Peter Quaghebeur (Mediafin) over de vierde macht: "Ze stelen het, ze ratten het. Het zijn dieven"

Het is een warme dag in het Peerdsbos in Brasschaat, en aan tafel bij Discours zit een man die de Vlaamse mediawereld al bijna vijfendertig jaar van binnenuit ziet kantelen. Peter Quaghebeur is CEO van Mediafin, het huis achter De Tijd en L'Echo. Hij begon in 1991 bij Het Laatste Nieuws, toen nog uitgegeven door Hoste NV en later opgegaan in De Persgroep, werkte naar eigen zeggen twintig jaar voor DPG en ook voor VTM, en stapte in 2020 in volle coronacrisis binnen bij Mediafin. Het gesprek begint bij een vaststelling die hij zelf aanreikt en die als een rode draad door het hele uur blijft lopen: iedereen is vandaag media, en precies daarom is het zo moeilijk geworden om nog gehoord te worden.

"Iedereen kan iets posten en je bent een medium" ▶ 0:00

Quaghebeur opent met de verwatering van het landschap. Media maken was ooit een voorrecht dat achter een hoge drempel lag. Je had kapitaal nodig, bereik, distributie en de middelen om content te maken. Die drempel is weg.

“Vroeger was media voorbehouden. Dat was een enorme drempel. Je moest geld hebben, je moest bereik hebben, je moest distributie hebben, je moest content kunnen maken. Vandaag kan iedereen iets posten op om het even welk platform en je bent een medium.“

Het gevolg is een overvloed aan media en dus een probleem dat elke uitgever vandaag deelt: hoe stijg je nog boven het geruis uit? Het is geen retorische vraag. Het is de vraag waarop zijn hele bedrijfsmodel een antwoord moet zijn.

De niche waarmee geen enkele Vlaamse krant concurreert ▶ 1:32

Zijn antwoord is positionering. De Tijd bedient volgens hem een heel specifieke groep: ondernemers, beleggers en mensen die de maatschappij beïnvloeden. Hij haast zich om dat laatste te preciseren.

“Dat zijn niet de influencers die je op TikTok ziet, maar wel mensen die invloed uitoefenen op de maatschappij en op welke richting die uitgaat. Dat kunnen ziekenhuisdirecteuren zijn, dat kunnen mensen uit de politiek zijn.“

Daardoor heeft De Tijd naar eigen zeggen geen enkele echte één-op-één concurrent in het klassieke Vlaamse landschap. Niet Het Laatste Nieuws, niet Het Nieuwsblad, in het zuiden niet Sudinfo of L'Avenir. Een klein beetje De Standaard, omdat die ook in een hoger segment zit, al is die volgens hem politieker en minder economisch. In Franstalig België een klein beetje Le Soir en La Libre. Wel is er concurrentie op onderdelen, en dat is precies wat er de laatste decennia veranderd is.

"Vandaag is uw concurrentie wereldwijd" ▶ 3:03

Toen hij in 1991 begon, speelde Vlaamse media zich af binnen de grenzen van Vlaanderen. Geen buitenlandse concurrentie, geen internet, dat bestond simpelweg niet.

“Vandaag is uw concurrentie wereldwijd. We zitten wel in Vlaanderen, maar als je beleggersinformatie wilt, kun je evengoed naar Yahoo gaan, kun je naar YouTube gaan. Iedereen is vandaag concurrent van u.“

De echte concurrent is dus niet langer het mediabedrijf twee straten verder, maar het internationale speelveld: influencers die nieuwsbrieven schrijven over beleggen, de creator economy, iedereen die een publiek weet te binden.

Van 65.000 naar 93.000 abonnees, en waarom vier euro niet meetelt ▶ 3:50

Dan komt het cijfer waarmee hij het gesprek kantelt. Waar de sector klaagt over krimp, is Mediafin in vijf jaar met de helft gegroeid.

“Ik zit er nu vijf jaar en in die vijf jaar zijn wij 50 procent gegroeid. Toen ik in 2020 begon, in volle coronacrisis, hadden wij 65.000 abonnementen. Vandaag hebben we er 93.000.“

Hij plaatst er meteen een streng voorbehoud bij, en dat zegt iets over hoe hij naar de cijfers van collega's kijkt. Anderen vechten om gelijk te blijven of gaan licht achteruit, en wie wel stijgt doet dat volgens hem vaak met formules die de naam abonnement nauwelijks verdienen.

“Heel veel stijgen doordat ze supergoedkope abonnementen aanbieden. Vier euro voor een maand. Dat rekenen wij niet als abonnementen.“

Het enige mediamerk dat bovendrijft in een zinkende sector ▶ 5:21

Waarom lukt het dan wel? Quaghebeur wijst op vertrouwen, en onderbouwt dat met eigen tweejaarlijks onderzoek. Hij is er eerlijk over dat de trend algemeen slecht is. Het vertrouwen daalt niet alleen in media, maar in alles wat instelling is.

