De academische pendel tussen Leuven en Leiden

De geur van koffie mengt zich met het zachte gemompel van gesprekken in De Melkerij, Brasschaat. Luc Sels schuift aan met een glas water, een bewuste keuze voor wie net een turbulent jaar achter de rug heeft. Acht jaar rector van KU Leuven, nu sinds september president van Universiteit Leiden. Tussen zijn 59ste en 50ste jaar, zoals hij het zelf formuleert met een glimlach, nog altijd deeltijds verbonden aan KU Leuven. Een academische pendel tussen twee landen, twee culturen, twee complexe organisaties. “Het zit in het hart, in het hoofd,“ zegt hij over Leuven. “Dat verandert niet meer.“

Maar veranderen doet wel degelijk iets anders: de rol van universiteiten in een wereld die steeds harder polariseert, waar geopolitieke spanningen zich manifesteren op de campus, waar ministers en rectoren moeten navigeren tussen wetenschappelijke vrijheid en maatschappelijke druk. Sels is daar het levende bewijs van. Een man die dagelijks jonglerend moet omgaan met paradoxen, zoals hij het zelf noemt. “De complexiteit als ik 2017 vergelijk met 2025 is onwaarschijnlijk toegenomen. Het is eigenlijk minder en minder CEO spelen en meer en meer elke dag opnieuw jongleren met paradoxen.“

De drie gezichten van een rector ▶ 1:09

Wat doet een rector eigenlijk? De vraag klinkt simpeler dan hij is. Sels vouwt het antwoord open als een landkaart met vele lagen. Eerst is er de wetenschappelijke dimensie: alle disciplines in huis hebben, van theologie tot ingenieurswetenschappen, van filosofie tot geneeskunde. “Je moet wel iets van heel oppervlakkig bij momenten, maar van eigenlijk van die wetenschapsdisciplines meer hebben en ook wel begrijpen. Om daar ook juiste keuzes te kunnen in maken.“

Dan is er de organisatorische kant. KU Leuven als rechtspersoon, inclusief het Academisch Ziekenhuis UZ Leuven, telt 24.000 werknemers en 65.000 studenten, verspreid over 12 campussen. “Dus dat is geen klein bier,“ zegt Sels droog. “De CEO kant van de rol is ook behoorlijk pittig en uitdagend.“ Dat ziekenhuis alleen al brengt een hele klinische zorgdimensie mee, naast onderzoek en onderwijs. Plus: KU Leuven bezit 150 beschermende monumenten, wat de universiteit ook tot een erfgoedspeler van formaat maakt in Vlaanderen. “Het is een kleine samenleving,“ zegt Sels.

En dan is er de publieke rol, die van woordvoerder, van gezicht naar de samenleving. Hier wordt het pas echt ingewikkeld. “Je zit tegelijkertijd met een heel belangrijke academische vrijheid bij al je professoren. Daar komt ook een heel uitgesproken vrijheid van meningsuiting bij. Dus je moet in de standpunten die je inneemt heel voorzichtig zijn.“

“Je moet durven spreken als het in bescherming is van de wetenschap, absoluut. En tijdens de pandemie is dat dagelijks gekost geweest. Maar je moet tegelijkertijd ook wel wat terughoudend durven zijn in de zin van niet op elke slagsout leggen.“

Het betekent dat elke uitspraak gewogen moet worden. Spreek je namens jezelf, of namens de universiteit? De uitnodiging van paus Franciscus aan KU Leuven in september 2024, midden in de storm rond de kerk en misbruikschandalen, was zo'n moment. “Je moet ook af en toe wel een sprong durven maken en een standpunt innemen, een keuze maken en die nadien ook durven uitleggen en verdedigen.“

Die afweging, per dag, per casus, per situatie opnieuw zoeken naar de juiste weg, dat is de kunst. “Vraag me niet hoe je dat doet,“ zegt Sels. “In 90, 95% van de gevallen is het ook heel goed gelopen de voorbije jaren. Maar je maakt ook keuzes die controversieel kunnen zijn.“

Van universiteiten wordt meer verwacht ▶ 9:15

Het onderwijs aan 18- tot 22-jarigen, ooit de kern van het universitaire bestaan, is vandaag slechts één taak tussen vele. Permanente vorming, levenslang leren, kennisvalorisatie: de verwachtingen stapelen zich op. “Van universiteiten wordt ook altijd maar meer verwacht,“ zegt Sels. “De laatste jaren een veel sterkere klemtoon op kennisvalorisatie, impact.“

