De Melkerij in Brasschaat, een namiddag in volle herfst. Het is donker in de zaak en het glas dat voor Jef Vermassen wordt neergezet, vangt het licht van de schemerlamp boven tafel. De boys gieten een whisky in, hij neemt voorzichtig een slok, knikt. “Ja, deze is wel lekker. Een zoete.“ De legendarische strafpleiter heeft net één van zijn drukste agenda's wat losser gemaakt voor dit gesprek. Hij is met afstand de meest ervaren advocaat die ooit aan deze tafel zat: bij minstens honderdtien zaken voor het hof van assisen heeft hij gepleit, en in de laatste jaren ging hij stelselmatig naar zestien vrijspraken op rij. “Ik ga de jongste dochter binnenkort vragen of ze de tekeningen wil maken voor het sprookjesboek dat ik aan het schrijven ben“, zegt hij even later, met diezelfde rustige stem waarmee hij ook over psychopaten en geëxecuteerden vertelt.

Maar voor we bij de sprookjes zijn, gaan we eerst door tachtig minuten over moord, recht, en wat een mens drijft om de grens over te steken die de meesten van ons nooit eens zien.

Wat onderscheidt een psychopaat van een moordenaar ▶ 4:07

Vermassen begint met een onderscheid dat zijn hele beroepspraktijk doortrekt. Niet elke moordenaar is een psychopaat. Sterker, de meeste moordenaars zijn dat niet. Het zijn mensen die door omstandigheden, uitputting, ruzie of een opeenstapeling van onverwerkte spanning op één moment door het lint gaan. “De doodslag, dat is het ineens, daar is geen voorbedachtheid“, zegt hij. “Moord is voorbedachtheid: tussen het moment waarop ge beslist te doden en de uitvoering zit een tijdspanne. Ga ik naar de keuken om een mes te halen, dan is dat al voorbedachtheid. Negen op de tien gevallen is dat zo.“

“Diegene die beweert: 'Mij kan dat niet overkomen', die moet zeker voorzichtig zijn, want hij staat er dichtbij.“

Wat hem vooral fascineert na al die jaren, is dat de meeste passionele moordenaars in zijn praktijk een leven lang spijt hebben van wat ze deden. Mensen die in een situatie van uitputting en onverwerkte emoties terechtkwamen, en die op één moment ontploften. Tegen dat soort daders zit Vermassen vaak op de bank, niet als rechter, maar als pleiter die probeert te begrijpen hoe iemand daar in godsnaam terechtgekomen is.

De psychopaat die een bedrijf leidt versus de psychopaat in de cel ▶ 6:55

De echte psychopaat is een ander dier. Iemand met persoonlijkheidskenmerken die niet wegtrekken: extreem narcistisch, leeft voor zichzelf, gebruikt anderen als gebruiksvoorwerp. En precies dáár, zegt Vermassen, zit een ongemakkelijk feit dat zelden wordt uitgesproken. Een recente studie wees uit dat psychopathische trekken procentueel even vaak voorkomen bij CEO's van grote bedrijven als bij gevangenen.

Het verschil tussen de twee, zegt hij, is geen moreel verschil. Het is geluk en sluwheid.

“De ene is zo snugger en zo sluw, of heeft zoveel geluk, dat hij aan de goede kant van de maatschappij staat. Naar buiten toe is dat een succesvol man, omdat hij zo hard is, zo streng is, eigenlijk zo onmenselijk is. Maar economisch uitgedrukt: hij heeft up. Dus hij zit aan de goede kant.“

De andere, met dezelfde persoonlijkheid, niet snugger genoeg of in de verkeerde jeugd terechtgekomen, eindigt voor de rechter. “We bewonderen de eerste omdat hij het bedrijf zo goed laat marcheren. We zien de ellende niet van diegenen die voor hem werken en die er soms aan kapot gaan.“ Het is een uitspraak waar je heel even stil van wordt aan een tafel waar verder niets dan glas en hout staat.

Waarom kapitalisme psychopathische trekken kweekt ▶ 11:55

Vermassen heeft daar een heel hoofdstuk over geschreven in zijn boek Moordenaars en hun motieven, en hij noemt het op de podcast met dezelfde scherpte. We leven volgens hem in een psychopathisch geleide samenleving. Niet omdat de top uit psychopaten bestaat, maar omdat het systeem mensen aanmoedigt om zich psychopathische eigenschappen toe te eigenen.