“Dat gaat niet goed. Niet alleen bij media, maar ook bij de politiek, bij alles wat overheid is, politie, brandweer. Maar binnen die wereld die achteruitgaat, hebben wij met De Tijd nog altijd het hoogste vertrouwen binnen de mediamerken.“

De hosts brengen de voor de hand liggende tegenwerping in: er zijn heel veel mensen die niet meer willen betalen voor nieuws. Quaghebeur ontkent dat niet, hij verlegt het.

“Dat is mainstream, dat is de gemiddelde Vlaming. Maar het publiek dat wij aanspreken, de beleggers, de ondernemers, de mensen met invloed op de maatschappij, die zijn wel bereid om voor kwalitatieve media te betalen.“

De verbreding die de groei droeg ▶ 6:07

De tweede verklaring is inhoudelijk. Wat ooit strikt de financieel-economische krant was, de namen van De Tijd en L'Echo zeggen het zelf, werd een jaar of tien geleden verbreed richting business en ondernemerschap, met een combinatie van politiek en economie. Dat opende een breder publiek. Op de vraag of de groei van formules of van inhoud komt, is hij categoriek.

“Het start bij de inhoud. Vertrouwen, kwaliteit van uw content, dat is de basis voor alles. Als dat er niet is, mag je nog alle trucen uithalen, dat gaat toch niet blijven duren. Je kunt eventjes een uplift krijgen, maar dan gaat uw publiek zeggen: dat klopt hier niet. En dan vertrekken ze weer.“

De ondernemer die belt om zijn advertenties in te trekken ▶ 7:01

Hoe verhoudt een commercieel bedrijf zich dan tot een redactie die daar niets van mag aantrekken? Quaghebeur begint met te ontkennen dat het per se een spanning hoeft te zijn, maar geeft toe dat de situatie zich concreet voordoet. Ondernemers komen soms minder fraai in de krant, want het zijn niet allemaal heiligen.

“Het gebeurt wel eens dat een ondernemer belt om te zeggen: ik ga niet meer adverteren bij u, of ik ga mijn abonnement opzeggen, of ik ga de abonnementen van het bedrijf opzeggen. Dan doe je dat maar. Bedrijfsmatig heeft dat nul impact. Wij gaan ons niet mengen in wat de redactie doet.“

De redactie werkt onder een charter, met de algemene hoofdredactie en de hoofdredacteurs van De Tijd en L'Echo als gesprekspartner van de directie. Overleg is er wel, inmenging niet.

Waarom journalisten niet staan te applaudisseren voor AI ▶ 8:26

Waar dat overleg dan wel over gaat, is bijvoorbeeld AI. En daar is Quaghebeur opvallend nuchter over de stemming op de redactievloer.

“Verandering is weerstand. Heel veel journalisten hebben schrik: oh wacht, mijn job komt in gevaar, gaat mijn job verdwijnen? Dus het is niet zo dat al die journalisten op de tafel staan te applaudisseren dat AI gearriveerd is.“

De opdracht is volgens hem tweeledig: efficiënter werken, maar vooral tijd vrijmaken voor waar een journalist echt waarde toevoegt. Zijn voorbeeld is het beursnieuws, waar iemand veel tijd steekt in het nakijken van tabellen en er weinig meerwaarde uithaalt.

“Waar kunnen we zijn monkeywork weghalen? Als die tijd vrijkomt, kan hij die wel in andere dingen investeren.“

"Onze journalisten kunnen wel een balans lezen" ▶ 9:58

De commerciële grens wordt af en toe echt getest. Een adverteerder die een volledige pagina wil innemen, kan botsen op een redactie die dat weigert, en dan blijft er geld liggen. Dat aanvaardt hij. Wel heeft hij naar eigen zeggen een voordeel dat andere titels niet hebben.

“Onze journalisten kunnen wel een balans lezen, in tegenstelling tot de gemiddelde journalist die spreekt over de brand in Anderlecht en het ongeval in Waregem.“

Ze weten wat het belang is van een gezonde onderneming en dat een bedrijf winst moet maken. Dat betekent niet dat ze alles doen wat gevraagd wordt, wel dat er begrip is voor de commerciële realiteit.

De 80/20-stelling: wat als vier vijfde van het redactiewerk vrijkomt? ▶ 10:46

Hier neemt een van de hosts het gesprek over met een scherpe these. Hij werkt zelf dagelijks met agents en stelt dat ruwweg 80 procent van wat er in een krant verschijnt regulier nieuws is: berichten van Belga, publieke bronnen, een fabriekssluiting in Duitsland. In een agentic flow, betoogt hij, kan dat vandaag al klaargezet worden, in twee talen, met gecheckte bronnen, en blijft alleen de menselijke goedkeuring over.

“Dan denk ik dat 80 procent van alle redactioneel werk dat vroeger door een journalist op een toetsenbord gebeurde, nu klaargezet zou kunnen worden door AI. En het enige wat nog moet gebeuren is de goedkeuring van de mens.“

Quaghebeur volgt hem gedeeltelijk, maar nuanceert: hoeveel AI kan overnemen hangt sterk af van het type krant. Voor een brand in Anderlecht is weinig onderzoeksjournalistiek nodig. Voor wat De Tijd doet, ligt dat anders. Het meest voor de hand liggende antwoord op de vraag waar de vrijgekomen tijd naartoe moet, is voor hem onderzoeksjournalistiek, verbanden leggen en analyses maken.

