Kurt Leuridan (Tokai Optecs) over cultureel wantrouwen: "In Vlaanderen ben je als ondernemer niet meer welkom"

Aan tafel bij Discours in het Peerdsbos in Brasschaat, na een rit die de Belgische wegeninfrastructuur weer eens op de proef stelde, zit Kurt Leuridan met een chingetje Omerta, een gezoete rum. Leuridan is CEO van Tokai Optecs, de enige brilglasfabrikant van België, en voorzitter van het investeringscomite van de Belgisch-Japanse Kamer van Koophandel. Het wordt een uitgesproken gesprek over een land dat zijn ondernemers stilaan is beginnen wantrouwen, en het opent met een waarschuwing die pas op het einde helemaal landt.

“Concurrentie is mondiaal, vergeet dat niet. En onderwijs in andere landen staat stilaan op een hoger niveau. Dat is de enige natuurlijke rijkdom die we hebben, de hersenen van onze jongeren. En dan gaan we van dat onderwijs een pretklas maken.“

Anderhalve bril per dag tegenover 730 per uur ▶ 2:17

Weinigen kennen Tokai Optecs, en toch is het een wereldspeler. Leuridan kocht het Belgische deel in 2004 in, toen goed voor een dertigtal medewerkers, vandaag zijn het er in zijn stuk 185. Het is een Belgisch-Japanse joint venture, en om de schaal te vatten geeft hij een treffend cijfer.

“Een gemiddelde opticien in Vlaanderen verkoopt anderhalve bril per dag. Wij verkopen er 730 per uur. Wij zijn zeker niet de grootste, maar wij zijn wel de kleinste van de grootste.“

Op wereldvlak is Tokai nummer negen. Leuridan en zijn Japanse vennoot hebben de wereld in twee verdeeld: hij doet Europa, het Midden-Oosten en Afrika, de vennoot Azië en de Amerika's. De productie zit in België, met eigen kantoren in het Verenigd Koninkrijk, Spanje, Italië en de Verenigde Arabische Emiraten, waar sinds ruim een jaar ook een fabriek staat.

Waarom een brilglas op een autoband lijkt ▶ 4:35

Tokai heeft een eigen merk, maar investeert nul euro in bekendheid bij de eindklant. Leuridan legt uit waarom met een vergelijking die blijft hangen.

“Je moet brilglazen vergelijken met autobanden. Niemand staat op om te zeggen: ik ga eens een nieuwe bril kopen. Mensen kopen een montuur om twee glazen vast te houden, en spenderen daar gemiddeld 45 minuten aan. En dan vertrouwen ze erop dat er glazen in komen waar ze door kunnen zien.“

Net als bij autobanden kent niemand het merk dat erop zit, want de beslisser is de opticien. Daar richt Tokai zich op.

Overleven op de duurste plekken ter wereld ▶ 6:54

Is er veel verschil in brilglazen? Leuridan bekent dat hij bijna verplicht is nee te zeggen, precies omdat de host ja verwacht. Er is wel degelijk veel verschil, maar in een markt als België is dat verschil verschoven.

“Met low quality brilglazen kan je hier gewoon niet meer overleven, omdat de opticiens zo geschoold zijn en de consumenten zo veeleisend.“

Tokai produceert in België, de Emiraten en Japan, drie van de duurste plaatsen ter wereld. Dat kan alleen werken door uniekheid.

“Wij hebben het geluk dat wij sommige producten ook aan onze concurrenten leveren, omdat die volumes voor hen te klein zijn om zelf te ontwikkelen en te produceren.“

Het glas dat pas bij de opticien op maat wordt ▶ 7:40

Hoe komt een brilglas tot stand? Het begint bij een semifinished blokje kunststof, dat in Japan wordt gemaakt en naar België geshipt. Daar wordt de sterkte ingeslepen op basis van de data die de opticien doorstuurt: de dioptrie, de pupilafstand, de hoogte in het montuur. Voor multifocale glazen, ver en nabij in een glas, is dat per definitie maatwerk.

