Pascal Smet over Brussel: "Iedereen bevoegd, niemand verantwoordelijk"

In de vertrouwde setting van De Melkerij in Brasschaat schenkt Pascal Smet de aangeboden chingetje rum vriendelijk af. “Niet meteen mijn ding,“ lacht de 58-jarige fractievoorzitter van Vooruit in het Brussels Parlement. Het CV van Smet leest als een politieke encyclopedie: commissaris-generaal voor de vluchtelingen, Brussels minister van Mobiliteit, lid van het Europees Comité van de Regio's. Een man die Brussel door en door kent — met al zijn mogelijkheden en tekortkomingen.

Waarom 1000 politici een stad van 1,2 miljoen niet kunnen besturen ▶ 6:45

“Laat me eerst zeggen dat Brussel gewoon een fantastische stad is,“ begint Smet zijn pleidooi. “Heel veel Vlamingen kennen Brussel niet. En heel veel Vlamingen snappen ook niet dat je in Brussel gaat wonen.“ Maar achter die verdediging schuilt een fundamentele kritiek die hij al twintig jaar verkondigt.

“We zijn een stad van 1,2 miljoen inwoners. We zijn 162 vierkante kilometer. We hebben 1000 politici. We hebben een gewest. We hebben 19 gemeenten, 19 OCMW's. Zes politiezones. Dat wordt er nu wel één. Dat is al een klein stapje vooruit. Maar dat is allemaal niet goed.“

Het probleem, legt Smet uit, zit in de structuur die ontstond in 1989. Toen ging men ervan uit dat Brussel zou bestuurd worden door twee grote gemeenschappen: de Nederlandstalige en de Franstalige. Maar Brussel is sindsdien een totaal andere stad geworden.

“In Brussel is iedereen bevoegd, maar niemand verantwoordelijk.“

Die versnippering toont zich in de meest banale zaken. Elke gemeente heeft zijn eigen straatveegerskorps, terwijl het gewest ook nog eens straatveegers heeft. De huisvuilophaling is gewestelijk georganiseerd, maar in 19 gemeenten. “Komt altijd op hetzelfde terug,“ zucht Smet. “Als er iets fout gaat, wie is er verantwoordelijk?“

250.000 Brusselaars die niet mogen stemmen op hun regering ▶ 8:48

Brussel heeft niet alleen een bestuurlijk probleem, maar ook een democratisch deficit, stelt Smet. Van de 1,2 miljoen inwoners kunnen tussen de 250.000 en 300.000 mensen — 15 tot 20 procent — niet stemmen op de Brusselse regering.

“Meer dan de helft van de mensen die in Brussel wonen zijn in het buitenland geboren of hebben ouders die in het buitenland zijn geboren,“ legt hij uit. Brussel is een internationale stad geworden, logisch voor de hoofdstad van Europa en de zetel van de NAVO.

“Wij zijn de hoofdstad van Europa. Daarom heel veel Europeanen bij ons wonen, is het toch de logica dat die mensen kunnen stemmen in de stad waar ze wonen en dat ze niet meteen de nationaliteit moeten aannemen.“

Het argument dat expats geen stemrecht zouden moeten hebben, pareert Smet door te wijzen op de unieke positie van Brussel. “Ik zeg niet dat Amerikaanse expats moeten stemmen. Ik zeg dat onderdanen van EU-lidstaten moeten kunnen stemmen.“ Op gemeentelijk niveau bestaat dit recht al — in elke gemeente en stad van het land, ook in Brasschaat, mogen EU-onderdanen stemmen. Waarom dan niet voor het Brussels Gewest?

“Dankzij het feit dat Brussel de Europese hoofdstad is, bestaat Brussels airport. Zonder dat was dat een klein petiterig luchthaveltje dat eigenlijk diende om mensen misschien naar een aantal grote steden te brengen, maar vooral om Frankfurt, Schiphol, Parijs te feeden.“

"Omdat de federale overheid mensen op straat laat slapen" ▶ 23:00

Wanneer het gesprek op verloedering en dakloosheid komt, wordt Smet scherp. Hij wijst naar de federale overheid als hoofdschuldige.