"Ik heb geen twee kinderen" ▶ 12:19

Zijn scepsis is niet theoretisch. Mediafin test veel met AI, en hij ziet de modellen nog geregeld de mist ingaan. Het voorbeeld dat hij geeft is persoonlijk en levert het eerste echte gelach op aan tafel.

“Mijn vriendin had mij onlangs opgezocht in AI, en daaruit bleek dat ik twee kinderen had. Ik heb geen twee kinderen. Ik weet niet waar het dat haalt.“

Als een van de hosts droog opmerkt dat je dat maar nooit weet, is het antwoord even droog dat hij dat heel zeker wel weet.

Waarom het artisanale weer wordt opgewaardeerd ▶ 13:51

Op de vraag of AI dan geen podcast kan maken, verwijst Quaghebeur naar wat hij een week eerder in New York zag bij ElevenLabs, en naar NotebookLM van Google, dat automatisch een podcast genereert. Toch denkt hij dat de beweging ook de andere kant op werkt.

“Het artisanale, het echte, gaat wel een beetje opgewaardeerd worden. Er gaat ook heel veel AI-rommel zijn, en daardoor ga je dat anders beoordelen. De mens gaat misschien daardoor terug een beetje heropgewaardeerd worden.“

Hij ziet nu al de eerste tekenen van wantrouwen: mensen die zich afvragen of iets wel klopt en waar het menselijke nog zit. In de Verenigde Staten hebben ze er volgens hem al een term voor, voor dat kleine spoor van menselijkheid dat voelbaar moet blijven in wat je maakt.

Het label dat vertrouwen kost, zelfs wanneer het klopt ▶ 14:37

Dat leidt tot een van de meest contra-intuïtieve passages van het gesprek. Er loopt een discussie over de verplichting om te vermelden dat iets met AI gemaakt is. Alleen blijkt dat label zelf een prijs te hebben.

“Het is nu al aangetoond: als erbij staat dat het gemaakt is door AI, wordt het al minder vertrouwd dan wanneer het er niet bij staat. Zelfs als het door AI gemaakt is.“

Een van de hosts herkent zichzelf meteen in dat mechanisme. Als er bij een tekst staat dat AI hem schreef, is zijn reflex om er geen moeite in te steken, precies omdat er ook geen moeite in gestoken lijkt. “We zitten nog in een hele troebele fase wat mij betreft“, besluit Quaghebeur.

"Dat wil ik nog zien": de dag dat niemand meer nakijkt ▶ 16:10

Wanneer laat een hoofdredacteur dan wel los? Op die vraag is hij ondubbelzinnig, en de reden is reputatie.

“Wanneer gaat uw hoofdredacteur zeggen: ik doe mijn handen op mijn ogen en ik laat het verschijnen zonder dat een mens ernaar kijkt? Dat wil ik nog zien.“

Wie zich de meest betrouwbare krant noemt, kan zich die uitschuiver niet permitteren. Hij verwijst naar Peter Vandermeersch, die als gereputeerd hoofdredacteur in Vlaanderen, Nederland en Ierland werkte en er toch met twee voeten vooruit is ingegaan. Het punt is scherp: het overkomt ook mensen die precies weten wat AI is en die weten dat ze voorzichtig moeten zijn. Tegelijk is hij over de techniek zelf allerminst sceptisch.

“Ik kan mij niet inbeelden dat we binnen de drie jaar niet in staat zijn om een krant te maken waarvan de mensen gewoon niet meer kunnen zien dat ze niet door een journalist geschreven is.“

De vraag is voor hem niet of het kan, maar wat de lezer ermee doet. Wil je dat risico nemen?

Leg mij Libanon uit: het archief als walled garden ▶ 18:30

Waar hij wel onmiddellijk waarde ziet, is in het archief. Elke krant zit op een berg materiaal die decennia beslaat, en Mediafin is aan het testen wat er gebeurt als je daar agents op loslaat.

“Wij hebben een ongelooflijk archief. Elke krant heeft een ongelooflijk archief.“

Het voorbeeld dat hij geeft: vraag aan dat archief om uit te leggen hoe we tot de situatie in Libanon zijn gekomen, en beschrijf de laatste twintig jaar. Wat eruit komt is een rapport van twee tot drie bladzijden, met alle bronvermeldingen eronder, artikel per artikel met datum.

“Wij kunnen dat perfect vanuit een walled garden met ons archief, waar de andere modellen geen toegang toe hebben.“

Een host trekt de gedachte door: is dat dan geen tweede verdienmodel, waarbij je AI wel laat scrapen maar tegen betaling? Quaghebeur bevestigt dat beide pistes op tafel liggen. Voorlopig kiest Mediafin voor de eerste: geen open markt, maar een extra dienst die je alleen krijgt als je abonnee bent. Er komen zowel vrije vragen als vooraf opgestelde vragen, want veel mensen weten niet goed wat ze moeten vragen. Hij benadrukt dat het nog testfase is.

