Pascal Smet over Brussel: "Iedereen bevoegd, niemand verantwoordelijk"

In de koesterende warmte van De Melkerij in Brasschaat schuift Pascal Smet aan voor een uitgebreid gesprek over zijn geliefde hoofdstad. De voormalige Brussels minister van Mobiliteit en huidige fractievoorzitter van Vooruit in het Brussels Parlement slaat beleefd een chingetje rum af – “niet meteen mijn ding“ – en kiest voor rode wijn. Smet (59) straalt een energie uit die zijn jarenlange ervaring in de Belgische politiek verraadt: 20 jaar minister, commissaris-generaal voor vluchtelingen, internationaal secretaris voor Vooruit, en lid van het Europees Comité van de Regio's.

Maar vanavond draait alles om Brussel, de stad die hij al 30 jaar zijn thuis noemt. “Heel veel Vlamingen kennen Brussel niet,“ zegt hij direct. “En onbekend is onbemind. Eigenlijk is Brussel uw dichtste citytrip.“ Het gesprek dat volgt, ontvouwt een complex portret van een hoofdstad in crisis, maar ook vol potentieel.

"We hebben 1000 politici voor 162 vierkante kilometer" ▶ 6:45

Smet komt meteen tot de kern van wat hij al 20 jaar het grootste probleem van Brussel noemt: de structuur. Met een mengeling van frustratie en vastberadenheid somt hij op:

“We zijn een stad van 1,2 miljoen inwoners. We zijn 162 vierkante kilometer. We hebben 1000 politici. We hebben een gewest. We hebben 19 gemeenten, 19 OCMW's. Zes politiezones. Dat wordt er nu wel één. Dat is al een klein stapje vooruit. Maar dat is allemaal niet goed.“

Die complexiteit vertaalt zich in een fundamenteel bestuurlijk probleem dat Smet al twee decennia geleden formuleerde:

“In Brussel is iedereen bevoegd, maar niemand verantwoordelijk.“

Het voorbeeld van de straatveegers illustreert de absurditeit: elke gemeente heeft zijn eigen straatveegerskorps, terwijl het gewest ook nog eens straatveegers heeft. De huisvuilophaling gebeurt gewestelijk, maar in 19 verschillende gemeenten. “Komt altijd op hetzelfde terug,“ verzucht Smet. “Als er iets fout gaat, wie is er verantwoordelijk?“

De oplossing ligt voor de hand, maar is politiek explosief: één stadsgewest maken, de 19 gemeenten afschaffen. Smet beseft dat dit niet vanuit Brussel zelf zal komen – “je hebt politici die zichzelf gaan afschaffen“ – maar hoopt op externe druk vanuit de federale, Vlaamse en Waalse politiek.

Waarom 250.000 Europeanen niet mogen stemmen ▶ 8:49

Naast het bestuurlijke chaos kampt Brussel met een democratisch deficit dat uniek is in Europa. Van de 1,2 miljoen inwoners mogen ongeveer 250.000 mensen – tussen de 15 en 20 procent – niet stemmen op hun Brusselse regering.

“Meer dan de helft van de mensen die in Brussel wonen zijn in het buitenland geboren of we hebben ouders die in het buitenland zijn geboren. Dat is een internationale stad geworden.“

Smet pleit ervoor dat alle EU-onderdanen stemrecht krijgen in Brussel, niet uit idealisme maar uit pragmatisme:

“Wij zijn de hoofdstad van Europa. Daarom heel veel Europeanen bij ons wonen, is het toch de logica dat die mensen kunnen stemmen in de stad waar ze wonen en dat ze niet meteen de nationaliteit moeten aannemen.“

Het argument wordt versterkt door een verrassend detail: op gemeentelijk niveau mogen EU-onderdanen al stemmen, ook in Brasschaat. “Waarom is het dan bij Brussel niet?“ vraagt Smet retorisch. Het probleem ligt in de versnippering: Brussel bestaat uit 19 gemeenten, en het primaire niveau waar EU-stemrecht geldt is precies die gemeente.

