De man die langs de taalgrens woonde en het verhaal van Wallonië opschreef

In De Groene Jager te Brasschaat, de kasteelhoeve waar Discours Met De Boys deze winter zijn opnames vindt, schuift Alain Gerlache aan met een gesuikerd chingetje rum binnen handbereik. Het is een primeur. “Het is de eerste keer in mijn carrière dat ik sterke drank drink voor een opname,“ bekent hij. “In dertig jaar bij de RTBF en de VRT zou dat nooit gebeurd zijn.“ Een glimlach. Misschien dat alleen het programma Tafel van Gert hem ooit een gelijkaardige uitzondering had ontlokt.

De 67-jarige journalist, ooit twintig jaar lang het Vlaamse gezicht van de RTBF, draagt vandaag een andere pet. Sinds 2023 is hij ook auteur. Zijn boek Het verhaal van Wallonië, uitgegeven bij Ertsberg, was het idee van uitgever Karl Drabbe, geen eigen initiatief. Drabbe luisterde naar Plan B, de podcast die Gerlache drie jaar lang met VRT-collega Ivan De Vadder maakte. Een tweetalig duel waarbij Gerlache Vlaanderen besprak in het Frans en De Vadder Wallonië in het Nederlands. Daar ontstond de overtuiging dat de wederzijdse clichés tussen Vlamingen en Franstaligen een boek konden vullen. Voor een radio en tv-journalist is dat geen vanzelfsprekendheid. “Maar ik heb het graag gedaan.“

Waarom Vlamingen denken dat Brusselaars Walen zijn ▶ 4:41

Het cliché waar het boek mee opent, is niet de luiheid van de Walen. Niet de transfers. Niet de werkloosheidscijfers. Het is een veel subtieler misverstand: dat Vlamingen het woord Waal en het woord Franstalige door elkaar gebruiken alsof het synoniemen zijn. Voor Gerlache is dat een simplificatie die niet houdt.

“Voor veel Vlamingen zijn dat eigenlijk synoniemen, Walen en Franstaligen. Maar Franstalige Brusselaars en Walen, die hebben elk hun eigen identiteit.“

Hij gebruikt een vergelijking die voor Vlamingen onmiddellijk landt: “Zeg tegen een Gentenaar niet dat hij van Antwerpen is en omgekeerd.“ De Brusselse Franstaligen voelen zich geen Walen, en omgekeerd ook niet. De geografische en mentale afstand tussen een Brusselaar uit Sint-Joost en een Henegouwer uit La Louviere is groter dan veel Vlamingen vermoeden.

Hoe een leven aan de taalgrens een journalist maakt ▶ 7:51

Gerlaches autobiografie is, niet toevallig, ook de geografie van zijn boek. De eerste zin van Het verhaal van Wallonië luidt: ik heb altijd langs de taalgrens gewoond. Hij groeide op in Waver, vlak bij de antennes van wat toen nog BRT en RTB heette. “Misschien is dat onder de invloed van die golven dat ik nadien bij de RTBF ben gaan werken,“ lacht hij.

“Ik maak deel uit van de laatste Franstalige studenten die nog in Leuven gestudeerd hebben.“

Een zin die in Vlaanderen anders klinkt dan in Wallonië. Voor Vlamingen is Walen Buiten een politieke overwinning, een culturele bevrijding. Voor Gerlache is het persoonlijke geschiedenis: hij was een van de laatste Franstaligen die de aula's van de oude universiteit nog deelden met Vlamingen. Daarna trok hij naar Waterloo, vandaag woont hij in Luik. Telkens dicht bij de taalgrens. Telkens met directe blootstelling aan de andere taalgemeenschap. “Ik kies bewust voor kot bij Vlamingen, omdat ik mijn Nederlands wou verbeteren.“

Het Germaanse woord voor "buurman die anders praat" ▶ 16:12

Een van de fijnste etymologische ontdekkingen uit het boek komt nu op tafel. Het woord Waal, blijkt, is geen Romaans woord. Het is geen zelfgekozen identiteit. Het is een Germaans leenwoord.

