De neuropsychiater die Big Tech aan de schandpaal nagelt

De avond valt over Brasschaat wanneer Theo Compernolle zich in een fauteuil van De Melkerij laat zakken. Een chingetje Omerta-rum, rode wijn later op de avond. De neuropsychiater en bestsellerauteur heeft een lange reis achter de rug, maar praat met de intensiteit van iemand die een missie heeft. En die missie is helder: de mens weer baas maken van zijn eigen brein.

Compernolle is geen doemdenker, al klinkt zijn boodschap alarmerend. Dertig jaar lang werkte hij met gezinnen, kinderen, organisaties. Hij schreef boeken over stress die tientallen keren herdrukt werden. Nu, op een leeftijd waarop anderen achterover leunen, zit hij aan zijn volgende manuscript. Over het fundamentele verschil tussen menselijke en kunstmatige intelligentie. Over de 55 kloven die onoverbrugbaar zijn. Maar vooral over de vraag die hem al jaren drijft: kunnen we onszelf nog redden van onze eigen verslaving aan prikkels?

“Stress is niet negatief,“ begint hij, nog voor de eerste vraag gesteld is. “Je kunt niks presteren in het leven zonder stress.“

"Stress is wat er met je gebeurt als wat je denkt dat je moet doen niet meer in balans is" ▶ 1:04

Het woord 'stress' is een containerbegrip geworden, een excuus, een diagnose, een verklaring voor alles. Compernolle ergert zich daaraan. Zijn eerste boek voor het grote publiek zou oorspronkelijk Leve de Stress heten, bedoeld als tegengif tegen al het gedoem. Tot zijn uitgever belde: de titel was net vergeven aan een vertaling van The Joy of Stress. Een slapeloze nacht later werd het Stress: Vriend en Vijand. Beter ook, geeft hij toe.

“Stress is wat er met je gebeurt als wat je denkt dat je moet doen niet meer in balans is met wat je denkt dat je eraan kunt doen.“

Die discrepantie, die locus of control, dat is de kern. Stress helpt je presteren, intellectueel, emotioneel, fysiek, sociaal. Het wordt pas een vijand als je de controle verliest. Zoals met vrienden, voegt hij eraan toe. Die kunnen je ook ziek maken als je er niet goed mee omgaat.

Het boek was oorspronkelijk geschreven voor managers. “Als ik één persoon help, magnifiek. Maar als een directeur iets verandert aan de organisatie, help ik in één klap 10.000 mensen.“ Het werd een bestseller. Compernolle glimlacht. “Het is nog altijd te koop.“

Waarom 800 minder stressvol was dan 2025 ▶ 5:47

De vraag ligt voor de hand: hebben we vandaag eigenlijk meer stress? Objectief gezien is overleven nu gegarandeerd. Vroeger was het een dagelijkse strijd. Compernolle schudt zijn hoofd. De vergelijking gaat niet op.

“Ons lichaam heeft zich ontwikkeld in de savanna voor een leven dat op twee dingen gericht was: overleven en voortplanten. Dat was het enige dat belangrijk was.“

De savanna was een prikkelarme omgeving. Saaie struikjes, een paar paden, je stam, de beesten. Tegen je dertiende wist je alles wat je moest weten. Als er dan onverwachts een boompje anders bewoog, had dat onmiddellijk je aandacht. Reflexmatig. Het verschil tussen be lunch en have lunch.

“De stress en het aantal prikkels die we vandaag hebben is groter dan ooit tevoren.“

Zelfs 800, zelfs 1000 jaar geleden stond het leven qua continue impulsen veel dichter bij de savanna dan bij 2025. De grote verandering kwam pas de laatste 100 à 150 jaar. Boeren werden burgers, dorpen werden steden, tien mensen werden duizenden. En nu? Nu is het een tsunami.

Maar wacht, komt de tegenwerping: kunnen we ons daar niet aan aanpassen? Is ons brein niet plastisch genoeg?