“Omdat de federale overheid gewoon mensen die recht hebben op een dak op straat laat slapen. Omdat de federale overheid er niet in lukt om mensen die niet in België mogen blijven, die uitgeprocedeerd zijn om die op te sporen, aan te zetten om vrijwillig te vertrekken.“

Smet spreekt uit ervaring. In 2000, toen hij bevoegd was voor asiel en migratie, duurde de asielprocedure twee jaar. “Ik heb die geleid voor 80% van de beslissingen na 2 maanden.“ Hij organiseerde terugnamevluchten, opende gesloten centra en voerde acties uit met de politie. “Dat is wat je moet doen.“

Het probleem manifesteert zich het sterkst in Brussel omdat het een aankomststad en hoofdstad is van 1,2 miljoen inwoners op 162 vierkante kilometer. “Het is gemakkelijker om je in de anonimiteit van een grote stad te verstoppen dan in Leuven op straat te gaan leven.“

De hosts duwen terug: is dit dan geen Belgisch probleem? Smet erkent dat het federaal moet worden aangepakt, maar wijst ook op de praktijk waarbij andere overheden hun problemen dumpen in Brussel.

“Er is een periode dat er Vlaamse OCMW's waren die treinticketten kochten om armen naar Brussel te sturen en dan moesten die maar opgevangen worden in Brussel.“

Het zuidstation: "What the fuck, dit is Tirana 20 jaar geleden" ▶ 31:55

Smet wordt gepassioneerd wanneer hij de internationale reputatie van Brussel bespreekt. Vooral het zuidstation is voor hem een symbool van wat er misgaat.

“Als gij aankomt in het zuidstation van uw Thalys uit Londen. Je stapt in Londen in zo'n supermooi station. En je komt dan aan in Brussel en je stapt uit het zuidstation en dan zeg je what the fuck. Dat is hier precies Tirana 20 jaar geleden.“

Hij trekt de vergelijking met Kings Cross in Londen, dat twintig jaar geleden ook een no-go zone was waar je kwam voor prostitutie en drugs. “En nu is dat een hele luxueuze omgeving.“ Brussel kan dezelfde evolutie doormaken, maar het vraagt politieke wil en structurele hervormingen.

De nieuwe Brusselse regering moet zich volgens Smet focussen op drie prioriteiten: veiligheid, properheid en het versnellen van vergunningsafgifte. Bij dat laatste punt wijst hij op een concreet probleem: Brussel heeft nog altijd twee verschillende vergunningen nodig — een milieuvergunning en een bouwvergunning. In Vlaanderen zijn die al lang samengesmolten.

“We hebben 60.000 mensen op een wachtlijst voor sociale woningen omdat we wel een verzamelplek van armoede zijn in Brussel.“

De regeringsvorming die zes maanden duurde door één man ▶ 36:02

De moeizame Brusselse regeringsvorming legt volgens Smet de gebreken van het systeem bloot. “De regering die we nu hebben is eigenlijk de regering die we na de verkiezingen in 2024 op tafel lag,“ verklaart hij. “Maar Benjamin Dal van CD&V wou of kon niet of mocht niet van zijn partij.“

Dat was het eerste struikelblok. CD&V wilde niet samenwerken met bepaalde partijen, waardoor alles blokkeerde. Toen kwamen de gemeenteraadsverkiezingen, en alles ging in pauze. Daarna ontstond een complexe cocktail van veto's, ego's en fragmentatie aan Nederlandstalige kant.

“Je zit in een heel complexe situatie waarbij wat Nederlandstalige kant enorm gefragmenteerd is en dat je vier partijen nodig hebt aan Nederlandstalige kant om een meerderheid te vormen.“

Team Fouad Ahidar (afkomstig van Vooruit maar gebaseerd op etnische en religieuze kwesties) was voor veel partijen niet aanvaardbaar als regeringspartner. “En dan kregen we de cocktail erbij van ego's. Die heeft een veto gesteld. Ja, ik kan dat niet opgeven. En dan krijg je een hele negatieve dynamiek.“

"Vijf minuten per week besteden mensen aan politiek" ▶ 44:02

Het gesprek evolueert naar bredere vragen over de democratie. Smet wijst op een verontrustende realiteit:

“Weet gij hoeveel tijd mensen gemiddeld per week aan politiek besteden? Vijf minuten. En dat betekent op vijf minuten maken ze dan dikwijls een keuze die dan dikwijls nog bepaald wordt een uur voor ze gaan stemmen.“