Brussels Airport zou een "petiterig luchthaveltje" zijn zonder Europa ▶ 12:23

De internationale status van Brussel brengt niet alleen uitdagingen, maar ook enorme economische voordelen die vaak onderschat worden. Smet haalt Brussels Airport aan als voorbeeld:

“Dankzij het feit dat Brussel de Europese hoofdstad is, bestaat Brussels airport. Zonder dat was dat een klein petiterig luchthaveltje dat eigenlijk diende om mensen misschien naar een aantal grote steden te brengen, maar vooral om Frankfurt, Schiphol, Parijs te feeden.“

Hij contrasteert dit met Antwerpen Airport, dat volgens hem “200 miljoen euro per jaar“ kost aan de federale overheid: “Wat op zich dan economisch totale waanzin is. Dat heeft geen enkele rentabiliteit. Dat heeft zelfs geen enkel nut.“

Het gesprek onthult hoe de Europese hoofdstadstatus Brussel transformeerde van een nationale hoofdstad naar een wereldstad, met alle complexiteiten van dien.

Het echte Brussels gewest is Brabant ▶ 13:54

Smet onthult een interessante paradox: het institutionele Brussels gewest klopt niet met de sociaaleconomische realiteit:

“Het echte Brusselse gewest sociaal, economisch, cultureel eigenlijk, dat is de provincie Brabant. Vlaams en Waals-Brabant. Dat is het Brusselse gewest.“

Deze observatie raakt aan de kern van Brussels financiële problemen. Door de Belgische eigenheid dat mensen belastingen betalen waar ze wonen en niet waar ze werken, verdwijnt de rijkdom die overdag in Brussel gecreëerd wordt 's avonds met de pendelaars:

“Wij zijn één van de rijkste regio's in Europa. Brussel. Maar de rijkdom verdwijnt elke dag 's avonds in de auto of in de trein met de pendelaar naar Vlaanderen naar Wallonië.“

Het resultaat is structurele onderfinanciering. De MIVB kost meer dan 1,4 miljard euro per jaar, maar dient niet alleen Brusselaars: ook pendelaars, toeristen en bezoekers van EU-instellingen maken er gebruik van. “Wie betaalt dat allemaal? Brussel alleen.“

Waarom hervormingen pas komen na financiële crisis ▶ 17:07

De vraag dringt zich op: als iedereen het eens is over de problemen, waarom gebeurt er dan niets? Smet is realistisch over de democratische realiteit:

“We leven in een democratie. Dus ik zou heel graag willen zeggen: hups, het is zo. Maar dat gaat niet want we leven in een democratie. En dat betekent dat mensen moeten op partijen stemmen die dat willen.“

Zijn hoop ligt bij een financiële crisis die verandering afdwingt:

“Wanneer gaat een stad zich echt veranderen in zijn structuren? Als ze in crisis zitten. Brussel zit financieel in een crisis.“

Hij vergelijkt het met bedrijven: “Wanneer verandert een bedrijf? Als ze naar elkaar storten, als ze niks meer verkopen.“ De financiële druk zou uiteindelijk de politieke weerstand kunnen breken.

"Omdat de federale overheid mensen op straat laat slapen" ▶ 0:00

De daklozenproblematiek in Brussel illustreert hoe bevoegdheidsverwarring concrete gevolgen heeft. Smet legt de verantwoordelijkheid bij de federale overheid:

“Omdat de federale overheid gewoon mensen die recht hebben op een dak op straat laat slapen. Omdat de federale overheid er niet in lukt om mensen die niet in België mogen blijven, die uitgeprocedeerd zijn om die op te sporen, aan te zetten om vrijwillig te vertrekken.“

Als voormalig minister bevoegd voor asiel en migratie spreekt hij uit ervaring. In 2000 wist hij de asielprocedure terug te brengen van twee jaar naar twee maanden voor 80 procent van de beslissingen. Hij organiseerde terugnamevluchten en opende gesloten centra.

Brussel wordt vaak onterecht de schuld gegeven: “Er is een periode dat er Vlaamse OCMW's waren die treinticketten kochten om armen naar Brussel te sturen en dan moesten die maar opgevangen worden in Brussel.“

De nieuwe Brusselse regering moet focussen ▶ 21:37

Na maanden van moeizame onderhandelingen heeft Brussel eindelijk een regering. Smet's prioriteiten zijn helder: veiligheid, properheid en versnelling van vergunningsprocedures.