De plasticiteit die je breekt én maakt ▶ 11:32

Compernolle legt uit dat er tweelagen zijn. De fundamentele structuur van het brein, dat functioneren zoals het zich in honderdduizenden jaren ontwikkeld heeft, daar kun je niks aan veranderen. Maar daarnaast is er plasticiteit. Enorme plasticiteit.

“De plasticiteit van dat brein om zich aan te passen is uniek. De mens past zich aan de meest extreme omstandigheden aan.“

Antarctica, de Himalaya, de woestijn, de ruimte. De mens heeft zich overal gevestigd. Terwijl Compernolle praat, worden in zijn brein en dat van zijn toehoorders duizenden kleine verbindingen afgeknipt, bijgesteld, versterkt. Zo gaat dat. Olifantenpaadjes noemt hij het, naar de Nederlandse term voor sluipwegen in een park. Eén iemand snijdt een hoek af, de tweede volgt, op den duur loopt iedereen dat pad.

Zo ontstaan ook mentale reflexen. Hij vertelt over een vader, een Vietnamveteraan, die in Philadelphia op straat liep. Iemand kwam achter hem aan, iets te dichtbij. Reflex: omdraaien, slaan. Een levensreddende reactie in Vietnam, totaal fout in een Amerikaanse straat.

“Stress kan ook uw brein kapot maken. Bij oorlogsveteranen zie je dat PTSD letterlijk de verbindingen in je brein verandert.“

Dopamine, ADHD en het brein dat zichzelf verdooft ▶ 16:12

De vraag komt op tafel: is het een dopamineprobleem? Mensen met ADHD hebben moeite om hoofd- en bijzaak te onderscheiden, ze raken snel overprikkeld. Dat heeft te maken met dopaminereceptoren.

Compernolle legt de neurotransmissie uit: een elektrisch signaal loopt door een zenuwcel, maar de overdracht naar de volgende cel gebeurt chemisch. Dopamine is zo'n neurotransmitter. Bij mensen met ADHD zijn er minder receptoren.

“Bij mensen met ADHD hebben ze minder dopamine-receptoren. Ze hebben meer stimulus nodig om dezelfde alertheid te bereiken.“

Wat gebeurt er als je brein voortdurend wordt overgestimuleerd, zes tot zeven uur scrollen per dag? Het schakelt veiligheidsreceptoren uit. Het groeit dopaminereceptoren dicht.

“Die mensen die continu blootgesteld zijn aan die prikkels krijgen een brein dat een beetje lijkt op een aangeleerd attention deficit disorder.“

Minder receptoren betekent meer prikkels nodig voor hetzelfde effect. Een vicieuze cirkel. En er gebeurt nog iets: je denkbrein wordt uitgeschakeld. Reflexen nemen over. Je kunt geen onderscheid meer maken tussen echte en schijnbedreigingen.

“Als je overgestimuleerd bent, schakelt je denkbrein uit. Je kunt dan geen goed onderscheid meer maken tussen wat wel bedreigend is en wat niet bedreigend is.“

Compernolle gebruikt het voorbeeld van online discussies: binnen twee stappen zit iemand bij Hitler. “Dat is een idiootbrein geworden.“

De twintig vuile trucjes waarmee Big Tech je verslaafd maakt ▶ 21:50

De gesprekstoon wordt scherper. Compernolle buigt voorover. Dit is geen speculatie, dit is bewijs.

“Digitale media zijn niet een beetje verslavend, dat is extreem verslavend. En dat is extreem verslavend gemaakt.“

Vorige week lekte een interne mail van Microsoft: het uitdrukkelijke doel is hun AI-chat zo verslavend mogelijk te maken. TikTok, Instagram, Facebook, ze hebben twintig trucjes om je te verslaven. Ze gebruiken de beste wetenschap, hun eigen experimenten, om zelfs heel jonge kinderen te grijpen.