“52 procent van de wereldbevolking heeft een zichtcorrectie nodig. 48 procent doet het ook. En die 4 procent die het niet doet, zit in landen waar mensen zich dat niet kunnen veroorloven, of ze ontkennen het.“

Zelfs de vorm van het montuur wordt elektronisch afgetast en meegeleverd, zodat het glas exact op maat wordt geslepen. Een van de hosts is oprecht verbaasd dat het zo een op een gebeurt in plaats van uit voorraad.

De bril met een knopje: een IMEC-spin-off ▶ 10:47

De innovatie stopt daar niet. Tokai heeft samen met IMEC een spin-off, Morrow, waar een bril wordt ontwikkeld waarvan de correctie elektronisch verstelbaar is.

“Je duwt op een knopje en de correctie in je glas wijzigt rechtstreeks. Het zijn een soort LCD-kristallen.“

Leuridan ziet daar een toekomst in voor VR en AR, en voor de online verkoop, omdat mensen hun correctie thuis zouden kunnen fijnstellen. De brilglasindustrie blijkt technologisch veel dieper dan de consument vermoedt.

"Ondernemers worden een ras apart" ▶ 12:18

Dan verschuift het gesprek naar de kern: hoe is het om te ondernemen vanuit Vlaanderen? Leuridan is uitgesproken kritisch.

“Ik denk dat wij op een punt gekomen zijn in België waar ondernemers een beetje een ras apart worden. Het wordt een beetje zoals auto's: die zijn ook niet meer geliefd, alleen nog om te taxeren.“

Hij ziet jongeren die willen ondernemen en die moedeloos worden zodra ze eraan beginnen. En hij voelt zich soms een roepende in de woestijn, zeker als het over productie gaat.

“We krijgen een laag van de bevolking die zo ver afstaat van economie, en dan nog verder van ondernemerschap, dat het soms eenzaam vertoeven is.“

Nul nieuwe Japanse fabrieken in Vlaanderen ▶ 13:38

Als voorzitter van het investeringscomite van de Belgisch-Japanse Kamer van Koophandel heeft Leuridan een scherp zicht op wat buitenlandse investeerders doen. Zijn vaststelling is ontnuchterend.

“De enige nieuwe Japanse investeringen die we gehad hebben, zijn overnames. Een nieuw filiaal van een Japans bedrijf in Vlaanderen heb ik niet meegemaakt. Die mensen trekken liever naar Nederland of Duitsland.“

De sense of urgency, zegt hij, gaat volledig voorbij aan België en Vlaanderen.

Het is niet de loonkost, het is de neushoorn ▶ 14:37

Wat is dan de reden? Leuridan waarschuwt dat mensen te snel naar de loonkost wijzen. Die is een probleem, maar niet het enige.

“Als je iemand een contract aanbiedt, kun je beter een neushoorn adopteren, die is minder beschermd. De uitgang is zo dicht getimmerd met onze sociale wetgeving dat een ondernemer niemand meer aanwerft.“

Daar komen het energievraagstuk en de gelaagdheid van bevoegdheden bij: regels in Vlaanderen, Wallonië en Brussel, waar een buitenlander niet meer aan uit kan. Hij vecht al jaren voor een werkbare single permit, en illustreert de absurditeit met een concreet geval.

“Als een Japanner komt en zijn vrouw en kind meebrengt, moet die vrouw verplicht een integratiecursus volgen en een niveau Nederlands halen. Die mensen weten voor ze toekomen dat ze binnen drie jaar weer weg zijn. Dan zeggen ze: laat ons maar naar Dusseldorf of Rotterdam gaan.“

In de Emiraten is een ondernemer nog welkom ▶ 16:29

Leuridan legt de vinger op een reflex: als de kosten hoog zijn, gooien we er subsidies tegenaan in plaats van te hervormen. Zijn eigen fabriek in de Verenigde Arabische Emiraten dient als contrast, met de nodige nuance over de regio.