Die oppervlakkigheid maakt de democratie kwetsbaar voor extremen. “Extremen reduceren ingewikkelde dingen tot iets heel simpel met oplossingen die ze eigenlijk niet kunnen waarmaken,“ analyseert hij. “Want geen enkel extreem rechtse partij heeft al iets opgelost. Want als ze iets oplossen dan valt hun voedingsbodem weg en bestaan ze niet meer.“

Het probleem wordt versterkt door sociale media, waar iedereen in zijn eigen bubbel zit. “Weet je wat de enige plek is waar je eigenlijk nog mensen vindt die anders denken dan gij? De werkplek. Maar dan krijgen we thuiswerken. Dat betekent ook al dat we nog meer thuis zitten alleen in eilandjes en dus angstiger worden.“

“Het ondermijnt ook een klein beetje democratie in de samenleving. En daar moeten we ook antwoord op vinden. Want het ondermijnt ook de menswaardigheid uiteindelijk.“

Trump wil Europa "domesticeren als een poedel" ▶ 46:21

Als Europees politicus kijkt Smet bezorgd naar de internationale ontwikkelingen. Donald Trump is wat hem betreft “extreem rechts“ en een bedreiging voor Europa.

“Trump is extreem rechts. Wat is die aan het doen? Die wil ons kapot. Die wil onze Europeanen kapot. Trump wil ons afhankelijk maken van zijn gas en olie. Dat hij ons kan domesticeren als een poedel.“

Europa moet volgens Smet strategische autonomie nastreven, te beginnen met energie. Hij wijst naar Spanje als voorbeeld: door massaal te investeren in hernieuwbare energie zijn de gasprijzen en elektriciteitsprijzen er nu “tientallen keren lager dan in de rest van Europa.“

Maar Europa heeft meer nodig dan energieautonomie. Smet pleit voor één kapitaalmarkt:

“We moeten één kapitaalmarkt maken. Weet je dat Europees geld wordt gebruikt om bedrijven in Amerika te doen groeien? Hoe zot kunnen we zijn?“

Europese start-ups vinden geen kapitaal op de versnipperde Europese markt en trekken naar de Verenigde Staten — waar ze groeien met Europees spaargeld. “Dat kan niet,“ vindt Smet.

Waarom superrijken "een deel moeten afstaan" ▶ 57:01

Het gesprek sluit af met een discussie over ongelijkheid en de rol van rijkdom in de samenleving. Smet nuanceert: hij is niet tegen rijkdom, maar wel tegen extreme concentratie.

“Mensen die heel rijk zijn moeten beseffen dat ze een deel van hun rijkdom moeten afstaan. Ze moeten niet arm worden. Ze mogen altijd heel rijk zijn van mij. Maar die — hoeveel is nu dat die Elon Musk? 1 triljoen waard is. De mens kan nooit 1 triljoen waard zijn.“

Die extreme ongelijkheid creëert volgens hem een “ongelooflijk onrechtvaardigheidsgevoel dat zich uit in stemgedrag voor extreme partijen.“ Het wordt gevaarlijk voor de democratie zelf.

De hosts duwen terug: moeten we niet eerder de taart groter maken dan hem anders verdelen? Smet beaamt dat beide nodig zijn, maar houdt vol dat extreme concentratie van rijkdom maatschappelijk destructief is. “Het is toch niet normaal dat superrijke mensen 0% betalen“ — al erkent hij dat dit een “clichéuitspraak“ is.

Epiloog

Pascal Smet verlaat De Melkerij met dezelfde energie waarmee hij binnenkwam. Zijn verhaal over Brussel is er een van frustratie en hoop, van structurele problemen en concrete oplossingen. Twintig jaar verkondigt hij al dat Brussel één stadsgewest moet worden met minder politici en meer verantwoordelijkheid. “Iedereen in Vlaanderen zegt van ja, dat moet eigenlijk,“ erkent hij. “Maar het zal extern moeten opgelegd worden.“

Die externe druk komt er misschien door de financiële crisis waarin Brussel zich bevindt. “Wanneer gaat een stad zich echt veranderen in zijn structuren? Als ze in crisis zitten. Brussel zit financieel in een crisis.“

Smet belichaamt de Discours-missie: een politicus die verder kijkt dan de waan van de dag, die complexe problemen durft benoemen zonder in populisme te vervallen. Of hij gelijk heeft over de oplossingen, zal de tijd uitwijzen. Maar zijn analyse van de problemen — van Brussel tot Europa — verdient meer dan vijf minuten aandacht per week.