De Groene Jager in Brasschaat. Peter Callens komt binnen, neemt het glas rum aan, neemt een nip. “Ja, gij wordt hier geamuseerd.“ Sinds twee jaar is hij voorzitter van de Orde van Vlaamse Balies, de overkoepelende beroepsvereniging die acht lokale balies in Vlaanderen verenigt en een derde van het Belgische advocaten-corps. Aan tafel zit hij om over de staat van de Vlaamse advocatuur te praten, en hij begint met een cijfer dat de hosts even doet stilvallen.

“Wij zitten op nummer drie in het aantal procedures die gevoerd worden per aantal inwoners. De enigen die nog meer doen zijn Roemenië en Armenië. Wij denken van onszelf dat we toch een zeer vredelievend volk zijn.“

Het is geen geintje. Een Belgische burger procedeert per capita zes tot acht keer meer dan een Nederlandse. Voor wie de zelfbeeld-mythe van het rustige België koestert, is dat een ongemakkelijke spiegel. Voor Callens is het de centrale vraag van zijn beroepsleven: hoe is dat zo gekomen, en wat valt er aan te doen?

De Orde van Vlaamse Balies, 25 jaar oud ▶ 1:31

In 1967, na de splitsing van de Belgische advocatuur in een Vlaamse en Franstalige tak (om dezelfde redenen waarom heel België destijds federaliseerde, ruzie over geld), bleef de Vlaamse balie informeel verenigd. Pas 25 jaar geleden werd de Orde van Vlaamse Balies formeel opgericht, met eigen wettelijke bevoegdheden.

“Wij komen bijeen in het provinciehuis in Leuven. Prachtige locatie. Het ziet eruit als een parlement met micro's en stemmachines. We hebben voor onze eigen mini-samenleving gecreëerd.“

Wat de Orde regelt: de inhoud van de stage van drie jaar voor beginnende advocaten. Tuchtregels. Beroepsregels. Acht lokale balies (Antwerpen, Brussel, Gent, Brugge, Hasselt, Kortrijk, Leuven, Mechelen) waar advocaten zich verplicht moeten aansluiten. Geen keuze, geen alternatief. “In Vlaanderen zijn er acht balies, en dat heeft te maken met geografie, niet met keuze.“ Een advocaat in Antwerpen is automatisch lid van de Antwerpse balie. Wie de regels overtreedt, kan via de stafhouder een tuchtprocedure krijgen.

Het Zwitserse model: zonder verplichting, met keurmerk ▶ 8:28

Of dat verplichte model nog past in 2026, is volgens Callens een legitieme discussie. In Zwitserland bestaat het niet. In Scandinavië evenmin.

“Daar kun je lid worden van de balie. Zij beschouwen dat als een keurmerk: je valt dan onder bijkomend toezicht en zo verbind je je publiek met bepaalde standaarden.“

Het Belgische verplichte model heeft als voordeel dat élke advocaat onder hetzelfde tuchtkader valt. Het nadeel is dat het minder ruimte laat voor kwaliteitsdifferentiatie. Wie zich vandaag advocaat noemt, ís advocaat, in de zin dat de overheid die titel beschermt en alleen aan baliemeesters toekent. In Zwitserland is dat geen monopolie: elke geschoolde jurist kan juridisch advies geven, alleen baliemeesters mogen “advocaat“ als titel voeren. Voor de cliënt schept dat onderscheid een keurmerk-functie. Voor de minder kapitaalkrachtige cliënt opent het de mogelijkheid om bij een eenvoudig juridisch adviseur terecht te kunnen voor minder.

Voor Callens is het geen of-of-discussie. “Het is een beweging die in Europa wel komt.“ Wat blijft staan is dat advocaten als beroepsgroep een bijzondere maatschappelijke functie vervullen, waar tuchtkader en beroepsgeheim onlosmakelijk aan verbonden zijn.

Derde rekeningen, witwas en de banale cliënt ▶ 10:48

Eén van de discrete pijlers van de advocatuur is de derde rekening. Elke advocaat heeft er één bij een door de Orde erkende bank, waar het geld van cliënten geblokkeerd staat tot het juiste bestemming krijgt. Vandaag is dat een belangrijk anti-witwas-instrument.

