Gert Ysebaert over de toekomst van journalistiek: "Objectiviteit is een illusie, maar deontologie niet"

De Melkerij in Brasschaat baadt in het late namiddaglicht wanneer Gert Ysebaert binnenstapt. Als CEO van Mediahuis, de mediagigant die kranten als De Standaard, Het Nieuwsblad en de Gazet van Antwerpen onder zijn hoede heeft, draagt hij de verantwoordelijkheid voor een imperium met een omzet van bijna een miljard euro. Niet slecht voor een land waar je op twee handen kunt tellen hoeveel bedrijven die omzetgrens halen.

De hosts van Discours Met De Boys schenken een glas whisky in. Het gesprek dat volgt, is geen pr-offensief over kwartaalcijfers of digitale groeipercentages. Het gaat over de kern: wat is de rol van journalistiek in een gepolariseerde samenleving? Hoe navigeer je tussen objectiviteit en standpunt innemen? En hoe overleef je als kwaliteitskrant wanneer fake news en sociale media de spelregels herschrijven?

"De bril is er altijd, dat is geen schande" ▶ 8:48

De eerste vraag komt hard en direct: moet nieuws objectief zijn? Ysebaert lacht, neemt een slok. “Die vraag stellen is al het antwoord geven,“ zegt hij. “Er is altijd een bril. Hoe dan ook. Dat kan bepaald worden door de individuele journalist, maar ook door het merk zelf. De Telegraaf in Nederland kijkt anders naar de wereld dan Belang van Limburg. Dat is geen probleem, zolang je transparant bent over die bril.“

“De bril is er altijd. Belangrijk is dat de journalistieke deontologie gevolgd wordt: feiten van opinies onderscheiden, woord en wederwoord geven, bronnen checken.“

Hij wijst erop dat het nastreven van pure objectiviteit een illusie is. Wat wél kan, is integriteit. “Je moet feiten van meningen scheiden, bronnen checken, woord en wederwoord geven. Dat zijn de basisregels. Daar kun je niet mee marchanderen.“ Het onderscheid tussen bias en slechte journalistiek ligt daar, legt hij uit. Bias is menselijk, deontologie is professioneel.

De hosts duwen door: betekent dat dan dat elke krant zijn eigen waarheid heeft? Ysebaert schudt zijn hoofd. “Pluriformiteit is cruciaal. Niet één medium mag dé waarheid bepalen.“

“Pluriformiteit is belangrijk. Er moeten verschillende bronnen zijn: kranten, tijdschriften, websites, een openbare omroep. Niet één medium dat de waarheid bepaalt.“

Waarom kleine kranten alleen nog overleven in een mediagroep ▶ 2:47

Mediahuis is gigantisch. Naast Vlaamse titels bezit het bedrijf De Telegraaf, regionale kranten in Nederland, en recent kwam er een samenwerking bij met DuMont Mediengruppe in Duitsland. Die schaalgrootte roept vragen op. Leidt concentratie niet tot verschraling? Wordt er niet té veel content gekopieerd tussen titels?

Ysebaert erkent de bedenking, maar draait het argument om. “Voor kleinere titels als Gazet van Antwerpen zou het gewoon heel moeilijk zijn om standalone te overleven.“

“Voor kleinere titels als Gazet van Antwerpen zou het gewoon heel moeilijk zijn om standalone te overleven. Zonder deel te zijn van een grote groep zou die titel al lang niet meer bestaan.“

Hij legt uit dat regionale kranten zoals De Limburger in Nederland of de Noord-Ierse Irish News alleen kunnen blijven bestaan dankzij de infrastructuur van een grotere groep. Drukpersen, technologie, juridische ondersteuning: dat zijn kosten die een kleine uitgever niet alleen kan dragen. “Maar,“ voegt hij eraan toe, “elke krant behoudt zijn eigen redactie, zijn eigen redactiestatuut. Wij faciliteren, wij mengen ons niet in de inhoud.“

