De jongste politicus aan tafel bij De Wever

De Melkerij in Brasschaat, dé brasserie in het Peerdsbos, is het vaste decor van Discours Met De Boys. Deze keer schuift Jeroen Bergers aan — schepen van financiën in Wuustwezel, federaal parlementslid, en jongerenvoorzitter van de N-VA. Dat alles voor zijn dertigste. In een primeur voor de podcast wordt er rode wijn geschonken in plaats van het gebruikelijke glas. “Ik voel mij ineens al intelligenter,“ grapt host Amory Gillot. Het zet de toon voor een gesprek dat meer dan een uur zal duren en van partijpolitiek tot terreurdreiging, van taalpolitiek tot de toekomst van Vlaanderen zal meanderen.

De drie kerntaken van een jongerenafdeling ▶ 1:00

Bergers begint bij de kern van wat jong-politiek engagement betekent. De jongerenafdeling van een partij heeft volgens hem drie kerntaken: de ideologische lijn scherp houden, jongeren vormen, en actie voeren op het scherpste van de snee. Die eerste taak vat hij met een metafoor die het hele gesprek zal kleuren:

“De wijn moet altijd drinkbaar blijven. Als er teveel water bij de wijn zit, gaat dat ook niet lekker zijn.“

Het klinkt simpel, maar de praktijk is weerbarstiger. Bergers zit vier jaar in het partijbestuur van de N-VA — elke maandag aan tafel met Bart De Wever, Theo Francken, alle ministers. Als jonge kerel in dat gezelschap leer je snel: niet over elk dossier je mening ventileren, maar wél je huiswerk maken op de dossiers die ertoe doen. “Na een tijd hebben mensen door: als Jeroen zijn mond opendoet, weet hij waarover hij spreekt. Dan wordt dat ook gerespecteerd.“

De cijfers geven hem gelijk: Jong N-VA verwelkomt zo'n honderd nieuwe leden per maand. In drie maanden tijd zijn er 280 bijgekomen. Jongeren groeien door naar het federaal parlement, het Vlaams Parlement, gemeenteraden overal in Vlaanderen. “Er is een switch,“ zegt Bergers. “De politiek houdt meer dan ooit rekening met de jeugd.“

Spreekt Bart De Wever nog over het communautaire? ▶ 7:06

Zijn jongeren radicaler dan hun voorgangers? Bergers nuanceert. Jong N-VA is explicieter op het communautaire vlak: waar de moederpartij confederalisme predikt, pleiten de jongeren voor een Vlaamse Republiek. Maar hij verzet zich tegen het frame dat jongeren 'extremer' zouden zijn door sociale media.

“Dat jongeren iets radicaler zijn dan ouderen, dat is gewoon biologie. Dat is altijd zo geweest.“

En Bart De Wever die niet meer over het communautaire zou spreken nu hij premier is? Bergers weerlegt het cliché meteen. Bij de recente boekvoorstelling van Hugo Schiltz in Antwerpen maakte De Wever als premier de analyse: er zijn dingen die niet meer werken en die we beter apart doen. In zijn eigen boek over welvaart bepleitte hij nauwere banden met Nederland. “De oproep naar de Lage Landen is groot bij hem. Heeft de vos zijn haren verloren? Ik zou dat durven tegenspreken.“

Waarom hervormingen 20 jaar geblokkeerd worden ▶ 8:07

Het gesprek verdiept zich wanneer het Belgische politieke systeem ter sprake komt. Bergers is verrassend openhartig over de structurele problemen: de versnippering van bevoegdheden, het gebrek aan efficiëntie, de blokkeringsmechanismen in de grondwet. De kern van zijn frustratie? Vlamingen en Walen stemmen fundamenteel anders, maar moeten samen besturen.

“Wij kunnen niet stemmen op of iemand wegstemmen aan de overkant van de taalgrens. Dat is een democratisch deficit.“

Concreet wijst hij naar de hervorming van de werkloosheidsuitkering — een historische maatregel die volgens hem twintig jaar is tegengehouden “omdat er aan de overkant van de taalgrens één iemand nee zei.“ De frustratie gaat verder: mensen in Vlaanderen stemmen al dertig jaar voor minder belastingen, een strengere migratie, een kleinere overheid. Pas nu, voor het eerst in decennia, probeert een federale regering dat waar te maken.

Of neem de politie-uniformen: de Franstaligen blokkeren fluogele uniformen omdat het 'te Vlaams' zou ogen. Bergers kan er niet bij: “Ik denk dat er geen enkele burger, geen enkele crimineel denkt: dat is de Vlaamse Republiek die hier wordt uitgeroepen.“

"Ja, maar ik ben wel nog een Waal" ▶ 16:16

Over Georges-Louis Bouchez is Bergers genuanceerd maar scherp. De MR-voorzitter bespeelt volgens hem bewust de Vlaamse media als rechts boegbeeld, maar stuit aan de onderhandelingstafel op zijn eigen grenzen.