Trump, Bezos en 220.000 opgezegde abonnementen ▶ 22:21

Dan verlegt het gesprek zich naar de rol die de hosts zelf licht romantisch noemen: de pers als waakhond van de democratie. Quaghebeur laat er geen twijfel over bestaan hoe belangrijk hij die vindt, en waar het gevaar zit.

“De media zijn de vierde macht. En ik vind dat een superbelangrijke rol, dat ze dat blijven doen.“

Hij wijst naar de Verenigde Staten, waar Trump media demoniseert en bepaalde titels de toegang tot het Witte Huis en tot persbriefings ontzegt. Nog fundamenteler vindt hij wat er met het eigenaarschap gebeurt.

“Als je ziet dat bepaalde magnaten kranten beginnen over te nemen en daar tegen de redactie beginnen te zeggen wat ze wel en niet mogen schrijven, dat is levensgevaarlijk.“

Het concrete voorbeeld is de Washington Post, die traditioneel de Democratische kandidaat steunde vlak voor de verkiezingen. Volgens Quaghebeur greep eigenaar Jeff Bezos in en verbood hij de redactie om die aanbeveling voor Kamala Harris te doen. De rekening was fors.

“Ze zijn daardoor 220.000 abonnees verloren.“

Waarom een hoofdredacteur niet in één dag kan draaien ▶ 23:53

Een van de hosts kaatst terug: als een hoofdredacteur hetzelfde zou doen, zou dat dan wel aanvaardbaar zijn? Die heeft immers dezelfde macht, alleen niet het kapitaal. Quaghebeur maakt het onderscheid structureel. Een redactionele lijn is geen knop.

“Een hoofdredacteur gaat niet zomaar opeens 180 graden draaien, want je moet een redactie meekrijgen. En de redactie heeft een charter waarin staat welke lijnen gevolgd moeten worden.“

Hij is meteen open over waar De Tijd staat: een centrumrechtse krant die voor het ondernemerschap schrijft en per definitie aan economie doet. Maar precies daarom kan er morgen geen hoofdredacteur opstaan die er een socialistische krant van maakt. Die zou eenvoudigweg niet aanvaard worden door de redactie. Het verschil met de Washington Post is dus dat daar een eigenaar van de ene dag op de andere ingreep, en dat is wat hij levensgevaarlijk noemt.

De jacuzzi op de Boerentoren, en waar de mening ophoudt ▶ 25:26

Om te illustreren hoe de scheiding tussen feit en opinie in de praktijk werkt, grijpt hij naar een Antwerps dossier: de discussie of er boven op de Boerentoren iets mag komen, in het kader van de plannen van Fernand Huts.

“Een journalist mag daar geen mening over hebben. Hij mag wel zeggen: er is een discussie gaande, dit is wat de provincie zegt, dit is wat de stad zegt. Dat zijn de feiten. Maar hij mag niet schrijven dat hij zelf vindt dat het er niet mag komen. Bij ons ga je dat niet zien.“

Opinies bestaan wel degelijk, maar ze horen in edito's, op de opiniepagina's en in lezersbrieven, niet in een verslag.

"Die politieke kleur zit er toch wel in" ▶ 26:11

Hier duwen de hosts stevig terug. Ultieme objectiviteit is als doelstelling prima, klinkt het, maar ze is bijna onhaalbaar: je kunt feiten selecteren die vanzelf een connotatie dragen en zo precies het effect creëren dat je beoogt. De sluwe journalist, lachend zo genoemd. Quaghebeur geeft dat deels toe. Journalisten zijn mensen, en je kunt een zweem van mening niet volledig vermijden, maar expliciet stelling nemen mag niet.

Hij plaatst het vooral in cultureel perspectief. In de Angelsaksische wereld is een krant veel meer opiniërend.

“Daar gaan ze veel meer proberen een regering te doen vallen, echt campagne voeren. Dat bestaat niet in België. Dat gaat Het Nieuwsblad niet doen, dat gaat Het Laatste Nieuws niet doen, dat gaan wij niet doen.“

Wat wel volledig veranderd is, is het ritme. Voorpagina's bestaan nauwelijks nog als begrip, het gaat over de homepage en de app. Waar de krant vroeger één keer werd opgemaakt en dan gedrukt, verschuift de nieuwsprioriteit nu permanent: wat op een bepaald moment nummer één is, staat een uur later op drie.

Twee aandeelhouders en slechts twee raden van bestuur per jaar ▶ 29:09

Mediafin is een joint venture van Rossel en Roularta, elk voor de helft. De hosts vragen expliciet of dat concentratie van kapitaal geen invloed heeft, zoals in de Amerikaanse voorbeelden. Quaghebeur zegt in zijn loopbaan dingen te hebben gezien die die kant op neigden, maar bij Mediafin niet.