“Ik en ik voor mij en de rest kan ontploffen. Als je die mentaliteit creëert en die ontwikkelt zich, dan krijg je in de maatschappij veel meer dergelijke mentaliteit, en gaan mensen veel meer op psychopaten gelijken aan hetzelfde tempo.“

Hij verbindt het aan twee bewegingen die hij elkaar ziet versterken. Het eerste is het kapitalisme dat is ontspoord, in zijn woorden. Voor parkeerplaatsen op straat moet er betaald worden, voor alles moet er betaald worden, niets is meer voor niks. Het tweede is de individualisering van de maatschappij. Iemand die nog wat geeft aan een bedelaar wordt voor gek versleten. “Het solidariteitsgevoel is voor een stuk weg, ook door de rijkdom. Hoe rijker mensen worden, hoe meer ze geneigd zijn van te denken: 'Ik kan het alleen, mijn buurman heb ik voor niks nodig'.“ En toch, zegt Vermassen, is het je buurman die voor je elektriciteit zorgt, voor je watervoorziening. Iedereen heeft een functie. Wie dat begint te vergeten en denkt dat hij alleen voortkan in de wereld, “die zit in een heel vies straatje“.

Het juridisch verschil tussen voorbedachtheid en doodslag ▶ 25:46

Voor wie het juridisch wil zuiveren: Vermassen ontleedt het voor de hosts. Voorbedachte rade vereist tijd. De afstand tussen kamer en keuken volstaat al, het mes pakken telt mee, het beslissingsmoment moet er zijn. Doodslag is het ontploffen zelf, zonder tussenstap, vaak na woorden die mensen al uren of weken hebben opgekropt.

“Het overgrote deel van partner-moorden ontstaat door woorden. Eén van mijn raadgevingen, ook in mijn eerste boekje: als ge ruzie hebt en op een bepaald moment beseft dat ge meer en meer gevaarlijk bezig zijt, blokt het af. Want het evolueert.“

Iedereen moet leren om met ruzie om te gaan, blijft hij herhalen, en alle visies hebben hun plek, “maar ge moet het op tijd afblokken“. Hij ziet het keer op keer in dossiers: woorden die uit elkaar kunnen halen wat niet meer te lijmen is. De jaloezie of de wraak van een verliefde. Het wapen dat per ongeluk binnen handbereik lag.

"Pleit dat ik schuldig ben, maar redelijk verklaarbaar" ▶ 16:04

Eén van de meest verrassende passages van het gesprek gaat over de ethiek van zijn beroep. Wat doe je als de cliënt ontkent, maar je weet zeker dat hij liegt? Vermassen vertelt het verhaal van een jonge man die was beschuldigd van een zedendelict op een minderjarige. De man bleef ontkennen, totdat zijn advocaat hem stap voor stap meenam in waarom dat ontkennen hem net schade ging doen.

“Geef mij de toelating om te pleiten dat ge schuldig zijt, maar dat ik aan de rechter kan uitleggen waarom hij u dan toch omwille van persoonlijke omstandigheden tevreden kan zijn.“

Het werkte. De rechter, niet meer geconfronteerd met een man die volhardde in zijn ontkenning, kon de boosheid laten zakken en oordelen op de feiten en de context. Vermassen veralgemeent het tot een principe. “Ik verbrand een carrière niet door te liegen. Een advocaat moet altijd dezelfde rechter weer kunnen ontmoeten, soms drie keer per jaar. Wie liegt of een rechter belazert, gaat na drie keer in dat circuit gewoon onderdoor.“

De chanteur, de seksfoto's en artikel 71 ▶ 20:17

Eén concrete zaak springt eruit. Een oudere man, alleen, werd dood gevonden. Het lichaam vertoonde geen tekenen van roof: zijn portefeuille lag naast hem, met het geld er nog gewoon in. Het parket sprak van een roofmoord, maar Vermassen rook iets anders. Bij doorvragen bekent zijn cliënt: hij had zich als jongeman laten verleiden tot betaalde seks in een hoerenkot in Brazilië, en de man die nu dood was, had hem daar al jaren mee gechanteerd. Foto's, opnames, dreigementen. De cliënt stond op het punt te trouwen, kreeg het bericht dat de chanteur de beelden naar zijn verloofde zou sturen, en sloeg toe.