“Het woord Waal is eigenlijk een Germaans woord. Het betekent de mensen die naast Germaanse volkeren wonen en die een andere taal spreken. Eigenlijk hebben de Walen een naam die door de Vlamingen gegeven werd.“

De Walen heten Walen omdat de Germaanse buren hen zo noemden. Het is, geeft Gerlache toe, een beetje een buitenstaandersbenaming. Maar het zegt ook iets anders: dat Vlamingen en Walen elkaars buren zijn sinds duizend jaar. Dat de geschiedenis er een van naast elkaar leven is, niet van keuze. Het concept Wallonië is bovendien jong. Het ontstond pas op het einde van de 19e eeuw, eerst in een culturele context, pas later politiek. De Vlaamse beweging was er eerder. Wallonië is, in zekere zin, een reactie op de opkomst van een Vlaamse identiteit binnen het jonge Belgisch koninkrijk.

Geen belgicist en toch praktisch ▶ 17:14

Wie Gerlache verwacht als verdediger van het unitaire België, komt bedrogen uit. Hij is geen unitarist en hij beschouwt zichzelf niet als militante van het Belgische project. Maar hij is wel pragmatisch.

“Ik heb helemaal geen politiek project over het behoud van België. Maar hoe je het draait of keert, Vlaanderen en Wallonië zullen naast elkaar liggen. Het is beter om in vrede te leven met uw buren.“

Het is een belgicisme zonder vlaggen. Niet emotioneel, niet ideologisch. Een nuchtere vaststelling: we zitten aan elkaar vastgemetseld op de Europese landkaart, dus we kunnen er maar beter iets behoorlijks van maken. Een burenpolitiek, geen natiebouw.

Le petit Belge en de blik van Parijs ▶ 19:22

Vlamingen vergelijken hun band met Nederland gemakkelijk met de Waalse band met Frankrijk. Gerlache vindt die parallel scheef. Het is geen vergelijking tussen twee buurlanden, het is een vergelijking tussen twee verhoudingen.

“Wij zijn de kleine broer van Frankrijk, le petit Belge zoals ze dat zeggen. We zijn 4,5 miljoen Franstaligen tegenover 65 miljoen Fransen. De verhouding is totaal anders dan tussen Vlaanderen en Nederland.“

Vlaanderen en Nederland zijn twee Nederlandstalige entiteiten, ongeveer even groot in cultureel gewicht. Wallonië en Frankrijk niet. Frankrijk is gewoon de grote broer met 65 miljoen inwoners, Wallonië met 3 miljoen is een buitenboordmotor. Tegelijk maken Franstalige Belgen deel uit van een veel groter geheel, de francofonie, met Quebec, Zwitserland, een groot deel van Afrika. Dat geeft een ander perspectief, ook tegenover Frankrijk zelf. Stromae en Angele zijn Belgen, geen Fransen, ook al worden ze in Franse kranten af en toe geannexeerd. Angele moest dat in een interview corrigeren: “Ik ben Belg en ik voel me overal thuis, niet alleen in Frankrijk.“

“Soms voelen wij ons een beetje misprezen. Ze kijken een beetje neer op ons. En dat voelt een beetje gevoelig.“

Tegelijk is er nooit twijfel als het bal moet rollen. “Er is geen enkele Belg die de Franse voetbalploeg steunt.“ De rivaliteit blijft bescheiden, maar ze is reeel. Le petit Belge weet wie zijn neef is en hij weet ook dat hij liever van zijn neef wint dan van iemand anders.

Hoe de eerste staatshervorming twee culturen creëerde ▶ 26:13

Op de vraag waarom de wederzijdse onbekendheid zo diep gaat, geeft Gerlache een verklaring die weinig politici op tafel leggen, maar die historisch waterdicht is. De allereerste bevoegdheid die in 1970 gesplitst werd, was geen marginale technische materie. Het was cultuur.

“Wij leven dus al meer dan 50 jaar cultureel apart. Eerste staatshervorming in begin jaren 70 splitste taal en cultuur. Daarna het onderwijs. En daarom zijn wij cultureel uit elkaar aan het groeien.“

Een halve eeuw aparte cultuurministers, aparte omroepen, aparte schoolprogramma's. Het verklaart waarom een Vlaming van vandaag geen Waalse zanger spontaan kan opnoemen, en omgekeerd. De infrastructuur is gemaakt om uit elkaar te groeien, niet om naast elkaar te delen. Gerlache voegt eraan toe dat federale landen meestal ergens een nationaal cultuurministerie behouden. Zwitserland niet, het deelt drie talen, maar daar bestaat wel een sterke gedeelde Zwitserse identiteit. In België niet. De cursor staat steeds verder uit elkaar.