“Dat is nu misschien niet het beste voorbeeld, met dat ze daar op elkaar aan het schieten zijn. Maar daar is een ondernemer echt welkom. In Vlaanderen ben je niet meer welkom.“

Hij wuift het cliche van de rechteloze golfstaat weg: er zijn wel degelijk sociale regels, en netto verdienen de mensen die er voor Tokai werken evenveel als de Belgen, alleen kosten ze de helft. De echte reden voor de fabriek was dichter bij de klant zitten, in een periode waarin een loonindexatie van ruim 12 procent de deur dichtdeed.

De uitvinding van de "sociaal ondernemer" ▶ 18:51

Wat kan Vlaanderen leren van elders? Leuridan diagnosticeert een fundamenteel probleem van West-Europa: te veel mensen hebben werk dankzij iemand die onderneemt, maar staan zo ver van de economie dat ze vinden dat zij zelf ondernemen. Hij hekelt hoe het woord is opgerekt.

“Iemand die met een vzw en subsidies iets doet, noemen we dan een sociaal ondernemer. Maar voor mij is een ondernemer iemand die risico neemt. Als je geen risico neemt, ben je geen ondernemer.“

Hij verwijst naar een uitspraak die aan Blaise Pascal wordt toegeschreven, over het herdefinieren van woorden.

“Als je mensen anders wilt doen denken, verander dan het vocabulaire. En dat is wat we aan het doen zijn.“

"De enige rendabele KMO's zijn de politieke partijen" ▶ 20:43

De connotatie van de ondernemer als vuile kapitalist die aan het zwembad ligt, stoort Leuridan zichtbaar. Hij draait de logica om.

“Als ondernemers, mensen die initiatief en risico nemen, allemaal rijk worden, waarom hebben we er dan zo weinig? De grote lonen zitten vandaag niet bij de CEO's, die zitten bij de ambtenarij en bij veel instituties. En als je over de pensioenen praat, zeker.“

Zijn scherpste formulering bewaart hij voor de politiek.

“De enige echt rendabele KMO's waar de CEO veel geld verdient, zijn de politieke partijen. KMO's met veel vastgoed, veel inkomsten, veel geld op de bank, en een goed vooruitzicht op een deftig pensioen.“

Droogzwemmers en angsthazen ▶ 21:19

Op de nieuwjaarsreceptie van zowel PMV als Voka kwam onafhankelijk dezelfde diagnose naar boven: Vlaanderen mist ondernemerscultuur. Leuridan deelt ze, en verbindt ze aan een gebrek aan durf. Hij haalt de CEO van Destiny, Daan De Wever, aan, die stelt dat Vlaamse ondernemers niet groeien omdat ze niet ver genoeg denken. En hij leent een woord van econoom Geert Noels.

“We hebben veel te veel droogzwemmers. Als de zee wegtrekt, zie je dat die mensen geen broek aanhebben.“

Cultuur speelt een hoofdrol, meent hij, want we zijn een volkje van angsthazen en jaloerse mensen.

“De ondernemer die succesvol is, die gaan we met pek en veren beladen, of liefst nog met belastingen. Er is wel jeugd die wil ondernemen, maar de banken maken het moeilijk, de ouders raden het af, en als ze dan toch de sprong maken, smijten we een wetboek tegen hun hoofd.“

Waarom een bedrijf geen eiland is ▶ 23:47

Leuridan is uitgesproken kritisch over private equity, niet uit principe tegen kapitaal, maar tegen een bepaalde houding.

“Private equity ziet een bedrijf als een middel, waar een bedrijf een doel moet zijn. Een bedrijf staat niet op een eiland. Het heeft een verantwoording af te leggen aan de overheid, aan de collega's, aan de stad waarin het functioneert en aan de samenleving in zijn geheel.“

Het verdienmodel dat hij verafschuwt, schetst hij ongezouten.