In Nederland loopt momenteel de ambitie om het aantal spin-offs, startende bedrijven vanuit de academie, te verviervoudigen naar 2035. “Dat is een realistische ambitie,“ vindt Sels, al benadrukt hij dat dit een politieke doelstelling is die je onderhandelt met de overheid, niet een van bovenaf opgelegde eis. “Je probeert wel je eigen systeem om daar zo goed mogelijk aan tegemoet te komen daar ook wel wat op aan te passen.“

Die verwachting dat universiteiten economische motoren moeten zijn, botst soms met de klassieke academische opdracht. Sels merkt een “sterke voorkeur voor bijkomende investering in de meer technische opleidingen, met een veel geringere legitimiteit van delen van de humane wetenschappen, die ik zwaar onderschat vind in het politieke debat.“

“Ik zie een sterke voorkeur voor bijkomende investering in de meer technische opleidingen, met een veel geringere legitimiteit van delen van de humane wetenschappen, die ik zwaar onderschat vind in het politieke debat.“

Een ander aspect is de internationalisering. Ongeveer 55 à 56% van de doctorandi aan KU Leuven en Leiden komt uit het buitenland, en 65% van die groep komt van buiten Europa. “Je arbeidsmarkt is in die zin eigenlijk mondiaal,“ zegt Sels. Die arbeidsmarkt komt ook naar je toe als je een sterke reputatie hebt, en dat maakt dat geopolitieke verschuivingen zich rechtstreeks op de campus manifesteren.

Geopolitieke spanningen landen op de campus ▶ 11:42

Of het nu de situatie in Iran is, Ethiopië, het Midden-Oosten of de Verenigde Staten, er is altijd wel iets. “Geopolitieke verschuivingen beginnen zich meer en meer ook te uiten op je eigen campus. Er is altijd wel iets, en het kan zich soms ook vertalen in tegenstellingen op je campus,“ legt Sels uit.

Dat maakt het werk “onwaarschijnlijk boeiend“, maar ook complex. Kennisveiligheid, mensenrechten, internationale samenwerkingen: alles komt vandaag met een veel grotere zorgvuldigheid. Samenwerkingen met Israël, China, zelfs de VS worden kritisch bekeken. “Alles komt wel met extra moeilijkheid in de inschatting.“

Lokaal zijn er daarnaast meer gepolariseerde samenlevingen, democratieën die onder druk staan. “En dat maakt de rol van universiteiten aan de ene kant ook belangrijker,“ zegt Sels. “Tegelijkertijd wordt je ook wel een stuk meegetrokken in dat debat. Dus je moet dan ook wel opletten dat je eigen geloofwaardigheid niet in de weegschaal komt te liggen.“

Die balans, tussen maatschappelijk relevant zijn en wetenschappelijke integriteit bewaken, is een dagelijkse oefening geworden. “Het is eigenlijk op dagelijkse basis keuzes maken. Alert blijven, heel flexibel zijn, je ook niet te sterk vasthouden aan één bepaalde routine die je elke dag herhaalt.“

"De kritiek dat we niet goed zijn in valorisatie deel ik helemaal niet" ▶ 17:00

Er bestaat een hardnekkig beeld dat België, of breder Europa, niet goed is in het omzetten van wetenschappelijk onderzoek naar economische waarde. Dat we goede IP en patenten genereren, maar die vervolgens outsourcen naar het buitenland. Sels schudt resoluut zijn hoofd bij die analyse.

“De kritiek zoals je die nu formuleert, die deel ik ook niet helemaal of misschien zelfs helemaal niet,“ zegt hij. KU Leuven wordt in heel Europa gewaardeerd voor zijn sterke kennistransferbeleid, samen met universiteiten in Zürich, Oxford en Cambridge. Ook TU Delft en Universiteit Leiden staan er sterk in. “Zeker als je het op Europees niveau bekijkt, wordt KU Leuven samen met de universiteiten in Zürich, Oxford, Cambridge bij de top gerekend net op dat vlak van kennisvalorisatie.“

“Het probleem dat je schetst is voor mij veel meer een probleem van randvoorwaardelijk beleid op overheidsniveau en vooral beschikbaar investeringskapitaal.“