“Tijdens de onderhandelingen heeft Bouchez letterlijk gezegd: 'Ja, maar ik ben wel nog een Waal.' Dus zover kan hij niet gaan.“

De Senaat is het symbool bij uitstek. De MR houdt de afschaffing tegen — niet om inhoudelijke redenen, maar als symbool van het oude België. “Het laatste actuadebat in de Senaat ging over de menopauze. Ik vind de menopauze een belangrijk onderwerp, maar of je daarvoor een heel parlement in leven moet houden?“

Blij is hij wel met de MR op veiligheidsvlak — daar werkt de samenwerking goed, ook persoonlijk met Bouchez. Maar de claim dat de MR rechts is, botst op de realiteit van de onderhandelingen.

Het Grondwettelijk Hof: rechters zonder diploma ▶ 20:24

Wanneer het onvermijdelijke vergelijkingsgesprek met Vlaams Belang opduikt, is Bergers verrassend open. Hij kent de jongerenvoorzitter Mercina persoonlijk, drinkt af en toe wat met collega's van de overzijde. Hij is fel tegen het cordon sanitaire:

“Ik vind het achterlijk dat in ons politiek systeem nee wordt gezegd tegen voorstellen puur omwille van wie het voorstel doet.“

Maar de breuklijnen zijn reëel. Economisch is de N-VA rechts, het Vlaams Belang links — ze stemmen tegen pensioenhervormingen die de N-VA als noodzakelijk ziet. Op migratie gaat het Belang met remigratie een stap verder. En op geopolitiek vlak stoort Bergers zich fundamenteel aan de sympathie voor Poetin en de banden met China.

Een concreet voorbeeld: de hervorming van het Grondwettelijk Hof. De N-VA wilde dat rechters verplicht een rechtendiploma moeten hebben én tweetalig moeten zijn — een evidentie, zou je denken, voor het hoogste rechtscollege van het land. “De facto zijn alle Nederlandstalige rechters tweetalig. Ze spreken allemaal Frans. Maar de Franstalige rechters spreken geen Nederlands.“ Het Vlaams Belang stemde tegen. De tweederde meerderheid werd niet gehaald. “Hoe kun je daar tegen zijn?“

België in stille terreuralarm sinds 2023 ▶ 32:35

Het gesprek kantelt wanneer veiligheid ter sprake komt, en hier toont Bergers zich het meest gepassioneerd. België zit al drie jaar op dreigingsniveau 3 van de 4 — één stap verwijderd van lockdown.

“En de meeste mensen hebben daar geen idee van.“

De hosts evenmin, geven ze eerlijk toe. Bergers persoonlijk wél: hij was op school in Brussel toen de aanslagen in 2016 plaatsvonden. Examen wiskunde, daarna lockdown. Het is geen abstract dossier voor hem.

De context is urgent. Aanslagen op synagoges in Luik, Rotterdam, Michigan en Oslo wijzen volgens hem op geactiveerde terreurcellen van het Iraanse regime. De militaire beurs in Brussel, kerncentrales, ambassades — het zijn evidente doelwitten. Hij pleit voor de inzet van militairen, maar de hosts pushen terug: is dat niet een te simpel antwoord?

Bergers erkent de complexiteit. “Je moet goede checks and balances hebben. Chat control — daar ben ik keihard tegen. Xi Ping zou trots zijn.“ Maar het onderscheid is belangrijk: statische bewaking van bekende doelwitten is iets anders dan surveillance van burgers. Er ligt een kader klaar dat precies omschrijft wat militairen wel en niet mogen doen.

Wat hem wél woedend maakt: dat minister Verlinden het veiligheidsdossier koppelt aan de vervroegde vrijlating van gevangenen. “Op het moment dat onze collectieve veiligheid in gevaar is, ga je toch niet een koehandel organiseren?“

De stad die de meeste ISIS-strijders leverde ▶ 42:46

Bergers komt uit Vilvoorde — de stad die per capita de meeste Syriëstrijders in heel Europa heeft geleverd. Sommigen zijn door de vorige regering teruggehaald, met het argument dat ze hier beter kunnen worden opgevolgd.