Dat er content gedeeld wordt tussen titels, geeft hij openlijk toe. Sportverslaggeving, buitenlands nieuws, economische analyses: die worden vaak overgenomen. Maar de keuze ligt bij de redactie zelf. “Als Genk speelt, dan is het Belang van Limburg die daar zelf verslag van doet. Niet De Standaard.“

“We delen content tussen titels, maar elke krant maakt zelf de keuzes over wat ze overnemen. Dit maakt vooral ruimte vrij om te investeren in waar elk merk echt in wil investeren.“

Die content-deling creëert volgens Ysebaert juist ruimte om te investeren in wat elk merk uniek maakt. Het is niet bedoeld om kosten te drukken ten koste van kwaliteit, maar om kleine titels levensvatbaar te houden zonder hun eigenheid op te geven. Tegelijkertijd blijft de bezorgdheid over verschraling bestaan, erkent hij, en daarom is het belangrijk dat redacties zelf bepalen wat ze overnemen en waar ze zelf op inzetten.

Internationale groei: van Benelux naar Duitsland en Ierland ▶ 2:47

De ambities van Mediahuis reiken verder dan de Benelux. Ysebaert licht toe dat de overname van DuMont Mediengruppe in Duitsland een strategische stap is. “Het ligt vlak bij de grens, bij Sittard en Maastricht. We hebben in Hasselt al De Limburger, dat is een euregio. We hadden daar al gemeenschappelijke activiteiten, en nu is dit onze eerste bescheiden intrede in de Duitse markt.“

“Met DuMont overschrijden we de Benelux. Het is onze eerste bescheiden intrede in de Duitse markt. Samen komen we tot 80 miljoen euro omzet.“

Die stap past in een groter patroon. In Ierland heeft Mediahuis al voet aan de grond met onder andere de Irish Independent. In Nederland is De Telegraaf het vlaggenschip, aangevuld met regionale titels van Friesland tot Limburg. De logica is steeds hetzelfde: schaalvoordelen benutten, maar lokale merken hun eigenheid laten behouden.

Het is een delicate balans, geeft Ysebaert toe. Te veel centralisatie dreigt de diversiteit te verstikken. Te weinig samenwerking maakt kleinere titels economisch kwetsbaar. “Daarom houden we vast aan onafhankelijke redacties met eigen statuten. Wij faciliteren, maar bemoeien ons niet met de inhoud.“

De CEO die van de redactie afblijft ▶ 57:08

Een delicate vraag: hoe behoudt Mediahuis de onafhankelijkheid van de redactie wanneer één holding alle kranten bezit? Ysebaert is hier stellig in. “Mijn rol is zorgen dat de omgeving goed is: geen financiële zorgen, de juiste technologie, de juiste mensen. Maar op het inhoudelijke blijf ik ervan weg. Dat is niet mijn rol.“

“Als ceo moet je zorgen dat de omgeving er is waarbinnen redacties kunnen werken: geen financiële zorgen, de juiste technologie, de juiste mensen. Maar op het inhoudelijke blijf je ervan weg. Dat is niet onze rol.“

Hij benadrukt dat rendabiliteit de basis is voor onafhankelijkheid. “Je moet onafhankelijk zijn, en dat begint ermee dat je rendabel bent.“

“Wij geloven in onafhankelijke journalistiek. Je moet onafhankelijk zijn en dat begint ermee dat je rendabel bent. Ben je niet continu zorgen moet maken over hoe je op het einde van de maand de lonen kunt betalen.“

Kranten die continu in financiële problemen zitten, worden kwetsbaar voor externe druk, legt hij uit. “Kijk naar Nederland: stichtingen die journalistiek runnen als een goed doel, zijn vaak failliet gegaan. En kranten die in handen komen van private equity die snel winst wil maken, gaan ook mis. Wij zitten ertussenin: aandeelhouders die erin geloven voor de lange termijn.“

Hij vergelijkt de rol van Mediahuis met rentmeesterschap. “Elk merk heeft een enorme geschiedenis. Elke krant is minstens 100 jaar oud, sommige gaan terug naar de 17e eeuw.“