Het echte probleem ligt elders: beschikbaar risicokapitaal. Veel spin-offs lopen vast omdat ze geen investeerders vinden in Europa. “Wat je wel merkt is dat veel van de spin-off activiteit, dat die uiteindelijk wel vastloopt met een tekort aan investeringskapitaal. Europa heeft geen geïntegreerde kapitaalmarkt.“

Het gevolg: veelbelovende bedrijven zoeken het heil aan de overkant van de oceaan, worden overgenomen door niet-Europese spelers. “Je hebt eigenlijk de investeringskost in Europa, de economische meerwaarde ergens anders.“

In biotech, een notoir kapitaalintensieve en risicovolle sector, is het beeld nog schrijnender. “Van elke 100 spin-offs die we in de regio Leiden opstarten, overleven er gemiddeld 13, 14, 15 de eerste 10 jaar. Dat is een hoog risicoactiviteit.“ Mensen spreken in Europa momenteel zelfs over een “biotech winter“, een periode waarin nauwelijks nog risicokapitaal te vinden is.

Aan de ondernemerscultuur zelf ligt het niet, vindt Sels. “In Vlaanderen is over de laatste 15 jaar een gigantische weg afgelegd op ondernemerschapsbereidheid. Of je meer kan realiseren op zo'n korte periode, dat betwijfel ik.“ Nederland is van oudsher al een handelsland, dus daar schort het al helemaal niet aan. “Aan goodwill, aan durf, aan risicobereidheid, stroom opwaarts, begin van de stroom, daar schort het helemaal niet aan. Maar het zijn die randvoorwaarden, investeringsbereidheid.“

Europa zoekt naar schaalvergroting, maar worstelt met efficiëntie ▶ 21:01

De oplossing ligt volgens Sels op Europees niveau. Hij heeft recent een opiniestuk geschreven met een oproep om onderzoek en innovatie echt op Europees niveau te brengen, “weg van te lokaal, van landen die zich bovendien ook nog eens graag opsplitsen in deelregio's met heel veel autonomie.“

“Je komt eigenlijk in een schaalverkleiningsfenomeen terecht. Schaalvergroting is nodig.“

China en de Verenigde Staten weten het wel relatief centraal te organiseren, merkt Sels op. Europa worstelt met efficiëntie, met grote budgetten die niet altijd effectief worden ingezet. “Ik kan nu een zwaar woord gebruiken, maar ik zie wel dat als we zulke dingen proberen binnen Europa te organiseren, dat we daar ook wel snel inefficiënt omgaan met grote budgetten. Die effectiviteitsoefening ontbreekt vaak.“

Tegelijk blijft hij optimist. “Ik ben tussen 59 en 50 jaar nog altijd optimist en wellicht tot in de kist. Optimisme is een moral duty.“ De rapporten van Enrico Letta en Mario Draghi, allebei ex-Italiaanse premiers, “slaan spijkers met koppen en geven de juiste boodschap. En die boodschap wordt ook wel omarmd.“

Het huidige Europese programma voor onderzoek loopt over zeven jaar en bedraagt 95 miljard euro. Voor het volgende programma loopt de discussie richting 175 tot 200 miljard. “We zullen zien of we daar geraken,“ zegt Sels voorzichtig. Er wordt ook gedacht aan een competitiviteitsfonds dat moet toelaten om nu al te investeren in technologieën als quantum computing, waar Leiden en Delft sterk in staan. “Je moet nu al zorgen dat het investeringsvermogen aanwezig is om te voorkomen dat van zodra die ideeën rijp worden ze weer niet lokaal landen.“

De huidige spanningen, mondiaal, hebben wel tot een soort alert geleid binnen Europa. “Elk voordeel heeft zijn nadeel en elk nadeel zijn voordeel,“ zegt Sels. “Het type gesprekken die wij vandaag voeren in Brussel, maar ook in Den Haag, die zijn heel anders dan vijf, zes jaar geleden.“

Nederlandse clustering versus Vlaamse spreiding ▶ 27:16

In Zuid-Holland, de provincie waar Leiden ligt, gebeurt iets opmerkelijks. Drie sterke universiteiten, Leiden, TU Delft en Erasmus Rotterdam, zitten op een kwartiertje trein van elkaar. “Je zit in Leiden op 10 km van Schiphol. Je pakt een kwartiertje, 20 minuten de trein en je bent in de haven van Rotterdam. Logistiek een geweldige regio.“