"Waaraan herken je een Brusselse stad in problemen? Aan zijn negentig jaar oude structuren" ▶ 37:36

Het tweede grote structurele knelpunt komt er meteen achteraan. België is, zegt Gerlache letterlijk, een wereldvreemde uitzondering.

“België is het enige federale land ter wereld waar alle entiteiten andere bevoegdheden hebben en een andere structuur. Grondwetspecialisten hebben dat gecheckt.“

Federaal niveau. Vlaamse gemeenschap, die ook gewest is. Brussel met zijn tweetalige structuur en eigen kiessysteem. Waals Gewest. Federation Wallonie-Bruxelles. Duitstalige Gemeenschap. Geen enkel ander federaal land bouwde vergelijkbare verdiepingen waarbij elke verdieping bovendien anders meet. Het is een doos waarin niemand de afmetingen heeft gestandaardiseerd. Brussel kampt met problemen van de 21e eeuw: drugscriminaliteit, mobiliteit, veiligheid, opleiding. Maar de structuren waarin het gewest die problemen moet aanpakken zijn nog gebaseerd op de taalstrijd van de jaren vijftig.

De Eurocleer-week waarin uiterst links Bart De Wever steunde ▶ 34:35

Iets is aan het schuiven. Daar is Gerlache van overtuigd. De maatschappelijke en politieke context is veranderd, en de afgelopen weken leveren minstens twee opvallende vingerwijzingen op.

De eerste komt uit de Kamer. Tijdens de Eurocleer-discussie, het Belgische dossier rond de geblokkeerde Russische tegoeden, kreeg de premier de steun van vrijwel iedereen.

“Een Vlaams nationalistische, rechtsconservatieve premier was in staat de steun te krijgen van Franstalige en Vlaamse partijen van uiterst links tot uiterstrechts. Zelfs de PTB steunde Bart De Wever.“

Een unicum, of toch zo goed als. Onder druk van een Europese crisis met een vinger van Donald Trump erin, dichten de partijen hun verschillen sneller dan iemand had voorspeld. De tweede signaal komt uit de Vlaamse pers.

“Deze week publiceerde De Standaard, AVV-VVK, voor het eerst artikels in het Frans. Hij geeft eigenlijk toe dat het Vlaamse niveau secundair is geworden in de huidige situatie van het land.“

Voor wie de oude codes nog kent: AVV-VVK staat boven het kruis op de IJzertoren, Alles Voor Vlaanderen, Vlaanderen Voor Kristus. Dat een krant met die nostalgische letters in haar logo nu Franstalige stukken publiceert om relevant te blijven, is een symbolische omslag. Het regionale niveau, zegt Gerlache, schuift naar het secundaire. Federaal en Europees worden waar het echt gebeurt.

De rekening die de Franse Gemeenschap niet meer kan betalen ▶ 39:02

Maar laat ons concreet worden. Want achter al dat institutionele dwarrelen ligt een onverbiddelijk cijfer.

“Rekening houdende met de bevolking en met de bevoegdheden is de schuld van Wallonië vijf keer zo groot als de schuld van Vlaanderen. De Franse gemeenschap is bijna failliet.“

Vijf keer. Per inwoner, per bevoegdheid gewogen. Het is geen detail in de marge, het is een acute solvabiliteitscrisis. En dat plaatst de paradox van het Belgische debat scherp op tafel: de oplossing die in Vlaanderen vaak naar voren wordt geschoven, een nieuwe staatshervorming met meer financiële autonomie, zou Wallonië nog dieper in de afgrond duwen.

“Een staatshervorming met verdere financiële autonomie zou de situatie in Franstalig België nog moeilijker maken. Zelfs als ze dat willen, gaan die entiteiten dan failliet.“

Een Catch-22. Wallonië heeft de federale solidariteit nu nodig om niet om te vallen. Een verdere splitsing van de tegoeden zou meteen de muur betekenen. Tegelijk staat Vlaanderen terecht te morren over de blijvende transfers. Wat doe je daaraan? Niemand op de markt heeft een eenvoudig antwoord. Gerlache evenmin, en hij doet ook niet alsof.

Een job op drie hangt aan de overheid ▶ 42:28

Achter de schuld zit een dieper cultureel verschil dat Gerlache uitvoerig beschrijft: de manier waarop welvaart in Wallonië georganiseerd wordt.