“Een familiale KMO kopen, de ziel eruit snijden, de helft van de mensen buitengooien, een product in China kopen en het bedrijf terug verkopen. En dan worden vandaag ook goeddraaiende bedrijven op die manier leeggehaald.“

De reflex om naar de overheid te kijken ▶ 26:51

Hoe stimuleer je dan wel ondernemerschap? Leuridan begint bij een zelfkritische spiegel, ook voor ondernemers zelf.

“We moeten af van de reflex dat we, zodra een probleem zich stelt, naar de overheid kijken. De subsidiecultuur, de fiscaliteit. En eens we dat geïncarneerd hebben, moeten we ook tegen de overheid durven zeggen: laat ons gerust, laat ons ondernemen.“

Het probleem van de regelgeving is voor hem structureel en Europees.

“Politici, hoe minder ze te zeggen hebben, hoe meer regels ze maken op het niveau waar ze nog iets te zeggen hebben. Maar als elke politicus op elk niveau dat doet, dan word je gewoon gewurgd.“

Von der Leyen en de brug te ver ▶ 28:23

Europa is voor Leuridan een goede zaak, al was het maar om de lange vrede. Maar het doel is volgens hem ver voorbijgeschoten, en hij is scherp over het leiderschap.

“We betalen nu de prijs van een periode, vijftien, twintig jaar geleden, dat we onze afgedankte politici naar Europa stuurden. Von der Leyen haar trackrecord in Duitsland was bar slecht, en nu is dat de grote baas van Europa.“

Waar hij het over mind controlling heeft, wordt hij concreet.

“Als je ziet wat er met chat control gebeurt, dat is een brug te ver. De digitale euro is een brug te ver. En de draak van GDPR-regelgeving die ze gebaard hebben, dat is ver voorbij het doel van vrede bewaren en welvaart creëren.“

Drie fabrieken, en de laatste van België ▶ 30:40

Tokai verkoopt over de hele wereld, met drie fabrieken: België, de Verenigde Arabische Emiraten en Japan. Dat de Belgische er nog is, is verre van vanzelfsprekend.

“Toen ik in 2004 startte, waren er drie brilglasfabrikanten in België. Wij zijn de enige die overgebleven is. In Frankrijk waren er een stuk of acht, vandaag nog twee.“

De rest is naar Vietnam, Thailand of China getrokken. Overleven deed Tokai met een kwaliteitsproduct: dunnere en lichtere glazen, wat zit in de slijptechnieken en de brekingsindex van het halffabrikaat, plus voortdurende innovatie in de coatings, van blauw licht en UV tot krasvastheid en vuilafstoting.

Discipline, ook wanneer niemand kijkt ▶ 33:00

De Japanse cultuur fascineert Leuridan, en hij verwijst naar een eerdere Discours-gast, professor Dimitri Vanoverbeke van de universiteit van Tokyo. Het verschil met de westerse manier van werken is groot.

“Tegen dat er een beslissing is, duurt het veel langer en is ze veel meer doorgesproken. Maar eens de beslissing gevallen is, hou je je eraan. Discipline is iets doen ook wanneer niemand kijkt. Japanners hebben discipline in hun besluitvorming, maar ook in de uitvoering ervan, iets wat wij een beetje aan het verliezen zijn.“

De cultuur is sterk hiërarchisch, bedrijfsfeesten zijn er bijna een militaire aangelegenheid. Toch is het vertrouwen met zijn Japanse vennoot totaal.

“Ik moet nooit bang zijn dat hij mij een mes in de rug steekt. Dat zal niet gebeuren. Maar tegen dat die relatie er is, zijn er wel een aantal jaren voorbijgegaan.“

De trots die wij verloren en Japan behield ▶ 36:23

Japan ondernemen is vriendelijker dan België qua arbeidskost en energie, al blijft het een bureaucratisch land. Wat Leuridan vooral opvalt, is een cultureel verschil dat hij ons ontzegt ziet.