“Wij hebben twee aandeelhouders, Rossel en Roularta, en die hebben nul komma nul inmenging in wat wij doen. Niet redactioneel en ook bijna niet zakelijk.“

Als bewijs voert hij de vergaderfrequentie aan, en dat cijfer is opmerkelijk in vergelijking met wat gebruikelijk is.

“Wij hebben twee keer per jaar een raad van bestuur. Normaal is dat vier keer, je hebt er die tien keer hebben.“

Hij is er wel eerlijk over waar die vrijheid vandaan komt. Ze presteren goed, gemiddeld zelfs beter dan de resultaten van hun eigen aandeelhouders, waardoor die meer werk hebben met hun eigen media dan met Mediafin.

Waarom het leeuwendeel van de winst naar boven vertrekt ▶ 30:47

Dan volgt een van de scherpste momenten van het gesprek. Een host heeft de jaarrekening gelezen en is verbaasd: er wordt volgens hem 70 tot 80 procent uitgekeerd aan de aandeelhouders. Zou je in onzekere tijden geen war chest willen opbouwen om te experimenteren? Quaghebeur wuift het niet weg, hij legt de logica uit.

Ten eerste kan Mediafin alle investeringen die het wil doen zelf financieren, ook overnames. “Wij kunnen zelf onze broek ophouden“, zegt hij. Er moet dus geen geld gevraagd worden aan de aandeelhouders, en omgekeerd staat het overschot anders gewoon te staan. Ten tweede is een stevige dividenduitkering traditie in de hele mediasector. En ten derde is er een concrete reden aan de kant van de aandeelhouder: Rossel kocht de helft van RTL Wallonië en heeft daarvoor geleend, dus dat geld is nodig om de lening af te betalen in plaats van dure intresten te betalen.

De podcast die al in jaar één break-even draaide ▶ 33:03

Een van de opvallendste successen onder zijn bewind is de podcast, gestart in 2021. De bedoeling was in de eerste plaats nieuwe lezers aantrekken, en dat is gelukt op een manier die het profiel van het huis verschuift: 65 procent van de luisteraars is jonger dan 35, en het publiek is gemiddeld vrouwelijker dan dat van de papieren en digitale krant. Het businessplan was voorzichtig, de realiteit niet.

“Ik heb een businessplan voorgelegd: ik ga in drie jaar break-even zijn. Ik was in jaar één break-even. Dat had ik ook niet kunnen voorzien.“

Het is bovendien geen verlieslatend marketinginstrument maar een winstgevend product, dankzij sponsoring voor en na de aflevering. Het effect op abonnementen rekent hij daar niet eens bij, omdat je nauwelijks kunt meten of iemand tekende dankzij de podcast.

60.000 luisteraars per dag, en waarom elke kopie sneuvelde ▶ 34:35

De schaal is aanzienlijk. De 7 in Vlaanderen en Le Brief in Wallonië halen samen dagelijks een groot publiek.

“We hebben vandaag 60.000 mensen die elke dag naar onze podcast luisteren.“

En dat vijf dagen per week. Ze zijn niet de grootste podcast van België, maar in het nieuwssegment wel. Het amuseert hem zichtbaar dat de concurrentie het format probeerde te kopiëren en daar telkens op stukliep, te beginnen bij een van zijn eigen aandeelhouders.

“Er zijn er al verschillende die geprobeerd hebben onze podcast te kopiëren. Om te beginnen onze aandeelhouder. Dat bestaat niet meer, niemand weet nog dat het bestaat.“

Ook de VRT en Het Laatste Nieuws lanceerden varianten, de laatste met vijf onderwerpen in plaats van zeven. Zijn conclusie is die van een merkenman: iedereen probeert een tweede Coca-Cola te maken, en maakt daarmee vooral reclame voor de echte.

"Ze stelen het, ze ratten het. Het zijn dieven" ▶ 37:37

Gevraagd naar wat hem echt wakker houdt, komt AI terug, maar nu vanuit een heel andere hoek: het auteursrecht. Hier wordt Quaghebeur het meest uitgesproken van het hele gesprek.

“Vandaag pakken ze het gewoon. Ze stelen het, ze ratten het. Het zijn dieven.“

Hij vertelt dat hij daags voordien zijn lach niet kon inhouden bij een artikel over Anthropic, dat een klacht voorbereidde omdat een Chinese chatbot bij hun model zou gaan halen. Zijn reactie: kijk eerst eens naar wat je zelf de hele tijd doet.

De 25 tot 40 procent instroom die stilletjes verdampt ▶ 38:23

Dat is geen principekwestie, het raakt de kassa. Kranten halen volgens hem tussen 25 en 40 procent van hun instroom uit Google Search en Google Discover. Dat model was leefbaar, want de lezer klikte door naar de site.

“Je krijgt een snippet en daaronder klik je door naar de site van de betrokken krant. Je hebt trafiek, en het is een model waar we allemaal mee kunnen leven, want ze komen naar uw site.“

Bij een chatbot gebeurt dat niet meer.