Die universiteiten zitten al in één alliantie, en de gesprekken lopen om ze nog nauwer bij elkaar te brengen. “Breng die samen en we maken die berekeningen ook wel: dan zit je met de sterkste wetenschapscluster in Europa.“

Vlaanderen zit anders in elkaar. “Het zit met grotere schaalverschillen tussen de universiteiten. Het zit ook met meer duplicatie van opleidingen tussen universiteiten. Te veel wordt op alle plekken georganiseerd. En dat leidt tot fragmentatie.“ Sels benadrukt meteen: “We hoeven ons absoluut niet te schamen voor de kwaliteit van de universiteiten in Vlaanderen. Die staan echt wel op Europees hoog niveau.“

In Nederland durven ze keuzes te maken. Bio-ingenieurswetenschappen worden volledig geconcentreerd in Wageningen. “Voor een land dat uiteindelijk toch qua schaal een pak groter is dan België en zeker Vlaanderen. Alle bio-ingenieurswetenschappen worden in Wageningen geconcentreerd. De andere universiteiten hebben wel deelactiviteiten, maar die durven dat samen te brengen. Dat heeft wel zijn sterkte, zijn kracht.“

“Vlaanderen zit met grotere schaalverschillen tussen universiteiten en met meer duplicatie van opleidingen. Te veel wordt op alle plekken georganiseerd, en dat leidt tot fragmentatie.“

Ook de studentenaantallen worden in Nederland strakker beheerd. Farmaceutische wetenschappen aan Universiteit Leiden: maximum 50 studenten in het eerste jaar. Dat leidt tot kleinere groepen, meer activerend onderwijs. In Vlaanderen heeft iedereen toegang tot het hoger onderwijs, buiten geneeskunde en tandheelkunde kunnen universiteiten geen studenten weigeren. “Dat leidt tot een enorm grote dropout in het eerste jaar. En dat fenomeen van overvolle aula's is daar een neveneffect van.“

Beide systemen hebben voor- en nadelen. Het Vlaamse model geeft iedereen een kans, ongeacht aanleg. “Dat is een heel mooi kenmerk van het systeem, maar het komt wel met nadelen.“ Het Nederlandse model is selectiever, maar leidt tot betere begeleiding. “Het niveau van het curriculum en het niveau van het onderwijs staat in de beide regio's op heel hoog niveau,“ benadrukt Sels. “Aan de kwaliteit van het onderwijs en de kwaliteit van wat gedoceerd wordt ligt het zeker niet.“

Ook de infrastructuur wordt anders benaderd. Sels vertelt over allianties tussen wetenschapsparken om dure onderzoeksinfrastructuur te delen. “Want wat je vandaag de dag opbouwt, of het nu een proteïnetherapie-installatie is of een cell en gene therapy-installatie, loopt uit in de tientallen miljoenen. Dat betekent ook dat je keuzes moet maken wat je waar neerzet en hoe je het gebruik ervan zo ruim mogelijk maakt.“

AI: van risico's naar geletterdheid ▶ 36:26

De pandemie heeft een impuls gegeven aan online en hybride onderwijs. Studenten zowel online als fysiek in het leslokaal: dat is nu gemeengoed. Maar de volgende golf staat al klaar: artificiële intelligentie.

“Er wordt veel te veel gepraat over de risico's van generatieve AI,“ vindt Sels resoluut. Hij wil de focus verleggen. “Ik hou me meer bezig met de vraag: hoe zorgen we ervoor dat elke student, ongeacht opleiding, AI-geletterd is?“

Niet alleen in het gebruik van ChatGPT en consorten, maar ook in patroonherkenning, in algoritmes. “AI is intussen een soort koepelterm geworden waar enorm veel verschillende technieken en algoritmes onder schuil gaat.“

“Er wordt veel te veel gepraat over de risico's van generatieve AI. Ik hou me meer bezig met de vraag: hoe zorgen we ervoor dat elke student AI-geletterd is?“

De focus op risico's mist volgens Sels het punt. Universiteiten moeten studenten voorbereiden op een wereld waarin AI overal is, waarin het vermogen om met die technologie om te gaan even essentieel is als lezen en schrijven. Het gaat om vaardigheid, niet om angst.