“Elk merk heeft een enorme geschiedenis. Elke krant is minstens 100 jaar oud, sommige gaan terug naar de 17e eeuw. Wij zijn de generatie die nu voor die merken mag zorgen en die moet doorgeven aan de volgende generatie, beter dan dat we ze gevonden hebben.“

Wel blijft hij in contact met redacties, benadrukt hij. Hij kan vragen stellen, zoals: waarom hebben jullie dit zo gedaan? Maar hij kan geen meningen opleggen. “Je kunt meningen niet brengen op een manier van: ik moet daar rekening mee houden. Je kunt vragen stellen, maar niet bevelend ingrijpen.“

"Mainstream media is een stempel geworden, niet een feit" ▶ 22:21

Het gesprek verschuift naar een term die de afgelopen jaren steeds vaker opduikt: mainstream media. Ysebaert zucht hoorbaar. “Het is een generalisering geworden om te zeggen: dit zijn media die allemaal hetzelfde doen. Ik vind de bestaande media juist interessant omdat die vertrekken vanuit professionaliteit.“

“Mainstream media is een generalisering geworden om te zeggen: dit zijn media die allemaal hetzelfde doen. Ik vind de bestaande media juist interessant omdat die vertrekken vanuit professionaliteit.“

Hij wijst naar het discours rond fake news, en hoe Donald Trump dat heeft omgedraaid. “Trump heeft het omgedraaid en zegt tot The New York Times en The Washington Post: jullie zijn het fake news.“

“Trump heeft het omgedraaid en zegt tot The New York Times en The Washington Post: jullie zijn het fake news. Zo begint zich in de geesten te vestigen dat zij degenen zijn die leugens verspreiden, terwijl het net omgekeerd is.“

De ironie is bitter, vindt Ysebaert. Professionele journalistiek, met bronnenonderzoek en fact-checking, wordt weggezet als onbetrouwbaar, terwijl nepnieuws op sociale media als waarheid wordt aanvaard. “Op sociale media is elke mening evenveel waard.“

“Op sociale media is elke mening evenveel waard. Het is even makkelijk voor iedereen om iets te zeggen. De rol van journalistiek is de analyse maken en zeggen: waar gaat het hier écht over?“

Juist daarom is professionele journalistiek het beste wapen tegen fake news, benadrukt hij. Niet door te roepen dat je de waarheid hebt, maar door te laten zien hoe je tot je conclusies komt: transparant over bronnen, open over onzekerheden, bereid tot correctie.

Corona en de vraag naar draagvlak: begrijpelijk, maar riskant ▶ 24:32

De pandemie bracht een ander spanningsveld bloot. De hosts vragen of media tijdens corona niet té veel hebben gefocust op het creëren van draagvlak voor overheidsmaatregelen, en té weinig aandacht hadden voor kritische stemmen. Ysebaert knikt voorzichtig. “Er is misschien een reflex geweest bij media om te zeggen: we moeten zorgen dat er draagvlak is voor de coronamaatregelen, dat we niet bijdragen aan de chaos en verwarring.“

“Er is misschien een reflex geweest bij media om te zeggen: we moeten zorgen dat er draagvlak is voor de coronamaatregelen, dat we niet bijdragen aan de chaos en verwarring.“

Hij erkent dat die reflex begrijpelijk was in een crisissituatie, maar stelt er tegelijk kanttekeningen bij vanuit journalistiek oogpunt. “De eerste verantwoordelijkheid is de journalistieke rol te spelen.“

“De eerste verantwoordelijkheid is de journalistieke rol te spelen. Niet zozeer: wij hebben een verantwoordelijkheid in de maatschappelijke agenda. Maar wel: wij moeten de juiste vragen stellen.“