“Een Japanner kan je veel sneller de geschiedenis van Toyota vertellen. Daar is men nog heel fier op zijn industriële conglomeraten, wat we vandaag in België niet meer hebben.“

Trots is bij ons een negatief woord geworden, betreurt hij, en hij illustreert de omgekeerde reflex met een beeld.

“Als Romelu Lukaku een restaurant belt voor een tafel, gooien ze waarschijnlijk nog iemand buiten om hem plaats te geven. Als een Marokkaan belt, doen ze de prijs maal twee. En dat is hoe ons land naar ondernemers kijkt.“

"Alles wat goed is, moet van het buitenland komen" ▶ 39:08

Tokai heeft een eigen R&D-afdeling, in Japan een veertigtal mensen, met een aparte Thin Film-afdeling die intelligente coatings maakt, ook voor telefoons, Nintendo-toestellen en automotive. Wanneer een host veronderstelt dat de verfijnde technologie in Japan zit en België die overkoopt, corrigeert Leuridan hem met een glimlach en een diagnose.

“Dat is een typische Vlaamse denk: alles wat goed is, moet van het buitenland komen. En uw volgende vraag zal zijn wat ik wel en niet mag beslissen. Ook dat is een typische Vlaamse vraag.“

Hij is halfeigenaar, en toch gaat men ervan uit dat het hoofdkantoor in Japan hem overal toestemming voor geeft. Het is dezelfde reflex, zegt hij, als vragen of je vrouw wel een woning heeft in plaats van jij.

West-Europa als de echte uitzondering ▶ 40:41

De Japanse cultuur staat hard op haar grenzen, iets wat wij snel xenofoob zouden noemen. Leuridan draait het perspectief om.

“Ik ben in 53 landen geweest. Ik ken geen enkel stuk van de wereld zoals West-Europa waar het maar goed is als het van een buitenlander komt. Niet de Japanners zijn de uitzondering, West-Europa is de uitzondering.“

Het absurde ervan wordt tastbaar bij zijn eigen product.

“Ik heb al opticiens in Vlaanderen horen zeggen: ik kan bij u niet kopen, Kurt, want dan moet ik zoveel geld vragen voor glazen die in tien geproduceerd zijn. Terwijl iemand zegt: made in Marokko is beter, made in Japan is beter.“

IMEC, de parel met een blinde vlek ▶ 44:30

Leuridan is genuanceerd over IMEC: een parel, met veel slimme mensen, maar niet immuun voor kritiek. Hij citeert econoom Ivan Van de Cloot.

“We besteden zeer veel geld aan onderzoek, maar besteden we het juist? IMEC is een tijdje ook ziek geweest in het bedje dat wat uit het buitenland komt beter is. Dat is nu wel aan het wijzigen.“

Zijn ergernis zit in de reflex om de instelling boven de gewone ondernemer te plaatsen. Hij vertelt hoe Voka Vlaams-Brabant een bezoek aan Tokai afbelde om naar IMEC te gaan.

“De broodjeswinkel van Sonja neemt meer risico en betaalt meer belastingen dan de CEO van IMEC. En daar kijken we op neer. Daar moeten we toch een andere mindset gaan hebben.“

Wij maken de patenten en verkopen ze ▶ 46:06

De grootste kritiek, brengt een host in, is dat de fundamentele R&D van IMEC onvoldoende de weg vindt naar toepassingen binnen Europa. Leuridan beaamt het.

“Wij maken de patenten, maar verkopen ze aan Nvidia, Intel, AMD, en dan gebeurt de grote meerwaardecreatie buiten Europa.“

Toch legt hij de schuld niet alleen bij IMEC.

“Dat ligt ook aan ons. Omdat we in een land zitten waar we het niet stimuleren, waar we het te eng en te risicovol vinden.“

Zijn eigen spin-off met IMEC ontstond niet toevallig: onderzoekers vonden hem via Google omdat hij brilglazen in Tienen maakte. En de eer daarvoor legt hij nadrukkelijk bij hen.