“Nu vraag je: leg mij de situatie in Libanon uit. Dan strepen ze ik weet niet hoeveel kranten in de wereld af, en er is nul referentie.“

In de Verenigde Staten verliezen titels naargelang het merk 30 tot 40 procent van hun instroom. Het antwoord van de sector is overal hetzelfde: opnieuw werken aan de directe relatie met de lezer, zodat die rechtstreeks naar de site of de app komt. Met een ontnuchterende zelfkritiek erbij.

“Dat was eigenlijk wel een luxe dat Google dat voor ons deed. We hebben dat een stukje verwaarloosd. En nu is dat opeens: oh man, wat gaan we doen?“

Op de vraag hoeveel mensen AI echt frequent gebruiken, schat hij maximaal 10 tot 20 procent, met meer dan de helft binnen vijf jaar. Een van de hosts denkt dat het nu al hoger ligt, en geeft toe dat hij zelf voor vertalingen niet meer bij Google terechtkomt.

Vertrouwen zit in mensen, niet in instellingen ▶ 42:12

Als je de lezer rechtstreeks moet binden, wordt de vraag hoe je dat doet. Quaghebeur noemt de volgende grote trend zonder aarzelen: personality.

“Vertrouwen zit veel meer in mensen dan in instituties. Ze vertrouwen eerder een journalist als persoon dan De Tijd als merk, bij wijze van spreken.“

Daarom brengen klassieke media steeds vaker het gezicht van de journalist naar voren, in een landschap waar influencers en creators van alles maken op basis van om het even wat. Onderzoek ondersteunt de logica.

“Jonge mensen hebben vertrouwen in mensen en niet in instellingen, niet in de overheid.“

Het gevaar van de persoonscultus ▶ 44:30

Een van de hosts is daar uitgesproken huiverig voor: voor je het weet schuift zoiets richting persoonscultus, en dan komt populariteit boven inhoud te staan, zoals in de politiek. Quaghebeur erkent het risico maar relativeert het voor de journalistiek. Journalisten werken binnen een charter en een kader waar ze binnen moeten blijven, en in Vlaanderen zijn we volgens hem nog ver van een echte persoonscultus, al zijn er wel bekende figuren zoals Joël De Ceulaer, met lovers en haters.

Het echte gevaar ligt volgens hem elders, en daar wordt hij concreet: wie mensen vertrouwt in plaats van instellingen, volgt ook een influencer die tijdens corona onzin verkocht, gewoon omdat men die persoon gelooft, terwijl er niets onder zit. Hij plaatst er tegenover dat het anders ligt wanneer een persoon deel uitmaakt van een groter geheel dat zelf geloofwaardigheid heeft.

Wat een machine niet hoort in de wandelgangen ▶ 46:01

Waar zit dan de journalistiek van de toekomst? Quaghebeur ziet vooral meta-analyses: de Europese economie, de toekomst van onze industrie, defensie, klimaat. Precies het soort werk dat je niet uit een databank haalt.

“Die bronnen kun je niet op Belga vinden. Dat zijn dingen die je moet voelen door met defensie te gaan babbelen, met die bedrijven te gaan babbelen, rond te gaan.“

Daar komt interpretatie bij kijken die een model volgens hem vandaag niet aankan: heeft iemand iets cynisch bedoeld of niet? Misschien lukt dat binnen tien jaar, zegt hij, maar vandaag niet. En er is een structureler argument, dat een van de hosts aanbrengt: het overgrote deel van alle informatie staat helemaal niet op het open internet, maar is private bedrijfsinformatie en documenten. Waar modellen op trainen is dus maar een selecte greep uit het totaal.

“Ik kan wel scrapen, maar niet als het niet scrapebaar is omdat het nergens bestaat. Wat achter de schermen gebeurt, weet AI eigenlijk niet.“

De les van 2000: tien jaar lang alles gratis weggeven ▶ 47:34

De sector heeft dit soort omwenteling al eens verkeerd aangepakt, en Quaghebeur trekt de parallel zelf.

“In het jaar 2000, bij de opkomst van het internet, hebben alle uitgevers gewoon al hun content gratis op het internet gedumpt. Dat was natuurlijk geen model. Het heeft tot 2010 geduurd voor er een eerste paywall was.“

Tien jaar verloren tijd, zo klinkt het. Nu wordt er op alle niveaus onderhandeld met overheden, in de landen zelf, op Europees niveau, in de Verenigde Staten en Australië, om in te grijpen tegen het klakkeloos overnemen van content. Zijn inzet reikt verder dan de sector.

“Als je niet oplet verdwijnen straks de kranten. Dat is niet alleen een bedreiging voor ons vak, maar op termijn ook voor de democratie.“

Van tientallen kranten naar drie huizen ▶ 49:04

De tweede zorg is verschraling door concentratie. Toen hij begon, was elke krant nog een eigen bedrijf: Het Laatste Nieuws in Antwerpen, Het Volk bestond nog, Het Nieuwsblad, De Gentenaar.

