De psychiater die hoopt dat we elkaars therapeut worden

In de vertrouwde setting van De Melkerij in Brasschaat, waar de geur van chingetje en rode wijn de gesprekken kruidt, schuift Dirk De Wachter aan voor een diepgaand gesprek over de paradoxen van ons moderne bestaan. De 61-jarige psychiater, gekend van zijn vele publicaties over het bipolaire leven, neemt plaats met de bedachtzaamheid van iemand die dagelijks de menselijke ziel peilt. Zijn glas whisky staat onaangeroerd, “niet ideaal voor de whiskyliefhebber,“ geeft hij eerlijk toe, “maar aangenaam voor wie geen liefhebber is.“

De Wachter komt rechtstreeks van zijn consultaties, waar hij vandaag weer heeft ervaren wat hem al jaren bezighoudt: de immense eenzaamheid die onze westerse maatschappij kenmerkt. Het is een rode draad die door alle pathologie heen loopt, van depressie tot verslaving, van angststoornissen tot psychoses. “Ik hoor in mijn consultatie mensen zeggen: 'Dokter, dank je wel dat je zo geluisterd hebt. Dat is nu jaren geleden dat iemand zo naar mij heeft kunnen luisteren,'“ vertelt hij met een mengeling van trots en bezorgdheid. “Dat is toch niet normaal?“

"We zouden elkaars psychiater moeten worden" ▶ 1:00

Het is een stelling die De Wachter graag herhaalt, en die de kern raakt van zijn maatschappijkritiek. “We zouden toch mogen worden een beetje meer elkaars psychiater in de wereld, zodanig dat de lange wachtlijsten die er bestaan in de geestelijke gezondheidszorg ook een beetje getemperd kunnen worden.“ Het is geen pleidooi om de psychiatrie af te schaffen, integendeel. De Wachter wil zich kunnen concentreren op mensen met ernstige neurobiologische kwetsbaarheden en trauma's, terwijl de gewone problemen van het leven weer hun plaats vinden in het dagelijkse sociale weefsel.

“De mens scharniert tussen eigenheid, autonomie en verbinding, samenhorigheid. In onze wereld lijkt de balans wat teveel naar de alleenheid over te hellen.“

Die balans is volgens De Wachter verstoord door onze obsessie met individuele vrijheid. “Ik ben zelf ook een mens die nogal groot belang hecht aan zijn eigenheid en zijn autonomie,“ bekent hij, “maar het nadeel dat ik als psychiater ondervind is de grote eenzaamheid die daarmee kan gepaard gaan.“ Het probleem is niet het individu op zich, maar de overdrijving ervan. We zijn gevlucht uit de verstikkende dorpsgemeenschappen van weleer, maar hebben de baby met het badwater weggegooid.

Het paradoxale pad naar autonomie ▶ 7:00

De Wachter gebruikt een krachtige metafoor om de menselijke conditie te beschrijven. Het leven is een bochtig, onvoorspelbaar pad waarover we geen controle hebben, de noodlottigheden van ziekte, verlies, ongeluk bepalen grotendeels onze route. “Wij hier zitten in dit land zonder hongersnood is een grote kans, ons bestaan zelf is een ongelooflijk toeval,“ stelt hij nuchter vast.

“Alleen maar de vrijheid van de mens kan bestaan in goede verbinding. Je kunt alleen maar vrij zijn als je weet dat er ergens iemand is waar je terecht kunt.“

Maar op dat oncontroleerbare pad hebben we wel een keuze: lopen we aan de linkerkant, waar het donker, glibberig en vol obstakels is, of aan de rechterkant, waar de zon schijnt? “Die individuele verantwoordelijkheid van twee meter verschil maakt een ongelooflijk verschil in het leven,“ zegt De Wachter. Het is een kleine maar cruciale vorm van maakbaarheid in een grotendeels onmaakbare wereld.

