebeurt, want nu begrijp ik veel beter wat er in dit land kan gebeuren.“ Het referentiepunt is voor hem de Tweede Wereldoorlog: mensen die elkaar verklikken om de kleinste overtredingen.

Terug naar lokaal bestuur ▶ 1:02:06

Van De Cloot pleit voor een heropwaardering van het lokale niveau:

“Hoe meer je dingen dichter bij de burger brengt, hoe meer inspraak je terugkrijgt. Vanaf dat je dingen op Vlaams niveau zit, heb je als burger geen enkele inspraak meer.“

Hij geeft het voorbeeld van houtkachels: “Als dat door de minister in Vlaanderen wordt beslist, dan is er geen enkele burger die verkiezingen gaat dat geen verkiezingsthema zijn. Maar als dat op lokaal vlak zou gebeuren, op burgemeestersvlak, dan zou die burgemeester daarop aangesproken kunnen worden.“

"Amerika heeft een traditie van populistische correcties" ▶ 1:05:51

Toen Donald Trump verkozen werd, hoorde Van De Cloot een politicoloog op radio zeggen: “Ik ken uw stellen, dit kan hier niet gebeuren.“ Zijn reactie was van ongeloof: “Als er een groot ongenoegen in de bevolking zit dat tot 30% van de bevolking het totaal niet meer oké vindt, kunnen we die volledig negeren in ons politiek systeem?“

Van De Cloot plaatst Trump in een bredere Amerikaanse traditie:

“In Amerika is er een hele traditie van dit soort figuren, populistische presidenten die corrigeren in bepaalde perioden eigenlijk de excessen van de technocratie en van de politiek die te ver van de burger staat.“

Terwijl in België alles onmiddellijk door het spectrum van de Tweede Wereldoorlog wordt bekeken: “Onmiddellijk werd Trump-Hitler, de jaren 30, en er zeker dat we van mensen hebben. We hebben heel onze Wetstraat, al onze journalisten die kijken alles door het spectrum van de tweede wereldoorlog en alles is de jaren 30 en alles is Hitler.“

Economie in dienst van de maatschappij ▶ 1:13:27

Van De Cloot verdedigt zijn brede kijk op economie: “Ik heb een opvoeding gehad, een opleiding in de economie met heel veel sociale historie, met heel veel antropologie, met heel veel filosofie, met heel veel geschiedenis.“ Hij ziet zichzelf niet als een technische econoom maar als iemand die politieke economie bedrijft.

De basis komt van Aristoteles: “Het goede leven dat proberen we te realiseren en hoe gaan we dat doen? Wel uiteraard, de economie staat in dienst van de maatschappij.“ Hij maakt het onderscheid tussen oikonomiya (goed bestuur van het huishouden voor de hele natie) en chrematistiek (het opstapelen van geld). “Tot dat laatste ben ik me nooit aangetrokken gevoeld.“

Het venster sluit zich ▶ 1:23:19

Van De Cloot eindigt met een waarschuwing over de vrijheid van meningsuiting:

“Vandaag zitten we echt in een probleem dat veel van het discours die ik hanteer beginnen te vallen uit dat venster van het toelaatbare debat.“

Hij verwijst naar het concept van het Overton window - elk moment heeft een bepaald venster van het toelaatbare debat. “Dan moet ge al ja ik durf over migratie of over ontwikkelingslanden al niet meer rechtuit een analyse maken.“ De gevolgen zijn verregaand: “Als je de realiteit niet onder ogen ziet dan ontploft ze in uw gezicht.“

Een pleidooi voor beter bestuur

Na meer dan twee uur gesprek blijft Van De Cloot optimistisch over de mogelijkheden voor verandering, ondanks zijn vernietigende diagnose. Zijn missie bij Itinera blijft helder: “Wij willen dat het land beter bestuurd wordt, want daar komt het eigenlijk op neer. Beter bestuur, betere welvaart, beter welzijn in ons land.“

Het gesprek in De Melkerij toont een intellectueel die weigert te zwijgen over ongemakkelijke waarheden, zelfs als dat zijn leven moeilijker maakt. In een tijd waarin het venster van het toelaatbare debat lijkt te krimpen, blijft Van De Cloot vasthouden aan wat hij ziet als zijn pedagogische taak: “Ik beschouw mezelf eigenlijk als een pedagoog, als iemand die probeert andere mensen te helpen om de dingen goed door te denken.“

Zijn boodschap aan de politieke klasse blijft even simpel als confronterend: stop met de vinger wijzen naar de bevolking en kijk eerst eens in de spiegel. Want dertig jaar lang stemmen voor verandering zonder die te krijgen, zegt meer over het systeem dan over de kiezers.