De Groene Jager in Brasschaat. Frank Beckx neemt het glas rum aan, proeft, knikt. “Ik dacht dat het cola was. Het is wel zoeter.“ Limburgse rum, lacht hij. Sinds 1 september is hij CEO van Voka, het Vlaams Economisch Verbond, een organisatie die hij al van binnenuit kende uit eerdere functies. Aan tafel zit hij om over de staat van het Vlaamse ondernemerschap te praten op een week waarin er heel veel is gebeurd: de beleidsverklaring van premier Bart De Wever, het begrotingsakkoord, een driedaagse staking van de vakbonden, en de regering die net het vertrouwen van het parlement heeft gekregen.

“We hebben een gigantisch complexe, dwingende Green Deal gemaakt en de manier waarop de regulering is, is onwaarschijnlijk versmachtend wat er vandaag op bedrijven losgelaten wordt. Dit is dodelijk.“

Het is de zin waarmee de aflevering opent, en het is de toon van het hele uur. Niet schreeuwerig. Niet partijpolitiek. Maar een diagnose van iemand die de gemiddelde Vlaamse ondernemer dagelijks aan de telefoon heeft, en weet wat die over Europese regelgeving, over loonkosten, over administratieve lasten en over de toekomst van het continent denkt.

Een regering die hervormt en een land dat zucht ▶ 1:59

Beckx laat geen twijfel bestaan over zijn waardering voor wat de regering De Wever in haar beginmaanden heeft aangepakt.

“We waren heel enthousiast over de regering De Wever in het begin. Er worden een aantal zaken aangepakt die we jarenlang in ons land hebben links laten liggen. Pensioenen bijvoorbeeld. We weten allemaal dat de loopbanen te kort zijn, dat we niet lang genoeg werken, dat de sociale zekerheid niet meer betaalbaar is op lange termijn.“

Het probleem is volgens hem geen onwil. Het is dat het hervormen vandaag in een veel ongunstiger context plaatsvindt dan in vorige decennia. Een handelsoorlog. Defensiebudgetten die naar 2 procent van het BBP moeten en die tegen 2029 nog verder zullen stijgen. Een Europese economie die structureel achterblijft op de Amerikaanse en Aziatische groei. “Niemand zonder kleerscheuren uit dit begrotingsoverleg gekomen, ook bedrijven niet.“

Concrete pijnpunten die Voka uit de zak haalt: de bankentaks, de vliegtaks, de management-vennootschappen, en de strengere regels voor langdurig zieken. Allemaal op zichzelf wellicht verdedigbare maatregelen, maar samen vormen ze een opstapeling die ondernemers het signaal geeft dat ondernemen in België duurder wordt, niet goedkoper.

55 op 100: het overheidsbeslag dat te zwaar drukt ▶ 2:53

Een cijfer dat Beckx steeds als ankerpunt gebruikt:

“Van elke 100 euro dat we in dit land verdienen, gaat er 55 naar de overheid. Dat is gewoon veel te veel als je dat vergelijkt met de buurlanden.“

Het Belgische overheidsbeslag is structureel hoger dan dat van Nederland (44 procent), Frankrijk (52 procent), Duitsland (47 procent). En de richting moet, volgens hem, naar onder de 50 procent. Niet uit ideologie, maar uit voelbaarheid voor ondernemers en werknemers. “Wat dat betekent: meer loon voor de werknemer, meer marge voor de ondernemer, en meer ruimte voor investeringen die op termijn de welvaart vergroten.“ Voor wie aan tafel zit kan dat klinken als typische werkgevers-retoriek. Voor Beckx is het een wiskundig argument dat hij verdedigt met cijfers en internationale vergelijkingen, niet met emoties.

De tijdsregistratie en de Belgische voorliefde voor complexiteit ▶ 4:11

Eén van de meest acute frustratie's gaat over een recente aankondiging in het kader van het begrotingsakkoord. De verplichting tot tijdsregistratie voor alle werknemers, een Europese verplichting die in België zou worden uitgewerkt op een manier die volgens Voka totaal onnodig verzwaart.