“Een advocaat doet een procedure voor een cliënt, wint die procedure, krijgt het geld binnen op zijn derde rekening, en moet dat doorstorten. Banken monitoren die rekeningen. Bij verdachte transacties komt er een melding.“

Het meest voorkomende misbruik dat Callens als voorzitter te zien krijgt, is paradoxaal genoeg niet de mega-fraudeur, maar de banale dagelijkse onachtzaamheid. “Een advocaat krijgt een ereloon-bedrag binnen voor zijn cliënt, vergeet door te storten, of denkt dat hij eerst zijn eigen ereloon mag aftrekken. Dat is heel zelden de mega-fraudeur die honderd miljoen achterover drukt.“ Voor het anti-witwasbeleid is dat een interessant gegeven. De wetgever wil dat advocaten verdachte transacties melden, maar wil tegelijk het beroepsgeheim respecteren. De grenzen daarvan zijn niet altijd duidelijk.

Callens illustreert het met een voorbeeld. “Een drugshandelaar of iemand waarvan ik vermoed dat hij in drugs zit, komt bij mij om hem bij te staan in het kopen van een onderneming. Ja, sprong de bel: dat moet ik melden.“ Maar wat met een onschuldig ogende handelaar wiens herkomst onduidelijk is? “We melden niet aan de fiscus. Dat zou aan de galg praten zijn. We melden aan onze stafhouder, die beoordeelt of het echt verdacht is.“

Het hof van beroep van Brussel: vijf jaar wachten ▶ 23:00

Eén van de meest pijnlijke dossiers waarmee Callens dagelijks geconfronteerd wordt: de wachttijden in het hof van beroep van Brussel.

“Tussen de neerlegging van conclusies en de zitting waarop een zaak werkelijk gepleit wordt: vier à vijf jaar. Dat heeft België meermaals voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens veroordelingen opgeleverd.“

Wat ligt eraan? Te weinig magistraten? “Dat zou kunnen.“ Maar Callens wijst op een complexer mechanisme. “Het hof van beroep van Brussel is unitair. Vlaamse en Franstalige zaken komen samen. En aan de Franstalige kant wordt er langer gepleit dan aan de Vlaamse kant.“ Het is een observatie die hij voorzichtig formuleert, maar herhaaldelijk vaststelt. “Vlamingen zijn daar zakelijker. Misschien zijn wij daar fouten en moeten we meer tijd vragen, dat kan ook.“ Maar het effect is dat de combinatie van twee tradities en één rechtbank tot structurele vertraging leidt.

Voor wie wachten op een uitspraak in een fiscale zaak, een ondernemingszaak of een asielprocedure, is dat een rechtsstaat-probleem. “Mensen wachten op uitspraken die hun leven bepalen. Vier jaar wachten in een hangende zaak is niet aanvaardbaar.“

Nederland en het Bureau voor Juridische Bijstand ▶ 35:18

Voor wie minder draagkrachtig is, biedt België het Bureau voor Juridische Bijstand. Een advocaat krijgt een vergoeding via de overheid voor cliënten met een inkomen onder de grens (rond 2.000 euro netto per maand voor een gezin, met aanvullingen per persoon ten laste).

“Wat de overheid daar in steekt: 12,92 euro per burger per jaar. Hoe verhoudt zich dat tot andere landen? In Nederland ligt dat op meer dan 30 euro. Dus dat is bijna drie keer meer pro Dosti.“

Het verschil heeft consequenties. In Nederland bestaat een sociale advocatuur waar advocaten hoofdzakelijk pro deo werken, met financiering die hun praktijk economisch leefbaar maakt. In België blijven pro deo dossiers meestal het bijwerk van advocaten die hun hoofdinkomen uit betalende cliënten halen. Voor de minder draagkrachtige cliënt betekent dat in praktijk dat zijn dossier minder prioriteit krijgt in een drukke advocatenpraktijk.

Callens pleit voor een uitbreiding van het BJB-budget. Niet uit corporatistisch belang, maar omdat de toegang tot recht niet alleen beperkt zou mogen worden door inkomen. “Kwetsbare mensen die geen procedure durven starten omdat ze geen advocaat kunnen betalen, daar mag een rechtsstaat niet mee leven.“

AI in de advocatuur: Harvey, ChatGPT en de kerstman ▶ 49:57

Eén thema dat tijdens de hele aflevering terugkeert: artificiële intelligentie. Callens is verrassend pragmatisch.