Het voorbeeld dat volgt is grimmig: Cocomelon. Een YouTube-kanaal met felle kleuren, snelle beelden, constante close-ups, hard geluid. Drie jaar na oprichting verkocht voor drie miljard dollar.

“Cocomelon filmpjes, dat bedrijf is drie jaar na oprichting verkocht voor 3 miljard. Niet omdat die filmpjes zo mooi zijn, maar omdat ze zo verslavend zijn.“

Hoe weten ze dat het werkt? Ze zetten een kind voor twee schermen. Op het ene Cocomelon, op het andere een moeder in de keuken. Kijkt het kind weg van Cocomelon, registreren ze de seconde. Moet het geluid harder? De close-up dichter? Hoe maken we het verslavender?

“Als een kind wegkijkt van het Cocomelon filmpje wordt de seconde geregistreerd. Dan gaan ze kijken: moet het geluid hoger, moet de close-up meer? Hoe kunnen we dat meer verslavend maken?“

Eén van de hosts vraagt voorzichtig: kunnen we dit niet gewoon illegaal maken? Compernolle kijkt hem aan alsof het antwoord vanzelfsprekend is.

"Vanuit de volksgezondheid heeft de overheid de plicht om te ageren" ▶ 26:17

Het argument komt: wat ga je precies illegaal maken? Het zijn filmpjes, geen substantie. Er zullen altijd zijwegen zijn. Compernolle snuift.

“Vanuit de volksgezondheid gezien heeft de overheid de plicht om te ageren vanuit het voorzorgsprincipe en preventie.“

Bij roken duurde het tientallen jaren. Nu zijn er minder rokers in het Westen, maar de tabaksindustrie trok naar ontwikkelingslanden. Hetzelfde patroon met vapen. Altijd een nieuwe verslaving, altijd dezelfde tactieken.

Bij alcohol: dodelijke ongevallen rechtvaardigen wetgeving. Bij trottinettes in Brussel: vier, vijf doden per jaar, moet er ingegrepen worden? Bij digitale media gaat het om miljoenen kinderen wier breinen permanent worden veranderd.

“Een brein jonger dan 17 jaar is ongelooflijk gevoelig ontwikkelingsmatig om verslaafd te geraken aan die digitale media.“

De vraag blijft hangen: maar kunnen individuen zichzelf niet trainen? Kunnen we niet gewoon leren omgaan met deze wereld? Compernolle wordt ongeduldig. Natuurlijk kan dat, maar niet als je tussen twaalf en zeventien bent. Net dan wordt de kloof tussen het impulsieve brein en het controlerende denkbrein het grootst.

“Tussen 12 en 17 jaar wordt die kloof groter tussen het impulsieve brein en het denkbrein. Dat is de ideale leeftijd voor die bedrijven om adolescenten te pakken.“

België is bijna het enige land dat de grens op twaalf jaar legt. Precies de leeftijd waarop kinderen het kwetsbaarst zijn. Waarom? Omdat Big Tech 110 miljoen per jaar investeert in lobbying in Europa. Om wetgeving tegen te houden.

De feature die je drie seconden geeft om 'on topic' te blijven ▶ 32:10

Een van de hosts beschrijft zijn eigen ervaring: je zoekt iets op YouTube, krijgt een short over dat onderwerp. Twee shorts later zit je bij een totaal ander topic. Nog twee shorts verder: weer iets anders. Er verschijnt nu soms een knop: “Do you want to stay on topic?“ Maar voordat je erop kunt klikken, is hij alweer weg.

Compernolle knikt. Dat is de nieuwe feature, onder druk toegevoegd. Maar bewust zo geïmplementeerd dat hij niet bruikbaar is. “Ze doen er eigenlijk alles aan.“

Maar wat moet iemand als deze host doen, vraagt hij quasi-wanhopig. Zijn jeugd is verpest, hij is tussen twaalf en zeventien mishandeld door digitale technologie. Is het te laat?

