Aan tafel in De Melkerij, de Brasschaatse brasserie waar Discours zijn opnames altijd start met een chinkje, schenken de hosts een rum van Omerta in. Daan De Wever, CEO van Dstny, neemt het glas aan en oordeelt dat de drank toegankelijk is, zelfs licht vrouwelijk. Hij zit hier om uit te leggen hoe een man die in 2001 in burgerlijke bouwkunde werkte met betonbak in Sint-Truiden, vandaag een Europese cloudcommunicatiegroep leidt met bijna duizend medewerkers, vijf tot zes miljoen gebruikers en een omzet die richting 300 miljoen kruipt. Het wordt een gesprek over Amerikaanse durf en Europese voorzichtigheid, over een One Dstny die nooit echt One werd, over overnames die hij vandaag niet meer zou doen, en over AI als de grootste uitvinding sinds elektriciteit.

De broer van vijftien met een idee, en de bouwvakker van eenentwintig ▶ 1:30

Wanneer een Belgische CEO vandaag op tv zit, denk je niet meteen aan een familietafel waar een vijftienjarige met een idee komt aankloppen. Toch is het exact zo begonnen.

“Ik ben begonnen toen mijn broer 15 was en ik 21. Hij was een man met een idee in 2001. Op 15 kun je moeilijk een bedrijf starten.“

De ouders zeiden: doe maar normaal, focus. Daan was zelf in een totaal andere sector aan het werk, burgerlijke bouwkunde met betonbak in Sint-Truiden. Maar de broer bleef komen aankloppen, en op een bepaald moment zwichtte hij. Het is begonnen zoals het in Belgie nog steeds kan: een btw-nummer in bijberoep, naast zijn loonjob in de bouw.

“Vandaag kun je nog altijd zo'n btw-nummer pakken in bijberoep. Alleen is dat bijberoep heel veel sneller groter geworden dan mijn hoofdberoep toen.“

De rest staat in de cijfers die de host hem voorlegt: ongeveer 205 miljoen euro omzet. De Wever corrigeert hem droog: het is meer, richting 300 miljoen. Een kleine duizend medewerkers. Tussen vijf en zes miljoen gebruikers op de software.

Waarom niemand in Belgie weet dat ze marktleider zijn ▶ 0:45

Dstny maakt software in de cloud, voor wat in vakjargon cloudcommunicatie heet. Denk aan de telefooncentrale van vroeger. Die werd video, chat, en vandaag, met AI, voicebots, AI-receptionisten, agents, transcriptie en sentimentanalyse. Een laag waar de helft van het Vlaamse middelgrote bedrijfsleven dagelijks doorheen praat zonder het te beseffen.

“In de Scandinavische markt hebben wij 80 procent marktaandeel, want alle mobiele operatoren gebruiken onze technologie.“

In Belgie is hun directe kanaal beperkter. Vast en mobiel zijn nooit echt geintegreerd geraakt zoals in Zweden of Nederland, omdat Proximus, Telenet en Orange het bundelaanbod nooit als standaard hebben neergezet. In Scandinavie deden de incumbents dat wel. De Wever bedient daar grote operatoren als Telia, KPN of Orange. Geen Belgisch verhaal, een Europees infrastructureel verhaal.

“Wij zijn vandaag een van de grootste, of zelfs de grootste in seats in onze sector in Europa. En dat weten de meeste mensen in Belgie niet.“

Soevereiniteit als verkoopargument: de Amerikaanse sticker ▶ 3:48

Wat in Brussel intussen jaren te laat ontdekt werd, was voor Dstny al een tijd commerciele realiteit. Een Belgische server biedt geen enkele garantie dat de data die er doorheen loopt buiten Amerikaans bereik blijft.