“Vandaag zijn er drie. Je hebt DPG, je hebt Mediahuis, en wij zijn een kleintje met De Tijd. That's it.“

Hij begrijpt de logica wel. Om te overleven moet je globaliseren en kosten delen, want IT- en AI-investeringen kosten handenvol geld. Maar het heeft gevolgen voor de redactionele onafhankelijkheid en voor de diversiteit.

Straks bezit één eigenaar alle Franstalige kranten ▶ 49:51

In het zuiden van het land is die beweging nog verder gevorderd. Waar er twee groepen waren, Rossel en IPM, wordt IPM overgenomen. De uitgever van La Libre, La Dernière Heure, L'Avenir en Moustique verdwijnt daarmee als zelfstandige speler, in afwachting van de goedkeuring door de mededingingsautoriteit.

“Dat wil zeggen dat alle Franstalige kranten, behalve L'Echo van ons, in handen zijn van één eigenaar.“

Over de remedies is hij openlijk sceptisch.

“Natuurlijk gaan ze zeggen: we gaan Chinese walls bouwen en allerlei charters maken. Dat is goed voor de eerste vijf, tien jaar. Na tien jaar spreekt er niemand nog over. Die diversiteit is aan het verdwijnen.“

Hetzelfde zieke kindje in de krant en op het VTM-nieuws ▶ 50:36

Wat concentratie in de praktijk betekent, illustreert hij met huizen die hij van binnenuit kent, want hij werkte zowel voor Het Laatste Nieuws als voor VTM.

“Als je vandaag Het Laatste Nieuws leest en naar het VTM-nieuws kijkt, is dat juist hetzelfde. Het zijn dezelfde getuigen die opgevoerd worden. Het zieke kindje in Het Laatste Nieuws is het zieke kindje in het VTM-nieuws. Eén op één.“

"Het is beter dan ooit": de verzuilde pers van 1991 ▶ 52:09

Toch weigert hij het verhaal als louter verval te vertellen. Wanneer de hosts volhouden dat politieke voorkeuren wel degelijk in de kranten sijpelen, geeft hij hun deels gelijk, maar zet hij er het verleden naast waar hij zelf in begon.

“Toen ik in 91 begon, was Het Volk de gazet van het ACV, Het Laatste Nieuws die van de liberalen, De Morgen van de socialisten, De Standaard van de CVP. Dat was echt één op één.“

En het ging verder dan een kleur.

“Dat waren de vakbondsmensen of de politici die naar de hoofdredacteur belden: je gaat nu dat schrijven. Dat was toen. Het is beter dan ooit.“

De TikTokisering en de kat die van de trap valt ▶ 53:40

Sociale media worden intussen serieuzer genomen als distributiekanaal. Iedereen is aan het leren, geeft hij toe, ook zij: je begint met horizontale video en plots blijkt het verticaal te moeten. Maar hij heeft er ook een uitgesproken bezwaar tegen, dat hij eerder al ergens anders formuleerde als de TikTokisering.

Zijn voorbeeld is een filmpje van een vrouw die aan een motorboot staat te trekken en achterover in het water valt, of een kat die schrikt van een komkommer.

“Dat zijn de trucs van de sociale media die ze beginnen te integreren in de klassieke media. Waarom? Om meer tractie te krijgen, meer pageviews, meer mensen.“

Zijn bezwaar is de vermenging: op een nieuwssite staat dat soort materiaal tussen het serieuze nieuws. De reden om zelf aanwezig te zijn op die kanalen is niettemin dezelfde als die voor de podcast.

“Iemand van 18 jaar leest geen gazet meer. Als je die wilt bereiken, moet je gaan waar ze zitten.“

16 procent papier in de week, 57 procent in het weekend ▶ 55:58

De cijfers over papier zijn verrassend gelaagd. Bij De Tijd leest nog 16 procent op papier tijdens de week, maar in het weekend loopt dat op tot 57 procent. Bij Mediahuis ligt dat aandeel nog hoger: Gazet van Antwerpen en Het Belang van Limburg zitten volgens hem tegen de 60 procent, waarmee dat huis het minst gedigitaliseerd is van Vlaanderen. Hij wijst op een concrete oorzaak van de versnelling: het postcontract ging van De Post naar een private speler, werd veel duurder en kwalitatief slechter, wat vooral weegt op wie veel papier heeft.

Overtuigen laat zich intussen moeilijk forceren.

“Als je vraagt: stel dat we morgen stoppen met de papieren krant, wat ga je dan doen? Dan zegt de helft: ik ga niet meer lezen.“

Al relativeert hij dat meteen, want wie bij hen papier heeft, heeft digitaal er sowieso bij. Het is vooral gewoonte.

De roze krant als statussymbool ▶ 58:17

Er is nog een reden waarom papier bij De Tijd blijft werken, en die is puur symbolisch. De roze krant op tafel zegt iets over wie ze leest, net zoals bij de Financial Times. Het is niet eens zo oud: oorspronkelijk verscheen de krant op wit papier, en pas ergens rond 2009, denkt hij, werd het roze.