Compernolle lacht, maar niet onvriendelijk. Nee, het is niet te laat. Hoeveel rokers zijn er niet in geslaagd om te stoppen?

Waarom social media beter vergeleken wordt met junkfood dan met tabak ▶ 33:12

De vergelijking met roken gaat maar tot op zekere hoogte op, legt Compernolle uit. Je kunt mensen niet vertellen: stop met eten. Social media heeft ook nut. Informatie over Gaza, over andere dingen in de wereld. Influencers, YouTube-kanalen met educatieve content.

“Je kunt het beter vergelijken met voeding. Je moet wel gezond eten. We hebben een tsunami van junkfood.“

De overheid heeft een rol: geen junkfood bij scholen, geen frisdrank in scholen. Dat was vroeger anders. Fanta op school, volkomen normaal. Nu ondenkbaar. Diezelfde overheid moet investeren in voorlichting: de voedingsdriehoek, groente, beweging. Mensen bewegen nu veel meer dan vroeger.

“De overheid heeft daar een rol in. De scholen hebben daar een rol in. En dan is het de persoonlijke verantwoordelijkheid om voor junkfood te gaan of niet.“

Hoe Meta nu kan voorspellen hoe je brein reageert voordat je het filmpje hebt gezien ▶ 34:46

Een nieuw AI-model van Meta: je uploadt een filmpje en het voorspelt hoe het brein zal reageren. Aandachtsspanne, blijfgedrag, alles wat vroeger manueel getest moest worden. Met 60% nauwkeurigheid, nog niet perfect, maar het principe staat.

Straks kun je op schaal content creëren, geoptimaliseerd voor verslavingswaarde. Niet alleen filmpjes: polariserende berichten, automatisch gegenereerde onzin. En het wordt alleen maar beter.

Compernolle haalt zijn schouders op.

“Meta heeft nu een AI model waarbij je kunt voorspellen hoe het brein gaat reageren voordat je het filmpje online zet.“

Als het individu niet slaagt om verweer op te bouwen, zullen we met wetgeving altijd achterlopen. Dat gaat dus niet het antwoord zijn.

“Voor ons allemaal,“ zegt een van de hosts, “zijn wij te laat. Wij zijn opgevoed.“

“Niet te laat,“ zegt Compernolle. “Jawel, exact. Dus wat kunnen wij doen?“

Detox duurt zes weken en vereist ontwenningsverschijnselen ▶ 36:29

Een digitale detox, een week zonder media, klinkt goed. Maar zo werkt het niet. De eerste drie dagen zonder media: rusteloosheid, angst. Sommigen worden depressief, anderen agressief. Echte ontwenningsverschijnselen.

“Een detox duurt 5 à 6 weken voordat je brein zich aangepast heeft en die dopamine-receptoren weer normaal geworden zijn.“

Je moet andere activiteiten in de plaats hebben. En er zijn praktische dingen die je meteen kunt doen. Schakel notificaties uit. Zet je telefoon op grijstinten. Dat werkt: gemiddeld 30% minder gebruik, op slag.

“Waarom doet niet iedereen dat?“ vraagt Compernolle. “Waarom laat je je telefoon niet in de keuken liggen als je televisie kijkt met je partner?“

Het doel is simpel.

“Het doel is om baas te worden van je eigen brein met je telefoon in je hand. Dat je er niet meer afhankelijk van bent.“

Als je vertrekt met de auto en je telefoon vergeet, raak je dan in paniek? Of denk je: de wereld gaat niet vergaan omdat Theo Compernolle twee uur niet bereikbaar is?

Verveling is wanneer je archiverende brein informatie ordent ▶ 41:59

Verschillende mensen hebben verschillende noden. Voor sommigen is een lunch met collega's ontspannend, voor anderen juist niet. Die kunnen beter een wandeling maken. Of een krant lezen. Papier, geen scherm.

Een van de hosts biecht op dat hij soms doomscrollt om zijn brein op nul te zetten. Compernolle schudt zijn hoofd.