Op veiligheid heeft Brussel volgens de Kalno-norm “recht op honderden extra politieagenten.“ De properheid moet beter georganiseerd worden: “Brussel is een vuile stad. Dat ben ik ermee eens. Niet zozeer in de buitenwijken, maar in het centrum van Brussel.“

Voor vergunningen moet de Brusselse regering naar een 'permis unique': “We hebben twee vergunningen nodig. Een milieuvergunning en een bouwvergunning. In Vlaanderen is dat lang samengesmolten, in Brussel niet.“

60.000 mensen wachten op sociale woning ▶ 26:44

Het huisvestingsprobleem toont Brussels sociale uitdagingen. Met 60.000 mensen op de wachtlijst voor sociale woningen is Brussel “wel een verzamelplek van armoede.“ Maar ook de middenklasse heeft het moeilijk:

“Ik denk aan mensen die de stad doen draaien. Politieagenten, leerkrachten, schoonmaakpersonel, verpleegsters moeten in Brussel kunnen blijven wonen.“

Smet pleit voor meer woningbouw, maar botst op wat hij de “banana's“ noemt – Build Absolutely Nothing Anywhere Near Anything. Tegenover de vroegere NIMBY's (Not In My Backyard) staat nu een nieuwe groep die elk bouwproject tegenhoudt.

Het probleem is sociaal geladen: “In de zuidelijke kant, de rijkere kant van Brussel, daar zeggen die: 'Ah nee, dat gaan we niet doen. We moeten onze natuur behouden.' Maar in Molenbeek moeten wel bouwen.“

Brussel is het omgekeerde van andere Europese steden ▶ 30:52

Een opvallende eigenheid van Brussel onthult een dieper sociaal probleem:

“Brussel is heel atypisch als stad. In de meeste Europese steden wonen de armen in de rand van de stad en niet in het centrum. In Brussel daar wonen de armen in het centrum en de rijken in de rand.“

Deze omgekeerde geografie verklaart waarom het centrum van Brussel vaak een slechtere indruk maakt dan de werkelijkheid. Smet is zich bewust van het imagoprobleem:

“Als gij aankomt in het zuidstation van uw Thalys uit Londen. Je stapt in Londen in zo'n supermooi station. En je komt dan aan in Brussel en je stapt uit het zuidstation en dan zeg je what the fuck. Dat is hier precies Tirana 20 jaar geleden.“

Hij wijst erop dat London King's Cross 20 jaar geleden ook “kwam om naar de prostituees te gaan, om drugs te snuiven.“ Transformatie is mogelijk, maar vereist politieke wil.

Het Brussels Parlement "gedraagt zich als een gemeenteraad" ▶ 32:57

Smet is kritisch over het functioneren van het eigen parlement. Met 89 Brusselse parlementsleden (72 Franstalig, 17 Nederlandstalig) is er sprake van kwantiteit boven kwaliteit:

“Het Brussels parlement gedraagt zich ook als een gemeenteraad. Daar worden heel veel vragen gesteld om vragen te stellen. Hoe komt dat? Ook omdat de media op het einde van de legislatuur een lijstje maakt: die heeft goed gewerkt, die heeft 500 vragen gesteld.“

Het probleem is structureel: te veel politici voor te weinig kwaliteit. “De vijver is gewoon te klein,“ concludeert Smet. “En dus is er een uitdaging van kwaliteit.“

Hij pleit voor fundamentele hervormingen in het reglement om echte debatten tussen parlementairen mogelijk te maken, in plaats van het huidige systeem waarbij alleen ministers antwoorden op vragen.

Waarom de regeringsvorming zo lang duurde ▶ 36:02

De maanden van politieke crisis hadden een simpele oorzaak, onthult Smet. De coalitie die er nu is, lag al na de verkiezingen van 2024 op tafel:

“Benjamin Dal van CD&V wou of kon niet of mocht niet van zijn partij. Dat is eigenlijk het basisprobleem.“

Toen CD&V weigerde samen te werken, ontstond er een padstelling die werd gecompliceeerd door gemeenteraadsverkiezingen, ego's en veto's. De fragmentatie aan Nederlandstalige zijde – vier partijen nodig voor een meerderheid – maakte alles nog moeilijker.