Toch waarschuwt hij voor de illusie van totale autonomie. Keuzes maken we niet alleen, maar altijd in verbinding met anderen. “De illusie van alles is mogelijk, is vaak een illusie. We kunnen dromen over fantastische levens en ongelooflijk succes, maar dat is niet voor iedereen weggelegd.“ Jongeren verdwalen in eindeloze studiemogelijkheden en carrièrepaden, beladen met de verwachting dat ze zelf hun geluk kunnen smeden.

Waarom depressie een signaal is, geen ziekte ▶ 28:15

In zijn spreekkamer ziet De Wachter dagelijks mensen die vragen om een pil om hun pijn niet meer te voelen. Maar hij weigert depressie te zien als louter een neurochemisch defect. “Een symptoom is een signaal dat het leven niet loopt zoals het zou moeten zijn. Mijn werk is dan om met mensen te zoeken: wat betekent dit? Ben je niet gelukkig in je job, je relatie?“

“Ik krijg brieven van mensen die zeggen: 'Mijn depressie heeft mijn ogen geopend over wat ik echt belangrijk vind in mijn leven. Ik ben gestopt met alleen maar werken en geld verdienen.'“

Het is een visie die haaks staat op de heersende medische orthodoxie, maar De Wachter blijft erbij: “Zeventig procent van de depressies kan therapeutisch goed aangepakt worden. Dat is een vrij hoopvol cijfer.“ Voor de resterende dertig procent, mensen met chronische, neurobiologisch bepaalde depressies, blijft medicatie nodig, maar ook dan zoekt hij naar de betekenis achter het symptoom.

Sommige patiënten ontdekken door hun depressie wat werkelijk belangrijk is. Ze stoppen met de ratrace, gaan schapen kweken in de Provence. De Wachter steunt die keuze, maar waarschuwt: “Het leven is bochtig en er zijn nog bochten. We zien wel. Het is nooit definitief.“

De gevaarlijke zoektocht naar geluk ▶ 35:00

“Het bestaan is af en toe een beetje ambetant. Ik vind geluk ook gevaarlijk omdat mensen dan denken dat ze definitief de oplossing gevonden hebben,“ zegt De Wachter met een glimlach. Onze maatschappij is geobsedeerd door geluk, gedefinieerd als amusement en plezier. “Als doel van het leven is dat tot mislukken gedoemd.“

“We zijn bezig met geluk en dat geluk wordt heel hedonistisch gedefinieerd als amusement en plezier. Als doel van het leven is dat tot mislukken gedoemd.“

In plaats van geluk stelt hij zinvolheid centraal. “De essentie van het bestaan is het zorgzaam met elkaar leven. Dat toont zich vooral in de ongelukkigheden, als je geliefde een moeilijk moment heeft en jij daarvoor zorgt.“ Die momenten van zorg, van er zijn voor elkaar, blijven levenslang bij. Ze geven meer voldoening dan welke hedonistische ervaring dan ook.

De paradox is dat we in onze Facebook-maatschappij de lastige momenten onder de mat duwen. “We durven ons succesvolle imago niet beschadigen bij onze vrienden, terwijl we die dan juist nodig hebben.“ Het gevolg: alleen de psychiater krijgt nog de echte verhalen te horen.

"Ik heb niemand om bij terecht te kunnen" ▶ 9:30

De definitie van een echte relatie is volgens De Wachter simpel: “Iemand waarbij je terecht kunt als er iets moeilijk gaat.“ Mensen kunnen getrouwd zijn, omringd door collega's en kennissen, en toch zeggen: “Ik heb niemand bij wie ik echt kan spreken.“ Dat is volgens hem veel beklemmender dan alleen wonen.

Sociologische bevragingen bevestigen wat hij dagelijks ervaart: zelfs jonge twintigers, ogenschijnlijk zonder problemen, klagen over grote eenzaamheid. Studenten staan bovenaan in die statistieken. Het individualisme heeft ons veel gebracht, vrijheid, zelfontplooiing, het doorbreken van verstikkende tradities, maar de prijs is hoog.