“Dat is in eerste instantie de verdienste van die jonge mensen die tot bij mij gekomen zijn.“

Waarom kapitaal in Amerika wel te vinden is ▶ 49:05

Waarom hinkt de commercialisering van spin-offs achterop? Voor Leuridan ligt een deel van het antwoord bij het kapitaal.

“Als je in Amerika kapitaal zoekt, dan vind je het. In Europa is alles gefragmenteerd en geklusterd, en vaak eindigt een ondernemer dan bij een bank.“

Zijn eigen verhaal dateert van 2004, en hij is er eerlijk over dat het vandaag moeilijker zou zijn.

“Alle lof naar mijn echtgenote, naar de overlater die zelf krediet gaf, en naar KBC toen. Vandaag zou dat laatste zeer moeilijk zijn. Banken zijn risico-avers geworden, maar ook de Vlaming is risico-avers geworden.“

Het duwt jonge ondernemers richting private equity, met een prijs die ze niet altijd zien.

“Private equity heeft geen probleem om geld te vinden. Private equity heeft een probleem om jonge mensen te vinden die willen werken tot ze erbij neervallen.“

Realist zijn in plaats van tevreden ▶ 51:23

Leuridan weigert het geruststellende verhaal. Hij citeert een eerdere gast, ondernemer Roland Duchâtelet.

“We moeten niet positief zijn omdat we ons daar beter bij voelen. We moeten realist zijn, en het gaat niet goed. Iedereen zegt: je hebt toch niets te klagen. Nee, dat klopt, maar het kan wel beter. En ik vind ook dat jij het beter kan hebben.“

Als de huidige trend aanhoudt, waarschuwt hij, is onze economie binnen twintig, dertig jaar wereldwijd gezien minder competitief dan vandaag, en zeker dan gisteren.

Hoe je jonge mensen zachtjes wurgt ▶ 52:09

De rode draad wordt de generatie na hem. Leuridan gebruikt een hard woord, en onderbouwt het met twee alledaagse voorbeelden.

“We zijn op een rustige, zachte manier jonge mensen aan het wurgen in dit land.“

Het eerste is de eigen woning, ooit de klassieke ontsnapping naar welvaart.

“Mijn generatie kocht de krot en werd bij de Brico stinkend rijk de volgende tien jaar, met elk weekend werk en een schoonvader die kon helpen. Dat kan niet meer, dat mag niet meer.“

Het tweede is het rijbewijs, dat hij de vleugels van de jeugd noemt.

“Vroeger kon mijn oma gewoon een rijbewijs gaan afhalen. Vandaag moeten je ouders bijna de lotto winnen om je een rijschool te kunnen betalen. De manier waarop je je verplaatst, is een teken van rijkdom geworden.“

De hypocrisie van de klimaatprediker ▶ 54:25

Een host brengt tegenwicht: de duurdere auto is deels een symptoom van een cultuur die het niet-gebruiken van een wagen als moreel hoogstaander is gaan zien. Leuridan haakt er dankbaar op in met een anekdote die hij zelden vertelt, en bewust zonder naam.

“We hebben iemand op de podcast gehad die heel hard de kaart trekt dat een auto slecht is voor het milieu. En die werd wel degelijk door zijn relatief oude ouders met de auto tot bij ons afgezet.“

Het beeld dat hij eraan koppelt, is scherp.

“Er zijn mooie schilderijen uit de middeleeuwen van bisschoppen en kardinalen die soberheid verkondigen terwijl ze zelf een pauw en een tafel vol eten hebben. Dat zijn de mensen die tegen hun auto zijn en zich door hun ouders laten afzetten.“

De lat ligt niet lager voor Yousef ▶ 57:32

Het onderwijs is voor Leuridan een van de neergangen van West-Europa, en hier spreekt hij een gangbare verklaring expliciet tegen. Wanneer de anderstalige klas als oorzaak wordt genoemd, weigert hij dat discours.