“Je mag de server gehost hebben in Belgie, maar als er ergens een Amerikaanse sticker op zit, dan kunnen ze gewoon je data vrij hebben.“

Voor Dstny is dat geen abstract debat, het is een groeimotor. Bedrijven die hun IP willen beschermen, multinationals die in Teams gevoelige meetings voorbereiden, overheden die geen Amerikaanse leverancier willen, ze hebben allemaal een Europese cloudpartij nodig. De pushback van de host is voorzichtig: jullie zijn dus afhankelijk van diezelfde grote spelers. De Wever zet er een ander frame tegenover. De grote operatoren staan zelf onder druk, voice is gecommoditiseerd en hun connectiviteit-omzet brokkelt af. Tien jaar geleden wilden de telcos alles zelf doen, vandaag kloppen ze aan bij partijen zoals Dstny met de vraag: vertel ons hoe het moet.

Waarom 27 markten geen Europese champion produceert ▶ 11:30

Vroeg in het gesprek komt het anekdotische beeld dat de hele aflevering kleurt. De Wever praatte met een Amerikaan die hem uitlegde hoe Amerikanen, vooral aan de westkust, naar Europa kijken. Het verschil zit in een rekensom van een paar woorden.

“In Amerika zeggen ze: vanuit een euro gaan we tien maken. In Belgie zeggen ze: voor die ene euro te behouden gaan we alles doen en alles reguleren.“

“Het grote probleem van Europa: je moet je de vraag stellen, bestaat Europa eigenlijk wel? 27 landen, 25 talen, 27 regulaties.“

Amerikaanse concurrenten in zijn sector denken dat Amsterdam Europa is en dat de Nederlandse cultuur het hele continent dekt. Ze landen aan de westkust met hun playbook, vliegen naar Amsterdam, en gaan ervan uit dat de rest van Europa zich net zo gedraagt. Maar binnen elk Europees land bestaan opnieuw deelmarkten, sociale-zekerheidssystemen, notariaten, en dus duizenden microverticals binnen een al gefragmenteerd geheel.

Voor De Wever is dat de wegenkaart waarop hij elke dag moet sturen. Toch trekt hij er een conclusie uit die niet defaitistisch is. Het ondernemingsprobleem zit volgens hem niet bij de markt, maar tussen de oren.

“Heel veel bedrijven schalen niet omdat de ambitie van de oprichters er gewoon niet is. Het heeft niks te maken met het idee, maar met durven groot denken.“

“Trouwens, als ik Dstny in Amerika had gestart, was ik nu drie keer zo groot geweest. Die markt is gewoon huge.“

De droom van One Dstny die geen werkelijkheid werd ▶ 12:17

Het is een van de eerlijkste passages in de aflevering. De Wever geeft toe dat de strategie waarmee hij Dstny groot maakte, midden in de groei tegen de muur liep. De droom was helder: een bedrijf, een merk, een gestandaardiseerd productenpalet, alles vanuit een Europese groep verspreid over alle landen.

“Mijn grote droom in het begin was: we gaan een One Dstny zijn, een Europese speler, alles gestandaardiseerd. Ik kom tot de conclusie dat dat misschien meer droom is dan werkelijkheid.“

De gevolgen waren meetbaar. Vertraging in de groei, lokale teams die zich onteigend voelden, innovatie die opdroogde, politiek die opdook. Een half jaar voor het gesprek maakten ze de bocht naar meer lokale autonomie, en groei en innovatie kwamen meteen terug.

“We hadden zo hard gedacht: we gaan alles vanuit de groep standaardiseren. En je voelde gewoon dat dat het ondernemerschap lokaal had weggenomen.“

De host probeert het te kaderen als een verlies, maar De Wever weigert dat frame. Hij brengt het als een leerschool. Een ondernemer moet de agility hebben om toe te geven dat hij ergens fout zat.

De overnames die hij vandaag niet meer zou doen ▶ 15:21

De vraag van de host is direct. Zou je sommige overnames vandaag overdoen? Het antwoord is, voor een CEO die de groei via M&A heeft gerealiseerd, opvallend openhartig.