Tegelijkertijd verdedigt hij het belang van context. Media moeten niet alleen dissidente stemmen een podium geven, maar ook analyseren hoeveel mensen die stemmen vertegenwoordigen en waar ze vandaan komen. “Als je op Twitter of Facebook kijkt, krijg je een zeer gekleurd beeld van de realiteit. Journalistiek moet capteren wat er leeft, maar ook vragen: hoeveel mensen zijn dat dan uiteindelijk? Waar komt dat precies vandaan?“

Het is de nuance die cruciaal is: ruimte geven aan kritiek, zonder bij te dragen aan verwarring die mensen in gevaar brengt. Niet makkelijk, geeft hij toe. Maar wel de kern van de journalistieke opdracht. Ysebaert zegt zelf dat het interessant zou zijn om in retrospectief te analyseren of media hier de juiste balans vonden, maar dat dit primair een vraag is voor de redacties zelf.

Hoe een krant fouten corrigeert (en waarom dat vaker naar buiten moet) ▶ 29:59

Geen enkel medium is foutloos. De hosts vragen hoe Mediahuis omgaat met journalistieke missers. Ysebaert is er opvallend open over. “Er worden fouten gemaakt. Elke fout is een fout te veel.“

“Er worden fouten gemaakt. Elke fout is een fout te veel. Dan is het belangrijk dat fouten ook rechtgezet kunnen worden, net als het terecht is.“

Hij beschrijft het interne proces: dubbele checks, bronnencontrole, eindredactie. Maar als er toch iets misgaat, dan moet het rechtgezet worden. En dat gebeurt niet altijd stilletjes. De Standaard heeft een ombudsvrouw die wekelijks rapporteert.

“De Standaard heeft een ombudsvrouw die wekelijks rapporteert over: dit heeft de krant gedaan, ik heb klachten gekregen van lezers, en achteraf gezien hebben we dit niet goed gedaan.“

Die transparantie is zeldzaam in de sector, erkent Ysebaert. “Niet elke titel heeft zo'n ombudsdienst. Maar het is belangrijk. Ze werkt onafhankelijk, de hoofdredactie kan haar stuk niet censureren. Dat staat gewoon in de krant. Voor journalisten is dat lastig, maar het hoort erbij.“

“Het is continu zichzelf de vraag stellen: is het echt wel juist? Dat is een proces van een goede redactie. Wekelijks wordt gekeken: hoe zijn we op dat thema gaan zitten, hadden we het juist gedaan?“

Ysebaert pleit ervoor dat media nog transparanter worden over hun werkwijze. “Mensen willen weten hoe een artikel tot stand komt. Dat schept vertrouwen.“ Hij geeft het voorbeeld van Het Proces-De Pauw, waar de redactie expliciet koos om bepaalde details niet te brengen. “Daar wordt héél lang over nagedacht. Wat is relevant? Brengen we de smeuïge details, of leidt dat af van wat er echt toe doet?“

“Bij het proces-De Pauw zijn expliciet keuzes gemaakt: wat is relevant, wat laten we weg? Brengen we de smeuïge details niet, want dat leidt af van wat er echt toe doet. Daar wordt héél lang over nagedacht.“

Die afwegingen zijn complex. Een foto publiceren of niet? Een detail noemen dat iemands reputatie voor altijd kan beschadigen? Het zijn keuzes waar redacties wekenlang over debatteren. En die debatten, vindt Ysebaert, mogen best vaker naar buiten komen. Zelf is hij zelfs voorstander van meer transparantie richting lezers over hoe zulke keuzes gemaakt worden, maar erkent hij dat dit ook kwetsbaar maakt.

Van katholieke propagandabladen naar neutrale nieuwsmerken ▶ 37:52

De roots van de Vlaamse krantenwereld zijn ideologisch. Gazet van Antwerpen was katholiek, Belang van Limburg christelijk, De Standaard Vlaams-nationalistisch, De Morgen socialistisch. Ysebaert schetst hoe die ontzuiling in de jaren zeventig een keerpunt vormde.