“Er zijn een heleboel mensen in ons onderwijs die neerkijken op die anderstaligen. Die mensen kunnen dat wel. Als we de lat lager gaan zetten omdat hij niet Kurt heet maar Yousef, dan ligt dat aan die leerkracht. Het is toch niet omdat je Yousef heet dat je geen wiskunde zou kunnen.“

Zijn pleidooi is de lat hoog houden, en het onderscheid tussen gelijkheid en gelijkwaardigheid bewaken.

“In naam van gelijkheid, en niet gelijkwaardigheid, zijn we excellentie beginnen weren. We hebben de hoogste toppen gescheerd, en dat is fout. Je moet allebei doen: iedereen meenemen, maar ook wie het talent heeft de ruimte geven om te excelleren.“

Van educatie naar beleving ▶ 1:00:23

Leuridan ziet het onderwijs afdrijven van vorming naar iets anders. Hij verwijst naar een artikel over ons onderwijs, en naar de perverse prikkel erin.

“We zijn afgedreven naar een beleving en een mening-onderwijs. Maar voor je een mening kunt hebben, moet je een fundament hebben. En hoe meer richtingen je aanbiedt, hoe meer subsidies je binnenkrijgt, dus krijg je een wildgroei aan richtingen die nergens op eindigen.“

Leren omgaan met wat niet leuk is, hoort er volgens hem gewoon bij.

“Studeer wat je graag doet, hoor je dan. Maar je moet een fundament hebben. Leren omgaan met het feit dat iets niet leuk is en het toch moeten doen, dat is ook educatie, en een onderdeel van het leven.“

Athene was ook geen pretklas ▶ 1:02:54

Waarom excelleren leerlingen uit bepaalde culturen, Azië voorop, ook in ons onderwijs? Omdat de verwachting er helder is, meent Leuridan: je moet het goed doen, en je moet het kunnen. Hij plaatst er een klassiek beeld naast, en de vraag welke leerkracht je je herinnert.

“Niet de leukste leerkracht herinner je je, maar de beste. We kennen allemaal Athene en Sparta. Athene was ook goed, maar Athene was ook geen pretklas. Die mensen leerden ook iets.“

Geluk als staatsgodsdienst ▶ 1:03:39

De diepste laag van Leuridans kritiek is filosofisch. Onze hele cultuur, meent hij, is afgestemd op een enkel gebod: je moet gelukkig zijn. En dat geluk is losgeraakt van alles daarbuiten.

“Gelukkig zijn is een concept geworden dat enkel binnen jezelf past, volledig geïsoleerd van de maatschappij. Daardoor krijgt iedereen een soort van vergoddelijking binnen onze samenleving. Daar is de verlichting volledig doorgeslagen.“

Hij ziet het collectief in Azië soms te zwaar wegen, maar bij ons het individualisme te zwaar.

Iemand omwille van de anderen ▶ 1:04:25

De filosofische toer leidt naar wat Leuridan het christelijke fundament noemt dat West-Europa aan het kwijtraken is, en hij bedoelt dat niet religieus maar relationeel.

“Waar het christendom zich onderscheidt van alle andere religies, is dat je iemand bent omwille van de anderen. Dat is totaal niet individualistisch. Ik ben iemand omwille van jou.“

De parabel van de barmhartige Samaritaan gebruikt hij om te tonen wat we vergeten zijn.

“Iedereen kent dat verhaal, maar we vergeten dat het een handelaar was die de gewonde hielp, hem bij een herbergier afzette en terugkwam om die herbergier te betalen. Hij is daar niet gratis komen eten en slapen.“

Migratie is als water ▶ 1:05:55

Op dat fundament bouwt Leuridan zijn beeld van migratie, dat hij nadrukkelijk niet als een probleem van mensen ziet.