“Daar zijn overnames waarvan, als je mij nu zou vragen, zou je die ooit nog doen, no way. Daar zijn we te hard botst op cultuur.“

“Heel veel overnamestrategieen die ik heb gezien zijn pure pile-ups. We stapelen gewoon een deel bedrijven op. Investeerders hebben er veel geld mee verdiend.“

Van zo'n pile-up stapt hij weg. In een pile-up verdien je alleen op multiple: twintig kleine bedrijven aankopen, een lintje rond plakken, en aan een hogere waardering verkopen omdat het pakket groter is. Op papier werkt het, maar het bedrijf is geen bedrijf, het is een verzameling. Zodra de markt corrigeert, is dat verzameld zijn niet meer goedkoop genoeg om door te schuiven.

“Mijn rol is om een duurzaam bedrijf te bouwen. In elke beslissing moet het bedrijf op de eerste plaats staan, niet de aandeelhouders.“

De hosts duwen door op het culturele deel. De Wever erkent dat one-Dstny niet betekent dat je dezelfde manier van vergaderen oplegt aan iedereen. Het betekent dat je hoge energie, positieve focus en no-blame cultuur over de landen heen herkent. Hun interne afkorting EPIC, energy-positive-impact-capabilities, is de minimale gemeenschappelijke basis.

Bullish leren denken zonder Amerikaan te worden ▶ 23:49

Wanneer het gesprek terugkomt op Amerika, weigert De Wever de gemakkelijke conclusie. Hij wil niet alles kopieren, en de Amerikaanse aanpak zou in Europa niet werken. Maar er is wel een mentaliteit die we kunnen overnemen.

“Wij moeten leren wat meer bullish te zijn, wat meer bold. In Amerika: if it doesn't work, we kill it. Bij ons: we steken er nog een half miljoen in en proberen het.“

Die traagheid kost geld. Een verlieslatend product dat een jaar te lang doortuft, kost anderhalve keer wat het had moeten verbranden voor het werd afgebouwd. De statistiek die de hosts erbij brengen is nog harder.

“20, 25 jaar geleden waren onze economieen ongeveer evenveel waard. Vandaag zijn we nog twee derde van de Amerikaanse economie.“

Maar De Wever weigert die cijfers te lezen als een pleidooi voor Amerikanisering. Hij benoemt het Europese voordeel even nadrukkelijk: het sociale weefsel, de quality of life, het welzijn dat in Amerikaanse statistieken nooit verschijnt. Niet vergelijkbaar, en hij wil het ook niet inruilen. Wat hij wel meeneemt is de bereidheid om sneller te beslissen, sneller te stoppen wat niet werkt, sneller te schalen wat wel werkt. De rest mag Europees blijven.

“Als wij hier 10 euro ophalen, halen ze in Amerika 1000 euro op als equivalent. Dat hoor ik heel vaak terugkomen.“

Niet altijd was dat zo. In 2022, voor de oorlog in Oekraine en de rentestijging, haalde Dstny 200 miljoen op in drie maanden, op een goede dag 400 miljoen in zes weken. Dat kapitaalfeest is voorbij, ook voor venture capitalists die schrik krijgen voor de AI-bubbel die ze zelf gefinancierd hebben.

Waarom we AI gebruiken zoals fabrieken ooit elektriciteit ▶ 33:46

Wanneer de hosts overschakelen naar AI, koppelt De Wever zijn analyse aan een historische analogie waar hij in zijn eigen bedrijf op stuurt. Hij maakt een onderscheid dat hij nadrukkelijk beklemtoont. AI is volgens hem vandaag overhyped, een dotcom-achtige correctie kan zomaar volgen, en venture capitalists die er twee jaar geleden makkelijk geld in pompten, zitten nu in schrik. Maar overhyped is niet hetzelfde als hype. De onderliggende technologie is volgens hem geen hype, het is de grootste uitvinding sinds elektriciteit of het internet.

“AI moet je zien als elektriciteit. Binnen vijf jaar gaan we daar niet meer over spreken, want we spreken vandaag ook niet meer over elektriciteit.“

Vanuit die metafoor stelt hij vast wat hem stoort aan de manier waarop bedrijven vandaag AI gebruiken. Niet de technologie ontbreekt, wel de durf om de organisatie opnieuw te bedenken.