Eat or be eaten: honderd miljoen omzet in een consoliderende markt ▶ 59:03

Hoe klein is Mediafin dan eigenlijk? De hosts noemen het cijfer waanzinnig voor een gemiddelde kmo, maar bescheiden voor een medialandschap.

“Wij doen ietsje meer dan 100 miljoen euro omzet. Dat was 65 miljoen vijf jaar geleden.“

Groeien moet, en de reden is niet subtiel.

“Je moet wel groeien, want het is eat or be eaten.“

Alleen: buitenlandse financiële kranten overnemen zou hij graag doen, maar die zijn niet te koop, precies omdat ze goed draaien. Wat op de markt komt, merkt hij droog op, is wat niet meer goed gaat. Dus groeit het huis anders. Ongeveer 45 procent van de inkomsten komt uit reclame, wat veel is in vergelijking met andere kranten, en daarnaast werden de voorbije vijf jaar vier à vijf bedrijven overgenomen die aansluiten bij het profiel: een databedrijf, een site voor luxevastgoed, een pr-bureau en marktonderzoeker Profacts, goed voor zo'n 10 miljoen euro omzet op een geheel van 100 miljoen.

"Onze Europese berichtgeving is echt slecht" ▶ 1:04:23

Het laatste deel van het gesprek gaat over een blinde vlek, en hier is het een van de hosts die de aanval inzet: hij weet naar eigen zeggen bijzonder weinig over de Europese Unie, terwijl ruwweg 80 procent van de wetgeving Europees is en België daar bovenop nog aan gold plating doet. Quaghebeur geeft hem gelijk over de sector.

“Onze Vlaamse kranten spreken echt enkel over Vlaanderen en België alsof dat de wereld is. En dan 10 procent over de rest, maar dat is dan vaak nog eens over Trump.“

Voor zijn eigen krant verdedigt hij zich wel: De Tijd heeft een aantal journalisten die uitsluitend internationaal nieuws doen en schrijft naar eigen zeggen redelijk veel over Europa. Wanneer de host een concreet voorbeeld aanhaalt, de aangekondigde registratieplicht voor werkuren, blijkt dat gewoon in De Tijd gestaan te hebben. De host geeft zich lachend gewonnen: dan moet ik het beter lezen.

Waarom Azië ontbreekt ▶ 1:05:55

Eén blinde vlek erkent Quaghebeur zonder voorbehoud, en het is er een waarover hij ook met zijn hoofdredactie heeft gesproken.

“Wat wel ontbreekt, vind ik, is Azië. Ik vind dat Azië heel hard ontbreekt in de Vlaamse en Belgische berichtgeving.“

Er is interesse bij de lezers, ze krijgen er zelfs vragen over. De reden is praktisch en politiek.

“Probeer maar eens een journalist in China te laten werken. Dat is echt supermoeilijk. Die Chinezen hebben dat redelijk goed onder controle.“

In de Verenigde Staten kan dat wel, in China niet, en dus blijft een regio onderbelicht waarvan hij de kracht volledig erkent: China vandaag, India morgen. Over de westerse wereld verschijnt genoeg, vindt hij, misschien zelfs iets te veel over Trump.

Het vacuüm voor een krant van Europa ▶ 1:07:27

Helemaal op het einde legt een van de hosts een idee op tafel dat als een soort slotstelling blijft hangen. Onze blik verschuift: vroeger keken we rond de kerktoren, dan naar Vlaanderen en België, nu wordt Europa belangrijker en daarna de transatlantische relaties. Alles wordt groter en complexer, en de vraag hoe het samenhangt wordt dringender. Daar zit volgens hem een vacuüm: een merk dat het wereldnieuws claimt, een soort De Tijd van Europa, met Brussel als natuurlijke uitvalsbasis.

Quaghebeur wijst op Politico als bestaand model, al is dat volgens hem veel politieker en geen krant voor jan en alleman. En hij herinnert eraan dat het al eens geprobeerd is met een Europese krant die het niet gehaald heeft. Het is de nuchtere kanttekening van iemand die dertig jaar businessplannen heeft zien sneuvelen: er is een roepzang voor het ene, maar wanneer het economisch geprobeerd wordt, blijkt het vaak niet te werken.

Wat overblijft na ruim een uur is een merkwaardig dubbel beeld. Quaghebeur bestiert een krant die tegen de stroom in vijftig procent groeide, die het hoogste vertrouwen geniet in een sector waar vertrouwen wegsijpelt, en die met een podcast in één jaar break-even draaide waar drie jaar voorzien was. Tegelijk beschrijft hij een landschap waarin de instroom via Google verdampt, modellen zijn archief leegzuigen zonder één lezer terug te sturen, en het aantal onafhankelijke eigenaars in dit land op één hand te tellen valt.

Het antwoord dat hij daarop formuleert is opvallend weinig technologisch. Het gaat over een charter dat een redactie beschermt tegen haar eigen eigenaar, over journalisten die een balans kunnen lezen, over informatie die je alleen in de wandelgangen hoort, en over een lezer die bereid blijft te betalen omdat hij weet wie het geschreven heeft. Precies de dingen die je niet kunt scrapen.