“Noura Firet poseerde stoer met Kalasjnikovs, is teruggekomen, heeft enkele maanden een enkelband gedragen, en was daarna volledig vrij.“

Zijn eerste wetsvoorstel als parlementslid — het afnemen van de dubbele nationaliteit van veroordeelde terroristen — kostte hem een jaar onderhandelen. “Dat lijkt voor veel mensen een evidentie. Maar ik heb er een jaar aan moeten spenderen.“ Hij is er trots op dat het erdoor is geraakt. Maar de frustratie over dat tempo voedt zijn overtuiging: “Dat sterkt mij in mijn overtuiging als nationalist dat dit land structureel slecht georganiseerd is en structureel anders moet.“

"Nederlands is een taal voor honden" ▶ 50:50

Misschien wel het meest persoonlijke deel van het gesprek gaat over taal en identiteit. Bergers vertelt hoe hij met Jong N-VA actie voerde bij een coronatestdorp in een Brusselse deelgemeente, waar de politie was gebeld omdat iemand in het Nederlands geholpen wilde worden. Ze deelden pamfletten uit: 'Eerste hulp bij Nederlandstalige onkunde' — een provocatie, geeft hij toe.

De reactie verraste hen. De vrijwilligers waren enthousiast: “Waarom hebben wij dit niet van de Brusselse overheid gekregen?“ Maar het management belde de politie. Er kwamen vijf combi's — geen enkele agent sprak Nederlands. Toen Bergers zijn verhaal deed aan de zesde combi waar eindelijk iemand Nederlands sprak, liet het management zich ontvallen:

“Nederlands is een taal voor honden.“

Vijf woorden die meer zeggen dan elk beleidsrapport over de taalverhoudingen in de hoofdstad. De agent begreep meteen wie het probleem was.

Steenkolenengels aan de universiteit ▶ 56:40

Het debat over verengelsing krijgt een menselijk gezicht wanneer Bergers vertelt over een goede vriend — een geniaal technicus die alles uit elkaar haalt en weer in elkaar zet, met een gigantische wiskundeknobbel, maar verschrikkelijk slecht in talen. Voor zijn master ingenieur moet hij verplicht wiskundevakken in het Engels volgen. “Terwijl er perfect Vlaamse bedrijven zijn waar hij met zijn Nederlandstalige kennis die berekeningen kan maken.“

Bergers pleit voor een duaal systeem: internationale richtingen in het Engels voor wie dat wil, maar een degelijk Nederlandstalig alternatief. Hij hekelt Vlaamse professoren die in steenkolenengels lesgeven — “in een Jean-Marie Pfaff-taaltje“ — terwijl ze perfect in het Nederlands zouden kunnen doceren. Nederlandstalige alternatieven aan de universiteit worden bedreigd, spookrichtingen ontstaan.

Dan komt de wending die het gesprek samenvat. Host Robi Struyf merkt op dat AI-vertaling het hele debat binnenkort irrelevant maakt.

“Eigenlijk is uw argument achterhaald. Met de evolutie van AI kun je gewoon alles vertalen.“

Bergers moet het toegeven. Het is een zeldzaam moment bij een politicus — de bereidheid om een eigen standpunt te herzien wanneer de feiten veranderen.

Van Oigem naar Vilvoorde: een politieke vorming ▶ 1:02:04

Vlak voor het einde stelt host Amory een persoonlijke vraag: is het aangeboren of aangeleerd? Bergers' antwoord is tweeledig. Op zijn twaalfde verhuisde zijn gezin van Oigem naar Vilvoorde. Hij ging in Brussel naar school en zag het verschil tussen de Vlaamse en Brusselse samenleving. “Ik kies voor die Vlaamse samenleving. Ik vind die mooier. Ik vind dat die meer aansluit bij hoe ik de toekomst van mijn eigen kinderen zie.“

Maar het gaat dieper dan emotie. “Ik vind dat werken moet lonen. Dat als je het risico neemt om te ondernemen, je daarvoor beloond moet worden. En soms heb ik het gevoel dat dat in ons land te weinig gebeurt.“ Dat heeft van hem een rechtse Vlaming gemaakt — maar hij benadrukt dat dezelfde conclusie ook zonder de emotionele band met de Vlaamse Rand mogelijk is, puur op basis van beleid.

Heeft België nog een gezamenlijke toekomst? ▶ 1:06:00

Het allerlaatste punt raakt misschien wel de diepste snaar. Er is een vreemd gevoel in België, merkt host Robi op: iedereen vindt dat de ander zijn beleid krijgt, maar niemand het zijne. Links en rechts vinden elkaar in die frustratie.

“Er is geen geheel, zelfs als je het Vlaanderen wilt noemen. Het is moeilijk om daar één toekomst rond te vormen.“

Bergers denkt dat een sterkere Vlaamse identiteit zou helpen om gezamenlijke doelen te formuleren — en de weg ernaartoe. Maar hij beseft ook dat het antwoord ergens in het midden ligt. De paradox van de jonge nationalist: hoe harder je probeert binnen het systeem te werken, hoe duidelijker je ziet dat het systeem zelf het probleem is.

Of dat nu leidt tot een Vlaamse Republiek of een hervormd België — daarover is het laatste woord nog niet gezegd. Maar de discussie verdient beter dan de soundbites van het avondjournaal. Ze verdient een uur in de Melkerij, met een glas rode wijn.