Voorbij links en rechts: op zoek naar nieuwe categorieën ▶ 38:47

Het is een hardnekkig beeld: universiteiten zijn linkse bolwerken. Onderzoek van Jonathan Haidt en anderen toont inderdaad een oververtegenwoordiging van progressieve standpunten in de academische wereld. Is dat een probleem? Sels is voorzichtig in zijn antwoord, maar wijst vooral op iets anders: de beperkingen van die hele indeling.

“Ik vind ook links en rechts vandaag de dag heel erg moeilijke en wat verengende concepten,“ zegt hij meteen. De vraag of universiteiten te links zijn, mist volgens hem het punt. “De vraag is al wat is ideologie en wat is politieke voorkeur en in welke mate gaat de politieke voorkeur ook een invloed hebben op wetenschappelijk onderzoek?“

In biomedisch onderzoek maakt het weinig uit of je links of rechts bent, stelt hij. In de sociale wetenschappen, de geesteswetenschappen, ligt het genuanceerder. Maar de realiteit is veel complexer dan een simpel links-rechtsschema. “Mocht iedereen links denken, zou mijn leven veel gemakkelijker geweest zijn,“ zegt Sels droog. “Ik heb die diversiteit wel beleefd.“

Hij plaatst zichzelf economisch centrum tot centrum-rechts, sociaal en cultureel eerder centrum-links. Bij de verdeling van welvaart opnieuw anders. En dat geldt voor heel veel academici, merkt hij op. Hij kent collega's “die er heel expliciet over zijn dat ze op het moment dat ze in een stemhokje staan, afhankelijk van het niveau waarop ze stemmen en het parlement of de gemeenteraad waarvoor ze kiezen ook een andere partij naar voren schuiven.“ Onderschat het effect niet van individuele keuzes voor kandidaten, voegt hij eraan toe.

“Ik vind ook links en rechts vandaag de dag heel erg moeilijke en wat verengende concepten.“

Sels heeft in zijn acht jaar als rector samengewerkt met politici van N-VA, Vooruit, CD&V, Open VLD. “Bijzonder goed samengewerkt en heel vaak het gevoel gehad van op eenzelfde lijn te zitten in elk van die partijen.“ Partijen hebben veel minder “pensée unique“ dan hun programma doet vermoeden. “De diversiteit binnen politieke partijen is enorm toegenomen. Ik merk ook dat de concurrentie binnen partijen bij momenten moordend is, maar ook de concurrentie voor ideeën.“

Politieke partijen veranderen over tijd ook van positie, merkt Sels op aan de hand van analyses in Nederland. “Je merkt dat politieke partijen doorheen de tijd echt wel veranderen qua positie. Ze zullen niet plots van extreem links naar extreem rechts gaan. Maar rond dat midden krijg je toch wel een wat andere positionering.“

Als Sels zegt dat universiteiten wellicht iets meer progressief zijn, interpreteert hij dat niet primair in politieke termen. “Een universiteit is eigenlijk per definitie op vooruitgang.“ Die drang om vooruit te kijken, om dingen te onderzoeken en te verbeteren, trekt wellicht mensen aan met een bepaalde kijk op de wereld. Het gaat niet zozeer om partijpolitieke kleur, maar om een oriëntatie op ontwikkeling.

Hij besluit met een zelfrelativisering: “Ik ben te genuanceerd voor dit soort debatten, vrees ik. En dat is me ooit verweten. Meneer, u bent te genuanceerd. En toen dacht ik van: ah, wat een mooi compliment.“

Tegenspraak organiseren, niet ontmoedigen ▶ 42:00

Wat wel een aandachtspunt is, ongeacht ideologie, is de tolerantie voor andere standpunten. “Ik vind dat de tolerantie binnen universiteiten voor andere standpunten een aandachtspunt is,“ zegt Sels nadrukkelijk.

Michael Spence, zijn collega van University College London, heeft een programma ontwikkeld onder de noemer “disagreeing well“. Het idee spreekt Sels enorm aan: tegenspraak is nodig, het is de dynamiek van de academie. Maar je kunt maar tegenspraak hebben als je al die standpunten ook hebt en ruimte geeft.