“Eén job op drie in Wallonië is afhankelijk van de staat of van een publieke onderneming, een administratie of een onderneming die gefinancierd wordt door de staat.“

Dat is geen kwaadwillig cijfer, het is een statistisch feit. En het verklaart waarom de Waalse economie wezenlijk anders ademt dan de Vlaamse. Niet door luiheid van wie er werkt, dat cliché veegt Gerlache resoluut van tafel. Maar omdat het systeem rond de overheid is gebouwd, niet rond ondernemerschap. Daarvoor moet je terug naar het einde van de 19e eeuw, naar wat Wallonië toen was.

Toen Vlamingen nog naar de Borinage trokken ▶ 42:58

Het is een hoofdstuk dat in Vlaanderen vaak vergeten wordt, en in Wallonië met weemoed wordt opgehaald.

“Op het einde van de 19e eeuw was Wallonië een van de meest welvarende regio's in Europa. Het was eigenlijk de Silicon Valley van Europa. Heel veel Vlamingen gingen naar de Borinage werken in de mijnen en de staalindustrie.“

De rolverdeling die we vandaag voor evident houden, was honderd jaar geleden omgekeerd. Het waren Vlaamse arbeiders die migreerden, op zoek naar werk in de Henegouwse mijnschachten en de Luikse hoogovens. De steenkool, het staal, de zware industrie maakte Wallonië rijk. Vlaanderen was overwegend agrarisch en arm. Het verklaart ook waarom de socialistische cultuur in Wallonië zo sterk verankerd is: de arbeidersstrijd vond daar plaats, niet aan de Vlaamse kust.

De reconversie die mislukte, en de schuld die niet één partij draagt ▶ 44:29

De industriële glorie verdampte na de Tweede Wereldoorlog. De steenkool werd onrendabel, de staalindustrie verloor haar concurrentievoordeel. Het had een omschakeling moeten zijn naar nieuwe sectoren. Het werd een halve eeuw vertraging.

“In Wallonië is de reconversie mislukt. De linkse kringen zeggen: het is de schuld van het Belgisch kapitaal. Maar de PS en de vakbonden hebben te lang sectoren die op sterven na dood waren in stand willen houden. Daar is heel veel geld aan verspild.“

Gerlache hanteert hier ouderwets marxistische termen, en hij verontschuldigt zich er bijna voor, maar gebruikt ze toch omdat ze het politieke vocabulaire van de Waalse linkerzijde precies treffen. Het Belgische groot kapitaal zou de regio in de steek hebben gelaten en alle middelen naar Vlaanderen hebben verplaatst. Daar zit een deel waarheid in. Maar de andere kant van het verhaal, dat de PS en de vakbonden de stervende industrie veel te lang hebben proberen reanimeren in plaats van te herstructureren, mag evengoed klinken. Het is dat dubbele schuldverhaal dat de huidige Waalse economische cultuur tekent.

Waarom Di Rupo en Magnette elkaar publiek tegenspreken ▶ 49:11

Dat de PS zelf intern niet meer weet welke richting ze uit moet, illustreert Gerlache met een anekdote die alle commentatoren ontging. Op enkele dagen tijd, kort voor de verkiezingen van juni 2024, gebeurde iets vreemds.

“Voor de verkiezingen vroeg een interview Elio Di Rupo wat het grootste probleem van Wallonië was. Hij zei: het gebrek aan ondernemingen. Op hetzelfde moment schreef Paul Magnette op sociale media dat de grootste vijand van Wallonië de patroons waren.“

Twee zwaargewichten. Een Waalse minister-president en de partijvoorzitter van de PS. Het ene moment zegt de ene dat het gebrek aan patroons het probleem is, het andere moment zegt de andere dat de patroons de vijand zijn. Het is, om het zacht te zeggen, geen samenhangende boodschap. Voor Gerlache is dat het bewijs dat de Waalse linkerzijde nog niet weet wat ze met de 21e eeuw aan moet. Een Thomas Dermine, ex-McKinsey-consultant en nu burgemeester van Charleroi, weet beter, maar moet rekening houden met de concurrentie van de PTB. De PS schippert. Er beweegt iets, zegt Gerlache, maar de richting is nog niet gestold.

De radicaalrechtse bocht van een liberale partij ▶ 51:50

En de rechterzijde dan, kun je vragen. Wallonië heeft sinds 2024 een centrumrechtse meerderheid zonder PS, een primeur. Dat zou de motor van een ondernemerscultuur kunnen zijn. Gerlache is niet overtuigd.