“Dat is prikkel, prikkel, prikkel, prikkel. Je zet je brein niet op nul. Dat is verslaving.“

Ontspanning betekent: weg van schermen. Geen scherm. Voor veel mensen is beweging belangrijk, een paar trappen op en neer, naar buiten, eventueel met sociaal contact. Maar voor introverten is dat anders. Die hebben rust nodig. Alleen. Maar niet met een telefoon.

En dan zijn er de momenten van verveling, van niets doen.

“Die momenten van verveling, van niets doen, zijn heel belangrijk voor je brein. Dat is wanneer je archiverende brein informatie ordent.“

Miljoenen bits en bytes aan informatie die binnenkomen, moeten geordend worden. Wat hoort bij elkaar? Wat moet gearchiveerd? Dat gebeurt als we niks doen.

Het hangen van adolescenten, waar ouders soms moeite mee hebben, is cruciaal. Niks doen is beter voor het brein dan met een telefoontje bezig zijn. “Liever kattenkwaad dan altijd maar met dat telefoontje bezig te zijn.“

Op die momenten van rust ontstaan ook de meest creatieve ideeën.

De halveloog: waarom je in een open kantoor het gesprek van anderen hoort ▶ 50:08

Vandaag de dag staat iedereen in de lift met een telefoon. Niemand zegt goedendag. Bij de slager, in de rij, iedereen met zijn telefoon in plaats van een praatje te maken over koetjes en kalfjes.

Een van de hosts zegt dat hij praten vermoeiend vindt. Een uur meeting, sociaal contact, dat is belastend. Compernolle knikt. Dat is precies het punt. Digitale media elimineren alle wrijving.

“Één van de manieren waarop digitale media ons verslaven is door alle wrijving te voorkomen. Er mag niet meer dan 20 seconden niets gebeuren.“

Wat is het gevolg? In sociale contacten op het internet zit geen wrijving. Iemand ontvrienden: één klik. In een menselijk gesprek zit wel wrijving. Mimiek, onderbreking, aanvoelen wanneer iemand wil stoppen.

“Er is nu een generatie waar een belangrijk percentage niet geleerd heeft om te gaan met wrijving in menselijke relaties.“

Ondernemers vertellen hem over jonge medewerkers die alleen functioneren in asynchrone communicatie. Een berichtje via Teams of Slack, geen directe feedback. Bellen is al te veel.

“Er zijn mensen die bellen niet meer. Zelfs bellen is al te veel wrijving. Die jonge mensen moeten een cursus krijgen om met klanten te kunnen praten.“

Eén ondernemer laat jonge werknemers trainen. Een ander wijst hen een mentor toe, een oudere collega die hen over de drempels helpt.

En dan de open kantoren. Eén van de hosts vertelt dat hij vroeger matant was als hij belde op kantoor, omdat iedereen kon meeluisteren. Nu trekt hij zich er niks meer van aan.

Compernolle lacht droog. “Jij bent er misschien beter van geworden, maar de rest niet. Je hebt keiveel mensen gestoord.“

Want een telefoongesprek van iemand anders is één van de moeilijkste prikkels om te negeren.

“Een telefoongesprek van iemand anders, dat is de halveloog. Je hoort maar de helft van een dialoog en dat trekt enorm de aandacht.“

Je hoort iemand praten, dan niets, een cliffhanger. Wat gaat er gebeuren? Dan weer een stukje. Je brein probeert het in te vullen. Het is onmogelijk om geen aandacht te geven.

De telefoontest: als je collega's kunt horen bellen, zit je in het verkeerde kantoor ▶ 51:35

Compernolle heeft een simpele regel.

“Als je werk doet dat aandacht en concentratie vergt en je kunt telefoongesprekken van andere mensen horen, dan zit je in het verkeerde kantoor. Punt.“

De vraag komt of we ons daar niet aan kunnen aanpassen. “Learn to deal with it.“ Compernolle wordt geïrriteerd. “Je maakt een statement, geen vraag.“

Ja, je brein kan ruis als ruis ervaren. Ja, je kunt focus creëren in een drukke omgeving. Maar niet een hele dag. Niet elk uur. Niet al die uren op kantoor.