“Als alles goed gaat, no problem. Maar als je een probleem hebt met je gezondheid, met je lief, met je kinderen, dan ondervinden we hoe belangrijk het is om iemand te hebben.“

De oplossing ligt niet in een terugkeer naar de jaren vijftig, benadrukt hij. De Wachter komt zelf uit een klein dorp dat hij als verstikkend ervoer. Hij zocht bewust de anonimiteit van de grote stad op. Maar hij blijft ingebed in een netwerk van liefde en zorg. “Die verbinding is heel erg nodig om in die grote wereld vrij te kunnen zijn.“

De smartphone als moderne verveling ▶ 41:00

“We zijn impulsverslaafd,“ constateert De Wachter als hij de moderne techno-stress bespreekt. “Ik zie mensen die samen ergens zitten en de eerste reflex is de smartphone erbij pakken. Dat vind ik verschrikkelijk.“ Hij ervaart zelf hoe verslavend social media kunnen zijn en pleit voor bewuste onthouding.

Een paar jaar geleden deed hij een oproep aan studenten: “Ga donderdag op café en laat de smartphone thuis.“ De reactie was overweldigend positief. “Ik was die week de meest populaire prof van de universiteit van Leuven.“ Studenten herkenden het probleem en waren blij met de uitnodiging om er tijdelijk aan te ontsnappen.

“Ik had een oproep: studenten, ga donderdag op café en laat de smartphone thuis. Ik was die week de meest populaire prof van de universiteit van Leuven.“

Het probleem is niet de technologie zelf, De Wachter gebruikt zijn smartphone ook voor werk en bereikbaarheid, maar de impulsslavagheid die ermee gepaard gaat. We hebben verleerd om stil te zijn, om naar een zonsondergang te kijken zonder die meteen te fotograferen voor Instagram. “Dat is gratis, maar we gaan daar heel slordig mee om met die prachtige dingen van het bestaan.“

Waarom God wegviel en wat ervoor terugkwam ▶ 43:15

De secularisering van onze samenleving heeft volgens De Wachter bijgedragen aan de individualisering. “De mens is een fundamenteel spiritueel wezen. Het ontkennen van dat aspect betekent dat die nood zich elders gaat manifesteren, in drugs, drank, allerlei verslavingen.“ Hij ziet jongeren zoeken naar structuur in het boeddhisme of oosterse filosofieën, omdat die niet “vergiftigd“ zijn door de religieuze erfenis van hier.

“Als God wegvalt, hoe dan toch omgegaan met de verveling? De creativiteit kan troost blijven bieden voor onze sterfelijkheid.“

De psychiatrie is deels in de plaats gekomen van de religie, erkent hij, al voelt hij zich daar niet altijd comfortabel bij. “Ik word niet door een godheid bestuurd maar door wetenschappelijk inzicht.“ Toch kan hij niet ontkennen dat de opkomst van de psychotherapie samenviel met de ondergang van de klassieke godsdienst.

Voor De Wachter ligt de oplossing in creativiteit en kunst. Als God wegvalt, moeten we andere manieren vinden om met onze sterfelijkheid om te gaan, om troost te vinden voor de zinloosheid van het bestaan. Kunst, muziek, literatuur kunnen die spirituele leegte gedeeltelijk opvullen.

Het lot van de zinzoekende mens ▶ 49:50

“Het leven heeft geen a priori zin, maar die zinloosheid is een probleem voor de mens die fundamenteel een zinzoekend wezen is,“ stelt De Wachter met filosofische precisie. We zijn geworpen in een absurde kosmos en moeten daar zelf betekenis in vinden. “Het lot van de mens is om in die zinloze wereld toch ergens zinvol te zijn.“

Die zinvolheid ontstaat alleen in relatie tot anderen. Hij citeert Emmanuel Levinas: “Ik ben wie ik ben als een ander mij hoort. Als ik hier zit zonder dat iemand mij hoort, dan heb ik geen betekenis.“ Betekenis is geen individuele prestatie maar een intersubjectief gebeuren. We bestaan pas werkelijk wanneer we iets betekenen voor iemand anders.