“Als je kijkt naar de roots van elk medium: Gazet van Antwerpen was een katholieke krant, Belang van Limburg een christelijke krant, De Standaard de Vlaamse krant. Die kwamen voort uit belangengroepen, uit propaganda.“

Sinds de ontzuiling zijn kranten veel neutraler geworden, zegt hij. Maar nu ziet hij een nieuwe generatie journalisten opkomen die daar juist tegen in opstand komt. “Je ziet nu dat er een nieuwe generatie ontstaat van twintigers, begin dertigers, die zeggen: nee, wij moeten écht standpunten innemen, wij moeten ergens voor gaan staan.“

“Je ziet nu dat er een nieuwe generatie ontstaat van twintigers, begin dertigers, die zeggen: nee, wij moeten écht standpunten innemen, wij moeten ergens voor gaan staan. Dat voel je op redacties beginnen te botsen.“

Die botsing is voelbaar, vertelt hij. De generatie veertigers en vijftigers die gelooft in balans en neutraliteit, versus jongere journalisten die vinden dat media een meer uitgesproken rol moeten spelen. “Kijk naar The New York Times, daar speelt dat extreem. Maar je voelt het ook bij ons.“

Ysebaert zelf staat daar genuanceerd in. Die verschuiving is niet per se slecht, vindt hij, zolang journalistieke integriteit gewaarborgd blijft en het transparant gebeurt. Hij geeft het voorbeeld van klimaat. “De Standaard neemt dat als een heel zwaar thema, pleiten ook heel sterk voor verandering en actie.“

“Neem klimaat: De Standaard neemt dat als een heel zwaar thema, pleiten ook heel sterk voor verandering en actie. Maar ze doen het wel op een journalistieke manier, met eigen onderzoek naar luchtvervuiling, metingen in tuinen.“

Het gaat niet om meningen spuien, legt hij uit, maar om onderzoeksjournaalistiek die een thema diep uitdiept. De Standaard meet zelf de vochtigheidsgraad in tuinen, doet eigen onderzoek naar luchtvervuiling, gaat diep in analyses. “Zolang het maar gebeurt volgens journalistieke deontologie, en transparant is voor de lezer, dan kan dat. Dan is het geen activisme, maar gedegen journalistiek met een duidelijke focus.“

"Puur het nieuws brengen is al lang niet meer de functie van een krant" ▶ 40:01

Wat is vandaag nog de toegevoegde waarde van een krant, nu iedereen de feiten al via social media of pushberichten krijgt? Ysebaert is daar helder in.

“Puur het nieuws brengen is al lang niet meer de functie van een krant. De feiten komen vaak al via andere kanalen. Je maakt het verschil met agenda-setting, analyses, achtergronden.“

Kranten moeten niet langer de eerste zijn met het nieuws, maar de beste in duiding. Agenda-setting betekent: onderwerpen naar boven halen die anders onzichtbaar blijven. Analyse betekent: uitleggen wat iets betekent, waarom het ertoe doet. Achtergrond betekent: de context geven die op Twitter ontbreekt.

Dat vraagt om diepgang. En diepgang vraagt om tijd. Daarom groeit ook het belang van podcasts, vindt Ysebaert. “Podcasting is bijvoorbeeld een fantastisch journalistiek medium om verhalen te vertellen, om dieper in te gaan, om transparantie te bieden.“

“Door het feit dat we naar digitaal gaan, hebben we meer mogelijkheden. Podcasting is bijvoorbeeld een fantastisch journalistiek medium om verhalen te vertellen, om dieper in te gaan, om transparantie te bieden.“

Hij waarschuwt wel voor het gevaar van fragmentatie via sociale media. Mensen die hun nieuws alleen via algoritmes krijgen, zien een vertekend beeld. “Het beeld dat je krijgt van ons merk puur via social media of Google nieuws is niet het juiste beeld.“

“Het beeld dat je krijgt van ons merk puur via social media of Google nieuws is niet het juiste beeld. Dat bepalen de algoritmes van Facebook en Google, niet wij.“

Daarom zet Mediahuis in op directe relaties met lezers: apps, nieuwsbrieven, abonnementen. “We willen mensen rechtstreeks naar onze site of app krijgen. Niet via tussenpersonen die de mix bepalen.“ Want op Facebook zie je alleen wat het algoritme denkt dat je wilt zien. Op Google Nieuws wordt de volgorde bepaald door clicks en engagement, niet door journalistieke relevantie. Die loss of control over hoe lezers je merk ervaren, is gevaarlijk, vindt hij. Het risico is dat mensen een gekleurd beeld krijgen van wat een krant doet, puur gebaseerd op wat algoritmes hen voorschotelen.