“De mensen die in een open kantoor zitten zijn 's avonds zwaarder uitgeput. Het probleem is de fouten die ze maken en die fouten moeten gecorrigeerd worden.“

Het gaat niet om thuiskomen en voor de televisie hangen. Het gaat om de uren daarvoor, de fouten die gemaakt worden omdat het brein half uitgeput is. Voor de ondernemer is dat het echte probleem.

Een open kantoor kan werken voor werk dat geen aandacht vergt. Verkoop, samenwerking. Maar dan moet je afspraken maken. Een bibliotheeksfeer, niet een markt. Mensen die moeten bellen, gaan weg. Nu is het omgekeerd: een zootje waar iedereen werkt, en als je je moet concentreren, moet je je afzonderen. “Een omgekeerde wereld.“

Thuiswerken is de minst slechte oplossing ▶ 56:13

Voor veel mensen is thuiswerken niet ideaal, maar wel minder slecht dan op kantoor. Je moet afspraken maken met je partner, je kinderen, de buren. Van zo laat tot zo laat ongestoord kunnen werken. Een bibliotheeksfeer creëren.

En de gsm weg. Altijd de gsm weg.

Maar ook daar geldt: baas worden van je eigen brein. Als je met de auto vertrekt en je telefoon vergeet, raak je dan in paniek? Of denk je: we zien wel?

Technieken om je brein los te maken na een zware dag ▶ 57:47

De vraag komt: zijn er technieken om je brein vrij te maken? Na een drukke ochtend, een middag vol vergaderingen, een lunch die al weer een meeting was.

Compernolle glimlacht. Het is voor verschillende mensen verschillend. Voor sommigen is babbelen ontspannend. Voor anderen niet. Die kunnen beter wandelen, een krant lezen.

“Endless scrolling?“ vraagt een van de hosts.

“Dat is niet ontspannend. Prikkel, prikkel, prikkel.“

Hij biecht op dat hij het toch doet. Hij heeft het idee dat hij niet nadenkt, niks doet. Compernolle schudt zijn hoofd. “Dat is verslaving. Je zet je brein niet op nul.“

Ontspanning vraagt: weg van schermen. Geen scherm. Ten tweede, voor veel mensen, beweging. De trappen op en neer, naar buiten. Het liefste sociaal contact, maar dat is niet voor iedereen. Voor introverten kan een boek beter zijn, of een papieren krant.

“Waarom een papieren krant?“ vraagt de host. “Omdat je dan de baas bent van je brein. Je scant de titels, leest wat interessant is, slaat de rest over. Een heel ander verhaal voor je brein.“

Cocaïne versus cocomelon: de vraag waar Big Tech 110 miljoen per jaar aan lobbying voor uittrekt ▶ 26:17

Het gesprek komt terug op de rol van de overheid. Is het niet fatalistisch om te denken dat individuen zich niet kunnen wapenen?

Compernolle wordt scherp. “Er zijn wel degelijk mensen die gestopt zijn met roken. Maar de vraag is: waarom laat je het zover komen?“

De meest kwetsbare periode is tussen twaalf en zeventien jaar. Net dan ontwikkelt het impulsieve brein zich sneller dan het controlerende denkbrein. Er is een kloof, een aantal jaren waarin adolescenten het moeilijkst weerstaan.

“Die bedrijven investeren 110 miljoen per jaar aan lobbywerk in Europa om wetgeving tegen te houden.“

Ze zeggen zelf: laten we de grens op twaalf, dertien jaar leggen. Precies het moment waarop de kloof het grootst wordt. België volgt die bedrijven bijna kritiekloos.