“Betekenis ontstaat alleen maar als er een ander is. Emmanuel Levinas: ik ben wie ik ben als een ander mij hoort. Als ik hier zit zonder dat iemand mij hoort, dan heb ik geen betekenis.“

Het is een visie die lijnrecht ingaat tegen onze prestatiemaatschappij. De Wachter ziet mensen die hedonistisch op zoek gaan naar geluk en terechtkomen in complete zinloosheid. “Ik heb de Mont Ventoux al vijf keer beklommen, maar nu wat? Welke uitdaging moet ik nu nog?“ Die zoektocht naar steeds extremere ervaringen leidt tot leegte, niet tot vervulling.

"99% zal niet tot die top 1% behoren" ▶ 55:50

De obsessie met topprestaties baart De Wachter zorgen. Bij de Olympische Spelen zag hij hoe mentale gezondheid eindelijk aandacht kreeg toen enkele topatleten hun grenzen erkenden. “Dat vind ik goed, dat het mentale dan toch weer op de kaart komt.“ Maar hij waarschuwt voor de keerzijde van onze prestatiecultuur.

“99% van de mensen zal niet tot die top 1% behoren. En dan lijkt het alsof je niet kunt bestaan als je niet tot die 1% behoort. Dat kan ook niet de bedoeling zijn.“

In zijn spreekamer hoort hij mensen zeggen: “Als ik geen topcarrière kan maken, dan hoeft het leven voor mij niet.“ Zulke uitspraken vindt hij “verschrikkelijk“. Er is niets mis met bescheiden ambities, met gewoon content zijn, met proberen beter te doen zonder alles op alles te zetten voor succes.

Hij pleit niet voor een leven zonder drive of ambitie. Topprestaties in sport, zakenleven of kunst kan hij bewonderen. Maar succes als enig levensdoel is gevaarlijk. “Ik zie hier in mijn praktijk de collateral damage daarvan.“

De man die te veel geluk heeft ▶ 1:08:25

Wanneer het gesprek een persoonlijke wending neemt, toont De Wachter zich kwetsbaar. “Het leven is mij zo goed gezind dat het mij soms een beetje bang maakt.“ Hij heeft de job van zijn dromen, een geliefde die van hem houdt en hij van haar, drie gezonde kinderen, en sinds elf maanden een kleindochter die hem emotioneel maakt als hij erover spreekt.

“Het leven is mij zo goed gezind dat het mij soms een beetje bang maakt. Ik hoop dat ik als het mij minder goed gaat, kan terugvallen op dat grote geluk dat mijn leven tot hiertoe geweest is.“

Die angst is niet ongegrond. Een paar jaar geleden had hij een CVA met halfzijdige verlamming. “Ik dacht dat ik dood ging en toen vond ik het verschrikkelijk dat mijn kinderen nog klein waren.“ Nu ze volwassen zijn, zou hij “gemakkelijker kunnen sterven omdat ik weet dat het goed zit.“ Het is een ontwapenende eerlijkheid van iemand die dagelijks met sterfelijkheid wordt geconfronteerd.

Hij weet dat zijn bevoorrechte positie niet voor iedereen weggelegd is. Daarom voelt hij de taak “om dan te zorgen voor mensen die daarin minder kans hebben gehad.“ Het is de ethische dimensie van zijn werk: gebruik je geluk om anderen te helpen die minder fortuinlijk zijn.