De verschuiving van papier naar digitaal (en waarom dat goed is voor het klimaat) ▶ 47:27

De grootste transformatie die Mediahuis doormaakt, is de overstap van papier naar digitaal. Ysebaert legt uit wat dat betekent. “Van een gemaakt product één keer per dag naar iets moet dat continu beschikbaar is voor mensen die op hun smartphone scrollen.“

“De grote trend is van papier naar digitaal. Het belangrijkste gevolg is dat je van een gemaakt product één keer per dag naar iets moet dat continu beschikbaar is voor mensen die op hun smartphone scrollen.“

Die verschuiving is complex. Een papieren krant is een afgerond geheel: een redactie beslist wat erin komt, en de lezer krijgt het gebundeld. Digitaal is fluïde: mensen scrollen, klikken, verlaten de site weer. “De ene kijkt om het kwartier op z'n telefoon, de ander maar twee keer per dag. Hoe vertaal je dat?“

Vijf jaar geleden was het nog niet zeker of lezers zouden betalen voor digitale journalistiek, vertelt hij. Nu lukt dat, maar de transitie is nog niet voltooid. “We zijn er nog niet. We zijn er nog lang niet.“

“Vijf jaar geleden was het niet zeker dat media erin zouden slagen om betalende modellen te introduceren. Dat lukt nu aardig, maar we zijn er nog niet. We zijn er nog lang niet.“

Een ander aspect is ecologie. De papieren krant heeft een zware CO2-voetafdruk: papierproductie, drukinkt, transport. “Als je kijkt naar onze ecologische voetafdruk, dan is de papieren krant en de distributie wat het meest bijdraagt tot onze CO2-uitstoot.“

“Als je kijkt naar onze ecologische voetafdruk, dan is de papieren krant en de distributie wat het meest bijdraagt tot onze CO2-uitstoot. Tegelijkertijd is onze eerste missie journalistiek. Als papier daarvoor nodig is, blijven we dat doen.“

Mediahuis ontmoedigt lezers niet om papier te lezen, maar investeert wel zwaar in een digitaal alternatief. “We gaan de lezer niet ontmoedigen om papier te lezen, maar we zorgen wel dat we een heel sterke digitale propositie hebben. Op lange termijn komt er een punt waarbij papier te duur wordt.“

“We gaan de lezer niet ontmoedigen om papier te lezen, maar we zorgen wel dat we een heel sterke digitale propositie hebben. Op lange termijn komt er een punt waarbij papier te duur wordt.“

Het is pragmatisme, geen idealisme. Zolang er vraag is naar papier, blijven ze drukken. Maar de toekomst is digitaal, daar is Ysebaert helder in.

Hoe een redactie werkt: ochtendvergaderingen, data en de kunst van de titel ▶ 1:17:07

De hosts vragen hoe een redactie vandaag werkt. Ysebaert schetst het proces. Elke ochtend begint met een vergadering waarin gekeken wordt: hoe hebben we het gisteren gedaan?