“Waarom,“ vraagt Compernolle, “heeft het lobbywerk dan zo'n effect?“

Als je iedereen bevraagt, zeggen ze: dit is een probleem. Hij betrapt zichzelf erop. Endless scrolling, van topic naar topic, en dan komt die knop: “Do you want to stay on topic?“ Maar voordat je erop kunt klikken, is hij weg. Ze doen er alles aan.

AI die je helpt versus AI die het werk doet: passagiers en piloten ▶ 1:09:39

Compernolle is een technofiel. Zijn eerste computer was een Apple II, zijn thesis stond op floppies. Hij werkte tijdens corona met een green screen, had zijn eigen studiotje om virtuele workshops te geven. Hij gebruikt AI sinds de proefversies.

“Artificiële intelligentie is fantastisch als je de baas bent.“

Een mooi onderzoek van MIT maakt onderscheid tussen passagiers en piloten. Je kunt AI gebruiken om je te helpen, of je kunt AI het werk laten doen. Helemaal uitbesteden. Dat is een fundamenteel verschil.

Moeten we AI verbieden aan universiteiten? Nee, maar we moeten mensen leren hoe ze er meer uit hun brein mee halen. Zoals met internet vroeger. Sommige dingen kun je uit handen geven. Copilot voor meeting-samenvattingen werkte in 2022 voor geen meter. Vandaag, 2025, is de output geweldig. Bullets, mooi opgesomd.

“Dus ik besteed het uit.“

Compernolle stopt hem. Je moet het altijd controleren. Altijd. Er zit een weeffout in die systemen: hallucinaties. Er is geen enkele manier om die te voorkomen. In Amerika testten ze een systeem dat aantekeningen maakte van artsen over patiënten. Het was goed, maar er stonden ook dommigheden in.

“Een verkeerde medicatie, een verkeerde persoon, een verkeerde diagnose. Dat is niet hetzelfde als een slechte samenvatting van een meeting.“

Google Maps en het outsourcen van je brein ▶ 1:12:47

We doen het altijd, die offload. Google Maps, navigeren. Als je het kunt uitbesteden, why not? We gaan dat automatisch doen.

Maar je kunt het op twee manieren doen. Het systeem laten denken en niet meedenken. Of: weten wat je wil, antwoorden beoordelen, de leiding houden.

Compernolle gebruikt vier chatbots: Mistral, Gemini, ChatGPT/Copilot, en Claude. De beste voor taal is Claude. Hij gebruikt ze om zijn Engels om te zetten in echt native Engels. Maar hij is de baas. Als een antwoord onzin is, weet hij dat.

De vraag over jonge mensen die alles laten schrijven door AI komt. Gaan ze nooit meer leren nadenken?

Compernolle zucht. Er zitten voordelen en nadelen aan. Maar het grootste risico is dat we context verliezen. Dat we niet meer goed leren redeneren. Dat we altijd een outsourced brain nodig hebben voordat we zelf kunnen beginnen.

“Maar is dat niet altijd zo geweest?“ komt de vraag.

Nee, zegt Compernolle. Je moet altijd baas blijven. Als je de baas niet meer bent van je brein, moet je terug de baas worden.

Psychiater versus neuropsychiater: waarom de hardware ertoe doet ▶ 1:07:07

Tegen het einde van het gesprek komt de vraag: wat is het verschil tussen een psychiater en een neuropsychiater? Zou niet elke psychiater neuropsychiater moeten zijn?

Compernolle knikt. “De neuroloog is bezig met de hardware. Onze zenuwen, spieren, hersenen. De psychiater met de software. Wat je denkt, wat je met dat brein doet.“

Vroeger deden psychiaters ook neurologie. Hij is daar blijven hangen. De neurologieopleiding in Amsterdam was cruciaal voor hem.

“Het heeft me denkdiscipline bijgebracht.“

Hij denkt dat zowel neurologen als psychiaters meer zouden moeten leren over hoe het brein functioneert. Je moet wel specialiseren, maar het een staat in verband met het ander.

“Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in de raakvlakken. Het psychische en het somatische. De sociale factoren. Daarom ook familietherapie. Daarvoor ben ik naar Amerika gegaan, om dat aan de bron te leren.“

De raakvlakken, daar zit volgens hem het mooiste, het interessantste.

"Het is volslagen onzin dat kunstmatige intelligentie menselijke intelligentie benadert" ▶ 1:09:54

Het gesprek komt bij AI. Op LinkedIn en andere platformen verschijnen vergelijkingen: het IQ van AI. Dit model heeft 116, dat model 130. In de dagelijkse praktijk werkt het soms briljant, complexe code, API-verbindingen. Maar soms loopt het compleet uit de hand.

Hoe slim is AI echt?

Compernolle wordt direct.

“Het is volslagen onzin om te beweren dat artificiële intelligentie menselijke intelligentie benadert. Met de methodes die we vandaag hebben is AGI onmogelijk.“

AGI, artificial general intelligence, de miljoen-dollar-vraag. Wie is er eerst? Met de huidige technologie: onmogelijk. Zijn nieuwe boek gaat daarover. Eerst legt hij uit hoe het menselijk brein leert, dan hoe AI leert. En dan heeft hij 55 kloven gevonden die onoverbrugbaar zijn.

“Dat is puur marketing.“

Maar waarom zou het met de huidige technologie niet kunnen?

“Taalmodellen zijn rekenmachientjes die fantastisch patroonherkenning doen, maar dat heeft niets met begrijpen en verstaan te maken.“

Een rekenmachine kan ingewikkelde berekeningen maken zonder er iets van te begrijpen. Taalmodellen werken met taal, fantastisch zelfs. Maar het enige wat ze kunnen is patroonherkenning. Geen metacognitie. Geen begrip.

“Maar het is toch knap dat je software kunt ontwikkelen op basis van taal?“

“Patroonherkenning,“ zegt Compernolle. “Niks meer.“

Misschien, oppert hij, gaan we erin slagen om een ander soort model te creëren, een metacognitie die taalmodellen aanstuurt. Maar daar is een Einsteiniaanse paradigmashift voor nodig. Een revolutie.

Hij gebruikt een metafoor. Een tractor kan een groter veld ploegen dan een paard. Is een tractor daarom intelligenter? Een paard en een tractor kunnen allebei trekken. Maar ze behoren tot verschillende categorieën. Zal een tractor ooit kusjes kunnen geven, zich voortplanten?

“Mogelijk, als we over duizenden jaren nadenken. Een liefdetractor, weet ik veel allemaal.“

De tafel lacht. Maar het punt is helder. Artificiële en menselijke intelligentie behoren tot verschillende categorieën. Vergelijken is zinloos.

---

Het is laat geworden in De Melkerij. De glazen zijn leeg. Compernolle vertelt dat zijn manuscript klaar is, dat hij nu een Amerikaanse uitgever zoekt. Binnen zes maanden, misschien iets vroeger of later, zal het boek er zijn. Hij is benieuwd naar de reacties, naar de gesprekken die het zal losmaken.

Wat blijft hangen van deze avond is niet zozeer de fatalisme, maar de helderheid. Compernolle is geen doemdenker. Hij ziet de problemen, maar ook de oplossingen. De overheid moet reguleren, scholen moeten opvoeden, en het individu moet de baas worden van zijn eigen brein. Alle drie tegelijk.

Discours draait om degelijk gesprek, om dialoog zonder populisme. Om mensen die denken in plaats van schreeuwen. Compernolle past precies in die missie. Een neuropsychiater die weigert te capituleren voor Big Tech, die een paradigmashift eist in hoe we over AI denken, en die volhardt in zijn boodschap: stress is een vriend, mits je de baas blijft.

Terwijl hij zijn jas aantrekt en richting de uitgang loopt, zegt hij nog één keer: “Baas van je eigen brein. Dat is het enige wat telt.“