Wie het licht niet kan verdragen ▶ 23:50

Niet iedereen kan aan de zonnige kant van het pad lopen, erkent De Wachter. “Er zijn mensen die misbruikt zijn in kinderjaren, dat is de categorie mensen die het zwaarste lot getroffen hebben. Die kunnen het licht niet verdragen omdat ze als kind zo zijn geknakt.“ Voor hen is alle positiviteit, alle vertrouwen kapotgemaakt. Ze kunnen alleen nog gedijen in de duisternis.

“Ik ben de man van de hoop. Als arts moet men altijd aan de kant van de hoop staan, zelfs na jaren en mislukkingen. Ik geloof in de kant van het licht.“

Toch blijft hij zoeken, blijft hij hopen. “Ook mensen met verschrikkelijke achtergrond slagen er soms in om de kant van het licht te zoeken en een goed leven te hebben, altijd met beperkingen, littekens zeker, maar een goed leven dat bestaat.“ Het is geen idealistische positie maar een empirische vaststelling: hij heeft het gezien gebeuren.

De kunst is om nooit de hoop op te geven, ook niet bij de moeilijkste gevallen. “Als die hoop wegvalt, dan is het gewoon opgave. En daar zitten we dan met heel grote problemen.“ Ook bij euthanasievragen, een heel moeilijke ethische kwestie waar De Wachter niet tegen de wetgeving is, moet er eerst een heel fors zorgpad worden voorzien.

In dialoog met iedereen, ook met het kwaad ▶ 1:04:10

De polarisatie in onze maatschappij baart De Wachter zorgen. Enerzijds worden we steeds softer, anderzijds groeit de latente agressie. “Het lijkt heel erg onder controle, alles geregeld, regeltjes overal voor alles, maar daaronder borrelt een zeer groot ongenoegen.“ De bestorming van het Capitool in Washington, de gele hesjes, anti-vaccinatieprotesten, overal sluimert woede.

Zijn antwoord is consequent: in dialoog gaan met iedereen. Zelfs met pedofielen, geeft hij als extreem voorbeeld. “Ik luister en ik vertel eens over hun leven en wat is er gebeurd en hoe is dat zo gegaan.“ Het betekent niet dat hij hun daden goedkeurt, maar hij weigert mensen uit te sluiten.

“Ik heb daar toch geen uitsluiting, maar ik denk als we ons verzetten tegen ideeën waar we het niet mee eens zijn, hoe mensonwaardug ze ook mogen zijn, maar we die mensen uitgesloten maken, dan maken we ze zelf radicaler.“

Het is een principiële houding die politiek moeilijk vertaalbaar is, erkent hij. Maar in zijn spreekkamer geldt het absoluut: iedereen mag zijn verhaal vertellen, hoe afschuwelijk ook. “Verhalen hoor ik die het daglicht niet zien, dat maakt mijn job ook zo boeiend.“

---

In de schemering van De Melkerij, terwijl de whisky langzaam opraakt, wordt duidelijk waarom Dirk De Wachter een van de meest gerespecteerde stemmen is in het debat over onze moderne malaise. Hij combineert wetenschappelijke kennis met filosofische diepgang, persoonlijke kwetsbaarheid met professionele wijsheid. Zijn boodschap is even eenvoudig als complex: in een wereld die dreigt te fragmenteren in geïsoleerde individuen, moeten we opnieuw leren verbinding te zoeken. Niet door terug te keren naar het verleden, maar door een nieuwe balans te vinden tussen eigenheid en verbondenheid.

Het gesprek eindigt zoals het begon: met een oproep tot meer dialoog, meer luisteren, meer zorg voor elkaar. Want zoals De Wachter het stelt: “We zouden toch mogen worden een beetje meer elkaars psychiater in de wereld.“ Het is een utopie die, paradoxaal genoeg, heel praktisch begint: met een gesprek, een luisterend oor, de bereidheid om er voor elkaar te zijn in moeilijke tijden. Precies wat Discours Met De Boys probeert te bewerkstelligen, één gesprek per keer.