“Tegenspraak is nodig en is een dynamiek van de academie. Maar je kan maar tegenspraak hebben als je al die standpunten ook hebt. Geef die ook een kans en leer luisteren naar elkaar.“

Hoe doe je dat concreet? Sels gebruikt het voorbeeld van de Gaza-protesten. “Ben je het met een boycot ten aanzien van Israël niet eens? Bezet dan niet direct een campus, maar ga in gesprek met degenen die het er wel mee eens zijn.“ De universiteit heeft de verantwoordelijkheid om die debatten ordentelijk te organiseren. “Probeer daar waar je nu net voor opgeleid bent, ook in methodologie, dat is om met tegenspraak en complexiteit om te gaan, geeft dat ook een kans.“

Het is een pleidooi voor wat je actieve pluraliteit zou kunnen noemen: niet alleen diversiteit tolereren, maar actief faciliteren dat verschillende perspectieven elkaar ontmoeten, botsen, verrijken. Dat vraagt meer dan passieve neutraliteit. Het vraagt actieve organisatie, methodologische begeleiding, structuur.

"Altijd dezelfde voorbeelden": een genuanceerde kijk op cancel culture ▶ 44:57

Sels heeft ooit een speech gegeven bij de opening van het academiejaar over cancel culture en de woke-beweging. “Die speech heeft mij lang achtervolgd.“ Wat hem opvalt in het debat daarover: altijd keren dezelfde voorbeelden terug. “Als er altijd dezelfde voorbeelden terugblijven komen, voel ik mij eigenlijk al bij al wel vrij gerustgesteld.“

Binnen universiteiten, zeker wat academisch onderzoek betreft, ziet hij weinig echte cancelling. “Ik merk binnen universiteiten, zeker wat academisch onderzoek betreft, weinig zogenaamde cancelling. Ook vanuit de samenleving. Naar wetenschap valt dat eigenlijk al bij al nog wel mee.“

Wat wel veranderd is: wetenschappers worden veel sneller aangevallen dan vroeger. En dan krijgt de rector een cruciale rol. “Je hebt een rol als voorzitter of als rector om op te treden en in bescherming te nemen. Ook op momenten dat je het niet eens bent met de standpunten van die wetenschapper. Daar gaat het niet om eigenlijk.“

“Wetenschappers worden veel sneller aangevallen dan vroeger. Het kan bij momenten heel erg onder de huid beginnen kruipen. Zeker als het dagelijks gekost wordt en nog bijkomend opgewarmd wordt door politieke uitlatingen, dan wordt het echt akelig.“

Die beschermende rol is essentieel geworden. Het gaat niet om het verdedigen van standpunten, maar om het beschermen van de ruimte waarin wetenschappers hun werk kunnen doen, ook als dat ongemakkelijke of controversiële vragen oproept. “Het is niet fijn om spitsroeden te moeten lopen in de sociale media en ik heb het meer dan voldoende meegemaakt.“

De pandemie was een kantelpunt. KU Leuven heeft in die periode wat meegemaakt, vooral toen sommige professoren aansluiting zochten bij de kritiek op het coronabeleid. “Iedereen was ook moe op dat moment. Uitgeput.“ Het evenwicht vinden tussen vrijheid van meningsuiting en wetenschappelijke zorgvuldigheid werd een dagelijkse uitdaging.

“Zorgvuldigheid, eerlijkheid, transparantie. Oog voor goede bewijslast en er zo dicht mogelijk bij blijven,“ somt Sels op. Wetenschappers mogen hun mening geven, maar moeten de status van hun uitspraken duidelijk maken. “Het is daar dat het bij momenten wel eens fout loopt.“ Media verwachten expliciete, zelfs sensationele uitspraken. Dat botst met wetenschappelijke nuance.

Toch blijft Sels positief. De aandacht voor wetenschapscommunicatie is veel groter dan 15 of 20 jaar geleden. “Je moet door een weekend-editie gaan van een kwaliteitskrant en zien hoeveel wetenschap daar vandaag aan bod komt. Dat zou 20, 25 jaar geleden niet waar geweest zijn.“

Initiatieven als Universiteit van Vlaanderen en Universiteit van Nederland maken wetenschap toegankelijk in korte video's van 15 minuten. “Dat is echt goed. Het wordt behapbaar gemaakt voor een breed publiek en tegelijkertijd toch nog altijd wel voldoende gefundeerd in wetenschappelijk inzicht. De ene keer lukt dat beter dan de andere keer, maar dat is fine.“

Mensen staan er niet meer bij stil hoeveel wetenschap deel is geworden van ons leven. “Ik zeg soms tegen patiënten geweest in UZ Leuven die mij nadien contacteerden: nu hebben we aan de lijven ervaren wat het belang van wetenschap is.“ De technologie waarmee we werken, de medische ingrepen die levens redden: hoeveel wetenschap daarin zit en hoe dat deel geworden is van elke minuut van ons leven.