Vermassen pleitte het naar artikel 71, het oude artikel over onweerstaanbare dwang. Vrijspraak. Het was geen moord, ook geen doodslag in de klassieke zin: het was iemand die zijn hele bestaan in puin zag vallen door één man die er financieel voordeel uit haalde, en die niet meer kon weerstaan. “Het was een interessant artikel om er ooit nog eens dieper op in te gaan“, glimlacht hij. Vandaag durft niemand het meer uitspreken, maar in zijn praktijk zat het achter meerdere zaken die hij won.

Twintig jaar versus zes jaar: dezelfde feiten, andere rechters ▶ 30:16

Een tweede zaak die hij oprakelt is het bewijs van waarom hij zo fel voor het assisenhof is. Een vrouw, jarenlang door haar partner mishandeld en geterroriseerd, brengt hem op een dag tijdens een seksueel rollenspel met handboeien om het leven. Eerste aanleg, drie beroepsrechters. Twintig jaar.

In beroep, voor het assisenhof met een burgerjury, voert Vermassen exact dezelfde feiten op. De jury hoort de getuigen. Ze hoort over de mishandelingen die jaren teruggaan. Ze ziet hoe de overleden man zijn brutaliteit en vulgariteit ten toon spreidde tot ver buiten de slaapkamer. De getuigen vertellen over de vondst van een seksspeeltje op het dak van de garage, op de motorhuis, met ruitenwissers die op en neer gingen.

“Vond een resultaat is dat op de duur de jury moet vaststellen: dat is toch wel niet.“

Zes jaar in beroep. Een verschil van veertien jaar in straf. Hetzelfde dossier. Voor Vermassen is dat niet een argument tegen rechters, maar een argument voor de combinatie van drie beroepsrechters en twaalf burgers. De ene zet de juridische kaders. De andere brengt de levenservaring binnen die nodig is om een dossier in zijn ware kleur te zien.

Waarom het assisenhof niet mag verdwijnen ▶ 37:24

De reden, zegt Vermassen, is geen romantiek. Het is wijsheid. Onderschat de doorsnee burger niet. Hij geeft een voorbeeld uit zijn eigen praktijk. Een cliënt die volledig depressief was, kwam voor drie beroepsrechters. Die hielden geen rekening met die diagnose, want ze hadden het nooit van dichtbij meegemaakt of niet op een manier die hen raakte. Diezelfde zaak voor een assisenjury: meerdere juryleden bleken zelf depressie gehad te hebben, of een kind, of een partner. Ze stonden er meteen anders in.

“De levenservaring van burgers is heel belangrijk. En de juridische, minder grote kennis wordt opgevangen door de drie beroepsrechters die mee oordelen.“

Voor wie hem wil overtuigen dat het systeem te traag of te duur is, heeft hij hetzelfde antwoord als bij de chantage-zaak. Het hangt ervan af wat je met justitie wil bereiken. “Een correctioneel proces, dat zijn twee uur. Het is afgehaspeld, je hebt geen genuanceerd beeld. Een assisenproces duurt een week of twee. Je hebt twintig getuigen, soms meer. Daar komen dingen naar boven die anders nooit geweten waren.“ En hij voegt eraan toe: dat zijn dingen die in een moordzaak essentieel kunnen zijn.

Hoe één minister assisen bijna afschafte ▶ 29:48

In de jaren waarin minister Geens justitie onder zich had, werd het hof van assisen volledig uitgehold. Wat normaal voor de jury kwam, werd verschoven naar drie beroepsrechters. “Op de duur kwamen we om negen uur op een rechtbank toe om voor moord te pleiten, en om half elf was het al gedaan. Het was echt wel demonteerwerk.“ Twee jaar lang viel er bijna geen jury samen. Tot het Grondwettelijk Hof zich erover boog.

“Het Grondwettelijk Hof heeft vrij letterlijk gezegd: wat de minister gedaan heeft, is ongrondwettelijk. Normaliter had hij dan zijn job kwijt moeten zijn. Hij is daaraan ontsnapt, ja, hij is politicus.“

Het Hof draaide de hervorming terug. Maar in die twee jaar waren er talloze uitspraken gevallen die anders waren uitgevallen, allemaal naar zwaarder. Voor wie al verwezen was naar assisen, gold de oude procedure. Wie net erna was opgepakt, kwam in het uitgeholde systeem terecht. Voor Vermassen blijft dat een van de meest pijnlijke episodes uit zijn carrière. Niet omdat hij geen vertrouwen heeft in beroepsrechters, maar omdat hij weet wat het verschil tussen twee en zes weken procesvoering doet voor de waarheidsvinding.