“We hebben dan nog het hele debat nu over de tijdsregistratie. We mogen vooral hopen dat het een vergissing is en dat de regering toch eens twee keer nadenkt vooraleer weer een grote nieuwe administratieve last in te voeren. Daar moeten we echt vanaf.“

Voor wie de Belgische bureaucratische cultuur kent, is het een opmerking die meer dan de tijdsregistratie alleen raakt. Het is de structurele neiging van elke Belgische beleidsbeslissing om in detail te willen regelen wat in andere landen op principes wordt geregeld. “In elke begrotingsronde maken we het altijd toch weer een beetje complexer. Het worden allemaal weer moeilijker toepasbare regeltjes.“ Het bouwt op tot een woud waarin de gemiddelde ondernemer niet meer wegwijs raakt zonder een fiscaal accountant en een sociaal-juridisch adviseur op kantoor. En precies die overhead, vindt Beckx, is wat de Belgische economie traag maakt.

De Europese Green Deal als versmachtende structuur ▶ 0:02

Hij gebruikt opvallend stevige taal voor wat hem het meest dwarszit. De Europese Green Deal.

“We hebben een gigantisch complexe, dwingende Green Deal gemaakt. Ik wil het dan niet eens hebben over de lange-termijn doelstellingen die ik eigenlijk wel kan onderschrijven en die bedrijven ook wel steunen, dat we naar 2050 moeten gaan. Maar de manier waarop de regulering is, is onwaarschijnlijk versmachtend.“

CSRD, CSDDD, EUDR, Taxonomy: het zijn de afkortingen die in de Voka-correspondentie dagelijks terugkomen. Bedrijven moeten rapporteren over de keten waarin ze opereren, vaak voor zaken waar ze geen invloed op hebben. Een Vlaamse productiebedrijf dat textiel uit Bangladesh haalt, moet zich houden aan rapportering-verplichtingen die zijn Bangladeshi leveranciers niet eens kunnen invullen. Een agro-bedrijf moet bewijzen dat zijn soja niet uit ontboste gebieden komt, terwijl het zelf nooit met de oorspronkelijke plantage in contact is geweest. “Het is dodelijk“, zegt Beckx. Niet voor het klimaat. Voor de Europese concurrentiepositie. Want wat in Europa een complex compliance-apparaat vraagt, gebeurt in Vietnam, in Indonesië, in de Verenigde Staten zonder die overhead. En dat verschil rolt door tot bij het bedrijf dat in Antwerpen overweegt om uit te breiden of om naar Texas te verhuizen.

Welvaartcreatie en het probleem van de "minder dan de helft" ▶ 4:43

Een statistiek die Beckx hardnekkig blijft herhalen, met een precisie die hij ook zelf nuanceert:

“Minder dan de helft van de bevolking draagt momenteel bij aan de economie. Werkende mensen in de privésector. De rest is overheid, langdurig ziek, werkloos, gepensioneerd, in opleiding. Dat is geen gezond cijfer. We gaan richting 600.000 langdurig zieken.“

Voor de Vlaamse en Belgische context is dat fundamenteel ongezond. Niet alleen economisch, ook maatschappelijk. Hoe meer mensen actief bijdragen, hoe minder de last per persoon. Hoe minder mensen actief bijdragen, hoe meer wie wel werkt voelt dat zijn loon eraan opgaat aan een systeem dat het breken niet meer kan dragen.

Voor Voka is het herstel van de arbeidsmarkt de centrale uitdaging. Niet door werknemers te dwingen of werklozen te kraken, maar door de financiële prikkels en de drempels op een fundamentele manier aan te pakken. “Werkloosheid die onbeperkt is in de tijd, dat is eigenlijk niet meer aanvaardbaar maatschappelijk. We waren een eiland, een unicum in Europa.“ De recente begroting heeft daar een eerste stap gezet: de werkloosheid wordt nu in de tijd beperkt. Maar dat lost de 600.000 langdurig zieken niet op, en het lost de stappen daarna ook niet op.

Onderwijs en de ondernemerschap-pijp ▶ 21:30

Eén van de pijlers waar Voka structureel op hamert is onderwijs.