“Toen elektriciteit werd uitgevonden, hingen bedrijven gewoon een lamp op om langer te kunnen werken. Dat is wat de meeste bedrijven vandaag met ChatGPT doen.“

Hij neemt het voorbeeld van Ford. Ford gebruikte elektriciteit niet om de fabriek beter te verlichten. Ford zette een nieuwe fabriek met machines, en herdacht het hele werk van een arbeider die plots geen schroef meer aan het draaien was, maar een hele machine bediende. De analoge AI-Ford is nog niet aan de oppervlakte gekomen, maar De Wever is rotsvast overtuigd dat zo'n bedrijf binnenkort verschijnt.

De memorykost die maal twee ging in zes maand ▶ 32:14

Midden in het AI-verhaal slipt De Wever een passage binnen die in geen krantenartikel over AI te vinden is. De compute-kosten van AI lopen niet alleen op door tokens en modellen, maar door wat eronder zit: het ijzer.

“Een van de grote problemen in IT, ik was aan het spreken bij onze aankoop. De kosten van memory zijn maal twee gegaan op zes maand. Daar wordt niet over gesproken in de pers.“

De oorzaak is een wereldwijde hardware-bottleneck waar AI-datacenters het aanbod aan high-end memory en GPU's wegkopen. Wie morgen een server wil bestellen, kan blanco tekenen en mag hopen dat hij hem in 2027 krijgt. Erger dan tijdens corona, zegt De Wever, maar zonder de aandacht die corona destijds wel kreeg. Voor managed service providers en bedrijven die hun eigen IT rechttrekken, schuift het hele investeringsplan op. Een onzichtbare AI-belasting die in geen enkel businessplan zit.

De piramide wordt een diamant ▶ 35:17

De Wever's voorspelling over de organisatiestructuur is concreet. Bedrijven gaan over van piramides, met onderaan veel uitvoerders en bovenaan weinig directie, naar diamanten: een kleinere top, een brede middelste laag van orchestratie, en daaronder een grote populatie van AI-agents.

“We gaan van piramides naar diamanten. Agents en humans, en wij als mensen gaan een stukje die orchestratie moeten doen. De bedrijven die echt die transformatie doen worden de winnaars.“

“Je gaat niet meer kijken: ik heb 1000 man. Maar: ik heb zoveel mensen en zoveel digitale collega's. En je gaat moeten rapporteren over die digitale agents als loonkost.“

Voor Dstny zelf wordt het al toegepast op de softwareontwikkeling, heruitgetekend als een multi-agent verhaal. Mensen blijven nodig, minder, in andere rollen. Wie vandaag een ontwikkelaar was, kan morgen een orchestrator zijn.

“Je gaat bedrijven hebben die 100 miljoen omzet draaien met 10 of 20 man en waarschijnlijk 30 agents.“

“Binnen vijf jaar ga je heel helder zien welke bedrijven AI niet hebben omarmd. Daar gaat het zich manifesteren.“

De orchestratielaag waar Dstny zijn geld op zet ▶ 39:53

Wat doet een CEO van een telefoniegroep wanneer voice gecommoditiseerd raakt en hun core-product binnen vijf jaar legacy is? De Wever heeft de strategische bet al gemaakt. Twee dagen voor de opname zat hij met een collega-CEO van een directe concurrent, en die zat nog vast in het oude voicespel. Dstny niet meer.

De inzet is een communicatie-orchestratielaag boven alle voicesystemen. Niet alleen boven Dstny zelf, ook boven concurrenten en boven Microsoft Teams. Een laag die agents en AI-toepassingen op een uniforme manier koppelt, ongeacht welk telefoonsysteem eronder draait. Voor klanten betekent het: kies vandaag je voice-aanbieder, maar koppel via de Dstny-laag aan een ecosysteem dat over die keuze heen werkt.

Voor De Wever is dat geen feature, het is de toekomst. Het oude product wordt commodity, de waarde verschuift naar de orchestratie erboven. Wie die laag bezit, bezit ook de relatie met de eindklant en de monetisering van de AI-toepassingen die erover lopen. Dezelfde positionering die Dstny in het Europese landschap pakte op soevereiniteit, nu vertaald naar AI: niet de grondstof, wel de bemiddelaar.