Eén moord om de twee en een halve dag ▶ 38:54

Vermassen heeft zeventien jaar lang de moordstatistieken voor Vlaanderen en Brussel zelf samengelegd. De officiële cijfers van justitie waren vertekend, omdat een dader die zelfmoord pleegt na zijn daad uit de statistieken valt: zijn dossier wordt gesloten zonder veroordeling. En één op de tien partnerdoders pleegt zelfmoord direct na de feiten. Wie alleen op het officiële cijfer vertrouwt, ziet dus structureel een tiende minder dan wat er echt gebeurt.

“Wij zitten gemiddeld vrij goed. Het is om de twee en een halve dag dat iemand gedood wordt.“

Het zijn er ongeveer honderdveertig per jaar. En negen op de tien zijn doodslagen, dus geen voorbedachte rade, maar woorden die ontsporen, weken die ontploffen, een mes dat te dichtbij ligt op het verkeerde moment. Het beeld dat de media schetst van de georganiseerde voorbedachte moord, klopt zelden met wat hij in zijn dossiers ziet.

Zeven jaar onschuldig in een Belgische cel ▶ 41:37

Eén zaak achtervolgt hem nog steeds. Een vrouw waarvan hij overtuigd is dat ze totaal onschuldig was. Een jury van zeven vrouwen en vijf mannen oordeelde haar schuldig in een dossier waar zij volgens Vermassen vrijwel zeker was opgezet. Twintig jaar werd zes jaar bij voordeel van de twijfel.

Pas na zeven jaar gevangenisstraf vond hij genoeg argumenten om haar vrij te krijgen. Hij toonde aan, op basis van het dossier én van wat de directie van de gevangenis en de hoofdcipier zelf vertelden over haar gedrag in detentie, dat haar schuld onredelijk verworpen was.

“Ik wil zeggen: ze heeft zeven jaar vastgezeten voor iets dat ze niet gedaan heeft.“

Compensatie? Geen. In België blijft een veroordeling bestaan: enkel de strafuitvoering kan herzien worden. Een klacht wegens valsheid kreeg hij niet rond, “want niemand wou getuigen tegen die mensen“. Vermassen zegt het zonder bitterheid maar met de stilte erin van iemand die deze zaak nog regelmatig bezoekt in haar nieuwe leven, jaren later.

DNA en de revolutie die het verleden openbreekt ▶ 44:00

In Amerika is het al een hele bedrijfstak. Innocence-projecten waarin professoren met studenten oude veroordelingen tegen het licht houden, en met DNA-onderzoek mensen die soms decennia onschuldig vastzaten weer vrij krijgen. In België is die structuur er niet, maar het instrument heeft Vermassen wel zien werken in zijn eigen zaken. “DNA is een revolutie in de strafrechtspleging. Door dat instrument worden mensen herzien die anders nooit een zicht meer hadden op vrijspraak. Het kan die persoon niet geweest zijn, en zet hem vrij.“

Het opent een nieuwe vraag voor het Belgische rechtssysteem, vindt hij. Want als DNA mensen na twintig jaar uit de cel kan halen, hoe zit het dan met de zaken waarin nooit DNA-materiaal werd onderzocht? En met landen waar racisme zo verweven zit met de politie en de jury dat onschuldige zwarte verdachten systematisch zwaarder worden veroordeeld? “In een land als Amerika is dat niet alleen technisch werk. Daar is dat een gevecht tegen wat structureel is misgegaan.“

Bewaking voor de kleinkinderen ▶ 47:52

De prijs van zijn werk is concreet. Bij sommige zaken is hij bedreigd, en zijn gezin samen met hem. Zijn vrouw kreeg bewaking. Zijn kinderen ook. Zijn kleinkinderen werden naar de speelplaats gebracht onder begeleiding van mensen in burger.