“Wij moedigen advocaten aan om AI te gebruiken. Het is er, gebruik het. Liefst de betalende versie, niet de gratis. En vermijd dat persoonlijke cliënt-data herkenbaar in het systeem terechtkomt.“

Wat de Orde echt belangrijk vindt: dat de advocaat altijd verantwoordelijk blijft. “Een advocaat kan niet zeggen: mijn ChatGPT of mijn Harvey heeft dat voor mij bedacht, dus klagen jij hen aan.“ De aansprakelijkheid blijft bij de advocaat zelf, ook als de inhoud door AI is gegenereerd. Recent heeft een Gentse rechter een vonnis gepubliceerd waarin uitvoerig wordt beschreven hoe een advocaat met door AI gefingeerde rechtspraak naar de rechter was gestapt. Een waarschuwing die door de Orde positief werd opgepikt.

Voor de toekomst hoopt Callens dat er een Belgisch AI-model komt, getraind op Belgisch recht. “Dat zou een investering zijn die voor onze beroepsgroep enorm waardevol is. Wij hebben er als Orde de middelen niet voor, maar we hopen dat private initiatieven dat oppakken.“ Tot dan blijft het de generieke AI die advocaten gebruiken, met alle beperkingen die er bij horen voor een rechtssysteem dat in elk land anders is.

De activistische rechter en de cookie-boete van 30.000 euro ▶ 1:06:52

Een fenomeen dat Callens met enige bezorgdheid signaleert: rechters die hun persoonlijke ideologie laten doorklinken in hun uitspraken. Niet als algemene tendens, maar wel als incidenteel verschijnsel dat in een paar specifieke domeinen de rechtspraak dwarsboomt.

“Bepaalde rechters binnen het bestek van dezelfde wetgeving en dezelfde marge maken systematisch andere keuzes. Bij verkeersinbreuken zien we het. Bij regulator-zaken zien we het.“

Eén concreet voorbeeld haalt hij aan. Een kleine deurwaarder kreeg een boete van 30.000 euro opgelegd omdat zijn cookie-beleid niet in orde was. “Bij andere rechtbanken zou dat totaal niet passeren. 30.000 euro voor een kleine deurwaarder, voor een procedureel cookie-probleem.“ Dat verschil tussen de jurisdicties op exact hetzelfde feitenpatroon vindt Callens onhoudbaar in een rechtsstaat. “Het maakt het voor cliënten een loterij wie ze als rechter krijgen toegewezen.“

Voor een dieper structureel probleem ziet hij geen pasklare oplossing. Maar hij pleit voor meer transparantie in de beslissingen, voor publieke bediscussiering van patronen, en voor opleiding aan magistraten over de noodzaak van consistentie binnen het wettelijk kader.

De daling die niemand verwacht: -38 procent ondernemingszaken ▶ 1:02:15

Een statistiek die Callens al jaren bijhoudt en die hem fascineert: het aantal procedures in België neemt structureel af.

“Over 10 jaar tijd is het aantal zaken bij de Ondernemingsrechtbank gedaald met 38 procent. Bij de Arbeidsrechtbank met 5 procent. Een ongelooflijke trend. Als we nu zeggen dat er in België enorm veel geprocedeerd wordt, dat we acht keer meer procederen dan in Nederland, dan zou dat cijfer moeten verminderen aangezien er een zeer duidelijke vermindering is van het aantal zaken.“

De redenen liggen op verschillende niveaus. Bemiddeling als alternatief is sterk gegroeid, vooral in familiezaken. Bedrijven zoeken vaker arbitrage of mediation in plaats van rechtszaken. Verzekeraars regelen meer voorvallen onderling. Maar belangrijker: het Belgische cliëntele wordt actiever in het voorkomen van conflicten. Coaches en preventie-adviseurs in HR-zaken nemen werk weg dat anders bij de Arbeidsrechtbank zou belanden. Compliance-officers in bedrijven nemen werk weg dat anders bij de Ondernemingsrechtbank zou belanden.

Het paradox: ondanks die daling staat België nog steeds op plaats drie wereldwijd in procedures per capita. Wat zegt dat over de jaren '90 en 2000? “We waren toen blijkbaar op een nog hoger niveau aan het procederen dan vandaag, en niemand heeft daar veel over gepubliceerd.“

Eenheidsrechtbank en het revolutionair Vlaams voorstel ▶ 1:03:46

Wat de Orde van Vlaamse Balies pleit, is een fusie van rechtbanken in eerste aanleg, naar Nederlands voorbeeld.