“Migratie is zoals water. We hebben water nodig, niemand is tegen water. Maar iedereen is tegen overstroming. En dat is hetzelfde water. West-Europa is helemaal niet racistisch, het is gewoon slecht gemanaged.“

Hij houdt de nuance strak vast: het individu kan perfect integreren, want overal willen mensen hetzelfde.

“In de landen waar ik geweest ben, willen die mensen veiligheid, rechtszekerheid en het beste voor hun gezin. Daar is geen enkel probleem mee, zelfs met een andere religie. Maar je kunt geen honderdduizenden per jaar integreren, en je mag dat ook niet van die mensen verlangen.“

Hij spreekt uit ervaring, want hij woont sinds 2003 in Wallonië.

“Ik voel mezelf nog altijd geen Waal, maar ik ben wel perfect geïntegreerd in mijn straat. Als heel mijn straat Vlamingen zijn, dan krijg je een Vlaamse straat in een Waalse gemeente, en dat de buren dat niet aanvaarden is niet meer dan normaal.“

De K die uit VKW verdween ▶ 1:11:18

Leuridan verwijst naar eerdere gasten, bisschop Johan Bonny en imam Khalid Benhaddou, en levert dan een voorbeeld van wat hij Vlaamse hypocrisie noemt.

“Wat vroeger VKW heette, Vlaams Katholieke Werkgevers, daar hebben ze de K uit gehaald en er Etion van gemaakt. Uit schaamte over de K. Maar de prijs van persoonlijkheid geven ze wel aan een imam. Als het exotisch is, is het voor een Vlaming sexy.“

Hij is voorstander van secularisering, maar met een belangrijke voorwaarde.

“Het probleem is: als je seculariseert en er komt niks in de plaats. Het katholieke individu was vroeger iemand omwille van God. Nu is er niks in de plaats gekomen, en die common ground is niet meer uitgesproken.“

Iedereen aan de bril ▶ 1:14:21

De slotvraag keert terug naar het glas: gaan we naar een wereld waarin iedereen een bril draagt, of net niet? Leuridan denkt het eerste, om twee redenen. De demografie, want vanaf je vijftigste heb je sowieso een correctie nodig. En de technologie.

“Ik ben ervan overtuigd dat het montuur een groot stuk van de gsm zal overnemen. Dan verdient Tokai daar misschien niks aan, en dan is dat zo. Ik ben niet zoals veel middenvelders die alles doen om te blijven bestaan.“

Google Glass probeerde het tien jaar geleden en mislukte, maar de technologie staat nu ver, met Ray-Ban en Meta als voorlopers.

“Binnen vijf a tien jaar zie ik dat elke bril een augmentatie is. En dan is de vraag: wil iedereen met een bril van Meta, Google en Microsoft rondlopen? Misschien is er dan een privacyvriendelijke Tokai.“

Wat blijft hangen ▶ 1:18:12

Wat na ruim vijfenzeventig minuten overblijft, is het portret van een ondernemer die de laatste brilglasfabriek van het land recht houdt op een van de duurste plekken ter wereld, en die precies daarom het recht meent te hebben om scherp te zijn. Zijn kritiek is nooit die van iemand die wil vertrekken. Ze is die van iemand die blijft, en die vindt dat een land dat zijn ondernemers, zijn onderwijs en zijn jongeren stilaan uitknijpt, daarmee zijn enige natuurlijke rijkdom verspilt.

De rode draad die de brilglazen met de politiek en het onderwijs verbindt, is een verloren gemeenschappelijkheid. Een bedrijf dat geen eiland is, een ondernemer die risico neemt, een leerling die de lat gelegd krijgt, een migrant die in een relatie tot zijn buren staat: telkens gaat het over de ander. En het is die relationele kern, meer dan om het even welke coating of subsidie, die Leuridan het land aanraadt terug te vinden. Precies het soort degelijkheid en dialoog waar Discours voor staat.