"Ik weet het ook niet meer wat het kernenergiedebat betreft" ▶ 50:03

Kernenergie: het onderwerp waar iedereen een mening over heeft, maar weinigen echt verstand van. Sels lacht wrang als het ter sprake komt. “Ik weet het ook niet meer wat het kernenergiedebat betreft. Ik heb mij er ooit één keer over uitgesproken en het is me erg kwalijk genomen.“

Die ene uitspraak, aan het begin van zijn mandaat als rector, ging over wetenschappers die zich uitspraken over kernenergie zonder er zelf onderzoek naar te doen. “Ik had wel zo'n boodschap gebracht van 'schoenmaker blijft bij uw leest'. En die is me bij de schoenmakers die het toch iets vrijer opnamen niet in dank afgenomen.“ Journalisten spijkerden hem aan de muur. “Maar dat is tegenwoordig zo, media: de dag nadien vallen die spijkers er ook al weer af.“

“Ik weet het ook niet meer wat het kernenergiedebat betreft. Ik ben aan mijn tweede mandaat als verantwoordelijke van grote universiteiten bezig. Er is zoveel informatie, zoveel perspectieven, dat het een extreem groot vraagstuk is.“

Het energiedebat is voor Sels “meer en meer eigenlijk een sociaal wetenschappelijk debat aan het worden.“ Het gaat over draagvlak, over aanvaarding, over gedragsaanpassing. “Klimaatverandering, klimaatadaptatie dwingt ons ertoe. Dus maakt het de sociale wetenschappen relevanter dan ooit tevoren.“

Wat kunnen universiteiten dan doen? Divergerende opinies bij elkaar brengen, proberen te verzoenen, scenario's uitklaren. KU Leuven heeft met Metaforum, een soort denktank voor interdisciplinair debat, pogingen gedaan rond thema's als energiemix, polarisering, migratie. Leiden doet het nu met 15 th

Hoe Leiden Leuven kwam halen ▶ 1:02:57

Was Sels de eerste Belg aan het hoofd van een Nederlandse universiteit? Nee, corrigeert hij meteen. “Ik ben door meerdere Nederlandse universiteiten gecontacteerd die met een wissel zaten in hun bestuur. Dat heeft denk ik vooral te maken met de reputatie van KU Leuven in Nederland. De vaststelling dat er in die acht jaren een enorme vooruitgang geweest is in zowel financiële omzet als positie in Europese programma's en internationale rankings.“

“Het is een heel visibele universiteit geworden op Europees vlak. Ze wisten dat ik beschikbaar was.“

De overstap zelf ging snel. Sels overwoog eerst een sabbatjaar, want de afgelopen jaren waren zwaar geweest. Maar eind augustus diende hij zijn kandidatuur in, op 10 september wist hij dat hij kon beginnen, op 1 november startte hij in Leiden, op 31 juli stopte hij in Leuven. “Korter dan de gemiddelde zomer op een universiteit,“ merkt een van de hosts droog op.

Waarom Leiden? Het zijn al partner-universiteiten, zegt Sels: ze zitten altijd in dezelfde netwerken. Maar de inhoud trok hem ook. Leiden heeft een sterke faculteit geesteswetenschappen met een ruime waaier aan taal- en regiostudies, die zich nu verbinden met veiligheidsstudies, internationale politiek, diplomatie en cybercrime. Plus een campus in Den Haag met klemtoon op cybersecurity, veiligheid en internationaal recht. Plus een ijzersterk universitair ziekenhuis, een sterke faculteit wiskunde en natuurwetenschappen, en historisch zestien Nobelprijzen. Einstein was verbonden aan Leiden toen hij zijn Nobelprijs kreeg, Tinbergen in economie.

“Het is een huis met een onwaarschijnlijk lange traditie.“