“Het interessante bij een moderne krant is dat er een ochtendvergadering is waarin gekeken wordt: hoe hebben we het gisteren gedaan? Het voordeel is dat we heel veel data hebben. We weten waar mensen gelezen hebben, wat aandacht heeft gekregen.“

Die data zijn cruciaal. Welke artikels werden veel gelezen? Waar klikten mensen op door? Wat werd gedeeld? Die inzichten helpen de redactie om de dag door te sturen. “Er zijn nieuwsmanagers die voortdurend kijken: wat leeft er, waar zijn we mee bezig, hoe gaan we dat brengen?“

Die data-gedreven aanpak brengt ook vragen met zich mee: dreigt journalistiek niet té veel gestuurd te worden door wat clicks oplevert? Ysebaert erkent het spanningsveld. “Je wilt dat mensen lezen wat je maakt, maar je mag daarin niet opportunistisch worden. De journalistieke relevantie blijft leidend.“

De titel van een artikel is misschien wel het moeilijkste onderdeel, geeft hij toe. “Een goede titel vinden is waarschijnlijk een van de moeilijkste dingen in de journalistiek.“ Het moet informatief zijn, interesse wekken, maar niet clickbait worden. “Je kan mensen niet voor schut zetten met titels die de lading niet dekken.“

Er is een verschil tussen kranten, legt hij uit. De Telegraaf is beroemd om catchy titels. Dat past bij hun merk. De Standaard gaat voorzichtiger te werk. Maar voor alle titels geldt: in een abonnementsmodel moet je lezers serieus nemen. “Mensen betalen niet voor de snelle hap. Mensen betalen voor diepgang, voor iets waar ze meer inzicht van krijgen.“

“Mensen betalen niet voor de snelle hap. Mensen betalen voor diepgang, voor iets waar ze meer inzicht van krijgen. Dat werkt misschien iets meer bij De Standaard dan bij Het Nieuwsblad.“

Het onderscheid is belangrijk. In het tijdperk van gratis clicks kon je experimenteren met sensationele koppen. Maar wie een abonnement verkoopt, moet waarde leveren. En waarde betekent: de titel dekt de lading.

Abonnementsmodellen en het risico van echo chambers ▶ 40:01

De verschuiving naar betaalde digitale content brengt ook een maatschappelijk spanningsveld met zich mee. Als mensen zich abonneren op slechts één of twee kranten, dreigt dan niet een echo chamber-effect? Ysebaert erkent de zorg, maar nuanceert.

“Mensen die een abonnement nemen, willen ook wel uitgedaagd worden,“ zegt hij. “Ze willen niet alleen hun eigen mening bevestigd zien. Een goede krant moet ook de juiste vragen stellen, moet lezers aan het denken zetten.“

Tegelijkertijd is het een realiteit dat mensen hun eigen keuzes maken. “Het zou ideaal zijn als iedereen tien kranten leest, maar dat gaat niet gebeuren. Mensen kiezen bewust voor een of twee titels die bij hen passen. De vraag is dan: zorgen wij ervoor dat binnen die titel voldoende pluraliteit zit?“

Het is een delicate balans. Enerzijds wil je als krant een herkenbare identiteit hebben, anderzijds moet je oppassen dat je lezers niet opsluiten in hun eigen gelijk. Ysebaert ziet het als de verantwoordelijkheid van elke redactie om die spanning te blijven bewaken, maar erkent ook dat het risico reëel is in een tijd waarin mensen steeds selectiever worden in hun mediagebruik.

Pluralisme zonder relativisme: hoe media polarisatie kunnen doorbreken ▶ 1:09:51

De podcast eindigt met een filosofische vraag: dragen media niet bij aan polarisatie? Ysebaert zucht. “Dat is een interessant debat. Want ja, soms wel. Maar het is niet de bedoeling.“

Hij legt uit dat polarisatie vooral wordt aangewakkerd door sociale media, waar algoritmes mensen opsluiten in bubbels. “Je krijgt vooral te zien wat je bevestigt. Journalistiek moet juist de juiste vragen blijven stellen en dingen in vraag stellen.“

Het probleem is dat lezers daar niet altijd op zitten te wachten. “Je voelt wel dat er een trend is naar: dit is de waarheid, je moet er niet van afwijken. Dat wordt enorm aangewakkerd door Twitter.“ Media moeten daar tegenin gaan, vindt hij, door ruimte