“Het is dus een enigszins een rare situatie als je daar middenin zit, maar we zijn er vrij licht uitgekomen. Ik heb hier overal camera's, op mijn kantoor en op mijn privéwoning. Het is volledig bewaakt.“

Hij verwijst naar Nederland, waar de advocate Derk Wiersum werd vermoord en de misdaadjournalist Peter R. de Vries doodgeschoten werd terwijl hij optrad voor een kroongetuige. Zo'n moorden, zegt Vermassen, doen iets aan een rechtsstaat dat niet meer terug te draaien is. “Als dat begint, dan zijn we minder goed bezig. Want het gaat dan iets creëren waarbij niemand nog iets durft te doen uit schrik. Dat is terrorisme.“ Hij gebruikt het woord met opzet. Wie probeert te beïnvloeden welke advocaten welke cliënten verdedigen, of welke journalisten welke verhalen schrijven, valt rechtstreeks de fundamenten van de rechtsstaat aan. En die houdt zichzelf alleen overeind als die fundamenten gerespecteerd worden.

Honderd redenen tegen de doodstraf ▶ 52:13

Wie Jef Vermassen vraagt of hij in de doodstraf gelooft, krijgt geen kort antwoord. Hij heeft er, zegt hij zelf, honderden redenen tegen, en geen enkele voor.

“Een straf moet u helpen om het in de toekomst beter te doen. Maar de doodstraf doet aan diegene wat door hetzelfde wordt verweten. Geef hem levenslang in een cel, dan heb je nog het verschil. Je geeft hem ook nog de kans om beter te worden.“

Hij vertelt over de zaak in Amerika van een vrouw die in de gevangenis volledig was getransformeerd: ze hielp medegedetineerden, organiseerde studie, was uitgegroeid tot iemand wiens cel een plek werd waar mensen rust vonden. Na decennia werd ze toch geëxecuteerd. “Iemand die zoveel mensen in de gevangenis beter maakt en dan toch dood: in mijn ogen mag het niet.“ Daarbovenop is er het probleem van de onomkeerbaarheid. DNA-revolutie, herzieningen, de zeven jaar onschuldige vrouw uit eigen praktijk: hoe kun je die gevallen ooit nog rechtzetten als de straf al uitgevoerd is? Hij verwijst ook naar onderzoek dat aantoont dat de doodstraf niet werkt als afschrikking. In Amerika, waar moord en wapen elkaar voeden, zijn de cijfers het bewijs van zijn ongelijk gestelde tegenstander.

De dokteres en de man bij Leuven Centraal ▶ 52:56

Eén verhaal blijft hangen. Een dokteres in opleiding, doet stage in een ziekenhuis in Leuven. Een uitgeprocedeerde vreemdeling, mentaal ongezond, drugverslaafd, gaat van ziekenhuis naar ziekenhuis op zoek naar opnames. Bij haar wordt het persoonlijk: hij komt terug, en bij de derde keer breekt het misgaan los. Hij gaat met een mes op haar af, zij overleeft het ternauwernood. Hij komt in Leuven Centraal terecht. Daar fabriceert hij een nieuw mes, gijzelt een vrouwelijke bewaakster, en wordt door een politiescherpschutter doodgeschoten.

“Inderdaad, zij start weer op. De schrik is weg.“

Vermassen vertelt het zonder oordeel, maar met de scherpte van iemand die het juridisch gewicht ervan kent. Het was niet de bedoeling van een rechtssysteem dat een uitgeprocedeerde vreemdeling die meerdere moordpogingen pleegde, eindigt met een dodelijke politie-operatie. Maar voor het slachtoffer was het de enige weg uit een leven onder bewaking. Hij verdedigt vandaag nog steeds een vrouw die op haar leven werd gestaan door een ex-partner die buiten zou kunnen komen. “Ik moet iedere keer pleiten voor de uitvoeringsrechtbank om te zeggen: meneer mag niet vrij. Want hij gaat haar dood maken.“ Het is, zegt hij, een soort eindeloze advocacy waar geen jury, geen vonnis, geen straf bij hoort. Alleen het beschermen van een mens die anders niet zou overleven.

Corona, vrijheid, en het verschil tussen Brussel en Washington ▶ 1:08:02

De boys gooien er nog een actuele vraag tegenaan. Hoe kijkt een strafpleiter naar de overheidsbeslissingen tijdens de coronaperiode? Vermassen weegt zijn antwoord. Hij heeft kritische bedenkingen op de inperkingen van vrijheden, op de mondmaskerplicht, op het isoleren van kinderen tijdens kampen. Tegelijk geeft hij toe dat de politiek voor onmogelijke beslissingen stond.