Het probleem is Europees, benadrukt Smet: “Overal merk je in Europa op dit moment een versnippering. Frankrijk probleem. Hoe lang hebben die gesukkeld?“

Democratie in crisis: "Vijf minuten per week aan politiek" ▶ 41:02

Achter de Brusselse problemen schuilt een dieper democratisch probleem. Smet citeert een schokkend cijfer:

“Weet gij hoeveel tijd mensen gemiddeld per week aan politiek besteden? Vijf minuten. En dat betekent op vijf minuten maken ze dan dikwijls een keuze die dan dikwijls nog bepaald wordt een uur voor ze gaan stemmen.“

Het resultaat is de opkomst van extreme partijen die “ingewikkelde dingen tot iets heel simpel reduceren met oplossingen die ze eigenlijk niet willen.“ Smet waarschuwt: “Want geen enkel extreem rechtse partij heeft al iets opgelost. Want als ze iets oplossen dan valt hun voedingsbodem weg en bestaan ze niet meer.“

De sociale media verergeren het probleem door mensen in bubbels op te sluiten:

“De enige plek waar je eigenlijk nog mensen vindt die anders denken dan gij is de werkplek. Maar dan krijgen we thuiswerken. Dat betekent ook al dat we nog meer thuis zitten alleen in eilandjes en dus angstiger worden.“

Trump wil Europa "domesticeren als een poedel" ▶ 45:06

Het gesprek neemt een internationale wending wanneer Smet waarschuwt voor de Amerikaanse bedreiging van Europa:

“Trump is extreem rechts. Wat is die aan het doen? Die wil ons kapot. Die wil onze Europeanen kapot. Trump wil ons afhankelijk maken van zijn gas en olie. Dat hij ons kan domesticeren als een poedel.“

Europa moet strategische autonomie ontwikkelen, beginnend met energie. Smet wijst naar Spanje als voorbeeld: door massaal te investeren in hernieuwbare energie zijn de elektriciteitsprijzen er “tientallen keren veel lager dan in de rest van Europa.“

Een ander probleem is de kapitaalvlucht naar Amerika:

“We moeten één kapitaalmarkt maken. Weet je dat Europees geld wordt gebruikt om bedrijven in Amerika te doen groeien? Hoe zot kunnen we zijn?“

Waarom iedereen steentje moet bijdragen aan burgerschap ▶ 1:00:33

In de slotfase van het gesprek wordt Smet persoonlijk over waarden en integratie. Hij pleit voor duidelijkheid over wat van inwoners verwacht wordt:

“Die moeten gewoon aanvaarden dat gelijkheid tussen man en vrouw is. Die moeten aanvaarden dan twee mannen elkaar omhelzen op straat.“

Maar hij wijst ook naar de andere kant: “Soms de manier waarop wij praten steken wij mensen in een ghetto ook, fysiek of mentaal.“

Het Brussels gevoel dat na de aanslagen van 2016 even opflakkerde, toonde volgens Smet de mogelijkheden: “Er was een verbondenheid en mensen kregen in de angst te hoop: samen kunnen we de samenleving beter maken.“

Die verbondenheid rond een gemeenschappelijk project – Marokkaanse Brusselaars, Vlaamse Brusselaars, Turkse Brusselaars, Amerikaanse Brusselaars – is waar Smet naartoe wil. “Brusselaar is wat we gemeen hebben,“ zegt hij. “Onze afkomst is datgene wat verschillend is.“

Een stad vol potentieel

Tegen het einde van ons gesprek in De Melkerij blijft Pascal Smet optimistisch over zijn stad. Ondanks alle structurele problemen, financiële uitdagingen en bestuurlijke chaos gelooft hij in Brussels potentieel. “Brussel is gewoon een fantastische stad,“ benadrukt hij nogmaals.

De uitdagingen zijn reëel: verloedering rond de stations, veiligheidsproblemen in bepaalde wijken, een democratisch deficit, en een bestuurlijke chaos die burgers hun vertrouwen kost in de politiek. Maar Smet heeft een plan: vereenvoudiging van de structuren, meer Europese integratie, en focus op de kerntaken van veiligheid en properheid.

Of zijn visie van één Brussels stadsgewest ooit realiteit wordt, hangt af van politieke moed die tot nu toe ontbreekt. Maar zoals hij zelf zegt: “We hebben geesten rijp aan het maken.“ In een democratie is dat soms het enige wat je kunt doen – en hopen dat de financiële crisis die verandering komt die de politiek uit zichzelf niet durft door te voeren.

Het gesprek eindigt zoals het begon: met de vaststelling dat Brussel een stad vol tegenstrijdigheden is. Europese hoofdstad maar bestuurlijk versnipperd, rijk maar ondergefinancierd, internationaal maar lokaal verdeeld. Pascal Smet blijft geloven dat al die tegenstrijdigheden opgelost kunnen worden. De vraag is of de politiek hem daarin volgt.