“De MR is oorspronkelijk een liberale partij. Maar eigenlijk is de MR nu geen liberale partij in de traditionele zin van het woord. De voorzitter is meer bezig met de culturele oorlog dan met een positief verhaal over ondernemingen.“

George-Louis Bouchez, voorzitter van de MR, opereert volgens Gerlache eerder als een radicaalrechtse cultureel strijder dan als een klassieke liberaal die ondernemerschap stimuleert. Stem trekken, ja. Een positief economisch verhaal voor Wallonië bouwen, eigenlijk niet. Het is een diagnose die ook in Vlaanderen mensen zal verbazen, omdat de MR daar vaak nog wordt gezien als de relatief redelijke partner aan Franstalige kant.

Het Voka-moment dat niemand had verwacht ▶ 57:00

Toch wijst Gerlache op een kleine, maar veelzeggende gebeurtenis. Toen de centrumrechtse Waalse coalitie haar regeringsverklaring voorbereidde, deed ze iets wat in dertig jaar Belgische geschiedenis nooit was gebeurd.

“Bij de voorbereiding van hun regeringsverklaring hebben zij Voka uitgenodigd. Dat was een primeur. Dat zou nooit in het verleden zijn gebeurd.“

De Waalse equivalent zou hooguit het Union Wallonne des Entreprises zijn geweest. Maar de nieuwe coalitie reikte expliciet over de taalgrens, naar de grootste Vlaamse werkgeversorganisatie, om mee te denken over economische samenwerking. Eerder dat seizoen had Robi Struyf op deze podcast al met Mark Andries gesproken, de administrateur-generaal van Vlaio. Andries vertelde hoe Vlaio en zijn Waalse evenknie de jongste tijd dossiers samen financieren, hoe innovatieprojecten over de taalgrens worden opgezet, hoe een bredere markt automatisch een breder verhaal oplevert. Het zijn kleine bewegingen, maar ze gaan dezelfde kant op.

"We werken al samen, alleen krijgen we het niet verwoord" ▶ 59:37

Want, en dat is de centrale paradox van het hele gesprek, in de feiten draait de samenwerking al. Vlaanderen is verreweg de grootste handelspartner van Wallonië. Vlaio en zijn Waalse evenknie financieren samen onderzoeksprojecten. Tentoonstellingen over Magritte trekken zowel Vlaamse als Waalse bezoekers. Tv-reeksen als 1985, over de Bende van Nijvel, of de fictiereeks Mystery Murder over Magritte, zijn coproducties van VRT en RTL en draaien op beide platformen.

“In België hebben wij een soort van face-a-face, een tweespalt tussen twee grote entiteiten die een andere taal spreken en een andere cultuur hebben. In de feite werken we wel samen, maar we krijgen het niet verwoord.“

De economie heeft het door. De mediasector ook. Alleen in de politieke verbeelding blijven we elkaars vijand. Een groot deel daarvan komt door de structuur van het partijlandschap.

“Wij hebben geen federale partijen. Dat is redelijk uniek in federale landen. In de meeste federale landen heb je regionale partijen en dan federale partijen die de boel een beetje in elkaar houden. Bij ons bestaat dat niet.“

Geen enkele Belgische partij heeft tegelijk Vlaamse en Franstalige verkiezingsverantwoordelijken die elkaar in dezelfde fractie elke maandag tegenkomen. Behalve de PTB-PVDA. En misschien, beweert Gerlache, in de toekomst de MR met ambitie aan Vlaamse kant. De N-VA had ooit zoiets geprobeerd. Maar de regel is splitsing. En dat versterkt het face-a-face.

Zes staatshervormingen later, een onbruikbaar gebouw ▶ 1:03:46

Wat resulteert daaruit? Gerlache, die zelf een aantal staatshervormingen van nabij heeft meegemaakt, vat het resultaat onverbloemd samen.

“De staatshervormingen hadden de bedoeling om politieke problemen op te lossen, maar nooit om tot een samenhangende en efficiënte structuur te komen. Daar hebben ze nooit rekening mee gehouden. En nu heb je een structuur die niet meer werkt.“

Elke staatshervorming was een transactie. Aan de ene partij iets geven om iets anders aan de andere te geven. Niemand zat ooit aan tafel met de vraag: gaat dit ding samen kunnen draaien? En het antwoord is, na zes hervormingen, nee. Nog moeilijker langs Franstalige kant, waar bovenop het federale niveau drie regionale lagen bestaan: gemeenschap, federation Wallonie-Bruxelles, gewest. Aan Vlaamse kant zijn gemeenschap en gewest gefuseerd. De Franstalige cohesie ontbreekt zelfs binnenshuis.