“Wat is vrijheid? Vrijheid is dat het goed is voor iedereen. Wat hij draagt en mij kan zich dat permitteren, allemaal even tokens en omgeving.“

Hij verwijst naar Donald Trump als anti-voorbeeld: een leider die uit naam van vrijheid de kennis van zijn experts wegduwde en daarmee bijdroeg aan de massagraven die de wereld op tv te zien kreeg. “Maar dat moet erg bewust geweest zijn, met politieke bedoelingen. Terwijl ik bij ons het gevoel had dat de politici op zoek waren naar goede oplossingen, niet kwaadaardig, maar fouten begaan hebben.“ Zijn nuance is typisch voor hem: weten dat de boog niet altijd recht is, maar er ook niet meteen een complot in zien.

De grondwet als het laatste vangnet ▶ 1:06:03

Het is geen toeval, zegt Vermassen, dat het hof van assisen alleen overeind staat omdat het in de grondwet is verankerd. Een gewone wet had het laten verdwijnen, omdat hervormingen in dit land vaak met een gewone meerderheid passeren. Maar voor de grondwet zijn twee derden van beide taalgroepen nodig. “En daar dank ik God voor.“

Hij hekelt het narratief van Vlaamse intellectuelen die het assisenhof willen afschaffen omdat de jury, in hun woorden, “uit gepensioneerden en huisvrouwen bestaat“. Voor Vermassen zijn dat twee beledigingen op één keer: aan de gepensioneerde die niet meer wijs zou zijn om over een ander te oordelen, en aan de vrouw die niet competent zou zijn om recht te spreken. Het is, zegt hij, geen juridisch argument. Het is een vooroordeel.

Drie boeken die nog op de planken moeten ▶ 1:16:22

Tegen het einde van het gesprek, wanneer de glazen leeg zijn en de hosts hem hartelijk bedanken, vertelt Vermassen wat er nog ligt te wachten. Een sprookjesboek voor de kleinkinderen, met tekeningen van zijn jongste dochter. Een nieuw boek over seriemoordenaars, omdat hij ze van dichtbij heeft gekend en wil uitleggen hoe ze functioneren tot achter de retoriek. Een derde boek waarin hij zijn visie op justitie scherper neerzet dan in Moordenaars en hun motieven uit 2010, dat ondertussen tienduizend exemplaren heeft verkocht en in het Frans werd vertaald.

“Ik vind dat ik te weinig vandaag de dag mensen heb die over moord en onschuldigen schrijven. Dat wil ik dan uitwerken. Het is mijn manier om een steentje bij te dragen vanuit mijn job.“

Wat hem drijft is helder. Niet de jacht op een volgende vrijspraak, niet de roem van de naam Vermassen op een uithangbord. Het is de overtuiging dat justitie alleen werkt als er mensen blijven uitleggen hoe het systeem in elkaar steekt, waarom de jury onmisbaar is, waarom de doodstraf geen straf is. Wie zijn boek leest, zegt hij, leert dat moord meestal geen koele berekening is, maar een ontsporing van iets veel menselijkers: woorden die niet werden afgeblokt, jeugd die niet verwerkt werd, een systeem dat psychopathische trekken niet bestraft maar beloont in raadszalen ver buiten de gevangenis.

Aan het einde van het gesprek staat hij langzaam op. Buiten in Brasschaat valt al schemering. Achter de tafel blijven de drie hosts even zitten, in stilte. Niet omdat ze geen vragen meer hebben. Maar omdat de man die net vertrok, in tachtig minuten een land heeft beschreven waar één moord per twee en een halve dag valt, waar zeven jaar onschuldige cel wordt opgevangen door een advocaat met de hardnekkigheid van een terriër, en waar een burgerjury het verschil maakt tussen veertien jaar straf in beroep en eerste aanleg. Een land dat we allemaal kennen, maar dat we, zonder mensen als Vermassen, ook nooit echt zouden zien. Dat is wat dialoog op zijn best doet: het zichtbaar maken wat anders gewoon zou doorgaan in stilte. En dat is wat Discours bedoelt met degelijkheid.