“Ons onderwijs gaat achteruit. Internationale benchmarks tonen dat de Vlaamse leerling in 2026 minder presteert dan tien jaar geleden. Voor een land dat zo afhankelijk is van zijn kennis-economie, is dat ronduit alarmerend.“

Voor Beckx is dat geen abstract probleem. Het is het probleem dat zich in zijn dagelijkse praktijk met Voka-leden vertaalt: een tekort aan technisch geschoolde profielen, een tekort aan engineering-talent, een tekort aan ondernemend denken bij jonge afstudeerders. Bedrijven die uitbreiden zoeken steeds vaker buiten België, in delen van Oost-Europa of in Azië, niet om de loonkost-redenen maar voor de beschikbaarheid van geschoolde mensen. Wat Voka pleit, is een herwaardering van technisch onderwijs in Vlaanderen. Niet als compromis voor minder begaafden, maar als economisch en maatschappelijk speerpunt. De landen die hun technisch onderwijs op peil houden (Duitsland, Zwitserland, Nederland) hebben tegelijk de sterkste industriële bases. Dat is, vindt hij, geen toeval.

Vergunningen en de paralyse van de planologie ▶ 24:13

Eén ander dossier waar Voka zich permanent op fixeert: het verkrijgen van vergunningen voor industriële projecten.

“Een fabriek die wil uitbreiden. Een datacenter dat zich wil vestigen. Een windmolen-park dat moet aangelegd worden. We staan in Vlaanderen voor procedures die jaren duren, met opstoppingen die niet langer aanvaardbaar zijn voor een economie die concurreert met landen waar dezelfde projecten in maanden worden afgehandeld.“

Het ruimtelijk uitvoerings-plan, de provinciale variant erop, de impactanalyses, de bezwaren-procedures, de Raad voor Vergunningsbetwistingen: het zijn allemaal instituties die op zichzelf hun rechtvaardiging hebben, maar die in samenhang een doolhof vormen waar zelfs goedwillende projecten uit verdrinken. Vincent Van Quickenborne sprak in een eerdere Discours-aflevering over rups-prups als symbool. Voor Beckx is dat een diagnose die hij dagelijks van Voka-leden hoort. “Een politiek waarin het sneller gaat om iets te blokkeren dan om iets te bouwen, gaat de welvaartcreatie van een land langzaam afsluiten.“

Het sociaal overleg en de driedaagse staking ▶ 2:06

Wat zou een werkgeversorganisatie zeggen over een driedaagse staking? Beckx is, zoals altijd in zijn antwoord, gediplomatiseerd maar niet onduidelijk.

“Het sociaal overleg loopt vast. Niet omdat de partners niet willen, maar omdat we te vaak in een posities zitten waar de regering tegelijk overleg vraagt en toch ingrijpt. Dat maakt het overleg moeilijker.“

Hij verwijst naar de Wet van '96 die loonsverhogingen begrenst, naar de centenindex die nu wordt voorgesteld als compromis op de automatische loonindexering, naar de tijdsregistratie. Voor Voka is een driedaagse staking nooit een wenselijk middel. Maar voor wie er in Vlaanderen mee samenwerkt, is het tegelijk een signaal dat het overleg-model onder spanning staat. Wat Beckx pleit, is een terugkeer naar wat hij “echt overleg“ noemt: een tafel waar werkgevers en werknemers samen voorstellen formuleren, waar de regering die voorstellen omarmt of wijzigt op basis van argument, en waar niet één van de partijen ten opzichte van de andere een fait accompli wordt voorgelegd. In de Discours-aflevering met Gert Truyens van ACLVB werd hetzelfde geponeerd. Het is wellicht de meest opvallende observatie: ondanks tegenovergestelde belangen, zien werkgevers en vakbonden hetzelfde structurele probleem.

Europa: handen schudden of vechten? ▶ 0:02

De grote macro-tendens die Beckx als bedreiging ziet, is de Europese onmacht in een wereld waar handelsoorlog regel wordt.