De helpdesk van vijftig die er tien werd ▶ 47:34

Wat AI vandaag al doet binnen Dstny zelf, breken de hosts open in concrete cijfers. Geen hypothetische toekomst, een bestaande realiteit.

“Een helpdesk van vijftig mensen kunnen we reduceren naar tien mensen. Wij hebben het zo gedaan.“

Hun first-line support wordt grotendeels door AI-agents gedaan, met menselijke escalatie als de agent vastloopt. De Wever vertelt over een eigen ervaring in Oostenrijk: een bug op de Dstny-technologie, opgelost in vier minuten via hun support-bot.

“In Nederland hebben wij de laatste maanden meer geld verdiend in nieuwe business op onze AI-toepassingen dan op onze core telefonieoplossing.“

De transitie binnen het bedrijf is al meetbaar. Telefonie blijft cash genereren, maar de groei zit in de laag erboven: transcriptie, sentimentanalyse, AI-receptionisten en agentic communicatie. Het oude product zelf, voorspelt De Wever, wordt commodity.

Local AI als enige betaalbare uitweg ▶ 48:20

Een van de hosts confronteert De Wever met het kostenverhaal. Tokens worden niet duurder per eenheid, maar er gaan er veel meer doorheen. Wat doet dat met de marge van een bedrijf dat zijn klant op output-basis laat betalen?

De Wever gelooft niet in een toekomst waarin alle berekeningen in de publieke cloud landen. Die rekening is voor de meeste bedrijven niet houdbaar. Hij ziet een hybride opzet: een orchestrator-AI die lokaal draait, dichtbij de klantdata, die zelf beslist welke vraag lokaal wordt afgehandeld en welke naar een cloud-model moet. Het slimme deel zit in de orchestrator, de zwaarste compute in de cloud, de privacygevoelige data nooit ver weg.

Die architectuur lost meerdere problemen tegelijk op. De tokenkost blijft beheersbaar omdat eenvoudige vragen niet naar een duur cloud-model hoeven. Data blijft soeverein, want gevoelige info verlaat de lokale infrastructuur niet. En het sluit aan bij wat Dstny commercieel al verkoopt op het soevereiniteitsverhaal. Lokaal slim, centraal sterk, en dat is volgens De Wever de enige manier om AI op schaal betaalbaar te houden.

De energievraag die niemand stelt ▶ 49:52

Wat doet die explosieve groei aan AI met het Europese energieverhaal? De Wever neemt de bal op met een beeld dat hij zelf nog niet zag in de pers.

“We zijn vuile energie aan het importeren in een digitale way. Wij doen alles om hier groene energie te doen, maar de iPhone wordt in China geproduceerd.“

De berekeningen die in een Amerikaans of Aziatisch datacenter gebeuren, stromen vervolgens als data terug naar Europa. We krijgen het resultaat van vervuilende energie binnen, terwijl we hier zelf ijveren voor groen. Hij voegt eraan toe dat Europa door ideologie te snel beslissingen heeft genomen over kernenergie.

Een van de hosts brengt het idee naar voren van compute aan de bron: zonne-energie in de Sahara, daar de berekeningen doen, en de output digitaal terug versturen via een datakabel. De Wever geeft toe dat hij dat zelf nog niet zo had bekeken. Het is een zeldzaam moment in een interview met een CEO van die schaal: hij krijgt een idee terug, hij verwerkt het, hij neemt het mee.

Beurs of private equity, een marketcap-eis van vijf miljard ▶ 59:50

In de slotfase brengt een van de hosts een vergelijking aan met Maarten Michiels, die met Energy Vision voor een IPO koos op de Belgische beurs. Voor Dstny lag de keuze anders.