“Wij hebben voorgesteld om de rechtbanken op het niveau van eerste aanleg te fusioneren. Eenheidsrechtbank zoals in Nederland. En de bevoegdheidsregels aan te passen. Want die regels dateren uit een tijd waar verplaatsingen moeilijker waren.“

Vandaag heeft België verschillende eerste-aanleg rechtbanken: de gewone burgerlijke rechtbank, de ondernemingsrechtbank, de arbeidsrechtbank, de politierechtbank, de jeugdrechtbank. Voor de cliënt is het zelden duidelijk waar zijn zaak thuishoort. Voor de magistraat is specialisatie vaak een voordeel, maar voor de rechtspleging zelf creëert het een doolhof aan jurisdictiediscussies. Callens is sceptisch over die specialisatie. “Een rechter met een breder maatschappelijk perspectief kan soms tot beter rechtgevallen komen dan een hyper-gespecialiseerde rechter die alleen zijn eigen domein ziet.“

Het is een ongebruikelijke positie voor een belangenorganisatie van advocaten. Maar Callens verdedigt ze door te wijzen op de praktijk. “Wij zien de uitspraken van die zeer gespecialiseerde rechters in regulator-zaken die soms volkomen disproportioneel zijn. Een breder perspectief had dat voorkomen.“

Bemiddeling als nieuwe norm in familiezaken ▶ 1:12:14

In één domein is de revolutie volledig doorgezet: familiezaken.

“Bemiddeling wordt meer en meer gedaan, zeker in familiezaken heeft dat enorm veel succes.“

Voor scheidingen, voor erfeniskwesties, voor onderhoudsgeld-discussies: een gespecialiseerd bemiddelaar is vaak sneller, goedkoper en menselijk efficiënter dan een rechtbank. De cijfers ondersteunen het. Familiezaken die in 2010 nog standaard via een procedure liepen, lopen vandaag in toenemende mate via bemiddeling. Voor advocaten die zich op familierecht hebben gespecialiseerd, betekent dat een verschuiving in hun beroepsmodel: van vechtende procesvoerder naar coachende bemiddelaar.

Callens ziet dat niet als bedreiging maar als kans. “Sommige cliënten willen vechten, en die hebben een advocaat nodig. Maar veel cliënten zijn gebaat bij een advocaat die hen leert dat een conflict beter wordt opgelost door overleg dan door procedures. Dat is een nieuwe rol voor de advocaat van morgen.“

Slot: een beroep tussen kerstman en chatGPT ▶ 55:20

Aan het einde van het uur, met het glas rum nu helemaal leeg, vat Callens de tegenstelling samen waarmee zijn beroep dagelijks worstelt. Aan de ene kant: cliënten die met meer juridische kennis dan ooit binnenkomen, dankzij Google, ChatGPT en eindeloze online resources. Aan de andere kant: cliënten die met minder begrip van de rechtspleging dan ooit een proces willen voeren, vol van verwachtingen die zelden uitkomen.

“We hebben advocaten die generalistisch werken voor de gewone burger. Bij die zaken kan AI veel ondersteunen. We hebben advocaten die zich specialiseren in complexe dossiers, en die zullen door AI nog harder ondersteund worden. Het tussenliggende segment, de redelijk competente generalist, is waar de meest verandering komt.“

Voor wie de aflevering uitziet, blijft één observatie hangen. Callens is geen verdediger van het juridische status-quo. Hij is iemand die binnen zijn beroep gemerkt heeft dat de wereld veranderd is, en zijn beroep zal moeten meeschuiven. De vraag is alleen hoe snel, en met welk leiderschap. Als voorzitter van de Vlaamse Balies in 2026, met 25 jaar bestaan achter zich, hoopt hij dat de volgende 25 jaar een advocatuur opleveren die meer beoordeeld wordt op zijn maatschappelijke meerwaarde dan op zijn handhavingsmonopolie. Dat zou, vindt hij, ook voor de cliënten beter uitpakken. En misschien zelfs voor het cijfer waarmee de aflevering opende: van plaats drie wereldwijd in procedures per capita naar een plek wat lager in de ranking. Niet omdat we plotseling vredelievender werden, maar omdat we leerden dat een goed gesprek soms een betere oplossing biedt dan een vier jaar durende procedure voor het hof van beroep.