“Vandaag maak ik mij wel wat zorgen over hoe wij met onze Europese Unie omgaan. We zitten met 27 lidstaten die elk hun eigen koers willen varen, en het resultaat is dat we als Europa minder kunnen optreden dan onze schaal zou toelaten.“

De voorbeelden die hij aanvoert: de US-tarifering die in 2026 vol op de Europese export drukt. China dat in zonnepanelen, batterijen en elektrische voertuigen markten ondergraaft tegen prijzen waar geen Europees bedrijf tegenop kan. Indonesië en Vietnam die Europese consumentenmarkten overspoelen met goederen die zonder de Europese compliance-overhead worden geproduceerd. Wat Beckx pleit, is geen anti-Europese strijd. Het is een Europese koers-correctie die meer industrie-strategisch denkt en minder regulering-detail-gedreven. Hij verwijst naar Mario Draghi en zijn beroemde rapport over de Europese concurrentiepositie. “Als Europa is teruggevallen naar 6 procent van de wereldbevolking, kunnen we ons niet permitteren om onze industriële basis verder uit te hollen.“

Wat zou Voka als eerste herstellen? ▶ 47:50

Aan het einde van het uur, wanneer een van de hosts hem vraagt wat hij als eerste zou aanpakken als hij voor één dag eerste minister zou zijn, geeft Beckx een verrassend bondig antwoord:

“Eén: vereenvoudigen. Twee: belastingen op werk omlaag. Drie: vergunningen versnellen. Drie maatregelen die binnen één regeerperiode realiseerbaar zijn als de politieke wil er is.“

Geen utopie. Geen revolutie. Maar drie ingrepen die volgens Voka de Belgische economie binnen vijf jaar fundamenteel kunnen herstellen. Wat hij verder erbij zegt, klinkt als verzoening: deze drie maatregelen kosten op korte termijn budget, maar leveren op middellange termijn meer op dan wat ze kosten. Het is wat in de economische literatuur “supply-side reform“ heet. Het is wat Macron in Frankrijk in zijn eerste termijn probeerde, met gemengd succes. Het is wat Bart De Wever in zijn beginjaren in Antwerpen toepaste. En het is, vindt Beckx, wat een Belgische federale regering zou moeten doen als ze voorbij de begrotingsdiscipline van vandaag kan kijken.

Slot: een land dat zichzelf serieus kan nemen ▶ 52:00

Met het glas rum nu helemaal leeg en buiten de novemberzon al lang verdwenen, vat Beckx samen wat een uur lang als rode draad meeging.

“Vlaanderen heeft de talenten, de bedrijven, de wetenschap, de geografische ligging om een van de meest welvarende regio's van Europa te blijven. Wat we missen, is institutionele eenvoud en politiek lef om dingen te doen waar we sinds jaar en dag over praten zonder ze te realiseren.“

Voor wie zijn dagelijkse berichten aan Voka-leden leest, is het een vertrouwde toon. Niet ongebreidelde optimisme. Niet defaitisme. Een redelijk realisme dat zegt dat we ons er nog wel uit kunnen redden, maar dat de tijd om te doen alsof we onbeperkt tijd hebben echt voorbij is. Het volgende decennium zal voor Vlaanderen, en voor België, fundamenteel zijn. Of we leveren het continent waarin we groot zijn geworden in. Of we vinden de coalitie van de welwillenden, in de geest van de oprichtingsfunders van Gimv die Koen Dejonckheere in een eerdere Discours-aflevering aanhaalde, om de volgende fase op te bouwen.

Wat Beckx hoopt, met die voeten in de Brasschaatse parking als hij straks naar zijn auto loopt, is dat de regering die deze week het vertrouwen kreeg, het volgende jaar effectief gaat hervormen. Niet alleen besparen, maar ook het ondernemerschap stimuleren, niet alleen taksen verhogen, maar ook administratieve lasten weghalen, niet alleen bedrijven controleren, maar ook bedrijven laten ademen. Wat Voka aanbiedt, is geen luxe-positie. Het is een organisatie van werkgevers die mee wil bouwen aan een land waar werken loont, ondernemen mogelijk is, en de toekomst nog mogelijkheden heeft voor wie er nu de jonge generatie van uitmaakt. “Want als wij de welvaart die we hebben opgebouwd niet kunnen doorgeven“, besluit hij, “is dat niet het falen van een regering, dat is het falen van een hele maatschappij. En zo ver mag het niet komen.“