“Je moet echt minstens een marketcap hebben van 5 miljard om relevant te zijn op de beurs. Anders wordt de beurs eigenlijk een belemmerende factor.“

Waarom? Te weinig free float, te weinig toegang tot kapitaal, drie keer per jaar verantwoording afleggen aan analisten die de sector niet kennen, en geen mogelijkheid om grote overnames te doen omdat je zelf te klein bent. Voor Dstny was private equity in een tijd van bijna gratis geld de logischere route. Hogere snelheid, minder kwartaalstress, en kapitaal dat zich beter leende aan de geografische expansie.

“Het moment dat je een investeerder ziet als een objectief, dan zeg ik u: dan heb je als ondernemer je bedrijf verkocht.“

“Niemand zwaait met omzetcijfers, altijd met hun kapitaalophaling. Maar ze kunnen de vraag niet beantwoorden: waarom heb je het nodig?“

Die vraag, waarom heb je het nodig, is voor hem de echte filter. Een ondernemer die het antwoord niet kent, heeft volgens hem zijn bedrijf al verkocht voor de eerste euro op de balans staat.

Wat hij geleerd heeft over teams en stoppen ▶ 56:46

In de laatste minuten verschuift het gesprek naar wat hij in vijftien jaar leiderschap heeft opgepikt.

“Ik heb niks aan volgertjes. Ik heb mensen nodig die willen battelen voor het bedrijf. Wrijving, dat is wat een team nodig heeft.“

“Je moet je niet de vraag stellen wat je opnieuw moet beginnen, maar wat je moet stoppen. Iets stoppen geeft je de kans om weer iets nieuws te beginnen.“

De Wever heeft de fout gemaakt die veel groeiende ondernemers maken: alles tegelijk willen, alles perfect willen krijgen. Hij heeft geleerd te sequencen. Geen tweede stap zetten voor de eerste afgewerkt is.

Verwend zijn en relativeren ▶ 55:14

Wat het gesprek levend houdt, is dat De Wever zijn eigen rol blijft relativeren. Hij heeft met straatkinderen gewerkt, veel gereisd, veel gezien. Hij weigert zichzelf in een rol van uitzonderlijkheid te plaatsen.

“Het groot zijn vandaag zegt niet dat je relevant bent morgen. Cijfers krijgen vandaag zegt iets over het verleden, niet over morgen.“

Die zin tikt door tot het einde. Het is precies waar Dstny zelf vandaag staat. Een Europese topspeler met 80 procent marktaandeel in Scandinavie, omzet richting 300 miljoen, en een organisatie die de komende vijf jaar opnieuw moet leren wat het betekent om relevant te blijven in een wereld waar agents het werk overnemen.

Epiloog: degelijkheid en dialoog tegen de versplintering ▶ 1:02:07

Wat het gesprek bijzonder maakt, is niet dat De Wever de antwoorden heeft. Hij geeft net toe dat hij het ook niet allemaal weet. De droom van One Dstny was meer droom dan werkelijkheid. Bepaalde overnames zou hij vandaag niet meer doen. De AI-bubbel kan barsten, en zelfs investeringsfondsen die altijd alles wisten, zijn nu in schrik. Hij praat zoals een ondernemer die zijn eigen feilbaarheid mee aan tafel heeft genomen.

Dat is precies waar Discours zich op richt: niet de zekere CEO van een glanzend businessboek, maar de leider die in dialoog durft te gaan met zichzelf en met de hosts. In een Europa van 27 markten, 25 talen en 27 regulaties hebben we geen behoefte aan stellige roergangers, wel aan iemand die durft te zeggen dat hij het niet helemaal weet, maar doorzet. Iemand die luistert naar een idee over compute in de Sahara, en het oprecht meeneemt.

In De Melkerij is het glas van de Omerta-rum intussen leeg. De hosts wensen hem succes met One Dstny in de moeilijke Europese markt. Hij grijnst. Er zijn maar een of twee klanten die hij nog moet overtuigen om dat verhaal pittig te veranderen. Een metafoor voor heel deze aflevering: ambitie groter denken, twee tellen vooruitkijken, en geloven dat een bedrijf vanuit een gefragmenteerd continent een Europese champion kan worden.