“Het fundamenteel probleem van Brussel is dat dat gewest nu te kampen heeft met de problemen van een stad van de 21e eeuw. Maar al die structuren zijn gebaseerd op de taalstrijd van de jaren vijftig.“

Als de structuren niet meer matchen met de problemen, kun je vergaderen tot je een ons weegt. Het instrument klopt niet meer.

Confederalisme of Europese integratie? Gerlache kiest voor "iets anders" ▶ 1:07:18

Wat is dan de uitweg? Een zevende staatshervorming met meer autonomie? Een confederaal België? Een doorgedreven Europese integratie waarbij defensie, milieu en deels sociale zekerheid naar Brussel-EU verhuizen? Gerlache wil de discussie verplaatsen.

Hij vindt dat we de staatshervorming niet enkel als Belgisch project mogen denken. De toekomst van België ligt ingebed in de Europese context. Een efficienter geheel, ja. Meer autonomie hier en daar, eventueel. Maar vooral een einde aan de versnippering van bevoegdheden. Defensie, geeft hij toe, hoeft niet eens federaal te blijven. Defensie zou Europees kunnen worden. Het zijn dat soort verschuivingen die het verschil maken, niet alweer een nieuwe ronde communautaire stoelendans.

Wat Vlamingen en Walen écht delen volgens elke peiling ▶ 1:08:27

Voor de aflevering eindigt, draait Gerlache het frame om. We hebben een uur lang over de verschillen gepraat. Maar verschillen we wel zo verschrikkelijk veel? Iedere socioloog die er met enquetes inzoomt, ontdekt het tegendeel.

“Als je de waarden van de gewone mensen vergelijkt, alle enquetes los van de politieke context wijzen erop dat de Walen en de Vlamingen heel veel gemeen hebben.“

Vergelijk een Vlaming en een Waal met een Fransman, een Nederlander, een Zweed of een Bulgaar. Op werkethos, gezinswaarden, opvattingen over de overheid: de Belgen tikken in dezelfde range aan. Het zijn de communautaire problemen die de schijnwerper op de breuklijn houden, niet de waarden zelf. Gerlache verklaart zich nadrukkelijk geen unitarist. Een terugkeer naar het België van 200 jaar geleden zit er niet in. Maar de gelijkenis tussen burgers van Aalst en Ans is groter dan de strijd in het Wetstraatdebat suggereert.

"Een taal is meer dan een instrument" ▶ 1:15:43

In de slotminuten draait het gesprek nog naar het Engels. Of het Engels niet de gemeenschappelijke taal kan worden waarin Vlaamse en Franstalige universiteiten, ondernemingen en politici elkaar vinden. Gerlache erkent het pragmatische gewicht van die keuze. Maar hij waarschuwt.

“Een taal is niet alleen om jou verstaanbaar te maken. Een taal is ook een ingangspoort voor de cultuur, voor de geschiedenis. Ik zou het jammer vinden indien wij allemaal slecht Engels zouden spreken.“

Engels als functionele werktaal kan, maar niet als enige verbinding. Cultuur is geen communicatiemiddel, en als je de talen van je buren reduceert tot een handdruk en een goede dag, verlies je veel meer dan een vocabulaire. Je verliest de toegang tot de geschiedenis ernaast.

---

In De Groene Jager loopt het glas leeg. Gerlache neemt afscheid met dezelfde rust waarmee hij is binnengekomen. Geen pleidooi voor België, geen verwijt aan Vlaanderen, geen klacht over Wallonië. Wel een gedetailleerd, eerlijk verhaal over hoe twee buren elkaars naam dragen, elkaars geschiedenis zijn, en elkaar nodig hebben, juist omdat de structuren waarin ze zitten op breken staan.

De Discours-missie, degelijkheid en dialoog terugbrengen, vindt in dit gesprek een natuurlijke partner. Niet door grote ideologische kreten. Wel door iemand die letterlijk al zijn hele leven langs de taalgrens woont en op die grens is blijven luisteren naar wat aan beide kanten écht gezegd wordt. Misschien is dat, in een tijd waarin ieder kamp zijn eigen feiten betrekt, het zeldzaamste journalistieke ambacht dat we nog hebben.